Plenair verslag Tweede Kamer, 44e vergadering
Woensdag 25 februari 2026

  • Begin
    10:15 uur
  • Sluiting
    0:00 uur
  • Status
    Ongecorrigeerd

Opening

Voorzitter: Van Campen

Aanwezig zijn leden der Kamer, te weten:

De voorzitter:
Ik open de vergadering van woensdag 25 februari 2026.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:
Ik deel aan de Kamer mee dat de heer Brekelmans met ingang van 23 februari 2026 fractievoorzitter is van de fractie van de VVD en dat de heer Vermeer met ingang van 24 februari 2026 fractievoorzitter is van de fractie van BBB. Mevrouw Keijzer heeft mij laten weten dat zij geen deel meer uitmaakt van de fractie van BBB. Zij is met ingang van 24 februari 2026 verdergegaan als "lid Keijzer".

Beëdiging

Beëdiging

Aan de orde is de beëdiging van de leden die benoemd zijn in de vacatures die zijn ontstaan na de beëdiging van het kabinet.

De voorzitter:
Dan is nu aan de orde de beëdiging van elf nieuwe collega's. Daarvoor geef ik allereerst het woord aan de heer Ellian tot het uitbrengen van verslag namens de commissie voor het onderzoek van de Geloofsbrieven.

De heer Ellian (voorzitter van de commissie):
Voorzitter, ook dat moet gebeuren. En het is op zich natuurlijk een heugelijk moment voor een aantal nieuwe collega's.

De commissie voor het onderzoek van de Geloofsbrieven heeft de stukken onderzocht die betrekking hebben op:

  • de benoeming van de heer M.E.E. de Beer te Heerlen in de vaste vacature die is ontstaan door het ontslag van de heer E. van den Burg;
  • de benoeming van de heer B.T. Bikkers te Vlaardingen in de vaste vacature die is ontstaan door het ontslag van mevrouw D. Yeşilgöz-Zegerius;
  • de benoeming van mevrouw M. Jagtenberg te Voorschoten in de vaste vacature die is ontstaan door het ontslag van de heer R.A.A. Jetten;
  • de benoeming van de heer R.M. van Leijen te Maassluis in de vaste vacature die is ontstaan door het ontslag van mevrouw N. van Berkel;
  • de benoeming van de heer J.B. Lohman te Zaandam in de vaste vacature die is ontstaan door het ontslag van de heer G. van den Brink;
  • de benoeming van de heer E.J. van der Maas te Bergen in de vaste vacature die is ontstaan door het ontslag van de heer A.A. Aartsen;
  • de benoeming van mevrouw N.C.J. Maes te 's Gravenhage in de vaste vacature die is ontstaan door het ontslag van de heer S.P.A. Erkens;
  • de benoeming van de heer M. Mathlouti te Voorburg in de vaste vacature die is ontstaan door het ontslag van de heer J.A. Vijlbrief;
  • de benoeming van de heer W.J.H. Meulenkamp te Ambt Delden in de vaste vacature die is ontstaan door het ontslag van de heer V.P.G. Karremans;
  • de benoeming van mevrouw A.S. Müller te Voorburg in de vaste vacature die is ontstaan door het ontslag van de heer E. Heinen;
  • de benoeming van de heer A. Poortman te Zwolle in de vaste vacature die is ontstaan door het ontslag van de heer D.G. Boswijk.

De commissie is tot de conclusie gekomen dat de benoemde leden terecht benoemd zijn verklaard tot lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. De commissie stelt u daarom voor om hen toe te laten als lid van de Kamer. Daartoe dienen zij wel eerst de eden en verklaringen en beloften zoals die zijn voorgeschreven bij de Wet beëdiging ministers en leden Staten-Generaal af te leggen. De commissie verzoekt u tot slot om de Kamer voor te stellen het volledige rapport in de Handelingen op te nemen.

De voorzitter:
Ik dank de commissie voor haar verslag en stel voor dienovereenkomstig te besluiten.

Daartoe wordt besloten.

(Het rapport is opgenomen aan het eind van deze editie.)

De voorzitter:
Ik verzoek de leden en de overige aanwezigen in de zaal en op de publieke tribune om, voor zover dat mogelijk is, te gaan staan. De benoemde leden zijn in het gebouw der Kamer aanwezig om de voorgeschreven eden of de verklaringen en beloften af te leggen. Ik verzoek de Griffier hen binnen te leiden.

(De heer De Beer, de heer Bikkers, mevrouw Jagtenberg, de heer Van Leijen, de heer Lohman, de heer Van der Maas, mevrouw Maes, de heer Mathlouti, de heer Meulenkamp, mevrouw Müller en de heer Poortman worden binnengeleid door de Griffier.)

De voorzitter:
De door u af te leggen eden of verklaringen en beloften luiden als volgt:

"Ik zweer of verklaar dat ik, om tot lid van de Staten-Generaal te worden benoemd, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.

Ik zweer of verklaar en beloof dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.

Ik zweer of beloof trouw aan de Koning, aan het Statuut voor het Koninkrijk en aan de Grondwet.

Ik zweer of beloof dat ik de plichten die mijn ambt mij oplegt getrouw zal vervullen."

(De leden Maes, Mathlouti, Meulenkamp en Poortman leggen de bij wet voorgeschreven eed af.

De leden De Beer, Bikkers, Jagtenberg, Van Leijen, Lohman, Van der Maas en Müller leggen de bij wet voorgeschreven verklaring en belofte af.)

De voorzitter:
Ik wens u van harte geluk met het lidmaatschap van de Tweede Kamer. Ik schors een enkel ogenblik voor de felicitaties.

(Geroffel op bankjes)

De vergadering wordt van 10.23 uur tot 10.54 uur geschorst.

Regeringsverklaring

Regeringsverklaring

Aan de orde is het afleggen van de regeringsverklaring.

De voorzitter:
Aan de orde is het afleggen van de regeringsverklaring door de minister-president. Ik heet de nieuwe premier van harte welkom, net als alle ministers en staatssecretarissen, de Kamerleden, de mensen op de publieke tribune en iedereen thuis die dit debat volgt.

Ik deel u mee dat de minister van Infrastructuur en Waterstaat vandaag niet aanwezig is vanwege zijn vaderschapsverlof. Wij wensen hem en zijn gezin een fijne kraamperiode. De staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat sluit later vandaag aan in verband met een uitvaart.

Het debat van vandaag markeert traditioneel de eerste ontmoeting tussen het nieuwe kabinet en de volksvertegenwoordiging. Nog meer dan eerdere keren schrijven we vandaag samen de eerste bladzijde van een nieuw hoofdstuk in onze parlementaire geschiedenis.

Zoals gebruikelijk in ons staatsbestel ligt het zwaartepunt bij het parlement. Vandaag krijgt dat nog een extra betekenis. Nederland heeft een minderheidskabinet. Dat betekent een nieuwe dynamiek tussen coalitie en oppositie, en dat het politieke proces, misschien wel meer dan ooit, hier in deze Kamer plaatsvindt. Politiek zoals politiek bedoeld is: in alle openheid en voor het oog van de kiezer.

Ik wil van dit moment gebruikmaken om iedereen te bedanken die een rol heeft gespeeld in de formatie: de verkenners, de informateurs, de formateur, de fracties en hun medewerkers. U heeft samen veel werk verzet. En u heeft daarbij ook oog gehad voor de breed gedragen wens om tempo te maken.

Voordat wij gaan luisteren naar de minister-president wil ik u eraan herinneren dat tijdens het uitspreken van de regeringsverklaring geen interrupties zijn toegestaan, ook niet achteraf. Het is mij een genoegen om het woord te geven aan de minister-president. U heeft het woord.

Minister Jetten:
Dank u wel, voorzitter. Ik realiseer me dat dit het enige moment is dat die spelregels gelden.

Ik feliciteer, ook namens het hele kabinet, de zojuist benoemde Kamerleden. Ik wens jullie heel veel succes en vooral ook plezier in het mooiste ambt dat je kunt vervullen, namelijk het zijn van een Tweede Kamerlid. Deze voltallige ploeg heeft er heel veel zin in om hier vandaag en morgen aanwezig te zijn, om inderdaad dat politieke debat in zijn pure vorm te aanschouwen, u aan te horen en ook te kijken wat we daarvan kunnen meenemen in ons dagelijks werk. Ik zag wat feedback op het tempo waarop ik de ministers en staatssecretarissen introduceerde bij de Koning. Dat was niet zozeer omdat ik daar heel veel tempo aan het maken was, maar omdat al deze mensen stonden te trappelen om die Oranjezaal binnen te komen, beëdigd te worden en aan het werk te gaan. Dat doen we heel graag vanaf vandaag.

Meneer de voorzitter. Een van de meest wijze mensen die ik ooit heb ontmoet was Jan Terlouw. Mildheid en scherpte gingen bij hem hand in hand en dat werd nog sterker naarmate hij ouder werd. Een gesprek met Terlouw voelde vaak als een warm bad en examen doen tegelijkertijd. Ik heb me de laatste tijd onwillekeurig weleens afgevraagd wat Jan zou hebben gevonden van de uitkomst van de formatie. Ongetwijfeld zou hij op onderdelen van het akkoord superkritisch zijn geweest, maar ik hoop ook dat hij er iets in zou herkennen van zijn eigen woorden na die iconische "touwtje uit de brievenbus"-toespraak. Hij zei toen tegen de aanwezige jongeren in de studio: "Ik heb een prachtig leven gehad. Ik wil dat jullie dat ook hebben." Voor mij is dat de essentie van wat politiek moet zijn. Politiek gaat over de toekomst en over hoe we die met optimisme en realisme tegemoet treden. Politiek gaat over een goed leven voor iedereen, inclusief de hoopvolle belofte dat kinderen het beter kunnen krijgen dan hun ouders.

Het klopt dat je anders kan kijken naar wat precies een goed leven is en welke politieke keuzes daarvoor nodig zijn. Toch ben ik ervan overtuigd dat de verschillen, als het erop aankomt, helemaal niet zo groot zijn. In de basis willen mensen namelijk hetzelfde: een huis en een inkomen, mee kunnen doen via een opleiding, een baan of een eigen bedrijf, een veilige omgeving, de zekerheid dat je niet meteen door het ijs zakt als het leven even tegenzit, goede en toegankelijke zorg, goed onderwijs en een duurzaam en leefbaar land voor later. Zo kan ik doorgaan, maar de kern is dat we willen bouwen aan een beter Nederland voor de politieman op straat, de onderwijzer voor de klas, de jonge boer in de melkput, de starter op de woningmarkt, de winkelier in de buurt en vul maar aan. Aan ons de opdracht om dat de komende jaren dichterbij te brengen met heldere prioriteiten, concrete veranderingen en graag ook een beetje tempo.

De keuzes daarvoor maken we in het coalitieakkoord. Dan bedoel ik allereerst de keuze voor investeringen in een sterke en innovatieve economie, in goed onderwijs, in defensie en veiligheid en in klimaat en duurzaamheid. Daarnaast maken we grote keuzes om los te trekken wat vastzit, zoals het stikstofbeleid, het migratiebeleid en de woningmarkt, zodat Nederland weer vooruit kan. Dat betekent: noodzakelijke keuzes durven maken, stoppen met problemen vooruitschuiven, zorgen dat de financiën op orde blijven, geen rekeningen doorschuiven naar later, en daar ook eerlijk over zijn, zodat goede zorg, een stevig sociaal vangnet en een fatsoenlijke oude dag ook straks nog voor iedereen beschikbaar zijn.

Voorzitter. Dan gaat het ook al snel over de beste manier om dat te bereiken. Wat ons betreft is er de komende jaren maar één manier: samenwerking in de politiek en met sociale partners, maatschappelijke organisaties, andere landen in het Koninkrijk en onze collega-overheden, de provincies, gemeenten en waterschappen. Samenwerking is de beste manier om resultaten te boeken die goed zijn voor heel Nederland, ook voor de kiezers die niet op een van de drie coalitiepartijen hebben gestemd. Met oog voor de diepgewortelde opvattingen van andere partijen, omdat democratie meer moet zijn dan de helft plus één: zo willen wij werken. Wat niet werkt, is als we in Den Haag de hele tijd alleen maar met onszelf bezig zijn. Dat hebben we nu wel lang genoeg geprobeerd. We moeten weg van de politiek van de vierkante millimeter, weg van het chagrijn, weg van elkaar constant de maat nemen. We zullen weer moeten leren luisteren, naar elkaar en vooral naar de samenleving. We willen ook gebruikmaken van die kracht van de samenleving, want er zit zo veel energie en betrokkenheid in mensen zelf. Nederland is een land van vrijwilligers, verenigingen, wijkinitiatieven en burenhulp. Dat moeten we koesteren en de ruimte geven. Dat betekent dat de overheid niet in de weg moet lopen, maar moet helpen en de juiste voorwaarden moet scheppen. Ons doel is een slagvaardige en slanke overheid die eenvoudig en betrouwbaar is, een overheid die begrijpelijke taal spreekt en een menselijk gezicht laat zien. We staan dus niet tegenover mensen, maar ertussenin.

Voorzitter. Ik wil deze regeringsverklaring vooral benutten om antwoord te geven op één vraag: wat voor kabinet willen we zijn? Het korte antwoord heb ik eigenlijk al gegeven. We willen een kabinet zijn dat grote keuzes maakt voor de toekomst, op basis van heldere prioriteiten. We willen een kabinet zijn dat hervormt en noodzakelijke knopen doorhakt, ook als die ingewikkeld zijn. We willen een kabinet zijn van samenwerking.

Voordat ik daar meer over ga zeggen, ook vanuit mij een aantal woorden van dank aan Sybrand Buma en Wouter Koolmees en in het bijzonder aan Rianne Letschert. Zij heeft ons met humor, onbevangenheid en af en toe ook een vaste hand door een ingewikkeld inhoudelijk formatieproces geleid. Dank ook aan alle medewerkers van de Tweede Kamer en het Bureau Kabinetsformatie voor wie niets te veel was. Uiteraard dank ik ook de leden van het vorige kabinet voor hun inzet tot op het laatst, speciaal mijn voorganger. Dick Schoof, die op een bijzonder moment in onze parlementaire geschiedenis verantwoordelijkheid heeft genomen. Die heeft hij tot de allerlaatste dag voluit gedragen. Daaruit blijkt maar weer dat langeafstandlopers volhouders zijn. Ik wens hem het allerbeste, in het bijzonder bij het lopen van de Marathon van Sydney. Dick, dank voor de afgelopen tijd.

(Geroffel op bankjes)

Minister Jetten:
Voorzitter. Ik denk dat weinig mensen zullen betwisten dat internationale veiligheid een grote en misschien wel onze eerste prioriteit moet zijn. Voor het eerst in decennia beseffen we dat onze vrijheid en veiligheid niet in beton gegoten en ook niet gratis zijn. In Oekraïne vallen nu al vier jaar lang elke dag Russische bommen op woonwijken, energiecentrales en ziekenhuizen. Dat is geen ver-van-mijn-bedshow, maar een concrete geweldsdreiging, op slechts een paar uur vliegen. Voor het kabinet is het volstrekt duidelijk dat Nederland en Europa zich hiertegen moeten wapenen, samen met onze bondgenoten in de NAVO. Onze veiligheid is onze eigen verantwoordelijkheid. Met dit coalitieakkoord kiezen we daarom voluit voor doorgaande steun aan Oekraïne en voor grote investeringen in defensie. We gaan dat ook wettelijk vastleggen, omdat een sterke defensie niet kan zonder zekerheid voor de lange termijn.

Ook als we breder kijken, kunnen we er niet omheen: geopolitiek is in korte termijn machtspolitiek geworden. In hoog tempo wordt de naoorlogse internationale rechtsorde aangevallen en afgebroken. Oude allianties zijn minder zeker. Nederland en Europa worden geconfronteerd met de afhankelijkheid van big tech, met een ingewikkelde relatie met China en met autocratische tendensen wereldwijd, en zelfs ook binnen Europa. De vraag is: laten we ons dat overkomen of niet? Wat mij betreft is dat een retorische vraag.

De Europese Unie heeft in het verleden bewezen dat een sterke democratie en rechtsstaat dé waarborg zijn voor vrede, veiligheid en voorspoed. Rechtszekerheid staat aan de basis van een sterke Europese economie, waarin bedrijven met vertrouwen investeren, zodat 450 miljoen mensen een goed leven kunnen opbouwen. In Europa gaan waarde en welvaart samen. Er is dus geen enkele aanleiding voor calimerogedrag. Europa leert de taal van de machten spreken. Dat is ook hoognodig. Wij geloven dat een sterk Europa en een sterk Nederland in elkaars verlengde liggen. In die sterke, eensgezinde Europese Unie moet Nederland weer een drijvende kracht zijn, zoals past bij een van de zes oprichters van en de vijfde economie in de EU. Meer aandacht voor onze aanwezigheid in de wereld hoort daar ook bij, inclusief extra geld voor het postennetwerk en ontwikkelingssamenwerking. Je moet namelijk aan tafel zitten om mee te praten.

We investeren daarnaast in onze nationale veiligheid en in de kracht van onze democratische rechtsstaat. Iedereen heeft recht op een onbezorgd gevoel van veiligheid, op straat en achter de voordeur. Dat vraagt niet alleen om een goed toegeruste politie, maar ook om meer aandacht voor het tegengaan van huiselijk geweld en femicide. Het vraagt om extra inzet op cybersecurity en een weerbare samenleving, waarin mensen elkaar op buurtniveau vinden en helpen als de nood aan de man komt. We kunnen en mogen ook nooit accepteren dat onze rechtsstaat van binnenuit wordt ondermijnd door de georganiseerde misdaad of dat journalisten, advocaten en politici worden bedreigd.

We mogen ook nooit accepteren dat mensen in ons land zich uitgesloten voelen, zoals dat helaas nog te vaak het geval is. Daartegen zullen we als kabinet steeds in het geweer komen, en hopelijk doen niet alleen wij dat. In Nederland, in ons land, moet het namelijk niet uitmaken waar je woont, wat de kleur van je huid is, waar je wieg of die van je ouders stond, wat je gelooft of van wie je houdt. Dat is het fundament waarop we staan.

Voorzitter. Prioriteiten stellen en grote keuzes maken, betekent in de politiek ook geld vrijmaken voor de dingen die je belangrijk vindt. Dat zien we terug in de afspraken over wonen en infrastructuur, over landbouw, natuur en de stikstofaanpak, over energie en klimaat en over economie en onderwijs. Meer geld betekent natuurlijk niet dat alles morgen is opgelost. Er zijn geen gemakkelijke oplossingen voor ingewikkelde problemen. Ik ben ervan overtuigd dat mensen dat heel goed snappen. Meer geld is meestal ook niet de enige of de hele oplossing, maar het kan wel helpen om naar die oplossingen toe te werken, zeker in combinatie met minder regels, minder procedures en minder obstakels voor burgers en bedrijven.

Dat is precies hoe we het de komende jaren willen doen. Ook hier is "samen" het toverwoord. Samen met bedrijven en kennisinstellingen willen we dus werken aan een stabiel ondernemersklimaat, dat uitnodigt om te investeren en te innoveren. Dat willen we doen door bijvoorbeeld te werken aan meer capaciteit op het elektriciteitsnet, te investeren in infrastructuur, door het makkelijker te maken voor kleine bedrijven, vaak familiebedrijven, om personeel aan te nemen en door de oprichting van een nationale investeringsbank. Alleen al vanwege de snelle opmars van AI moeten we ons opmaken voor een nieuwe economie. Ook de klimaatopgave, die zo bepalend is voor de toekomst van onze jongeren, vraagt om nieuwe kennis en nieuwe toepassingen van die kennis. De start-up van vandaag kan namelijk het ASML van morgen zijn. Daarom moet talent de ruimte krijgen. Daarom moeten zelfstandigen de ruimte krijgen. Daarom moet ondernemerschap de ruimte krijgen. In de bedrijven worden namelijk de banen gecreëerd en de euro's verdiend waarmee mensen hun boodschappen en huur betalen. Daarmee worden ook zorg, onderwijs en andere voorzieningen gefinancierd. Om al die voorzieningen op peil te houden, hebben we gezonde economische groei nodig. Een grotere koek is daarbij voor iedereen beter.

Niet minder belangrijk: een baan brengt mensen ook persoonlijke ontwikkeling, zelfvertrouwen en sociaal leven. We zullen daarom doen wat we kunnen om zo veel mogelijk mensen de kans te geven om mee te doen op de arbeidsmarkt en in de nieuwe economie. Er is nog altijd een schreeuwend tekort aan personeel, terwijl een miljoen mensen met een uitkering aan de kant staan. Laat er geen misverstand over bestaan: een goed sociaal vangnet is onmisbaar en een belangrijke verworvenheid. Tegelijk zijn er genoeg mensen die dolgraag aan de slag willen, maar nu vastzitten in een doolhof aan regelingen. Die mismatch willen we aanpakken en die knopen willen we ontwarren. We moeten van niet goed werkende stelsels naar werkende mensen. Dat begint aan de keukentafel, met extra steun aan gezinnen. Het moet makkelijker worden om werk met kinderen te combineren en we willen dat ouders meer rust en zekerheid krijgen door verschillende kindregelingen samen te voegen.

Voorzitter. In het verlengde daarvan investeren we ook in het onderwijs. Aan de voorkant van een goed functionerende arbeidsmarkt en een sterke economie en samenleving staat namelijk goed onderwijs. Kinderen en jongeren verdienen de best mogelijke start. Het land van morgen is immers hun land. Daarom investeren we over de volle breedte in hun toekomst: van de basisvaardigheden, lezen en schrijven, en een sterkere positie voor het mbo tot meer geld voor wetenschap en onderzoek.

Voorzitter. Als er twee onderwerpen zijn die Nederland nu al veel te lang op slot zetten, zijn dat wel stikstof en wonen — met alle gevolgen van dien, zeker voor jongeren: voor de jonge boer die het familiebedrijf wil overnemen, maar ook voor de jonge starter op de woningmarkt die popelt om ergens zelfstandig een leven te beginnen. Als er ergens urgentie is om de mouwen op te stropen en aan de slag te gaan, dan is het wel op deze terreinen. Daarom gaan we samen met boeren, provincies en natuurorganisaties doen wat nodig is voor een landbouwsector van de toekomst, voor natuurherstel en biodiversiteit en voor het op gang brengen van de vergunningverlening. We kunnen dat niet langer voor ons uitschuiven. De pot met geld voor de stikstofaanpak wordt weer goed gevuld. Nederlandse boeren verdienen ook een duidelijk perspectief. Ons land moet nu echt van het slot. We gaan ook samen met corporaties bouwen en met onze collega-overheden alles uit de kast halen om die doelstelling te halen van 100.000 woningen per jaar met 30 grootschalige nieuwbouwlocaties in het land. Met extra geld later in deze periode en met kortere en eenvoudigere procedures op korte termijn moet dat lukken. Dat is ook letterlijk bouwen aan een beter Nederland.

En ja, het coalitieakkoord bevat ook stevige hervormingen, zoals de verkorting van de WW-duur, de verhoging van de AOW-leeftijd per 2033 en een rem op de zorgkosten. We hebben daar al eerder uitvoerig over gedebatteerd en ik twijfel er niet aan dat deze onderwerpen ook vandaag en morgen weer uitgebreid voorbij zullen komen. Het punt is dat nu niet kiezen, op termijn nog meer pijn gaat doen. Als je mensen vraagt of onze kinderen en kleinkinderen later ook moeten kunnen genieten van hun oude dag en van goede, toegankelijke zorg, dan zegt iedereen: ja, natuurlijk willen we dat. Maar niemand vindt het fijn daarvoor nu een pas op de plaats te moeten maken. En toch, toch moeten we de zorgkosten en de kosten van de vergrijzing beheersbaar houden. Alle deskundigen zeggen ons al jaren: politiek, doe iets! Het beste moment om daarmee te beginnen was een paar jaar geleden, maar het een-na-beste moment is vandaag. Niets doen betekent immers dat we de jongeren van nu opzadelen met onmogelijke financiële lasten en onhoudbare voorzieningen. Dat wil ook niemand. Daarom willen wij het kabinet zijn dat knopen doorhakt en wél die noodzakelijke keuzes maakt. Daar gaan we vanaf dag één met u, met de zorgsector en met de sociale partners mee aan de slag. Daarover gaan we in gesprek.

Voorzitter. Het asiel- en migratiebeleid gaat ook over noodzakelijke keuzes. Het is geen geheim dat de drie partijen in deze coalitie daar van huis uit behoorlijk verschillend naar kijken. Maar hoelang houdt dit onderwerp het maatschappelijke en politieke debat al gegijzeld zonder dat er wezenlijk iets is veranderd? Hoelang weten we al dat de manier waarop het nu is georganiseerd niet werkt? Er moet iets gebeuren. We willen de komende jaren rust brengen in de asielketen door drie dingen te bereiken: een lagere instroom, fatsoenlijke opvang en zorgen dat kansrijke asielzoekers vanaf dag één mee kunnen doen door de taal te leren en te werken. Onze plannen zijn zowel streng als gericht op een asielketen die werkt. Dat begint met een lagere instroom, omdat we zien dat ongecontroleerde migratie te veel vraagt van de draagkracht van de samenleving. Natuurlijk lossen we niet ineens alle problemen op, maar we gaan er wel meteen mee beginnen. Uitvoerende organisatie zoals de IND en het COA hebben lucht nodig en ze moeten weten waar ze aan toe zijn. Gemeentes moeten zich weer gesteund voelen door Den Haag. We moeten samenwerken met landen binnen en buiten Europa om het probleem zo dicht mogelijk bij de bron aan te pakken, met als uiteindelijk doel om grip te hebben op migratie in een asielsysteem waarin er altijd plek is voor mensen die vluchten voor oorlog, geweld of vervolging.

Voorzitter. Ik kom tot slot bij het kabinet van samenwerking dat we willen zijn. We realiseren ons heel goed dat de eerste verantwoordelijkheid daarvoor bij ons ligt. Wij zullen met goede voorstellen moeten komen. We zullen het gesprek opzoeken met maatschappelijke organisaties en de polder, met collega-overheden en de mensen overal in het land, en natuurlijk ook met u allen en de leden van de Eerste Kamer. We zullen goed luisteren en ons de blaren op de tong praten. Als het een keer niet lukt of het net iets anders moet, dan moeten we daar als volwassen mensen mee omgaan. Natuurlijk staan wij als coalitie gewoon voor onze plannen, maar plat gezegd moeten we hier wel zakendoen met elkaar. Goede ideeën en slimme alternatieven zijn dus welkom, als we maar met elkaar bereid zijn om te doen wat nodig is, we met elkaar maar onder ogen durven zien dat Nederland niet gebaat is bij politici die stikken in hun eigen gelijk en we met elkaar maar kunnen werken volgens de bekende woorden van Jan de Koning: als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan. Ik geloof echt dat de mensen in Nederland daarnaar snakken. Ze snakken naar pragmatische politiek die bereid is compromissen te sluiten die ons land verder brengen. U begrijpt, voorzitter, dat de koffiemachines al staan op te warmen.

Voorzitter. Tot slot één persoonlijke notie. Er is mij de komende jaren veel aan gelegen dat mensen weer gaan voelen dat de politiek er voor hen is, juist ook de mensen die dat gevoel zo erg zijn kwijtgeraakt. Dat zijn er veel te veel. Ik hoop heel erg dat we er de komende jaren in zullen slagen om stap voor stap iets van het verloren vertrouwen in politiek en overheid terug te winnen. Jan Terlouw sprak in dat verband graag van een "vertrouwensdemocratie". Hij vond dat je door op iemand te stemmen voor vier jaar het vertrouwen geeft aan mensen zoals u en ik. Je geeft het vertrouwen dat zij — dat zijn wij hier dus — die stem voor iets goeds gebruiken. Maar dat werkte voor Terlouw wel twee kanten op. Politici moeten omgekeerd ook laten zien dat ze vertrouwen hebben in de samenleving en dat ze begrijpen dat vertrouwen krijgen ook een grote verantwoordelijkheid met zich meebrengt. Dat betekent dat de politiek moet werken voor iedereen. Ik realiseer me heel goed dat dat snel en makkelijk gezegd is. Het is een stuk moeilijker om het waar te maken. Maar dat moet wel onze ambitie zijn. Ik hoop dat dat ook onze gezamenlijke ambitie is, van Kamer en kabinet. Ik zeg graag toe dat het nieuwe team hier in vak K zich daar maximaal voor zal inspannen en dat ik van plan ben om als premier voorop te gaan wat dat betreft. Zo gaan we aan de slag, met optimisme over de toekomst van ons land, met realisme omdat niet alle problemen morgen zijn opgelost, en vooral met het vertrouwen dat politiek met elkaar meer oplevert dan tegenover elkaar.

Dank u wel.

(Geroffel op bankjes)

De voorzitter:
Ik dank de minister-president voor zijn regeringsverklaring.

Debat regeringsverklaring

Debat regeringsverklaring

Aan de orde is het debat over de regeringsverklaring.


Termijn inbreng

De voorzitter:
We gaan beginnen met de eerste termijn van de zijde van de Kamer. Er is geen maximumaantal interrupties vandaag, maar we interrumperen wel in reeksen van maximaal drie. Ik wijs er ook op dat interrupties kort en bondig dienen te zijn, want ik hoor u liever praten dan dat ik mijzelf hoor spreken. Ik geef het woord aan de heer Klaver als eerste spreker van de zijde van de Kamer en tevens als fractievoorzitter van de grootste oppositiepartij. Het woord is aan hem.

De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter, wij horen u allemaal heel graag praten, hoor. En we vinden het ook fijn als u luistert.

Voorzitter, dank. Hartelijke felicitaties aan deze mooie kabinetsploeg. We wensen jullie heel veel succes. Er ligt een belangrijke taak voor jullie. Persoonlijk wil ik nog iets zeggen tegen de minister-president. Ik hoop dat u mij toestaat om te tutoyeren. Beste Rob, heel veel succes met de belangrijke taak die voor je ligt. Je weet dat ik je ontzettend gun dat je hier een succes van gaat maken. Dat is ook echt nodig om Nederland verder vooruit te helpen. Heel veel succes met alles.

Voorzitter. In de regeringsverklaring ging het er even over dat zoveel mensen zich in de steek gelaten voelen door de politiek en dat ze het gevoel hebben dat die er niet voor hen is. Ik denk dat dat niet alleen komt door de houding die politici misschien hebben, maar ook vooral door de keuzes die worden gemaakt. Er zijn steeds meer politieke partijen die opkomen voor de allerrijkste mensen. Ik vind dit regeerakkoord daar ook een voorbeeld van. Dat neemt het vooral op voor de mensen die het eigenlijk al heel erg goed hebben. Er zijn ook politieke partijen die vervolgens proberen die plannen iets minder erg te maken door voor de allerkwetsbaarste groepen iets te regelen. Het is niet zo dat deze mensen daar écht mee worden geholpen, maar het lijkt wél alsof er iets verandert. De hele grote brede middengroep die daartussen zit, blijft echter verweesd achter. Terecht denken die mensen: zijn de mensen in Den Haag er wel voor mij? Bij iedere verkiezing wordt er namelijk verandering beloofd, maar je krijgt te vaak meer van hetzelfde. Het is, denk ik, onze taak om ervoor te zorgen dat iedereen vooruitgaat.

De nieuwe premier had het over de "vertrouwensdemocratie"; dat vind ik mooi. Ik heb het vaak over de "belofte van vooruitgang", de "sociaaldemocratische belofte", zoals wij die noemen, waarmee je ervan op aan kan dat je het beter krijgt dan je ouders het hadden en dat je vooruit kan komen in het leven. Ik ben een product van die belofte, de belofte dat je kan opklimmen in het leven, dat het niet uitmaakt waar je wieg heeft gestaan. Ik denk dat velen van ons hier in deze zaal dat zijn. Die belofte staat echter onder druk. Het is van het grootste belang dat we dat met elkaar weten te herstellen. De wetenschap dat die belofte onder druk staat, dat mensen in dit land het moeilijk hebben om rond te komen en dat zij zich afvragen of de politiek er voor hen is, brengt ons ertoe te zeggen: wij kiezen voor verantwoordelijke oppositie. Alle grote dingen die dit land ooit heeft bereikt, zijn namelijk voor elkaar gekomen door samen te werken en door de bereidheid om over je eigen schaduw heen te stappen, compromissen te sluiten en soms dingen te doen waarvan je denkt: het is niet helemaal wat ik wil, maar op deze manier brengen we dit land vooruit.

Dat vraagt veel van de oppositie, maar vraagt misschien nog wel meer van dit kabinet, een minderheidskabinet, en ook van deze coalitie. Het vraagt om een andere cultuur. In dat kader vond ik het interessant dat coalitiepartijen in het vorige debat geen vraag gesteld hebben aan de oppositie. Er is geen vraag gesteld als: wat bedoelt u nou, meneer Eerdmans? Excuus, toen was mevrouw Nanninga erbij. "Mevrouw Nanninga, wat bedoelt meneer Eerdmans eigenlijk?" Ik had het een hele goede vraag gevonden! Misschien hadden we daar dan antwoord op gekregen. Maar het gaat over een oprechte interesse over en weer. "Wat bedoelt u nou eigenlijk?" "Zit hier echt pijn?" "Is dit politiek spel?" "Wat moet hier nu eigenlijk gebeuren?" Die houding is wel nodig, wil je met elkaar verder komen hier in het parlement.

Bij zo'n nieuwe politieke cultuur horen ook minder politieke spelletjes. Als er, terwijl hier de regeringsverklaring wordt gegeven, pushmeldingen komen met het bericht dat de minister van Financiën, niet de staatssecretaris van Financiën, aangeeft dat er iets moet veranderen in box 3, dan maakt dat mij in alle eerlijkheid een beetje cynisch. Het zou nu namelijk moeten gaan over de regeringsverklaring en niet over ander nieuws dat even gemaakt wordt door een minister die dit even zegt. Deze minister is veel te ervaren om dit een "slip of the tongue" te noemen. Dit hoort wat mij betreft niet bij de nieuwe politieke cultuur die we nastreven. Dit is even niet het moment van de minister van Financiën; dit gaat over een nieuwe premier, die probeert een boodschap af te geven namens dit kabinet. Ik vind het ronduit ongepast, zeg ik hier, zonder in te gaan op de inhoud. Dat komt later. Ik vind het ronduit ongepast.

Voorzitter. Om ervoor te zorgen dat we dit land weer vooruithelpen, is het belangrijk dat we samenwerken, maar er zijn nog een aantal andere zaken zeer belangrijk. De eerste: competent bestuur. Ik weet niet hoe jullie het gaan doen, maar ik ben wel blij dat er een nieuwe ploeg zit. Ik zie ook dat een aantal mensen die ook in het vorige kabinet zaten, een herkansing hebben gekregen. Ook dat is een sociaaldemocratische waarde: je moet mensen nieuwe kansen geven in het leven. We gaan er scherp op letten of die kansen ook worden gepakt. Ik zie de minister van Justitie schuldbewust kijken. Ik weet niet of dat bewust was, maar we gaan daar goed op letten. De minister van Financiën kijkt iets minder schuldbewust, maar ook op hem zullen we goed letten in deze periode. Dat is één.

Ik verwacht ook dat het betekent dat de rechtsstaat wordt gerespecteerd door bewindspersonen, niet alleen in woord, maar ook in hoe ze spreken over de instituties. Het moet echt afgelopen zijn met de onzin die we de afgelopen jaren hierover hebben meegemaakt.

Ten tweede: baseer je alsjeblieft op de feiten. Ga niet freewheelen over meningen of benoemen dat je zelf "beleid bent". Ik denk dat we dan al een heel stuk verder komen. Als ik het heb over de feiten, dan bedoel ik niet alleen: kijk naar de cijfers. Ze zeggen weleens: er zijn leugens, er zijn grote leugens en er zijn statistieken. Als je alleen naar de cijfers kijkt, zie je niet het totaalbeeld van wat er in de samenleving gebeurt. Veel plannen lijken achter het bureau misschien superverstandig, maar als je drie tellen langer nadenkt, zie je dat ze in de realiteit gewoon niet eerlijk uitpakken.

Ik denk dat de politiek in de afgelopen jaren veel te veel is verworden tot ... Laten we eerlijk zijn. Voor de meesten van ons, voor de mensen die hier in de zaal zitten of die in het kabinet of in colleges zitten, maakt het niet zoveel uit wat de politiek precies besluit. De belastingen gaan iets meer omhoog of omlaag. Maakt dat iets uit voor uw persoonlijke leven? Maar voor heel veel mensen in Nederland doet het er wel degelijk toe wat de politiek besluit en welke keuzes worden gemaakt. Voor hen is politiek niet alleen een uitdrukking van je culturele identiteit, een mening om je af te zetten tegen een andere groep. Voor hen bepaalt politiek hoe hun leven eruitziet. Daarom is het belangrijk om iedere keer te kijken of de plannen die worden gemaakt eigenlijk wel eerlijk zijn. Dat is ook de vraag die wij iedere keer zullen stellen, bij alle plannen die voorliggen.

Twee zaken wil ik hierbij uitlichten. Afgelopen week sprak ik met Auke. Als het in deze Kamer gaat over mensen die een uitkering krijgen, wordt vooral aan die kant van de Kamer vaak gezegd: het zijn profiteurs, het zijn mensen die niet hard werken; ze moeten maar een beetje beter hun best doen. Auke is inmiddels halverwege de 40. Hij heeft tien jaar gestudeerd en was maag-darm-leverarts. Hij heeft meer dan tien jaar lang zijn uiterste best gedaan om mensen te genezen. Hij heeft veel gewerkt met kankerpatiënten, maar op een dag was hij niet meer de dokter, maar zelf de patiënt. Hij was eigenlijk opgegeven. Door een enorme inzet van zijn collega-medici, maar vooral door zijn eigen doorzettingsvermogen, heeft hij het overleefd en is hij er nog steeds. De prijs die hij daarvoor heeft moeten betalen, is dat hij arbeidsongeschikt is geraakt.

Ik denk dat we over Auke niet kunnen zeggen dat hij niet hard heeft gewerkt, niet hard zijn best heeft gedaan. Hij is arbeidsongeschikt geraakt. Er is niks wat hij liever zou willen dan gewoon weer aan het werk gaan. Hij zit in, zoals wij dat dan noemen, de IVA-uitkering. Hij heeft meer dan de helft van zijn inkomen moeten inleveren. Als je dan zegt "maar dat is een vermogen, dat is veel", is het mooi als daarop wordt geantwoord: "Ik heb het leven. Het is prima; ik heb het leven. Dit is het. Ik heb mijn leven hierop ingericht." Maar hoe hard komt het binnen als je dan hoort dat je er met de plannen van dit kabinet straks €600 per maand op achteruitgaat? Vertel mij maar wat hier eerlijk aan is. Wat is hier eerlijk aan?

Hetzelfde geldt voor de verhoging van de AOW-leeftijd. Op papier snap ik het. In theorie is het allemaal logisch. Maar wat betekent dit in de praktijk? Ga eens rondlopen in de werkplaatsen hier. Daar hebben we er vele van in Nederland. In Leidschendam zit een werkplaats van de NS. Daar wordt in ploegendiensten 24/7 gewerkt om ervoor te zorgen dat de treinen blijven rijden, zodat we allemaal naar ons werk kunnen gaan of naar school. Het werk dat daar wordt gedaan, is zwaar. Ja, er zijn vele verbeteringen doorgevoerd ten opzichte van het verleden. Ik was daar en ik mocht — "helpen" is een te groot woord — dingen vasthouden. Dat lijkt mij ook beter, want anders hadden de treinen zeker niet op tijd gereden. Hou maar eens een schokdemper vast van 30 kilo. Die moet je even zo voor je houden; je moet op één been steunen en vervolgens moet je die vastschroeven. Hou maar eens een schroeftol vast met een accu van 5 ampère; een joekel, want anders zijn ze te snel leeg. Probeer maar eens om daarmee in een hoek een schroef eruit te boren. Dat heeft een enorme impact op het fysiek van alle mensen die daar werken. Ik sprak er met een jongen van 24 jaar oud. Hij zei: "Ik moet straks doorwerken tot ik ver over de 70 ben. Weet u, meneer Klaver, in mijn familie is geen van de mannen ouder dan 70 geworden. En nu willen jullie daar in Den Haag dat we nog langer gaan werken." Vertel mij maar wat daar nu eerlijk aan is. Op zijn 17de is hij begonnen met werken. Wat is hier eerlijk aan?

Niet alleen als je pech hebt of als je je zorgen maakt — kan ik later nog wel met pensioen? — betaal je de rekening. Daar zit mijn grootste kritiek op de plannen van dit kabinet. De rekening wordt betaald door hele gewone mensen. De belastingen worden voor hen verhoogd; de zorg wordt duurder gemaakt. Dat is problematisch. Als je het vertrouwen in dit land wilt herstellen en dat écht meent, zeg ik tegen de premier, dan zorg je ervoor dat deze mensen erop vooruitgaan. Als je mensen spreekt, dan zie je dat mensen snappen dat zij offers moeten brengen. Dat is het mooie. Als de defensie-uitgaven omhooggaan, dan snappen ze dat: iedereen moet wat bijdragen, ook ik. Maar als je dan leest dat jij de enige bent, dat er van grote vermogens helemaal niets wordt gevraagd, dat er van grote bedrijven die miljardenwinsten maken helemaal niets wordt gevraagd, dan stel je je toch de vraag: wat is hier eerlijk aan? Daarom mijn vraag aan dit kabinet: is het bereid om deze plannen aan te passen? Ik doel in het bijzonder op de "Bontenbalbelasting", de "vrijheidsbijdrage", waarbij ooit bedacht was dat iedereen daaraan gaat bijdragen, maar die nu specifiek gericht is op alle werkenden hier in Nederland. Die gaan de rekening betalen. Mijn vraag is dus: bent u bereid om deze plannen aan te passen? Want wat, vraag ik aan D66, is hier progressief aan? Wat, vraag ik aan het CDA, is hier christendemocratisch aan? Wat is hier "eerlijk"?

Voorzitter. Dan de zorg. In de zorg moet van alles veranderen. Iedereen die hier naar voren komt en gaat zeggen: de zorg is goed; laat het vooral zoals het is ... Dat is gewoon niet waar. Ik neem de jeugdzorg altijd als een belangrijk voorbeeld. De wachtlijsten in de jeugdzorg zijn verschrikkelijk. Tegelijkertijd zien we dat er ook kinderen in de jeugdzorg zitten waarvan je je afvraagt: moeten zij daar wel zijn? Dat vraagt om een verandering van het systeem. Als je het dan doortrekt en er eigen bijdragen betaald moeten gaan worden, is het enige effect dat mensen meer moeten betalen voor de zorg, maar dat de wachtlijsten voor de kinderen die die zorg het meest nodig hebben, blijven bestaan. Dat is een verkeerde keuze, en dat geldt voor heel veel trajecten van de zorg.

Dus ja, met ons valt er te praten over verbeteringen van de zorg, maar de platte bezuinigingen die nu voorliggen, daar gaan wij voor liggen. Die moet je niet doen. Bezuinigingen op de zorg kunnen een sluitstuk zijn, maar als je daarmee gaat beginnen, dan weet ik precies wie de rekening betaalt. De kwaliteit van de zorg gaat dan niet omhoog en de kosten gaan ook niet omlaag. Het enige is dat we het niet meer met z'n allen betalen, maar het neerleggen bij de mensen die ziek zijn. Dat is waar onze kritiek op het eigen risico zit. Dat is waar onze kritiek zit, ook als het gaat over bijvoorbeeld de instroom in de WIA. Ja, er zijn te veel mensen die arbeidsongeschikt worden. Dat is een groot probleem. Maar door te korten op uitkeringen komen er niet minder mensen in een uitkering. Hoe zorg je ervoor dat mensen langer kunnen blijven werken?

Voorzitter. Op veel punten moet het dus eerlijker, en daar zullen wij als oppositie hier in de Tweede Kamer en ook in de Eerste Kamer maximaal op inzetten. Maar op een aantal punten moet het ook behoorlijk ambitieuzer. Daar had ik echt wel meer verwacht. Ik had toch verwacht dat daar meer zou gebeuren, bijvoorbeeld op stikstof. Veel succes aan de nieuwe minister; er ligt een grote klus voor je. Maar met stikstof lijkt het er toch heel erg op dat we terug zijn bij Rutte IV. Ik hoop dat u zich herinnert dat wij die plannen steunden; wij stonden, anders dan de coalitiepartners toen, achter minister Van der Wal om de weg die zij had ingezet voort te zetten. Dat is toen door geruzie in de coalitie allemaal niet doorgegaan. Ik heb dus toch het gevoel dat we weer terug zijn bij Rutte IV, maar we zijn nu wel vijf jaar verder.

Wachten tot 2030 of 2035 duurt te lang. Dit land zit op slot. Je moet dit jaar al actie ondernemen. Dus ja, als het gaat om stikstof staan wij klaar om plannen aan meerderheden te helpen, maar als dat betekent dat we moeten wachten tot 2030 of 2035, dan niet. Dan heeft u ons helemaal niet nodig, succes! Dan verandert er helemaal niks. Dit jaar moeten die keuzes worden gemaakt. Ik wil ook tegen het kabinet zeggen: niet wij moeten besluiten nemen; júllie moeten besluiten nemen. Als jullie weer willen komen met het zoveelste advies of het zoveelste akkoord waar we niks mee kunnen: niet doen! Zélf besluiten nemen; daarvoor zijn jullie aangesteld.

Dan het klimaatbeleid. Dat vond ik onder de minister van Klimaat in Rutte III eigenlijk ambitieuzer. En als we het nu zien ... Overal hoorden we "het kan wél", maar in één zinnetje in het regeerakkoord stond: waarschijnlijk wordt het het niet, dat halen van de doelstellingen. Er komt geen extra beleid, maar dat is wel nodig, om twee redenen. Natuurlijk moet er meer CO2-reductie gerealiseerd worden. Maar er zijn ook ongelofelijk veel bedrijven in dit land die eigenlijk al heel ver vooruitlopen op wat er hier in Den Haag gebeurt, maar gewoon niet aangesloten kunnen worden op het energienetwerk. Zij wachten op vergunningen, maar lopen vast tussen het ministerie van Economische Zaken en het ministerie van IenW, omdat de vergunningverlening daar niet helemaal strak verloopt. Hier is iets extra's nodig. En ja, dan zie ik mooie woorden, maar ik zie geen extra maatregelen. De vraag is: is het kabinet bereid om daarvoor een stap extra te zetten?

Dan de woningbouw. Ik weet niet of de Groep Mona Keijzer eigenlijk wel aanwezig is vandaag, maar ik denk dat die buitengewoon enthousiast is over de woningbouwplannen; die zijn een voortzetting van de plannen die er lagen. Ook hier hadden wij echt meer verwacht, specifiek op het punt van het bouwen voor de lage en middeninkomens, zowel voor de huur- als voor de koopsector. Is het kabinet bereid om ook op dit punt meer ambitie te tonen en grotere stappen te zetten?

Tot slot het punt dat ik het meest pijnlijk vind, namelijk ontwikkelingssamenwerking. Het vorige kabinet heeft de grootste bezuiniging ooit doorgevoerd. Er werd door de coalitiepartijen toch best trots gezegd dat er in ieder geval 250 miljoen euro bij komt. Wat blijkt: dat wordt nu niet ingezet voor ontwikkelingshulp, maar gewoon voor de opvang van vluchtelingen. Hier is het dus niet vergelijkbaar met wat Schoof I deed; het is gewoon nog slechter dan wat er in het vorige kabinet gebeurde. Er gaat minder geld naar ontwikkelingshulp. Het percentage van het bbp zakt nog verder. Ik vind dat pijnlijk. Juist als je zegt dat internationale samenwerking belangrijk is en juist als je zo veel investeert in defensie — wat nodig is en wat wij steunen — moet je ook durven investeren in vrede. Dat doe je door te investeren in ontwikkelingshulp. En ja, het is mooi dat de helft van de bezuinigingen op het postennetwerk wordt teruggedraaid, maar er wordt nog steeds 35 miljoen bezuinigd op diplomatie. Dat is onverstandig, zeker als je dat ziet in het licht van de miljarden die we voor defensie uittrekken. Hier moeten extra stappen worden gezet. Ook hierbij stel ik de vraag aan het kabinet: is het daartoe bereid?

Voorzitter. Op al deze punten staan wij klaar. Wij staan klaar om ervoor te zorgen dat deze plannen ambitieuzer worden, dat we samenwerken en dat er meerderheden op komen, en dat we dit land verder zullen helpen. Ik heb gelijk nadat het avontuur van deze club begon gezegd dat ik het een riskant experiment vind. Daar blijf ik bij. Dit minderheidskabinet is een riskant experiment. Het is heel wat dat dit Nederland nu wordt aangedaan. Het is een riskant experiment, in de zin dat het de voorbode is van een permanente formatie. Maar ik hoop en ben benieuwd naar het volgende: wat gaat het kabinet doen? Gaat dit kabinet van week tot week overleven? Gaat het van week tot week op zoek naar verschillende en wisselende meerderheden, en dan hopen dat het goedkomt? Of gaat het op zoek naar iets meer structurele samenwerkingen met iets meer vooruitkijken en iets meer plannen? Als je namelijk echt wil samenwerken met elkaar, is het een kwestie van geven en nemen. Je komt er best een tijdje mee door, hoor. Ik denk dat u augustus best wel redt met wat geven en nemen en overal shoppen en kijken wat u gaat doen, maar er komt een moment dat de rekening wordt betaald. Ik ben benieuwd hoe het kabinet hiertegen aankijkt en op welke wijze het deze samenwerking wil vormgeven.

Wij kiezen voor verantwoordelijke oppositie. Dat blijf ik zeggen. Dat betekent twee dingen. Eén: wij zijn niet bang om zaken tegen te houden die niet goed zijn. We zullen er alles aan doen om bezuinigingen op de zorg en op sociale zekerheid tegen te houden, maar we zijn ook niet bang om compromissen te sluiten om dit land verder te helpen, bijvoorbeeld wat betreft stikstof, klimaat en woningbouw. Wij zijn ook bereid om te praten over de toekomst van de zorg en de sociale zekerheid, maar dat mag nooit gepaard gaan met die bezuinigingen.

Tot slot wil ik eindigen met het punt dat in het vorige debat centraal stond: de AOW. Ik wil hier nog een keer benadrukken hoe belangrijk dit is voor mijn fractie, maar zoals u weet ook voor de bonden. Wij hebben een akkoord gesloten over de pensioenen. Ik vind het een voorbeeld van hoe wij in Nederland afspraken met elkaar zouden moeten maken. Ik kan u hier zeggen: toen de wet over de pensioenen hier door de Kamer moest, hebben wij hier flinke bonje over gehad in de fractie. Er waren mensen die zeiden: "Oei, moet je dit nu wel doen? Is dit inhoudelijk allemaal wel goed genoeg?" Er waren ook echt redenen om eraan te twijfelen. Moest je hier wel mee verdergaan? Als fractie hebben wij collectief gezegd: dit was een afspraak en daar houden wij ons aan. Als je in dit land vooruitgang wilt boeken, moet je je namelijk aan afspraken durven te houden. Er zitten dan goede dingen in, zoals wat we met de AOW-leeftijd hebben afgesproken, maar ook dingen waar je het minder mee eens bent. Je zet het dan toch voort.

Het feit dat het kabinet hier ongevoelig voor lijkt te zijn en dit wil doorzetten … Pas op met wat u doet, wil ik zeggen. Dit kan het draagvlak voor dit kabinet bij ons, maar ook in de samenleving, verder ondermijnen. Ik zou dat zonde vinden. Keer op uw schreden terug. Haal dit van tafel. Wij gaan hier niet over onderhandelen, zeg ik alvast. Wij hebben deze er niet in gezet. Dit was een afspraak die stond. We hebben hier al een keer over onderhandeld. Deze moet van tafel, anders blijft dit voortslepen. Dit wordt een bottleneck. Wij steken onze hand uit — ik hoop dat het kabinet dat ziet — maar doet het kabinet dat ook? Een belangrijk gebaar, iets wat ze zouden kunnen zeggen, is: "We hebben hier een fout gemaakt; sorry. Er was inderdaad een pensioenakkoord. We trekken deze maatregel terug." Wat ons betreft ligt de weg dan open voor verdere samenwerking op heel veel onderwerpen.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Klaver. Het woord is aan de heer Paternotte voor zijn inbreng in eerste termijn namens de fractie van D66.

De heer Paternotte (D66):
Voorzitter. Het is een bijzondere dag. Binnen vergadert de Tweede Kamer over de regeringsverklaring van het kabinet-Jetten, buiten is het 17 graden. De terrassen zitten vol. Je zou bijna moeten erkennen dat Geert Wilders gelijk had toen hij zei: de zon gaat weer schijnen in Nederland. Wat we natuurlijk niet konden vermoeden, is dat hij eigenlijk bedoelde: de zon gaat weer schijnen in Nederland zodra het kabinet-Jetten in de Tweede Kamer zit.

Voorzitter, laat ik hier meteen een dienstmededeling aan toevoegen, want u heeft dit debat ingepland op mijn verjaardag.

(Geroffel op bankjes)

De voorzitter:
Van harte gefeliciteerd, meneer Paternotte.

De heer Paternotte (D66):
Op 26 februari, dat is dus morgen, maar het is vandaag de verjaardag van mevrouw Straatman van het CDA. Zij is 30 geworden.

(Geroffel op bankjes)

De heer Paternotte (D66):
Nu we toch bezig zijn: het is morgen ook de verjaardag van collega Ouafa Oualhadj uit mijn fractie.

(Geroffel op bankjes)

De heer Paternotte (D66):
Morgen zullen wij dus uiteraard iedereen trakteren; onze collega's, de bodes, de beveiliging en het Kamerpersoneel. Als ze zich een beetje gedragen, zullen we dat ook doen voor vak K. Ik doe deze dienstmededeling maar vast voordat de interrupties komen en ik mij ga bedenken. Vandaar dat ik dit alvast heb gezegd.

De minister-president heeft verklaard hoe hij met zijn kabinet wil regeren. Als ik naar links kijk, zie ik een frisse ploeg die duidelijk zin heeft om aan de slag te gaan met de grote opdracht die ze hebben gekregen. Dat hoeven ze wat ons betreft niet alleen te doen.

Ik zal u vertellen wat u van de D66-fractie kunt verwachten: wij willen een club zijn die meehelpt aan oplossingen, aan vooruitgang. Nederland heeft namelijk echt te lang stilgestaan. Daarom beloofden wij kiezers: we gaan fors meer bouwen, zodat iedereen een eigen betaalbaar thuis kan krijgen. We gaan weer investeren in onderwijs, zodat onze kinderen een eerlijke kans krijgen. We gaan Nederland van het stikstofslot halen en het land met schone energie van eigen bodem weer op koers brengen voor de klimaatdoelen. En we gaan investeren in onze defensie om Nederland en Europa in deze tijd veilig te houden. Die dingen staan nu ook in het coalitieakkoord. We zijn ervan overtuigd dat we ze ook kunnen realiseren, als we het anders durven te doen, als we keuzes durven te maken en als we samen de schouders eronder zetten. U kunt van ons verwachten dat wij het kabinet scherp zullen aanjagen op het behalen van resultaten, die Nederland weer vooruit brengen. En u mag van ons verwachten dat we actief de samenwerking zullen zoeken hier in de Tweede Kamer — want de bal ligt hier — om besluiten te nemen die Nederland beter maken. Dus laat dit de start zijn van een nieuwe manier van samenwerken tussen Kamer en kabinet, waarbij we niet tegenover elkaar staan, maar samen zoeken naar oplossingen voor de uitdagingen van deze tijd.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Allereerst felicitaties voor de verjaardag van de heer Paternotte en de andere mensen die jarig zijn. Slim om de fractie van de Partij voor de Dieren taart in het vooruitzicht te stellen. Daar zijn wij altijd zeer gevoelig voor. We kijken dus uit naar de traktatie morgen. Ik heb toch een kritische vraag. Ik ben blij dat de heer Paternotte zegt: we moeten echt aan de slag met het reduceren van de stikstofuitstoot. We moeten de natuur beschermen en de klimaatdoelen halen. Precies op dat punt zien we dat er in het coalitieakkoord dingen zijn opgeschreven die nog slechter zijn dan onder Rutte IV.

De voorzitter:
En uw vraag?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dus de stikstofdoelen worden niet gehaald en de klimaatdoelen zijn zeer onzeker. Gaat D66 met de andere coalitiepartijen deze plannen herzien voordat we hier in de Kamer daarover doorspreken? Dus gaat u terug naar de tekentafel om de plannen wel aan de minimale wettelijke eisen te laten voldoen? Of wordt dit onderdeel van de onderhandelingen?

De heer Paternotte (D66):
De wettelijke eis staat overeind. Dat is een halvering van de uitstoot van stikstofoxide en een bijna-halvering van de ammoniakuitstoot. Dat is ook keihard nodig voor de Nederlandse natuur. De vraag is natuurlijk hoe je daar komt, maar ik ben ontzettend optimistisch, omdat ik een akkoord zie waarin veel meer concrete maatregelen staan dan we eerder op tafel hebben gehad, die echt kunnen helpen om de natuurgebieden te gaan beschermen. We hebben een minister die dat probleem niet ontkent en niet uit de weg gaat, maar vol richting oplossingen gaat en gister al zijn eerste regeling heeft aangekondigd. We kunnen het niet op dezelfde manier doen als Rutte IV. Ik ben hartstikke kritisch op het vorige kabinet. Daar ga ik vast nog wat meer over zeggen vandaag. Maar uiteindelijk hebben we het met het kabinet-Rutte IV ook niet voor elkaar gekregen om het land van het stikstofslot te halen en om de natuur beter te beschermen. Dus we moeten het op een andere manier doen. Dat zal inderdaad meer samen moeten zijn, met de natuurorganisaties en ook meer samen met de boeren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ja, dat het op een andere manier moet, is wel duidelijk. Rutte IV had minister Van der Wal die probeerde de samenleving, de boeren en de Kamer mee te nemen in de urgentie en de noodzaak. En toen werd ze ondermijnd door het CDA, door haar collega in vak K, dus dat was niet heel handig. Het lijkt of de heer Paternotte zijn eigen coalitieakkoord niet goed heeft gelezen, want er is een halvering van de stikstofuitstoot in 2030 nodig. Wat nu in het coalitieakkoord staat, is een streefdoel met een bandbreedte van 23% tot 25%.

De voorzitter:
En uw vraag?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dus de helft van het wettelijke doel dat we moeten halen, is eraf. Mijn vraag is: wordt dat nog bijgesteld, nogmaals? Worden die plannen aangepast voordat we er hier in de Kamer verder over doorpraten?

De heer Paternotte (D66):
Ik vond Christianne van der Wal oneindig veel beter dan de vorige minister van Landbouw, dat moge duidelijk zijn. Dat was inderdaad ook omdat ze mensen meenam in de noodzaak om iets te doen om de natuur te beschermen in Nederland. We kunnen die natuur namelijk maar één keer beschermen, daarna is ze kapot en krijg je haar nooit meer terug. Het is onze Nederlandse natuur. Het gaat om de Veluwe, het gaat om de Peel, het gaat om de duinen, het gaat om ontzettend veel gebieden die superkwetsbaar zijn door de enorme deken van stikstof in Nederland.

Ik kan er alleen niet omheen dat we destijds ook niet echt lekker van start kwamen. Er is twee jaar compleet verloren gegaan. Het geld dat bedoeld was om de stikstofuitstoot aan te pakken, is door het ministerie van Landbouw uitgereden. We hebben het nu weer vrijgemaakt: die 20 miljard is er weer. Dat is ook waarom bijvoorbeeld Natuurmonumenten en ook Natuur & Milieu zeggen: eindelijk is er in ieder geval weer geld om het probleem aan te pakken. En inderdaad, wat mij betreft moeten die plannen snel verder concreet gemaakt worden en is er geen tijd te verliezen. Ik zie een kabinet dat dat wil gaan doen, het probleem niet ontkent, het geld ervoor heeft en met allerlei concrete maatregelen ervoor gaat zorgen dat we weer van het slot afkomen. Of het nu gaat om de zonering rond natuurgebieden, het instellen van grondgebondenheid, het gaan helpen van boeren met de omslag naar verduurzaming en als het nodig is ook het verplaatsen of het stoppen van een verouderd bedrijf.

De voorzitter:
Afrondend.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dit klinkt natuurlijk allemaal mooi, maar de heer Paternotte gaat totaal niet in op wat er in zijn eigen coalitieakkoord staat. In 2022 zei hij nog iets dat later ook nog is bevestigd door de rechter, namelijk: in 2030 moet de uitstoot 50% zijn gehalveerd. Dat wil zeggen: om en nabij. Er is een kleine bandbreedte, maar het gaat om 50%. In zijn coalitieakkoord staat nu wat mevrouw Wiersma had voorgesteld: 23% tot 25%. Dan kan je zeggen "we hebben geld, we hebben een nieuwe minister, we snappen waarom het nodig is om de natuur te herstellen", maar wat je met elkaar hebt afgesproken is een halvering van het minimale dat nodig is.

De voorzitter:
En uw vraag?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dus de vraag is toch heel reëel: wordt dat aangepast? Want anders kan je er net zo veel geld tegenaan gooien als je wil en kan de nieuwe minister van Landbouw met boeren gaan praten, maar de natuur zal nog steeds verder naar de vernieling gaan.

De heer Paternotte (D66):
Ik ben het voor een groot deel met mevrouw Ouwehand eens. Ik had ook heel graag in 2023 een andere verkiezingsuitslag gezien, waardoor niet de partij van de heer Wilders de grootste werd en er twee jaar lang eigenlijk helemaal niks gebeurde om dit probleem aan te pakken, en dat we destijds gewoon vol aan de slag konden met wat het kabinet nu eigenlijk gaat doen. Ik wilde ook dat ze daar toen al mee waren begonnen. Ik hoorde de minister-president dat net ook zeggen: het beste moment om dit aan te gaan pakken is gisteren. Het op één na beste moment is wel nú.

Er zijn twee jaren verloren gegaan, het stikstofdoel dat we toen hadden is uit het zicht geraakt. Dat is slecht nieuws voor de natuur, maar volgens mij ook voor heel veel boeren en voor de luchtkwaliteit in Nederland. Maar we gaan er nu wel vol voor en dan heeft het niet zo heel veel zin om eindeloos met elkaar te blijven praten over het doel dat we in 2022 met elkaar hadden. Dan gaat het erom: wat kan je dit jaar, wat kan je volgend jaar, wat kan je morgen voor elkaar krijgen? Ik heb gisteren al gezien dat de minister een eerste stap, een eerste regeling heeft aangekondigd waar we in feite twee jaar op hebben moeten wachten; op zijn eerste dag. Dan denk ik: die gaat aan de slag. Die gaat aan de slag om dit probleem aan te pakken. Laten we er samen aan gaan werken.

Mevrouw De Vos (FVD):
De nieuwe premier heeft een aantal jaren geleden gezegd dat stikstof "een verstikkende deken over de natuur legt, waardoor deze langzaam afsterft". Ik vroeg me af of de heer Paternotte achter die uitspraak staat of dat hij inmiddels zijn biologiekennis wat heeft bijgespijkerd.

De heer Paternotte (D66):
Ik ben een liefhebber van de wetenschap en ik sta achter die uitspraak.

Mevrouw De Vos (FVD):
Kan de heer Paternotte mij dan misschien de drie belangrijkste voedingsstoffen noemen, die voor planten onmisbaar zijn om te kunnen groeien?

De heer Paternotte (D66):
Stikstof is daar eentje van. Als je te veel stikstof hebt, verzuurt de bodem gigantisch. Dan wordt die op een gegeven moment zuurder dan cola, en dan zijn er maar heel weinig soorten die kunnen overleven, maar brandnetels en bramen doen het dan uitstekend. Dan krijg je een totale monocultuur in de natuur — dat is wat we nu op veel plekken zien gebeuren — en dan sterft de Nederlandse, Hollandse natuur af. Die zouden wij juist moeten beschermen.

De voorzitter:
Afrondend.

Mevrouw De Vos (FVD):
Dan zou ik de heer Paternotte toch willen aanraden om zijn biologiekennis iets verder bij te spijkeren, want hoe meer stikstof je hebt, hoe meer andere planten er gaan groeien. Dat kan inderdaad betekenen dat er ook bepaalde planten worden verdreven, maar het is niet zo dat de natuur afsterft. Zolang je vast blijft zitten in dit geloof, zal je ook dit soort maatregelen blijven nemen, die nu ook worden gepresenteerd in het coalitieakkoord. Maar de consequentie daarvan is dat, als je die maatregelen daadwerkelijk wil treffen en die doelen wil halen, de enige manier om dat te doen is dat je alle economische activiteit in Nederland stopzet. Ik zou de heer Paternotte het volgende willen vragen. Als dat inderdaad het doel is, als je echt die doelen wil halen, kan hij dan ook eerlijk zijn over de consequenties daarvan?

De heer Paternotte (D66):
Zeker, maar je kunt ook gewoon Nederland in gaan. Je kunt ook de natuur in lopen, zoals ik ook vaak heb gedaan. Dan zie je de bramenstruiken die velden overwoekeren. Als je op luchtfoto's kijkt, dan zie je dat er in de eikenbossen allerlei bomen al lang zijn afgestorven omdat de bodem te zuur is geworden. Je kunt zeggen dat sommige soorten, zoals de brandnetel, hartstikke goed gaan op stikstof, maar een land vol met brandnetels, zoals Forum voor Democratie bepleit, is niet zoals ik het voor me zie.

De voorzitter:
De heer Wilders. Nee, mevrouw De Vos. Drie hadden we …

Mevrouw De Vos (FVD):
Nee, maar hij is niet ingegaan op de tweede helft van mijn vraag.

De voorzitter:
Ja. Dit is het antwoord dat het is.

De heer Wilders (PVV):
Ook ik zou de heer Paternotte willen feliciteren met zijn verjaardag. Het trieste is dat de rest van Nederland nog lang niet jarig is met uw beleid. Ik had dus eigenlijk verwacht dat hij zou beginnen met … Ja, excuses zijn misschien te veel gevraagd, uw karakter kennende, maar ik had toch een beetje een mea culpa verwacht voor de ontzettende kaalslag die uw kabinet op Nederland gaat toepassen. Het is ongekend. U gaat 15 miljard euro bezuinigen op de zorg en de sociale zekerheid, van AOW tot gehandicaptenzorg, van het eigen risico tot de mensen in de WIA, noem het maar op. 15 miljard. Ongekend. De zon gaat helaas nog lang niet schijnen, zeg ik tegen de heer Jetten, via u. Bent u bereid om een beetje tot inkeer te komen, op uw verjaardag, nota bene, en toe te geven, uw excuses aan te bieden voor de puinhoop die u dadelijk over Nederland heen gooit? Mensen trekken dit niet, 15 miljard aan bezuinigingen.

De heer Paternotte (D66):
De heer Wilders noemde mij net "de heer Jetten". Het is denk ik goed om even aan te geven dat hij dáár zit. Het is ook heel goed dat hij daar zit.

De heer Wilders (PVV):
Wat is het verschil?

De heer Paternotte (D66):
Dat laat ik aan anderen ter beoordeling, maar ik vind het verder een buitengewoon compliment dat u mij net "de heer Jetten" noemde.

De voorzitter:
Uw antwoord.

De heer Wilders (PVV):
U behoort beiden tot de …

De voorzitter:
Nee, meneer Wilders, meneer Paternotte is aan het woord.

De heer Paternotte (D66):
Wij kijken hoe Nederland ervoor staat. We hebben met elkaar een hele uitgebreide verzorgingsstaat, een van de uitgebreidste van de wereld. Daar mogen we trots op zijn. Maar die heeft ook onderhoud nodig; die heeft in het verleden onderhoud nodig gehad en die heeft dat ook nu nodig. Dat betekent dat je voor een grote opgave staat. Je moet bereid zijn om keuzes te maken. Je moet stappen zetten om die verzorgingsstaat houdbaar te houden voor de toekomst, zodat ook volgende generaties — hij gaat al een tijdje mee — daar nog aanspraak op kunnen maken. Daarom worden nu die stappen gezet. Daar moet je geen excuses voor maken; daar moet je mensen in meenemen. Je moet zorgen dat de meest kwetsbaren in Nederland dat kunnen meemaken. Je moet zorgen dat de economie weer gaat groeien, dat we Nederland van het stikstofslot halen, dat er weer betaalbare huizen worden gebouwd, dat die verloren tijd van de afgelopen twee jaar wordt ingehaald. Dat is wat we nu moeten gaan doen: Nederland weer in beweging krijgen.

De heer Wilders (PVV):
Dit is echt een bijzonder zwak antwoord. Onderhoud? Het is geen onderhoud, u sloopt Nederland. U sloopt Nederland! Mensen gaan tot 500, 600 euro aan die rare vrijheidsbijdrage betalen. Mensen gaan volgens het CPB tot €500, €600 aan eigen risico betalen. U pakt de gehandicaptenzorg. U pakt de ouderenzorg. U haalt de envelop van 600 miljoen bij de ouderenzorg helemaal weg. U snijdt in de WW. Je moet bijna 24 jaar gewerkt hebben om nog 1 jaar WW te krijgen in uw plannen. De mensen die nu tv zitten te kijken, willen graag van u horen waarom u dat doet. Waarom in hemelsnaam heeft u dat extreem asociale beleid, waarmee u juist de mensen met een lager inkomen, maar ook de middeninkomens, de zieken, de gehandicapten zo hard pakt? Waarom?

De heer Paternotte (D66):
We hebben vorige week allemaal gezien dat alle inkomensgroepen er de komende jaren op vooruitgaan in hun koopkracht als de plannen die in het coalitieakkoord zijn gepresenteerd een-op-een zouden worden overgenomen. Maar wij staan ook voor de heel grote taak om ervoor te zorgen dat bijvoorbeeld de zorg betaalbaar blijft en dat we die kunnen blijven aanbieden. Hetzelfde geldt voor de sociale zekerheid. Als wij dit niet zouden doen, dan zouden de zorgkosten oplopen van 120 miljard nu naar zo'n 135 miljard in 2030. Dan zou een op de vier Nederlanders straks in de zorg moeten gaan werken. Die mensen zijn er niet! Wat je dan krijgt, is het recept van Wilders, namelijk meer wachtlijsten en hogere premies. In de twee jaar waarin Geert Wilders de leider van de grootste partij was, is de zorgpremie in Nederland met €240 per jaar gestegen. Daar hebben we hem nooit over gehoord, maar dat geldt wel voor iedereen. Het maar laten gebeuren en niet bereid zijn om iets te doen om ervoor te zorgen dat we én goede zorg hebben én die ook betaalbaar blijft, leidt ertoe dat de kosten voor mensen steeds hoger worden, terwijl de zorg steeds verder weg komt en de wachtlijsten langer worden.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Wilders (PVV):
Afrondend, voorzitter. Het is echt te verschrikkelijk voor woorden wat dit kabinet gaat doen. Van mij mogen zij vandaag nog vertrekken. U bent daar mede verantwoordelijk voor! U pakt juist de mensen met een lage beurs, u pakt de middeninkomens, u zorgt ervoor dat die mensen het gewoon niet meer trekken. Het lukt ze niet meer. Ze kunnen het niet meer betalen. U haalt tientallen miljarden op om ze vervolgens te kunnen besteden, maar waar besteden we dat geld dan aan? Geeft u dat dan terug aan de mensen? Nee, helemaal niet! U besteedt het aan de asielopvang. U besteedt het aan stikstof, om de boeren om zeep te helpen. Ik zag staan dat u voor het klimaatbeleid cumulatief 85 miljard reserveert in 2055. U gaat het allemaal uitgeven aan die gekke linkse hobby's, terwijl u de mensen daarvoor in hun portemonnee pakt! Dat moet u niet doen; het is asociaal en daar moet u zich voor schamen.

De heer Paternotte (D66):
Dit is wel echt een grijsgedraaide plaat aan het worden. Dit is exact hetzelfde wat Wilders altijd al deed, alleen klopt het verhaal nu totaal niet meer. Ik bedoel, geld aan asielopvang: ja, om het structureel op orde te brengen, zodat we niet meer cruiseschepen en hotels nodig hebben om mensen op te vangen. Dat is waarom het kabinet waar de heer Wilders de baas van was, meer geld uitgaf aan asielopvang dan dit kabinet gaat doen. Klimaat: ja, wij vinden dat Nederlanders een betaalbare energierekening nodig hebben. We hebben dat geprobeerd te bereiken door heel veel gas uit Rusland te halen, van Poetin. Of door het met schepen hiernaartoe te laten varen uit Qatar of uit Amerika. Subsidie voor het Midden-Oosten, "subsidie voor de sjeiks", zou je kunnen zeggen. Dat is wat de oplossing van Wilders was. Onze oplossing is anders. Betaalbare energie van eigen Hollandse bodem, of het nou windmolens op de Noordzee zijn, zonnepanelen op daken of een paar kerncentrales. Dat is wat uiteindelijk in Nederland ervoor zorgt dat we niet afhankelijk zijn van andere landen en dat we die energierekening betaalbaar kunnen krijgen.

De heer Vermeer (BBB):
De heer Paternotte laat hier wat ons betreft echt een staaltje van tekentafelpolitiek zien, want in zijn gesprek met de heer Wilders net gaf hij aan dat wij de nodige mensen helemaal niet hebben voor in de zorg. Als dat zo is, dan kan het natuurlijk niet zijn dat de zorgvraag toeneemt as je het eigen risico verlaagt. De vraag kan wel toenemen, maar de aantallen in de zorgverlening en de kosten daarvoor niet, maar dat terzijde. Wat mij veel meer triggerde, was de grote flauwekul die er net verteld werd over bramenstruiken die velden overwoekeren. Als dat al zo is, dan is de heer Paternotte gewoon op een bramenkwekerij geweest. Dit is echt de grootste flauwekul.

De voorzitter:
En uw vraag?

De heer Vermeer (BBB):
En daar waar eikenbomen staan die volgens hem bruin worden vanwege verzuring: zij veroorzaken zelf verzuring. Droogte is het punt.

De voorzitter:
Uw vraag?

De heer Vermeer (BBB):
Ik wil even weten waar het nieuwe beleid van dit kabinet op het gebied van landbouw en de hele stikstofproblematiek afwijkt van het afgelopen kabinet.

De heer Paternotte (D66):
Allereerst gefeliciteerd aan de heer Vermeer met zijn benoeming tot fractievoorzitter. Mooi dat we nu collega's zijn en dat we allebei, na achter de schermen te hebben gewerkt, weer iets voor de schermen gaan doen. Om eikenbomen de schuld te geven van de verzilting gaat mij wat te ver, maar het beleid verschilt allereerst in het feit dat er 20 miljard euro beschikbaar is in het stikstoffonds, om te zorgen dat we de natuur kunnen versterken en de boeren kunnen helpen met de verduurzaming. Dat geld was er eerder ook, geef ik toe, maar het vorige kabinet, onder aanvoering van BBB, heeft gezegd: we willen dat geld niet meer. Ik zie dat ook veel boerenorganisaties blij zijn dat er nu een nieuw kabinet zit. De reden daarvoor is mede dat er nu eindelijk geld is om maatregelen te kunnen nemen die weer wat lucht kunnen geven en weer wat toekomstperspectief kunnen bieden. Daarnaast is een groot verschil dat je een hele trits aan concrete maatregelen ziet in het akkoord. Ik noemde er net al een aantal. Die zijn allemaal bedoeld om de natuur en boeren te helpen en om de omslag te kunnen maken naar een landbouw waarmee we vooruit kunnen in Nederland, die weer toekomst kan bieden. Dat is, denk ik, het grote verschil met het vorige kabinet.

De heer Vermeer (BBB):
Dat eerdere fonds waar de heer Paternotte naar verwees, was een boerenoprotfonds. Dat was helemaal niet bedoeld om boeren te laten verduurzamen of om de natuur te herstellen. Dat was vooral bedoeld om boeren uit te kopen. Als dat nu ook weer de bedoeling is … De heer Paternotte kan straks ook nog mooie verhalen gaan houden over de geopolitieke situatie en wat wij allemaal nodig hebben om ons daartoe te verhouden, maar op dit moment wordt de voedselzekerheid in de wereld door deze maatregelen, door het uitkopen van nog meer boeren, sterk onder druk gezet. Hoe kijkt de heer Paternotte daarnaar?

De heer Paternotte (D66):
Dat fonds was echt niet alleen maar om uit te kopen. Er zijn behoorlijk wat boeren die vlak bij natuurgebieden zitten en die zeggen: ik wil graag weten waar ik aan toe ben en van wat voor regelingen ik gebruik kan maken. De regelingen die er waren, zijn ook volop benut. Dat fonds was er ook om bedrijven te helpen verduurzamen, om te zorgen dat je een stal kunt verbouwen of een mestvergister kunt neerzetten, of dat je iets kan doen om het bedrijf te verduurzamen zodat de natuur ernaast ook beter in stand kan blijven. Het was ook bedoeld om sommige te helpen verplaatsen, want als je vlak naast een heel kwetsbaar natuurgebied zit, kan je misschien verderop zitten, waar weer meer ruimte is. Het was ook bedoeld om de natuur te helpen versterken, zodat we de natuur in Nederland kunnen beschermen. U heeft dat geld weg laten rijden. Volgens mij was dat een verkeerde keuze. Dat vinden niet alleen wij, maar dat vinden zelfs ook heel veel boerenorganisaties. Laten we nou samenwerken om te zorgen dat we, nu het geld er wel weer is, de natuur kunnen gaan beschermen en dat de boeren eindelijk een keer weten waar ze aan toe zijn en ook wat perspectief krijgen.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Vermeer (BBB):
Het is duidelijk: de heer Paternotte heeft de feiten rond dat boerenoprotfonds gewoon niet op orde. Het geld dat er nu zogenaamd extra beschikbaar gesteld wordt, is niets anders dan geld dat al gepland stond naar voren halen. Dat had de heer Paternotte er eigenlijk ook bij moeten zeggen.

De heer Paternotte (D66):
Dan moet de heer Vermeer de cijfers echt even op orde brengen. Dat geld was er niet meer, dat geld was weg. Het is nu inderdaad weer terug en dat is heel hard nodig.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Morgen zal ik collega Paternotte van harte feliciteren met zijn verjaardag, met plezier, maar vandaag feliciteer ik hem ook, namelijk omdat Nederland een kabinet weer heeft, een missionair kabinet. Volgens mij snakken heel veel mensen ernaar dat er een stevige ploeg aan de slag gaat. Deze coalitie heeft plannen bedacht. Dan heb je een bepaald gevoel bij wat de uitkomsten zullen worden, ook als de doorrekeningen komen. Toen ik de doorrekeningen zag, dacht ik: het is opnieuw goed dat er geïnvesteerd wordt in defensie, maar het kan toch niet zo zijn dat er vervolgens een gat wordt geschoten in de portemonnee van de mensen die het eigenlijk al het zwaarst hebben. Hoe kijkt de heer Paternotte naar de doorrekeningen en wat zijn de momenten waarop hij dacht: oeh, daar is nog wel verbetering nodig?

De heer Paternotte (D66):
Volgens mij is in de afgelopen acht jaar de armoede in Nederland gehalveerd. Dat is op zich mooi, maar dat betekent dat er nog steeds heel veel Nederlanders zijn die in armoede leven en die elke dag niet weten hoe ze de eindjes aan elkaar moeten knopen. In de doorrekening wordt gezegd dat dat percentage in de komende vier jaar met 0,1% zou toenemen. Dan kun je het hebben over een percentage, maar het gaat gewoon om veel Nederlanders voor wie geldt dat ze dan in armoede zouden gaan leven. Dat willen wij niet, dus ik zou het kabinet ook willen vragen: ga aan de slag om dat te voorkomen. We willen dat de armoede afneemt. Ik dacht wel toen ik de doorrekeningen las: is nou echt alles hier goed in meegenomen? Het CPB moet namelijk razendsnel zo'n doorrekening maken. Er is geld voor chronisch zieken. Er is geld om armoede aan te pakken. Er is nog niet vastgelegd hoe dat wordt ingezet. Dat moet samen met gemeenten gaan gebeuren. Maar is dat nou ook meegerekend door het CPB? Ik geloof het niet, dus ik hoop ook dat als daar beter naar gekeken wordt, het beeld er beter uitziet. Maar de armoede in Nederland moet, net als de afgelopen tien jaar, wat mij betreft alleen maar omlaag en niet omhoog.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Heldere uitspraak van collega Paternotte dat dit coalitieakkoord daarmee ook een openingsbod is om te zorgen dat er op een aantal punten echt verbeteringen optreden, juist voor mensen met een kleine portemonnee. Dat begint met de armoede.