Plenair verslag Tweede Kamer, 43e vergadering
Donderdag 12 februari 2026

  • Begin
    10:15 uur
  • Sluiting
    0:00 uur
  • Status
    Ongecorrigeerd

Opening

Voorzitter: Van Campen

Aanwezig zijn leden der Kamer, te weten:

De voorzitter:
Ik open de vergadering van donderdag 12 februari 2026.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:
Ik deel aan de Kamer mee dat er geen afmeldingen zijn.

Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.

Hamerstukken

Hamerstuk

Aan de orde is de behandeling van:

  • het wetsvoorstel Wijziging van de Wet op het financieel toezicht, de Faillissementswet en de Bankwet 1998 in verband met aanpassingen van het crisisraamwerk voor banken en beleggingsondernemingen ter aanvulling op de implementatie van Richtlijn 2014/59/EU en Richtlijn (EU) 2019/879 betreffende het kader voor herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen (Wet nadere uitvoering BRRD-implementatie) (36822).

Dit wetsvoorstel wordt zonder beraadslaging en, na goedkeuring van de onderdelen, zonder stemming aangenomen.

Stemmingen

Stemmingen


Stemmingen Wet werkelijk rendement box 3

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 om werkelijke inkomsten uit bezittingen en schulden in box 3 te belasten (Wet werkelijk rendement box 3) (36748).

(Zie wetgevingsoverleg van 4 februari 2026.)

De voorzitter:
Hedenochtend zullen wij alleen stemmen over de ingediende amendementen en de artikelen. De eindstemming over het wetsvoorstel zal bij aanvang van de middagvergadering plaatsvinden. Het betreft de Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 om werkelijke inkomsten uit bezittingen en schulden in box 3 te belasten (Wet werkelijk rendement box 3). Er zijn drie stemverklaringen, van de heren Stoffer, Vermeer en Grinwis. Ik geef het woord aan de heer Stoffer voor zijn stemverklaring. Gaat uw gang.

De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter. Ik heb een stemverklaring bij het amendement op stuk nr. 36 van de heer Vermeer. De SGP is kritisch over het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3. Het is een verbetering van het huidige stelsel. Dat geven we toe, maar het totaalplaatje is niet wat de SGP als ideaal voor ogen heeft. Er zitten nog heel veel haken en ogen aan. Een daarvan is het lage heffingsvrij resultaat. Met een gemiddeld rendement komen belastingplichtigen met bijvoorbeeld een beperkte aandelenportefeuille al heel snel boven die grens uit. De groep belastingplichtigen wordt ook flink uitgebreid. Het amendement op stuk nr. 36 van de heer Vermeer verhoogt het heffingsvrij resultaat naar €3.600. Dat doel steunen we, maar goede voorstellen moeten ook goed gedekt worden, want anders verleggen we de rekening naar toekomstige generaties. Bij dit sympathieke voorstel zit geen dekking. Het laat de staatsschuld oplopen. Dat is wat ons betreft zeer ongewenst. Vandaar dat wij tegen dit amendement zullen stemmen.

De voorzitter:
Dank u wel. De stemverklaringen van de heren Vermeer en Grinwis zullen plaatsvinden bij de stemmingen over het wetsvoorstel. Dat zullen we doen bij aanvang van de middagvergadering.

In stemming komt het amendement-Stultiens/Jimmy Dijk (stuk nr. 10, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, de PvdD en DENK voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement de overige op stuk nr. 10 voorkomende amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het amendement-Stultiens/Teunissen (stuk nr. 30, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, Volt en de PvdD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement de overige op stuk nr. 30 voorkomende amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het gewijzigde amendement-Grinwis (stuk nr. 38).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, Volt, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower en FVD voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het amendement-Vermeer (stuk nr. 36).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het amendement-Grinwis (stuk nr. 31, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, DENK en de ChristenUnie voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement het andere op stuk nr. 31 voorkomende amendement als verworpen kan worden beschouwd.

In stemming komt het gewijzigde amendement-Hoogeveen (stuk nr. 43, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit gewijzigde amendement de overige op stuk nr. 43 voorkomende gewijzigde amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het tweede nader gewijzigde amendement-Grinwis c.s. (stuk nr. 40, I) tot het invoegen van een artikel IA.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor dit tweede nader gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit tweede nader gewijzigde amendement de overige op stuk nr. 40 voorkomende tweede nader gewijzigde amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het nader gewijzigde amendement-Hoogeveen (stuk nr. 42, I) tot het invoegen van artikelen IA en IB.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, JA21, BBB, Groep Markuszower en FVD voor dit nader gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit nader gewijzigde amendement de overige op stuk nr. 42 voorkomende nader gewijzigde amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het amendement-Inge van Dijk (stuk nr. 11).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

Dat waren de stemmingen. Ik schors voor een kort ogenblik.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Begrotingen Klimaat en Groene Groei 2026 en Klimaatfonds 2026

Begrotingen Klimaat en Groene Groei 2026 en Klimaatfonds 2026

Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van:

  • het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei (XXIII) voor het jaar 2026 (36800-XXIII);
  • het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaat van het Klimaatfonds voor het jaar 2026 (36800-M).


Termijn antwoord

(Zie vergadering van 10 februari 2026.)

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de begroting Klimaat en Groene Groei. Het betreft het antwoord in de eerste termijn van de zijde van het kabinet en de voortzetting.

De algemene beraadslaging wordt hervat.

De voorzitter:
Ik heet de minister in vak K van harte welkom. Ik geef haar het woord voor de beantwoording. Wellicht kan zij ons meenemen in de wijze waarop zij haar beantwoording heeft gestructureerd.

Minister Hermans:
Voorzitter. Dan zal ik daarmee beginnen in het kader van de orde. Dat ga ik doen langs vijf lijnen, blokjes of mapjes, of niet echt mapjes, want ik heb hier één mapje liggen. Het zijn in ieder geval vijf lijnen. Ik begin met de betaalbaarheid, gevolgd door de verduurzaming van de industrie, netcongestie, kernenergie en tot slot een aantal overige vragen.

De voorzitter:
Ik stel de leden voor om interrupties te doen na ieder afgerond blokje. Ik zie dat daar volmondig mee wordt ingestemd. Het woord is aan de minister voor haar beantwoording. Gaat uw gang.

Minister Hermans:
Ik zal het aangeven wanneer ik bij het einde van een blokje aanbeland ben.

De voorzitter:
Hogelijk gewaardeerd, nu al.

Minister Hermans:
Dank, voorzitter. Eind vorige maand was ik in de Eemsdelta. Daar opende de koning een nieuwe fabriek van CIRCTEC, een mooie toekomstgerichte onderneming. De fabriek gaat jaarlijks een enorme hoeveelheid oude autobanden omzetten in nieuwe grondstoffen. Dat levert banen op en een enorme CO2-besparing. Het zijn dit soort projecten — daar zijn er echt nog veel meer van — en regio's, zoals de Eemsdelta, die cruciaal zijn voor onze ambities voor klimaat en groene groei. Bij dit soort projecten is de afstand tussen Den Haag en Groningen of tussen Groningen en Den Haag niet relevant — zeg ik via u, voorzitter, tegen mevrouw Van Oosterhout, die nog niet binnen is. Zij refereerde daaraan in haar maidenspeech, waarmee ik haar wil feliciteren. Dat waren prachtige woorden. Want die afstand is niet relevant, zeker als je kijkt naar de opgave waar we voor staan in de klimaat- en energietransitie. In het hele land vraagt dat inzet, energie en betrokkenheid. En dat gebeurt ook: je ziet in het hele land prachtige voorbeelden van innovatie van ondernemers die een stap vooruitzetten.

Voorzitter. Ik ben het ook eens met mevrouw Van Oosterhout dat die afstand niet relevant is. Ik ken het zelf van vroeger. Ik heb zelf in Friesland gewoond. Dan ervaarde ik ook dat vrienden dachten dat het naar Friesland langer rijden was dan van mij naar hen. Maar het is even ver, van welke kant je het ook bekijkt. Of beter nog: het is even dichtbij. Dat moet het ook zijn, als je het aan mij vraagt. Beleid moet dichtbij zijn. Daarmee bedoel ik: het moet werken. Daarvoor moet je elkaar spreken en naar elkaar luisteren. Dat geldt altijd, maar zeker voor activiteiten die we in de ondergrond doen, gaswinning in het bijzonder. Daarop kom ik later nog uitgebreider terug.

Eerst nog even naar Groningen, naar CIRCTEC. Want bij CIRCTEC zien we dat de omstandigheden om te kunnen verduurzamen gunstig zijn. Er is op termijn voldoende toegang tot windenenergie en waterstof, waardoor belangrijke verduurzamingsstappen nu ook mogelijk zijn. Dat is niet overal zo, dus we moeten hier vanuit de overheid werk van blijven maken en die randvoorwaarden op orde blijven brengen, om Nederland sterker, onafhankelijker en duurzamer te maken.

Daarvoor zijn de komende jaren drie zaken cruciaal. Ten eerste is er stevig en voorspelbaar beleid voor de lange termijn nodig. Ik kan het dan ook niet meer eens zijn met wat de heer Jumelet daarover zei in zijn eerste termijn. Stevig en voorspelbaar beleid is vereist, niet tot 2030 maar tot 2040, zodat investeerders en regio's zekerheid hebben en plannen kunnen maken. En we moeten uitvoeren wat we met elkaar hebben afgesproken. Ten tweede moeten we de uitvoering op orde brengen en de randvoorwaarden verbeteren, zodat we resultaten gaan zien: nieuwe energie-infrastructuur, voldoende duurzame energie en nieuwe banen. Dit kan ook niet zonder in regio's op een goede en effectieve manier samen te werken, zodat we doelen omzetten in concrete projecten. Ten derde is er blijvende aandacht nodig voor de betaalbaarheid en het concurrentievermogen, zodat huishoudens en ondernemingen vooruit kunnen en weten waar ze aan toe zijn.

Voorzitter. Daarmee kom ik bij de vragen die gesteld zijn over betaalbaarheid. Ik begin met een vraag van de heer Kops. Ik weet niet of dit een teken is van de dag, maar die liep net even de zaal uit. Ah, daar is de heer Kops weer! Die vroeg mij wat ik nou ga doen voor huishoudens en hun energierekening. Ik begrijp goed dat mensen zich blijvend zorgen maken over de hoogte van de energierekening. Als je de stijgende gasprijzen ziet op de groothandelsmarkt en de koude periodes die eraan komen, begrijp ik dat je je afvraagt: wat doet dit en wat betekent dit voor mijn energierekening? Dit is voor het kabinet dus ook een blijvend aandachtspunt. Energie moet niet alleen beschikbaar zijn; ze moet ook betaalbaar zijn en blijven voor iedereen. Niet om dit vraagstuk te bagatelliseren, maar wel om even de cijfers en de situatie feitelijk neer te zetten, zeg ik: op dit moment liggen de gastarieven voor een eenjarig vast contract 11% lager ten opzichte van vorig jaar januari en 3% lager ten opzichte van afgelopen december.

Maar nogmaals, dat ontslaat ons niet van de plicht hier continu aandacht voor te hebben en de inzet die dit kabinet op meerdere fronten pleegt door te blijven zetten, door huishoudens te steunen voor wie de energierekening een probleem is. Daarvoor heeft dit kabinet de energiebelasting structureel verlaagd met 100 miljoen euro per jaar vanaf 2026. Er is hulp en er zijn financiële middelen beschikbaar om woningen beter te isoleren en het energiegebruik daardoor te verminderen. Dat is natuurlijk uiteindelijk, op de lange termijn, structureel de beste manier om de energierekening naar beneden te brengen. Specifiek voor mensen die hun rekening niet kunnen betalen, wordt er dit jaar 30 miljoen euro extra uitgekeerd aan gemeenten, die hiermee huishoudens in energiearmoede aanvullend kunnen ondersteunen. Tot slot wordt er door de collega's op het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid keihard gewerkt aan de realisatie van het publieke energiefonds, met als inzet om dat deze winter gereed te hebben.

Voorzitter. We hebben ook een aantal subsidieregelingen waarmee we mensen helpen en waarmee we de drempel verlagen om een verduurzamingsmaatregel te nemen. Een daarvan is de Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen. De heer Flach en de heer Klos hebben daar vragen over gesteld.

De heer Klos vroeg het volgende. Er staat nu geld gereserveerd op de begroting voor de ISDE-regeling — die is gericht op het subsidiëren van onder andere warmtepompen — maar zouden we dat geld eigenlijk niet moeten gebruiken om de Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen nog een impuls te geven? De heer Flach merkte namelijk terecht op dat het aanvullende budget van 20 miljoen euro dat het kabinet in december beschikbaar heeft gesteld, heel snel op was; sterker nog, dat was overtekend. Dit is een hele begrijpelijke vraag, want ik onderschrijf met de heer Klos en de heer Flach het belang van de opschaling van collectieve warmte en de essentiële rol die woningcorporaties en andere verhuurders spelen om dit te ondersteunen. Ik zei al: we zagen de enorme belangstelling voor die regeling eind vorig jaar. Wellicht hing die samen met de behandeling van de Wet collectieve warmte in de Eerste Kamer. Het is goed dat die wet nu eindelijk door beide Kamers behandeld en aangenomen is. Daarmee staat het fundament voor hoe we dit gaan organiseren. Nu moeten we het ook voor elkaar krijgen. Daar kan die regeling aan bijdragen. Ik snap dus heel erg de vraag en het verzoek. Tegelijk zeg ik: ik zou dit heel graag aan mijn opvolger, of aan een volgend kabinet over willen laten, omdat dat dan mee kan lopen in de reguliere besluitvorming die plaatsvindt over de manier waarop je de middelen uit het Klimaatfonds besteedt, zodat we ook het advies kunnen afwachten dat TNO en PBL altijd geven op de voorstellen die vanuit de ministeries worden gedaan voor het besteden van de Klimaatfondsmiddelen en zodat we dat ook op een zo efficiënt en doelmatig mogelijke manier doen. Maar nogmaals, ik onderschrijf het belang en ik zie ook dat het nodig is om die duurzame warmte te blijven aanjagen en stimuleren.

Voorzitter. Nu we het hebben over de gebouwde omgeving, kom ik even bij een vraag van de heer Jumelet over koeling en de relevantie daarvan. Daarover deel ik dat het vraagstuk van koeling steeds belangrijker wordt en dat de koelbehoefte ook toeneemt, bijvoorbeeld omdat we steeds meer en beter isoleren. Goed inzicht in de precieze koelbehoefte is dus belangrijk. Halverwege 2025, dus vorig jaar, is door het kabinet de zogenaamde Hitte aanpak gepresenteerd. In de bouwregelgeving worden op dit moment ook al eisen en normeringen voor het voorkomen van oververhitting meegenomen bij nieuwbouw en renovaties. Bij de energieprestatieberekeningen wordt al expliciet gekeken naar de koelbehoefte en het risico op oververhitting bij nieuwbouwwoningen. Maar we zien ook dat we mogelijk nog niet alle antwoorden op dit vraagstuk hebben. Er loopt op dit moment dus ook een interdepartementaal beleidsonderzoek, een ibo-onderzoek, naar de energietransitie van de woningvoorraad richting 2050. Ook daarin wordt de koelbehoefte betrokken. De relevantie van het onderwerp voor ons energiesysteem en specifiek voor de gebouwde omgeving deel ik dus. Die zit volgens mij ook in een aantal stappen die al gezet zijn en in dat onderzoek. Ik zou nu dus geen aparte visie willen ontwikkelen, zoals de heer Jumelet mij vroeg. Daarvoor zou ik eerst echt even de resultaten van het onderzoek willen afwachten. Maar nogmaals, het belang onderschrijf ik.

Voorzitter. In het kader van de betaalbaarheid vroeg de heer Grinwis specifiek naar de nettarieven. De heer Grinwis, zeg ik via u, voorzitter, noemde de amortisatie. Hij vroeg ook of er niet gekeken moet worden naar een kapitaalstorting bij TenneT. Even over de amortisatie en de langere afschrijvingsperiode als een manier voor TenneT om de grote investeringen die het gaat doen en die het mag doorberekenen in de nettarieven, over een langere periode uit te kunnen smeren. Dat is door het kabinet onderzocht. Ik moet eerlijk zeggen dat ik er ook hoge verwachtingen van had. We hadden met elkaar natuurlijk wel een aantal voorwaarden gesteld. Een daarvan was als volgt. Je wil niet dat als je dat instrument zou gaan inzetten, dat er alsnog toe zou leiden dat je rekeningen doorschuift naar volgende generaties. Aan die voorwaarde kon helaas niet worden voldaan, zo bleek uit ons onderzoek. Dat is op Prinsjesdag met de Kamer gedeeld. Vandaar dat deze optie van tafel is gegaan.

Dan suggereerde de heer Grinwis om te kijken naar een kapitaalstorting als middel om de nettarieven te verlagen. De vraag daarbij is als volgt. Als je dat doet, leidt dat niet tot een verlaging van nettarieven. Je verandert namelijk verder niets aan de financieringsstructuur. De investeringen die TenneT doet, mag het dus nog steeds doorrekenen in de nettarieven. Dan kom je bij de variant van een subsidie. Dan zou dat namelijk wél kunnen. Dat gaat om hoge bedragen; dat hebben we volgens mij ook in eerdere debatten al wel gewisseld. Het kabinet doet dat natuurlijk ook, bijvoorbeeld via de IKC, in de richting van bedrijven. Maar de heer Grinwis vroeg specifiek naar huishoudens, want ook daarvoor gaan de nettarieven natuurlijk omhoog. Daar zoekt de kabinet het in de route van de korting op de energiebelasting.

Voorzitter. Ik zei al dat de betaalbaarheid van ongelofelijk groot belang is. Het zorgt ervoor dat huishoudens, maar natuurlijk ook ondernemers, kunnen blijven meekomen in deze hele transitie en dat ze de stappen blijven zetten om te investeren. Want als je de investeringsruimte ziet, dan ga je kansen en ruimte zien. Dat hebben we samen nodig om stappen vooruit te blijven zetten.

Voorzitter. Via die route kom ik eigenlijk bij de vragen over de verduurzaming van de industrie. Dat betekent dus dat ik bij een volgend blokje ben beland.

De voorzitter:
Maar niet zomaar.

Minister Hermans:
Zeker niet.

De voorzitter:
Eerst hebben we namelijk nog de heer Flach.

De heer Flach (SGP):
Voorzitter, het nadeel van wachten tot het blokje is afgelopen, is dat ik op twee punten vragen heb. Staat u mij dat toe?

De voorzitter:
Ik sta u dat toe, meneer Flach.

De heer Flach (SGP):
Dank u. Ik begin even bij de aardgasvrije huurwoningen. Die zijn inderdaad heel cruciaal voor het van de grond krijgen van warmtenetten. In mijn eigen regio heb ik gezien dat zij echt de drager zijn van überhaupt de uitrol van zo'n systeem. Dat is dus helder. Ik zou, luisterend naar het antwoord van de minister, toch willen vragen of ze met iets warmere aanbeveling zou willen overdragen aan haar opvolger dat die het schamele beetje geld dat er was, ophoogt. Dat zeg ik zeker ook omdat we gezien hebben dat er 118 miljoen gewoon naar de algemene middelen terugging. Met andere woorden, het geld is er. Zet het daarvoor in, zou mijn oproep zijn.

Minister Hermans:
Als ik heb uitgestraald dat ik de duurzame warmte, of de verdere ontwikkeling van ons warmtesysteem in Nederland, niet belangrijk vind, dan wil ik dat bij dezen rechtzetten. Het is namelijk een hele belangrijke pijler onder ons klimaat- en energiebeleid. Voor die woningen waarvoor elektrificatie geen optie is, is dit de duurzame oplossing. Dat vraagt de komende jaren nog een heleboel, maar zeker waar je nu stappen kan zetten en waar die regeling een duwtje in de rug kan zijn, vind ik dat belangrijk. Mijn terughoudendheid had betrekking op het nu, op dit moment in het debat, even herverdelen van die middelen als demissionair minister op de allerlaatste dag waarop dit kabinet debat voert. Dit is dus ook mijn laatste debat als minister van Klimaat en Groene Groei. Maar je moet kijken naar hoe die middelen op dit moment in het fonds zitten en hoe je ervoor zorgt dat middelen die we overmaken naar departementen ook besteed worden en niet, zoals de heer Flach terecht opmerkte, aan het eind van het jaar teruggaan naar de generieke middelen, dus dat ze echt besteed worden aan waarvoor ze bedoeld zijn. Dan moet je ook kijken welke regelingen goed werken en naar welke regelingen veel vraag is. Daar is dit er absoluut een van.

De heer Flach (SGP):
Dat is voldoende op dit punt. Ik ga ervan uit dat de minister dit in haar overdrachtsgesprek aan de opvolger meegeeft. De andere vraag gaat over de amortisatie. Ik hoorde iets wat me verbaasde. De minister zei dat ze dit niet wil doorschuiven naar volgende generaties, maar ik mag aannemen dat we de nieuwe aanleg die we nu doen, doen voor decennia, voor 50 jaar, 60 jaar of misschien nog langer. Dat zijn verschillende generaties. Juist vanuit die redenering is het logisch om de kosten uit te smeren over de generaties die daar in de toekomst van profiteren. Wat we nu aan het doen zijn, is louter deze generatie belasten voor iets wat ook in de toekomst nog gebruikt zal worden.

Minister Hermans:
Dat zijn natuurlijk investeringen die in de komende jaren gedaan worden; het omvat dus niet allemaal alleen het volgende jaar of het jaar daarna. Specifiek over die amortisatie: er moet in die variant de komende jaren ruimte zijn. Zit daar, kijkend naar de ontwikkeling van de energietarieven, voldoende ruimte in om wat je nu minder in rekening brengt, straks wat meer in rekening te kunnen brengen? Het moet zich uiteindelijk immers natuurlijk wel terugbetalen. Toen wij een nadere analyse maakten van de ontwikkeling van die tarieven in het bestuderen van die amortisatievariant bleek dat verschil gewoon onvoldoende om te kunnen zeggen dat de kosten daarmee op een eerlijke manier over een langere periode worden uitgesmeerd. Daarmee schuif je dus eigenlijk een onevenredig groot deel door naar de volgende generatie.

De heer Flach (SGP):
Ik denk dat dit vooral een financiële discussie blijft over hoe je kosten verdeelt over generaties. Misschien is dit ook niet het moment om dit hier helemaal uit te diepen. Wat de SGP betreft blijft dit echt een mogelijkheid die we meer zouden moeten benutten. Het is een dermate grote ingreep in de basisinfrastructuur dat we misschien echt af moeten van het principe van kostendekkendheid. Er zijn andere mogelijkheden genoemd om het via algemene middelen te doen. Misschien moeten we daar dan naar kijken, maar het punt is dat je te veel kapotmaakt als je nu doorgaat met belasten op basis van kostendekkendheid.

Minister Hermans:
Ik denk dat we allemaal, ook dit kabinet en het volgend kabinet, het probleem van de oplopende nettarieven zien. Heel specifiek zien we dat natuurlijk in de concurrentiepositie van onze industrie, omdat de energiekosten in Europa in vergelijking met de rest van de wereld al hoger zijn en in Nederland hoger dan binnen Europa. Daar zijn dus al een aantal stappen op gezet via de IKC, de verlenging en ook de uitbreiding van de IKC. Die staan in het coalitieakkoord. Daarin staat ook een envelop klaar om nog aanvullend iets te doen op het punt van die nettarieven. Dan blijft er de vraag wat dit bij huishoudens betekent voor de betaalbaarheid. Nu richten we ons specifiek op de route via de energiebelasting, maar deze discussie is niet klaar; dat ben ik met de heer Flach eens. Het gaat overigens echt over grote bedragen; daar kom ik zo bij de netcongestie op terug. We moeten dus alle maatregelen nemen die mogelijk zijn om die grote investering … Die 195 miljard kan je naar beneden brengen door een aantal maatregelen te nemen.

De heer Kops (PVV):
De minister zei: de betaalbaarheid van de energierekening is van belang. Daar sla ik op aan. Ten eerste is dat een beetje een dooddoener en ten tweede gaat het juist daar mis, want meer dan een half miljoen huishoudens leven inmiddels in energiearmoede en dat aantal stijgt. De minister zegt: ja, maar de gasprijzen zijn nu relatief laag. Ja, "relatief". En als er een bepaald voordeel in die relatief lage gasprijzen zit, wordt dat door de overheid rigoureus weggenomen, want het is een feit dat de energierekening dit jaar, in 2026, weer verder stijgt.

De voorzitter:
En uw vraag?

De heer Kops (PVV):
De energiebelasting op gas gaat omhoog. De vermindering van de energiebelasting, een soort korting, gaat juist omlaag.

De voorzitter:
En uw vraag?

De heer Kops (PVV):
De nettarieven gaan omhoog. Dan is de vraag wat de minister doet voor al die mensen die nu letterlijk in de kou zitten, want het wordt alleen maar erger.

Minister Hermans:
De heer Kops schetst een aantal ontwikkelingen in de energieprijzen en de gasprijzen. Ik plaatste de prijzen van een vast contract op dit moment ten opzichte van vorig jaar even in perspectief. Ik vind het ook onze taak om die feiten wel af en toe te schetsen om de discussie in evenwicht te brengen. Nogmaals, de heer Kops schetst een aantal ontwikkelingen die prijsopdrijvend zijn, zou je kunnen zeggen, maar ik noemde net ook een aantal dingen die dit kabinet gedaan heeft. Ik denk dan aan het structureel beschikbaar maken van 100 miljoen om de energiebelasting te verlagen. 30 miljoen is beschikbaar voor gemeenten om mensen die echt in directe nood zitten met hun energierekening extra te ondersteunen. Ik geloof dat dat naar aanleiding van een motie of een amendement van de heer Grinwis was. En er wordt met man en macht gewerkt om dat noodfonds, dat energiefonds, op te richten. Dus het is niet zo dat er niks gebeurt. Er is absoluut aandacht voor.

De heer Kops (PVV):
Dat Noodfonds Energie klinkt misschien heel leuk, maar laten we wel wezen, het is natuurlijk wel een uiterst middel. Het is natuurlijk een lapmiddel. Als mensen daar gebruik van moeten maken, zitten ze namelijk al diep in die energiearmoede. Daar gaat dus iets mis. We moeten voorkómen dat steeds meer mensen in de energiearmoede zitten. Als we de begroting lezen, want daar gaat het nu om, zien we gewoon concreet dat de CO2-heffing voor bedrijven naar nul gaat en dat de indirecte kostencompensatie omhooggaat. Dat wordt allemaal gedaan voor bedrijven. Prima, helemaal goed, maar we zien dat er voor die huishoudens helemaal niks gebeurt. De energiebelasting op gas gaat omhoog. De netkosten gaan omhoog. Onderaan de streep gaan de mensen dit jaar, in 2026, meer voor hun energie betalen.

De voorzitter:
En uw vraag?

De heer Kops (PVV):
Dat kan toch niet! Wat doet de minister nu concreet om dat tegen te gaan?

Minister Hermans:
Ik zal de financiële maatregelen die ik net noemde niet herhalen. Ik vind dat de heer Kops echt geen recht doet aan het belang en de werking van het energiefonds, het publieke energiefonds. Ik ga er wel één benadrukken. Dat is de ongelooflijke inzet die er wordt gepleegd door woningcorporaties en door verhuurders, op heel veel plekken in het land, om te isoleren, om maatregelen te nemen om woningen energiezuiniger te maken. Want wat je niet verbruikt, hoef je uiteindelijk ook niet te betalen. Dat is uiteindelijk op de lange termijn dé maatregel om de energierekening omlaag te brengen. Daar wordt fors in geïnvesteerd, ook de komende jaren nog.

De heer Kops (PVV):
Zo'n energiefonds of noodfonds is leuk. Verduurzaming om het energieverbruik omlaag te krijgen klinkt ook leuk. Het klinkt allemaal leuk, maar daar hebben de mensen die nu in de energiearmoede zitten natuurlijk helemaal niks aan. En laten we eerlijk zijn: dat die energierekening steeds maar weer omhooggaat, is gewoon bewust overheidsbeleid. Ongeveer de helft van de gasrekening bestaat namelijk uit belastingen. We zien ook dat Nederlanders op Zweden na het meeste voor hun gasrekening betalen van heel Europa.

De voorzitter:
En uw vraag?

De heer Kops (PVV):
Dat kan toch niet? We zijn als Nederland nota bene een gasland. Althans, dat waren we. We exporteerden heel veel gas. Nu doen we dat niet meer, maar we waren altijd een gasland. Dan kan het toch niet zo zijn dat de mensen in dat gasland bijna het meeste voor hun gas betalen van heel Europa? Dat kan niet! Het is overheidsbeleid.

Minister Hermans:
Dit kabinet zet langs verschillende lijnen in op betaalbaarheid van de energierekening. Betekent dat dat daarmee niemand meer een probleem heeft en dat voor niemand die energierekening meer hoog is? Nee, absoluut niet. Is dit dus iets wat klaar is? Nee, dat ook niet. Wat betreft gas hebben we de afgelopen jaren om hele goede en hele terechte redenen keuzes gemaakt. We importeren inderdaad op dit moment meer. Ik zal zo meteen nog wat zeggen over wat dat betekent voor onze onafhankelijkheid. Maar laten we dat alsjeblieft niet vermengen met de aandacht die er is en moet blijven voor de betaalbaarheid van de energierekening.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik hoop dat het publieke noodfonds op 1 januari aanstaande echt van start gaat, met terugwerkende kracht, zoals is beloofd. Hopelijk kan de minister dat bevestigen. Ik had eigenlijk een andere vraag, namelijk over de vulgraad. Die gaat over de gasopslagen. De minister zei net een beetje relativerend: de gasprijs is nu lager dan een jaar geleden. Het was een beetje van: gaat u maar rustig slapen. Ze zegt dit terwijl de gasopslagen nog maar voor 17,6% gevuld zijn. Wat vindt de minister van dat niveau? Is dat niet gewoon veel te laag?

Minister Hermans:
Als ik feiten in een discussie breng om ook even de andere kant te benoemen, doe ik dat niet om sussend te doen over een vraagstuk waarvan ik bij herhaling heb gezegd dat ik dat van groot belang vind, namelijk de betaalbaarheid van de energierekening. Ik ben nota bene mijn antwoord begonnen met te zeggen dat ik snap dat mensen, als je ziet dat er koude dagen aankomen en er berichten zijn over fluctuaties in de gasprijs, denken: zit er nog voldoende in de opslagen en kan ik het nog betalen? Dus daar doe ik op geen enkele manier lichtzinnig over.

Dan de vulgraad, waar we de afgelopen weken op verschillende momenten, en terecht ook, debatten over hebben gevoerd. We zien die vulgraad inderdaad dalen en zien ook dat die op een lager niveau is dan vorig jaar rond deze tijd. Tegelijkertijd is het ook zo dat de opslagen niet de enige bron zijn waar wij deze dagen, deze weken, ons gas vandaan halen. Het zijn opslagen die wij in het winterseizoen gebruiken om te kunnen voldoen aan de extra vraag als het koud is, maar we hebben ook nog steeds de import en natuurlijk onze eigen productie. De import van lng gaat gewoon door. Die schepen blijven komen. Daar is die relatief lage prijs wel een belangrijke factor in. Die markt blijft zijn werk gewoon doen.

Tot slot is het volgende nog wel belangrijk om te noemen als het over het percentage gaat. Dat houd ik natuurlijk dagelijks in de gaten. Mijn collega's op het ministerie kennen inmiddels mijn eerste vraag in de ochtend: hoe staat het ervoor? Maar per 1 april van dit jaar houdt het contract, of de samenwerking, met GasTerra op. Dan past het ook in de ontwikkeling dat de gasopslagen tot april leeggeproduceerd worden. Dat neemt niet weg dat we dit in de gaten houden, omdat we het gas wel gewoon nodig hebben voor de leveringszekerheid. Er moet voldoende gas beschikbaar zijn om huizen te kunnen verwarmen maar ook om de industrie te kunnen laten draaien.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Er liggen aangenomen moties om dan wel met een minimale reserve te gaan werken, dan wel de vulgraaddoelstelling weer op te hogen naar 90%. Ik hoop dat die dit jaar worden uitgevoerd, zodat we komend jaar toch met hogere vulgraden zullen zitten in deze fase van de winter dan op dit moment.

Ik wil een heel ander punt aansnijden, namelijk netcongestie en het gerucht dat mij bereikte dat TenneT vanmiddag, aansluitend op deze begrotingsbehandeling, met een bericht naar buiten zal komen dat er vanaf juni geen kleinverbruikers meer zullen worden aangesloten in de provincies Gelderland, Utrecht en Flevoland. Dat betekent echt heel veel voor nieuwbouw en voor verbouw. Het is echt huge.

De voorzitter:
Uw vraag?

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Mijn vraag aan de minister is: op welke manier staat zij de gemeenten en de provincies die het betreft terzijde?

Minister Hermans:
Mag ik nog één reactie op het eerste punt van de heer Grinwis geven? Dat ging over de vulgraad voor komend jaar en de strategische voorraad. Aan beide kom ik tegemoet. De vulgraad is weer iets opgehoogd voor 1 november. Via wetgeving is geregeld dat we in 2026 voor het eerst een strategische voorraad kunnen aanleggen. Dat gaan we ook doen. In het kader van het strategische gasbeleid, waar ik toe ben opgeroepen via de motie-Grinwis, kijken wij ook wat de omvang van die voorraad moet zijn naar de toekomst toe. Maar dit jaar doen wij een eerste vulling.

Dan de tweede vraag van de heer Grinwis, over het aanstaande bericht van TenneT. Ik ben daarover geïnformeerd. Ik ben daar … Ik weet even niet zo goed welk woord ik daarop moet plakken, maar ik ben er ontstemd over. We werken al jaren, ook de netbeheerders, ook TenneT, met man en macht om de drukte op het stroomnet af te vlakken. Ik zou niet willen zeggen "oplossen", want dat gaat echt nog wel even duren. Het gaat om afvlakken. Een paar maanden geleden leek het nog voorzichtig de goede kant op te gaan. Ik zeg echt met nadruk: voorzichtig. Nu komen er cijfers die echt een veel minder rooskleurig beeld laten zien, met potentieel grote consequenties voor Flevoland, Gelderland en in bijzondere mate voor Utrecht. Dus ik heb regelmatig contact met de provincies Flevoland, Gelderland en Utrecht, met TenneT en met de regionale netbeheerders om te kijken wat we in het algemeen doen aan de netcongestie in deze drie provincies, maar in het bijzonder aan dit specifieke onderwerp. Als je moet overgaan tot zo'n ingrijpende maatregel, waar de heer Grinwis ook op doelde, kan dat niet zomaar zonder hele zorgvuldige afwegingen, berekeningen en een second opinion. Ik wil precies weten welke maatregelen we nog kunnen nemen voordat we tot zo'n ingrijpende maatregel komen. Dat kan en mag alleen in goed overleg met de provincies, TenneT en de netbeheerders. Ik ben hier echt meer dan ontstemd over.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Dat delen wij helemaal, want ik vind het echt ongehoord wat daar gebeurt, temeer als ik hoor dat lokale en regionale bestuurders voor hun gevoel tegen een muur oplopen bij TenneT. Het is zo formalistisch en protocollair; het moet via allerlei procedures, maar tegelijkertijd gebeurt er voor hun gevoel zo weinig. Dat geldt niet alleen voor de bebouwde omgeving, maar ook voor bedrijven: anderhalve man en een paardenkop bij TenneT moeten de grootste energie-intensieve bedrijven zien te bedienen om de druk op het net te verlichten. Ik vind dat best wel ongehoord. Is er niet heel snel een aanvulling nodig op het Landelijk Actieprogramma Netcongestie dat de minister heeft gemaakt? Dat voorziet namelijk niet in deze acute situatie. Hoe ziet de minister dat? Ik overweeg een motie op dit punt.

Minister Hermans:
Ik herken niet alle beelden die de heer Grinwis schetst, en tegelijkertijd ook weer wel. TenneT, de regionale netbeheerders en wij misschien ook wel, hoefden nooit na te denken over de netwerkcapaciteit. Die was er gewoon. Als je een nieuwe of een grotere aansluiting wilde, was die er. Ineens is het een van de grootste vraagstukken — misschien is het wel het grootste — in onze energievoorziening op dit moment. Dat vraagt een hele andere manier van werken en benaderen. Daar kunnen we allemaal nog stappen in zetten, denk ik, ook wij vanuit de Rijksoverheid. Al pratende probeer ik me te herinneren … O ja, de heer Grinwis overweegt een motie voor extra actie. We hebben natuurlijk het Landelijk Actieprogramma Netcongestie. Dat programma moet gewoon doorgaan, maar het is volstrekt onvoldoende om dit vraagstuk aan te pakken. Daarom is er nog een aparte FGU-aanpak voor Flevoland, Gelderland en Utrecht, heb ik versnellingsmaatregelen genomen en is onlangs het Aansluitoffensief gelanceerd. Al die dingen moeten samen doorgaan. Ik denk dat het ook nodig is om een goed beeld te krijgen van het exacte probleem in de cijfers, berekeningen en prognoses. Op dat gebied zijn aanvullende stappen nodig, zodat we een goede weging kunnen maken van bijvoorbeeld de betrouwbaarheid en het nemen van meer risico op het net. Ik denk dat er op dat gebied aanvullende stappen nodig zijn. Het ging net over een warme overdracht aan mijn opvolger. Dit zou ik ook aan mijn opvolger overdragen, die met het onderwerp netcongestie aan de slag gaat.

De heer Jumelet (CDA):
Van warme overdracht gaan we naar koeling, om het maar even zo te introduceren. Dank voor het antwoord. Ik hoor de minister spreken over geen visie op dit punt. Maar in mijn bijdrage constateerde ik dat koeling of koudevraag niet in de scenario's van het CBS, het NPE, TNO en de KEV zitten. Mijn vraag is dan om dit een plek te geven in de integrale aanpak van ons energiesysteem van de toekomst. Als we samen constateren dat het in ieder geval van belang is, dan zou er ook een maatregel moeten komen om daar werk van te maken, vraag ik de minister.

Minister Hermans:
De reden dat ik "nu geen visie op ontwikkelingen" zei, is dat er al zo veel loopt en er nu aan het ibo wordt gewerkt. Ik zou de uitkomsten daarvan willen gebruiken. Ik geloof niet dat het in die zin onderdeel is van het Nationaal Plan Energiesysteem. Het zit echt in het ibo over de gebouwde omgeving. Ik zit even te denken, want we hebben zo veel documenten en strategieën. Wat daaruit komt, is natuurlijk wel relevant voor hoe we verdergaan met dit onderwerp. Ik zou het daar dus graag aan willen koppelen. We hebben de hitteaanpak en de normen die bij renovatie en nieuwbouw gelden. Het is dus niet zo dat er geen aandacht voor is.

De heer Jumelet (CDA):
Net ging een vraag over netcongestie. Ik denk dat het heel belangrijk is om juist dit onderwerp daarin mee te nemen. Mensen maken keuzes. Dit kan ook van betekenis zijn voor welke investeringen bedrijven en mensen thuis doen. Ik denk dat het heel belangrijk is om hier volop aandacht voor te hebben.

Minister Hermans:
Dat deel ik.

De heer Vermeer (BBB):
Het was mij niet helemaal duidelijk wanneer ik iets moest vragen over die gasvoorraad, maar omdat het onderwerp al door een van mijn collega's opgeworpen werd, doe ik het maar bij dit blokje. In de schriftelijke reactie van de minister geeft ze aan dat er over de beëindiging van de operationele activiteiten van GasTerra in september een brief is gestuurd. Die hebben wij gehad en die heb ik doorgenomen, maar het is mij niet duidelijk wat er nu eigenlijk afgesproken is in de periode na september vorig jaar. Is er met de NAM overeenstemming bereikt over die gasopslagen bij Norg en Grijpskerk, of gaat EBN dat doen? Wat is eigenlijk de status van al die gesprekken?

Minister Hermans:
Dat is een goede vraag. Op dit moment lopen er gesprekken over hoe we die overgang straks, als de activiteiten van GasTerra aflopen, op een goede manier doen, over de rol van de NAM vanaf dat moment en over de rol van EBN. Die gesprekken lopen. Daar wil ik nu in het openbaar verder niet al te veel op ingaan, want dat zou die gesprekken niet ten goede komen, maar het is voor mij van het grootste belang dat we daar op een goede manier en in goed overleg met elkaar uit komen. Dat constructieve gesprek loopt ook.

De heer Vermeer (BBB):
Ik vraag dat omdat er een datum van 1 april staat; dan moeten ze leeg zijn. Dat is al over een week of zes. Staat EBN dus klaar om te zorgen dat er vanaf dat moment hoe dan ook bijgevuld gaat worden?

Minister Hermans:
Dat leegraken, waar we al menigmaal over hebben gediscussieerd, is niet het grootste vraagstuk op dit moment. Het gaat er vooral om hoe we ervoor zorgen dat ze weer gevuld worden vanaf 1 april. Dat zegt de heer Vermeer ook terecht. Daarop is alle inzet nu gericht. Daar is EBN uiteraard ook bij betrokken.

De heer Van den Berg (JA21):
In het verlengde hiervan de volgende vraag. We hadden het al over de leegrakende gasopslagen. Dit hebben we natuurlijk al eerder besproken, zeg ik tegen de minister. Is het niet juist zo dat de markt anticipeert op lagere prijzen die nog gaan komen? Dat is natuurlijk ongewoon, want we zitten nu in de winter. Nu zouden de prijzen over het algemeen wat hoger moeten zijn en dan in de zomer weer wat lager. Mijn punt is dat doordat we die vulgraden zo hebben ingericht, de markt steeds afwachtender is geworden is met het vullen van de gasopslagen.

De voorzitter:
En uw vraag?

De heer Van den Berg (JA21):
Kunnen we dat niet gewoon weer loslaten, zoals eerder aangegeven, zodat de markt weer eerder gaat vullen, net zoals vroeger?

Minister Hermans:
Hier heb ik inderdaad eerder met de heer Van den Berg en collega's van de heer Van den Berg over gedebatteerd. Het feit dat de gasopslagen leger zijn of dat er eerder begonnen is met het onttrekken van gas uit die voorraden, heeft onder andere met de prijs te maken. Die gasopslagen en de inhoud van die gasopslagen zijn natuurlijk wel eigendom van marktpartijen. Die hebben contracten met afnemers, klanten. Die moeten zij beleveren op het moment dat die vraag hebben naar gas. Dat kunnen ze uit opslagen halen. Er wordt natuurlijk ook naar de prijs gekeken om te zien of het aantrekkelijker is om het uit de opslag of uit de import te halen, maar uiteindelijk moet aan de vraag worden voldaan. In algemene zin geldt dat je de leveringszekerheid en betaalbaarheid met elkaar in evenwicht moet brengen. Daarom is het steeds zo zoeken naar de balans tussen welke taak en rol je als overheid op je neemt en wat je aan de markt laat als het aankomt op het vullen van gasopslagen.

De heer Van den Berg (JA21):
Het gaat inderdaad vooral om betaalbaarheid, want ik denk niet dat het snel tot lege opslagen zal komen. Voor die tijd is de prijs namelijk zo erg gestegen dat de meeste bedrijven al failliet zijn gegaan. Dat drukt dan helaas ook weer de vraag. Kortom, moeten we niet gewoon stoppen met die vuldoelstellingen in de zomer? Daar pleitte ik de vorige keer ook voor. Dan zal de prijs in de zomer over het algemeen weer gaan zakken en dan vult de markt de gasopslagen, omdat die het perspectief heeft dat die in de winter voor een betere prijs kan verkopen. Hoe kijkt de minister daarnaar?

Minister Hermans:
Maar de gasprijs wordt natuurlijk ook bepaald door het aanbod op de markt en door wat er geproduceerd wordt in bijvoorbeeld de VS en Qatar. Dat ligt dus niet alleen maar aan wat er in de opslagen zit of niet. Dat is dus een veel groter vraagstuk, met veel meer factoren die op elkaar inspelen. Dan de vraag of we daarin een stapje terug moeten doen als overheid. Het lastige is dat de gasmarkt een markt is, waarin marktpartijen actief zijn en vraag en aanbod niet alleen de prijs, maar ook de vulling van de gasopslagen bepalen, en dat we tegelijkertijd in de afgelopen jaren hebben gezien dat energie een instrument is in de geopolitiek, conflicten en discussies. Daar past niet bij dat een overheid zich helemaal terugtrekt, zich er niet meer tegenaan bemoeit en er zelf geen rol in vervult. Daar hoort die balans tussen betaalbaarheid en leveringszekerheid en overigens ook onafhankelijkheid bij. Dat is steeds zoeken naar een juist evenwicht.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Van den Berg (JA21):
Ik ga het gewoon nog een keer proberen, want ik merk dat dit een vrij technisch verhaal is. Hoe leg je dat nou kort en bondig uit? Mijn punt is als volgt. De gasopslagen waren in november voor 74% gevuld. Ik denk dat die gasopslagen gewoon voor 100% gevuld waren geweest als de bedrijven in de markt het perspectief hadden gehad om het aardgas in de winter voor een hogere prijs te kunnen verkopen dan waarvoor ze het in de zomer hadden kunnen aankopen. Kortom: moeten we dat niet juist weer aanjagen?

Minister Hermans:
We hebben op nationaal niveau een vulambitie en op Europees niveau een vulverplichting. Aan die vulverplichting moeten we voldoen en die is publiekelijk bekend. Juist omdat we ook zien dat die markt door onder andere prijsontwikkelingen aan veranderingen onderhevig is, hebben wij er in Europa voor gepleit om die vuldoelstellingen minder rigide en wat flexibeler in de tijd te maken. Dat is een van de maatregelen die we hebben genomen, maar we hebben een Europese vulverplichting en daar moeten we aan voldoen.

De heer Kops (PVV):
De betaalbaarheid van energie staat onder druk en dat is een kwestie van overheidsbeleid, maar ook de leveringszekerheid van energie staat zwaar onder druk. Op dat punt ontbreekt nou juist overheidsbeleid. Ik vond wat de heer Grinwis zei namelijk eigenlijk nogal schokkend: we hebben uitgerekend nu de begrotingsbehandeling, maar later vandaag schijnt TenneT met het bericht te komen dat kleinverbruikers in Flevoland, Gelderland en Utrecht niet meer zullen worden aangesloten. Ik vind het nogal wat. De minister zegt dan dat ze bezig is met de landelijke aanpak van netcongestie en dat ze een aansluitoffensief voert, maar ik mis wat de minister nu, eigenlijk gewoon echt ter plekke en vandaag, kan en gaat doen om wat TenneT aankondigt te voorkomen.

Minister Hermans:
Nu moeten we even precies zijn. Het is niet zo dat er vanaf vandaag niemand meer aangesloten gaat worden. TenneT concludeert weliswaar op basis van de laatste berekeningen dat er mogelijk grote problemen aankomen en dat het beeld somberder is dan het bedrijf een paar maanden geleden dacht, maar de vraag is nu wat we in de komende maanden met elkaar kunnen doen om zo'n aansluitstop te voorkomen. Dat heb ik net geschetst in de richting van de heer Grinwis. Eén. Ik wil een validatie van die cijfers. Ik wil gewoon precies weten hoe het zit, omdat het beeld van hoe het er nu voorstaat te vaak wisselt. Twee. Welke verschillende maatregelen kan je nog nemen om zo'n aansluitstop te voorkomen? Die is namelijk volstrekt onwenselijk; laat daar geen spoor van twijfel over bestaan. En drie. Wat kunnen we in de provincies specifiek doen? Flevoland is geen Gelderland en Gelderland is geen Utrecht en andersom. Wat kunnen we daar nog specifiek doen om dit te voorkomen? Zijn er nog maatwerkoplossingen mogelijk? Daar vindt op dit moment het gesprek met de provincies over plaats.

De heer Dassen (Volt):
De minister noemde net terecht de geopolitieke situatie en de afhankelijkheden die we hebben. We hebben gisteren het debat gehad over Solvinity en digitale afhankelijkheid. Nu zien we dat we op het gebied van lng, gas, steeds afhankelijker worden van de Verenigde Staten. Ik ben benieuwd hoe de minister daarnaar kijkt en welke plannen er zijn om ervoor te zorgen dat we de diversificatie op orde houden.

Minister Hermans:
Daar zou ik later uitgebreid op ingaan, ook naar aanleiding van een vraag van mevrouw Teunissen, maar ik kan dat natuurlijk ook nu doen. In het algemeen doen we het volgende om die afhankelijkheid af te bouwen; het gaat eigenlijk langs een aantal sporen. In eerste plaats versnellen we de eigen productie op de Noordzee en zorgen we ervoor dat we die op peil houden. We zetten natuurlijk blijvend in op energiebesparing, want wat je niet gebruikt, hoef je ook niet te importeren of op te wekken. We blijven doorgaan met het opschalen van eigen hernieuwbare energie. Wind op zee is daar een belangrijk onderdeel van. Het vierde is diversificatie van de import, precies wat de heer Dassen zei.

De heer Dassen (Volt):
Ik kijk naar de voorspellingen en ook naar wat experts aangeven. We zien dat de afhankelijkheid van de VS alleen maar groter aan het worden is. Ik ben dus wel benieuwd hoe die diversificatie er precies uitziet, want ik begrijp dat we over een aantal jaren 80% uit de VS gaan halen. Het lijkt me zeer onwenselijk om dadelijk weer zo afhankelijk te zijn van de Verenigde Staten, van één land.

Minister Hermans:
Ik heb dat bericht ook gelezen. Volgens mij was dat vanochtend of gisteravond, op de NOS. Dat zijn natuurlijk cijfers die we naar beneden willen brengen. Tegelijkertijd hebben we nog even gas nodig. Het is dus zoeken hoe je het op een goeie manier doet. Je wilt het inderdaad uit verschillende bronnen halen en daarvoor moet je contracten afsluiten. Daar zijn we mee bezig.

De heer Dassen (Volt):
Maar kan de minister dan iets meer helderheid geven over wanneer zij van plan is om ervoor te zorgen dat die afhankelijkheid afgebouwd is? We hebben ons gisteren als hele Kamer — het gold ook voor het kabinet — volledig staan opwinden over onze digitale afhankelijkheid. Nu zie ik dat we op het gebied van gas weer volledig afhankelijk aan het worden zijn, nu van de Verenigde Staten. Ik denk toch dat we dan met elkaar continu de verkeerde discussie aan het voeren zijn. Ik wil graag van de minister horen hoe we ervoor gaan zorgen dat we hier niet over een tijdje staan in een positie van volledige afhankelijkheid waarbij Trump misbruik maakt van de gasleveranties richting Europa.

Minister Hermans:
We doen een heleboel. Dat schetste ik net. We gaan onverminderd door met het produceren van onze eigen duurzame energie. We zetten in op energiebesparing. We hebben natuurlijk onze eigen productie en we hebben de diversificatie. Daarvoor kijken we bijvoorbeeld ook naar Qatar. Daarmee hebben wij nu nog geen afspraken, maar dat is work in progress, zou je kunnen zeggen. Ik deel met de heer Dassen dat we hier heel alert op moeten zijn en dat je de ene afhankelijkheid niet voor de andere wil inruilen, maar ik wil ook de suggestie wegnemen dat je dit van vandaag op morgen kan hebben aangepast. Ik zie de non-verbale communicatie van de heer Dassen, maar dat zat wel een beetje in de eerste zin van zijn interruptie.

De voorzitter:
Dat is uitlokking. Tot slot kort, meneer Dassen.

De heer Dassen (Volt):
Ja, voorzitter. Ik wek helemaal niet die suggestie. Ik geef aan dat de afhankelijkheid op dit moment groter aan het worden is. Dat is volgens mij een weg die we niet met elkaar moeten bewandelen. Is de minister dat in ieder geval met mij eens en wat gaat zij daar dan aan doen?

Minister Hermans:
Ik ben het met de heer Dassen eens; dat heb ik geschetst. Daarom is er beleid langs vier sporen: hernieuwbare energie, energiebesparing, eigen productie en de diversificatie van de import. Daar wordt elke dag keihard aan gewekt door collega's op mijn ministerie en bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. Ik werk daar in Europees verband aan, want Nederland is natuurlijk niet het enige land dat hiermee te maken heeft. Maar dit is wel een inzet van lange adem.

Mevrouw Teunissen (PvdD):
De Kamer heeft een motie van de Partij voor de Dieren aangenomen om de mogelijkheden in kaart te brengen om de afhankelijkheid van de VS voor olie en gas af te bouwen, en om de opbouw van schone energie in kaart te brengen en daarbij energiebesparing mee te nemen. Het probleem in het antwoord van de minister is natuurlijk dat we horen dat eraan wordt gewerkt, maar dat tegelijkertijd het antwoord op de vraag wat dan de oplossing is, gaswinning op de Noordzee en gas halen uit Qatar is. We horen verder op geen enkele manier of de minister nu bezig is met een plan dat er echt voor zorgt dat we de hoeveelheid gas en olie die we nu uit de VS halen, in zijn totaliteit kunnen compenseren met het opwekken van schone energie en energiebesparing. Dat is dus de vraag.

Minister Hermans:
Ook deze discussie heb ik veelvuldig met mevrouw Teunissen gevoerd. Wij zijn het gewoon fundamenteel oneens over het feit dat we gas echt nog even nodig hebben in deze transitie. Ik vind dat je dat juist om de importafhankelijkheid te verkleinen ook van eigen bodem moet halen. Er zit veel potentie op de Noordzee. Wij hebben afspraken gemaakt met de operators om de potentie die daar zit, versneld te kunnen boren. Dat is gewoon een stap die we zullen moeten zetten. Tegelijkertijd hebben we nog een aantal kleine velden op land waar we dat als het veilig en verantwoord kan, ook blijven doen. Dat is één.

Dan het tweede punt. Ik ben het ook met mevrouw Teunissen eens. Ja, we gaan door met het verhogen van onze eigen duurzame energieproductie. Dat doen we vooral via wind op zee, maar de aanleg van die parken kost tijd en geld. Dat geld is nu gelukkig gereserveerd, maar er gaat ook tijd overheen. In die tijd hebben we dat gas nog nodig. Ja, dan halen we het ook uit het buitenland. En ja, dan moeten we dat ook diversifiëren.

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Het klopt dat de minister en ik het al enige tijd met elkaar oneens zijn, maar dat was niet mijn vraag. Mijn vraag gaat over het uitvoeren van de aangenomen motie die er nu ligt. Ik hoor in het antwoord van de minister dat de oplossing ligt in gaswinning op de Noordzee en de kleine velden, waar terecht ontzettend veel protest tegen is vanuit Groningen en Friesland, en in gas halen uit Qatar. Sorry, maar dat is niet de motie uitvoeren; dat is geen oplossing. Ik vraag de minister dus: wordt er gewerkt aan een plan in lijn met de aangenomen motie?

Minister Hermans:
Dit kabinet en het volgende kabinet werken verder aan de klimaat- en energiedoelstellingen die we hebben afgesproken. Het vorige kabinet deed dat ook. Daar hoort bij dat we het gasgebruik afbouwen. Dat hoort ook bij een klimaatneutraal Nederland in 2050. Daar werken we dus onverminderd aan door. Terwijl je het gebruik van die fossiele brandstoffen afbouwt, moet je de productie en het gebruik van hernieuwbare energie en kernenergie, zeg ik er dan toch bij, opbouwen in de komende jaren. Dat hoort erbij. Maar het is niet zo dat je van het ene op het andere moment het een uitzet, het ander aanzet en het dan is opgelost.

Ik noemde de versnelling van de productie op de Noordzee en daar waar het veilig en verantwoord kan op land. Tegelijk hebben natuurlijk onze lng-terminals in de Eemshaven, in Rotterdam. We kijken nu naar uitbreiding van die terminals en of er een optie is om in Zeeland meer import naar Nederland toe te laten gaan. Nogmaals, die komt uit verschillende landen. Dat loopt natuurlijk vooral via de Europese lijn en de contracten die marktpartijen uiteindelijk afsluiten met leveranciers.

De voorzitter:
Tot slot.

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Tot slot, voorzitter. Ik hoor geen oplossing. Ik hoor alleen maar: gas, gas en nog meer gas. Lng importeren maakt ons nog afhankelijker van andere landen voor de import van onze energie. De minister zegt: er is een afbouwpad. Ik vraag de minister dan: waar blijkt nu uit dat er een afbouwpad is? Kan de minister dat delen met de Kamer? Er wordt namelijk verwezen naar het sectorakkoord, maar daar staat in ieder geval geen afbouwpad of einddatum in. Kan de minister dan delen met de Kamer wat het afbouwpad is, wat het plan is voor wanneer de contracten met de VS aflopen en of dat allemaal in lijn is met het halen van de klimaatdoelen? Daarom staan we hier namelijk ook.

Minister Hermans:
Ik heb gesproken over afbouw. We bewegen weg van het gebruik van fossiele brandstoffen, van gas en olie. We zijn op weg naar het doel van 2050. Terwijl we afbouwen, bouwen we iets anders op, namelijk de productie van duurzame energie in Nederland en Europa. Dat zal gewoon nog een tijd naast elkaar bestaan.

De voorzitter:
Mevrouw Van Oosterhout heeft een interruptie en daarna continueert de minister haar beantwoording.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Ik heb het al eerder met de minister gehad over de nieuwe gaswinning op land. Er komen steeds duidelijkere signalen vanuit onder andere Friesland, namelijk: wij willen dit niet. Ik ben toch benieuwd hoe de minister naar al deze geluiden luistert en of ze die wel echt serieus neemt.

Minister Hermans:
Die geluiden ken ik, uit brieven, maar ook uit gesprekken die ik gevoerd heb in Friesland, Groningen en Drenthe, aan de mijnbouwtafels die ook in Friesland en Drenthe bestaan en met inwoners op verschillende plekken. Ik snap het ook. Ik snap dat er zorgen over zijn, zeker na alles wat er gebeurd is en de eindeloze discussies die we gehad hebben over Groningen. Die zijn nog niet klaar, dat realiseer ik me. Ik snap dus die bezorgdheid. Aan de andere kant hebben wij gas nog even nodig in ons land, voor het verwarmen van huizen, voor het kunnen koken, voor onze industrie en ons bedrijfsleven, die producten maken die we allemaal elke dag nodig hebben. We kunnen dat niet nu, van het ene op het andere moment, stoppen. Als we dat doen, valt er een heleboel stil in dit land. Het komt er nu dus op aan hoe we dat gebruik van gas op een goede manier afbouwen, die ook past bij onze klimaat- en energiedoelstellingen. Daarbij gaat het ook om de vraag: waar halen we het gas dat we nog nodig hebben, vandaan? Ik had net een hele discussie over importonafhankelijkheid. Een deel van die onafhankelijkheid kunnen we afbouwen door ook op eigen bodem te produceren. Zo zoek je continu naar een balans en een weging van belangen. Daarbij ben ik mij ongelofelijk bewust van de kritische geluiden en de zorgen die er zijn in de provincies Friesland, Groningen en Drenthe. Ik hou daar zo veel mogelijk rekening mee, zeker in de afspraken die we maken. De vraag is bijvoorbeeld of je ook kunt meedelen in de baten, in de lusten, en niet alleen in de lasten van zo'n project.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Bewoners voelen zich gewoon niet gehoord; ik zei het dinsdag ook al. Ze voeren zelf metingen uit, huren zelf advocaten in en starten allerlei bezwaarprocedures. Ik begrijp dat deze minister daar niet meer zoveel aan kan doen, maar ik ben toch heel erg benieuwd naar wat deze minister haar opvolger nog zou willen meegeven als het gaat om het echt serieus nemen van de geluiden en zorgen van al die bewoners.

Minister Hermans:
Mevrouw Van Oosterhout was net niet binnen toen ik begon aan mijn bijdrage. Daarin refereerde ik aan haar maidenspeech. Nu mevrouw Van Oosterhout tegenover mij staat, zeg ik: mijn complimenten voor uw inspirerende persoonlijke verhaal! Ik ging in op de afstand tussen Den Haag en Groningen of Den Haag en Friesland. Die mag niet relevant zijn. We zijn met z'n allen Nederland en leveren allemaal onze bijdrage, bijvoorbeeld aan de klimaat- en energietransitie, of je nu woont in Groningen, in Den Haag of op een andere plek in Nederland. Die afstand mag ook niet relevant zijn omdat we dicht bij elkaar moeten zijn. We moeten met elkaar in gesprek zijn en naar elkaar luisteren, zodat we weten waar de zorgen precies in zitten. Dan kunnen we daar gehoor aan geven of kunnen we misschien zorgen wegnemen. Ik weet niet of we eruit gaan komen als je zegt: we komen er alleen maar uit en het is alleen maar goed als je luistert en doet wat ik zeg. Zo werkt het niet in Nederland. Dat is ook niet mijn ervaring met dit soort ingewikkelde gesprekken. Mensen willen in elk geval hun zorgen kwijt kunnen. Dat wij daar op een serieuze manier mee omgaan, vind ik onze plicht en verantwoordelijkheid. Dat zal ik dus ook aan mijn opvolger meegeven.

De voorzitter:
Tot slot.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Tot slot. Er was dinsdag ook nogal wat verwarring over wat een afbouwpad nou precies betekent. Kan de minister bevestigen dat in een afbouwpad ook zit dat je op dit moment nog wel nieuwe velden aanboort?

Minister Hermans:
Ja, dat kan. In het sectorakkoord gaswinning, waarin gaswinning op land een hoofdstuk is, staat ook het stabiliseren van gaswinning op land in een langer lopend traject naar een verantwoorde afbouw. Dat doen we in die context — ik zal het niet allemaal herhalen — van de hele discussie over de afbouw van fossiel, de opbouw van hernieuwbaar en over hoe we in die afbouw van fossiel zorgen dat we niet te afhankelijk worden van import uit andere landen.

De voorzitter:
U continueert met de verduurzaming van de industrie.

Minister Hermans:
Ja, voorzitter. En het goede nieuws voor u — ik zag u naar de klok kijken — dat ik natuurlijk en passant al een aantal vragen beantwoord heb.

De voorzitter:
Ik had eigenlijk al gezegd dat de minister doorging, meneer Grinwis. Heeft u één kleine vraag? Nou, gaat uw gang.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Naar aanleiding van het antwoord net over het beginnen van nieuwe bronnen, nieuwe gasboringen. De afgelopen weken is er veel te doen geweest over Friesland. Er is misschien in een commissiedebat waar ik niet bij aanwezig was over gesproken. Wat is nou uiteindelijk de inzet van de minister als het gaat om welk aandeel de Friezen tegemoet mogen zien, mocht daar een nieuwe gaswinning beginnen?

Minister Hermans:
Daarover zijn afspraken gemaakt in het sectorakkoord. Het is voor het eerst dat er ook afspraken zijn met de gasbedrijven, de operators, om de gemeenschappen en regio's mee te laten delen in de baten. Er is 5% afgesproken tot een maximum van 2 miljard kuub. Ik heb gezien dat de provincie Friesland bij monde van de gedeputeerden dat percentage graag wat hoger zou zien, ik geloof 33%, uit mijn hoofd. Heel eerlijk, dat ligt natuurlijk wel heel ver weg van 5%. Als je kijkt naar de afdracht die partijen moeten doen via EBN en belastingen aan de Staat, dan vraag ik me ook wel af of dat nou helemaal realistisch is. Ik vind die 5% echt een goede afspraak. Ik denk dat we echt moeten koesteren dat die afspraak nu gemaakt is en dat we die tafel hebben waar we met de partijen aan zitten. Dat gesprek zullen we in de komende jaren blijven voeren. Daar ga ik zo meteen, in reactie op wat vragen van de heer Köse, nog verder op in.

De voorzitter:
U continueert.

Minister Hermans:
Voorzitter. De verduurzaming van de industrie. Dat is belangrijk voor onze klimaatdoelstellingen, maar ook voor onze economie, strategische autonomie en weerbaarheid. De heer Köse stelde mij een vraag over de CO2-infrastructuur en hoe het daar nu mee gaat. Hij vroeg naar de regie daarop vanuit de overheid en naar het afdekken van risico's in dat vraagstuk. Ik deel helemaal het belang van CCS. Dat is heel hard nodig om de klimaatdoelen die we voor de industrie gesteld hebben, te kunnen halen. Dat vraagt natuurlijk ook dat de aanleg van CO2-infrastructuur, niet alleen de opslag, maar ook het vervoer naar die opslag toe, tijdig gerealiseerd wordt. Voor die opslag is het weer belangrijk dat de CO2-volumes vanuit bedrijven gecontracteerd worden, zodat er ook voldoende investeringszekerheid is voor een project als Aramis om tot een daadwerkelijk investeringsbesluit te komen. Dat is ook de reden dat het kabinet in 2025 besloten heeft om een deel van het vollooprisico bij Aramis af te dekken. We hebben een kapitaalstorting aan EBN toegezegd zodat EBN ook de benodigde investeringen kan doen. Hier zit dus ook de commitment en de betrokkenheid van het kabinet.

Daarnaast is het belangrijk dat er duidelijkheid is over de openstelling van SDE++ voor de komende jaren. Dat is natuurlijk belangrijk voor de bedrijven of de afvalverbrandingsinstallaties die contracten gaan afsluiten om CO2 op te kunnen slaan. In die SDE++, dat vollooprisico en die kapitaalstorting zit dus de betrokkenheid. We kijken dus ook naar het afdekken van risico's.

De heer De Groot vroeg mij het volgende. In het kader van die verduurzaming van de industrie, kan er nou niet een structurele overlegtafel komen waar knopen worden doorgehakt op het gebied van randvoorwaarden en energiekosten? Net zoals het overleg met provincies en inwoners van provincies waar gaswinning plaatsvindt, vind ik ook het overleg met de industrie van groot belang. Op dit moment hebben we daarvoor het Nationaal Programma Verduurzaming Industrie. Dat is een plek waar de rijksoverheid met de provincie, de gemeenten, de netbeheerders en de bedrijven — die zijn vertegenwoordigd via de verschillende clusters — aan tafel zit. Dat is juist een tafel waaraan we niet praten over doelen of over beleid, maar echt over de uitvoering: "Waar loop je tegenaan? Hoe kunnen we dat oplossen?" Als je het mandaat van die tafel zou willen uitbreiden of veranderen, dan zou ik dat iets voor aan een volgend kabinet en een nieuwe minister vinden.

Ik hoorde wel iets heel belangrijks en wezenlijks in de bijdrage van de heer De Groot, namelijk die wederkerigheid: het maken van afspraken waarin je allebei je verantwoordelijkheid neemt. Ja, de rijksoverheid heeft een grote verantwoordelijkheid om de randvoorwaarden op orde te brengen — netcongestie is al genoemd, maar denk ook aan energiekosten, CCS, waterstof en de raffinageroute; daar hebben we al eindeloos veel debatten met elkaar over gevoerd — maar dit vraagt dus ook van de industrie om daadwerkelijk investeringen te doen.

Naast dat Nationaal Programma Verduurzaming Industrie, hebben we onlangs ook een sectortafel Chemie & Materialen in het leven geroepen. Dat is onderdeel van het industriebeleid van de minister van EZ. Daarvoor praat het kabinet met bestuurders en bedrijven uit die industrie, met als doel om innovatie en duurzame groei in de sector te stimuleren.

Voorzitter. Dan vroeg de heer De Groot mij ook naar de papier- en kartonindustrie en de keramiekindustie. Hij vroeg of daar nog aparte afspraken en stappenplannen voor worden gemaakt. Hij vroeg ook of we knelpunten, zaken waar die industrieën tegenaan lopen, terug gaan zien in het nieuwe NPE. De papier-, karton-, keramiek- en steenindustrie maken deel uit van de cluster 6-aanpak. Die zitten overigens ook weer aan de tafel van het NPVI. In september 2025 is er een actieplan 2.0 voor cluster 6 naar de Kamer gestuurd. Daarin hebben we ook een regioaanpak aangekondigd. De bedoeling daarvan is om clusters van bedrijven in een bepaalde regio concreet te kunnen ondersteunen bij de transitie. Een voorbeeld daarvan is Brick Valley. Dat is een aantal baksteenfabrikanten in Gelderland die tegen soortgelijke problemen in de verduurzaming aanlopen.

Verder zijn we bezig om inzicht te krijgen in de aanleg van de benodigde infrastructuur om ook voor deze bedrijven de transitie goed te kunnen laten verlopen. Ook bekijken we wat nou de meest kosteneffectieve transitiepaden voor die sectoren zijn. Daarvoor hebben we bijvoorbeeld met de keramiekbranche, die ook onderdeel is van cluster 6, vorig jaar een uitgebreide analyse uitgevoerd.

Dan over het Nationaal Plan Energiesysteem. In het NPE gaan we niet specifiek in op de knelpunten voor deze sectoren of voor cluster 6, want dat is te specifiek voor het NPE. Het NPE zit er eigenlijk een niveau boven en kijkt naar: hoe moet dat energiesysteem er nou uitzien? Maar we zijn dus wel met die sectoren, zeg ik tegen de heer De Groot, doorlopend in gesprek om knelpunten boven tafel te krijgen.

Voorzitter. De heer Dassen vroeg mij naar de maatwerkaanpak, hoe ik reflecteer op die aanpak en ook wat ik hierover zou willen adviseren aan mijn opvolger. Ik denk dat dat de meest gestelde vraag is in deze begrotingsbehandeling en terecht. Ondanks alle hobbels die we tegenkomen in de maatwerk denk ik dat het in de kern nog steeds een goede manier is om met overheid en bedrijfsleven om de tafel samen te kijken: wat is er nou nodig om de verduurzaming van de grond te krijgen? We zien dat het realiseren van de randvoorwaarden die nodig zijn om te kunnen verduurzamen echt taaie materie is. Over netcongestie is natuurlijk al veel gezegd. Hoge netwerkkosten of elektriciteitskosten zijn ook een goed voorbeeld. Je ziet nu dat de maatwerkafspraken bij Nobian zijn vertraagd; de heer Dassen ging daar ook specifiek op in. Er gebeuren ook nog weleens dingen in de bredere context die een effect hebben. Daar heb ik in een debat vorige week met de heer Jumelet en de heer De Groot uitgebreid bij stilgestaan. Er is nu beroep aangetekend door de provincie tegen een zoutwinningbesluit. Laat ik volstrekt helder zijn: dat staat de provincie volledig vrij, maar dat soort keuzes hebben consequenties. Dat zien we hier in de investeringen die Nobian eigenlijk van plan was op korte termijn te gaan doen, maar die nu voorlopig zijn uitgesteld. Ik zie dat de context waarin de maatwerkafspraken moeten worden gemaakt niet eenvoudig is. Maar ik vind het instrument dat je aan tafel zit en met elkaar op zoek gaat naar een maatwerkoplossing nog steeds een goede aanpak. Ik zal dat principe zeker overdragen aan mijn opvolger om daarmee verder te gaan. Maar de wederkerigheid waar ik net in de richting van de heer De Groot iets over zei, moet ook in die maatwerkaanpak stevig verankerd zijn.

Voorzitter. Dit was de verduurzaming van de industrie en ik kom nu bij netcongestie.

De voorzitter:
Een interruptie van de heer De Groot.

De heer Peter de Groot (VVD):
Ik heb een tweetal vragen. De eerste gaat over de beantwoording van de minister over de overlegtafel en de bestaande structuur. Mijn vraag gaat eigenlijk over: wat doe je voordat je met elkaar in dat programma zit? Ik denk dat het heel erg belangrijk is dat de industrie, bedrijven kunnen wisselen aan een tafel, zodat ze vooraf kunnen aangeven wat ze eigenlijk nodig hebben in plaats van dat ze ergens in zitten en dan ja of nee moeten zeggen. Ik zoek dus heel erg naar: hoe kom je op een meer ontspannen manier met elkaar aan tafel om deze verduurzaming te laten slagen? Daar gaat het eigenlijk over: minder formeel.

Minister Hermans:
Die tafel heet zo … We hebben een paar jaar geleden dat Nationaal Programma Verduurzaming Industrie gemaakt en van daaruit is die NPVI-tafel, die stuurgroep gekomen. Het is dus niet zo dat we daar nu aan tafel zitten en alleen maar zeggen: dit is het programma, dit moet uitgevoerd worden en zeg maar waar u staat. Mijn ervaring in de afgelopen anderhalf jaar met de discussies aan die tafel is dat ze heel precies gericht zijn op: waar loopt een cluster als Chemelot tegenaan, wat gebeurt er in het Noordzeekanaalgebied, wat gebeurt er in Eemshaven? Het is heel erg op de uitvoering gericht en daar zijn ook steeds ideeën uit voortgekomen: laten we dit verder uitwerken met elkaar, laten we hier specifiek een oplossing voor zoeken. Dat is juist aan de voorkant van nieuwe beleidsvorming of specifieke oplossingen. Kijk, je moet niet vasthouden aan een model omdat je het ooit zo bedacht hebt. Als de clusterregisseurs samen met de nieuwe minister zeggen "het zou helpen om het meer hierover te hebben of minder daarover", alsjeblieft, doe dat. Want de tafel is er niet voor de tafel en om de tafel in ere te houden, maar om voor elkaar te krijgen wat ze voor elkaar willen krijgen, namelijk verduurzaming van de industrie.

De heer Peter de Groot (VVD):
Ik ga nog even nadenken over het antwoord, omdat ik toch wel veel geluiden uit de industrie hoor: we zouden meer en anders willen overleggen met het ministerie.