Plenair verslag
Tweede Kamer, 39e vergadering
Woensdag 4 februari 2026
-
Begin10:15 uur
-
Sluiting0:00 uur
-
StatusOngecorrigeerd
Opening
Voorzitter: Michon-Derkzen
Aanwezig zijn leden der Kamer, te weten:
De voorzitter:
Goedemorgen. Ik open de vergadering van woensdag 4 februari.
Mededelingen
Mededelingen
Mededelingen
De voorzitter:
Ik deel aan de Kamer mee dat er geen afmeldingen zijn.
Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.
De voorzitter:
We hadden even een kleine hiccup voor de bemensing van deze voorzittersstoel, maar het is opgelost.
Versterking lokaal bestuur
Versterking lokaal bestuur
Aan de orde is het tweeminutendebat Versterking lokaal bestuur (CD d.d. 10/09).
Termijn inbreng
De voorzitter:
We beginnen met het tweeminutendebat Versterking lokaal bestuur. De eerste spreker in dit tweeminutendebat is mevrouw Tseggai. Ze spreekt namens GroenLinks-PvdA. Ik nodig haar uit om haar bijdrage te doen.
Pardon, ik heb de minister nog helemaal niet welkom geheten. Hij is natuurlijk bij ons te gast. Welkom aan de minister van Binnenlandse Zaken.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter, dank. Eén motie van onze zijde, over de versterking van de positie van raadsleden met een uitkering. Die luidt als volgt.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er voor mensen met een uitkering vaak onnodige financiële en administratieve belemmeringen zijn om raadslid, Statenlid of algemeen bestuurslid in een waterschap te worden;
constaterende dat in het rapport Uitkeringsgerechtigden en de raadsvergoeding aanbevelingen worden gedaan en dat het kabinet informatie over de bestaande regelgeving opnieuw breder onder de aandacht brengt;
van mening dat het hebben van een uitkering geen belemmerende factor zou mogen zijn om volksvertegenwoordiger te zijn;
verzoekt het kabinet met de decentrale overheden en de beroepsvereniging van decentrale volksvertegenwoordigers in gesprek te gaan en te bezien hoe bestaande belemmeringen weggenomen kunnen worden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Tseggai en Westerveld.
Zij krijgt nr. 35 (36800-VII).
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Deze motie is medeondertekend door mijn collega Westerveld, maar ik wil ook even de aandacht vestigen op het feit dat mijn collega Chakor al heel lang bezig is geweest met dit punt. Ik wil haar daarvoor bedanken vanaf deze plek.
De voorzitter:
Dat is heel vriendelijk. Dank u wel. Mevrouw Boelsma-Hoekstra is de tweede spreker in het tweeminutendebat. Aan u het woord.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Van mijn kant komen er geen moties, maar naar aanleiding van het verslag heb ik wel enkele vragen aan de minister. Ten eerste werd het mij niet helemaal duidelijk of alleen de omvang van de gemeenteraad in grote gemeenten uitgebreid gaat worden of ook die in kleine. In de brief van uw ambtsvoorganger staat immers dat er alleen naar gemeenten met 200.000 inwoners of meer wordt gekeken, maar in het debat gaf de minister aan dat het ook voor kleine gemeenteraden ging gelden. Kan de minister hier helderheid over geven?
Verder werd er tijdens het debat over de Uitvoerbaarheidstoets Decentrale Overheden, oftewel de UDO, gesproken. Die zou een antwoord moeten zijn om op realistische wijze takenpakketten bij gemeenten neer te leggen. Dat sluit ook goed aan bij waar mijn voorganger, Inge van Dijk, vaak op hamerde: geen taken zonder knaken. Mijn vraag is hoe dit in de praktijk werkt. Zijn decentrale overheden hiermee geholpen en is dit nou dé werkbare methodiek? Daar zou ik graag een antwoord op willen hebben.
Tot zover, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. De derde spreker is mevrouw Den Hollander. Die ziet af van haar spreektijd. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de termijn van de Kamer in dit tweeminutendebat. Ik kijk even naar de minister. Zullen we voor een paar minuten schorsen? Ja. Ik schors voor een enkel moment. We gaan met een minuut of drie luisteren naar de beantwoording.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen deze vergadering. We gaan luisteren naar de beantwoording van een paar vragen en de appreciatie van een motie door de minister van Binnenlandse Zaken. Ik geef hem daartoe het woord. De minister van Binnenlandse Zaken.
Termijn antwoord
Minister Rijkaart:
Voorzitter, dank u wel. Ik begin even met de appreciatie van de motie op stuk nr. 35 over mensen met een uitkering en de eventuele belemmeringen die er dan zijn om raadslid te worden. Deze motie krijgt de appreciatie "overbodig". We zijn in gesprek over de rechtspositie van decentrale politieke ambtsdragers, maar ook over ambtsdragers met een uitkering. Het is natuurlijk een sympathiek idee en we snappen het ook, maar vanwege de belemmeringen van de fiscaliteit kunnen we hier niets anders mee dan deze motie overbodig verklaren. De oplossingen zijn namelijk niet uit te voeren in de praktijk. Dat is het probleem.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 35 heeft de appreciatie "overbodig". Dat leidt tot een interruptie van mevrouw Tseggai.
Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):
Ik hoor de minister zeggen dat hij al in gesprek is — dat is natuurlijk heel erg fijn — maar waar het natuurlijk vooral om gaat in het dictum van deze motie is dat we bezien hoe die bestaande belemmeringen weggenomen kunnen worden. Als de minister de motie zo leest dat hij of zijn opvolger de Kamer daarover informeert of daar nog even op terugkomt, kan hij er misschien wel mee leven.
De voorzitter:
Mevrouw Tseggai begint hier een hele onderhandeling over hoe u de motie ook zou kunnen appreciëren.
Minister Rijkaart:
De appreciatie blijft staan, maar ik ben wel bereid om … We hebben 6 maart weer een overleg met de belangenverenigingen en ik stel voor dat we het daar dan ook op de agenda zetten. Dan kunnen we kijken hoe we deze belemmeringen eventueel weg kunnen nemen en vanaf daar het vervolgproces opstarten.
De voorzitter:
Oké. De motie op stuk nr. 35 kreeg en krijgt daarmee de appreciatie "overbodig". Dan kunt u nu antwoord geven op de gestelde vragen.
Minister Rijkaart:
Ja. Mevrouw Boelsma-Hoekstra stelde een vraag over de gemeenteraad en over hoe die in omvang toenam. Dat gebeurt in principe alleen in de grote gemeenteraden, maar gaande het proces zijn we wel bereid om te kijken of er ook knelpunten zitten in de kleine gemeenteraden.
Dan de vraag over de UDO: is dit een werkbare methodiek? Tot op heden is dit een goede, werkbare methodiek. We merken wel dat deze nog wat meer bekend moet worden. Dat gaat al steeds beter. We zien dan ook dat de uitwerking daarvan ook al goed vorm krijgt en dat dit voor de diverse decentrale overheden dus inderdaad goed werkt. Het is echter ook wel een lerend proces. Als we daar gaandeweg knelpunten of verbeteringen zien, zullen we het zeker niet nalaten om die dan ook te implementeren. We hebben nog wel een evaluatie van de UDO; die vindt plaats in 2028. Dan ziet u mij hier waarschijnlijk niet meer staan, maar ik vertrouw erop dat een van mijn opvolgers u die evaluatie wel kan doen toekomen.
De voorzitter:
Dat leidt tot een vraag van mevrouw Boelsma-Hoekstra.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Dat er al lerende gekeken wordt of het aangepast kan worden is mooi, maar mijn interruptie ging eigenlijk over die gemeenteraden. In het verslag las ik toch dat ook de wat kleinere gemeenteraden werden meegenomen en dat is wezenlijk iets anders. Ik ben dus een beetje in verwarring over wat het nu is. U zegt: gaande het proces kunnen ze er misschien bij komen. Ik krijg graag een iets duidelijker antwoord, als dat zou kunnen.
De voorzitter:
Minister, u krijgt van mij het woord en ik wil tegen mevrouw Boelsma ook zeggen: graag via de voorzitter. Dus: mevrouw Boelsma vraagt aan de minister … De minister antwoordt.
Minister Rijkaart:
Ik verviel in dezelfde fout, voorzitter. Nou, nee — via de voorzitter uiteraard — het is in principe voor grote gemeenteraden. Daar starten we mee. Dat wil echter niet zeggen dat we kleine gemeenteraden helemaal uit het oog verliezen. Gaandeweg het proces kijken we dus ook naar de positie van die kleine gemeenteraden, die toch ook een bepaalde mate van druk ervaren. Dat is niet onbekend bij ons. Die nemen we dus ook wel mee in het proces, maar in principe beginnen we bij de grote.
De voorzitter:
Daarmee bent u aan het einde gekomen van de beantwoording in deze termijn.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
We gaan dinsdag over de ingediende moties stemmen. Daarmee ronden we dit tweeminutendebat af.
Regio's en grensoverschrijdende samenwerking
Regio's en grensoverschrijdende samenwerking
Aan de orde is het tweeminutendebat Regio's en grensoverschrijdende samenwerking (CD d.d. 02/10).
Termijn inbreng
De voorzitter:
We gaan direct door met het Tweeminutendebat Regio's en grensoverschrijdende samenwerking. Daar hebben zich drie sprekers voor gemeld. De eerste spreker is mevrouw Bikker van de ChristenUnie. Ik nodig haar uit om haar bijdrage te doen in dit tweeminutendebat.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. Goedemorgen, ook aan de minister. Dank voor de goede en mooie brief die de minister heeft gestuurd. Ook het commissiedebat nam een aantal vragen weg. Als ik naar het geheel kijk van hoe we omgaan met de regio en alles buiten de Randstad, zie ik wel een lijn. Ik denk dat we daar als Kamer iets meer achteraan moeten zitten. Daarom deze motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet-Schoof ervoor gekozen heeft om het programma Elke regio telt!, inclusief de succesvolle Regio Deals, te vervangen door het Nationaal Programma Vitale Regio's, waarbij slechts enkele regio's in aanmerking kwamen voor intensieve samenwerking met het Rijk;
overwegende dat er onvoldoende middelen beschikbaar zijn gesteld om die gestelde ambities waar te maken;
overwegende dat in het coalitieakkoord van D66, VVD en CDA wordt gesteld dat er samen met de regio's gewerkt wordt om grote opgaven in een gebied integraal en gezamenlijk te realiseren en dat wordt voortgebouwd op de aanbevelingen uit het rapport Elke regio telt!, maar dat er nog geen geld beschikbaar is gesteld voor deze ambitie;
overwegende dat niemand wil dat dit aanstaande kabinet een Randstadkabinet wordt;
verzoekt de regering op de kortst mogelijke termijn inzichtelijk te maken met welke financiën vorm wordt gegeven aan de gestelde ambities,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Bikker.
Zij krijgt nr. 180 (29697).
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Bikker. Ik nodig mevrouw Tseggai uit voor haar bijdrage. Zij ziet daarvan af. Ik kijk naar mevrouw Den Hollander voor haar bijdrage in deze termijn. Zij ziet daar ook van af. Dan zijn we aan het einde gekomen van de termijn van de Kamer. Er is één motie ingediend, maar ik denk dat de minister die nog niet heeft, dus ik schors voor een minuut of twee.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen dit debat. Ik zie de minister staan. Hij is klaar om de motie die is ingediend door mevrouw Bikker te appreciëren. Ik nodig hem daar van harte toe uit. Het woord is aan de minister.
Termijn antwoord
Minister Rijkaart:
Voorzitter, dank u wel. De motie op stuk nr. 180 krijgt de appreciatie "ontijdig". Dat heeft ermee te maken dat op dit moment nog niet inzichtelijk is waar de regio's precies om vragen. Het komende jaar werken we met die regio's samen om de plannen verder uit te werken. Dat moet dan uiteindelijk leiden tot een uitvoeringsagenda, waarmee we meer inzicht zullen krijgen in de uitvoeringskosten. Als je dan eenmaal zover bent dat die kosten inzichtelijk zijn, moet ik toch zeggen dat het aan het volgende kabinet en de Kamer is om daar een oordeel over te vellen.
De voorzitter:
Deze motie heeft het oordeel "ontijdig". Daarmee ligt de vraag voor of mevrouw Bikker bereid is om de motie aan te houden. Het woord is aan mevrouw Bikker.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik denk altijd heel graag mee met het kabinet, maar om dit nu "ontijdig" te verklaren is iets anders. We zijn al heel lang bezig met het regiobeleid. Ik heb allerlei mensen uit verschillende regio's gesproken die al goede plannen hebben opgesteld die in de wacht zitten. Ook zijn er andere regio's die weten dat ze nu niet meedoen, maar misschien in de toekomst wel. Dit verzoek is heel eenvoudig. Het gaat er niet om dat we precies weten welke plannen in welke regio worden toegekend; dat staat er niet. Er staat wel: maak nou inzichtelijk met welk budget we het gaan doen, zodat we hooggespannen verwachtingen die we niet waarmaken kunnen voorkomen. Aan de andere kant moeten we wel helder hebben wat het pad wordt. Ik begrijp heel goed dat dat voor deze minister in de huidige termijn wat lastig is. Ik hoorde de heer Bontenbal ooit spreken over "ministers van buiten", dus wie weet. Anderszins zal daar iemand anders zitten straks. Maar ik denk wel dat dit een steun in de rug is voor de nieuwe bewindspersoon van Binnenlandse Zaken.
De voorzitter:
Begrijp ik hieruit dat u niet voornemens bent om de motie aan te houden, mevrouw Bikker? Dat is het geval. Minister, wijzigt u uw appreciatie na het pleidooi van mevrouw Bikker?
Minister Rijkaart:
Nee, want eigenlijk vraagt mevrouw Bikker een beetje het onmogelijke. Ik moet dan namelijk in een glazen bol gaan kijken om te zien waar die elf regio's — inmiddels zijn er al heel wat regio's bij die elf aangesloten — mee gaan komen. Dan wordt het een enorm nattevingerwerk, waar ik mijn opvolger echt niet mee op wil zadelen. Het klinkt heel eenvoudig, maar dat is het helaas niet.
De voorzitter:
Mevrouw Bikker, laatste maal op dit punt.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Het gaat er niet om wat die regio's aanleveren; het gaat erom wat het kabinet op de plank legt op het gebied van financiën en welke ambities er zijn. We kunnen regio's namelijk eindeloos plannen laten maken, maar als daar geen geld voor is in Den Haag, dan heeft dat niet zo veel nut.
De voorzitter:
Uw pleidooi is helder. De minister heeft deze motie geapprecieerd met het oordeel "ontijdig".
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
We gaan er dinsdag over stemmen. Daarmee zijn we aan het eind gekomen van het tweeminutendebat Regio's en grensoverschrijdende samenwerking.
Advies Fryske taal en kultuer 2024-2028 en Advies Friestalige Journalistiek
Advies Fryske taal en kultuer 2024-2028 en Advies Friestalige Journalistiek
Aan de orde is het tweeminutendebat Advies Fryske taal en kultuer 2024-2028 en Advies Friestalige Journalistiek (33335, nr. 25).
Termijn inbreng
De voorzitter:
Ik wil direct door naar het volgende tweeminutendebat. Dat is het tweeminutendebat Advies Fryske taal en kultuer 2024-2028 en Advies Friestalige Journalistiek. Ik wijs de leden erop, voor zover dat nog niet bekend was, dat het natuurlijk mogelijk is om een enkele zin in de Friese taal uit te spreken. Ik zie ook leden van wie ik weet dat ze de taal ook machtig zijn. Maar ik hecht er ook aan te zeggen dat de voertaal hier in het parlement Nederlands is. Als u in het Fries praat, geef dan ook even aan wat dat in het Nederlands is. We voeren het debat natuurlijk in het Nederlands.
Dat gezegd hebbende, kijk ik of ik de heer Vermeer zie. Nee, die zie ik niet zitten. De tweede spreker in dit tweeminutendebat is de heer De Hoop. Die is er wel. Het woord is aan u.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Tige tank, foarsitter. Dank u wel, voorzitter.
In bytsje Fries hie hjoed reedride wollen, want it is koade read yn Fryslân en dan hast it leafst redens ûnder. Mar it is ek bysûnder om hjir yn de plenêre seal Frysk prate te meien.