Plenair verslag
Tweede Kamer, 38e vergadering
Dinsdag 3 februari 2026
-
Begin14:00 uur
-
Sluiting0:00 uur
-
StatusOngecorrigeerd
Opening
Voorzitter: Van Campen
Aanwezig zijn 0 leden der Kamer, te weten:
alsmede mevrouw Letschert.
De voorzitter:
Ik open de vergadering van dinsdag 3 februari 2026.
Mededelingen
Mededelingen
Mededelingen
De voorzitter:
Ik deel aan de Kamer mee dat het volgende lid zich heeft afgemeld:
Eerdmans.
Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.
Regeling van werkzaamheden
Regeling van werkzaamheden
Regeling van werkzaamheden
De voorzitter:
Aan de orde is een zeer korte regeling van werkzaamheden.
Op verzoek van de Groep Markuszower benoem ik:
- in de vaste commissie voor Asiel en Migratie het lid Lammers tot lid en het lid Schilder tot plaatsvervangend lid;
- in de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken het lid Markuszower tot lid en het lid Claassen tot plaatsvervangend lid;
- in de vaste commissie voor Defensie het lid Ten Hove tot lid en het lid Markuszower tot plaatsvervangend lid;
- in de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat het lid Heutink tot lid en het lid Moinat tot plaatsvervangend lid;
- in de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid het lid Schilder tot lid en het lid Lammers tot plaatsvervangend lid;
- in de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid het lid Moinat tot lid en het lid Heutink tot plaatsvervangend lid;
- in de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport het lid Claassen tot lid en het lid Ten Hove tot plaatsvervangend lid.
Eindverslag van de informateur
Eindverslag van de informateur
Aan de orde is het debat over het eindverslag van de informateur.
Termijn inbreng
De voorzitter:
Aan de orde is het debat over het eindverslag van de informateur, in aanwezigheid van de informateur. Ik heet haar van harte welkom in ons midden. Ik kan me zo voorstellen dat enkele leden ook enkele opmerkingen in hun bijdragen zullen hebben over het gesloten regeerakkoord. Ik stel voor daar ook ruimte voor te geven in dit debat. We maximeren het aantal interrupties niet, maar ik wijs de leden er wel op dat het Reglement van Orde erop wijst dat interrupties korte, beknopte vragen dan wel opmerkingen dienen te betreffen.
Van de zijde van de Kamer wil ik als eerste het woord geven aan de heer Jetten, namens de fractie van D66. De heer Jetten heeft het woord.
De heer Jetten (D66):
Dank u wel, voorzitter. Allereerst beterschapswensen aan collega Eerdmans. Ik heb een wat korte tekst, want ik kan me zo voorstellen dat er voldoende vragen aan mij zullen zijn. Maar laat ik beginnen met een woord van dank aan informateur Letschert, voor haar geduld en scherpe blik tijdens deze formatie. Ook bedank ik het Bureau Kabinetsformatie en alle teams die dag en nacht hebben gewerkt om dit akkoord mogelijk te maken. Het was een van de kortste formaties in tijden en dat is maar goed ook.
Nederland zit namelijk vol mensen die vooruit willen. Mensen die elke dag hun best doen voor een ander, om hun kinderen kansen te geven en iets moois te maken van het leven. Maar de afgelopen jaren zagen zij te vaak dat de politiek bleef hangen in geruzie en gedoe, een politiek die problemen vooruitschoof. Tegelijkertijd verandert de wereld om ons heen razendsnel. Oorlog woekert aan de Europese grens en machtsdenken krijgt steeds meer ruimte, terwijl in eigen land zaken die zo gewoon leken dat niet altijd meer zijn. Dan doel ik bijvoorbeeld op het vinden van een betaalbaar huis in een leuke wijk, met een goede school en een vaste huisarts, in een straat waar alle kleuren en geloven naast elkaar kunnen wonen en respectvol met elkaar omgaan. Steeds vaker lijkt het niet meer te lukken. Steeds vaker lijkt de hardste schreeuwer op tv of online onze normen en waarden te bepalen op een toon die niet past bij ons land. In zo'n wereld kan Europa, kan Nederland, kan de politiek niet achteroverleunen. Mensen verwachten daadkracht en ambitie, zodat we als land zelf onze koers bepalen.
De opgave daarbij is groot, maar Nederland heeft altijd laten zien dat we vooruitkomen als we kiezen voor samenwerking. Daarom nemen D66, VVD en CDA verantwoordelijkheid, niet met makkelijke oplossingen maar met duidelijke keuzes, om Nederland weer in beweging te brengen, met grote ambities vandaag en meer kansen morgen. Daarom investeren we fors in onze veiligheid en in het versterken van de rechtsstaat, in nieuwe woningen en in een economie die werkt. We draaien alle bezuinigingen op onderwijs terug en pakken racisme, discriminatie en vrouwenhaat aan. We versnellen de energietransitie, geven boeren perspectief en beschermen onze natuur. We kiezen voor een samenleving waar gezondheid en meedoen centraal staan.
Voorzitter. Ik hoop dat we dat samen kunnen doen: politiek en samenleving, coalitie en oppositie. Want velen van ons geloven in die andere politiek: in minder ruzie, in meer vertrouwen en meer resultaat.
Dank u wel.
De heer Wilders (PVV):
De heer Jetten heeft de verkiezingen nipt gewonnen. Ik heb hem daarvoor gefeliciteerd. Volgens sommigen was dat vanwege een positieve campagne, volgens anderen vanwege gladde praatjes. De werkelijkheid zal wel ergens in het midden liggen. Ik zou hem er toch op willen wijzen dat hij eigenlijk, als je nu kijkt naar wat het resultaat is en waar hij met zijn coalitiegenoten afgelopen vrijdag mee is gekomen, de mensen toch wel heel erg voor de gek heeft gehouden met zijn positieve verhaal. Het plan dat u heeft gepresenteerd "Aan de slag. Bouwen aan een beter Nederland", is toch een beetje de ondergang van Nederland geworden. U bezuinigt maar liefst 10 miljard euro op de zorg: van een hoger eigen risico tot de bejaardentehuizen, de ouderenzorg, de gehandicaptenzorg. Je kunt het zo gek niet verzinnen of ze gaan d'r aan. En nog een keer 6 miljard bezuinigingen op de sociale zekerheid erbovenop. Mensen kunnen pas op hun 70ste met pensioen. De WIA, de WW, noem maar op, alles wordt gepakt. Ze gaan nog een keer per gezin €450 aan een vrijheidsbijdrage leveren. Meneer Jetten, de subkop van uw stuk is "Bouwen aan een beter Nederland", maar het is Nederland afbreken. Waarom — dit is een eerlijke vraag — eerst een eerlijke campagne om vervolgens te komen met een stuk waarover u lacht maar Nederland huilt? Nederland huilt vanwege deze lastenverzwaringen en deze slijtageslag in de zorg en de sociale zekerheid. Waarom heeft u Nederland zo voor de gek gehouden?
De heer Jetten (D66):
Als iemand Nederland voor de gek heeft gehouden de afgelopen jaren, dan was het wel de heer Wilders. In de afgelopen jaren had hij alle kansen om goede dingen te doen voor Nederland, maar hij was hier zo veel ruzie aan het maken in zijn eigen coalitie, en nu ook in zijn eigen partij, dat er helemaal niks terechtkwam van zijn mooie beloftes in de vorige campagne. We hebben met drie partijen afspraken gemaakt. En ja, die gaan ook over moeilijke onderwerpen. Er zijn immers steeds meer oudere mensen in Nederland — gelukkig worden we steeds ouder en ook steeds langer gezond oud — maar dat betekent ook dat er steeds minder jonge mensen zijn die met elkaar de verzorgingsstaat overeind moeten houden. Ik wil dat over vijf of tien jaar mensen ook nog gebruik kunnen maken van goede zorg en dat we mensen van werk naar werk kunnen begeleiden. Daarom maken we nu een aantal grote keuzes. Keuzes die nodig zijn om wachtlijsten in de zorg tegen te gaan en om te voorkomen dat de zorgpremie de komende jaren nog verder doorstijgt. Al die bureaucratie die patiënten en zorgmedewerkers nu zo in de weg zit, pakken we keihard aan.
De heer Wilders (PVV):
Nederland is niet de pinautomaat van D66. Je kunt niet zomaar mensen extra lasten opleggen van €450 per jaar. Je kunt niet zomaar de zorg met 10 miljard korten. Mensen kunnen dadelijk hun eigen risico en hun verzekering niet meer betalen. En wat de sociale zekerheid betreft: je kunt niet zomaar tegen die agent of die verpleegkundige die nu veertiger is, zeggen "dadelijk mag je tot je 70ste doorwerken". Dat kunt u niet zomaar doen! Waar geeft u dat geld aan uit? Behalve aan defensie, aan de hobby's van GroenLinks-Partij van de Arbeid. U geeft het aan asielzoekers, aan klimaat, aan stikstof, aan ontwikkelingshulp. Weet u wat Nederlanders willen? Nederlanders willen minder asiel. Nederlanders willen dat ze wat makkelijker de boodschappen kunnen betalen. Nederlanders willen wat meer lucht krijgen om hun huur te kunnen betalen. Dát willen ze. U plukt Nederland kaal en u geeft het aan Jesse Klaver.
De heer Jetten (D66):
Dat is gewoon onzin. Jesse Klaver komt zo meteen zelf vast ook nog wel een paar vragen stellen, denk ik zo. Maar wat willen die Nederlanders? Die willen niet meer jarenlang op een wachtlijst hoeven staan voor een betaalbare woning. Daarom trekken we miljarden uit om de komende jaren extra woningen te bouwen. Die Nederlanders willen niet ellenlang op een wachtlijst staan om goede zorg te krijgen, of het nu gaat om jeugdzorg of ouderenzorg. Ze willen snel en gericht worden geholpen, waarbij de mensen met de grootste vraag vooraan in de rij staan, in plaats van helemaal achteraan. We willen dat ons land veilig blijft in een wereld die steeds onrustiger wordt terwijl er oorlog woedt in Oekraïne. Ik vind het dan ook heel goed uit te leggen dat wij de komende jaren fors de portemonnee trekken om te investeren in onze veiligheid en in meer betaalbare woningen en dat wij bekijken hoe wij de sociale zekerheid en de gezondheidszorg overeind kunnen houden, zodat die niet alleen nu goed zijn maar ook over vijf jaar en over tien jaar.
De heer Wilders (PVV):
Niet de heer Jetten trekt de portemonnee, het zijn de Nederlanders die de portemonnee trekken. Het zijn de Nederlanders die daarvoor moeten betalen. Het zijn de Nederlanders wier lasten omhooggaan, die de zorg niet meer kunnen betalen en die dadelijk tot hun 70ste kunnen werken. U heeft Nederland voorgelogen met uw positivisme. Er is hier een plan gemaakt dat Nederland kapotmaakt. Ik zag u ook in die zaaltjes staan met de Nederlandse vlag op de achtergrond. Ik dacht: wie weet, misschien gaat die man echt wel wat doen aan asiel, gaat hij iets voor Nederland betekenen. Maar ook daar: niets, geen enkele extra maatregel van substantiële orde in het coalitieakkoord, helemaal niets. De grenzen blijven openstaan. Geen asielstop. De dwangwet, die van Nederland één azc maakt, blijft bestaan. Ook de voorrang voor statushouders bij huurwoningen, terwijl Nederlanders jarenlang op de wachtlijst staan, wordt niet meteen afgeschaft. Nu las ik vandaag ergens in een krant dat de D66-fractie gaat stemmen tegen dat beetje wat u al heeft afgesproken, namelijk steun voor de goede voorstellen van onze eigen oud-minister van Asiel die in de Eerste Kamer liggen. Zit u net in de coalitie, gaat uw fractie in de Eerste Kamer tegen die voorstellen stemmen! Leugen op leugen op leugen. Als iemand het niet verdient om minister-president van Nederland te worden, dan is het de man die daar staat.
De heer Jetten (D66):
Dat waren eigenlijk drie redelijk onnavolgbare interrupties die alle kanten op schieten maar één rode draad hebben: een hele grote bak negativisme. Dat negativisme zijn Nederlanders zo ontzettend zat. Om toch maar even kort antwoord te geven op de vraag over asiel en migratie: in deze coalitieonderhandelingen hebben deze drie partijen daar lang over gesproken en alle drie zijn ze over hun eigen schaduw heen gestapt om te komen tot een gebalanceerd pakket, dat tegemoetkomt aan al die zorgen die in onze samenleving leven. Hoe houd je veel meer controle en grip op de instroom, hoe zorg je ervoor dat opvang fatsoenlijk geregeld is, hoe pak je mensen die overlast geven harder aan en hoe zorg je ervoor dat mensen die in Nederland mogen blijven de taal leren, aan het werk kunnen en onderdeel worden van onze samenleving? Dat is een pakket waar we alle drie achter staan en dat we de komende jaren met volle overtuiging zullen gaan uitvoeren. We krijgen op die manier veel meer voor elkaar op dit onderwerp dan met al het geschreeuw en alle symbolen die we de afgelopen jaren van de heer Wilders en de vorige minister hebben gezien.
De heer Stoffer (SGP):
Ik had de in indruk dat de heer Jetten aan het eind van zijn betoog was gekomen.
De heer Jetten (D66):
Zeker.
De heer Stoffer (SGP):
Als ik zo naar het geheel kijk, dan denk ik dat de heer Jetten de komende tijd — het ligt natuurlijk aan hemzelf hoelang dat zal zijn — de verantwoordelijkheid heeft om meerderheden te zoeken en daar verantwoordelijkheid in te tonen. Ik moet zeggen dat hij dat de afgelopen maanden ook heeft laten zien. Ook in het stuk dat nu voorligt, merk ik dat hij zich daarvan bewust is. In de inleiding van het coalitieakkoord schrijven de drie partijen: "We zijn er bij voorbaat diep van doordrongen dat parlementaire meerderheden (…) verdiend moeten worden." Mijn concrete vraag is: hoe zien we die houding straks terug wat betreft medische ethiek?
De heer Jetten (D66):
Misschien kan ik daar een paar zinnen in zijn algemeenheid over zeggen. We hebben een coalitieakkoord geschreven waarin we hele duidelijke keuzes maken. We geven duidelijk richting aan de grote thema's die nu spelen. Dat hebben we bewust gedaan, zodat u als Kamer weet waar het kabinet naartoe wil. Waar kunnen oppositiepartijen in meedoen als ze het goede plannen vinden en waar kunnen ze zich soms ook tegen verzetten als ze denken dat het echt anders moet? Ik zal erop toezien dat de ministers en staatssecretarissen straks ook zelf de verantwoordelijkheid voelen om altijd de eerste stap richting de Kamer te zetten. Het is niet aan de oppositiepartij om te bedelen om een afspraak met de minister, maar de minister moet in een heel vroeg stadium, als hij bezig is met een wet of met beleid, bij de Kamer langsgaan om op te halen wat oppositiepartijen belangrijk vinden en hoe daar eventueel rekening mee gehouden kan worden. Dat is de grondhouding.
Heel specifiek over medische ethiek wil ik het volgende zeggen. Ik vond de woorden van de heer Stoffer nadat hij bij ons op de koffie was geweest, net als op één na alle andere fractievoorzitters, eerlijk gezegd heel mooi. Vergeef me als ik u niet helemaal goed citeer, maar u zei iets als: "In de politiek staan mensen soms op je tenen, alleen de vraag is: hoe vaak en hoe hard doen ze dat?" Ik denk dat dat zeker ook geldt voor hele gevoelige onderwerpen, zoals medische ethiek. Onze denkbeelden daarover zijn heel verschillend. In mijn optiek kunnen nieuwe wetenschappelijke inzichten helpen om de gezondheidszorg beter te maken. De heer Stoffer heeft vanuit het perspectief van de SGP veel meer oog voor de kwetsbaarheid van het leven. Als we stappen willen zetten op medische ethiek, of dat nou vanuit het kabinet of vanuit een van de coalitiepartijen is, zal daar altijd een goede maatschappelijke dialoog aan voorafgaan, waarin ruimte is voor alle verschillende standpunten. Daarin stel je echt de vraag: is dit nu noodzakelijk om een stap vooruit te zetten?
De heer Stoffer (SGP):
Dat is helder vanuit het perspectief van de heer Jetten. Laat ik overigens het misverstand over wat ik zei over de tenen wegnemen: dat ging niet over medische ethiek — wat dat thema betreft doet het minste trapje enorm veel pijn — maar over het geheel. Er staat natuurlijk heel wat in het akkoord dat ook voor ons best moeilijk te verteren is. Wat betreft praktische zaken, als we het over geld en dergelijke hebben, kunnen we best eens meekijken en dan neem je af en toe ook pijn, maar op het gebied van medische ethiek is dat voor ons bijna onmogelijk. In ons perspectief wordt het leven door God gegeven en door God genomen. Vanuit dat perspectief moet je daar ook niet aankomen. Wat ik dan zie en waar ik bang voor ben, is het volgende. In het akkoord gaat het over zorgvuldige processen, er goed mee omgaan en de maatschappelijke dialoog. Maar als dat alles leidt tot een totaal verkeerde uitkomst, hoe denkt de heer Jetten dan nog meerderheden in dit parlement te kunnen creëren?
De heer Jetten (D66):
Ik denk dat we zoiets stap voor stap met elkaar zullen moeten doen. Ik hoop ten eerste dat we over belangrijke thema's, of het nou gaat om de aanpak van het stikstofbeleid, medisch-ethische wetsvoorstellen of andere voorstellen, altijd goed en respectvol met elkaar het debat kunnen voeren. De heer Stoffer zegt, zo interpreteer ik het maar even: als een kabinet straks vaak grote stappen wil zetten op onderwerpen die voor ons echt door een ondergrens heen gaan, wordt het misschien wel moeilijker om de SGP uit te nodigen voor een kop koffie om te praten over een begroting of over een ander wetsvoorstel. Dat heb ik luid en duidelijk gehoord. Daar zullen we ook rekenschap van nemen als we aan het werk gaan.
De heer Stoffer (SGP):
Ter afronding. Op zich mooie woorden, maar laat ik het hier heel helder neerzetten: als er op dit thema, medische ethiek, stappen worden gezet, zijn D66, VVD en CDA de SGP echt kwijt. Laat ik die waarschuwing hier bij voorbaat neerleggen.
De heer Jetten (D66):
Genoteerd.
De heer Van Baarle (DENK):
De heer Jetten spreekt veel woorden over optimisme en over vertrouwen. Heel veel mensen in het land, die nu bijvoorbeeld zien dat het eigen risico verhoogd wordt, nota bene door politieke partijen, waaronder de partij van de heer Jetten, die beloofd hadden om dat niet te doen, voelen op dit moment niet zo veel vertrouwen. De mensen die zien dat ze moeten gaan doorwerken tot na hun 70ste, voelen niet veel optimisme. De mensen die nu al hun boodschappen niet kunnen betalen, de mensen die nu aan het einde van de maand niet meer rond kunnen komen vanwege de hoge kosten, voelen dat optimisme niet vanwege de belastingen, honderden euro's per huishouden vanwege de NAVO-norm en andere belastingen die de heer Jetten met zijn coalitie gaat doorvoeren, waardoor mensen echt honderden euro's per jaar moeten gaan betalen. Als je dat ziet, straalt dit akkoord toch helemaal geen optimisme uit en ook helemaal geen vertrouwen uit voor al die mensen in Nederland die het al moeilijk hebben, die niet rond kunnen komen, die in armoede zitten, die de kosten niet meer kunnen betalen?
De heer Jetten (D66):
Ik begrijp echt wel dat die zorgen en vragen er zijn, maar ook daar hebben we met deze drie partijen heel bewust over nagedacht. We hebben juist nagedacht over hoe je de meest kwetsbare groepen het meest gericht kan helpen. Ik neem even het eigen risico als voorbeeld. In de afgelopen jaren wilde de heer Wilders het eigen risico halveren. De voorspelling was dat de zorgpremie gemiddeld van €158 per maand zou stijgen naar €196 per maand. Dan zou elke Nederlander gemiddeld €444 per jaar meer moeten gaan betalen aan een nu al hoge zorgpremie, terwijl 49% van de Nederlanders te lang moet wachten op passende zorg. Dat vinden wij onverantwoord. Daarom kiezen wij voor een beperkte verhoging van het eigen risico, om daarmee een verdere stijging van de zorgpremies te voorkomen. Dat combineren we met 350 miljoen euro per jaar voor chronisch zieken en gehandicapten, voor mensen die dat eigen risico moeten aanspreken. Die tegemoetkoming van in totaal 350 miljoen euro per jaar zal een grotere tegemoetkoming zijn dan de stijging van het eigen risico. Dat vind ik heel belangrijk. Ook de ingrepen op het terrein van de arbeidsmarkt gaan hand in hand met extra geld voor gezinnen, extra geld voor armoedebestrijding, extra geld voor schuldhulpverlening. Dus juist door gericht te werk te gaan om de kwetsbare groepen in de samenleving extra te helpen, kunnen we ook iets vragen van al die andere mensen in dit land die het goed hebben en die daarmee ook een steentje kunnen bijdragen aan de veiligheid nu en de welvaart op korte en lange termijn.
De heer Van Baarle (DENK):
De heer Jetten kan het hier proberen uit te leggen, maar dat neemt niet weg dat D66 de mensen heeft beloofd het eigen risico niet te zullen verhogen. En dat doet D66 nu wel met €75. Dat komt bij heel veel mensen gewoon keihard aan. Daar spreekt gewoon geen vertrouwen uit. Als de heer Jetten het heeft over mensen tegemoetkomen, wijs ik erop dat niet alleen het eigen risico met €75 verhoogd wordt, maar ook dat de vrijheidsbijdrage voor de NAVO-norm meer dan €400 per huishouden gaat kosten wat mensen aan belasting moeten betalen. Dan komt er ook nog een boodschappenbelasting, een soort suikertaks, die mensen in de boodschappen ook rond de €100 gaat kosten. De benzine wordt vanaf 2027 €0,10 per liter duurder. Een bosje bloemen wordt duurder. Het eigen risico heb ik net genoemd. Minder mensen hebben recht op zorgtoeslag. Dan kan de heer Jetten zeggen dat er een aantal kruimels voor terugkomen, maar wat de heer Jetten van D66 samen met de VVD en het CDA doet, is mensen gewoon enorm hard raken in de portemonnee, enórm hard raken in de portemonnee. Mijn vraag aan de heer Jetten is: waarom kiest hij daarvoor?
De heer Jetten (D66):
Ik denk dat 350 miljoen structureel voor chronisch zieken en gehandicapten echt een serieus bedrag is, waar mensen hartstikke blij mee zullen zijn. Dat geldt ook voor die 600 miljoen euro voor gezinnen. Er komt per jaar een paar honderd euro per gezin bij. Dat zijn geen kruimels. Dat zijn voor heel veel huishoudens in Nederland hele welkome extra euro's ondersteuning direct in de portemonnee. Daar hebben we met elkaar voor gekozen. Ja, er zitten ook een aantal moeilijke keuzes en maatregelen in dit coalitieakkoord. En waarom? Omdat kiezers ook van de politiek hebben gevraagd: ga eens een keer wat doen als overheid, ga eens een keer aan de slag om boeren weer perspectief te geven, ga eens een keer echt werk maken van het bouwen van meer betaalbare woningen en investeer serieus in onze defensie zodat we Nederland en Europa veilig kunnen houden. Elke Nederlander begrijpt dat dat niet gratis is en dat dat ergens vandaan moet komen. We zijn begonnen bij hele scherpe keuzes: snijden in de overheid en het hervormen van onze verzorgingsstaat. Ja, daar hoort ook een kleine bijdrage van bedrijven en burgers in de vorm van die vrijheidsbijdrage bij. Je ziet dezer dagen ook dat heel veel Nederlanders dat steunen, omdat die ook voelen dat als we onze veiligheid en onze democratische rechtsstaat niet beschermen, al het andere dan helemaal niets meer waard is.
De heer Van Baarle (DENK):
Zei de heer Jetten nou "een kleine bijdrage"? Bij die belasting voor de NAVO-norm gaat het om honderden euro's per huishouden. Daar komen al die andere dingen ook nog eens bovenop. Denk aan die eigen bijdrage in de zorg die de heer Jetten samen met zijn collega's wil gaan invoeren, die andere extra belastingen die de heer Jetten wil gaan doorvoeren, de duurdere benzine en de duurdere boodschappen vanwege een suikerbelasting. Dan kan de heer Jetten zeggen dat het kabinet een klein beetje teruggeeft, maar netto worden mensen keihard geraakt. Mensen vinden het onrechtvaardig dat ze tegelijkertijd zien dat Nederland een soort geldberg van de NAVO wordt, dat er 19,3 miljard al klaargezet wordt om over te maken voor wapentuig om Trump te pleasen en dat er al 9 miljard klaarstaat om over te maken naar Oekraïne. Nederlanders worden een geldberg voor Trump en Zelensky, moeten betalen en worden hard in de portemonnee geraakt. Ik zou tegen de heer Jetten willen zeggen: het is echt nodig om andere keuzes te maken. Je hoeft niet mee te gaan in die wapenwedloop. Je hoeft mensen in het land niet keihard te raken; je kan er ook voor kiezen om eerlijker te delen en van anderen een bijdrage te vragen. Stop dus met het onrechtvaardiger maken van Nederland en stop met het raken van de mensen in hun portemonnee.
De heer Jetten (D66):
Als we die rekening moeten betalen van al die investeringen die we gaan doen, zullen we op zoek gaan naar hoe we die lasten eerlijk kunnen verdelen en sterke schouders ook zwaardere lasten kunnen laten dragen dan anderen, maar kom er nu niet mee aan dat het voortzetten van de steun aan Oekraïne of het investeren in onze krijgsmacht weggegooid geld is. Die Oekraïners — binnenkort is het vier jaar na de Russische inval — vechten elke dag voor hun vrijheid en voor Europese normen en waarden. Die investering in de NAVO-norm doen we niet voor de president die in het Witte Huis zit; die doen we voor onszelf, zodat Europa zijn eigen continent kan verdedigen en zodat we ervoor zorgen dat we in een wereld die steeds onrustiger wordt de veiligheid en vrijheid in Nederland en Europa zelf kunnen beschermen. Dat is de reden dat wij de komende jaren gaan toegroeien naar 19 miljard extra voor defensie. Dat is echt een afspraak waar deze drie partijen zeer van overtuigd zijn.
De heer Struijs (50PLUS):
Dank, informateur en dank aan de heer Jetten met zijn team voor de inzet. Mijn vraag heeft als bovenliggend thema betrouwbaarheid. Wij willen als 50PLUS betrouwbaarheid uitstralen. Wat ons erg dwarszit, is de AOW. We hadden ons al schrap gezet naar aanleiding van allerlei adviezen van hoge ambtenaren. Gelukkig is daarvan een hoop niet doorgegaan, onder andere de fiscalisering. Maar u verhoogt toch de AOW-leeftijd en daarmee breekt u met een zwaar bevochten pensioenakkoord waar ik zelf ook onderdeel van ben geweest. Ik hoop dat meneer Jetten zich realiseert dat hij door aan dat touwtje te trekken een eerdere belofte van een vorig kabinet, die bijna in bloed geschreven was, breekt, namelijk dat er niet aan het touwtje getrokken zou worden dat de AOW-leeftijd nog hoger op zou laten lopen. Hoe kijkt meneer Jetten naar betrouwbaarheid van een vorig kabinet, naar een belofte die hij als erfenis heeft meegekregen?
De heer Jetten (D66):
Ik denk dat het pensioenakkoord een van de mooiste en spaarzame voorbeelden is uit de afgelopen jaren waarin er politiek breed samengewerkt werd en waarin de politiek ook goede afspraken heeft kunnen maken met werkgevers en werknemers. Dat zouden we op veel meer onderwerpen moeten doen. Daarom hebben we er tijdens deze coalitieonderhandelingen ook heel bewust voor gekozen om in deze kabinetsperiode en ook in de jaren daarna geen ingrepen in de AOW te doen. We kiezen voor een stijging van de AOW-leeftijd vanaf 2033, ver weg in de toekomst, ook omdat er vanaf dat moment — dat is natuurlijk ook nu al gaande — steeds meer mensen boven de 65, 70 en 80 jaar zijn in dit land. Het is geweldig dat we steeds ouder en steeds vitaler ouder worden, maar dat betekent ook dat we van een steeds kleinere groep jongeren vragen om onze sociale zekerheid te betalen. In dat licht vinden we het rechtvaardig om vanaf 2033 de AOW-leeftijd aan de levensverwachting te koppelen. Ik heb ook alle reacties daarop gezien. Ik ga ervan uit dat dit ook een van de eerste onderwerpen is waar we, nadat een kabinet op het bordes komt te staan, met de sociale partners het gesprek over zullen voeren.
De heer Struijs (50PLUS):
Hier gaan we zeker nog op de inhoud over discussiëren en dan geven wij zeker ook onze mening. Maar het gaat me nu even om het principe van betrouwbaarheid. Er is destijds met het kabinet afgesproken dat er geen enkele verhoging van de AOW-leeftijd zou komen. Deelt meneer Jetten dat dat toen de afspraak was?
De heer Jetten (D66):
Er zijn toen hele heldere afspraken gemaakt. Alleen, onze perceptie daarbij is dat je na 2030 ook weer met elkaar zal moeten doordenken over hoe je dan weer op lange termijn de AOW, een van de mooiste voorzieningen die we in dit land hebben, voor iedereen houdbaar en betaalbaar houdt. Hoe zorgen we ervoor dat dat kan voor mensen die een leven lang hard hebben gewerkt, hebben bijgedragen aan de samenleving en nog steeds bijdragen aan onze samenleving als vrijwilliger, als opa, als oma, of als wat ze ook doen? Wij denken dat het ook nodig is om met elkaar te kijken of je daar vanaf 2033 weer stappen op kan zetten met elkaar.
De heer Struijs (50PLUS):
Laat ik het kort samenvatten: we agree to disagree op dit thema. We komen hier zeker op terug.
De heer Dassen (Volt):
Volgens mij ligt er nu een startschot van een akkoord. Het interessante daaraan is dat er inderdaad bepaalde keuzes worden gemaakt die wij ook heel goed begrijpen. Tegelijkertijd denk ik, als ik naar het hele plaatje kijk, dat er op bepaalde vlakken niet de keuzes worden gemaakt waar heel veel experts, ook vanuit de Kamer, D66 en de heer Jetten zelf, wel vaak heel hard voor gepleit hebben. Kijk naar de hypotheekrenteaftrek. Kijk naar de vermogensbelasting en naar het ophogen van de schenk- en erfbelasting. Dit kunnen we doen juist om te zorgen dat de lasten in Nederland eerlijker verdeeld worden. Waarom zijn die keuzes niet gemaakt?
De heer Jetten (D66):
Ik denk dat voor alle drie de onderhandelaars geldt dat als het aan ons had gelegen, er nog veel meer keuzes uit onze verkiezingsprogramma's in het coalitieakkoord hadden moeten landen. Maar je moet daar ook zoeken naar een gezamenlijk verhaal en naar een compromis waar je alle drie achter kan staan. Daarbij is alles belangrijk, maar niet alles tegelijkertijd even urgent. We hebben echt gefocust op de internationale en nationale veiligheid, op meer woningbouw, op het oplossen van de stikstofcrisis, op het versnellen van de energietransitie. Vanuit mijn perspectief was dat ook het terugdraaien van de onderwijsbezuinigingen en het meer investeren in onze democratische rechtsstaat. We hadden ook op het vlak van de fiscaliteit bijvoorbeeld nog tien of twintig andere afspraken kunnen maken, maar dan waren we volgens mij nog twee of drie maanden aan het onderhandelen geweest om dan misschien tot de conclusie te komen dat we er nog steeds niet uit komen. Dan ga ik liever aan de slag met dingen waar we het over eens zijn en waarbij we grote ambities hebben, dan dat we verzanden in een grijs massa-akkoord met zouteloze compromissen. Dat is het eerlijke antwoord. Ik ben trots op het resultaat dat er ligt. In de komende jaren zijn er genoeg aanleidingen om met elkaar ook weer nieuwe onderwerpen beet te pakken.
De heer Dassen (Volt):
Al de zaken die de heer Jetten net noemt, moeten betaald worden, dus ergens wordt er een rekening neergelegd. Daar waar je de belastingrekening neerlegt, leg je ook de prioriteit neer. Zo is het precies. Ik vind het teleurstellend dat die rekening te veel wordt gelegd bij de werkenden en de mensen met een kleinere portemonnee, terwijl we zien dat de ongelijkheid in Nederland aan het groeien is. Je ziet wat dat doet met mensen. Het vertrouwen in de samenleving en het vertrouwen in de overheid dalen daardoor. De komende tien jaar is er bij alle babyboomers sprake van een vermogensoverheveling. Gigantische bedragen gaan straks naar hun kinderen en kleinkinderen. Ik zou zeggen dat we daar nu met elkaar op moeten ingrijpen, juist om de grote ambities die de heer Jetten terecht heeft, op een eerlijke manier te kunnen betalen. Ik snap dat de heer Jetten zegt dat hij aan een heleboel andere dingen prioriteit geeft, maar ja, voor heel veel mensen is natuurlijk ook het antwoord op de vraag wie straks de rekening betaalt heel belangrijk. Deze coalitie legt de rekening dus niet bij de vermogenden neer, maar juist bij de mensen met een kleine portemonnee. Is dit dan een van de punten waarvan de heer Jetten zegt dat hij daarover stevig in debat wil met de Kamer om te kijken of we dat kunnen aanpassen?
De heer Jetten (D66):
Ik hoop dat we over heel veel van die onderwerpen vaak een stevig debat zullen hebben. Dit hangt natuurlijk ook helemaal samen met de manier waarop we de komende jaren onze begrotingen maken en onze belastingen vormgeven. Dat is nou echt hét moment van het jaar waarin de coalitie en de oppositie samen zullen moeten komen om tot langetermijnafspraken te komen. Als je kijkt naar hoe we de lasten uiteindelijk verdelen bij de vrijheidsbijdrage, dan is dat twee derde, een derde: twee derde voor de burgers en een derde voor het bedrijfsleven. Dat was eigenlijk al jarenlang de normale verhouding als kabinetten dit soort keuzes moesten maken. Die komt nu naast een hele hoop fiscale aanpassingen die we de afgelopen jaren al hebben gedaan. De afgelopen jaren zijn box 3 en box 2 aangepast en is de vennootschapsbelasting voor bedrijven meerdere keren omhooggegaan, soms door keuzes van het kabinet en soms door keuzes die de Kamer maakte bij begrotingen en het belastingplan. Daarom hebben we ervoor gekozen om nu enige rust in dat fiscale stelsel in te bouwen: omdat er de afgelopen jaren al zo veel op dat vlak is gebeurd. Ik ben het niet met u eens als u zegt dat die rekening dan bij de zwaksten of de armsten van de samenleving terechtkomt. Dat is namelijk precies de reden waarom we extra geld uittrekken voor armoedebestrijding en schuldhulpverlening, voor gezinnen, voor chronisch zieken en gehandicapten. Dat doen we juist om ervoor te zorgen dat die groepen niet onevenredig hard worden geraakt.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Dassen (Volt):
Ja, tot slot. Kijk, uiteindelijk wordt de rekening van die vrijheidsbijdrage gelegd bij de mensen die werken. Die wordt niet neergelegd bij de vermogenden in Nederland. Dan kunt u aangeven dat dat met een paar honderd miljoen gecompenseerd wordt, maar dat staat natuurlijk niet in verhouding tot het geld dat op te halen is met een verhoging van de schenk- en erfbelasting of met een eerlijke vermogensbelasting of met het eindelijk aanpakken van de hypotheekrenteaftrek. Dat zijn natuurlijk de belangrijke keuzes die Nederland volgens mij echt verder zouden kunnen helpen.
Laatste punt. Bij de fiscale regelingen zie ik dat alleen voor de sierteelt het belastingvoordeel wordt afgeschaft. Dat is heel goed, maar zo zijn er nog vele tientallen andere regelingen die uiteindelijk tot honderden miljarden kunnen leiden en ook daaraan wordt eigenlijk niks gedaan. Ik snap dat u zegt: rust. Maar dit zijn volgens mij zaken waar we in de Kamer al lang tegen aanlopen en waarvan alle expertgroepen keer op keer zeggen: ze zijn ondoelmatig, dus laten we die alsjeblieft afschaffen. Waarom is daar niks aan gedaan?
De heer Jetten (D66):
Er liggen inderdaad hele goede adviezen en rapporten over het versimpelen van ons toeslagenstelsel — daar gaan we mee aan de slag — maar ook over het versimpelen van allerlei belastingen en fiscale regelingen. Ik denk dat we het er Kamerbreed over eens zijn, bijna iedereen, dat je daarmee aan de slag zou moeten gaan. Maar als je dan de verkiezingsprogramma's naast elkaar legt en kijkt naar de inzet daarop van de verschillende partijen, dan is er bijna nooit een meerderheid te vinden voor het afschaffen van één specifieke regeling. Er is namelijk altijd wel een reden waarom die regeling toch nog als nuttig of positief wordt beschouwd. Ook de ambtelijke adviesgroep die dat voor ons als Kamer helemaal in kaart heeft gebracht, zegt: als je het doet, doe het dan in één keer goed en pak dan heel veel tegelijkertijd beet. Nou, dat zou een mooie opdracht voor de Kamer voor de komende jaren kunnen zijn: zijn er fiscale hervormingen te vinden waarvoor ook echt breed politiek draagvlak te vinden is? Onze conclusie is namelijk dat dat er nu eigenlijk niet is. Daarom hebben we gekozen voor een aantal gerichte keuzes en niet voor de hele menukaart.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Ik denk dat iedereen in Nederland snapt dat het leven niet gratis is en dat als de overheid keuzes maakt, die moeten worden betaald; dat doe je met z'n allen. En als politici beloven dat je daar niks van gaat voelen, dan klopt dat niet. Maar er zijn nu mensen die denken: verdorie, ik word wel heel hard gepakt. Dat komt doordat ze zien dat de hardwerkende mensen in Nederland de rekening betalen, terwijl de allerrijksten, de multimiljonairs, worden ontzien. Er wordt met een paar maatwerkregelingen wel wat gedaan voor de mensen die het allerallerkwetsbaarst zijn, maar al die middengroepen gaan dus gewoon weer de rekening betalen. Het goede nieuws voor die mensen is dat de heer Jetten met zijn kabinet geen meerderheid heeft. Die meerderheid moet hier uit het parlement komen en wij gaan er alles doen om die plannen de komende tijd aan te passen, dus daar komen we nog uitgebreid over te spreken. Dit is namelijk een minderheidskabinet dat op zoek moet naar meerderheden hier in het parlement.
Het ging al even over de AOW-leeftijd. Daar wil ik ook bij stilstaan. Ik begrijp het standpunt van D66, dat zegt: we willen dat die leeftijd sneller omhooggaat. Wij willen dat niet; wij vinden dat onverstandig. Maar er is een pensioenakkoord gesloten. Ook mijn partij was daarbij; ik was daar zelf bij. We hebben daarbij afspraken gemaakt over die AOW-leeftijd. Het was een totaalpakket. Maar nu stelt deze coalitie eenzijdig voor om daarvan af te stappen. Wat is daarmee het signaal naar ons als oppositie? Je zegt: "We willen graag met jullie akkoorden sluiten. Dat is hartstikke goed, maar over een paar jaar gaan we het gewoon weer eenzijdig aanpassen." Welk signaal geeft u hiermee af aan ons?
De heer Jetten (D66):
Ik denk dat het antwoord op die vraag eigenlijk al aan het begin van de interruptie van de heer Klaver zelf zat. Dit is namelijk een kabinet met 66 zetels. We zullen dus bij alle voorstellen en plannen die we hebben op zoek moeten naar steun, niet alleen hier in de Tweede Kamer, maar wat mij betreft ook in de samenleving. Wij hebben met dit coalitieakkoord Aan de slag aangegeven hoe wij aankijken tegen het hervormen van de zorg en de sociale zekerheid, gericht op gezondheid, op begeleiding van werk naar werk en op mensen maximaal laten meedoen. Het zijn duidelijke keuzes met een duidelijke richting. Maar het is ook aan ons om daar straks voldoende steun voor te vinden. Ik zal er dus als premier, als ik dat mag worden, op toezien dat we zo snel mogelijk met alle sociale partners om tafel gaan om een gezamenlijke agenda te maken voor al die onderwerpen waarmee we de komende tijd aan de slag willen. En ik mag hopen dat de nieuwe minister van SZW op z'n eerste dag afspraken gaat inplannen om met een groot aantal van u het gesprek te voeren over hoe we de komende jaren samen die sociale zekerheid voor iedereen houdbaar en betaalbaar kunnen houden.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
We hadden al een afspraak. We hadden al een afspraak, of we hebben een afspraak, over de AOW-leeftijd. We hebben met elkaar afgesproken dat die omhoog mag, maar niet voor de volle mep, en dat mensen wat langer gaan werken voor ieder jaar dat ze langer leven, maar ook iets meer van hun pensioen kunnen genieten. Die afspraak is verdorie al gemaakt. Nu zegt u: ik ben bereid om daar opnieuw afspraken over te maken. Snapt u niet dat juist uw antwoord bijna een belediging is voor al die andere mensen hier in de Kamer die dit pensioenakkoord hebben gesteund? We hebben al een afspraak. U zegt: wij stappen daarvan af, maar ik ben bereid om daar dan over te praten. Het zou u sieren, als toekomstig premier van dit kabinet, als u zou zeggen: "Eigenlijk hebben we hier een fout gemaakt. Dit is een valse start voor mijn kabinet. Deze maatregel trekken we terug. Dit moeten we niet op deze manier doen." Bent u daartoe bereid?
De heer Jetten (D66):
Wij passen geen eenzijdige afspraken aan, omdat er een richting is gegeven in het coalitieakkoord en we op zoek zullen moeten naar steun in de samenleving en in het parlement om te kijken of we daar met elkaar uit kunnen komen. We zullen ook aan de jongere generaties duidelijk moeten maken hoe we ervoor gaan zorgen dat we met steeds minder jonge werkenden, de AOW de komende jaren ook betaalbaar kunnen houden. Daarom is gekozen om deze stap pas vanaf 2033 te zetten, zodat we de komende jaren gewoon rust en voorspelbaarheid hebben, zoals ook in het pensioenakkoord met werkgevers en werknemers is afgesproken. Dat ontslaat ons volgens mij niet van de plicht om ondertussen na te blijven denken over hoe het ook op langere termijn voor iedereen een rechtvaardig en sociaal systeem kan blijven.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Meneer Jetten, u ontkent hier dat er al een afspraak is. U ontkent hier dat we een afspraak hebben gemaakt over wat er gaat gebeuren met de AOW-leeftijd. Die afspraak is er. Het kabinet stapt daar eenzijdig van af. U boekt daar geld voor in. Daarvan wordt gezegd: als u iets wilt aanpassen in de plannen, moet u er ook nog geld voor leveren. Wij hoeven helemaal niets; we hadden al een afspraak. Jullie komen daarvan terug. U staat in deze Kamer om steun te vragen, om te beginnen voor de vraag of we u straks willen aanwijzen als formateur. U staat hier om steun te vragen voor alle plannen die in het regeerakkoord staan. Ik reik mijn hand, na alles wat er is gebeurd. Ik vind dat we dit land vooruit moeten brengen en dat er in dit parlement moet worden samengewerkt. De geluiden aan het begin van dit debat, zo van "niks is goed en niks deugt", zijn wel het laatste wat we kunnen gebruiken in Nederland. Maar de verantwoordelijkheid ligt bij u. De verantwoordelijkheid ligt bij u om met die 66 zetels tot meerderheden te komen. Eenzijdig stapt u af van afspraken die we hadden in het pensioenakkoord. Als u dit type akkoorden wilt sluiten maar de boodschap vandaag is "sorry, we kunnen het op ieder moment aanpassen", dan is dat het verkeerde signaal aan de oppositie. Waarom zouden wij namelijk in vredesnaam afspraken met jullie maken als jullie op ieder moment kunnen zeggen "laat maar zitten, die bestonden niet echt"?
De voorzitter:
Ik wijs de leden erop dat we spreken via de voorzitter.
De heer Jetten (D66):
Ik denk dat het ook niet goed was geweest als we een coalitieakkoord hadden gesloten zonder duidelijke keuzes. Wij hebben samen gekeken wat wij met z'n drieën verstandig vinden, op al die verschillende onderwerpen, ook op het gebied van de arbeidsmarkt en de sociale zekerheid. Nogmaals, wij realiseren ons heel goed, zoals de heer Klaver zegt, dat wij 66 zetels hebben, dat er beleid ligt, dat er afspraken liggen — in dit geval ligt er een pensioenakkoord — en dat wij, als wij nieuwe dingen willen doen, zelf ons best zullen moeten doen om daar met werkgevers en werknemers uit te komen en daar ook steun van de oppositie voor te krijgen. Dat begint dus niet bij u; dat begint bij ons. Vanuit die verantwoordelijkheid zullen we ook aan de slag gaan.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Daar heeft u nu … Daarmee dreigt u — laat ik het zo zeggen — de boot echt volstrekt te missen. U maakt stevige keuzes in het akkoord. U maakt keuzes op de zorg waarvan ik zeg: oei, daar ben ik het niet mee eens. Daar gaan wij een politieke strijd over voeren, want ik vind dat die keuzes niet door mogen gaan. Het is uw goed recht dat u het opschrijft; ik vind het een slecht idee. Dit is niet mijn eerste interruptie hier. Ik vind dit ook nog niet per se bij dit debat passen.
Mijn interruptie gaat over een afspraak die we hadden over het pensioenakkoord, en daar draait u omheen. U draait heen om de vraag of die afspraak er nou wel of niet was. Weet u waarom u daaromheen draait, meneer Jetten, vraag ik via u, voorzitter. Omdat u donders goed weet dat het een afspraak is. Of u heeft het erin gezet zodat u er straks iets uit kan halen en kan zeggen "kijk eens, we hebben een symbool en een gebaar naar de oppositie gemaakt", of u heeft echt niet door dat u hiermee deze Kamer en de polder boos maakt. Ik weet niet welke van deze twee ik nog het ergste vind.
De heer Jetten (D66):
Ik heb net duidelijk aangegeven: er ligt een pensioenakkoord met heldere afspraken. Dat zijn afspraken tussen de politiek en de polder, binnen een heel breed politiek scala aan partijen die daar de afgelopen jaren hun verantwoordelijkheid voor hebben genomen. Dat dat pensioenakkoord er ligt, ontken ik niet. Ik geef alleen aan hoe wij met deze drie partijen tot de overweging zijn gekomen dat op langere termijn er nieuwe stappen op het terrein van de AOW nodig zijn. We voelen ook de verantwoordelijkheid om zelf daar het gesprek over aan te gaan, zowel met de sociale partners als met de oppositiepartijen. Ik heb de waarschuwing van de heer Klaver heel helder gehoord. Die motiveert alleen maar extra om straks zelf het initiatief te nemen om die gesprekken te gaan voeren.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Vlak na de verkiezingen voelden we allemaal hoe Nederland snakte naar een nieuw kabinet dat vooruit wil kijken, dat problemen wil aanpakken en oplossen. Deze Kamer heeft ook breed van vijf thema's gezegd: ga daarmee aan de slag. Ik wil beginnen met een compliment aan de informateur, maar ook aan collega Jetten, dat er snelheid en vaart is gemaakt. Ik heb eerder een compliment aan Bontenbal en Jetten samen gegeven, toen zij met een stuk kwamen dat ik in die fase van de formatie moedig vond. In dat stuk gaven zij hun richting aan. Ondanks het gedrein van verschillende partijen stak collega Jetten zijn hand uit, naar de VVD. Ik dacht: nu gaat er een vervolg komen op dat stuk. Maar tot mijn grote verrassing ontaardde dat eerdere dreinen eigenlijk in het "akkoord van Heinen". Ik zie hier een gure, liberaal-rechtse financiële plaat. Hoe verklaart collega Jetten die keuzes?
De heer Jetten (D66):
Dit wordt echt een kabinet van grote investeringen. Kijk hoeveel miljarden we de komende jaren uittrekken voor wonen en infrastructuur, voor defensie, voor stikstof en boeren, voor de klimaattransitie. Maar die trekken we ook uit voor investeringen in de nieuwe economie, die we zo hard nodig hebben. We gaan de komende jaren echt fors aan de slag en we zien ook een grote rol voor de overheid om juist op die grote vraagstukken heel actief de samenleving te helpen een stap vooruit te zetten. Als je echter dit soort grote investeringen doet, wil je tegelijkertijd ook voorkomen dat je de rekening daarvan volledig doorschuift naar volgende kabinetten en volgende generaties. Dat is ook de reden waarom we hier die investeringen combineren met gewoon heel duidelijk — ik zou zeggen "oer-Hollands" — begrotingsbeleid. Daarin letten we gewoon netjes op de belastingcenten en zorgen er ook voor dat er voldoende buffer overblijft voor momenten dat het toch mis dreigt te gaan. Dat gaat om situaties met grote onveiligheid, zoals na de Oekraïne-inval en de energiecrisis die daarop volgde, maar ook om bijvoorbeeld de coronapandemie. Juist omdat Nederland toen vet op de botten had, konden we goed door dat soort fases heen komen, dus vandaar de combinatie van aan de ene kant grote investeringen met aan de andere kant gewoon net en solide begrotingsbeleid.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Bij oerdegelijk begroten vindt u de ChristenUnie altijd aan uw zijde, maar kneiterrechts boekhouden is een andere afslag. Wat ik hier nu zie gebeuren is het volgende. Ik heb al gezinnen op de mail die net het hoofd boven water kunnen houden, waar iemand ziek thuis is. Die denken: wat gaat deze stapeling voor ons betekenen? Ik kreeg een jonge mbo'er op de lijn die ervoor gekozen heeft om lekker met zijn handen aan de slag te gaan, maar die weet dat dat een zwaar beroep is dat fysiek zijn tol zal eisen. Hij ziet de AOW uit het zicht verdwijnen. Dit neoliberale begrotingsplaatje past niet bij de Jetten die ik in de afgelopen tijd heb leren kennen, de Jetten die staat voor de hele samenleving. Een land besturen is een samenleving opbouwen. Hoe reageert collega Jetten op juist deze zorgen in het land?
De heer Jetten (D66):
Die begrijp ik. Er was de afgelopen dagen natuurlijk veel aandacht in de media voor een aantal highlights in het coalitieakkoord. Met die aandacht komt er veel op je af en vragen heel veel gezinnen zich terecht af: wat betekent dit voor onze situatie? De komende tijd, als we met de uitwerking aan de slag gaan, zal ook duidelijk moeten worden dat we ook heel veel terugdoen voor kwetsbare gezinnen, voor chronisch zieken en gehandicapten. Dat wordt echter niet alleen in geld uitgedrukt, maar ook in de manier waarop we met de samenleving te werk willen gaan, weer veel meer vanuit vertrouwen.
Een van de keuzes waar ik heel blij mee ben dat we die kunnen maken, is de volgende. We gaan stoppen met dat eindeloze wantrouwen en herkeuren. We gaan ermee stoppen dat je elke keer weer opnieuw moet bewijzen dat je echt niet kan werken, of dat je elke keer weer opnieuw moet bewijzen dat je chronisch ziek of gehandicapt bent. Die bureaucratie, dat wantrouwen vanuit de overheid is ook wat heel veel mensen heel erg dwarszit, en dat is waarom het vertrouwen in de overheid de afgelopen jaren zo hard is gedaald. Met dus veel meer de menselijke maat op het sociale domein, gecombineerd met gerichte investeringen en ondersteuning, hoop ik dat we dat vertrouwen, ook van die gezinnen, de komende tijd weer kunnen laten groeien.
De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Bikker.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voor de ChristenUnie is het van belang dat de onzekerheid wordt weggenomen die er nu is aan de keukentafel, of dat nou is omdat mensen in een uitkering zitten en zich afvragen wat dit gaat betekenen voor hun loondoorbetaling, of dat het is omdat mensen keihard op zoek zijn naar een woning en nergens wat kunnen vinden. Maatregelen opschrijven in een financiële tabel heeft gevolgen in de samenleving, en de onrust die ik nu zie ... Het beste voorbeeld is op dit moment natuurlijk het uitstel van de AOW. We hebben met z'n allen een afspraak gemaakt; daar was ook mijn partij bij. Ik heb de heer Jetten en de heer Bontenbal en ook mevrouw Yeşilgöz horen zeggen "wij gaan onze hand uitsteken naar de polder". Als daar vervolgens een handgranaat in gegooid wordt, alsof die AOW-afspraak er niet was, dan blaast u het op! Dat is een onrust die ú niet voor ogen heeft, en die na alle afspraken en uitnodigingen mogelijk weer verandert. Maar op dit moment is die onrust er wel, en dat is toch wel ... Ik gun deze minderheidscoalitie dat die van wal gaat. Dat heeft ons land nodig. Maar alsjeblieft: hou de polder heel en laten we samen optrekken.
De heer Jetten (D66):
Met dat laatste ben ik het zeer eens. Daarom staan er ook uitgebreide passages in het coalitieakkoord over het belang van de samenwerking met de medeoverheden, met werkgevers en werknemers, en — als we straks nog over het stikstofdossier te spreken komen — ook met landbouw- en natuurorganisaties. We kunnen het namelijk niet alleen. We moeten dat samen met hen doen. In de gesprekken die we hebben gevoerd, ook aan de formatietafel, met vakbonden, met de VNO, met het mkb en vele anderen, werd ook duidelijk door hen aangegeven "zorg dat die uitnodiging er vroeg ligt, niet alleen over de AOW, maar ook over de uitkeringen, over het minimumloon, over het ontslagrecht, over loondoorbetaling bij ziekte". Zo hebben vakbonden en werkgevers allebei nog een hele hoop andere ideeën, naast dit coalitieakkoord, over zaken waar wij het met elkaar over zouden moeten hebben, over zaken waarover wij betere afspraken moeten maken. Daar gaan wij snel mee aan de slag, omdat ik echt geloof dat het opnieuw leven inblazen van dat overleg tussen overheid en polder uiteindelijk de snelste manier is om veel mensen in Nederland ook weer rust en zekerheid te kunnen bieden.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik begin ook nog even met de AOW-leeftijd. Daar zijn inderdaad gewoon keiharde afspraken over gemaakt en die worden nu allemaal van tafel geveegd. Ik vraag mij echt af hoe de heer Jetten gaat samenwerken met het maatschappelijk middenveld, terwijl datzelfde maatschappelijk middenveld zegt dat onze afspraken, die we keihard op papier hadden gezet, eigenlijk gewoon op één dag, de dag van de presentatie, niets waard zijn gebleken.
De heer Jetten (D66):
Nogmaals, wij maken hier een keuze over hoe wij denken dat we de AOW op de lange termijn voor iedereen in Nederland goed kunnen houden. De AOW is een van de belangrijkste voorzieningen die wij hebben. Het voorstel is om die vanaf 2033 aan te passen. Dat is niet iets wat wij hier vandaag met één veeg van tafel halen en met elkaar besluiten. Daar heeft deze coalitie niet genoeg zetels voor. We zullen dus de komende tijd hard aan het werk moeten om met argumenten te laten zien waarom wij denken dat dit verstandig is, samen met oppositiepartijen en samen met de sociale partners. Daar zullen we hard mee aan het werk gaan. Ik hoor hier in dit debat en ook in allerlei interviews in kranten en op tv allerlei ideeën over hoe dat voorstel uit het coalitieakkoord beter of anders zou moeten. Dat gaan wij rustig aanhoren om te kijken of we daar met elkaar kunnen uitkomen.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dat was niet mijn vraag, dus ik beschouw dit ook niet als een extra interruptie. Mijn vraag was: hoe gaat ...
De voorzitter:
Ze zijn niet gemaximeerd, mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nou ja, u doet het steeds in drieën; dat bedoel ik.
De voorzitter:
Ja, dat vind ik wel prettig. Een vierde keer mag hoor, maar ik wil een beetje orde houden in het debat.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dus er is gemaximeerd.
De voorzitter:
Gaat uw gang.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Mijn vraag was: hoe gaat de heer Jetten het vertrouwen van dat maatschappelijk middenveld — ook de informateur zat er bovenop dat er samengewerkt moet worden met de polder, zoals dat dan heet — herstellen als deze optie wel in het coalitieakkoord staat?
De heer Jetten (D66):
Heel simpel: door zodra we aan het werk zijn die partners uit te nodigen om met ons het gesprek aan te gaan, niet alleen over deze specifieke maatregel, maar ook over het totaalpakket aan voorstellen dat we doen ten aanzien van de arbeidsmarkt en de zorg. Op basis van de gesprekken die we aan de formatietafel hebben gevoerd, weten we namelijk ook dat werkgevers en werknemers nog allerlei andere ideeën hebben, die niet in dit akkoord staan. Door daar een gezamenlijke agenda van te maken, kunnen we die de komende maanden verder uitwerken en dan ook concrete voorstellen aan het parlement doen.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik wens de heer Jetten daar heel veel sterkte mee, want tot nu toe hebben de bonden hier woest op gereageerd.
Ik wil nu toe naar het eigen risico. Straks gaat dat €460 kosten, als we de coalitieplannen mogen geloven. Het is nu al zo dat 28% van de mensen zorg mijdt. Die hebben geen vervolgafspraken, die doen langer met hun medicijnen, die stellen een behandeling uit waarvan die mensen overigens zelf aangeven dat zij die echt nodig hebben.
De voorzitter:
En uw vraag?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
De vraag is als volgt. Als de mensen die straks €460 gaan betalen, nu met €385 al zorg mijden, komen er straks nog veel meer zorgmijders bij. Daardoor gaan de zorgkosten uiteindelijk waarschijnlijk omhoog, omdat die mensen niet eens meer naar de huisarts durven. Die is gratis, maar die gaat wel doorverwijzen of medicijnen voorschrijven. Dat willen ze juist niet, omdat ze bang zijn dat ze hun eigen risico niet kunnen betalen. Daardoor worden die mensen uiteindelijk nog zieker of krijgen ze later een diagnose, en moeten ze dan nog intensievere behandelingen krijgen. Het is bekend dat dit gebeurt.
De voorzitter:
En uw vraag?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Hoe kijkt de heer Jetten hiertegen aan?
De heer Jetten (D66):
Ik begrijp de zorg van mevrouw Van der Plas. Dat is ook de reden dat we voorstellen om het eigen risico te maximeren op €150 per keer. Als je nu voor bepaalde behandelingen of een botbreuk of wat dan ook naar het ziekenhuis moet, ben je in één klap dat eigen risico kwijt. Dat kan nog vele honderden euro's meer zijn als je ervoor hebt gekozen om het eigen risico vrijwillig te verhogen. Dat is een enorme bak geld, die mensen dan in één keer moeten betalen, terwijl ze zich aan de voorkant vaak niet eens realiseerden dat dat de betekenis is van dat eigen risico. Nu maximaal €150 per keer voorkomt dat mensen in één keer voor torenhoge kosten komen te staan. Ik vind dat sociaal. Ik vind dat rechtvaardig. De verhoging van het eigen risico als geheel doen we vooral om te voorkomen dat de zorgpremies de komende jaren nog verder stijgen. De zorgpremie is gemiddeld al €159. De meeste mensen betalen nog veel meer. Dat is een kostenpost waar mensen elke maand tegen aanhikken. Ik wil echt voorkomen dat die de komende jaren nog verder omhoogschiet.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
In het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord, het AZWA, was afgesproken dat er remgelden op gezet zouden worden, dus dat er aanvullende middelen zouden komen juist om de zorgpremie in de hand te houden. Daar zijn afspraken over gemaakt. Ook die afspraken zijn kennelijk helemaal niks waard, omdat nu het eigen risico straks omhooggaat. Ook hier worden dus afspraken geschonden. Wat kan de heer Jetten daarover zeggen? Het Zorg- en Welzijnsakkoord is, net als het pensioenakkoord, eigenlijk ook opengebroken.
De heer Jetten (D66):
Nee, we gaan door met veel van de zorgakkoorden die de afgelopen jaren gesloten zijn. We hebben tijdens de formatie echter ook met allerlei mensen uit het zorgveld gesproken en die gaven aan: als we doorgaan op de huidige weg, loopt de zorg de komende jaren compleet vast, door personeelstekorten, door te lange wachtlijsten, door medicijntekorten, doordat we heel veel zorg geven aan mensen die dat eigenlijk niet nodig hebben en doordat we de verkeerde prikkels in het systeem hebben zitten. De mensen met de grootste zorgvraag zijn eigenlijk het vaakst de sjaak, omdat we hen te weinig, te laat of niet goed genoeg helpen. Veel van de keuzes die we maken op het domein van gezondheid, hadden we ook gemaakt als we in een andere tijd zouden leven en we niet die enorme investeringen in een aantal andere terreinen zouden moeten doen. Deze keuzes voor de zorg maken we intrinsiek gemotiveerd, omdat we geloven dat het kostenstijgingen voorkomt, de bureaucratie in de zorg te lijf gaat en de zorg voor mensen toegankelijk houdt.
De voorzitter:
De heer Jimmy Dijk.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter, ik had nog één aanvullende vraag.
De voorzitter:
Nee ...
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik was niet gemaximeerd!
De voorzitter:
… nee, nee, nee, nee. De heer Jimmy Dijk. U heeft er vier gehad, mevrouw Van der Plas. We moeten het een beetje hygiënisch houden. Als het in vier keer niet lukt …
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik wil nog één korte vraag stellen.
De voorzitter:
Blijft u dan even staan, maar we geven eerst de heer Jimmy Dijk het woord.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Het ging hier net even kort over het pensioenakkoord en het verhogen van de AOW-leeftijd, waar een akkoord over gesloten was. Laat dat een hele goede eerste les zijn voor de shoppositie, die deelakkoorden wil gaan sluiten. Dat is namelijk niet te doen, blijkt nu al. Dat is de eerste les van Jetten I: geen deelakkoorden sluiten, want je krijgt een mes in je rug. Dit is een langzaam mes, maar dat steekt wel het diepst.
Dan over naar degene die wint en degene die verliest bij dit akkoord. Heeft de heer Jetten scherp wie de rekeningen betalen van al zijn plannen?
De heer Jetten (D66):
Even los van de nogal zware woorden die werden gebruikt: twee derde van de rekening wordt betaald door burgers en een derde door bedrijven. Dat is de formule die we hebben gehanteerd. Dat is de formule die bekend is en die door vele voorgaande kabinetten is gebruikt. Dat vinden we een eerlijke verdeling van een aantal van de lasten die we de komende jaren als samenleving zullen moeten dragen om een aantal hele belangrijke investeringen te doen.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Een AOW-leeftijd verhogen met de levensverwachting betekent voor een schoonmaker, een buschauffeur of een bouwvakker dat die de AOW-leeftijd misschien niet eens haalt en minder lang kan genieten van een pensioen. Dat is wat anders dan een bankier die een bonus krijgt van D66 of een topambtenaar die zo meteen meer mag verdienen dan de normen die daar nu voor gelden. Sterker nog, u wil het gaan verhogen naar het voorbeeld van Singapore, waar topambtenaren 1 miljoen tot 2,5 miljoen euro verdienen. Dat zijn de mensen die minder last hebben van een stijgende AOW-leeftijd. Een verhoging van het eigen risico naar €460, het schrappen van de volledige huishoudelijke hulp, het korten op de wijkverpleegkunde en het invoeren van de eigen bijdrage, het invoeren van eigen bijdrages in de jeugdzorg, het verhogen van de huren, het invoeren van een belastingboete op werken en dat dan een "vrijheidsbijdrage" noemen: het treft de lagere en middeninkomens véél meer dan het de hoge inkomens treft.
De voorzitter:
En uw vraag?
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ziet de heer Jetten dat hij een akkoord heeft geschreven voor welgesteld Nederland en dat anderen, de werkende klasse, hardwerkende mensen, mensen die zorg en hulp nodig hebben, beboet, bestraft en gedisciplineerd worden?
De heer Jetten (D66):
We kiezen ervoor om met een aantal gerichte maatregelen mensen die het moeilijker hebben meer tegemoet te komen. Ik heb net al een aantal keren de voorbeelden genoemd rondom chronisch zieken en gehandicapten en armoedebestrijding. Dat doen we ook door de komende jaren weer 1,5 miljard per jaar te investeren in onderwijs en gelijke kansen. Dat doen we door het nationaal programma voor leefbare wijken voort te zetten, zodat we in de meest kwetsbare wijken de grootste investeringen doen, om die mensen daar meer perspectief op het leven te geven. Zo zitten er allerlei verschillende keuzes in. Dat is de zoektocht. Hoe zorgen we ervoor dat we dit land veilig en welvarend kunnen houden? Hoe zorgen we ervoor dat we de economie kunnen vernieuwen? Hoe zorgen we dat we in de zorg op termijn veel meer gezondheid en preventie centraal zetten? Hoe kunnen we op de weg daarnaartoe heel gericht, met honderden miljoenen, de mensen helpen die het minst mee kunnen komen?
De heer Jimmy Dijk (SP):
In alles wat de heer Jetten heeft gezegd en uitgelegd, neemt hij eerst een arm en geeft hij vervolgens een duim of twee vingers terug. Voor chronisch zieken en gehandicapten weegt het schijntje dat u gereserveerd hebt, 350 miljoen euro, nog niet half op tegen de kosten die mensen maken. U noemt er één ding niet bij: de aftrekposten voor chronisch zieken en gehandicapten, waar nu een bedrag van 618 miljoen euro voor staat, schrapt u ook. Mensen met een chronische ziekte of handicap gaan er zo meteen fors op achteruit. Dat geven alle patiënten- en cliëntenorganisaties ook vandaag weer duidelijk bij ons aan. Ziet u niet wat er gebeurt als u meer dan 10 miljard euro gaat bezuinigen op de zorg voor onze ouderen, onze jongeren en onze gehandicapten en op onze kraamzorg? Ziet u het niet? Weet u het niet? Vandaag heb ik ze nog gesproken, hiervoor, bij de ingang van het Kamergebouw. Ze zijn boos, verdrietig en wanhopig. U ziet het niet, meneer Jetten. U ziet het gewoon niet.
De heer Jetten (D66):
Ook met de keuzes die we in dit coalitieakkoord maken, blijven de uitgaven aan de zorg de komende jaren doorstijgen, alleen minder hard. Dat is noodzakelijk. We hebben personeelstekorten. 49% van de mensen moet langer dan nodig wachten op passende zorg. Als het gaat om de huishoudelijke hulp: er zijn een hele hoop mensen in Nederland die die prima zelf kunnen betalen. Daarom vragen wij van mensen met een groter vermogen en een groter inkomen om die zelf te organiseren, zodat we de wijkverpleging en ondersteuning kunnen richten op de mensen die het echt nodig hebben. We stoppen met een hele hoop bureaucratie, met het elke keer maar weer opnieuw indiceren van mensen en ze lastigvallen met een of ander formulierenfetisjisme dat wij hier ergens in een toren hebben bedacht. We geven weer vertrouwen aan de samenleving. We willen zorgzame buurten. Daar investeren we ook fors in, zodat mensen met elkaar, met wijkverpleegkundigen die ze kennen, de zorg kunnen organiseren die er nodig is. We gaan de menselijke maat weer terugbrengen in een doorgeslagen systeem waarin het alsmaar behandelen en doorverwijzen en de financiële prikkels voor zorgverleners de afgelopen jaren belangrijker zijn geweest dan de zorg die mensen echt nodig hebben. Dat zijn de keuzes die we maken; daar sta ik ook volledig achter.
De voorzitter:
Tot slot, en graag via de voorzitter, meneer Dijk.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dit is het marketingpraatje dat past bij de 10,3 miljard aan bezuinigingen op de zorg, die mensen kei- en kei- en keihard gaan raken. Als u iets had gedaan aan de marktwerking in de zorg, dan was die bureaucratie, dat gestold wantrouwen, niet nodig geweest. Maar dat doet u niet: u privatiseert de zorg alleen maar verder. Het grote probleem hiervan is het volgende. Dit treft mensen in de zorg. De AOW-leeftijd wordt verhoogd, waardoor mensen boos worden, gefrustreerd raken en wanhopig worden. Maar we hebben dit patroon ook al eerder gezien: in Rutte II, III en IV zorgden draconische bezuinigingen voor wanhoop. Als u wanhoop zaait, dan krijgt u er daarna iets veel ergers voor terug. Heeft u enig idee wat u doet met de samenleving als u op deze manier onze beschaving en onze solidariteit totaal afbreekt?
De heer Jetten (D66):
Ik heb de afgelopen tijd, tijdens werkbezoeken en dagen meelopen in de zorg, ook heel vaak een hele andere wanhoop gezien, namelijk die van mensen die met ziel en zaligheid elke dag binnen die zorg aan het werk gaan en maar niet begrijpen waarom de politiek, de overheid en alle bazen van die zorginstellingen in plaats van het schrappen van regels en formulieren er elke keer weer een andere bij bedenken. Zij begrijpen niet waarom we niet het vertrouwen geven aan de professional op de werkvloer om zelf een inschatting te maken van het type zorg dat iemand in de jeugdzorg of de ouderenzorg nodig heeft en waarom we altijd maar die prikkels blijven inbouwen om verder doorverwijzen meer te belonen dan iemand gewoon goed en preventief te helpen om langer gezond te leven. Dat is de wanhoop die al jarenlang in het zorgveld leeft. Dan heb ik het over de medewerkers.
De wanhoop is er ook bij patiënten en cliënten, die op veel te lange wachtlijsten staan. Als je een lichte zorgindicatie hebt, ben je in de jeugdzorg zo aan de beurt, omdat iemand daar geld mee kan verdienen, maar met een zware indicatie trek je in de jeugdzorg altijd aan het kortste end, omdat we die niet goed met elkaar hebben georganiseerd. Een op de zeven jongeren zit nu in de jeugdzorg, maar wij gaan ervoor kiezen om dit probleem voor een heel groot deel weer zelf, als samenleving, op te pakken. We willen dit in het sociaal domein organiseren, met minder marktwerking dus, zodat we met de jeugdzorg die we hebben, die zware gevallen wél kunnen helpen. Dat is de keuze die we maken. Die gaat hopelijk ook de wanhoop terugdringen. Zo kunnen we met elkaar weer bouwen aan vertrouwen.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Maar het geld voor de lange wachtlijsten voor de verpleeghuizen is bijvoorbeeld van tafel gegaan. Wij hadden namelijk voor de ouderenzorg, voor de moderne vorm van de bejaardentehuizen en ouderenwoningen, structureel 600 miljoen euro geregeld. Daar wordt echt gewoon het mes in gezet, met als gevolg dat ouderen die niet naar huis kunnen vanwege een aandoening, maar ook niet in een woonzorgcentrum of in een verpleeghuis terechtkunnen, in het ziekenhuis blijven liggen. Een ziekenhuisbed kost €1.000 per dag. Dan praten we over ongeveer 180 miljoen euro per jaar voor mensen die onnodig in een ziekenhuis liggen. Mijn vraag is dus: hoe komt deze coalitie erbij om zo het mes te zetten in de ouderenzorg? Er wordt dan gezegd dat sommige mensen die wijkverpleging makkelijk kunnen betalen, maar inmiddels kunnen de middeninkomens dat ook niet meer. Hun belastingen worden namelijk verhoogd, hun energierekening is verhoogd, de boodschappenbijdrage gaat omhoog en er komt een suikertaks en een bloementaks. Die kunnen dat straks dus helemaal niet meer betalen.
De voorzitter:
Ja, duidelijk, mevrouw Van der Plas. De heer Jetten.
De heer Jetten (D66):
Voor mij geldt — dat geldt voor het CDA volgens mij ook en ik denk eigenlijk ook voor de VVD — dat ik het extra geld dat u noemt, waar u de vorige keer op heeft ingezet, altijd onverstandig vond, omdat het de verkeerde richting is. Veel mensen willen namelijk graag lang wonen op de plek waar ze zich fijn voelen, in hun eigen huis of in hun eigen bekende buurt. Daar zetten we volop op in, dus dat er woonvormen zijn waar mensen prettig samen kunnen leven, waar mensen naar elkaar omkijken en elkaar helpen, en waar je gerichte zorg geeft op de momenten waarop dat nodig is en dat de mensen die het meest zorg nodig hebben die ook kunnen krijgen. Dat is gewoon een fundamenteel andere kijk op vitaal ouder worden en op ouderenzorg op een goede manier organiseren. Dat is de keuze die wij hier maken. Dat is inderdaad een andere keuze dan die van de BBB in het vorige kabinet.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Mensen willen in hun eigen buurt blijven wonen en willen dat ook heel graag in wat we vroeger het bejaardentehuis noemden. Dat was gewoon in de buurt. Mensen groeiden op in die buurt. Die konden naar een bejaardencentrum in de buurt. De zorg was daar dichtbij. Ze konden daar eten. Ze hadden daar gewoon een compleet sociaal leven. Die bejaardentehuizen zijn allemaal afgebroken, want men vond het geen goed idee. Uiteindelijk bleek het wel een goed idee te zijn om daar een moderne vorm voor terug te krijgen. Mensen hoeven niet per se in hun eigen huis te wonen. Die willen vaak in hun eigen omgeving blijven wonen. De 600 miljoen die wij structureel hadden uitgetrokken voor een moderne vorm van wat wij vroeger de bejaardentehuizen noemden, is gewoon weg.
De voorzitter:
En uw vraag?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Die ziekenhuisbedden blijven onnodig bezet, want die mensen kunnen niet terug naar huis.
De voorzitter:
Wat is uw vraag?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik kan vragen "ziet de heer Jetten dit?", maar het antwoord is nee, zoals het antwoord op de vraag van de heer Dijk "ziet u dit?" ook nee is. De heer Jetten ziet het gewoon niet.
De heer Jetten (D66):
Ik heb gewoon niet dezelfde nostalgie als mevrouw Van der Plas over de bejaardentehuizen van vroeger. Ik weet nog dat mijn grootouders daarnaartoe moesten en ons smeekten: is er een ander alternatief? Er zijn gelukkig tegenwoordig heel goede alternatieven. Er zijn heel goede plekken waar wonen en zorg samenkomen, waar mensen heel hard aan het werk zijn om mensen een heel mooie laatste tijd te geven. Er zijn ook heel veel mooie initiatieven waar senioren samen wooncomplexen bouwen. Ik kom even niet op de prachtige term daarvoor, maar ik ben in Groningen bij zo'n locatie geweest waar tientallen stellen en singles samen een prachtig complex hebben neergezet waar ze naar elkaar omkijken, waar ze voor elkaar de boodschappen doen, waar ze huishoudelijke hulp delen en waar de zorg op een goede manier langskomt. Dat zouden veel meer mensen eigenlijk willen, maar daar hebben zulke ingewikkelde regels voor gemaakt met elkaar dat het maar amper van de grond komt. Dus daar gaan we werk van maken, zodat we de verzorgingshuizen hebben voor de mensen die het echt nodig hebben en heel andere woon- en zorgvormen voor mensen die dat in de wijk, in hun vertrouwde omgeving willen.
De heer Stoffer (SGP):
Ik heb een vraag die geen geld kost, maar desondanks van groot belang is. Een paar weken geleden presenteerde Open Doors de Ranglijst Christenvervolging. 388 miljoen christenen worden wereldwijd vervolgd en dat alleen maar omdat ze de Here Jezus na willen volgen. Het vorige kabinet heeft op verzoek van mij toegezegd: als wij in een land zijn waar dit speelt, met een minister van Buitenlandse Zaken of een minister voor Ontwikkelingssamenwerking, dan zullen wij daar aandacht aan besteden en gaan we ook bijvoorbeeld kerken of gemeenschappen opzoeken waar dat speelt. Mijn concrete vraag aan de heer Jetten is of hij toe kan zeggen dat zijn kabinet, dat na vandaag in de maak zal zijn, deze lijn zal voortzetten.
De heer Jetten (D66):
Ja, want we kiezen met dit akkoord niet alleen voor forse investeringen in defensie, maar ook voor de soft power die daar ook bij nodig is met een investering in het postennetwerk van Buitenlandse Zaken en weer extra geld voor ontwikkelingssamenwerking. Ik heb goed naar de heer Stoffer geluisterd toen hij bij ons op de koffie kwam. Ik vind dit ook belangrijk, dat Nederland in het diplomatieke proces heel duidelijk aangeeft waar onze normen en waarden staan, wat we verwachten van de landen waarmee we samenwerken en dat we het ook aandurven om ons uit te spreken als er dingen gebeuren die niet door de beugel kunnen. Dus dat geldt voor onze diplomaten, een weer versterkt postennetwerk, en dat geldt zeker kabinetsleden als ze op reis gaan, dat we daar niet alleen naartoe gaan om zaken te doen, maar dat we dan ook af en toe, in de vriendschappen die we met die landen hebben, zaken ter discussie stellen waarvan wij vinden dat ze niet door de beugel kunnen.
De heer Stoffer (SGP):
Ik had straks een interruptie waarin ik zei: als u op medische ethiek stappen zet, dan scheidt ons dat. Als er op deze manier invulling aan gegeven wordt, dan is dat wat ons betreft een uitgestoken hand die we zeer waarderen. We zullen het kabinet telkens bevragen op welke manier dat plaatsvindt en hoe dat gebeurt, maar dit antwoord stemt mij zeer tevreden.
De heer Dassen (Volt):
Met alles wat er in de wereld gebeurt, hebben we een sterk en daadkrachtig Europa nodig. Ik ben blij met de toon van het akkoord. Maar waar is Europa krachtig? Dat is op het gebied van handel, want daarover spreekt het met één mond. Daarop is het eigenlijk gefederaliseerd. Op het gebied van buitenlandbeleid, defensie en industrie zijn we dat nog niet. Ik vind dat dit akkoord nog onvoldoende stappen maakt om daar ook echt naartoe te gaan. Wat me eigenlijk het meest verbaast, is dat het lijkt alsof de 1,6 miljard die het kabinet-Schoof wilde bezuinigen op de afdracht, niet wordt teruggedraaid. Ik wil aan de heer Jetten vragen of dat klopt.
De heer Jetten (D66):
Nee, wij vinden het niet realistisch om die afdracht met dat bedrag naar beneden te doen. Dat is inderdaad een afspraak uit het vorige akkoord. Er lopen allerlei gesprekken in Europa over de afdrachten en ook over het toekomstig Meerjarig Financieel Kader van de Europese Unie. U kunt in dit akkoord lezen dat we als Nederland zullen inzetten op een forse modernisering van de Europese begroting, zodat het geld vooral wordt ingezet voor veiligheid, kennis en technologie, welvaart en de klimaattransitie. Dat zijn echt de echte grote thema's, waarbij verdere Europese samenwerking en integratie juist in het belang van Nederlanders is. Daar hoort ook een realistische Europese begroting met een realistische Nederlandse afdracht bij. De voorstellen die er nu liggen van de voorzitter van de Europese Commissie, zijn voor Nederland niet goed genoeg. Daarover gaan we de komende tijd de onderhandelingen aan, zodat het ook een fatsoenlijke Europese begroting wordt.
De heer Dassen (Volt):
Dan vraag ik me even af waarom dat niet is opgenomen in de budgettaire tabel. Het kabinet-Schoof heeft deze afdracht wel ingeboekt. Het CPB zegt daarover dat het natuurlijk totaal onrealistisch is. Ik weet dat de heer Jetten hier samen met mij aan de interruptiemicrofoon stond om aan te geven dat dat bouwen op financieel drijfzand is. Zou dat dan niet hierin opgenomen moeten worden, juist omdat je het terugdraait? Wat gaan we dan wel investeren in de Europese Unie? Zou dat niet opgenomen moeten worden?
De heer Jetten (D66):
U kunt in de financiële afspraken van het akkoord lezen dat we de begroting op een aantal vlakken weer op orde brengen, onder andere door de stabiele financiering van de asielketen nu in één keer goed te regelen voor de komende jaren. Op basis van de ambtelijke adviezen weet je namelijk zeker dat dit het bedrag is dat je de komende jaren nodig hebt. Dan zijn er nog een aantal andere zaken, waaronder deze Europese afdracht, die zich in de komende tijd voor kunnen doen. Als dat zo is, zullen we dat bij Voorjaarsnota of Miljoenennota netjes met elkaar regelen.
De heer Dassen (Volt):
Dan druk ik mij misschien niet helemaal goed uit, want die 1,6 miljard is ingeboekt door het kabinet-Schoof. Ik ga er dus van uit dat de heer Jetten van mening is dat we dat sowieso terug moeten draaien. Dat is een zekerheid. Je zou die dan ook terugverwachten in de tabel. Over wat er daarna nog extra bovenop komt, loopt nu een discussie in Europa, volgens mij. Die moeten we met elkaar voeren om ervoor te zorgen dat we straks een stevige financiële begroting op Europees niveau hebben. Maar die 1,6 miljard zou hier dan in terug moeten komen, want anders missen we die gewoon.
De heer Jetten (D66):
Voor dit voorbeeld geldt dat zodra duidelijk is wat de Nederlandse afdracht aan Europa moet zijn, we die met elkaar voor onze rekening moeten nemen. Er spelen ook een aantal andere discussies in Europa, onder andere door een veel sterkere economische groei dan eerder was voorspeld en aanspraken die de Europese Commissie bij lidstaten maakt. Dus nogmaals, zodra we weten wat de Nederlandse afdracht is en wat de Nederlandse inzet is voor het MFK, zullen we die rekening netjes met elkaar oppakken.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Dassen (Volt):
Dat is een toekomstige discussie. Het kabinet-Schoof wilde bezuinigen op de Nederlandse afdracht die er nu is. Dat is niet mogelijk. Dat staat wel in de boeken. Ik had dan ook verwacht dat dit hierin terug zou moeten komen, want dat is dan iets wat recht gedraaid moet worden, volgens mij. Dat kost 1,6 miljard. Dat moet ook weer ergens van betaald worden, lijkt me.
De heer Jetten (D66):
Er zijn niet vaak coalitieakkoorden waarin zo veel al aan de voorkant wordt opgeschoond als nu in dit akkoord gedaan is. Dat vonden we ook belangrijk, omdat je daardoor zo veel mogelijk met een schone lei kan beginnen. Een aantal mogelijke mee- en tegenvallers zullen we bezien op de momenten dat we daar bij de Voorjaarsnota een besluit over moeten nemen.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Ik begreep dat er in de onderhandelingen veel is gesproken over asiel. Dat lijkt me ook logisch, want dat is een ongelofelijk belangrijk onderwerp voor Nederland en zeker ook voor JA21. Desondanks is datgene wat er in het coalitieakkoord staat, een beetje vaag. Ik wil graag om opheldering vragen. Er staat: "Wanneer het aantal mensen dat een asielaanvraag doet in korte tijd fors stijgt, daarop niet kon worden geanticipeerd en de asielketen bezwijkt onder de instroom, nemen we aanvullende instroombeperkende maatregelen." Maar we bezwijken eigenlijk nu al onder de asielinstroom. Daarom moet de Spreidingswet per se in stand blijven om zo gemeenten te dwingen tot meer opvangplekken. We kunnen het nu al niet aan. Mijn vraag is: wanneer is voor D66 concreet het moment aangebroken waarop meneer Jetten zegt "dit trekt Nederland niet meer; er zijn nú aanvullende maatregelen nodig"?
De heer Jetten (D66):
Het begint met de basis op orde krijgen door de implementatie van de strengere asielwetten en het Europees Migratiepact, dat eraan komt, en door stabiele financiering voor de hele opvangketen, zodat we niet meer voor belachelijke bedragen cruiseschepen en hotels hoeven af te huren, maar we het gewoon fatsoenlijk kunnen doen in kleinschalige opvanglocaties, waar snel duidelijkheid komt over de vraag of je mag blijven en waar we snel werk maken van taal en van het meedoen aan onze samenleving. Ik geloof dat Nederland heel veel aankan als we de basis op orde brengen. Wellicht zijn er in de toekomst onvoorziene situaties waardoor een hele grote nieuwe vluchtelingenstroom tot stand komt, zoals we eerder hebben gezien na het uitbreken van de oorlog in Syrië en Oekraïne. Dan zul je met elkaar moeten kijken: kunnen we dat aan, op welke manier wel en op welke manier niet, en welke extra maatregelen zijn mogelijk om op dat moment te voorkomen dat de asielketen die weer op orde is, weer overstroomt?
Mevrouw Nanninga (JA21):
Dat is geen antwoord op mijn vraag. Wanneer is dat moment concreet aangebroken? Bij welk aantal geldt voor D66: "Dit is te veel. Dit kunnen we niet meer aan. Er zijn nu aanvullende instroombeperkende maatregelen nodig"? Ik vraag om een concretisering. Ik hoor dat er al allemaal maatregelen zijn en nog worden genomen. Dat zal wel, maar we kunnen het nu al niet meer aan. Wanneer is voor D66 de grens bereikt om op te schalen naar aanvullende instroombeperkende maatregelen? Voor JA21 was dat gisteren, maar waar ligt die grens voor D66?
De heer Jetten (D66):
Volgens mij is dat iets wat je moet bezien op het moment dat zich elders in de wereld onverwachte zaken voordoen, waardoor meer mensen de noodzaak voelen om deze kant op te vluchten of te migreren. Dat hangt van heel veel zaken af. We kennen allemaal de beelden van mensen die bij Ter Apel in het gras moesten slapen. Dat was een vreselijk beeld. Als Nederlander schaamde je je kapot dat we dat niet goed op orde kregen. Dat lag voor een heel groot deel aan het feit dat we de asielketen niet op orde hadden, dat er te weinig vaste opvangplekken waren en dat mensen veel te lang moesten wachten op duidelijkheid over de vraag: kan ik in Nederland blijven of moet ik terug? Door dat allemaal goed te organiseren in de komende tijd voorkomen we hopelijk dat soort extreme situaties, maar als die zich wel voordoen, dan zullen we moeten kijken of we daar nationaal of Europees extra maatregelen voor kunnen treffen. Dat is niet zozeer vast te pinnen op een bepaald getal of een bepaalde situatie; dat zul je echt moeten bezien op dat moment.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Ik had zo gehoopt dat het antwoord iets zou zijn in de strekking van "de grens is bereikt voor wat Nederland aankan" en niet "de grens is bereikt voor wat de rest van de wereld nodig denkt te hebben". Dat is jammer, maar goed. De heer Jetten heeft vaak gezegd: bij de volgende verkiezingen zou het wat ons betreft niet meer over asiel moeten gaan, omdat we dan in een situatie zitten waarin dat niet meer nodig is. Ik probeer hier echt constructief in te zijn. JA21 wil daarbij helpen, want wij willen dit ook. Maar als de simpele vraag welk resultaat aangaande de instroom een succes is voor meneer Jetten zo in de lucht blijft hangen, dan wordt het een ingewikkeld verhaal om met ons tot een vergelijk te komen. Hoe zorgen we ervoor dat dit wordt opgelost met het Nederlandse belang als uitgangspunt in plaats van dat het uitgangspunt is: wie heeft ons allemaal nodig en wie wil hier allemaal naartoe komen?
De heer Jetten (D66):
Natuurlijk is de vraag of we het aankunnen en op welke manier, ook onderdeel van het gesprek. Dat geldt op meerdere vlakken. Kunnen we het aan in de asielketen, in de opvang? Kunnen we het aan in de samenleving, waarin we mensen opvangen? We hebben in de afgelopen jaren hele mooie dingen gezien. We hebben in dit land veel Oekraïners opgevangen, vaak buiten het systeem om. We hebben die mensen geholpen om heel snel aan het werk te gaan, om naar school te gaan en om onderdeel te worden van de Nederlandse samenleving voor zolang dat nodig is. En we hebben hele slechte voorbeelden gezien van overvolle opvanglocaties, van enorme overlast die we onvoldoende met elkaar hebben weten aan te pakken. Daar zullen we echt heel veel werk van moeten maken. Ik vind het asielhoofdstuk in dit coalitieakkoord eigenlijk een heel goed voorbeeld van hoe je als partijen allemaal over je eigen schaduw heen kunt stappen om goede afspraken te maken. Daar hebben we de strenge aanpak weten te combineren met een menswaardige en rechtvaardige aanpak, die gericht is op taal, werk en meedoen. Ik denk dat juist die combinatie enorm gaat helpen in de komende jaren.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Een van de grote issues deze campagne was de grote woningnood. Heel veel Nederlanders, zeker jonge Nederlanders, zijn op zoek naar een betaalbare woning. Helaas gaat heel veel van het inkomen op dit moment op aan huur of hypotheek. Ik ben blij te zien dat de coalitie op een aantal punten echt stevige plannen neerzet, bijvoorbeeld voor een heel aantal woningbouwlocaties, waarvan ik hoop dat ze door het hele land komen te staan. Maar wat mij wel zorgen geeft, als ik kijk naar de waarschuwingen van de woningbouwcorporaties en van Aedes, is hoe we ervoor zorgen dat er genoeg gebouwd wordt juist in het segment van mensen met een kleinere portemonnee. Is de heer Jetten bereid daarnaar te kijken, of zegt hij dat wat in het financieel kader staat, het is? Ik vrees namelijk dat dat gemixte bouwen, dus dat je én voor de kleine portemonnee én voor de wat ruimere portemonnee bouwt, onder druk komt te staan in het huidige financieel kader.
De heer Jetten (D66):
Woningbouwbeleid moet over meer gaan dan alleen maar stenen stapelen. Dat gaat om hoe je fijne, kleine samenlevingen bouwt waar mensen een thuis vinden. Woningcorporaties spelen daar gewoon een cruciale rol in, omdat zij in de Nederlandse traditie al heel goed weten hoe je die sociale huurwoningen bouwt op een manier dat het ook echt sociaal is. Er ligt een grote opgave, niet alleen in het bouwen van meer sociale huurwoningen op een aantal plekken, maar ook in het verduurzamen van de bestaande woningen. Een verduurzaamd woonhuis leidt namelijk ook tot een fors lagere energierekening en tot veel meer geld in de portemonnee van de mensen die daar wonen. Woningcorporaties hebben aangegeven afspraken die we de afgelopen jaren met voorgaande kabinetten hebben gemaakt niet volledig te kunnen nakomen, vanwege allerlei gestegen kosten; dus vragen zij het kabinet om steun. Ik denk dat niet iedereen had verwacht dat een combinatie van deze drie partijen een paar honderd miljoen zou uittrekken om woningcorporaties daarin tegemoet te komen. Het is wat mij betreft straks aan de minister van Wonen om met Aedes, de koepelorganisatie, te kijken hoe je met dit extra geld ervoor kunt zorgen dat de verduurzaming en de nieuwbouw van noodzakelijke extra huizen door kan gaan.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik denk dat hier te mager is begroot, maar het belangrijkste en schrijnendste gezicht van die grote woningnood is de toename van dakloosheid. Alleen al hier in Den Haag slapen elke nacht 300 kinderen op achterbanken van auto's in garages. En het trof mij dat het woord "dakloosheid" niet voorkomt in het huidige coalitieakkoord. Is collega Jetten bereid dit te herstellen en ook een andere prioriteit te geven aan die dakloosheid dan nu uit het coalitieakkoord spreekt?
De heer Jetten (D66):
Als het er niet in staat, is dat echt een omissie, want wij hebben het aan de onderhandelingstafel zeker over dak- en thuislozen gehad. Daarbij is ook de naam van mevrouw Bikker meermaals gevallen vanwege haar jarenlange inzet voor deze hele kwetsbare groep. Vaak zijn het ook mensen die totaal buiten hun eigen schuld in zo'n situatie terecht zijn gekomen. Dat geldt voor een groot deel voor arbeidsmigranten die hier onder allerlei valse voorwendselen naartoe worden gehaald onder slechte contracten, en die veel te vaak op straat komen te staan. Daarom ben ik ook blij met de keiharde afspraken die we rondom arbeidsmigranten in het akkoord hebben opgenomen op advies van de commissie-Roemer en de SER. Er zijn ook heel veel Nederlanders die om allerlei redenen dak- of thuisloos kunnen worden. Ik denk dat ik namens allen spreek als ik zeg dat we daar graag met u over doorpraten. Want ook voor ons is dat natuurlijk een heel belangrijk onderwerp.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dat is goed om te horen. Ook vind ik het goed om te merken dat er een uitgestoken hand is. Ik dacht nog: hoe zal dat gaan, ook in de loop van het debat? Ik dien daar graag een motie over in. Want wat mij het meest trof in de afgelopen jaren dat ik hiermee bezig was, was het verhaal van Mila in Amsterdam: een jonge moeder, die met haar baby in een auto woont en die van de gemeente te horen kreeg "u krijgt geen urgentie, had u maar andere keuzes in uw leven moeten maken en niet moeten beginnen aan een gezin." Voor mij gaat medische ethiek over het hele leven, over de pijn van mensen en wat voor samenleving we dan zijn. Ik hoop van harte — ik heb dat ook gezien — dat de coalitie de rem erop zet qua medische ethiek. Daar ben ik blij mee. Ik maak mij zorgen om de embryokweek, maar daar komen we nog over te spreken. Ik voel wel mee met wat collega Stoffer zei. Het gaat echter over het hele mensenleven. Bijvoorbeeld dakloosheid kunnen we volgens mij Kamerbreed aanpakken. Dat mag geen dag wachten.
De heer Jetten (D66):
Je mag inderdaad hopen dat als er één thema is waar we elkaar van links tot rechts op kunnen vinden, het de aanpak van dak- en thuisloosheid is. Zelf heb ik het afgelopen jaar zo'n 30 dak- en thuislozen gesproken. Elk verhaal is weer totaal verschillend maar steeds snijdt het je door de ziel. Het pijnlijke eraan vond ik dat de overheid vaak een rol had in deze voorbeelden. Dan ging het om geen voorrang geven aan kwetsbare groepen en mensen hard najagen als overheid bij allerlei financiële problemen. We kunnen zelf dus ook heel veel doen om dak- en thuisloosheid te voorkomen.
De heer Van Baarle (DENK):
In de afgelopen jaren stonden de heer Jetten en ik vaak tegenover het vorige kabinet. De heer Jetten presenteerde zichzelf in de campagne als het redelijke alternatief voor het vorige kabinet. Dan verbaast het mij om in het coalitieakkoord te zien staan dat indien de Asielnoodmaatregelenwet en de Wet invoering tweestatusstelsel worden aangenomen, deze onverkort worden uitgevoerd. De heer Jetten zegt, D66 zegt de PVV-wetten te gaan uitvoeren, die antivluchtelingenwetten van mevrouw Faber die ervoor zorgen dat de juridische bijstand voor vluchtelingen wordt verminderd en dat de positie van vluchtelingen in het gedrang komt. De heer Jetten zegt wel "wij zijn het alternatief voor de PVV", maar die woorden zijn dan toch vrij weinig waard?
De heer Jetten (D66):
Dan moet de heer Van Baarle wel het hele hoofdstuk Asiel en Migratie lezen. Daarin staat namelijk ook dat wij de positie van VluchtelingenWerk op de COA-locaties weer verstevigen, dat wij daarvoor geld uittrekken, en dat er op COA-locaties Meedoenbalies komen, zodat nieuwkomers weten hoe ze een steentje aan de Nederlandse samenleving kunnen bijdragen. Dan moet de heer Van Baarle ook even noemen dat we vanaf dag één Nederlandse taallessen gaan aanbieden en dat nieuwkomers straks na drie maanden aan het werk kunnen. Mensen willen dat namelijk gewoon, want dat geeft ze voeldoening, daarmee kunnen ze voor zichzelf zorgen. Een menswaardige aanpak om ervoor te zorgen dat mensen mee kunnen doen. Ik zei het net ook al tegen mevrouw Van der Plas, het hoofdstuk Asiel en Migratie is hét voorbeeld waarin drie totaal verschillende politieke partijen over hun eigen schaduw heen zijn gestapt om tot een pakket aan afspraken te komen dat streng maar ook rechtvaardig is. Dat doen we ook omdat ik heb geluisterd naar iedereen in de uitvoering bij COA en IND die zegt: geef ons rust, geef ons voorspelbaarheid en geef ons stabiele financiering, zodat we het voor Nederland gaan oplossen. Sneller duidelijkheid voor mensen, een fatsoenlijke opvang zonder overlast en mensen die mogen blijven, laten meedoen in de Nederlandse samenleving.
De heer Van Baarle (DENK):
Als je als D66 meegaat in die asielwetten van de PVV, dan ga je wat DENK betreft gewoon door een ondergrens. Met die stappen waarmee de juridische bescherming van vluchtelingen wordt afgeschaald en het voor vluchtelingen moeilijker wordt om hun familie te laten overkomen en nog veel meer, ga je gewoon door een ondergrens. Wat ons betreft is dat zondebokpolitiek. Kijken we naar wat er nog meer in het coalitieakkoord staat, bijvoorbeeld het gedeeltelijke verbod op gezichtsbedekkende kleding. Dan heb je het over het, zoals het in de volksmond heet, nikabverbod of het boerkaverbod. Dat is gewoon een-op-een een plan van de heer Wilders. D66 zegt: daar gaan we harder op beboeten, dat verbod gaan we handhaven. Het aanpakken van de financiering van moskeeën: zo staat het letterlijk in het coalitieakkoord. Het toezicht op weekend- en avondscholen: dan heb je het over scholen waar te goeder trouw mensen religieus onderwijs geven, waaronder Koranonderwijs. Een zwarte lijst van imams. Niet alleen wat betreft de wetten van mevrouw Faber, maar ook op heel veel andere punten zie ik dat dit coalitieakkoord van D66 een gedeelte van de agenda van de heer Wilders gaat uitvoeren en meegaat in een agenda van wantrouwen. Ik vraag aan de heer Jetten: hoe kan hij dat doen? Waarom tekent hij daarvoor?
De heer Jetten (D66):
Dit ga ik me niet laten aanpraten. De heer Van Baarle begon zijn eerste interruptie met de stelling dat wij de afgelopen jaren heel vaak samen bij die microfoons hebben gestaan om keihard te strijden tegen racisme en discriminatie. Daar zal ik ook mee doorgaan. In dit coalitieakkoord staan hele duidelijke afspraken over hoe we discriminatie en racisme op de arbeidsmarkt, op de woningmarkt of waar dan ook in de samenleving keihard gaan aanpakken. No-nonsense. In dit land beoordelen we mensen niet op de groep waartoe ze toevallig zogenaamd behoren, maar gewoon op hun individuele kwaliteiten, talenten en daden. Daar sta ik voor en daar staat deze coalitie voor. Als je gelooft in individuele vrijheid en in een pluriforme samenleving, dan moet je af en toe ook bereid zijn om excessen aan te pakken. Als dingen over de schreef gaan, moet je een norm stellen en zeggen: dit accepteren we niet, omdat de vrijheid van de een stopt waar de vrijheid van een ander begint. Zo zijn de afspraken in dit coalitieakkoord gemaakt. We beoordelen iedereen die zich in Nederland bevindt op zijn daden, niet op zijn uiterlijk, afkomst of geloof.
De heer Van Baarle (DENK):
Het zou geloofwaardig zijn als er in het coalitieakkoord dan ook daadwerkelijk staat dat er fiks extra geld gaat naar de bestrijding van discriminatie. Dat staat er niet in. Het wordt beleden met woorden, maar niet met daden. We zien bijvoorbeeld ook dat het bestrijden van moslimdiscriminatie niet één keer wordt genoemd in het akkoord van de heer Jetten. Niet één keer wordt in het akkoord van de heer Jetten het woord "moslimdiscriminatie" genoemd als iets dat we moeten bestrijden. Die inzet zien we dus gewoon niet terug in het akkoord. Als je maatregelen gaat doorvoeren zoals het aan banden leggen van de financiering van alle moskeeën …
De heer Jetten (D66):
Dat doen we helemaal niet.
De heer Van Baarle (DENK):
Jawel. Het gaat om een verbod op financiering uit het buitenland. Als je een zwarte lijst gaat invoeren en vrouwen die ervoor kiezen om zich vanwege religieuze redenen op een bepaalde manier te kleden strenger gaat beboeten, dan pak je geen excessen aan.
De voorzitter:
Wat is uw vraag?
De heer Van Baarle (DENK):
Dan maak je mensen verdacht en pak je hele groepen aan. Ik zeg tegen de heer Jetten: ga niet mee in deze rechtse agenda van Yeşilgöz en Wilders. Stop dit. Voer dit verdachtmakingsbeleid, dit integratiebeleid, niet uit.
De heer Jetten (D66):
We gaan inzetten op een samenleving waarin iedereen kan en mag meedoen, ongeacht waar je vandaan komt. Daar hoort een hele harde aanpak van racisme en discriminatie bij. We weten wat we moeten doen. We moeten er gewoon mee aan de slag. We gaan helemaal niet de financiering van alle moskeeën verbieden. We gaan strenger toezien op financiering uit het buitenland die wordt ingezet om op een foute manier te beïnvloeden. Het bedreigt namelijk ook de vrijheid van Nederlandse moslims als zij door allerlei foute krachten uit het buitenland worden beperkt in hun eigen vrijheid van geloven en leven in dit land. Het zijn Nederlandse moslims en daar kunnen we zelf voor zorgen. Daar hebben we geen financiering uit Golfstaten voor nodig.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Een van de belangrijkste kenmerken van het neoliberalisme is het mensbeeld dat succes een eigen keuze en een eigen verdienste is, en pech en tegenslag eigen schuld, dikke bult zijn. "Blaming the victim" wordt het dan genoemd. Hoe beoordeelt de heer Jetten zijn plannen om de WW, voor als mensen hun baan kwijtraken, of de WIA, de arbeidsongeschiktheidsverzekering, zo fors in te korten dat mensen bij een tegenslag nog een keer gestraft worden door dit kabinet? Hoe beoordeelt hij die plannen?
De heer Jetten (D66):
Het begint bij de enorme investeringen die we doen in het onderwijs en in een leven lang ontwikkelen, zodat we mensen de mogelijkheden geven om zichzelf te ontwikkelen en bij te scholen. Zo ontstaan er allerlei kansen om bijvoorbeeld veel beter van werk naar werk te gaan. De heer Dijk noemt een aantal ingrepen die we doen in de WW en de WIA, maar op dit moment is de werkloosheid in Nederland een van de laagste van Europa. Het is nu vooral de vraag: hoe zorgen we ervoor dat we een veel betere match krijgen tussen de baan waar je in zit maar misschien niet meer in kan blijven, naar werk dat er wel is? We moeten dus veel eerder investeren in mensen, zodat ze niet in die situatie terechtkomen. Het is nu niet alleen een inkorting van de WW, maar ook een verhoging van de WW-uitkering in de eerste maanden, om meer financiële rust te hebben op een moment dat je je gewoon even onzeker voelt omdat je je baan verliest. Bij de WIA is het eerlijke verhaal ook dat het nu in de uitvoering compleet vastloopt. Mensen die hopen via de WIA of de IVA geholpen te worden, moeten ellenlang wachten op duidelijkheid van het UWV. In al die verloren tijd wordt er ook veel te weinig in die mensen geïnvesteerd om te zorgen dat er ook weer nieuw perspectief ontstaat. Hierin hebben wij niks zelf bedacht maar volgen we echt de adviezen van allerlei experts, die waarschuwen: als je nu niet ingrijpt bij die WIA is dat systeem onhoudbaar en dan zijn mensen pas echt slecht af.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dat is geen antwoord op de vraag. Het een hoeft het ander namelijk niet uit te sluiten. Je kan de WIA verbeteren en je kan ervoor zorgen dat mensen beter kunnen re-integreren, met betere begeleiding en betere trajecten, maar dat betekent niet dat je moet korten op de uitkeringen van mensen die nu in de shit zitten. Dat zijn mensen die hun leven lang hebben bijgedragen, dit land draaiende hebben gehouden, onverhoopt tegenslag krijgen en arbeidsongeschikt raken, en dan komt meneer Jetten langs. Eigenlijk zegt u op dit moment: u bent niet geschoold genoeg om ergens anders aan het werk te gaan. Dat is toch geen oplossing voor het probleem? Het korten op de WW van mensen zorgt ervoor dat mensen van boven de 50 jaar sneller in de bijstand terechtkomen. Het korten op de WIA zorgt ervoor dat mensen in de armoede terechtkomen, terwijl zij hun leven lang hebben bijgedragen. Het is het straffen, het disciplineren, van hardwerkende mensen die ons land opgebouwd hebben. Waarom heeft u er niet voor gekozen om die WIA, die uitkering, en de WW lekker in stand te houden en uw eigen WW misschien iets in te korten of te kijken naar de meest vermogenden in het land om ook maar iets, maar iets, bij te dragen? Dat doet u allemaal niet. U paait de welgestelden en straft en disciplineert de mensen die het land opbouwen.
De heer Jetten (D66):
We zeggen tegen die hardwerkende mensen dat we hen veel eerder gaan zien en gaan helpen, dat we in hen blijven investeren, hoe vroeg of laat ze ook van hun opleiding af zijn gekomen. Het gaat erom dat als je ooit voor de situatie komt te staan dat je werk verandert of je werk verdwijnt, je niet dan pas hoeft aan te kloppen bij de overheid, maar dat de overheid je al veel eerder heeft geholpen. Dat is wat we doen. Wij gaan onze ogen niet sluiten voor een compleet vastgelopen uitvoering rondom de WIA, waarbij iedereen die ermee te maken heeft ervoor waarschuwt dat als het zo doorgaat, het één grote bende wordt. Dat kan je echt niet maken.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Jimmy Dijk (SP):
De heer Jetten ontwijkt de vraag. Het gaat niet over een vastgelopen systeem. Dat erkennen veel meer mensen. Daar moet iets gebeuren. Maar dat betekent niet dat je de uitkeringen hoeft te korten. Dat pretendeert namelijk dat mensen onnodig die uitkering krijgen op dit moment en dat die te hoog zou zijn. Dat korten op die uitkering brengt mensen direct in de problemen. Dus voordat u denkt te kunnen gaan korten op uitkeringen, wat u niet zou moeten doen, zou u inderdaad kunnen gaan kijken of u mensen kan gaan scholen. Dat kan inderdaad. Dat is heel goed om te doen, meer begeleiding. Maar daar hoeft u niet op te korten. Hetzelfde geldt voor de bezuinigingen op de zorg.
De voorzitter:
En uw vraag?
De heer Jimmy Dijk (SP):
Als u geld zou willen besparen op de zorg, pak dan die marktwerking aan, pak dan die fraude aan. Maar pak dan niet de zorg af van ouderen, van wie een op de drie op dit moment al onvoldoende zorg krijgt. Die bezuinigingen lossen de problemen niet op, meneer Jetten, maar maken ze erger en zorgen ervoor dat niet de veranderingen kunnen plaatsvinden die de zorg beter maken. Dat bleek tien jaar geleden, na Rutte II, en dat zal nu weer blijken.
De heer Jetten (D66):
Nogmaals, we kiezen daarbij voor veel meer gezondheid en preventie centraal stellen. Dat zijn inhoudelijke keuzes in hoe je de zorg in Nederland wil organiseren. Op het gebied van de arbeidsmarkt willen we meer in mensen investeren om te voorkomen dat mensen onnodig lang langs de kant blijven staan.
De voorzitter:
Heel kort.
De heer Jimmy Dijk (SP):
De heer Jetten doet steeds hetzelfde. Hij komt met "we gaan", maar nog voordat de maatregelen ingevoerd zijn, zoals preventie in de zorg, waar ik erg voor ben, wordt erop bezuinigd. Je moet niet gaan bezuinigen voordat je maatregelen op preventie hebt genomen die werken. Dit is exact hetzelfde patroon als het sluiten van de verzorgingshuizen en het bezuinigen op de huishoudelijke hulp, wat in 2010 en in 2014 gebeurde onder de kabinetten-Rutte. Dat heeft een veldslag veroorzaakt en de problemen in de zorg nu veel groter gemaakt, waardoor de kosten hoger zijn. U herhaalt exact wat Rutte heeft gedaan.
De heer Jetten (D66):
Nee, want toen ontbraken al die investeringen die ook nodig zijn. Dat was vooral heel veel bezuinigen en veel te weinig investeren in de samenleving. Van die fout hebben we echt met z'n allen geleerd.
De voorzitter:
De heer Klaver. Neenee, meneer Dijk, de heer Klaver krijgt het woord.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
We hebben een kleine indruk gekregen van hoe deze kabinetsperiode eruit gaat zien met het voortdurend zoeken naar de verschillende meerderheden die nodig zijn voor al die plannen. Ik wil terugkomen op de AOW-leeftijd. Volgens mij heeft de heer Jetten in dit debat gehoord dat iedereen, van links tot rechts, van de PVV tot de SP en alles ertussen, zegt: die AOW-leeftijdsverhoging moet je niet doen. Een aantal partijen hier, de ChristenUnie, 50PLUS en wijzelf, hebben aangegeven: wij zijn bereid om zaken te doen met dit kabinet, maar hiermee tasten jullie een afspraak uit het pensioenakkoord aan, waar wij in onze huidige rol of in vorige rollen bij betrokken zijn geweest. Dit is niet een probleem van de ministers straks. Dat is wel zo bij al die andere plannen, maar hier niet. Dit is iets wat de coalitiepartijen hebben afgesproken. Meneer Jetten, dit debat gehoord hebbend en wetend dat u op zoek bent naar meerderheden en dat er partijen zijn die hun hand uitreiken: bent u bereid om nu te zeggen dat jullie deze maatregel niet hadden moeten opschrijven en dat jullie deze eruit halen?
De heer Jetten (D66):
Dit debat is er, zodat drie partijen kunnen verdedigen waarom ze een coalitieakkoord hebben afgesloten en wat daarin staat. Het is ook het debat waarin oppositiepartijen duidelijk kunnen maken hoe ze ertegen aankijken, wat ze goede plannen vinden en wat ze minder goede of slechte plannen vinden. Dat is in de eerste anderhalf uur duidelijk geworden. Dat de AOW-leeftijd een heet thema gaat zijn de komende tijd, is duidelijk. Daarbij heb ik verschillende signalen gehoord, namelijk "doe het helemaal niet", "heb oog voor de zware beroepen", "doe het op een andere manier". Dat is precies het gesprek dat we de komende tijd met elkaar zullen moeten voeren.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Als dat dit debat is: de coalitie verdedigt haar plannen, de oppositie zegt wat ze willen en we gaan vrolijk door met alles wat er stond … In mijn ogen is dit ook juist een kans om hier te luisteren naar wat de oppositie belangrijk vindt en hier wel degelijk stappen te zetten, ook vandaag al. Als ik kijk naar de AOW-leeftijd, gaat het niet alleen over de inhoud daarvan, maar over het feit dat een afspraak uit het pensioenakkoord wordt geschonden en dat de heer Jetten van ons hier in de Kamer vraagt om akkoorden te sluiten. In het pensioenakkoord zijn we akkoord gegaan met zaken die voor ons ook pijnlijk waren. Toch deden we dat. Dat hoort nou eenmaal bij compromissen sluiten; het is niet alleen maar feest. Maar wat er over de pensioenleeftijd is afgesproken, was voor óns belangrijk. Die afspraak haalt u er nu uit. Dit is dus het signaal: als wij het zoet binnen hebben, dan pakken we het zuur ook nog even mee. Daarom stel ik nogmaals mijn vraag. Dit gaat voor mij niet alleen om het inhoudelijke punt dat hier ligt, maar ook om de manier waarop je omgaat met afspraken. Bent u bereid om te zeggen: sorry, we hebben hier een fout gemaakt, ik snap dat hier het verkeerde signaal van uitgaat en we halen de fout eruit?
De heer Jetten (D66):
Dit is een beetje een herhaling van het debat dat we daarstraks al hebben gehad, maar ik wijs op de eerste interruptie van de heer Klaver: deze drie partijen maken duidelijke keuzes, maar hebben in deze Kamer 66 zetels. Wij zullen met alle plannen die we hier vandaag presenteren, continu op zoek moeten naar steun en draagvlak in het parlement en in de samenleving. Dat is geen eenzijdige keuze; dat is de richting die we aangeven en het werk dat we de komende tijd voor ons hebben. Dit debat is heel nuttig. Ik heb heel goed gehoord — ik zie het ook aan de gezichten van mevrouw Yeşilgöz en de heer Bontenbal — wat de waarden, prioriteiten en accenten van de oppositiepartijen zijn. Daar zullen we ons de komende tijd toe moeten verhouden. Daar zullen we mee aan het werk moeten. Dat gaan we doen zodra er ook daadwerkelijk een kabinet op het bordes heeft gestaan en de ministers beëdigd zijn. De ministersploeg zal samen met de fractievoorzitters van die coalitie op zoek moeten gaan naar steun of zal de plannen moeten bijstellen.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Ik begrijp op al die andere punten dat de ministers dat moeten gaan doen. Dit gaat mij om een afspraak van deze drie coalitiepartijen; daarom blijf ik er in dit debat op hameren. Het gaat namelijk om het feit dat jullie een afspraak uit het pensioenakkoord … Het gaat erom dat jullie gewoon het pensioenakkoord torpederen. Dat is niet straks de verantwoordelijkheid van de ministers in de uitvoering, maar van u, meneer Jetten, zeg ik via de voorzitter. Daarom spreek ik u erop aan en is het wel degelijk iets van dit debat. Het is iets van deze fracties, iets van het coalitieakkoord. Inderdaad, dit is slecht voor het draagvlak, omdat het slecht is voor het vertrouwen dat wij kunnen hebben in de vraag op wat voor manier wij afspraken kunnen maken over de langere termijn. Dat zal op heel veel onderwerpen moeten. Ik heb er vertrouwen in, hoor, dat de meerderheid dit echt wel gaat tegenhouden. Het interessante is namelijk dat de coalitie geen meerderheid heeft en de oppositie wel. We zullen dat wel degelijk tegenhouden, maar bij een nieuwe politieke cultuur hoort ook dat we niet altijd onze spierballen hoeven te laten zien, dat het niet altijd alleen maar hoeft te gaan over het kunnen mobiliseren van een meerderheid en dan iets van tafel kunnen krijgen. Het kan ook zijn dat u aanvoelt wat hier gebeurt en dan vanuit uzelf zegt: dit gaan we niet doen, want ik begrijp dat dit niet goed is voor het draagvlak.
De heer Jetten (D66):
Ik zie in dit debat geen overdreven spierballen in de interrupties of vanuit ons drieën.
(Hilariteit)
De heer Jetten (D66):
Nee, ook zeker niet van de heer Wilders; ik zie hem nu immers opstaan. Het is een oprechte zoektocht naar de vraag wat we inhoudelijk verstandige keuzes voor het land vinden; dat is oprecht een zoektocht. Wij zijn er met die drie coalitiepartijen van overtuigd dat we daarnaar moeten kijken in een samenleving die steeds vitaler oud wordt en waar steeds minder jonge mensen onze sociale zekerheid overend moeten houden. Er zijn ook allerlei adviezen gedaan over andere ingrepen rondom ouderdom, AOW en pensioen waar we heel bewust níét voor hebben gekozen, omdat we denken dat die te gortig zijn en op nog veel meer weerstand zullen stuiten. Vanuit dat vertrekpunt hebben wij deze keuzes gemaakt. Nogmaals, de wijze waarop dit debat verloopt, geeft ons ook helder inzicht in waar uw prioriteiten liggen en in de opdracht voor de komende tijd.
De voorzitter:
Heel kort, meneer Klaver en dan meneer Wilders.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Tot slot. Ik weet niet of ik het een geruststelling vind dat het nog heftiger had gekund op zorg en dat die opties überhaupt over de tafel zijn gegaan. Het gaat over het signaal dat je afgeeft door de AOW-leeftijd in dit akkoord te zetten. Als je niet begrijpt dat het signaal hiermee is dat we na een paar jaar wel zullen zien wat er gebeurt met een afspraak die met ons is gemaakt … Dat is het signaal. U heeft uw mond vol gehad van een nieuwe politieke cultuur. Die is verdraaid hard nodig hier in dit parlement. Wij willen daaraan bijdragen, juist door achter deze maatregel uit het pensioenakkoord te blijven staan en die te verdedigen met "dat vinden wij" … Ik weet dat u dat vond; dat vond u namelijk ook de vorige keer, toen we over dat pensioenakkoord onderhandelden. Het signaal dat u afgeeft, is: een afspraak met mij staat niet; een afspraak is niet een afspraak en u moet maar zien of een afspraak over een tijdje nog staat. Dat is een verkeerd signaal aan de oppositie.
De heer Jetten (D66):
Nogmaals, het is een keuze die we maken voor 2033 en verder. Het is ook geen eenzijdige keuze, omdat we die simpelweg niet kúnnen maken met de 66 zetels waar deze coalitie op rust. Dus ook hier zullen we aan het werk moeten.
De heer Wilders (PVV):
Ik ben na die interrupties van de heer Klaver toch benieuwd. U weet dat van mij het hele akkoord niet hoeft. Daar is het mij dus niet om te doen, maar ik vraag me wel iets af. Stel nou dat er vandaag een motie wordt ingediend die zegt dat de plannen van de drie coalitiepartijen over de AOW geen steun hebben — dat zijn nu alleen maar spreekt-uitmoties, maar het zijn wel, als zij worden aangenomen, uitspraken van een meerderheid van de Kamer — wat gaat u dan doen? Zegt u dan als democraat: dat is een meerderheid van de Kamer; wij passen het aan? Of zegt u als niet-democraat: we hebben daar lak aan en we gaan gewoon door?
De heer Jetten (D66):
We voeren hier vandaag volgens mij met elkaar een mooi debat over een coalitieakkoord waar wij met z'n drieën vol vertrouwen de handtekening onder hebben gezet. In dit debat wordt duidelijk wat de inzet van de oppositiepartijen is voor de komende jaren. We gaan aan het eind van de dag zien of er moties worden aangenomen en, zo ja, welke. De eerstvolgende stap is een kabinet samenstellen dat de komende jaren aan het werk kan. Vanuit de drie fracties is het coalitieakkoord de opdracht die we aan hen meegeven. Het nieuwe kabinet zal zich ook moeten verhouden tot uitspraken van de Kamer en dan moeten besluiten wat daarmee te doen.
De heer Wilders (PVV):
Dat is, denk ik, geen antwoord, of een antwoord dat betekent dat u zich er niets van aantrekt. Een antwoord zou als volgt kunnen zijn. Ik ben van Democraten66. Er ligt een meerderheid van de Kamer, die niet het kabinet aanspreekt, maar als Kamer een uitspraak doet over het AOW-plan. Dat zou een meerderheid kunnen zijn. Wat doet u dan? Het is niet gericht aan het kabinet. Het is gericht aan onszelf en dus ook aan u. Zegt u dan: "Oké, ik was niet van plan me er nu aan te houden, maar als er een Kameruitspraak ligt, zullen wij ons met z'n drieën bezinnen of we het aanpassen voordat het kabinet wordt beëdigd"? Of zegt u: "Daar heb ik lak aan; een Kameruitspraak mag belangrijk zijn, maar nu ligt er een akkoord en dat is voor ons belangrijker dan een meerderheid van de Kamer"?
De heer Jetten (D66):
Kameruitspraken zijn altijd belangrijk, maar ik vind de belofte die we in het akkoord doen ook belangrijk, namelijk dat we de komende maanden met sociale partners om tafel willen gaan om over het brede pakket aan maatregelen voor de arbeidsmarkt gezamenlijke afspraken te maken. Dat zullen we de komende tijd gaan doen. Daar nemen we Kameruitspraken in mee. Daar nemen we de ideeën en voorstellen van werkgevers en werknemers in mee. Dan zal er een moment komen dat het kabinet een concreet voorstel aan uw Kamer voorlegt. Of dat voorstel 100% is wat er in het coalitieakkoord staat of een aangepast voorstel op basis van de gesprekken die met oppositie en polder zijn gevoerd … Dat laatste zal regelmatig logisch zijn als je wil dat voorstellen uiteindelijk een meerderheid in deze Kamer halen.
De heer Wilders (PVV):
Meneer Jetten komt er toch niet lekker uit. Het is geen lekker antwoord. Ik heb al twee keer gezegd: een motie van de Kamer die zegt "spreekt uit", is helemaal niet aan het kabinet gericht. Zulke moties mogen wij helemaal niet indienen bij dit debat. Het is gewoon een Kameruitspraak. Als u een echte democraat bent, dan zegt u: "Als een Kamer in meerderheid, ook tegen ons drie als aanstaande coalitiepartijen, zegt dit niet te willen, dan ben ik een democraat en dan doen we het niet." Dan ga ik naar mijn collega's van de VVD en het CDA en dan zeg ik: "Ik ben van D66; het woord 'Democraten' zit in mijn naam. Ik ga dat niet doen, want een Kamermeerderheid wil dat niet." Het heeft niets met democratie te maken dat u nu zegt dat u het op de grote hoop gooit en dat een nieuw kabinet daar ook naar moet kijken. Moties voeren we hier uit, ook als ze aan elkaar gericht zijn. Als u dat niet doet — ik zweer het u — dan krijgt u het nog honderd keer moeilijker dan u het nu al heeft. Het afgelopen uur ging namelijk niet lekker. Het ging niet makkelijk. U komt er nu ook weer niet lekker uit. Als u nog een beetje respect van de Kamer wil houden op dit punt, dan volgt u een eventuele Kamermeerderheid. Als u dat niet doet, meneer Jetten, dan bent u niet alleen geen democraat, maar dan valt u ook op het punt van de AOW door de mand.
De heer Jetten (D66):
Het is wel fascinerend dat de eenmanspartij van de PVV nu mij gaat verwijten een antidemocraat te zijn.
(Geroffel op bankjes)
De heer Wilders (PVV):
Ja, het is moeilijk, hè. U heeft het moeilijk …
De voorzitter:
Neeneenee, meneer Wilders, meneer Wilders, de heer Jetten heeft het woord.
De heer Jetten (D66):
Nee, dat was toch ook een klein beetje uitlokking.
De voorzitter:
Ja, u vervolgt.
De heer Jetten (D66):
Wat deze drie partijen hebben gedaan tijdens de kabinetsformatie, is volgens mij niet eerder vertoond. We hebben namelijk alle partijen in deze Kamer uitgenodigd om bij ons op gesprek te komen. Er is één iemand niet gekomen. Die zit daar. Wat ik daarmee wil zeggen, is dat deze coalitie vanaf het eerste moment laat zien dat we ons realiseren dat wij het initiatief zullen moeten nemen voor samenwerking. Wij zullen het initiatief moeten nemen voor het bouwen van meerderheden. Dat zullen we de komende tijd doen. Als de Kamer in meerderheid uitspraken doet over onderwerpen die de oppositie belangrijk vindt, dan zullen we dat meenemen in het werk dat we de komende jaren te verzetten hebben.
De voorzitter:
Meneer Wilders, kort.
De heer Wilders (PVV):
Jij-bakken mag, hoor; dat doe ik ook weleens. Dat is ook hartstikke leuk. Maar u heeft het wel moeilijk als u dat nodig heeft. U heeft het er wel moeilijk mee dat ik niet kom als ik uitgenodigd word, dat het een eenmanspartij is. Het gaat nou over u. Het gaat nou over u. Ik stel u een gewone vraag en ik krijg gewoon geen eerlijk antwoord. De vraag is als volgt. Een motie die zegt "de Kamer spreekt uit" is geen motie. Dus houd op met zeggen: we gaan er als kabinet naar kijken en later … Daar is die motie namelijk niet voor bedoeld. De motie is gericht aan onszelf, aan Nederland. De Kamer heeft een mening in meerderheid. Stel dat die mening is dat het AOW-voorstel geen doorgang moet krijgen. Dan bent u een vent en dan bent u een democraat als u zegt: dan gaan we dat niet doen. Als u gaat draaien en draaien en jij-bakken naar de PVV en naar mij — dat mag allemaal — dan verhult u niet dat u dan een slappe democraat bent.
De heer Jetten (D66):
We hebben de afgelopen weken keihard onderhandeld om tot dit coalitieakkoord te komen. We zouden ook alle drie geen knip voor de neus waard zijn als we vandaag niet gewoon volmondig verdedigen waarom wij denken dat wat wij hier met elkaar hebben afgesproken, nodig is.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Ik wil hier toch op doorgaan. Hartelijk dank voor de uitnodiging en dat wij langs mogen komen. Ik vind dat je altijd langs moet gaan; de heer Wilders en ik verschillen daarin van mening. Laten we echter niet doen alsof daar de nieuwe cultuur begint. Ik geloof dat we daar een halfuur of drie kwartier met elkaar hebben gesproken. Het is niet zo dat we daar het hele regeerakkoord hebben doorgenomen of dat we daar grote inhoudelijke punten hebben besproken. Het is ook niet zo dat u daar heeft gezegd: "weet u wat, wat vindt u er nou van als we het pensioenakkoord gaan doorbreken". Het was vooral bedoeld om aan heel Nederland te laten zien: kijk eens, good vibes only en we nodigen nieuwe mensen uit om te komen praten. Ik doe daar graag aan mee, want het zijn allemaal stappen op weg naar een nieuwe politieke cultuur. Maar die echte nieuwe politieke cultuur zou vandaag kunnen starten. De heer Jetten zegt nu: wij verdedigen wat we hebben en de rest van de Kamer geeft aan wat die wil. Maar we zouden het toch anders gaan doen?
De voorzitter:
En uw vraag?
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Gaan we het dan ook echt anders doen vandaag? Als ik hier naar de Kamer kijk, dan zou het inderdaad zomaar kunnen dat een Kamermeerderheid zegt om dit niet op de AOW te doen. Dat kan. We kunnen u daartoe dwingen via een motie. Maar alstublieft, zeg nou gewoon zelf dat jullie dit verkeerd hebben ingeschat, dat het een verkeerd signaal is en dat jullie het niet doen. U bent straks de leider van het kabinet. U bent nu de leider van deze coalitie. Zet deze stap. Pak de hand aan die nu vanuit de Kamer wordt uitgestoken.
De heer Jetten (D66):
Het zal even wennen en zoeken worden met elkaar. Hoe verhoudt de minderheidscoalitie zich tot de rest van de Kamer? We gaan dat de komende tijd met elkaar ontdekken. Wij gaan natuurlijk serieus kijken naar uitspraken die een meerderheid van de Kamer doet. Maar het begint ook met de duidelijke keuzes die wij hier hebben gemaakt. We gaan de komende tijd met de uitwerking daarvan aan de slag, samen met de oppositiepartijen en samen met het maatschappelijk middenveld. Zo simpel zie ik het voor me.
De heer Klaver (GroenLinks-PvdA):
Dat is zoals het altijd ging. Dit is precies zoals het altijd ging. In al die andere debatten die we hebben gehad wanneer er een nieuwe coalitie stond, werd er ook altijd op deze manier gesproken. Dan werd er ook gezegd dat de coalitie het gesprek aan zou gaan en met het maatschappelijk middenveld ging spreken. Er is één verschil. Deze coalitie heeft geen meerderheid. U bent opzoek naar meerderheden hier in het parlement. U heeft terecht gezegd dat een nieuwe cultuur ook vraagt om een opstelling van de oppositie die bereid is om samen te werken. Ik hoef niet in herinnering te brengen hoe mijn partij is behandeld aan de formatietafel. En toch zeggen wij: wat gebeurd is, is gebeurd; zand erover, want we moeten dit land verder helpen. Het eenzijdig doorbreken van afspraken die we eerder, jaren geleden, hebben gemaakt op het pensioenakkoord, is echter het verkeerde signaal. Dat is het verkeerde signaal aan ons, maar vooral ook aan Nederland. Het is bijna een oproep: doe dit niet. Dit zou een valse start zijn van dit kabinet.
De heer Jetten (D66):
Het is wel degelijk anders. Bij voorgaande debatten over coalitieakkoorden zat er namelijk een coalitie met vaak een ruime meerderheid. Die coalitie hoorde dan de hele dag de inbreng van de oppositiepartijen aan en dacht: het zal allemaal wel, we stemmen het toch met een meerderheid weg. Nu zitten we in een situatie waarin 66 zetels dit coalitieakkoord steunen. Ons zal altijd nederigheid passen. Wij zullen altijd het initiatief moeten nemen om samenwerking op te zoeken. Dat is heel duidelijk en dat is echt heel anders dan wat we de afgelopen jaren hier in Den Haag met elkaar gewend zijn geweest.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik was ook langs geweest. Ik begreep dat iedereen het heel erg leuk en gezellig vindt om te horen wat ik ervan vind, dus het was meteen een verhoging van de feestvreugde. Ik wil hier wel herhalen wat we toen gewisseld hebben. Het ging niet alleen over het voorbeeld van het verhogen van de AOW-leeftijd, waar gewoon een afspraak over is, maar ook over waar we als kabinet of Kamer minimaal toe zijn verplicht in verband met internationale afspraken, het Klimaatakkoord, de natuur en het internationaal recht. Ik vind dat de Kamer daar niet om zou hoeven moeten smeken. Dat moet vanuit de coalitie zelf op het minimumniveau zijn gebracht. Dat zie ik niet en daar heb ik nu zorgen over. We zien namelijk dat het op financieel gebied een totaal neoliberaal VVD-akkoord is geworden. Geen winstbelasting ...
De voorzitter:
Wat is uw vraag?
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Nou, ik heb me even ingehouden, voorzitter, maar ik wil heel graag mijn zorg uiten en ...
De voorzitter:
Dit is een interruptie. U heeft ook nog een bijdrage in eerste termijn.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
... vervolgens een vraag stellen, als dat kan.
De voorzitter:
Gaat uw gang.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Mijn zorg zit 'm hierin: er wordt hard bezuinigd en de rijken worden volledig ontzien. Zal het zo zijn dat deze minderheidscoalitie naar de Kamer gaat met plannen voor klimaat die niet voldoen aan de Parijsafspraken, met plannen voor de natuur die niet voldoen aan wat we internationaal hebben afgesproken en dingen die te maken hebben met internationaal recht? Moeten we dan kiezen tussen of "de bezuiniging gaat eraf" of "we krijgen erkenning van Palestina"? Moeten we kiezen tussen of "er komt een miljonairsbelasting" of "we gaan de natuurdoelen daadwerkelijk halen"? Is dit hoe we het gaan doen?
De heer Jetten (D66):
Zo'n of-ofbenadering zie ik niet voor me. Ik ben blij dat mevrouw Ouwehand klimaat en natuur aanstipt. Het zou zonde zijn als die onderwerpen in dit debat niet aan de orde komen.