Plenair verslag Tweede Kamer, 35e vergadering
Dinsdag 27 januari 2026

  • Begin
    14:00 uur
  • Sluiting
    21:01 uur
  • Status
    Ongecorrigeerd

Opening

Voorzitter: Van Campen

Aanwezig zijn 145 leden der Kamer, te weten:

Aartsen, El Abassi, Abdi, Van Ark, Armut, Van Asten, Van Baarle, Bamenga, Becker, Beckerman, Belhirch, Van den Berg, Van Berkel, Bevers, Biekman, Bikker, Boelsma-Hoekstra, Bontenbal, Boomsma, Boon, Martin Bosma, Boswijk, El Boujdaini, Brekelmans, Van Brenk, Bart van den Brink, Tijs van den Brink, Bromet, Bühler, Bushoff, Van Campen, Ceder, Ceulemans, Claassen, Clemminck, Coenradie, Dassen, Dekker, Tony van Dijck, Heera Dijk, Jimmy Dijk, Diederik van Dijk, Emiel van Dijk, Inge van Dijk, Dobbe, Van Duijvenvoorde, Eerdmans, Van Eijk, Ellian, Ergin, Erkens, Faber, Flach, Goudzwaard, Graus, Grinwis, Peter de Groot, Hamstra, Heinen, Heutink, Den Hollander, Hoogeveen, De Hoop, Van Houwelingen, Ten Hove, Huidekooper, Huizenga, Chris Jansen, Jetten, Jumelet, Karremans, Kathmann, Keijzer, Kisteman, Klaver, Klos, Koorevaar, Kops, De Kort, Köse, Kostić, Kröger, Krul, Lammers, Van Lanschot, Van der Lee, Maeijer, Markuszower, Martens-America, Van Meetelen, Van Meijeren, Michon-Derkzen, Mohandis, Moinat, Mooiman, Moorman, Edgar Mulder, Mutluer, Nanninga, Neijenhuis, Nobel, Van Oosterhout, Oosterhuis, Oualhadj, Ouwehand, Paternotte, Patijn, Paulusma, Piri, Van der Plas, Podt, Prickaertz, Raijer, Rajkowski, Rooderkerk, De Roon, Russcher, Schilder, Schoonis, Schutz, Sneller, Steen, Stoffer, Stöteler, Straatman, Struijs, Stultiens, Synhaeve, Teunissen, Tijmstra, Tseggai, Vellinga-Beemsterboer, Vermeer, Vervuurt, Vijlbrief, Vliegenthart, Vlottes, Vondeling, Wendel, Van der Werf, Westerveld, Wiersma, Wilders, Zalinyan en Zwinkels,

en de heer Becking, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, mevrouw Keijzer, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, minister voor Asiel en Migratie, viceminister-president, de heer Tieman, minister van Infrastructuur en Waterstaat, en de heer Van Weel, minister van Buitenlandse Zaken, minister van Asiel en Migratie.

De voorzitter:
Ik open de vergadering van dinsdag 27 januari 2026.

Vragenuur

Vragenuur

Aan de orde is het mondelinge vragenuur, overeenkomstig artikel 12.3 van het Reglement van Orde.


Vragen Jumelet

Vragen van het lid Jumelet aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat over het bericht "Kabinet heeft begrip voor Belgisch tolvignet: 'Maar 100 euro is disproportioneel'".

De voorzitter:
Aan de orde zijn de mondelinge vragen: het vragenuurtje. Ik heet de minister van Infrastructuur en Waterstaat van harte welkom. Ik geef als eerste het woord aan de heer Jumelet namens de fractie van het CDA voor zijn vragen aan de minister. De heer Jumelet heeft het woord.

De heer Jumelet (CDA):
Dank, voorzitter. Eind vorige week werd bekend dat Vlaanderen en Wallonië het vrijwel eens zijn over de invoering van tol in de vorm van een landelijk tolwegenvignet, dat er vooral op is gericht om buitenlandse toeristen tol te laten betalen. Het gaat om een bedrag van €100. Het treft Nederlandse autorijders, bijvoorbeeld vakantiegangers in de zomer, maar ook inwoners in de grensregio's. Toch heeft de minister er begrip voor dat onze zuiderburen tol gaan heffen, zo lezen we en hoorden we de minister zeggen in de media. Tegelijkertijd vindt de minister het gewoon onwenselijk. Hij zei ook iets over de hoogte van het bedrag. Allereerst is mijn vraag of de minister dit nog eens kan uitleggen en toelichten.

De voorzitter:
Het woord is aan de minister.

Minister Tieman:
Dank u wel, voorzitter. Meneer Jumelet, dank voor de vraag. Er zijn heel wat vragen die op zo'n moment op je af komen. Laat ik vooropstellen dat ik door onze zuiderburen nog niet formeel ben geïnformeerd, ook niet over het bedrag. Ik heb ook gelezen wat er in de media staat. Als ik om me heen kijk naar de andere landen, zie ik ook dat er naar zo'n vignet gegrepen wordt. Een stuk of tien andere landen in Europa hebben zo'n middel ingezet. Het is ook niet helemaal onlogisch dat men dit op tafel legt, ook gezien de middelen die ook wij bijvoorbeeld bij IenW tekortkomen. Weet dat het de inschatting is dat dit nog wel een tijdje zal duren alvorens dit uitgerold gaat worden.

Het is op dit moment niet duidelijk wat de hoogte zal zijn. In de Europese richtlijn voor tolheffing staat dat het proportioneel moet zijn. Er kan dus geen sprake zijn van één vignet voor één bedrag. Dat moet 'm in verschillende zaken zitten. In de andere landen om ons heen is er bijvoorbeeld ook een variant voor één dag of voor één week. Ik ga in overleg treden met de collega van België over hoe hij de tijdslijn ziet. Nogmaals, ik ben nog niet geïnformeerd. Ik zal dan ook allerlei zaken bekijken om te zien wat voor effect het heeft, met name in de grensregio's. Ik wil ook weten of het voor de hoofdwegen is of alleen voor de secundaire wegen. Dat is op dit moment nog helemaal niet duidelijk. Het kan ook niet zo zijn dat alleen de buitenlandse kentekenplaathouders tol moeten betalen. We hebben in Duitsland gezien dat Oostenrijk daar destijds met succes tot aan het hof over in beroep is gegaan. Dat zijn allerlei vragen die ik zelf ook nog heb en waar ik op korte termijn duidelijkheid over wil hebben. Ik ga ervan uit dat te krijgen. Ik weet wel dat de heer Weyts, mijn collega in België, nog een beetje onduidelijk bleef over de exacte implementatie. Het zou gaan om 2027. Als ik er zelf naar kijk en de berekeningen doe, denk ik dat daar toch nog heel wat meer jaren voor nodig zullen zijn. Maar dat is speculeren aan mijn kant.

De heer Jumelet (CDA):
Dank voor deze antwoorden. Een aantal ervan waren antwoorden op vragen die ik eigenlijk nog wilde stellen. Dat is zeker zo met betrekking tot de vraag of de minister op de hoogte was, dus of het als een verrassing is gekomen.

Dan heb ik toch nog een punt over iets wat in het bijzonder in Zeeland aan de orde is, namelijk dat de Oostbuis van de Westerscheldetunnel voor enkele maanden dichtgaat, zoals u weet. Dit leidt wellicht tot omrijden door België. Die mensen willen uiteindelijk ook weer terug naar Nederland. Voor Zeeuws-Vlaanderen is dit dubbelzuur. Mijn vraag zou zijn of de minister dit ook nadrukkelijk als een van de argumenten wil inbrengen.

Minister Tieman:
Ja, ik neem alles mee. Gisteren was het MIRT-overleg. Toen hebben we ook gesproken over de tunnelbuis en of daar mogelijk additionele richtingen in kunnen worden opgenomen binnen de kaders van de Tunnelwet, veiligheid et cetera. Ik laat me goed informeren en neem dan alles in één pakketje mee, zodat we duidelijkheid hebben. Wellicht moet hier toch nog een gesprek aan voorafgaan met de gedeputeerden in met name die grensregio's, om daar nog eens even goed het net op te halen, bijvoorbeeld wat betreft die Oostbuis.

De heer Jumelet (CDA):
De minister is op de hoogte van de reactie van de gedeputeerde in Zeeland. Het provinciaal bestuur heeft daar heel helder gereageerd. Ik vond het mooi hoe hij reageerde. Hij zei: ik wil dat we vrij verkeer van goederen en personen hebben. Dat vinden wij als CDA ook ontzettend belangrijk. Het gaat om de bereikbaarheid van grensregio's. Nog steeds proberen we met elkaar juist die grenzen te slechten. Dat geldt niet alleen voor Zeeland, maar ook voor Noord-Brabant en Limburg, zoals de minister weet. Ik denk dat het goed is om dat gesprek te hebben, niet alleen over de vakantieganger die door België heen- en terugrijdt, maar zeker ook over de bereikbaarheid in de regio. Hoe kijkt de minister aan tegen dat aspect, dus dat die grensregio's eigenlijk vanzelfsprekend met elkaar samenwerken en dan te maken krijgen met een tolvignet? Kan de minister daarop reageren?

Minister Tieman:
Ook landen als Frankrijk, Oostenrijk, Slovenië, Tsjechië, Bulgarije, Hongarije et cetera die tol heffen, ook met een vignet van één jaar of van één dag, hebben grenzen en grensregio's. Ik laat me ook informeren wat daar de neveneffecten zijn en of er wellicht ook een andere oplossing op tafel ligt bij onze zuiderburen. Of dit al een voldongen feit is, of dit hem gaat worden, dat moet ik nog even ophalen. Maar nogmaals, ik heb het nog niet binnengekregen; ik heb de plannen nog niet duidelijk. Ik ga dus eerst ophalen hoe het proces eruit ziet, en dan neem ik mee wat er in die grensregio's speelt en waar het zal knellen. Als dat alleen op het hoofdwegennet is, dan hebben we misschien een andere situatie. Maar nogmaals, een accijnsheffing op de brandstof is misschien ook nog een optie. Ik wil echt even wachten. Onze zuiderburen gaan over het beleid. Ik ga onze zaak daar wel aanhangig maken en een pleidooi houden voor de Nederlandse zaak.

De heer Jumelet (CDA):
Ik ga ervan uit dat de minister ervoor pleit om het niet door te laten gaan. Ik hoorde hem ook zeggen dat hij het gesprek zal aangaan met zijn ambtsgenoot. Ik ben blij om dat te horen. Wellicht kunnen daar ook de regionale bestuurders van de provincies en de grensgemeenten bij worden betrokken. Ik denk dat dat belangrijk is. Kan de minister dit toezeggen en ons over de uitkomst informeren?

Minister Tieman:
Dat kan ik toezeggen.

De heer Jumelet (CDA):
Dank, voorzitter.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Toen het bericht vorige week in de media kwam, was de eerste reactie van deze minister: ik heb daar wel begrip voor, alleen vind ik €100 te veel. Mijn vraag is hoe de minister kan zeggen dat hij hier wel begrip voor heeft.

Minister Tieman:
Als ik kijk naar het begrotingstekort dat ik heb op IenW, van 50,5 miljard, dan snap ik dat men creatief gaat zijn om middelen beschikbaar te stellen om de infrastructuur te versterken. In die context moet u "begrip" zien. Er zijn nog meer smaken. In Nederland kiezen wij voor een andere methodologie, maar dit ligt ook op tafel naar aanleiding van het "de gebruiker betaalt"-principe. Het moet proportioneel en eerlijk zijn. Als dat hier niet het geval is, moet er een andere afweging komen, lijkt mij. Maar nogmaals, het is een buitenland en België is hier aan zet. Wij gaan het gesprek aan. Zo moet u de context van mijn woorden inschatten.

De heer Heutink (Groep Markuszower):
Waar onze fractie absoluut geen begrip voor heeft, is dat automobilisten, als ze België even willen oversteken, opnieuw, voor de zoveelste keer, moeten betalen. Aan de pomp moeten ze veel betalen. Ze moeten veel wegenbelasting betalen. De automobilist is eigenlijk al heel erg vaak de pineut. Mijn vraag aan de minister is: ga er nou eens voor zorgen dat die automobilist het financieel wat beter krijgt. Want heel eerlijk: wat de Belgen doen, zouden wij ook kunnen doen. Dat betekent — ik rond mijn vraag af, voorzitter — dat als wij ook een vignet invoeren voor buitenlandse tekens, we die automobilist kunnen ontzien. Kan de minister daar eens aan gaan denken?

Minister Tieman:
Even een verhelderende vraag. Een vignet voor de Nederlandse kentekenhouders ... Nogmaals uw vraag, alstublieft.

De voorzitter:
Nee, nee, nee, nee, nee, we gaan geen vragen aan Kamerleden stellen. U staat in vak K voor het vragenuur.

Minister Tieman:
We nemen op dit moment de mogelijkheden tot ons, meneer Heutink. Ten aanzien van uw vraag over de additionele kosten voor de weggebruiker: we hebben er met dit kabinet wel voor gezorgd dat er een dempende werking kwam ten aanzien van de verhoging van de accijnzen. Dat is later enigszins teruggedraaid. Het was wel een bedrag van 1,6 miljard euro. Als dat niet had plaatsgevonden ... Zo zijn we continu bezig. Op dit moment is een vignet niet meer in de beleidslijn van dit kabinet.

De heer Stoffer (SGP):
Autorijden is een schrikbarend dure bezigheid. We hebben het nodig om op ons werk te komen, enzovoort. De minister heeft begrip voor wat ze in België doen. Dat kan. Als je de kwaliteit van de wegen daar vergelijkt met die in Nederland, denk ik dat er daar nog heel wat moet gebeuren. Maar doorgaand op wat de heer Heutink aangaf: stel dat het de minister niet lukt om dit van tafel te krijgen in België. Dan zullen we er misschien toch aan moeten denken om hier ook zoiets te doen en met de opbrengsten daarvan de Nederlanders lagere wegenbelasting te laten betalen. Zou de minister dat idee ook mee willen nemen?

Minister Tieman:
Dank voor die verheldering; hij is binnen. Het is niet en-en-en; er zou dan echt een goed systeem van betaling naar gebruik moeten worden toegepast. Als een vignet een betere optie zou zijn waardoor we ook andere zaken naar beneden kunnen afschalen, dan ben ik aan uw zijde, maar dat laat ik echt over aan een volgend kabinet.

De heer Van Asten (D66):
Ik ben blij dat de minister nog een goed gesprek aangaat met zijn Belgische collega. Toch zien we langzaam overal in Europa een lappendeken ontstaan van tolvignetten en anderszins. Het wordt totaal onoverzichtelijk en is volgens mij niet in lijn met de Europese gedachte. Overheden maken nu zelf de keuze of ze regulier geld besteden aan infrastructuur of dat zij het geld daarvoor binnen willen halen via buitenlandse kentekens. Zou de minister er in Europees verband niet voor kunnen pleiten om hier één lijn in te trekken, om er zo voor te zorgen dat het vrije verkeer van goederen en personen ook écht vrij verkeer van goederen en personen blijft?

Minister Tieman:
Dat doe ik graag. Ook dit laat ik over aan mijn opvolger, maar voor het ministerschap is dit iets wat we echt in de Transportraad of in een ander overleg kunnen aankaarten. Ik begin met het aankaarten hiervan in het Benelux-overleg, dus samen met Luxemburg en België, om vervolgens een Europese lijn te trekken. Dit is een goed voorstel van de heer Van Asten.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Wij hebben veel reacties gekregen op die €100 die België aankondigde. De teleurstelling over uw eerste reactie … Sorry, de teleurstelling over de eerste reactie van de bewindspersoon was behoorlijk heftig. De vraag is of de minister, ook al zegt hij dat er een nieuw kabinet komt — dat weten we — zich wel heel hard wil maken om te proberen dit van tafel te krijgen of anders de adviezen over wil nemen om dit ook bij België te gaan doen. Dan zouden wij het ook gaan vragen aan al die buitenlanders, maar dan doen we mee aan die lappendeken en dat lijkt mij niet verstandig. Dus de vraag is of deze bewindspersoon de tijd die hij nog heeft, wil benutten om dit zo veel mogelijk van tafel te krijgen.

Minister Tieman:
Dat zal ik zeker doen in de tijd die mij nog rest, ook kijkend naar die lappendeken. Ik ga mijn best doen om in ieder geval de tijdslijnen en de proportionaliteit duidelijk te krijgen. U noemde net die €100. De Europese richtlijn staat dat bedrag eigenlijk niet toe; het moet echt proportioneel zijn en ook niet alleen gelden voor buitenlandse kentekenplaten. Ik heb dus nog heel wat noten op mijn zang voor als we dat gesprek voeren. Ik zal het maximale doen in de tijd die mij nog resteert.

De heer Peter de Groot (VVD):
Het plan van België betekent gewoon dat het voor Nederlandse autorijders duurder wordt om in België op de snelweg te rijden. Ik ben al blij dat de minister hier een iets ander geluid laat horen dan in zijn eerste reactie. Dat is heel goed. Maar kan de minister hier niet gewoon zeggen dat hij gaat proberen om dat plan van tafel te krijgen en dat als dat niet helemaal lukt, hij gaat voor de belangen van de mensen die in België werken, de Nederlandse automobilisten die daarheen gaan om daar te werken of anderszins? Kan hij dat pakketje dus niet gewoon fileren, zodat de kosten die België gaat opleggen echt zo laag mogelijk zijn? Kan de minister niet nog een iets stevigere stap zetten in de houding jegens België?

Minister Tieman:
Dank voor de vraag. Ik neem even alles tot me. Ik wil ook eerst de formele reactie hebben; we praten nu via de media met elkaar, maar ik wil het hele pakketje hebben. Maar ik ga er een lijn in innemen die echt goeddoet aan onze belangen, ook aan de belangen in de grensregio, zeker die van het woon-werkverkeer. Op het lijstje dat ik hier voor me heb, staat Duitsland nu niet, maar Duitsland heeft het een en ander voor de vrachtwagenheffing. We moeten er met elkaar in gaan optrekken. Wij hebben nu een poot bijgetrokken met de vrachtwagenheffing; daar heb je dan wel dat level playing field. Ik zie hier nog wel een aantal landen tussen staan. Neem Frankrijk: een ritje naar Zuid-Frankrijk is ook €70 tot €100 enkele reis. Ik wil dat echt even goed aankaarten. Als ik dat van tafel kan krijgen, doe ik dat graag. Als er nog andere zaken zijn, dan gaan we die ook zeker ter sprake brengen.

De heer El Abassi (DENK):
De Belgen lijken te zeggen dat zij wel accijnzen moeten betalen voor de Belgische wegen, terwijl Nederlanders dat niet doen. Dat vinden zij oneerlijk. Daarom vinden zij dat er een tolvignet betaald moet worden door de Nederlanders. Wij krijgen ook bezoekjes van mensen die vanuit het buitenland komen en betalen ook accijnzen voor onze wegen, maar we vragen mensen die vanuit het buitenland komen niet om een tolvignet te betalen.

De voorzitter:
En uw vraag?

De heer El Abassi (DENK):
De Belgen denken dus een oneerlijke situatie eerlijk te maken, maar ze maken die juist oneerlijk. Ik zou de minister willen vragen om dat te voorkomen. Als dat niet lukt, kan hij er dan in ieder geval voor zorgen dat er ook een tolvignet van de Belgen wordt gevraagd als zij onze kant opkomen?

Minister Tieman:
We nemen alles mee. Wij staan voor pay per use, betalen naar gebruik. Wij zijn ook net, op een digitale wijze, met tol bezig. Wellicht zal uw oproep ook daartoe gaan leiden. Laat ik eerst een stap zetten om te proberen om dit helemaal van tafel te krijgen. Dat lijkt mij in ieder geval het proberen waard. Maar ik ga ook met respect om met datgene wat er in het Belgisch parlement gebeurt. Ik zoek daarin een goede balans om dit gesprek goed te voeren met elkaar.

De voorzitter:
Ik dank de minister van Infrastructuur en Waterstaat voor de beantwoording van de gestelde vragen.


Vragen Grinwis

Vragen van het lid Grinwis aan de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, minister voor Asiel en Migratie, viceminister-president over het bericht "In Amsterdam komt een hyperscale voor Microsoft, ondanks het verbod op hyperscales".

De voorzitter:
Ik nodig de heer Grinwis uit voor zijn vragen aan de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, die ik van harte welkom heet in de Kamer. Het woord is aan de heer Grinwis.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. Hoe kan het nou? Dat is eigenlijk mijn hoofdvraag aan de minister. Nederland zit namelijk op slot, alleen al door een overbelast elektriciteitsnet; huizen kunnen niet worden gebouwd omdat die niet kunnen worden aangesloten en ondernemers die willen verduurzamen, bijvoorbeeld in de Amsterdamse haven, kunnen dat niet, omdat zij geen grotere aansluiting kunnen krijgen op het net. Het is hetzelfde verhaal voor onze scholen en ziekenhuizen. Iedereen staat in de rij en mag wachten tot sint-juttemis.

Maar wat schetst mijn verbazing? In Amsterdam verschijnt een megagroot datacenter. Het gaat om drie torens van 85 meter, die weliswaar met een trucje zijn opgeknipt in drieën, maar helemaal worden benut door het Amerikaanse Microsoft. Alsof er geen wachtende woningzoekers zijn, of ondernemers die wachten op een grotere aansluiting op het net. Omwille van het overvolle stroomnet en de ruimte hebben we een paar jaar geleden als Rijk besloten om nieuwe hyperscale datacenters alleen nog te bouwen in de Wieringermeer en bij de Eemshaven, dus niet meer in Amsterdam. Daarom mijn vraag aan de hoeder van onze ruimtelijke ordening: minister, hoe kan het dat de wet geldt voor het hele land, maar, met gebruik van wat trucjes, niet voor Amsterdam? Amsterdam is toch geen autonome republiek?

Minister Keijzer:
Dat zou je denken, hoewel mij ook weleens het gevoel bekruipt dat er in Amsterdam op een andere manier hiermee wordt omgegaan. Hoe kan dit nou? Dat is eigenlijk heel simpel. De omgevingsvergunning voor dit initiatief is aangevraagd in december 2019 en verleend in november 2020. Op grond van de landelijke regels is dit pas sinds — ik zeg "pas", want dit is nog maar kortgeleden — 2022 verboden. Deze aanvraag en vergunningverlening hebben plaatsgevonden vóór het vaststellen van deze regels. Dat is het korte antwoord.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Minister, dit is in ieder geval niet in de geest van de wet, maar ook niet naar de letter van de wet zoals die geldt. Mijn vervolgvraag is wat zij, als minister van VRO, nog geprobeerd heeft om hiertegen te doen. Of zegt ze: "Die aanvraag was nou eenmaal al in gang gezet. We staan er dus bij en we kijken ernaar"?

Minister Keijzer:
Ik ben minister geworden in juli 2024. Deze vergunning is al verleend in november 2020. Deze regels zijn opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving. In het voorbereidingsbesluit is aangegeven dat omgevingsvergunningen die zijn aangevraagd op of voor 16 februari 2022, behandeld moesten worden op basis van het recht dat toen gold. Dat is in die tijd uiteindelijk door het kabinet vastgesteld. Het zal vast in een of andere voorhang langs de Kamer gegaan zijn; zo ver terug heb ik geen onderzoek gedaan voor dit vragenuur. Dit heeft er gewoon mee te maken dat de regels zijn gaan gelden toen de vergunning al was verleend.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Sterker nog, wij als Kamer hebben erom gevraagd bij de ambtsvoorganger van deze minister, omdat wij het goed zat werden dat ons hele land met grote datadozen werd volgebouwd. Vandaar dat het is beperkt tot die twee regio's. Mijn vraag aan de minister is dan wel de volgende. Als deze vergunningaanvraag al speelde voordat wij als Rijk strengere regels zijn gaan stellen, waarom hebben ze dan allemaal van die trucjes toegepast, van het opknippen in drie met een verhaal van: het is voor heel veel aanbieders? En wie gaat er uiteindelijk mee lopen? Eén grote Amerikaanse techgigant, Microsoft, die het hele gebouw in gebruik neemt. Nou ja, over strategische autonomie gesproken. Ik begrijp het niet, als je het allemaal al legaal kon doen omdat het van voor die aanscherping is. Het geheel maakt toch een beetje een schimmige indruk. Het doet me erg denken aan belasting ontwijken. Het mag misschien volgens de letter, maar het is niet in de geest van de wet.

Minister Keijzer:
De regels die in 2022 zijn gaan gelden door het voorbereidingsbesluit, gelden voor een hyperscale datacentrum. Dat is een centrum met een omvang van meer dan 10 hectare én, dus niet of maar en, een aansluitvermogen van 70 megawatt of meer. Dit verbod geldt in heel Nederland, twee gebieden in Nederland uitgezonderd, namelijk delen van de gemeenten Het Hogeland in Groningen en Hollands Kroon in Noord-Holland. Ja, weet u, als iets schimmig is, dan moet je het schimmig noemen. Maar deze aanvraag geldt gewoon van vóór deze regels. Zeker aangezien we te maken hebben met netcongestie, kun je je natuurlijk afvragen of je overal in Nederland datacenters wil realiseren die kleiner zijn dan dit. Bij elkaar opgeteld kom je wel aan dit soort aantallen, en zeker in tijden van netcongestie is het zeer de vraag of je dat moet willen. Dat is ook de reden waarom de provincie Noord-Holland bijvoorbeeld hiervoor een visie heeft vastgesteld. Maar ja, dit zijn wel inzichten die pas zijn ontstaan en in ieder geval pas in regels zijn neergelegd na de vergunningverlening voor dit centrum in 2020.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Dit willen wij natuurlijk niet. Alleen al in Amsterdam kunnen er de komende tien jaar 30.000 huizen niet worden gebouwd door een overvol stroomnet. Al die ondernemers in de Amsterdamse haven kunnen niet verduurzamen. De minister zegt zelf: de definitie van een hyperscale is én 10 hectare én meer dan 70 megawatt. Nu wil het geval dat ze hier de hoogte in zijn gegaan met drie torens. Is het niet tijd om die definitie wat aan te scherpen, zodat het óf meer dan 10 hectare óf meer dan 70 megawatt moet zijn? Een verzameling van gebouwen is volgens mij al goed geregeld in het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Minister Keijzer:
Dat zou absoluut een overweging kunnen zijn, maar dat is natuurlijk niet meer aan mij. Mij bekruipt ook wel het gevoel: is dit nou wijsheid op de schaal van Amsterdam in de MRA, dus de regio rondom Amsterdam, en in relatie tot grote problemen ten aanzien van netcongestie? Maar dat gesprek moet vooral daar gevoerd gaan worden. Feit is en blijft dat deze vergunning verleend is voordat de regels golden.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Misschien ten slotte, want ik zie de nodige collega's klaarstaan met een vraag en ik wil ze niet al het gras voor de voeten wegmaaien. Hoe kunnen wij er beter voor zorgen dat woningzoekenden voorrang krijgen op het net boven zo'n lelijke datadoos en dat lokale ondernemers voorrang krijgen op het net? Ik weet dat dit meer op het terrein ligt van de collega van deze minister bij Klimaat en Groene Groei. Maar als ik dit weer lees in NRC: een goed artikel, maar ik word er wel boos van.

Minister Keijzer:
Of het een goed artikel is, dat kun je je afvragen, omdat de regels nou eenmaal pas zijn gaan gelden nadat deze vergunning verleend is. Maar het is natuurlijk uiteindelijk wel een vraagstuk waar we het met elkaar over moeten hebben. Het is niet aan mij om dit te melden, maar het kabinet spreekt met één mond, dus waarom niet? Mijn collega, de minister van KGG, komt heel snel met een brief over hoe om te gaan met de netcongestie.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik zie uit naar die brief. We hebben binnenkort nog de behandeling van de begroting van Klimaat en Groene Groei. Dan gaan we het hier zeker over hebben. Dank u wel.

Mevrouw Beckerman (SP):
We zijn digitaal gekoloniseerd. 75% van de datacentercapaciteit is in handen van Amerika. Nederland heeft daarmee macht uit handen gegeven aan de Amerikaanse techgiganten en techmiljardairs. Aan deze datacenters hebben we niets. Sterker nog, ze zijn een gevaar. De minister zegt: dat is aan mijn opvolger. Wat zou zij haar opvolger willen meegeven? Wil het kabinet de grenzen dichtgooien en komen met een veel slimmere datacenterstrategie? Want nu zien we dat de Microsofts de mazen in de wet vinden, terwijl soevereine kleine bedrijven er niet tussen komen.

Minister Keijzer:
Ik vind het niet gepast om hier te oreren over wat het kabinet na mij moet gaan doen, dus ik zal dat ook niet doen. Het enige wat ik u wel wil meegeven, is het volgende. Ja, het is een Amerikaans bedrijf. Ja, er lopen data van internationale klanten overheen, maar ook data van ons. Op servers in het buitenland is ook data van ons aanwezig. De digitale economie is een wereldeconomie. Je moet ontzettend opletten voor wat het dichtgooien van de grenzen betekent voor de digitale samenleving in Nederland.

De heer Van den Berg (JA21):
Ons heeft allemaal het bericht bereikt dat deze datacenters er toch komen, ondanks een landelijk en provinciaal verbod van nota bene een coalitie van de BBB, VVD, de Partij van de Arbeid en GroenLinks. We hebben die datacenters nodig, maar ze hebben ook een gigantische impact op de woningbouw, waar u de minister van bent. Mijn concrete vraag is: hoeveel woningen kunnen er nu niet gebouwd worden door de plaatsing van deze datacenters?

Minister Keijzer:
Ik maak toch een klein beetje bezwaar tegen deze inleiding. Ik heb net aan u verteld dat deze vergunningen verleend zijn in 2020. Pas in 2022 zijn de regels opgesteld. Er wordt nu net gedaan alsof dat er allemaal niet toe doet. Dat vind ik niet gepast. De vraag hoeveel woningen problemen hebben met de aansluiting op het net vanwege dit datacenter is moeilijk te beantwoorden. Daarvoor geldt namelijk: welke woningen zijn dat, waar worden die gebouwd en hoe ga je om met oplossingen voor de netcongestie? Dat is niet mijn portefeuille, maar die van mijn collega van KGG. Zij is, zoals ik net verteld heb, bezig met het maken van een brief waarin allerlei maatregelen opgesomd gaan worden.

De voorzitter:
De tweede vraag van de heer Van den Berg.

De heer Van den Berg (JA21):
Het is zeker waar dat die vergunningen al eerder zijn verleend, maar er had wel een brief naar de Kamer gestuurd kunnen worden, zeker nu we zien wat de gevoeligheid hiervan is. Daar kan ik zeker bezwaar tegen maken. Het elektriciteitsnetwerk is nog heel lang overbelast. Dat staat zwaar onder druk. We hebben die datacenters nodig, maar die hebben daar ook mee te maken. De woningbouw en de elektrificatie daarvan zit in uw portefeuille. Ik snap niet dat we nog steeds doorgaan met volledig elektrische woningen, terwijl die het netwerk verder belasten. Kortom: is het nu niet tijd om daarmee te stoppen, zodat er meer ruimte komt op het netwerk voor woningen en datacenters?

De voorzitter:
Ik wijs u erop dat u via de voorzitter spreekt.

Minister Keijzer:
Ik maak me zorgen over de woningbouw. Je kunt geen woningen opleveren als er geen stekker in een stopcontact gestopt kan worden. Dat is zeker een punt van zorg. Mijn collega van KGG is bezig met de vraag hoe we daarmee om kunnen gaan om de problemen te verminderen.

Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):
We hebben gehoord dat de woningbouw wordt vertraagd door netcongestie, maar we maken ons ook zorgen over onze digitale onafhankelijkheid. Wat kan de minister doen om dit soort situaties in de toekomst te voorkomen? Dat staat nog los van het feit dat we nu zien dat het via dit soort constructies blijkbaar mogelijk is om het landelijk verbod te omzeilen.

Minister Keijzer:
Maar het is nog maar de vraag of dat het geval is. Als iemand er met een haarlemmerdijkje vandoor gaat, dan moet je dat zeggen. Maar als je dat niet weet, dan moet je dat ook niet zeggen. Ja, deze drie torens bij elkaar opgeteld zaten boven de 70 megawatt. Maar nee, als je ze had neergezet zoals elders in Nederland weet ik niet of je over de 10 hectare heen was gegaan. Maar feitelijk doet dat er niet toe, want de vergunning is verleend voordat deze regels in werking zijn getreden.

Dan de vraag wat je hiermee zou kunnen. Ik hoop dat de formatietafel op dit moment even pauze heeft, zodat ze dit kunnen horen. Wat je zou kunnen doen, is het aanpassen van de regels, maar dat is niet aan mij.

Mevrouw Zwinkels (CDA):
Dank aan de minister voor de beantwoording. Ik begrijp dat een eventuele aanpassing volgens de minister aan een volgend kabinet zou zijn. Ik begrijp ook de opheldering ten aanzien van de reeds verleende vergunning. Ik ben dan toch wel even benieuwd naar de omvang van dit probleem. Er is al een vergunning verleend. In hoeveel andere gevallen is dat ook het geval, waarbij er dus ook nog een beroep zal worden gedaan op ons stroomnet en op onze schaarse ruimte? Ik stel deze vraag mede namens mijn collega Hanneke Steen.

Minister Keijzer:
Ik heb geen overzicht van het aantal vergunningen dat is verleend in de afgelopen — laten we 2020 pakken — vijf jaar en een maand, om precies te zijn. Dat weet ik niet. Ik weet ook niet hoeveel er nog in de pijplijn zitten.

Kamerlid Kostić (PvdD):
Het Amerikaanse bedrijf Microsoft probeert een megalomaan datacenter in Amsterdam neer te zetten, met een stroomgebruik gelijk aan dat van Haarlem. Dat gaat ten koste van woningen, van scholen en van ziekenhuizen. Onze wet zegt: eigenlijk kan dit niet. De geest van de wet zegt: zulke hyperscale bedrijven willen we hier in Nederland niet. Als we naar de details kijken, zegt de minister dat het volgens de regels mag. Ik proef bij de minister ook weerstand tegen dit project, net als bij de hele Kamer. Ik zou haar willen vragen of ze een externe partij nog eens juridisch kan laten kijken of er een mogelijkheid is om dit alsnog tegen te houden.

Minister Keijzer:
Dat lijkt mij toch een beetje zonde van de tijd en het geld. Met dit plan is al begonnen in 2016. In 2019 is de aanvraag ingediend. In 2020 is de vergunning verleend. We leven ook in een rechtsstaat. Als je opeens vindt dat het toch niet mag, moet je echt van hele goeden huize komen. Je bent dan ook schadeplichtig. Volgens mij moet je zeer terughoudend hierin zijn, want je moet er in dit land wel op kunnen vertrouwen dat een verleende vergunning overeind blijft, ook als op een gegeven moment de overtuigingen of de meningen of de visie wijzigen.

Kamerlid Kostić (PvdD):
De Partij voor de Dieren vindt ook dat we dit netjes volgens de rechtsstaat moeten doen. Daarom juist is het de moeite waard om een externe verkenning te vragen, want dit gaat ten koste van woningen, scholen et cetera.

Dan mijn laatste vraag aan de minister. De minister zei dat het aan een nieuw kabinet is, maar deze minister zit er nog en haar collega's zitten er ook nog. Er is een mandaat van de Kamer om hier stappen in te ondernemen. Is de minister ten minste bereid om in overleg te gaan met haar collega's en met een brief te komen waarin twee dingen worden geschetst? Ten eerste is dat de impact die dit heeft op onze strategische autonomie en onze veiligheid. Ten tweede zijn dat de stappen die het nieuwe kabinet eventueel zou kunnen zetten om dit soort problemen in de toekomst te voorkomen. Zou die brief op z'n minst kunnen worden overwogen?

Minister Keijzer:
Wat voegt het toe? Strategische autonomie zie ik hier niet direct. Het effect is ook moeilijk in te schatten. Nogmaals, het ligt er maar aan welke woningen het zijn, waar ze komen te staan, welke ruimte er op het net eventueel te organiseren is en hoe je dat kunt doen. Dat is een van de onderwerpen waarmee mijn collega van KGG bezig is. Ik heb de brief hier niet paraat, maar ik ga wel aan haar vragen of die brief hier ook een antwoord op geeft — weliswaar indirect, want je kunt nooit op deze precieze casus ingaan — en of er in de brief ook aandacht is voor het bouwen van datacenters en de vraag die dat neerlegt bij het net.

Mevrouw El Boujdaini (D66):
Ik hoor de minister net zeggen dat zij niet ziet hoe dit de strategische autonomie raakt. Afhankelijk zijn van één grote speler, namelijk een bigtechbedrijf als Microsoft, zorgt voor heel erg veel risico's voor ons hier in Nederland. Ondertussen willen wij graag vanuit de Kamer werken aan onze digitale weerbaarheid en daarmee ook aan onze digitale onafhankelijkheid. We willen dus meer soeverein zijn. Tegelijkertijd zien we dit dus ook gebeuren en is het helemaal niet in lijn met hoe we de regie willen voeren. Ik vraag dus aan de minister: hoe kunnen we vanuit de landelijke lijn juist stroomlijnen met wat er lokaal gebeurt, zodat we met z'n allen kunnen werken aan die digitale soevereiniteit?

Minister Keijzer:
Dit is geen onderwerp om met mij te bespreken. Dit is echt een onderwerp om te bespreken met de staatssecretaris van Digitale Zaken.

De heer Vermeer (BBB):
We hebben komende donderdag een commissiedebat Digitaliserende overheid en dan zullen we dat aspect meepakken. Ik ben nog wel zeer geïnteresseerd in de tijdlijn die de minister noemt. De plannen dateren inderdaad van 2016. In 2022 zijn er restricties gekomen op hyperscale datacenters. Maar volgens mijn informatie is de omgevingsvergunning voor dit datacenter pas verleend in 2025. Kan de minister mij toezeggen dat er per brief naar de Kamer een hele uitgebreide tijdlijn komt met de verschillende momenten van aanvragen en vergunningverlening, zoals die hebben plaatsgevonden rond dit datacenter? Ik ben namelijk een beetje de weg kwijt in de tijdlijn die geschetst wordt versus wat ik er ook over lees.

Minister Keijzer:
Ik krijg een glimlach op mijn gezicht. Ik kijk om me heen en denk: het is toch wel jammer dat er weer een heleboel geheugen uit de Kamer verdwenen is. De tijdlijn hangt namelijk vast aan Pieter Omtzigt, maar het is goed om te zien dat de heer Vermeer dat stokje heeft overgepakt; complimenten daarvoor. Mijn informatie is dat de bouwvergunning in 2020 is verleend, want dit was nog onder de oude wet over ruimtelijke ordening. De omgevingsvergunning, in termen van de milieuvergunning, is in 2025 verleend. Dat is een vergunning die gaat over milieuaspecten zoals geluid en dat soort zaken. Omdat we inmiddels de Omgevingswet hebben, wordt dat een omgevingsvergunning genoemd. Maar ik ga dit even toetsen. Als het anders is, hoort u van mij.

De voorzitter:
Ik dank u voor de beantwoording van de gestelde vragen.


Vragen Rooderkerk

Vragen van het lid Rooderkerk aan de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het bericht "Op bijna twee derde middelbare scholen gaan schokkende geweldsvideo's rond".

De voorzitter:
Dan geef ik het woord aan mevrouw Rooderkerk voor haar vragen aan de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Die vragen stelt zij namens de fractie van D66. Ik heet de staatssecretaris welkom in de Kamer. Het woord is aan mevrouw Rooderkerk.

Mevrouw Rooderkerk (D66):
Voorzitter. Hoe zorgen we dat een kind dit nooit meer bij iemand doet? Dat vroeg het zusje van Yasmina, een 12-jarig meisje dat in een speeltuin door een groep jongeren in elkaar werd geslagen. Dat werd gefilmd en online verspreid. Op twee derde van de scholen in Nederland gaan schokkende geweldsvideo's rond, die slachtoffers jarenlang achtervolgen; filmpjes waarin jongeren mishandeld worden, soms zelfs met messen of pistolen. Omstanders grijpen niet in, maar filmen dit. Het zijn echt vreselijke beelden en de daders verdienen een passende straf.

Voorzitter. Wij willen kinderen offline en online beter beschermen, zodat zij vrij zijn van geweld en van verspreiding daarvan via verslavende algoritmes van techbedrijven, zodat kinderen normaal naar school kunnen en ouders zich er geen zorgen over hoeven te maken of dit met hun kind gebeurt. Daarom moet er nu een nationaal kindbeschermingsplan komen, samen met politie, OM, scholen en ouders. Daarover mijn eerste vraag aan de staatssecretaris. Waarom heeft het ministerie niet in kaart dat zoiets op zo'n grote schaal voorkomt? Waarom hebben we Pointer en onderzoek van DUO nodig om dit in beeld te krijgen?

Staatssecretaris Becking:
Dank voor de goede vraag. Het is natuurlijk belangrijk om hier goed aandacht aan te besteden. Het is ronduit verschrikkelijk dat dergelijke filmpjes rondgaan. Ik deel dat, zeg ik via u, voorzitter. Die filmpjes zijn vaak schokkend. Veiligheid is natuurlijk een probleem van ons allemaal. Ouders, gemeenten, politie, welzijnswerk, het Openbaar Ministerie; iedereen heeft hierin een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Het gebeurt namelijk niet alleen op school. Je ziet het in de hele samenleving. Veel van die filmpjes worden buiten school en vaak niet op school gemaakt. Op heel veel scholen geldt voor het mobieltje namelijk het adagium: thuis of in de kluis. Het komt natuurlijk veelvuldig voor, maar niet direct in de school.

Het ministerie van Justitie en Veiligheid werkt aan een actieplan tegen onlinebedreigingen en tegen online-intimidatie tegen burgers en tussen burgers onderling. Dat begint er natuurlijk mee dat ouders daar zelf een verantwoordelijkheid in hebben. Zij moeten hun jongeren erop aanspreken en volgen wat ze online meemaken. Ook kinderen moeten elkaar erop aanspreken en weten wat er gebeurt. Dat neemt niks weg van het feit dat dit allemaal leidt tot gevoelens van onveiligheid en dat het voor kinderen vaak aangrijpend is. Daarmee komt het natuurlijk wel de school in. Je zal maar schoolleider of leraar zijn en daarmee geconfronteerd worden. Het is dus belangrijk dat we bij de nieuwe kerndoelen in het onderwijs ook expliciet aandacht besteden aan burgerschap.

Mevrouw Rooderkerk (D66):
Dank voor deze beantwoording. Ik denk dat dit een begin van een antwoord op mijn vragen was. Mijn eerste vraag was: waarom hebben we niet in kaart dat dit op zo'n grote schaal, twee derde van de scholen, voorkomt?

Staatssecretaris Becking:
We hebben geen goed beeld van de cijfers en de omvang daarvan, eenvoudigweg omdat dat niet is onderzocht.

Mevrouw Rooderkerk (D66):
Wat gaat de staatssecretaris doen zodat we hier beter zicht op krijgen en dit vervolgens kunnen aanpakken?

Staatssecretaris Becking:
Het is een breed maatschappelijk probleem en er ligt een grote verantwoordelijkheid voor heel veel partijen. Ik denk dat het vooral belangrijk is dat we daar met z'n allen op acteren. In uw Kamer ligt het wetsvoorstel Wet vrij en veilig onderwijs. Met die wet versterken we de zorgplicht voor scholen rondom veiligheid. De wet maakt duidelijk dat ieder incident, online en offline, effect heeft op de veiligheid op de school. Met de wet zorgen we ervoor dat de slachtoffers terechtkunnen bij vertrouwenspersonen, die scholen bij wet moeten aanstellen. Verder zorgen we ervoor dat incidenten beter geregistreerd worden en dat scholen hun veiligheidsbeleid jaarlijks evalueren. Ik kan nog even doorgaan. Als het echt ernstig is, moet je het uiteraard melden bij de inspectie. Het is dus in die zin meer dat je erop reageert als het zich voordoet. Maar nogmaals, we hebben de cijfers niet onderzocht.

Mevrouw Rooderkerk (D66):
Dat is dan toch wel zorgelijk. Er komt dan een meldingsplicht, maar die moet eerst nog door de Kamer. Met melden alleen hebben we het probleem natuurlijk niet opgelost. Daarom vraag ik om een landelijk kindbeschermingsplan, met medewerking van het OM, politie, scholen en ouders, om echt te zorgen voor veel meer bewustzijn over dit probleem. Ik vraag ook om daadwerkelijk acties om dit tegen te gaan. Ziet de staatssecretaris het belang daarvan in?

Staatssecretaris Becking:
Ja, ik zie het belang daar zeker van in, zeg ik via de voorzitter. Ik denk dat het heel belangrijk is. Het moment is nabij, want in april ligt het wetsvoorstel ter behandeling voor in de Kamer. Ik denk dat het goed is om het dan verder met uw Kamer te bespreken.

Mevrouw Rooderkerk (D66):
Ik zou hem ook willen vragen of hij voor zich ziet dat hier echt een plan voor nodig is. Zou hij hierover een brief aan de Kamer willen sturen? Ook wil ik hem vragen of hij met deze partijen, inclusief zijn collega van JenV, in gesprek wil gaan, want met die wet wordt alleen het melden geregeld, maar dat gaat het niet oplossen. Zou hij dat dus willen toezeggen?

Staatssecretaris Becking:
De wet doet meer. Die gaat ook over het aanstellen van vertrouwenspersonen, veiligheidsbeleid voeren, evalueren en incidenten melden. Het is dus echt een stevig en omvangrijk pakket, ook voor het onderwijs, om in te voeren. Het zou echt mijn suggestie zijn om daar dit debat ook te voeren. Ik denk dat het ook aan een nieuw kabinet is, en niet nu hier aan mij, om een toezegging te doen over een heel nieuw plan voor scholen, OM, politie et cetera. Ik denk dat we met dit wetsvoorstel Wet vrij en veilig onderwijs echt iets stevigs te pakken hebben. Stichting School & Veiligheid begeleidt scholen daarin. Daarvoor hebben wij subsidies verstrekt, ook aan de sectorraden in het onderwijs. Ik denk dus echt dat er heel veel stappen worden gezet. Nogmaals, in april ligt het wetsvoorstel in uw Kamer.

Mevrouw Rooderkerk (D66):
Ik begrijp echt dat hij zegt: ik zie deze zorgen en ik wil daarin samen met deze partijen optrekken. Tegelijkertijd denk ik wel dit: we zien dat een kwart van de slachtoffers naar een andere school moet en dat kinderen bang zijn om naar school te gaan; we hebben in het afgelopen jaar ook steeds meer schoolsluitingen gezien doordat dit soort geweldsvideo's circuleren. Hoe gaat de staatssecretaris er nou concreet voor zorgen dat OM en politie hier steviger op gaan handhaven?

Staatssecretaris Becking:
Ik denk dat die partijen zich volstrekt en volledig bewust zijn van de problematiek die er is en dat we daar allemaal een verantwoordelijkheid voor hebben. Veiligheid is echt iets van ons allemaal, van ouders, van scholen. Bij het Openbaar Ministerie en de politie kom je terecht als het echt zeer ernstig is. Dat hele wetsvoorstel zit dus juist aan de voorkant, dus preventief helpen, elkaar leren aanspreken. We hebben natuurlijk al die prachtige richtlijn voor mobieltjes: thuis of in de kluis. Op heel veel scholen zijn die mobieltjes al niet meer aanwezig. Ik denk dus echt dat we wat dat betreft de goede stappen zetten.

Mevrouw Rooderkerk (D66):
Ten aanzien van die richtlijn wil ik dit zeggen. Die is er en het Kohnstamm Instituut heeft onderzocht hoe het daarmee staat. Het merendeel, dus iets meer dan de helft, neem ik dan aan, van de scholen voert hier nu op die manier beleid in. Maar wat gaat de staatssecretaris doen om ervoor te zorgen dat die mobieltjes ook echt de school uit zijn overdag en niet alsnog in de pauzes gebruikt worden? Hoe gaat hij er echt voor zorgen dat dit op alle scholen voorzien is?

Staatssecretaris Becking:
De richtlijn voor die mobieltjes geldt in Nederland sinds 2024. Ik heb de afgelopen maanden heel veel scholen bezocht. Je ziet eigenlijk dat dat instrument van een richtlijn heel goed werkt. Ik denk zelf dat daar niet per se wetgeving voor nodig is, zeg ik via de voorzitter. Op heel veel scholen geldt: thuis of in de kluis. Bij sommige scholen geldt dat je 'm ook in de pauzes mag gebruiken. Ik heb ook gezien dat het heel veel maatwerk is. Het is dus echt aan de scholen. Die hebben een eigen beleid en weten heel goed wat goed is voor hun populatie, voor hun eigen jeugd, zodat die daarmee om kan gaan. Ik zou er dus geen voorstander van zijn om dit wettelijk te regelen, want dan zijn we daar ook weer een aantal jaar mee bezig. Ik zie dat het goed functioneert. Die mobieltjes zijn veelal gewoon helemaal niet in de klas of op school.

Mevrouw Rooderkerk (D66):
Voor de helft van de scholen geldt nog wél dat mobieltjes bijvoorbeeld in de pauze gebruikt worden en dan ook nog voor onrust zorgen in de klas. Maar kijk naar zo'n verbod. Frankrijk heeft gisteren besloten dat het een verbod op social media voor jongeren onder de 15 jaar wil, in navolging van Australië. Is de staatssecretaris bereid om in Europa te pleiten voor een verbod hierop en echt te zorgen dat we op dat vlak verdere actie ondernemen?

Staatssecretaris Becking:
Eerst over het eerste deel van de vraag. Ik wil het hele traject omtrent de omgang met mobieltjes op school best nog eens extra onder de aandacht brengen bij scholen. Dat kun je wellicht nog aanscherpen door mobieltjes ook niet in de pauzes toe te staan; daar roep ik de scholen dan ook toe op. Wat mij betreft doen ze dat echter wel naar hun eigen inzicht en hun eigen visie. Ik denk dat een algeheel verbod op social media iets is om te bekijken, maar dat is wel echt aan een volgend kabinet.

Mevrouw Rooderkerk (D66):
Dat laatste begrijp ik. Wij zouden het in ieder geval interessant vinden om hier verder stappen in te zetten. In het eerste deel van het antwoord vind ik de staatssecretaris nog wat voorzichtig. Hij zegt: ik wil scholen wel aanspreken op hun eigen visie. Volgens mij zou je dan toch kunnen zeggen: laten we die landelijke richtlijn nou uitbreiden; laten we niet alleen social media beperken, maar ook "thuis of in de kluis" laten gelden voor alle scholen.

Staatssecretaris Becking:
Ik ga mezelf herhalen: ik denk niet dat dat nodig is. Ik denk dat heel veel scholen, schoolleidingen en leraren heel goed in staat zijn om daar voor hun eigen school en met hun eigen kinderen zelf keuzes in te maken. Om nu te zeggen dat het niet mag in de pauze ... Dat mag trouwens op veel scholen ook al niet. Maar nogmaals, ik roep de scholen daartoe op. Ik denk echter dat het al streng genoeg is.

De voorzitter:
Kort, mevrouw Rooderkerk.

Mevrouw Rooderkerk (D66):
Ik denk dat het van belang is dat we kinderen beter beschermen. Daarom vraag ik echt om een kindbeschermingsplan, online en offline. Ik vind het belangrijk dat we, als we zien dat dit op zo grote schaal voorkomt, meer doen dan alleen het bestaande beleid volgen. Ik hoop mijn collega's vervolgvragen daarover te horen stellen.

De voorzitter:
Dank u wel.

De heer Stoffer (SGP):
Het is heel goed dat mevrouw Rooderkerk dit aan de orde stelt. Het is echt heel zorgelijk dat er op twee derde van onze scholen geweldsvideo's rondgaan. Laat ik het omdraaien: dat zou kunnen betekenen — dat hoeft niet zo te zijn — dat dit op een derde van de scholen misschien niet het geval is. Mijn vraag aan de staatssecretaris is: zou er, ook richting april, eens nagegaan kunnen worden of dat inderdaad op dat andere derde deel van de scholen niet zo is en, zo nee, waar dat dan door komt en of we daar misschien lessen uit kunnen trekken? Dan kunnen we op de twee derde van de scholen waarvan we zeker weten dat het er aan de orde is, misschien toch verbeteringen toepassen.

Staatssecretaris Becking:
De cijfers waar we het nu over hebben, komen van het televisieprogramma Pointer. Ik heb al gezegd dat OCW daar zelf geen onderzoek naar heeft gedaan. Ik denk dat het de moeite waard is om voor het debat eens te kijken wat we daarover wél beschikbaar hebben. Dat is een hele korte termijn, dus dat kan ik toezeggen, maar dan voor het debat.

De heer Ergin (DENK):
Afgelopen weekend ben ik gebeld door de vader van Almina. De vader van Almina liet mij beelden zien die circuleren op social media. Die beelden zijn echt vreselijk. Op die beelden wordt Almina in elkaar geslagen, geschopt en bespuugd. Er wordt op haar hoofd getrapt. Die beelden gaan rond. Dit is het verhaal van één persoon, van Almina uit Oosterhout, maar er zijn heel veel van dit soort verhalen. Als ik de ouders spreek — meestal bellen de ouders mij op — zeggen zij: meneer Ergin, wij weten niet meer wat wij moeten doen; wij smeken u om hulp.

De voorzitter:
En uw vraag?

De heer Ergin (DENK):
Eigenlijk vragen al die ouders aan mij: wat gaat u daadwerkelijk doen om al die ouders en de lotgenoten van Almina te helpen? Die vraag wil ik graag doorgeleiden aan de staatssecretaris.

Staatssecretaris Becking:
Ik herken en erken natuurlijk hoe verschrikkelijk het is. Het zal je maar gebeuren. Het zal je kind maar zijn. Het zal het vriendje van je dochter maar zijn. Het is natuurlijk verschrikkelijk. Alleen, ik sta hier als staatssecretaris van Onderwijs. Het is niet zo dat die filmpjes worden gemaakt door het onderwijs, door de leraren of in de school, dus het is echt een breed maatschappelijk probleem. Die veiligheid is echt een probleem van ons allemaal, ook van die ouders. Op werkbezoeken heb ik plekken gezien waar dat goed georganiseerd is, waar het jongerenwerk aanwezig is, waar de zorg aanwezig is, waar de politie een bekend gezicht is, en heb ik gezien dat dit heel effectief is en heel goed werkt. Maar, nogmaals, ook dat is vaak maatwerk, zeg ik via de voorzitter, op een school in Arnhem of in Delft et cetera, et cetera. Om nou in algemene zin iets te zeggen over hoe wij die ouders gaan helpen: dat is echt buiten mijn domein, om het maar zo te zeggen.

Mevrouw Armut (CDA):
We staan hier nu met de staatssecretaris van Onderwijs, maar het is natuurlijk een veel breder probleem. Dat laat ons volgens mij ook zien hoe negatief de impact van sociale media op kinderen kan zijn en dat de grenzen die offline gelden, online vaak vervagen. Mijn vraag sluit wel aan bij de vraag van de heer Ergin. Scholen doen natuurlijk al heel veel om de leefwereld van hun leerlingen veilig te houden. Op initiatief van het CDA is er een mobieltjesverbod, maar een groot deel van de dag speelt zich af buiten de scholen. Ik ben zelf ook op zoek hoe de staatssecretaris de ouders beter kan betrekken bij het digitale gedrag van hun kinderen, zodat escalaties online en offline die tot geweld leiden, voorkomen kunnen worden.

Staatssecretaris Becking:
Ik ben blij met de erkenning dat het een breed maatschappelijk probleem is en dat de school er een verantwoordelijkheid in heeft om het in het onderwijs aan de orde te stellen in burgerschapsonderwijs, om maatregelen te treffen zodat ouders goed kunnen worden opgevangen, om goed in gesprek te zijn met ouders over deze problematiek en om het in de klas aan de orde te stellen. Maar dat is wat een school kan doen. Daarnaast worden de filmpjes echt heel veel buiten op straat en op allerlei andere plekken gemaakt, maar natuurlijk heel vaak niet op school.

De voorzitter:
U kunt niet meer interrumperen, mevrouw Armut. De CDA-fractie heeft twee vragen bij dit mondelinge vragenuur. Mevrouw Beckerman.

Mevrouw Beckerman (SP):
Ik sta nu een tijdje te wachten en ik heb nog niet iets concreets gehoord vanuit het kabinet, in ieder geval niet iets extra's. Dat terwijl ik denk dat heel veel mensen die nu kijken en heel veel ouders zich hier hele grote zorgen over maken. Ik snap dat dit bijna het laatste vragenuurtje is voor de staatssecretaris en ik snap dat hij zegt: ja, maar ik ga maar over een klein stukje. Dan wil ik hem graag vragen of hij dan misschien in ieder geval een suggestie wil doen aan zijn opvolgers. Een voorstel dat gedaan zou kunnen worden is het volgende. Je hebt nu de ATKM. Die kan, wanneer het gaat over terroristisch of kinderpornografisch materiaal, binnen 24 uur een website op zwart zetten.

De voorzitter:
En uw vraag?

Mevrouw Beckerman (SP):
Zou het, als dit soort geweldsvideo's op een publieke site staan, niet ook heel goed zijn om zo'n mandaat aan de ATKM of aan een andere instantie te geven, zodat die binnen 24 uur zonder tussenkomst van een rechter gewoon offline worden gehaald? Heel concreet.

Staatssecretaris Becking:
Ik weet niet of ik het helemaal goed begrijp. Er wordt gezegd: als het op een publiek domein staat. Maar het punt is natuurlijk dat al die social media geen publiek domein zijn, maar privaat domein. Op de concrete suggestie voor deze organisatie kan ik nu geen antwoord geven. Dan overvraagt u mij echt.

Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):
Ik vind dat dit debat helaas een beetje wegloopt. Het gaat over geweldsvideo's waarin kinderen worden mishandeld en die op twee derde van de scholen rondgaan. Dan gaat het ineens over "thuis of in de kluis" en allemaal andere dingen die erbij worden gehaald, maar dít is een groot probleem. De vraag is: hoe lossen wij dat op en wat doet de staatssecretaris eraan? We kunnen de ouders de schuld geven, politie, OM, maar wij willen als Kamer weten: wat doet de staatssecretaris eraan? Er werd verwezen naar de Stichting School & Veiligheid.

De voorzitter:
En uw vraag?

Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):
Ik vond de vraag van de heer Stoffer, of we onderzoek kunnen doen, heel goed. Dat is toegezegd. Kunnen we dan kijken of een subsidieregeling voor School & Veiligheid voldoende bij dit probleem aansluit?

Staatssecretaris Becking:
Ik denk dat dat een vraag is die gesteld moet worden bij de behandeling van het wetsvoorstel Vrij en veilig onderwijs. Ik noemde niet alleen de Stichting Veilig Onderwijs, maar het gaat ook over het wetsvoorstel Vrij en veilig onderwijs, een omvangrijk en impactvol programma, dat hier zeker op gericht is, zeg ik via de voorzitter, en dat in april in uw Kamer op de agenda staat.

De heer Kisteman (VVD):
Het is ook heel erg dat dit gebeurt. Ik denk dat je ook goed moet oppassen dat we de problemen die buitenschools spelen niet de school intrekken, maar dat we op scholen moeten doen wat binnen de scholen mogelijk is. De staatssecretaris heeft het over de Wet vrij en veilig onderwijs die eraan komt. Daartegen is zeer veel weerstand vanuit diverse raden in het onderwijs. Zou de staatssecretaris misschien kunnen vertellen, of ons erin kunnen meenemen, hoe we iets aan de weerstand kunnen doen die er nu is? Uiteindelijk is het namelijk gewoon heel belangrijk dat we die wet kunnen gaan behandelen en dat die op die scholen geïmplementeerd kan worden.

Staatssecretaris Becking:
Ik denk dat ik de ernst waarmee dit alles vandaag in de Kamer wordt besproken volledig deel en dat deze wetgeving een stapje in de goede richting is. Daarmee pakken we dat brede maatschappelijke probleem natuurlijk niet op. Ik denk dat het ook echt niet aan de scholen is om hier alle oplossingen voor te bieden. Nogmaals, het is een breed maatschappelijk probleem; daar zijn we met z'n allen voor verantwoordelijk: scholen, ouders, politie, Openbaar Ministerie. In het wetsvoorstel wordt geregeld dat je ernstige incidenten moet melden bij de inspectie. Er is uiteraard de mogelijkheid van aangifte. Dan kom je in het hele strafrechtdomein. Ik heb dus gezegd wat we vanuit de onderwijskant kunnen doen. Ik denk dat april het eerstvolgende moment is, zeg ik via de voorzitter.

Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):
Ik ga het gewoon even heel concreet maken. Ik hoor de staatssecretaris zeggen dat hij hier in april mee terugkomt. Zou de staatssecretaris of zijn opvolger — die zal dat dan waarschijnlijk zijn — in april dan een overzicht willen geven als antwoord op de vraag van de heer Stoffer om extra onderzoek te doen, met daarin ook wat voor impact dat heeft op de subsidieregeling voor School & Veiligheid? Graag daarop een toezegging.

Staatssecretaris Becking:
Ik heb toegezegd dat we kunnen kijken welke cijfers bij OCW beschikbaar zijn over de mate waarin dit gebeurt. Uiteraard kan ik dan ook laten bekijken wat dat betekent voor de Stichting School & Veiligheid. Dat wil ik best even in kaart brengen. Dat zeg ik via u toe, voorzitter.

De voorzitter:
Ik dank de staatssecretaris voor de beantwoording van de gestelde vragen. Ik schors tot 15.00 uur, waarna we overgaan tot de stemmingen.

De vergadering wordt van 14.56 uur tot 15.00 uur geschorst.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering.

Ik deel aan de Kamer mee dat de volgende leden zich hebben afgemeld:

Yeşilgöz-Zegerius, Heinen en Van der Burg.

Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

De voorzitter:
Voordat we gaan stemmen, wat we hierna gaan doen, geef ik het woord aan het lid Markuszower voor een verzoek. Gaat uw gang.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Dank u wel, voorzitter. Ik wil een verzoek doen aan de collega's. Een paar maanden geleden hebben we met een aantal andere Kamerleden een brief gestuurd waarin we hebben verzocht om een onderzoek naar een aanklacht in overweging te nemen. Die termijn is een keer bijna verstreken. Toen hebben we een verlenging gevraagd. Wettelijk mag je niet nog een verlenging aanvragen. Ik wil de Kamer dus eigenlijk vragen of we daar vandaag over kunnen stemmen. Dan horen we het wel.

De voorzitter:
Ik kijk of daar bezwaar tegen is. Ik zie dat dat niet het geval is. Dan gaan wij daarover stemmen.

Er is ook een verzoek van het lid Bushoff. Meneer Bushoff, gaat uw gang.

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Het is niet een heel spannend verzoek. Het verzoek is om bij agendapunt 3 eerst over de ingediende moties te stemmen, daarna over de amendementen en gewoon uit het oogpunt van zorgvuldigheid volgende week, een weekje later, over de wet. Dat is niet spannend, maar wel zorgvuldig.

De voorzitter:
Ik kijk of daar bezwaar tegen is. Dat is niet het geval. Dan gaan we het zo doen, meneer Bushoff.

Stemmingen

Stemmingen


Stemmingen moties Wet chartaal betalingsverkeer

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van de Wet op het financieel toezicht, de Bankwet 1998 en enige andere wetten in verband met de goede werking van het chartale betalingsverkeer (Wet chartaal betalingsverkeer),

te weten:

  • de motie-Flach over de indexering van tarieven zo veel mogelijk beperken (36711, nr. 28);
  • de motie-Flach over de eisen uit het Convenant Contant Geld als ondergrens bij de uitwerking van de AMvB (36711, nr. 29);
  • de motie-Bushoff over een publiek nood- en continuïteitsplan voor uitval van Brink's (36711, nr. 30);
  • de motie-Bushoff/Jimmy Dijk over de bereikbaarheid van pinautomaten in landelijk gebied (36711, nr. 31);
  • de motie-Bushoff/Jimmy Dijk over geen stappen ondernemen om de bonuswetgeving verder te verruimen (36711, nr. 32);
  • de motie-Dekker over het maximale bedrag bij contante betalingen verhogen naar €10.000 (36711, nr. 33).

(Zie vergadering van 14 januari 2026.)

De voorzitter:
We gaan stemmen. We gaan dus allereerst stemmen over punt 4, pagina 2. Dat zijn de stemmingen over moties ingediend bij de Wet chartaal betalingsverkeer.

In stemming komt de motie-Flach (36711, nr. 28).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Flach (36711, nr. 29).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bushoff (36711, nr. 30).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bushoff/Jimmy Dijk (36711, nr. 31).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66 en het CDA ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bushoff/Jimmy Dijk (36711, nr. 32).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, het CDA, de SGP, de ChristenUnie, BBB en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, de VVD, JA21, FVD en Groep Markuszower ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Dekker (36711, nr. 33).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de SGP, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, de VVD en de ChristenUnie ertegen, zodat zij is verworpen.


Stemmingen Wet chartaal betalingsverkeer

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de Wet op het financieel toezicht, de Bankwet 1998 en enige andere wetten in verband met de goede werking van het chartale betalingsverkeer (Wet chartaal betalingsverkeer) (36711).

(Zie vergadering van 14 januari 2026.)

De voorzitter:
Dan gaan we nu terug naar punt 3, met een stemverklaring van de heer Jimmy Dijk. De heer Dijk heeft het woord. Nee, eerst mevrouw Michon-Derkzen.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Voorzitter. Ik weet niet geheel of het goed is gegaan aan onze kant. Onder punt 4, de stemmingen over moties ingediend bij de Wet chartaal betalingsverkeer, wil de VVD geacht worden tegen de motie op stuk nr. 31 te hebben gestemd.

De voorzitter:
We nemen het op in het stenografisch verslag. Het woord is aan de heer Jimmy Dijk.

De heer Jimmy Dijk (SP):
Voorzitter. Ik heb een stemverklaring bij het amendement op stuk nr. 19, I van Van Eijk. Dit amendement gaat ervoor zorgen dat bonussen voor bankiers worden versoepeld. Laat dat even op u inwerken; het gaat om al die mensen die de afgelopen jaren hogere huren hebben betaald, die verzorgingstehuizen hebben zien sluiten en de thuiszorg uitgekleed hebben zien worden, die als student een schuldenstelsel op hun rug hebben gekregen, die een Participatiewet die mensen afknelde hebben gekregen. De partijen die daar verantwoordelijk voor zijn, zijn dezelfde partijen die zo meteen hun handje gaan opsteken om bonussen voor bankiers weer mogelijk te maken. Na al die forse bezuinigingen om banken overeind te krijgen gaan ze zo hun handen opsteken, zodat die bankiers weer hun gang mogen gaan. Nog buiten het feit dat dit amendement volstrekt buiten de orde van dit debat en die wet was, is het absurd dat partijen dit gaan doen. Ik mag toch hopen dat zij een beetje terugkeren op hun schreden. Ik hoop dat we die handjes zo meteen naar beneden zien gaan.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Jimmy Dijk.

Het amendement-Van Eijk (stuk nr. 18) is ingetrokken.

Ik stel vast dat daarmee wordt ingestemd.

In stemming komt het amendement-Van Eijk c.s. (stuk nr. 19, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, de VVD, JA21, BBB, FVD en Groep Markuszower voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

Ik stel vast dat door de aanneming van dit amendement de overige op stuk nr. 19 voorkomende amendementen als aangenomen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het amendement-Ergin (stuk nr. 34).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de PVV en Groep Markuszower voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

In stemming komt het amendement-Ergin (stuk nr. 23).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het gewijzigde amendement-Ergin (stuk nr. 22).

De voorzitter:
Ik constateer dat dit gewijzigde amendement met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt het amendement-Flach c.s. (stuk nr. 25).

De voorzitter:
Ik constateer dat dit amendement met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt het amendement-Van Berkel c.s. (stuk nr. 20).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

In stemming komt het amendement-Van Berkel c.s. (stuk nr. 21).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, de VVD, JA21, BBB, FVD en Groep Markuszower voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

In stemming komt het gewijzigde amendement-Flach (stuk nr. 14).

De voorzitter:
Ik constateer dat dit gewijzigde amendement met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt het nader gewijzigde amendement-Flach c.s. (stuk nr. 26).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor dit nader gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

In stemming komt het amendement-Flach c.s. (stuk nr. 27, I) tot het invoegen van de onderdelen Ca t/m Cd.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

Ik stel vast dat door de aanneming van dit amendement het andere op stuk nr. 27 voorkomende amendement als aangenomen kan worden beschouwd.

In stemming komt het amendement-Inge van Dijk c.s. (stuk nr. 17).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, FVD en Groep Markuszower voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

Over het wetsvoorstel zullen we later stemmen.


Stemmingen Wet aanpassing Regeling dienstverlening aan huis

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de Werkloosheidswet en enige andere wetten vanwege aanpassing van de Regeling dienstverlening aan huis (Wet aanpassing Regeling dienstverlening aan huis) (36744).

(Zie wetgevingsoverleg van 19 januari 2026.)

De voorzitter:
Vandaag zullen we alleen stemmen over de ingediende amendementen en de artikelen. De eindstemming over het wetsvoorstel zal op dinsdag 3 februari plaatsvinden.

In stemming komt het amendement-Flach/Bühler (stuk nr. 26).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, Volt, het CDA, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

In stemming komt het amendement-Flach (stuk nr. 38, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement het andere op stuk nr. 38 voorkomende amendement als verworpen kan worden beschouwd.

In stemming komt het amendement-Flach/Bühler (stuk nr. 25).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, het CDA, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, FVD en Groep Markuszower voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het amendement-Flach/Bühler (stuk nr. 23).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, het CDA, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat de uitslag bij handopsteken niet kan worden vastgesteld.

Nog één keer, voor de zekerheid.

In stemming komt het amendement-Flach/Bühler (stuk nr. 23).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, het CDA, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat de uitslag bij handopsteken niet kan worden vastgesteld.

Hier zullen we hoofdelijk over moeten stemmen. Ik verzoek de griffier de namenlijst op te lezen en de leden stilte te betrachten. Het woord is aan de griffier.

In stemming komt het amendement-Flach/Bühler (stuk nr. 23).

Vóór stemmen de leden: Ceder, Ceulemans, Claassen, Clemminck, Coenradie, Dekker, Tony van Dijck, Diederik van Dijk, Emiel van Dijk, Inge van Dijk, Van Duijvenvoorde, Eerdmans, Faber, Flach, Goudzwaard, Graus, Grinwis, Hamstra, Heutink, Hoogeveen, Van Houwelingen, Ten Hove, Chris Jansen, Jumelet, Keijzer, Koorevaar, Kops, Krul, Lammers, Van Lanschot, Maeijer, Markuszower, Van Meetelen, Van Meijeren, Moinat, Mooiman, Edgar Mulder, Nanninga, Van der Plas, Prickaertz, Raijer, De Roon, Russcher, Schilder, Steen, Stoffer, Stöteler, Straatman, Tijmstra, Vermeer, Vlottes, Vondeling, Wiersma, Wilders, Zwinkels, El Abassi, Van Ark, Armut, Van Baarle, Van den Berg, Bikker, Boelsma-Hoekstra, Boomsma, Boon, Martin Bosma, Boswijk, Bart van den Brink, Tijs van den Brink en Bühler.

Tegen stemmen de leden: Bushoff, Van Campen, Dassen, Heera Dijk, Jimmy Dijk, Dobbe, Van Eijk, Ellian, Erkens, Peter de Groot, Den Hollander, De Hoop, Huidekooper, Huizenga, Karremans, Kathmann, Kisteman, Klaver, Klos, De Kort, Köse, Kostić, Kröger, Van der Lee, Martens-America, Michon-Derkzen, Mohandis, Moorman, Mutluer, Neijenhuis, Nobel, Van Oosterhout, Oosterhuis, Oualhadj, Ouwehand, Paternotte, Patijn, Paulusma, Piri, Podt, Rajkowski, Rooderkerk, Schoonis, Schutz, Sneller, Struijs, Stultiens, Synhaeve, Tseggai, Vellinga-Beemsterboer, Vervuurt, Vijlbrief, Vliegenthart, Wendel, Van der Werf, Westerveld, Zalinyan, Aartsen, Abdi, Van Asten, Bamenga, Becker, Beckerman, Belhirch, Van Berkel, Bevers, Biekman, El Boujdaini, Brekelmans, Van Brenk en Bromet.

De voorzitter:
We kunnen de uitslag van de hoofdelijke stemming niet vaststellen. Dat komt doordat de heer Van Baarle onrust veroorzaakte door naar het rostrum te lopen. Ik wil u dus verzoeken ... Als er bij het opnoemen sprake is van afwezigheid in de zaal van aanwezige leden, dan is dat wat het is. Maar we kunnen de uitslag nu niet vaststellen, dus we zullen dit amendement opnieuw hoofdelijk in stemming moeten brengen.

Nee, meneer Van Baarle. Het woord is aan de griffier.

In stemming komt het amendement-Flach/Bühler (stuk nr. 23).

Vóór stemmen de leden: De Roon, Russcher, Schilder, Steen, Stoffer, Stöteler, Straatman, Tijmstra, Vermeer, Vlottes, Vondeling, Wiersma, Wilders, Zwinkels, El Abassi, Van Ark, Armut, Van Baarle, Van den Berg, Bikker, Boelsma-Hoekstra, Boomsma, Boon, Martin Bosma, Boswijk, Bart van den Brink, Tijs van den Brink, Bühler, Ceder, Ceulemans, Claassen, Clemminck, Coenradie, Dekker, Tony van Dijck, Diederik van Dijk, Emiel van Dijk, Inge van Dijk, Van Duijvenvoorde, Eerdmans, Ergin, Faber, Flach, Goudzwaard, Graus, Grinwis, Hamstra, Heutink, Hoogeveen, Van Houwelingen, Ten Hove, Chris Jansen, Jumelet, Keijzer, Koorevaar, Kops, Krul, Lammers, Van Lanschot, Maeijer, Markuszower, Van Meetelen, Van Meijeren, Moinat, Mooiman, Edgar Mulder, Nanninga, Van der Plas, Prickaertz en Raijer.

Tegen stemmen de leden: Rajkowski, Rooderkerk, Schoonis, Schutz, Sneller, Struijs, Stultiens, Synhaeve, Tseggai, Vellinga-Beemsterboer, Vervuurt, Vijlbrief, Vliegenthart, Wendel, Van der Werf, Westerveld, Zalinyan, Aartsen, Abdi, Van Asten, Bamenga, Becker, Beckerman, Belhirch, Van Berkel, Bevers, Biekman, El Boujdaini, Brekelmans, Van Brenk, Bromet, Bushoff, Van Campen, Dassen, Heera Dijk, Jimmy Dijk, Dobbe, Van Eijk, Ellian, Erkens, Peter de Groot, Den Hollander, De Hoop, Huidekooper, Huizenga, Karremans, Kathmann, Kisteman, Klaver, Klos, De Kort, Köse, Kostić, Kröger, Van der Lee, Martens-America, Michon-Derkzen, Mohandis, Moorman, Mutluer, Neijenhuis, Nobel, Van Oosterhout, Oosterhuis, Oualhadj, Ouwehand, Paternotte, Patijn, Paulusma, Piri en Podt.

De voorzitter:
Ik constateer dat dit amendement met 70 stemmen voor en 71 stemmen tegen is verworpen.

In stemming komt het gewijzigde amendement-Flach (stuk nr. 39) tot het invoegen van een artikel VA.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het amendement-Flach (stuk nr. 37).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het amendement-Neijenhuis/Patijn (stuk nr. 27).

De voorzitter:
Ik constateer dat dit amendement met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt het amendement-Flach (stuk nr. 10).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, FVD en Groep Markuszower voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat het is aangenomen.

In stemming komt het gewijzigde amendement-Neijenhuis (stuk nr. 35) tot het invoegen van een artikel VIIA.

De voorzitter:
Ik constateer dat dit gewijzigde amendement met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt het amendement-Bühler (stuk nr. 29).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.


Stemmingen moties Wet aanpassing Regeling dienstverlening aan huis

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van de Werkloosheidswet en enige andere wetten vanwege aanpassing van de Regeling dienstverlening aan huis (Wet aanpassing Regeling dienstverlening aan huis),

te weten:

  • de motie-Flach over een verkenning naar een vereenvoudigd en verlicht regime voor budgethouders (36744, nr. 30);
  • de motie-Flach over een onderzoek naar het toch doorzetten van de Wet aanpassing Regeling dienstverlening aan huis zonder voorafgaande parlementaire goedkeuring (36744, nr. 31);
  • de motie-Wendel/Neijenhuis over adequate maatregelen om te voorkomen dat er al aanpassingen worden doorgevoerd voor het uitvoeren van een wetsvoorstel die niet meer terug te draaien zijn (36744, nr. 32);
  • de motie-Ceulemans over borgen dat onder "verwijtbaar handelen" niet wordt verstaan dat een pgb-budgethouder de nieuwe werkgeversverplichtingen niet kan overzien (36744, nr. 33);
  • de motie-Patijn over een structurele oplossing in plaats van een tijdelijke compensatieregeling voor pgb-houders (36744, nr. 34).

(Zie wetgevingsoverleg van 19 januari 2026.)

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat met de voorgestelde aanpassing van de Regeling dienstverlening aan huis de oorspronkelijke doelstelling van een verlicht regime voor onder meer budgethouders in belangrijke mate wordt ondergraven;

overwegende dat de SVB pleit voor fundamentele vereenvoudiging van het pgb-stelsel, omdat de huidige inrichting te complex is voor zowel budgethouders als uitvoerders, gelet op de meerdere wetten, uiteenlopende regimes, verschillende verantwoordingsvereisten en uitzonderingen waarmee zij te maken hebben;

overwegende dat een toekomstig vereenvoudigd en verlicht regime voor alle budgethouders wenselijk is;

verzoekt de regering, in samenwerking met onder andere Per Saldo, een verkenning uit te voeren naar een vereenvoudigd en verlicht regime voor budgethouders, waarbij het verlichten van de administratieve lasten en de arbeidsrechtelijke verplichtingen die voortvloeien uit onderhavig wetsvoorstel, de Wet verbetering poortwachter en de Wet arbeidsmarkt in balans nadrukkelijk wordt betrokken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
De motie-Flach (36744, nr. 30) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

Zij krijgt nr. ??, was nr. 30 (36744).

De motie-Ceulemans (36744, nr. 33) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de wetswijziging Rdah pgb-budgethouders confronteert met ingrijpende nieuwe werkgeversverplichtingen en een verlenging van de loondoorbetaling bij ziekte naar 104 weken;

constaterende dat de regering aangeeft dat in gevallen van "verwijtbaar handelen" door de budgethouder geen compensatie wordt verstrekt voor de extra loondoorbetaling, waardoor het beschikbare budget voor vervangende zorg onder druk kan komen te staan of een budgethouder persoonlijk financieel verantwoordelijk gesteld kan worden;

overwegende dat het pgb primair bedoeld is als instrument voor passende zorg en eigen regie voor mensen met een zorgvraag, en niet als middel om deze groep met ondoenlijke werkgeversrisico’s te belasten;

verzoekt de regering te borgen dat onder "verwijtbaar handelen" niet wordt verstaan dat een pgb-budgethouder de nieuwe werkgeversverplichtingen vanwege gezondheidssituatie, beperking of complexiteit van de regelgeving niet volledig kan overzien of uitvoeren en dit derhalve niet tot gevolg kan hebben dat er onvoldoende middelen beschikbaar zijn om de volgens de indicatie noodzakelijke vervangende zorg in te kopen of een budgethouder persoonlijk de financiële gevolgen moet dragen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 33 (36744).

De motie-Patijn (36744, nr. 34) is in die zin gewijzigd (36744, nr. ??) en nader gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Patijn en Dobbe, en luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er een compensatieregeling is getroffen voor pgb-houders, maar dat deze overgangsregeling slechts tijdelijk is en er in de structurele situatie nog geen oplossing voorhanden is;

constaterende dat ook de NZa stelt dat de continuïteit en daarmee de toegankelijkheid van zorg direct in het gedrang komt;

overwegende dat tijdelijke compensatie afbreuk doet aan de zorgvuldigheid en voorspelbaarheid van wetgeving;

verzoekt de regering te komen tot een structurele oplossing, daarvoor opties in kaart te brengen, en de Kamer hierover bij de Miljoenennota 2027 te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. ?? (36744).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

Mevrouw Paulusma.

Mevrouw Paulusma (D66):
Dank u wel, voorzitter. Wij willen onder punt 4, de stemmingen over moties ingediend bij de Wet chartaal betalingsverkeer, geacht worden voor de motie op stuk nr. 29 te hebben gestemd.

De voorzitter:
Aldus genoteerd.

In stemming komt de gewijzigde motie-Flach (36744, nr. ??, was nr. 30).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de fractie van GroenLinks-PvdA ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Flach (36744, nr. 31).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van GroenLinks-PvdA ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Wendel/Neijenhuis (36744, nr. 32).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Ceulemans (36744, nr. ??, was nr. 33).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de nader gewijzigde motie-Patijn/Dobbe (36744, nr. ??, was nr. 34).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze nader gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.


Stemmingen moties OCW-begroting, onderdeel Cultuur 2026

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026,

te weten:

  • de motie-Martin Bosma over geen subsidie voor culturele organisaties die Israël boycotten (36800-VIII, nr. 39);
  • de motie-Martin Bosma over vaststellen dat Zwarte Piet zwart is (36800-VIII, nr. 40);
  • de motie-Mohandis/Heera Dijk over een wettelijke verankering van de rol- en taakverdeling van overheden bij de cultuurverdeling (36800-VIII, nr. 41);
  • de motie-Mohandis over voor de bekostiging van het cultuurbeleid de prijsbijstelling wettelijk waarborgen (36800-VIII, nr. 42);
  • de motie-Van Houwelingen over de mogelijkheid om de Tweede Kamer te laten besluiten over een (specifieke) cultuursubsidie (36800-VIII, nr. 45);
  • de motie-Van der Plas over de geldkraan dichtdraaien voor culturele instellingen, groepen en organisaties die Israëlische en Joodse artiesten of instellingen boycotten (36800-VIII, nr. 46);
  • de motie-Van der Plas over een standaardbekostiging voor een theatergezelschap voor elke provincie (36800-VIII, nr. 47);
  • de motie-Van der Plas over een landelijke handreiking om na verwoesting van cultureel en religieus erfgoed in eerste instantie in te zetten op herstel of heropbouw (36800-VIII, nr. 48);
  • de motie-Van der Plas over de verankering van agrarisch erfgoed, visserijcultuur en streekgebonden tradities in het toekomstige cultuurbestel (36800-VIII, nr. 49);
  • de motie-Dassen over de Cultuurkaart indexeren (36800-VIII, nr. 50).

(Zie wetgevingsoverleg van 19 januari 2026.)

De voorzitter:
De motie-Mohandis/Heera Dijk (36800-VIII, nr. 41) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door het lid Mohandis.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 41 (36800-VIII).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

Mevrouw Van der Plas.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter, sorry voor de late aankondiging, maar ik wil mijn motie op stuk nr. 46 graag aanhouden.

De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Van der Plas stel ik voor haar motie (36800-VIII, nr. 46) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt de motie-Martin Bosma (36800-VIII, nr. 39).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, JA21, BBB, de PVV en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Martin Bosma (36800-VIII, nr. 40).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Mohandis (36800-VIII, nr. ??, was nr. 41).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK en de ChristenUnie voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Mohandis (36800-VIII, nr. 42).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Houwelingen (36800-VIII, nr. 45).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van der Plas (36800-VIII, nr. 47).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van der Plas (36800-VIII, nr. 48).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van der Plas (36800-VIII, nr. 49).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de SGP, de ChristenUnie, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Dassen (36800-VIII, nr. 50).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.


Stemming Wet implementatie EU-richtlijn gegevensuitwisseling cryptoactiva

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen en de Algemene wet inzake rijksbelastingen in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2023/2226 van de Raad van 17 oktober 2023 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen (PbEU L 2023/2226) (Wet implementatie EU-richtlijn gegevensuitwisseling cryptoactiva) (36782).

(Zie wetgevingsoverleg van 19 januari 2026.)

De voorzitter:
Meneer Markuszower.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Sorry, meneer de voorzitter, maar volgens mij gingen onze handen niet omhoog bij die laatste motie, de motie-Dassen op stuk nr. 50.

De voorzitter:
Maar die van uzelf wel en u bent fractievoorzitter.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Nou ...

De voorzitter:
Maar ik had al geconcludeerd dat ie was verworpen.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Oké, maar ik zat gewoon aan m'n haar!

(Hilariteit)

De voorzitter:
Nou, het zit weer goed!

De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Maar zou u dan in de Handelingen willen opnemen dat wij geacht willen worden tegen te hebben gestemd?

De voorzitter:
Dat is bij dezen gebeurd. We kunnen het dus allemaal teruglezen.

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en de PVV voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.


Stemmingen moties Start-ups en scale-ups

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Start-ups en scale-ups,

te weten:

  • de motie-Martens-America over het verbeteren van deal terms voor intellectueel eigendom (32637, nr. 744);
  • de motie-Van Lanschot c.s. over in het ontwerp van de medewerkersparticipatieregeling de beoogde grondslag langjarig vastleggen (32637, nr. 745);
  • de motie-Oualhadj over het versterken van valorisatie door structurele financiering voor academische spin-offcreatie (32637, nr. 746).

(Zie vergadering van 21 januari 2026.)

De voorzitter:
De motie-Van Lanschot (32637, nr. 745) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Van Lanschot en Inge van Dijk.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 745 (32637).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Martens-America (32637, nr. 744).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Van Lanschot/Inge van Dijk (32637, nr. ??, was nr. 745).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de fractie van GroenLinks-PvdA ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Oualhadj (32637, nr. 746).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.


Stemmingen moties Geweld tegen de politie en hulpverleners en de hufterigheid in de samenleving

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over Geweld tegen de politie en hulpverleners en de hufterigheid in de samenleving,

te weten:

  • de motie-Michon-Derkzen c.s. over het aantal aangiften van GTPA- en VPT-feiten en het uitgangspunt van de 200% strafeisverhoging bij deze zaken (28684, nr. 820);
  • de motie-Michon-Derkzen c.s. over wettelijk vastleggen dat de publieke werkgever altijd aangifte doet namens de werknemer (28684, nr. 821);
  • de motie-Mutluer/Straatman over bezien hoe toepassing van de 200% strafeisverhoging transparanter en beter uitlegbaar kan worden gemaakt (28684, nr. 822);
  • de motie-Mutluer c.s. over de opgedane ervaringen uit de Taskforce Onze hulpverleners veilig uitwerken tot een rijksprogramma (28684, nr. 823);
  • de motie-Mutluer/Straatman over de toepassing van het civielrechtelijk, bestuursrechtelijk en strafrechtelijk instrumentarium bij voorspelbare risicomomenten (28684, nr. 824);
  • de motie-Straatman c.s. over een onderzoek naar een verplichte educatieve maatregel bij geweld tegen politie, hulpverleners en andere personen met een publieke taak (28684, nr. 825);
  • de motie-Bikker c.s. over de goede ervaringen met het opleggen van een last onder dwangsom breder uitwerken (28684, nr. 826);
  • de motie-Bikker c.s. over meer aandacht geven aan de betrokkenheid van ouders indien minderjarigen structureel overlast veroorzaken (28684, nr. 827);
  • de motie-Faber over het leger inzetten ter ondersteuning van de politie (28684, nr. 828);
  • de motie-Faber over een digitale schandpaal om verdachten op te sporen en af te schrikken (28684, nr. 829);
  • de motie-Faber/Diederik van Dijk over een overzicht inzake delicten gepleegd tijdens de jaarwisseling (28684, nr. 830);
  • de motie-Van der Plas over het vuurwerkverbod voor de jaarwisseling 2026-2027 niet in laten gaan (28684, nr. 831);
  • de motie-Van der Plas over het luchtdrukwapen met zogenaamde beanbags opnemen in de pilot voor nieuwe geweldsmiddelen voor de politie (28684, nr. 832);
  • de motie-Van der Plas over agenten die verantwoord gebruikmaken van geweldsmiddelen niet confronteren met langdurig belastende onderzoeken (28684, nr. 833);
  • de motie-Diederik van Dijk c.s. over in overleg met het OM in een aanwijzing vastleggen dat bij geweld tegen hulpverleners standaard de strafverzwaringsgrond wordt geëist (28684, nr. 834);
  • de motie-Diederik van Dijk c.s. over nadrukkelijk inzetten op uitbreiding van de uitrusting van politie en ME met onorthodoxe geweldsmiddelen (28684, nr. 835);
  • de motie-Van der Werf c.s. over de Wet veilige jaarwisseling ruim voor de volgende jaarwisseling van kracht laten worden (28684, nr. 836);
  • de motie-Coenradie c.s. over eerder extra politiecapaciteit inzetten bij geweldsdreiging tegen hulpverleners (28684, nr. 837);
  • de motie-Coenradie c.s. over de bevoegdheid rondom de inzet van traangas en rubberen kogels bij de politie/ME beleggen (28684, nr. 838);
  • de motie-Coenradie c.s. over vaker vervolging wegens poging tot doodslag bij gericht gebruik van zwaar vuurwerk tegen personen (28684, nr. 839);
  • de motie-Coenradie c.s. over makkelijker en sneller gebruikmaken van een (digitale) meldplicht of huisarrest (28684, nr. 840);
  • de motie-Kostić c.s. over met onder anderen gedragswetenschappers, politie en de VNG in gesprek gaan over maatregelen om norm goed te laten landen (28684, nr. 841);
  • de motie-Russcher over een onderzoek naar mogelijke verbanden tussen immigratie, integratie en geweld tegen hulpverleners (28684, nr. 842);
  • de motie-Dobbe c.s. over een onderzoek naar de oorzaken van de toename van geweld tegen hulpverleners met vergelijkingen met buitenlands beleid (28684, nr. 843);
  • de motie-Dobbe c.s. over de aanbevelingen uit twee WODC-rapporten over de nazorg en aangiftebereidheid na geweld tegen hulpverleners overnemen (28684, nr. 844);
  • de motie-Markuszower/Russcher over de formerende partijen in het regeerakkoord een hoofdstuk laten opnemen over de aanpak van geweld tijdens de jaarwisseling (28684, nr. 845).

(Zie vergadering van 21 januari 2026.)

De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Van der Plas stel ik voor haar motie (28684, nr. 831) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
De motie-Bikker (28684, nr. 827) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Bikker, Coenradie, Michon-Derkzen, Diederik van Dijk, Van der Werf, Struijs, Straatman en Markuszower.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 827 (28684).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Michon-Derkzen c.s. (28684, nr. 820).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Michon-Derkzen c.s. (28684, nr. 821).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, de PvdD, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Mutluer/Straatman (28684, nr. 822).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Mutluer c.s. (28684, nr. 823).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Mutluer/Straatman (28684, nr. 824).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Straatman c.s. (28684, nr. 825).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie en JA21 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bikker c.s. (28684, nr. 826).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van DENK ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Bikker c.s. (28684, nr. ??, was nr. 827).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Faber (28684, nr. 828).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van JA21, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Faber (28684, nr. 829).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Faber/Diederik van Dijk (28684, nr. 830).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van der Plas (28684, nr. 832).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de SGP, JA21, BBB, de PVV en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van der Plas (28684, nr. 833).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de SGP, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Diederik van Dijk c.s. (28684, nr. 834).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Diederik van Dijk c.s. (28684, nr. 835).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de VVD, de SGP, JA21, BBB, de PVV en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Ik adviseer de heer Krul om zijn arm naar beneden te houden op het moment dat er wordt gestemd.

In stemming komt de motie-Van der Werf c.s. (28684, nr. 836).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de SGP en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Coenradie c.s. (28684, nr. 837).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Coenradie c.s. (28684, nr. 838).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de SGP, JA21, BBB, de PVV en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Coenradie c.s. (28684, nr. 839).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Coenradie c.s. (28684, nr. 840).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de VVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kostić c.s. (28684, nr. 841).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Russcher (28684, nr. 842).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de VVD, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Mevrouw Michon-Derkzen.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Voorzitter. Ik denk dat dit het Kruleffect was. De VVD heeft niet voor de motie op stuk nr. 842 gestemd.

De voorzitter:
We hebben het genoteerd.

In stemming komt de motie-Dobbe c.s. (28684, nr. 843).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Dobbe c.s. (28684, nr. 844).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Markuszower/Russcher (28684, nr. 845).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van JA21, BBB, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.


Stemmingen moties Duurzaam vervoer

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Duurzaam vervoer,

te weten:

  • de motie-Van Asten over deelmobiliteit betrouwbaar aanbieden binnen grootschalige gebiedsontwikkeling en de lokale context (31305, nr. 531);
  • de motie-Goudzwaard over een regeling om de 15.000 bestelauto's te ontzien die nu onbedoeld onder de vrachtwagenheffing vallen (31305, nr. 532).

(Zie vergadering van 22 januari 2026.)

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Van Asten stel ik voor zijn motie (31305, nr. 531) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
De heer Goudzwaard verzoekt zijn aangehouden motie op stuk nr. 532 alsnog in stemming te brengen.

In stemming komt de motie-Goudzwaard (31305, nr. 532).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, DENK, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Meneer Stoffer.

De heer Stoffer (SGP):
Dit was het tegenovergestelde van het Kruleffect, voorzitter, want wij staken de hand wel op. We willen geacht worden voor de motie op stuk nr. 532 te hebben gestemd.

(Hilariteit)

De voorzitter:
Het stenografisch verslag van deze stemmingen wordt interessant, denk ik, geachte collega's.


Stemmingen moties Begroting Infrastructuur en Waterstaat 2026

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (XII) voor het jaar 2026,

te weten:

  • de motie-De Hoop c.s. over uiterlijk bij de begroting voor 2027 met plannen komen voor structurele versterking van het ov (36800-XII, nr. 18);
  • de motie-De Hoop c.s. over het tracébesluit A12/A27 Ring Utrecht intrekken en het Alternatief Ring Utrecht uitwerken (36800-XII, nr. 19);
  • de motie-Zalinyan c.s. over wetgeving voorbereiden waarmee het KNMI vroegtijdig lokale weerwaarschuwingen kan afgeven (36800-XII, nr. 20);
  • de motie-Zalinyan/Kostić over een omgevingsdienst als robuust aanmerken indien uitsluitend niet wordt voldaan aan de omzetnorm (36800-XII, nr. 21);
  • de motie-Goudzwaard over zorgen voor een heldere governance en verantwoordelijkheidsverdeling tussen PBNI en NMSC (36800-XII, nr. 22);
  • de motie-Goudzwaard over een gelijk speelveld tussen Nederlandse luchthavens en concurrerende luchthavens in omringende landen (36800-XII, nr. 23);
  • de motie-Goudzwaard over inzetten op een structurele vermindering van de brandstofaccijnzen (36800-XII, nr. 24);
  • de motie-Stoffer/Grinwis over een actieplan als vervolg op het Actieplan Strategie ter Bescherming Noordzee Infrastructuur (36800-XII, nr. 25);
  • de motie-Kostić/Kröger over geen verdere stappen zetten in de voorbereiding of uitvoering van de voorgestelde wijziging van het Luchthavenverkeerbesluit Schiphol (36800-XII, nr. 26);
  • de motie-Kostić/Zalinyan over een toets voor de langetermijneffecten van de begroting op toekomstige generaties (36800-XII, nr. 27);
  • de motie-Kostić over bij begrotingen de Kamer informeren over de weging van bekende maatschappelijke kosten van vervuiling (36800-XII, nr. 28);
  • de motie-Beckerman over een plan voor een Nederlandse klimaatkorting op het ov (36800-XII, nr. 29);
  • de motie-Beckerman over een samenhangende nationale pfas-aanpak (36800-XII, nr. 30).

(Zie vergadering van 22 januari 2026.)

In stemming komt de motie-De Hoop c.s. (36800-XII, nr. 18).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-De Hoop c.s. (36800-XII, nr. 19).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, de ChristenUnie en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

(Geroffel op bankjes)

In stemming komt de motie-Zalinyan c.s. (36800-XII, nr. 20).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Zalinyan/Kostić (36800-XII, nr. 21).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Goudzwaard (36800-XII, nr. 22).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Goudzwaard (36800-XII, nr. 23).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, het CDA, DENK, de VVD, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Goudzwaard (36800-XII, nr. 24).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, DENK, de VVD, de SGP, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Stoffer/Grinwis (36800-XII, nr. 25).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kostić/Kröger (36800-XII, nr. 26).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kostić/Zalinyan (36800-XII, nr. 27).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kostić (36800-XII, nr. 28).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, D66, de PvdD, DENK en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Beckerman (36800-XII, nr. 29).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Beckerman (36800-XII, nr. 30).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de SGP en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.


Stemmingen moties Begroting Economische Zaken 2026

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Economische Zaken (XIII) voor het jaar 2026,

te weten:

  • de motie-Oualhadj over voldoende budget beschikbaar stellen voor een subsidie aan Code-V (36800-XIII, nr. 22);
  • de motie-Martens-America/Dassen over onderzoek naar een voorrangsregeling voor start-ups en scale-ups bij Europese aanbestedingen (36800-XIII, nr. 23);
  • de motie-Van der Lee c.s. over toewerken naar mondiale, flexibele en betrouwbare leveringsketens voor chips (36800-XIII, nr. 24);
  • de motie-Van der Lee c.s. over naast nationale veiligheid ook strategische autonomie meewegen bij de aanpassing van de Wet vifo (36800-XIII, nr. 25);
  • de motie-Van der Lee c.s. over uitwerken hoe het inkoop-, aanbestedings- en subsidiebeleid kan worden ingezet om maatschappelijke en strategische doelen te verwezenlijken (36800-XIII, nr. 26);
  • de motie-Van der Lee/Dassen over het verminderen van coördinatiefalen en fragmentatie in het investeringslandschap bij het oprichten van een nationale investeringsbank (36800-XIII, nr. 27);
  • de motie-Prickaertz/Maeijer over bij besteding van defensiegeld sturen op het versterken van de Nederlandse industrie (36800-XIII, nr. 28);
  • de motie-Prickaertz over voorkomen dat ondernemers structureel worden benadeeld door overlast die zij zelf niet kunnen beïnvloeden (36800-XIII, nr. 29);
  • de motie-Van Lanschot/Dassen over in Benelux-verband versneld concrete vormen van afstemming tot stand brengen voor bedrijven die grensoverstijgend actief zijn (36800-XIII, nr. 30);
  • de motie-Van Lanschot c.s. over opties voor het beperken van ongevraagde commerciële verkoop aan de deur (36800-XIII, nr. 31);
  • de motie-Frederik Jansen over de mogelijke bijdrage van strategische aandeelhoudersposities in prioritaire markten aan de Nederlandse economische weerbaarheid (36800-XIII, nr. 32);
  • de motie-Flach c.s. over de maritieme sectoragenda na 2026 continueren (36800-XIII, nr. 33);
  • de motie-Flach c.s. over de waarde van een collectieve rustdag nadrukkelijk meewegen bij de evaluatie van de Winkeltijdenwet (36800-XIII, nr. 34);
  • de motie-Flach c.s. over verkennen hoe excessen in de zakelijke kredietverstrekking kunnen worden tegengegaan (36800-XIII, nr. 35);
  • de motie-Grinwis c.s. over expliciete aandacht voor het specifieke karakter van familiebedrijven bij vormgeving en evaluatie van beleid (36800-XIII, nr. 36);
  • de motie-Grinwis c.s. over in Europees verband inzetten op een toegankelijke en eenvoudige procedure ter beëindiging van abonnementen en accounts van een overledene (36800-XIII, nr. 37);
  • de motie-Jimmy Dijk c.s. over een brede kosten-batenanalyse voor sociaal ontwikkelbedrijven en begeleid werken (36800-XIII, nr. 38);
  • de motie-Jimmy Dijk over in kaart brengen in welke bedrijven en sectoren buitenlandse bedrijven een significant aandeel hebben en beleidsopties voorleggen aan de Kamer (36800-XIII, nr. 39).

(Zie vergadering van 22 januari 2026.)

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Flach stel ik voor zijn motie (36800-XIII, nr. 33) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt de motie-Oualhadj (36800-XIII, nr. 22).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Martens-America/Dassen (36800-XIII, nr. 23).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van der Lee c.s. (36800-XIII, nr. 24).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van der Lee c.s. (36800-XIII, nr. 25).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, de PVV en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van der Lee c.s. (36800-XIII, nr. 26).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van der Lee/Dassen (36800-XIII, nr. 27).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Prickaertz/Maeijer (36800-XIII, nr. 28).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Prickaertz (36800-XIII, nr. 29).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, de ChristenUnie, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Lanschot/Dassen (36800-XIII, nr. 30).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Lanschot c.s. (36800-XIII, nr. 31).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de ChristenUnie, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Frederik Jansen (36800-XIII, nr. 32).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, DENK, BBB, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Flach c.s. (36800-XIII, nr. 34).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, de PvdD, het CDA, de SGP, de ChristenUnie, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Flach c.s. (36800-XIII, nr. 35).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, de PVV en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Grinwis c.s. (36800-XIII, nr. 36).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Grinwis c.s. (36800-XIII, nr. 37).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Jimmy Dijk c.s. (36800-XIII, nr. 38).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Jimmy Dijk (36800-XIII, nr. 39).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, de PVV en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.


Stemming brief Verzoek tot het in overweging nemen van een onderzoek naar een aanklacht

Aan de orde is de stemming over de brief van het lid Markuszower c.s. houdende het verzoek tot het in overweging nemen van een onderzoek naar een aanklacht (36803, nr. 1).

In stemming komt de brief van het lid Markuszower c.s. houdende het verzoek tot het in overweging nemen van een onderzoek naar een aanklacht (36803, nr. 1).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PVV, FVD en Groep Markuszower voor deze brief hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat hij is verworpen.

Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de stemmingen. Ik schors een ogenblik, tot aan de regeling van werkzaamheden.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering.

Op de tafel van de Griffier ligt een lijst van ingekomen stukken. Op die lijst staan voorstellen voor de behandeling van deze stukken. Als voor het einde van de vergadering daartegen geen bezwaar is gemaakt, neem ik aan dat daarmee wordt ingestemd.

Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:
Aan de orde is een regeling van werkzaamheden.

Ik stel voor toestemming te verlenen voor het houden van de volgende wetgevings- c.q. notaoverleggen met stenografisch verslag:

  • aan de vaste commissie voor Digitale Zaken op maandag 16 maart 2026 van 10.00 uur tot 14.30 uur over de Cyberbeveiligingswet (36764);
  • aan de vaste commissie voor Defensie op maandag 13 april 2026 van 13.00 uur tot 18.00 uur over het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie;
  • aan de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken op maandag 22 juni 2026 van 11.00 uur tot 16.00 uur over de Raming voor het jaar 2027.

Op verzoek van de fractie van Forum voor Democratie benoem ik in de vaste commissie voor Digitale Zaken het lid Russcher tot lid in de bestaande vacature.

Ik stel voor toe te voegen aan de agenda van de Kamer een debat over het eindverslag van de informateur, daarbij spreektijden te hanteren van zes minuten per fractie en vierenhalve minuut voor de Groep Markuszower, en qua sprekersvolgorde de fractiegrootte te hanteren.

Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.

De voorzitter:
Dan is aan de orde de regeling van werkzaamheden, waarin ik de heer Jimmy Dijk van de SP het woord geef.

De heer Jimmy Dijk (SP):
Dank u wel, voorzitter. Ik zou graag een debat met de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid willen aanvragen, omdat we het nieuws hebben gezien dat weer 175.000 mensen in armoede leven die ook aan het werk zijn. Dat is een hele specifieke groep. We hebben heel veel verschillende commissiedebatten, maar het lijkt mij erg goed om extra aandacht te besteden aan deze specifieke groep hardwerkende Nederlanders die in armoede verkeren, en ervoor te zorgen dat ze uit die armoede komen.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Van harte steun.

De heer Van Baarle (DENK):
Steun.

De heer Hamstra (CDA):
Voorzitter. Volgens mij komt er een commissiedebat aan, dus wat mij betreft kan het daaronder vallen.

De heer Edgar Mulder (PVV):
Het is zo belangrijk dat we hiermee niet mogen wachten. Betrek het bij de begroting in de week van 23 februari.

De heer Schoonis (D66):
Steun.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Steun.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Geen steun. We betrekken het bij de begroting.

De heer Russcher (FVD):
Steun.

Kamerlid Kostić (PvdD):
Steun.

De heer Struijs (50PLUS):
Steun.

De heer Vermeer (BBB):
Graag betrekken bij het debat over de begroting.

Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):
Een belangrijk onderwerp, maar graag bij de begroting.

De heer Dassen (Volt):
Van harte steun.

De voorzitter:
U heeft geen meerderheid.

De heer Jimmy Dijk (SP):
Dat is zonde. Dan kan het vast op de dertigledenlijst. Ik ga dan even kijken wat ik er nog mee doe.

De voorzitter:
We zetten het erbij.

De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik laat het dan snel weten.

De voorzitter:
Uw volgende verzoek.

De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik had namelijk verwacht dat dit natuurlijk gewoon volle steun zou krijgen, maar dat is helaas niet zo. Kan gebeuren.

De voorzitter:
Nét niet, maar we zetten het op de dertigledenlijst. Uw volgende verzoek.

De heer Jimmy Dijk (SP):
Voorzitter. Dan het volgende verzoek. Tijdens het commissiedebat over WIA-zaken bereikte ons het nieuws dat er grote problemen zijn bij het UWV. De voorzitter van de artsen van het UWV geeft aan dat er grote tekorten en wachtlijsten zijn en dat je alleen nog maar kans maakt op een herbeoordeling als je al in de financiële problemen komt. Dat is natuurlijk de omgekeerde wereld. Dit probleem, dit onderwerp, vraagt inderdaad om het commissiedebat dat we hebben gevoerd. We zullen er ook een tweeminutendebat over voeren, maar het vraagt ook om een uitgebreidere analyse, ook van deze Kamer, en om meer werk dan er tot nu toe gedaan is om die problemen van mensen op te lossen.

De heer De Kort (VVD):
Dank, voorzitter. Geen steun. Wel een belangrijk onderwerp. Op 4 februari is er al het commissiedebat Arbeidsongeschiktheid. Dat zeg ik mede namens het CDA.

Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Van harte steun. Ik denk dat dit niet genoeg besproken kan worden. Dit gaat niet in het commissiedebat passen, want er staat al zo veel op de agenda. Hartelijke steun dus.

Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):
Steun.

De heer Vermeer (BBB):
Geen steun. Dit kunnen we volgende week in het commissiedebat behandelen.

De heer Struijs (50PLUS):
Steun.

De heer Schoonis (D66):
Geen steun.

De heer Ceulemans (JA21):
Geen steun. Dit kan in het commissiedebat.

De heer Russcher (FVD):
Steun.

Kamerlid Kostić (PvdD):
Steun.

Mevrouw Van Meetelen (PVV):
Voorzitter. Het kan én bij de begroting én eventueel bij het commissiedebat. Ik wil wel een brief vragen van de minister naar aanleiding van dit stuk.

De heer Dassen (Volt):
Steun.

De heer El Abassi (DENK):
Steun.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Voorzitter. We hebben vorige week een debat gehad over de WIA, waarin dit aan bod kwam. Het lijkt me goed om een vervolg te doen, maar dan wel bij de begroting van SZW. Geen steun dus.

De voorzitter:
U heeft geen meerderheid.

De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik ga ervan uit dat alle problemen bij die begroting worden opgelost. Zo niet, dan kom ik hier weer staan.

De voorzitter:
Dank u wel.

Het woord is aan mevrouw Patijn voor een verzoek namens de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid.

Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Steeds meer huishoudens kunnen de boel niet twee jaar financieel draaiende houden als de hoofdkostwinner het inkomen verliest. Er wordt op allerlei manieren veel gesproken over inkomensvoorzieningen van mensen, maar het gaat nooit over de situatie waarin je werkloos wordt of je werk verliest. Er is geen apart debat over de Werkloosheidswet en er is geen mogelijkheid om met elkaar echt erover door te denken. Vandaar dat ik graag een debat wil hebben over deze situatie die het CPB in kaart heeft gebracht.

De voorzitter:
Ik ga kijken of daar steun voor is.

De heer Jimmy Dijk (SP):
Voorzitter. Alle debatten die worden aangevraagd en in het kader staan van de betaalbaarheidscrisis voor mensen, zullen wij steunen. Dit is er zo eentje.

De heer Krul (CDA):
Geen steun.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Geen steun.

De heer Dassen (Volt):
Steun.

Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):
Geen steun.

Kamerlid Kostić (PvdD):
Steun.

De heer Vermeer (BBB):
Geen steun.

De heer El Abassi (DENK):
Steun.

De heer Schoonis (D66):
Geen steun.

De heer Edgar Mulder (PVV):
Geen steun.

De heer Struijs (50PLUS):
Steun.

De voorzitter:
U heeft geen meerderheid, mevrouw Patijn.

Het woord is aan de heer Ceder voor zijn verzoek namens de fractie van de ChristenUnie. Gaat uw gang.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank, voorzitter. Ik had gehoopt hier niet opnieuw te hoeven staan, maar het houdt maar niet op. Gewapende mannen hebben vorige week zondag meerdere kerkdiensten in het noorden van Nigeria aangevallen. Daarbij zijn meer dan 160 christenen ontvoerd. De aanvallen vonden plaats terwijl de diensten bezig waren. Het lot van deze mensen is onbekend. Deze aanval staat niet op zichzelf. Het rapport van Open Doors dat begin deze maand is gepresenteerd, stelt dat 388 miljoen christenen inmiddels vervolgd worden. Ik heb afgelopen november om een debat gevraagd, met het verzoek dit zo snel mogelijk in te plannen. Hier was een meerderheid voor, maar inmiddels zijn we al een paar maanden verder. Ik zou gezien de urgentie willen verzoeken om dit debat uiterlijk voor het voorjaarsreces in te plannen.

De heer De Roon (PVV):
Ik deel de urgentie en ik steun het verzoek.

De heer Krul (CDA):
Mede namens de SGP steun.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Steun.

De heer Schoonis (D66):
Steun.

De heer Vermeer (BBB):
Volle steun.

De heer Ceulemans (JA21):
Steun.

De heer Struijs (50PLUS):
Steun.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Steun.

De heer Van Baarle (DENK):
Christenvervolging is verwerpelijk en daar moeten we over spreken. Steun.

De voorzitter:
U heeft een meerderheid, meneer Ceder.

Het woord is aan mevrouw Bikker voor haar verzoek, tevens namens de fractie van de ChristenUnie.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. In 2023 stelde ik met onze oud-collega Michiel van Nispen schriftelijke vragen over de contacten van de goklobby met het ministerie, op basis van destijds zorgwekkende signalen. Er werd toegezegd dat de stukken actief zouden worden geopenbaard. Tweeënhalf jaar later, na herhaaldelijk aandringen vanuit de Kamer, hebben we de stukken: een stapel die bijna boven deze katheder uit komt. De afgelopen weken hebben we de stukken grondig bestudeerd. Het beeld beklijft dat de goklobby een zeer grote invloed heeft gehad op de legalisering van het online gokken en dat er bovendien soms op bijna of geheel denigrerende wijze wordt gesproken over sommige leden of fracties in deze Kamer. Dat verdient een debat en dat vraag ik bij dezen aan.

De voorzitter:
Ik kijk of daar steun voor is.

De heer Stoffer (SGP):
Uiteraard steun, voorzitter.

De heer Schoonis (D66):
Opzienbarende stukken, maar het kan in de commissie. Geen steun.

Mevrouw Schilder (Groep Markuszower):
Voorzitter. Geen steun. Het kan ook morgen bij de begroting.

Mevrouw Straatman (CDA):
Het is een belangrijk punt. Van harte steun.

Kamerlid Kostić (PvdD):
Van harte steun.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Geen steun.

De heer Struijs (50PLUS):
Steun.

De heer El Abassi (DENK):
Steun.

Mevrouw Wendel (VVD):
Geen steun. Dit kan in het commissiedebat.

De heer Jimmy Dijk (SP):
Natuurlijk steun.

De heer Ceulemans (JA21):
Dit kan inderdaad in de commissie.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Steun.

De heer Dassen (Volt):
Steun.

De heer Stöteler (PVV):
Steun.

De voorzitter:
U heeft geen meerderheid.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voorzitter. Ik vind dit erg zorgwekkend. Ik heb nog nooit meegemaakt dat er zo'n stapel stukken komt op een stel vragen, tweeënhalf jaar later. Ik had van de collega's in die zin meer verwacht. Ik constateer dat er wel een dertigledendebat mogelijk is. Ik ga door met het uitlichten van wat er verschenen is. Dan zal ik hier weer staan en ik hoop dat de collega's de parlementaire verantwoordelijkheid nemen die wij met elkaar hebben voor het controleren van de regering en het beleid.

De voorzitter:
We voegen het debat toe aan de lijst.

Het woord is aan de heer Dassen voor zijn verzoek. Gaat uw gang.

De heer Dassen (Volt):
Dank, voorzitter. Afgelopen week hebben de Britse inlichtingendiensten gewaarschuwd voor het instorten van cruciale ecosystemen en de directe gevolgen voor de nationale veiligheid, zoals voedseltekorten, migratie, conflicten en pandemieën. Dit raakt ook Nederland; dit raakt ook Europa. Daarom wil ik graag een debat aanvragen met zowel de minister van Klimaat en Groene Groei als de minister van Defensie om hierover te spreken. In aanloop daarnaartoe zou ik ook graag een brief van het kabinet ontvangen waarin het ingaat op het rapport en de mogelijkheden die Nederland heeft om te zorgen dat we eenzelfde dreigingsanalyse kunnen maken als de Britten hebben gedaan.

De heer Kops (PVV):
Geen steun.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Volledige steun. Het is heel belangrijk dat we hier zo snel mogelijk over spreken.

De heer Schoonis (D66):
Van harte steun.

De heer Jumelet (CDA):
Geen steun. Het kan bij de begroting KGG.

De heer Heutink (Groep Markuszower):
Niet klimaatverandering, maar klimaatbeleid maakt heel veel kapot. Geen steun.

Kamerlid Kostić (PvdD):
Voorzitter. Het is duidelijk dat de aanpak van de klimaatcrisis een kwestie is van onze veiligheid. Dat wordt ook hier erkend. Het is hoog tijd dat we daar het debat over voeren.

De heer Peter de Groot (VVD):
Geen steun.

De heer Vermeer (BBB):
Geen steun. Het kan bij de begroting.

De heer Russcher (FVD):
Geen steun.

De heer Jimmy Dijk (SP):
Steun.

De voorzitter:
U heeft geen meerderheid, meneer Dassen.

De heer Dassen (Volt):
Nee, voorzitter, maar wel 30 leden. Ik neem aan dat u het verzoek doorgeleidt naar het kabinet. Tegen de mensen die zeggen dat dit ook kan bij Klimaat en Groene Groei, zeg ik: daar zit de minister van Defensie niet. Het is juist een integraal probleem voor onze veiligheid. Dan zou het daar dus ook besproken moeten worden. Ik zal hier nog een keer een verzoek toe doen. Dan kan het CDA wellicht van mening veranderen.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel.

Het woord is aan mevrouw Ten Hove van de Groep Markuszower voor haar verzoek. Gaat uw gang.

Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Dank u wel, voorzitter. Afgelopen week verscheen er een artikel in De Gooi- en Eemlander over de chaos achter de schermen bij hulpverlening die twee mensen het leven heeft gekost. De Meldkamer Ambulancezorg had geen idee van wat er ter plaatse aan de hand was. Dat is levensgevaarlijk, met name voor de hulpverleners ter plaatse. Zij kunnen zo niet van de juiste informatie worden voorzien, zelfs niet in het geval het hun eigen veiligheid betreft. Hierover zou ik graag nog voor het zomerreces in gesprek gaan met de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

De voorzitter:
Ik kijk of daar steun voor is. Mevrouw Van der Plas.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Volgens mij wordt er geëvalueerd wat er gebeurd is tijdens deze brand. Ik wil het wel steunen, maar ik wil wel eerst de evaluatie afwachten. Dus pas na de evaluatie.

De heer Bevers (VVD):
Inderdaad, eerst die evaluatie. Dat betekent voor ons geen steun op dit moment.

De heer Schoonis (D66):
Geen steun.

De heer Russcher (FVD):
Steun.

Mevrouw Maeijer (PVV):
Voorzitter. Dit is zeer zorgelijk. Ik zou graag eerst een brief willen van de minister. Dan kunnen we het daarna zo spoedig mogelijk betrekken bij de begroting.

De heer Jimmy Dijk (SP):
Voorzitter. Steun, met dezelfde reden als die van mevrouw Van der Plas.

De heer El Abassi (DENK):
Steun.

De heer Stoffer (SGP):
Steun.

De voorzitter:
U heeft geen meerderheid, mevrouw Ten Hove.

Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
30 leden?

De voorzitter:
Ook niet.

Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Jammer. Dank.

De voorzitter:
Dank u wel.

Het woord is aan de heer Russcher voor zijn verzoek namens de fractie van Forum voor Democratie. Gaat uw gang.

De heer Russcher (FVD):
Dank, voorzitter. Recente cijfers en analyses benadrukken nogmaals dat ons land structureel te maken heeft met vergrijzing, een laag geboortecijfer en een veranderende bevolkingssamenstelling. Dat heeft grote gevolgen voor de arbeidsmarkt, de woningbouw, de zorg, de economie, onze cultuur en de sociale samenhang. Het is van groot belang dat wij hier als Tweede Kamer een debat over voeren, omdat dit raakt aan de lange termijn en de toekomst van Nederland. Hierbij zou ik graag de minister van Asiel en Migratie, de minister van Sociale Zaken en de minister van Volkshuisvesting willen uitnodigen.

De voorzitter:
We gaan kijken of daar steun voor is. Meneer Boon.

De heer Boon (PVV):
Heel belangrijk onderwerp. 9 februari hebben we al een WGO Integratie en maatschappelijke samenhang. Daar kunnen we dit perfect bij bespreken.

De heer Stoffer (SGP):
Steun.

De heer Schoonis (D66):
Geen steun.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Geen steun.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Steun.

De heer Tijs van den Brink (CDA):
Geen steun.

Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):
Steun.

De voorzitter:
U heeft geen meerderheid.

De heer Russcher (FVD):
Ook geen 30 leden?

De voorzitter:
Ook niet.

De heer Russcher (FVD):
Helaas.

De voorzitter:
Het woord is aan de heer Kops voor zijn verzoek namens de Partij voor de Vrijheid. Gaat uw gang.

De heer Kops (PVV):
Voorzitter. Windmolens draaien op subsidie, en dat blijkt maar weer eens. De uitrol van windparken op zee loopt voor geen meter, omdat ontwikkelaars zich massaal terugtrekken, en terecht. Daarom wordt er nu in een soort wanhoopspoging een nieuwe subsidiepot van maar liefst 4 miljard euro in het vooruitzicht gesteld. Wie draaien daarvoor op? De huishoudens natuurlijk. Dat moeten we niet doen. We moeten stoppen met deze doodlopende weg. Daarom graag een debat met de minister van Klimaat en Groene Groei.

De voorzitter:
We gaan kijken of daar steun voor is. Meneer Vermeer.

De heer Vermeer (BBB):
Tijd voor de pauzeknop, dus volle steun.

De heer Peter de Groot (VVD):
Dit is typisch iets wat we bij de begroting KGG, die over geld gaat, kunnen bespreken. Dus geen steun voor een apart debat.

De heer Schoonis (D66):
Hetzelfde als de heer De Groot: geen steun.

De heer Jumelet (CDA):
Om die reden ook geen steun.

De heer Heutink (Groep Markuszower):
De beste windmolens liggen onder de grond, dus steun.

De heer Ceulemans (JA21):
Steun.

De heer Russcher (FVD):
Absoluut steun.

De voorzitter:
U heeft geen meerderheid, meneer Kops.

Het woord is aan het lid Kostić voor haar verzoek namens de Partij voor de Dieren.

Kamerlid Kostić (PvdD):
Voorzitter. We hebben binnenkort een plenair debat over de jaarwisseling. Bij de aanvraag van dat debat door mevrouw Coenradie heeft de Partij voor de Dieren al aangegeven heel graag de staatssecretaris van IenW hier ook bij te willen hebben, gezien ook het debat over vuurwerk, het vuurwerkverbod en alle ontwikkelingen daarin. Vorige week heeft de commissie van IenW daar ook om gevraagd. Mij is gevraagd om dit formeel hier ook te bevestigen, dus ik doe graag het verzoek om ook de staatssecretaris van IenW uit te nodigen voor het debat.

De voorzitter:
Formeel gaat het kabinet over de eigen afvaardiging, maar we kunnen natuurlijk wel even een rondje maken om te kijken of hier steun voor is.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Steun.

De heer Stoffer (SGP):
Steun.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Inderdaad gaat het kabinet over zijn eigen afvaardiging, maar ik vermoed dat er wel weer over vuurwerk gesproken wordt. Dat gebeurt namelijk de hele tijd als we het over onderwerpen als geweld tegen de politie hebben. Dat vind ik persoonlijk echt allemaal bizar. Maar goed, laten we het over vuurwerk hebben. Dan is het vrij logisch dat de staatssecretaris van IenW daarbij is.

De heer Heutink (Groep Markuszower):
Laten we er niet net als vorige week opnieuw een vuurwerkdebat van maken, dus geen steun.

De heer Schoonis (D66):
Steun.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Voorzitter. De staatssecretaris van IenW heeft een AMvB naar de Kamer gestuurd. Ik verwacht van de minister van JenV het handhavingsplan en we kijken nog uit naar de compensatieregeling. Die drie dingen zouden dan wat mijn fractie betreft centraal moeten staan in dit debat. Ik steun inderdaad ook het voorstel van het lid Kostić om dat met beide bewindspersonen te doen.

Mevrouw Faber (PVV):
Geen steun.

De heer El Abassi (DENK):
Steun.

De heer Russcher (FVD):
Steun.

De heer Ceulemans (JA21):
Steun.

De voorzitter:
We gaan het verzoek doorgeleiden.

Kamerlid Kostić (PvdD):
Dank u wel.

De voorzitter:
Tot slot is het woord aan mevrouw Moinat namens de Groep Markuszower voor haar verzoek. Gaat uw gang.

Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):
Dank u wel, voorzitter. De berichten dat Nederlandse jongeren in buitenlandse jeugdhulpinstellingen zijn mishandeld en erger, laten zien dat het toezicht ernstig heeft gefaald. Het gaat om zeer kwetsbare kinderen die aan onze zorgen zijn toevertrouwd. Dit kan en mag niet gebeuren. Daarom wil ik een debat met de staatssecretaris van Jeugd, Preventie en Sport over het toezicht op buitenlandse jeugdhulpinstellingen en de veiligheid van onze kinderen.

De voorzitter:
Ik ga kijken of daar steun voor is. Mevrouw Westerveld.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Het hele probleem is dat er geen toezicht is en dat onze inspectie daarom ook niet kan ingrijpen. Dus ja, dit moeten we bespreken, maar we hebben maandag de hele dag het WGO Jeugd. Ik ben in ieder geval van plan om hier maandag al navraag naar te doen.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik sluit me aan bij mevrouw Westerveld. Er is een WGO Jeugd. Daar kan mevrouw Moinat dit uitgebreid aan de orde stellen. Ik nodig haar ook uit om bij dat debat te zijn. Dus geen steun nu voor een debat.

De heer Stoffer (SGP):
Steun, voorzitter.

Mevrouw Wendel (VVD):
Ook de VVD bespreekt dit graag bij het WGO Jeugd van aanstaande maandag.

Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik sluit me aan bij de woorden van mevrouw Westerveld. Geen steun.

Mevrouw Van Meetelen (PVV):
Geen steun. Het kan bij het WGO van aanstaande maandag.

De heer Hamstra (CDA):
Geen steun. Het kan maandag.

De heer Russcher (FVD):
Steun.

De heer Schoonis (D66):
Geen steun. Het kan maandag.

De heer Ceulemans (JA21):
Geen steun. Maandag is het snelst en het handigst.

De heer El Abassi (DENK):
Het is belangrijk om het snel te bespreken, dus ik heb het liever maandag.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Dit kan aanstaande maandag bij het wetgevingsoverleg Jeugd.

De voorzitter:
U heeft geen meerderheid, mevrouw Moinat.

Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):
Nee. Ik zie het, voorzitter. Ik ga het maandag bij het WGO bespreken. Daar ben ik natuurlijk aanwezig. Het is wel jammer dat het niet in een apart debat kan, met meer tijd.

De voorzitter:
Waarvan akte. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de regeling van werkzaamheden. Ik schors een enkel ogenblik, waarna we verdergaan met het tweeminutendebat Raad Buitenlandse Zaken. De vergadering is voor een kort ogenblik geschorst.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Raad Buitenlandse Zaken d.d. 29 januari 2026

Voorzitter: Paulusma

Raad Buitenlandse Zaken d.d. 29 januari 2026

Aan de orde is het tweeminutendebat Raad Buitenlandse Zaken d.d. 29 januari 2026 (CD d.d. 13/01).


Termijn inbreng

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Raad Buitenlandse Zaken. Ik heet de leden van de Kamer welkom, ik heet de minister welkom in vak K, en ik nodig de heer Ceder van de fractie van de ChristenUnie uit voor zijn bijdrage. Gaat uw gang.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. Allereerst heb ik een vraag. Een paar dagen geleden heeft het Franse parlement een resolutie aangenomen om in Europees verband te kijken of het mogelijk is om de Moslimbroederschap, of in ieder geval een aantal takken daarvan, op de EU-terrorismelijst te plaatsen. Ik vraag me af of de minister de komende dagen kan gaan verkennen in de RBZ hoe, wat en waarom dit tot stand is gekomen en of Nederland daar iets mee moet. Mijn vraag is of hij dat wil toezeggen.

Voorzitter. Ik heb twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Kamer zich in meerderheid al had uitgesproken over het binnen de EU steun vergaren voor het plaatsen van de IRGC op de EU-terreurlijst (motie-Ceder/Stoffer (32623, nr. 373));

constaterende dat specifiek Spanje, Frankrijk en Italië het op de EU-terreurlijst plaatsen van de IRGC blokkeren;

verzoekt de regering actief steun te vergaren voor het plaatsen van de IRGC op de EU-terreurlijst en in het bijzonder bovengenoemde blokkerende landen te vragen het verzet te staken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ceder en Boswijk.

Zij krijgt nr. 3321 (21501-02).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er al berichten zijn over executies van Koerden, de belegering van Kobani en andere mensenrechtenschendingen;

overwegende dat er na de moorden op alawieten en druzen begrijpelijkerwijs veel vrees is bij Koerden over het handelen van de Syrische overgangsregering als het hele gebied straks in hun handen is;

constaterende dat de EU op 10 januari jongstleden opriep tot het beëindigen van de vijandelijkheden tussen het Syrische leger en de SDF, maar dat Von der Leyen de dag daarvoor ook aankondigde graag met Syrië te gaan spreken over het hervatten van de samenwerkingsovereenkomst met Syrië en miljoenen aan financiële hulp aankondigde;

verzoekt de regering om in EU-verband te pleiten voor een stop op de steeds verdergaande normalisatie van de betrekkingen met de Syrische interim-regering en duidelijke voorwaarden te verbinden aan verdere steun, inclusief bescherming van en gelijke rechten voor alle minderheden, inclusief de Koerden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ceder en Stoffer.

Zij krijgt nr. 3322 (21501-02).

Dit geeft aanleiding tot een vraag van de heer Boswijk.

De heer Boswijk (CDA):
Zou ik onder de eerste motie mogen, voorzitter?

De voorzitter:
Ik kijk naar de heer Ceder.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Ja, hoor. En als er meer gegadigden zijn, kunnen die zich bij mij melden.

De voorzitter:
Liever niet allemaal plenair. Dank u wel.

Dan gaan we nu luisteren naar mevrouw Dobbe, die spreekt namens de fractie van de SP. Gaat uw gang.

Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Iraanse autoriteiten bij het neerslaan van demonstraties buitensporig geweld hebben gebruikt, waarbij mogelijk 30.000 doden zijn gevallen onder de burgerbevolking;

overwegende dat slachtoffers en hun families recht hebben op waarheid, gerechtigheid en verantwoording en dat straffeloosheid moet worden tegengegaan;

verzoekt de regering om onafhankelijke internationale onderzoekscapaciteit naar het buitensporige geweld tegen demonstranten in Iran actief te ondersteunen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.

Zij krijgt nr. 3323 (21501-02).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Israëlische regering het UNRWA-hoofdkantoor in Oost-Jeruzalem heeft gesloopt;

overwegende dat Nederland UNRWA dient te steunen als lid van de VN en vanuit de grondwettelijke verplichting de internationale rechtsorde te versterken;

overwegende dat UNRWA onmisbaar is voor humanitaire hulp aan Palestijnen;

verzoekt de regering het slopen van het UNRWA-hoofdkantoor te veroordelen;

verzoekt de regering met UNRWA in gesprek te gaan over wat zij nodig hebben om in staat te blijven om hulp aan de Palestijnse bevolking te leveren, en hierover de Kamer te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.

Zij krijgt nr. 3324 (21501-02).

Dank u wel.

Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dan gaan we nu luisteren naar de heer Boswijk namens de fractie van het CDA. Gaat uw gang.

De heer Boswijk (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Twee korte punten.

We hebben het al even besproken in het debat, maar sinds die tijd zijn de ontwikkelingen helaas niet veel verbeterd. Ik doel dan op de situatie van de Koerden in Syrië. Collega Ceder vroeg hier al aandacht voor en collega Piri heeft er net schriftelijke vragen over gesteld. Wellicht kan de minister iets meer delen over de actualiteit en over de vraag of hij druk uitoefent, en welke druk dan, op de Amerikanen, die toch de Koerden in de steek lijken te hebben gelaten.

Ook krijg ik graag een update over hoe het staat met Iran en het plaatsen van de Revolutionaire Garde op de terreurlijst. Collega Ceder heeft daar net een motie over ingediend.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan nodig ik nu graag mevrouw Piri uit. Zij spreekt namens de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Ik hou het nu gewoon bij één motie, want we hebben straks nog een heel begrotingsdebat waarin eigenlijk alle onderwerpen waar collega's aan refereerden gewoon terug zullen komen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt het kabinet om familieleden van hooggeplaatste leden van het Iraanse regime waar mogelijk tot persona non grata te verklaren, en dit ook in Europees verband te agenderen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Piri, Boswijk, Ceder, Dassen, Dobbe, Van der Burg, Teunissen en Van der Werf.

Zij krijgt nr. 3325 (21501-02).

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar de heer De Roon. Hij spreekt namens de fractie van de PVV. Gaat uw gang.

De heer De Roon (PVV):
Voorzitter. De Iraniërs willen perspectief op vrijheid na jarenlange islamitische repressie. De terreur die het bewind tegen hen uitoefent, is ongekend grof en onmenselijk. Denk aan het massale geweld tegen de eigen burgers, maar vooral ook aan de diepe angst die wordt gezaaid. Verplaats je in gedachten maar eens in die, veelal jonge, mensen die nu zijn opgesloten in de Iraanse kerkers van ontmenselijking en marteling. Vergeet ook niet de wurgende angst van en ontzetting bij al hun naasten.

Nederland moet een volgende stap zetten. Het is onbegrijpelijk dat de legitimiteit van dat bewind nog steeds wordt erkend door de wereldgemeenschap; dat is een grove schande. Nederland moet het Iraanse regime wat ons betreft niet langer meer als legitiem erkennen. De aanwezigheid van de Iraanse ambassade en de diplomaten in Nederland is een schandvlek, die moet worden uitgewist.

Dat is wat ik ga voorstellen in de motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering te erkennen dat het Iraanse regime zijn legitimiteit heeft verloren door het aanhoudende en grootschalige geweld tegen de eigen bevolking;

verzoekt de regering om de Iraanse ambassade in Nederland te sluiten en alle Iraanse diplomaten het land uit te sturen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden De Roon en Wilders.

Zij krijgt nr. 3326 (21501-02).

Dank u wel. Dan nodig ik nu graag de heer Hoogeveen uit. Hij spreekt namens de fractie van JA21. Gaat uw gang.

De heer Hoogeveen (JA21):
Dank u, voorzitter. Zoals bekend is JA21 geen voorstander van toetreding van Oekraïne tot de Europese Unie. We zien dat er steeds meer druk wordt opgevoerd om dit wel tot stand te brengen. Dat zagen we ook onlangs, een paar uur geleden nog.

Vandaar de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat voor toetreding tot de Europese Unie de Kopenhagencriteria en andere toetredingsvoorwaarden gelden;

verzoekt de regering om in EU-verband geen enkele versoepeling of afwijking te accepteren van alle toetredingsvoorwaarden voor Oekraïne en andere kandidaat-lidstaten en vast te houden aan volledige naleving voordat er sprake zou kunnen zijn van eventueel volwaardig EU-lidmaatschap,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Hoogeveen en Ceulemans.

Zij krijgt nr. 3327 (21501-02).

De heer Hoogeveen (JA21):
De volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de VS een driestappenplan hanteren voor het economisch herstel van Venezuela;

overwegende dat bedrijven in het Koninkrijk hierin een belangrijke rol kunnen spelen;

verzoekt de regering om, in het licht van het Amerikaanse driestappenplan, het bedrijfsleven via bestaande instrumenten voor te bereiden op mogelijke economische kansen in Venezuela, inclusief duidelijkheid over sancties, risico's en voorwaarden, en ook de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Hoogeveen.

Zij krijgt nr. 3328 (21501-02).

Dank u wel.

De heer Hoogeveen (JA21):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dan nodig ik nu graag de heer Van Baarle uit, die spreekt namens de fractie van DENK. Gaat uw gang.

De heer Van Baarle (DENK):
Voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Europese overeenstemming over een aanvullend sanctiepakket tegen kolonisten die mensenrechtenschendingen plegen tot dusver uitblijft;

verzoekt de regering de mogelijkheden te verkennen om gewelddadige kolonisten die aantoonbaar mensenrechtenschendingen hebben gepleegd, te plaatsen op de lijst voor een Schengen-inreisverbod (SIS-signalering),

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.

Zij krijgt nr. 3329 (21501-02).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt het kabinet de volledige regering-Netanyahu tot persona non grata te verklaren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.

Zij krijgt nr. 3330 (21501-02).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat ons zorgwekkende berichten en rapportages bereiken over mensenrechtenschendingen die gepleegd worden tegen burgers in Iran;

verzoekt de regering om in Europees verband gerichte sancties te bepleiten tegen personen die aantoonbaar verantwoordelijk zijn voor het plegen van mensenrechtenschendingen in Iran,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.

Zij krijgt nr. 3331 (21501-02).

De heer Van Baarle (DENK):
Voorzitter, tot slot.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Verenigde Staten militaire middelen, waaronder een vliegdekschip en begeleidende marineschepen, richting het Midden-Oosten hebben verplaatst in de context van oplopende spanningen met Iran;

verzoekt de regering uit te spreken dat niet Trump of Netanyahu, maar het Iraanse volk gaat over de toekomst van Iran,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.

Zij krijgt nr. 3332 (21501-02).

De heer Van Baarle (DENK):
Voorzitter, dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan nodig ik nu graag de heer Erkens uit, die spreekt namens de fractie van de VVD. Gaat uw gang.

De heer Erkens (VVD):
Voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het Iraanse regime protesten met extreem geweld neerslaat, met naar verluidt tienduizenden dodelijke slachtoffers tot gevolg;

overwegende dat een verenigde oppositie essentieel is voor het verhogen van de druk op het regime;

overwegende dat de Iraanse diaspora een sleutelrol vervult in de ondersteuning van de binnenlandse oppositie en het ontsluiten van deze netwerken;

verzoekt de regering om de contacten met regimekritische leden van de diaspora te intensiveren;

verzoekt de regering tevens om in Europees verband een coalitie van gelijkgezinde landen te vormen om de oppositiekrachten gezamenlijk te ondersteunen en de druk op het bewind in Teheran maximaal op te voeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Erkens, Hoogeveen en Boswijk.

Zij krijgt nr. 3333 (21501-02).

De heer Erkens (VVD):
Dan de tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de dappere bevolking van Iran opstaat voor haar vrijheid, terwijl het regime deze roep beantwoordt met brute repressie, marteling en moord;

overwegende dat de Tweede Kamer op geen enkele wijze mag bijdragen aan de legitimering van dit bewind door vertegenwoordigers van het regime toegang of een podium te geven;

spreekt uit dat diplomatiek personeel en overige vertegenwoordigers van de Islamitische Republiek Iran niet langer welkom zijn in de gebouwen van de Tweede Kamer en verzoekt het Presidium om hen de toegang te ontzeggen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Erkens, Van der Burg en Hoogeveen.

Zij krijgt nr. 3334 (21501-02).

Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar de heer Stoffer, die spreekt namens de fractie van de SGP. Gaat uw gang.

De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter. Ik heb twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat meer dan honderdduizend Koerden Aleppo ontvlucht zijn vanwege beschietingen en bombardementen, Kobani inmiddels al meer dan een week afgesloten is van water, elektriciteit en internet en IS-strijders massaal ontsnapt zijn uit gevangenissen;

overwegende dat de Syrische overgangsregering voorwaarden voor Europese steun en normalisatie van de betrekkingen momenteel met voeten treedt;

overwegende dat de Kamer harde voorwaarden gesteld heeft voor EU-steun aan Damascus, onder meer met betrekking tot omgang met minderheden;

verzoekt de regering in EU-verband druk uit te oefenen op het Syrische regime en het standpunt in te nemen en actief uit te dragen dat verdere uitbetalingen van het steunpakket moeten worden opgeschort, indien de Syrische overgangsregering niet aantoonbaar op haar schreden terugkeert,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Stoffer en Ceder.

Zij krijgt nr. 3335 (21501-02).

De heer Stoffer (SGP):
Dan heb ik nog een tweede motie, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederland tot op heden het Al-Sharaaregime heeft erkend als overgangsregering;

overwegende dat recente ontwikkelingen erop wijzen dat het handelen van deze regering niet langer strookt met de voorwaarden waaronder de Kamer instemde met erkenning, en daarmee het door de Kamer verleende mandaat onder druk staat;

overwegende dat erkenning van staten en regeringen een nationale bevoegdheid van lidstaten is en niet exclusief tot de competentie van de Europese Unie behoort;

verzoekt de regering nu al de Nederlandse erkenning te evalueren en zo nodig op te schorten, en dit standpunt actief in EU-verband uit te dragen, en daarbij desnoods als eerste af te wijken van het gezamenlijke EU-standpunt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Stoffer en Ceder.

Zij krijgt nr. 3336 (21501-02).

De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter, tot slot. De heer Boswijk heeft een verzoek gedaan om wat dieper in te gaan op de actuele situatie in Syrië en de rol van de Amerikanen. Daar sluit ik mij graag bij aan. Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we tot slot luisteren naar mevrouw Van der Werf, die spreekt namens de fractie van D66. Gaat uw gang.

Mevrouw Van der Werf (D66):
Voorzitter. Ik heb één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Islamitische Revolutionaire Garde een sleutelrol speelt in de gewelddadige repressie door het Iraanse regime, waaronder het doden van duizenden Iraniërs tijdens de recente protesten;

constaterende dat de IRGC via een internationaal netwerk bijdraagt aan terrorisme en destabilisatie in de regio en daarbuiten;

overwegende dat plaatsing van de IRGC op de EU-terrorismelijst vooralsnog uitblijft, maar verdere Europese maatregelen acuut noodzakelijk zijn;

van mening dat de EU meer moet doen om de financiële en operationele slagkracht van de IRGC in te perken;

verzoekt de regering zich in EU-verband in te zetten voor de oprichting van een sanctietaskforce tegen Iran, gericht op het afknijpen van de financiering van de IRGC, naar het voorbeeld van de Freeze and Seize Task Force tegen Rusland en Belarus,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Werf, Piri, Boswijk, Erkens en Hoogeveen.

Zij krijgt nr. 3337 (21501-02).

Dank u wel. De minister heeft aangegeven zeven minuten nodig te hebben voor de beantwoording van de vragen en de appreciatie van de moties, dus ik schors zeven minuten.

De vergadering wordt van 16.35 uur tot 16.42 uur geschorst.

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Raad Buitenlandse Zaken. We zijn toegekomen aan de beantwoording van de gestelde vragen en de appreciaties van de ingediende moties. Ik geef daartoe graag het woord aan de minister. Gaat uw gang.


Termijn antwoord

Minister Van Weel:
Dank, voorzitter. Laat ik beginnen met een drietal vragen die zijn gesteld. Ik zeg bij voorbaat dat als ik in dit debat niet volledig kan zijn, ik het vanzelfsprekend wat uitgebreider zal meenemen in het begrotingsdebat, dat ik straks met uw Kamer ga hebben.

Laat ik beginnen met het verzoek van de heer Ceder om de Moslimbroederschap op de EU-terrorismesanctielijst te plaatsen. Ik ben zeer bereid om daar het gesprek over aan te gaan, ook met mijn Franse collega, aangezien het voortkomt uit het Franse parlement. Ik moet daar wel een winstwaarschuwing bij geven, namelijk dat hiervoor unanimiteit is vereist. Er is een zware basis nodig om zo'n organisatie op de terreurlijst te kunnen zetten. Onze eigen dienst ziet die basis op dit moment niet voor de Moslimbroederschap in Nederland. Ik zie dit dus als een oproep tot een informerend gesprek, dat ik met hem zal hebben. We gaan kijken hoe we daarmee verdergaan.

Het tweede verzoek ging over de actualiteit in Syrië. Die is erg fluïde op dit moment. Daarom denk ik dat we daar morgen ook nog over gaan spreken. Op dit moment is er een staakt-het-vuren, dat standhoudt. De Verenigde Staten hebben een grote rol gespeeld om dat af te dwingen. Er wordt opgeroepen om beide partijen aan tafel te krijgen en te komen tot een overeenkomst. Het uitgangspunt daarbij is wel dat de territoriale integriteit van Syrië behouden blijft. Dat betekent dat er een akkoord moet komen tussen de SDF, de bredere Koerdische bewindvoerders en het Syrische regime. Dat is de insteek van de internationale gemeenschap, waar de VS zich voor inzetten. Het is tot op heden een tweetal keer geklapt. Dat heeft geleid tot de situatie waarin we ons nu bevinden. Op dit moment is die stabiel. We zullen druk blijven uitoefenen, ook via de VS, om te komen tot een overeenkomst die de integriteit van Syrië en de rechten van de Koerdische bevolking in Syrië waarborgt.

De heer Boswijk vroeg hoe het staat met de IRGC. Het laatste nieuws dat ik heb, is dat Italië publiekelijk bekend heeft gemaakt niet langer tegen een listing te zijn. Dat betekent dat unanimiteit langzaam in zicht komt. Ik ben in contact met de resterende landen, die ik formeel niet in de openbaarheid kan noemen, om te kijken of we ook die kunnen bewegen tot een beweging, zodat we donderdag tijdens de Raad Buitenlandse Zaken kunnen overgaan tot het formeel listen van de Revolutionaire Garde op de sanctielijst.

Dan kom ik bij de moties. De motie-Ceder/Boswijk op stuk nr. 3321 gaat precies hierover, dus die kan ik oordeel Kamer geven.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 3321 krijgt oordeel Kamer.

Minister Van Weel:
De motie-Ceder/Stoffer op stuk nr. 3322 gaat over het stoppen van de betrekkingen. Ik heb getwijfeld tussen aanhouden en ontraden. Op dit moment ontraad ik 'm, niet omdat ik de zorgen over de gebeurtenissen in Syrië niet snap, maar omdat ik vind dat we op dit moment het staakt-het-vuren en de onderhandelingen die gaande zijn, nog even de tijd moeten geven voordat we drastische stappen nemen. Vandaar dat ik uitkom op ontraden. Dat zult u ook horen bij de andere aan Syrië gerelateerde moties.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 3322 wordt ontraden.

Minister Van Weel:
De motie-Dobbe op stuk nr. 3323 over een onafhankelijk onderzoek krijgt oordeel Kamer.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 3323 krijgt oordeel Kamer.

Minister Van Weel:
De motie-Dobbe op stuk nr. 3324 over UNRWA krijgt oordeel Kamer.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 3324 krijgt oordeel Kamer.

Minister Van Weel:
De motie-Piri c.s. op stuk nr. 3325 krijgt oordeel Kamer.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 3325 krijgt oordeel Kamer.

Minister Van Weel:
De motie-De Roon/Wilders op stuk nr. 3326 over het sluiten van de ambassade ontraad ik, onder verwijzing naar het debat. Mijn argumentatie daar was dat ik zeer hecht aan onze eigen ambassade daar. Op het moment dat wij de Iraanse ambassade hier sluiten, dan sluiten we de facto ook onze eigen ambassade in Teheran en dat wil ik op dit moment niet.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 3326 wordt ontraden.

Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 3327 krijgt oordeel Kamer.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 3327 krijgt oordeel Kamer.

Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 3328 krijgt oordeel Kamer.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 3328 krijgt oordeel Kamer.

Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 3329 ontraad ik, onder verwijzing naar het debat. Ik heb uitgebreid uitgelegd waarom SIS-signalering hiervoor niet de aangewezen weg is.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 3329 wordt ontraden. Mevrouw Piri heeft een vraag. Gaat uw gang.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik heb een vraag over de motie op stuk nr. 3327. Die krijgt oordeel Kamer van het kabinet. We zagen de aankondiging van Commissievoorzitter Von der Leyen. Zij zei dat er gekeken wordt naar mogelijke oplossingen, omdat er nu, zoals we weten, een blokkade ligt. Begrijp ik dat het kabinet daar voor de resterende drie weken niet positief tegenover staat?

Minister Van Weel:
Het kabinet staat altijd welwillend tegenover oplossingen, maar het is nu eerst aan de Commissie om te komen met een voorstel. Het is duidelijk dat wij aan de voorkant vasthouden aan de criteria zoals we die altijd hebben vastgesteld, namelijk dat je voor volwaardig lidmaatschap moet voldoen aan de Kopenhagencriteria. Als er een voorstel komt, dan zullen we daar uiteraard met uw Kamer het gesprek over aangaan.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 3330.

Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 3330, over de hele regering-Netanyahu tot png verklaren, ontraad ik, want dat zou niet bevorderlijk zijn voor de implementatie van het vredesplan.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 3330 wordt ontraden.

Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 3331, van de heer Van Baarle: oordeel Kamer.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 3331 krijgt oordeel Kamer.

Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 3332 ontraad ik. Ik ga niet preëmptief uitspraken doen over acties die al dan niet zullen plaatsvinden.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 3332 wordt ontraden.

Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 3333: oordeel Kamer.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 3333 krijgt oordeel Kamer. Dat geeft aanleiding tot een vraag van de heer Van Baarle. Ik denk dat die over de vorige motie gaat. Ga uw gang.

De heer Van Baarle (DENK):
Ja, die gaat over een van de vorige moties.

De voorzitter:
Over welke motie gaat het specifiek?

De heer Van Baarle (DENK):
Het gaat over mijn eerste motie, die gaat over de SIS-signalering.

De voorzitter:
Dat is de motie op stuk nr. 3329.

De heer Van Baarle (DENK):
Exact. De minister zegt over die motie dat SIS-signalering niet de aangewezen weg is om iets in de richting van gewelddadige kolonisten te doen. In het debat heeft de minister in een toezegging, die hij vrij algemeen omkleedde, aangegeven de Kamer daar nog wel informatie over te willen sturen. Volgens mij sluiten de volgende twee dingen elkaar uit. De minister kan nu al aangeven dat het niet de geëigende weg is, maar dat is niet hetzelfde als wat de minister in het debat zei.

De voorzitter:
Wat is uw vraag?

De heer Van Baarle (DENK):
In heel veel gevallen is het wel een geëigende weg. Wat zou dan wel de geëigende weg zijn, nu we zien dat Europees alles spaak loopt?

Minister Van Weel:
Dat is een hele andere discussie die ik graag bij het begrotingsdebat zou betrekken. Daarin gaan we het hebben over de EU, buitenlandbeleid en wat je doet op het moment dat je geen unanimiteit hebt, die nu noodzakelijk is voor buitenlandbeleid. Die toezegging staat. Als u uw motie wilt aanhouden hangende die toezegging, dan zou u 'm moeten aanhouden. Als ik 'm nu moet appreciëren, dan verwijs ik terug naar mijn stelling zoals ik die in het debat heb ingenomen. Dat is dat ik SIS-signalering niet de geëigende weg vind.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 3334.

Minister Van Weel:
Dat is een spreekt-uitmotie.

De motie op stuk nr. 3335, van de heer Stoffer, over Syrië ontraad ik, met dezelfde redenering als ik eerder bij de heer Ceder heb gegeven.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 3335 wordt ontraden.

Minister Van Weel:
Dat geldt dus ook voor de motie op stuk nr. 3336.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 3336 wordt ontraden.

Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 3337, van mevrouw Van der Werf, geef ik oordeel Kamer.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 3337 krijgt oordeel Kamer. Hiermee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat. O, de heer Ceder heeft er toch nog een vraag over. Een hele korte vraag, meneer Ceder.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Kan ik nog een toezegging noteren ten aanzien van het gesprek met de Fransen over de Moslimbroederschap? Dan moet er namelijk een verslag van terugkomen. Ik vraag daarom omdat ik de juridische opties aan het verkennen ben. Dan helpt het wel als er een verslag van het gesprek, of in ieder geval een terugkoppeling, naar de Kamer komt.

Minister Van Weel:
De uitkomsten van het overleg met de Fransen volgen via het verslag van de RBZ.

De voorzitter:
Dank u wel. Heel kort, meneer Ceder.

De heer Ceder (ChristenUnie):
De motie op stuk nr. 3333, van de heer Erkens, heeft oordeel Kamer. Ik kan die op zich ook wel steunen, maar volgens mij is het onvermijdelijke gevolg van aanname van deze motie dat de Nederlandse overheid de oppositie steunt. Mijn vraag is: waartoe leidt dat? Ik vraag dat omdat we ook zien dat er de afgelopen dagen bewegingen van Amerikaanse schepen plaatsvinden in het Midden-Oosten. Ik ben benieuwd wat het standpunt van de overheid is, omdat dit verder gaat dan de gewonde demonstranten of het sanctioneren van de aanvallers. Daar gaan andere moties over. Dit gaat over het ondersteunen van de oppositie. Nogmaals, ik ben hiervoor. Wel is mijn vraag wat de doelstelling van het kabinet op dit punt is, ook in het licht van wat anderen landen beogen.

Minister Van Weel:
Die is niet militair gericht en niet gericht op een daadwerkelijke opstand tegen het regime. Dat past ons niet. De doelstelling ziet op het steunen van het kunnen demonstreren, waarbij men geen geweld van de regering hoeft te vrezen.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan zijn wij nu echt aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Ik stel voor dat wij in één keer doorgaan met ... Excuus, ik had nog even moeten zeggen dat we woensdag over de ingediende moties stemmen.

Begroting Buitenlandse Zaken 2026

Begroting Buitenlandse Zaken 2026

Aan de orde is de behandeling van:

  • het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) voor het jaar 2026 (36800-V).


Termijn inbreng

De voorzitter:
Dan gaan wij nu alsnog door met de begroting Buitenlandse Zaken. Ik heet nog steeds alle, volgens mij bijna dezelfde, leden van de Kamer en ook nog steeds de minister welkom.

De algemene beraadslaging wordt geopend.

De voorzitter:
Ik nodig graag mevrouw Van der Werf uit voor haar bijdrage. Zij spreekt namens de fractie van D66. Gaat uw gang.

Mevrouw Van der Werf (D66):
Voorzitter, dank u wel. Mijn ouders waren lid van Amnesty International. Mijn moeder was vrijwilliger bij de brievenschrijfacties en mijn vader, geen onverdienstelijk tekenaar, maakte portretten van de demonstranten die werden opgepakt en politiek gevangenen die vastzaten. Zo maakte ik aan de keukentafel via de enveloppen met geel en zwarte letters kennis met de wereldpolitiek. Het waren de vroege jaren negentig en hoewel het grijs van de Sovjet-Unie in delen van Europa nog nadreunde, overheerste er ook één gevoel, dat van hoop. De val van de Muur was op televisie, vrijheid was het woord en democratie het devies. Vrede zou definitief terugkeren op ons continent.

Als kind van die generatie zat het geloof in vrijheid en veiligheid ook in mij. Het bracht me ertoe geschiedenis en later journalistiek te studeren. Mijn aandacht ging niet alleen uit naar politiek in eigen land, maar evenzeer naar die in Washington en Moskou. Misschien is het ook daarom dat de moord op Aleksej Navalny mij zo aangreep. Op die vrijdag in 2024 liep ik de peuterspeelzaal binnen om mijn dochter op te halen toen het NOS-pushbericht verscheen. Hij was dood. Mijn hart zonk in mijn schoenen. Het was het zoveelste bewijs van hoezeer vrijheid en veiligheid wereldwijd onder druk staan en hoe het internationaal recht overal met voeten wordt getreden.

Voorzitter. In de twee jaar na Navalny's dood lijken zich wel twintig jaar aan geopolitiek te hebben voltrokken. Ik kan het eigenlijk niet mooier zeggen dan Mark Carney dat vorige week deed in zijn speech: "De oude wereldorde komt niet terug, maar dat is geen reden tot rouw. Nostalgie is geen strategie" En dus staan wij voor een keuze: buigen voor het recht van de sterkste of bouwen aan iets beters. Laten we bij onszelf beginnen, want misschien waren wij zelf al die tijd wel minder vrij dan we dachten. We zien het pas nu onze belangrijkste bondgenoot zo rap van koers verandert. Dit is, vrees ik, geen incident, maar een nieuwe werkelijkheid. Het Witte Huis kondigt openlijk aan zich te gaan bemoeien met onze interne politiek. Het wil partijen steunen die onze eenheid ondermijnen en openlijk twijfelen aan wat Europa groot maakt: wetenschap, tolerantie voor andersdenkenden en de vrijheid om jezelf te zijn.

Voorzitter. Die verdeeldheid wordt aangejaagd door Trumps techbaronnen en door algoritmes die onze kinderen letterlijk en figuurlijk verzieken, onze samenleving en politiek vergiftigen en onze democratie verzwakken. Daarop moeten wij een antwoord vinden. Dat kunnen wij. Afgelopen week zagen we namelijk ook iets anders: hoe Trump een stap terug moest zetten toen Europa met economische eensgezindheid reageerde. Laten we daar lering uit trekken, want dit is volgende week niet voorbij. Kom in Europees verband met een voorspelbaar economisch escalatiemechanisme ter afschrikking, vraag ik de minister. Wie Trump echt wil kunnen aanspreken, moet zichzelf ook zonder de VS kunnen verdedigen. Laten we daarom bouwen aan een geïntegreerde Europese krijgsmacht. Dan hoeven we nooit meer vast te zitten between a rock and a hard place, zoals de Amerikanen zelf zouden zeggen.

Voorzitter. Nergens op dit continent staan veiligheid en vrijheid zo onder druk als in Oekraïne. Al vier jaar vechten dappere mannen en vrouwen voor hun democratie. In Kiev zit men niet alleen in het donker, maar ook in de kou. De Oekraïners vechten niet alleen voor zichzelf; zij vechten ook voor ons. Het is daarom goed dat de Europese Unie inmiddels tot 90 miljard aan steun is gekomen. Er staat echter nog eens 180 miljard euro aan bevroren Russische tegoeden te wachten om voor Oekraïne te worden ingezet. Kan de minister toezeggen dat Nederland zich onverminderd blijft inzetten om deze middelen voor Oekraïne vrij te maken? Zo ja, hoe?

Voorzitter. Oekraïne steunen betekent ook Poetin pijn doen. Zijn oorlog financiert hij met de schaduwvloot. Nog altijd passeert gemiddeld twee keer per dag een gesanctioneerd schip ongehinderd onze kust. Het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Duitsland zijn inmiddels al overgegaan tot het stoppen of enteren van tankers die onder valse vlag varen. Mijn vraag aan de minister is dan ook simpel: wat houdt Nederland nog tegen en wanneer volgt er actie? Oekraïne vraagt namelijk niet om woorden; het vraagt om daden.

Voorzitter. Dan Iran: ten minste 12.000 doden, misschien wel 30.000. Een roep om vrijheid en leven wordt bloeddorstig de kop ingedrukt door een regime dat het laatste schijntje legitimiteit al lang geleden heeft verloren. Ondertussen zitten de dappere Iraniërs ook in het donker, zonder internet, zonder contact met elkaar of de buitenwereld. Ook hier in Nederland zorgt dat voor gekmakende onzekerheid. Van de week sprak ik Iraniërs die wanhopig probeerden contact te krijgen met hun familie. Velen krijgen niemand te pakken. Een enkeling bereikte door de blokkade heen het allerslechtste nieuws.

Het is hartverscheurend, maar Iraniërs vragen niet om medelijden; zij vragen om actie, ook van ons. Onder velen leeft het gevoel dat Europa te weinig doet. Laten wij daarom concrete stappen zetten om dit protest daadwerkelijk te ondersteunen. Dat kunnen we allereerst doen door het internet weer in de lucht te krijgen. Europa kan dat. Wij hebben die technologie. Is de minister bereid Frankrijk aan te moedigen Eutelsat beschikbaar te stellen voor de Iraniërs en zich in EU-verband in te zetten voor Europese financiering hiervan?

Ten tweede kunnen we het repressieapparaat afknijpen. De Revolutionaire Garde is niet alleen een instrument van onderdrukking; het is een terroristische organisatie die een directe dreiging vormt, ook voor ons. Wie ziet wat zij hun eigen bevolking aandoet, weet dat zij nergens voor terugdeinst. Vrijwel de hele Kamer wil de Revolutionaire Garde inmiddels op de Europese terreurlijst, maar zolang dat op weerstand stuit, moeten we haar raken waar dat lukt. Daarom heb ik zojuist een motie ingediend over het volgende. Wil de minister zich binnen de EU inzetten voor een sanctietaskforce tegen Iran, gericht op het volledig afknijpen van de financiering van de Revolutionaire Garde, naar het voorbeeld van de Freeze and Seize Task Force tegen Rusland en Belarus? Laten we nu doorpakken.

Voorzitter. Dan Gaza. Er wordt gesproken over een fragiel staakt-het-vuren, maar Israël gaat gewoon door. Gebouwen worden nog altijd vernietigd en burgers blijven slachtoffer, ook van de barre weersomstandigheden en het gebrek aan humanitaire hulp in de provisorische kampen. De enigen die dit nog kunnen vastleggen en verlichten zijn journalisten en hulpverleners. En juist hen wordt het werken onmogelijk gemaakt. Recent verloren 37 internationale hulporganisaties hun registratie op basis van bizarre criteria. Daarom vraag ik de minister: welke concrete stappen zet dit kabinet om de onredelijke toelatingscriteria voor ngo's terug te draaien en humanitaire toegang te herstellen?

Tegelijkertijd zien we dat ook op de Westelijke Jordaanoever Palestijnen het leven onmogelijk wordt gemaakt. Aangemoedigd door Netanyahu en de zijnen verdrijven Israëlische kolonisten gezinnen van huis en haard. Dit moet stoppen. Daarom vraag ik de minister: hoe staat het met de uitvoering van de in augustus aangenomen motie van mijn partij die oproept tot een EU-handelsembargo op producten uit illegale nederzettingen en tot het gelijktijdig zoeken van draagvlak voor een breder embargo met gelijkgestemde landen?

De voorzitter:
Ik hoorde een punt. Meneer Markuszower, gaat uw gang.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Even over die barre weersomstandigheden in de Gazastrook. Ik was twee, drie weken geleden in Israël. Het was prachtig weer. Ik heb lekker op een terrasje gezeten en ben een beetje bruin geworden. Vandaag is het gewoon 19 graden in de Gazastrook, een beetje bewolkt. Morgen — dat geef ik toe — regent het een beetje. Vrijdag is een prachtige dag: 23 graden, de zon schijnt.

De voorzitter:
En uw vraag in plaats van het …

De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Is het mevrouw Van der Werf bekend dat die weersomstandigheden in Gaza helemaal niet elke dag zo bar zijn? Het is gewoon best lekker weer.

Mevrouw Van der Werf (D66):
De heer Markuszower vindt dit blijkbaar een mooi moment om badinerend te doen over de omstandigheden van mensen die in stormen en overstromingen hebben gezeten de afgelopen maanden, met alle gevolgen van dien voor henzelf, voor hun geliefden en voor hun gezin. Dat vind ik eerlijk gezegd geen serieuze reactie waard.

De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.

Mevrouw Van der Werf (D66):
Voorzitter. Na de val van Assad durven veel Syriërs weer te hopen op een vrij en stabiel land, op een leven zonder angst, op een toekomst voor hun kinderen. Maar die hoop staat opnieuw onder druk. De aanvallen van het Syrische leger op Koerdische gebieden zijn onacceptabel. Het geweld is verschrikkelijk en raakt niet alleen Koerden en andere minderheden, maar heel Syrië. Collega's en ik hebben er gisteren al vragen over gesteld, maar ik vraag het nogmaals: is de minister in contact geweest met zijn Syrische ambtsgenoot om dit geweld expliciet af te keuren en, zo nee, is hij bereid om dat alsnog te doen? Wil hij pleiten voor het opnemen van rechten van minderheden in een nieuwe Syrische grondwet? Nederland heeft aantoonbare kennis in transitionele rechtsspraak en het versterken van lokaal bestuur. Ziet de minister mogelijkheden om nationale en lokale overheden te ondersteunen bij inclusieve bestuursvorming, rechtsherstel en verzoening?

Voorzitter. In een wereld waarin Europa sterker moet staan, moet Europa ook sterker gáán staan voor zijn principes, niet alleen in de crises die het dagelijks nieuws beheersen, maar ook richting China, waar nog altijd meer dan een miljoen Oeigoeren zijn geïnterneerd, waar Tibetanen hun cultuur wordt ontzegd en ook Hongkong zijn vrijheid kwijtraakt. Onze macht is alleen iets waard als we hem gebruiken, want vrijheid vraagt moed, overal ter wereld, van hen die erop hopen en van hen die haar bevechten, maar ook van ons om haar te verdedigen.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Dat geeft aanleiding tot een aantal vragen. Mevrouw Dobbe was heel hard aan het lopen en mevrouw Piri was er als eerste, maar mevrouw Dobbe krijgt het woord. Gaat uw gang.

Mevrouw Dobbe (SP):
Ik heb een vraag over Syrië en wat mevrouw Van der Werf daarover zei. Ik zie hier in de Kamer ook het dilemma. We hebben het nieuwe regime dat er nu zit — het zit er al een tijdje trouwens, dus zo nieuw is het allemaal niet meer — allemaal hoopvol bekeken, want het was beter dan het oude, dat verschrikkelijk was. Die hoop slaat op een gegeven moment om, want we zien het geweld tegen druzen, tegen alawieten en nu tegen Koerden. De berichten over de oorlogsmisdaden die ons bereiken zijn echt verschrikkelijk. Wanneer komt dan het punt waarop we moeten zeggen: naast in gesprek gaan met het regime moeten we toch wat steviger optreden, ook tegen dit regime, om te zorgen dat die oorlogsmisdaden, die niet mals zijn, stoppen?

Mevrouw Van der Werf (D66):
Dat is een hele terechte vraag. Volgens mij is dat ook een lastige afweging; dat bleek net ook al uit de reactie van de minister op een paar ingediende moties. De vraag is natuurlijk wie die strengere maatregelen dan raken. Raken die het regime of de mensen die je ermee wilt raken, of raken ze iedereen in het land en dus ook de minderheden die nu zo bedreigd worden of erger?

Mevrouw Dobbe (SP):
Dat vind ik ook weer een heel terecht antwoord, want we hebben bij het vorige regime, dat enorm gesanctioneerd was met algemene sancties, natuurlijk gezien dat de maatregelen vooral de gewone mensen en de normale bevolking raakten. Die kwamen bijvoorbeeld in een enorme hongersnood terecht. Dat willen we natuurlijk niet, want daar is de bevolking niet mee geholpen, maar we kunnen wel kijken met welke andere sancties die meer zijn dan in gesprek gaan, je het regime en niet de bevolking zou raken.

Mevrouw Van der Werf (D66):
Dat is een terecht punt. Dat is ook de reden dat ik mij dit weekend heb aangesloten bij collega Piri en daar een aantal hele stevige vragen over heb gesteld. Wat mij betreft staan hier dus verschillende opties open, maar ik vind wel dat we die verstandig moeten wegen. Als je bijvoorbeeld hardere economische maatregelen neemt, zullen die namelijk de hele samenleving daar raken. Ik denk dat mevrouw Dobbe en ik het daar snel over eens zijn.

De voorzitter:
Kort en afrondend, mevrouw Dobbe.

Mevrouw Dobbe (SP):
Dan zou je inderdaad bijvoorbeeld kunnen denken aan heel gerichte sancties tegen de mensen die deel uitmaken van het regime en van de regering daar. Ik heb nog een andere vraag; daar gebruik ik dan mijn laatste interruptie in dit blokje voor. Dan zijn we ook direct klaar, voorzitter.

De voorzitter:
Voor de hele avond?

Mevrouw Dobbe (SP):
Nou, nog niet. Dat kan ik niet garanderen. Die vraag gaat over de Board of Peace van Trump. Als je maar heel veel geld meeneemt, 1 miljard euro, mag je daar met wellicht Poetin, Loekasjenko en Netanyahu in zitten. We hebben van dit kabinet gehoord dat het niet gebruikmaakt van de uitnodiging om daar deel van uit te gaan maken. Dan heb ik het over dit gedrocht van een Board of Peace. Ik ben er heel blij mee dat dit kabinet dat heeft gezegd. Wij krijgen straks misschien een nieuwe president en een nieuwe coalitie.

De voorzitter:
Uw vraag, mevrouw Dobbe?

Mevrouw Dobbe (SP):
Ik zou graag van D66 willen horen of we dit standpunt zo gaan houden. Gaan we geen deel uitmaken van die Board of Peace van Trump?

Mevrouw Van der Werf (D66):
Het is heel verleidelijk om op deze vraag antwoord te geven, maar dat doe ik niet. U weet dat er op dit moment wordt onderhandeld en ik ga niet vooruitlopen op uitkomsten van een mogelijk akkoord.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik wou mevrouw Van der Werf net complimenten geven voor de inbreng. Dit laatste antwoord doet wel een beetje pijn, zeg ik heel eerlijk.

De voorzitter:
Complimenten mogen altijd, mevrouw Piri.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Zeker. Die blijven ook staan, hoor, maar dat laatste antwoord …

De voorzitter:
Uw vraag?

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik zou mevrouw Van der Werf aanmoedigen om daar wat moediger gewoon nee op te zeggen. Zelfs de beantwoording van het ministerie was er iets duidelijker over dat dit een onzinnig plan is. Dat gezegd hebbend … Een van onze belangrijkste nationale instrumenten om de wereldpolitiek te beïnvloeden, is ons diplomatennetwerk. Twee jaar geleden, voordat dit kabinet in vak K aan debatten deelnam, heb ik samen met D66 en ook een meerderheid van deze Kamer een motie aangenomen voor het intensiveren van het diplomatennetwerk. Gelet op hoe onrustig de wereld is, is dat superbelangrijk. We weten dat het kabinet van die vier partijen daar niks aan heeft gedaan. Bezuinigingen staan op de rol. Mijn vraag aan mevrouw Van der Werf is hoe D66 daarin staat.

Mevrouw Van der Werf (D66):
Misschien weet collega Piri dat nog wel beter dan ik. Zij heeft hier vele debatten over gevoerd en heeft hierover ook moties ingediend met mijn collega Paternotte. Hoe verleidelijk het ook is om ook naar aanleiding van deze vraag op dingen vooruit te lopen, ik ga geen dingen zeggen die ik niet weet. Ik zit niet aan tafel bij een mogelijk volgend kabinet. Ik ga daar dus ook niet een uitkomst van noemen. U weet wat onze inzet is. Ik denk dat ik het daar voor nu bij hou.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik neem aan dat de inzet nog steeds is om op het moment dat de wereld zo onrustig is, juist te investeren in dat diplomatennetwerk. Ik zat heel even te twijfelen, want dit is eerlijk gezegd precies waarom ik denk dat dit debat qua timing een beetje op een raar moment komt, want op de vragen aan mogelijke coalitiepartijen krijgen we elke keer dit soort antwoorden en de minister is misschien zijn koffers al aan het pakken. Dus laten we er het beste van maken, maar ik hoop dat er ook iets meer antwoorden komen.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik dank ook mevrouw Van der Werf. Ik nodig de heer Klos uit, die ook namens de fractie van D66 spreekt in deze eerste termijn. Gaat uw gang.

De heer Klos (D66):
Dank u wel, voorzitter. Het Europese Unie-verdrag geeft in artikel 2 de kern weer van ons Europese erfgoed. We leven in tijden die het noodzakelijk maken om die kern in herinnering te roepen. Artikel 2 zegt: "De waarden waarop de Unie berust, zijn eerbied voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten, waaronder de rechten van personen die tot minderheden behoren. Deze waarden hebben de lidstaten gemeen in een samenleving die gekenmerkt wordt door pluralisme, non-discriminatie, verdraagzaamheid, rechtvaardigheid, solidariteit en gelijkheid van vrouwen en mannen." De Unie heeft als doel de vrede, haar waarden en het welzijn van haar volkeren te bevorderen en haar burgers een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht te bieden, zonder binnengrenzen.

Voorzitter. Hoe onvoorstelbaar het ook is, wij worden op dit moment omringd door wereldmachten die zich tegen deze waarden keren. Wij zijn strategisch verlaten door onze meest vertrouwde partner, onze beschermer. Laten we ons niet langer laten verlammen door het ongeloof daarover en door angst voor onafhankelijkheid. We moeten ons laten leiden door de harde feiten. De versnelde Europese ontplooiing tot wereldmacht vraagt om een nieuwe mentaliteit. Het effectief verdedigen van onze waarden en van onze politieke en economische belangen vraagt onafwendbaar om de enige denkbare remedie: Europese soevereiniteit, Europese macht. Het goede nieuws is dat dit binnen handbereik ligt. De agenda is grotendeels opgesteld en er is al heel veel werk verzet. We kunnen zelf de technologie, software en wapensystemen ontwikkelen die we nu vaak nog elders in de wereld kopen. Het is een kwestie van urgent kiezen. We kunnen onze vrijheid en democratische waarden beschermen door strenge toepassingen van digitale regels. We kunnen met de Green Deal af van fossiele afhankelijkheid en toe naar goedkope energie van eigen bodem. We kunnen meer van onze welvaart gezamenlijk aanwenden, zodat de Europese begroting niet 30 keer kleiner is dan die van Amerika en we niet alles 27 keer half doen, maar 1 keer goed.

De meest acute opdracht ligt bij onze veiligheid. Europa kan haar eigen grondgebied op dit moment niet verdedigen. President Zelensky legde vorige week de vinger op de zere plek. Hij zei: "Wat als Poetin besluit Litouwen in te nemen of Polen aan te vallen? Wie zal er dan reageren?" Op dit moment bestaat de NAVO op basis van het vertrouwen dat de VS zullen optreden. Maar wat als ze dat niet doen? Zolang we onze defensie niet zelf op orde hebben, blijven wij prooi voor rechteloze en redeloze autocraten. Klagen over het verval van de internationale rechtsorde helpt dan niet. Samen investeren en op topsnelheid verder integreren helpt wel. Een ruime meerderheid van alle Nederlanders wil een Europese defensiemacht. D66 wil dat Nederland hierin een aanjagersrol gaat spelen, bijvoorbeeld door een Europese defensietop te organiseren in Den Haag. Kan het kabinet toezeggen de haalbaarheid daarvan te onderzoeken? De Eurocommissaris voor Defensie pleit er deze dagen voor om nu al te beginnen met het instellen van een Europese veiligheidsraad, waarin snelle besluitvorming kan plaatsvinden als de veiligheid van de EU daarom vraagt. Hoe kijkt het kabinet naar het idee van een Europese veiligheidsraad? Is het bereid daarvoor te pleiten bij Europese partners?

Voorzitter. Als Nederlanders zij wij thuis in Europa. De trotse Nederlandse driekleur hoort onverbrekelijk naast de Europese vlag. Europa is de geboortegrond van de democratie, het continent van wetenschap, waarheidsvinding en wetten en de plek waar innovatie bloeit op een voedingsbodem van twijfel en tegenspraak. Op alle lijstjes prijken Europese landen bovenaan als de gelukkigste ter wereld, omdat wij hier een balans hebben gevonden tussen het brute kapitalisme van de VS en de repressieve staatsmacht van China. Het is niet voor niets dat Georgische democraten en Servische studenten voor vrijheid en democratie waterkanonnen trotseren met de Europese vlag in de hand. Het is niet voor niets dat de Europese vlag met zo veel emotie het Oekraïense parlement werd binnengedragen toen het land officieel kandidaat werd voor lidmaatschap. Formeel zou het nog lang moeten duren voordat dat lidmaatschap van Oekraïne daadwerkelijk een feit is, maar de laatste geluiden zijn dat Oekraïne als onderdeel van een mogelijk bestand versneld zou moeten toetreden. Dat zou de nodige juridische en feitelijke hoofdbrekens met zich meebrengen, maar het zou ook een directe versterking betekenen van Europa als machtsblok en als waardengemeenschap. Oekraïne heeft een van de meest geavanceerde legers van alle Europese landen en bezit cruciale grondstoffen. De drang naar vrijheid en de wil om een democratische gezindheid te laten zegevieren, zijn nergens in Europa méér springlevend. De Oekraïners geven er op dit moment massaal hun leven voor. Ierland heeft al laten weten dat het als voorzitter van de Raad versnelde toetreding in dit scenario mogelijk wil maken. Hoe kijkt het kabinet naar versnelde toetreding? Graag een reactie.

Het werk van Europese onafhankelijkheid zal zwaar en langdurig zijn. Het zal het uiterste van ons vergen, maar dat betekent niet dat we er überhaupt maar niet mee moeten beginnen of dat het niet kán. We zijn op onszelf aangewezen. Dat is de werkelijkheid. We moeten geloven in onszelf en in de kracht van onze waarden. Het kan wél.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Dat geeft aanleiding tot vragen, en nu is mevrouw Piri daadwerkelijk de eerste. Gaat uw gang.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Dank aan de heer Klos. Ik had eigenlijk een vraag. We gaan het straks hebben over de hele wereld, en ik denk dat er daarin voldoende gebeurt. Ik ken D66 als een zeer pro-Europese partij. Dat bleek zonet ook uit de bijdragen van zowel mevrouw Van der Werf als de heer Klos. Mijn vraag is de volgende. Is het nu geen tijd om ervoor te zorgen dat er opnieuw een minister van Europese Zaken komt in het volgende kabinet?

De heer Klos (D66):
Ik weet dat er een aantal bestuurlijke adviezen liggen om dat te doen. Ik weet ook dat D66 dat in het verleden zeker heeft gezegd, maar ik zal hier de lijn van mevrouw Van der Werf aanhouden en niet vooruitlopen op de uitkomst van de formatie.

De voorzitter:
Mevrouw Dobbe, doet u een poging. Gaat uw gang.

Mevrouw Dobbe (SP):
Dat zou hier inderdaad een interessant debat hebben opgeleverd, denk ik. Ik hoorde de woorden "een Europese defensietop voor een Europese defensiemacht en een Europese veiligheidsraad". Daarmee gaat er bijzonder veel plaatsvinden in Europa. Nu zijn wij als partij ook voor samenwerking in Europa, maar wel altijd met behoud van zeggenschap, zodat ons eigen parlement er altijd over gaat hoe wij omgaan met onze eigen defensie. Is dat ook het beeld dat D66 daarbij heeft? Wat kunnen wij de komende tijd verwachten?

De heer Klos (D66):
Daar kan ik heel kort over zijn. Bij de inzet van onze militairen zal altijd een artikel 100-procedure moeten plaatsvinden.

Mevrouw Dobbe (SP):
Dat is toch iets anders. Artikel 100 houdt in dat het besluit al is genomen. Dan mogen wij er nog wat van vinden, maar daar hoeft het kabinet of misschien Europa in dat geval helemaal niks mee. Dat is iets anders dan echte zeggenschap, publieke zeggenschap en ook nationale zeggenschap van ons eigen parlement over waar bijvoorbeeld mensen naartoe worden uitgezonden, hoe we onze wapens inkopen, wie die wapens mag gebruiken en waar. Dus dat is wel iets anders. Ziet D66 dat ook? Hoe zien zij dan die nationale zeggenschap nog?

De heer Klos (D66):
Ieder besluit dat wij nemen over de verdere defensie-integratie zal een nationaal besluit zijn. Dat is ook waarom ik actief ben in de nationale politiek. Als wij willen dat we ons als Europa beter kunnen verweren — ik weet dat de Socialistische Partij en D66 daar een beetje in verschillen — dan zullen we ook gezamenlijk moeten optreden. Ik vind wel dat ons nationale parlement zal moeten besluiten om tot meer Europese samenwerking te komen. Ik weet niet of we elkaar daarin gaan vinden.

De voorzitter:
Afrondend en kort, mevrouw Dobbe.

Mevrouw Dobbe (SP):
Ik snap dat antwoord. Wij moeten natuurlijk als parlement altijd besluiten of we zeggenschap weggeven of niet. Mijn vraag is: stelt D66 ook voor om zeggenschap weg te geven om deze Europese samenwerking te bewerkstelligen? Dan weten wij ook waar D66 de komende tijd voor staat en dan weten wij ook wat wij gaan vinden van dat beleid.

De heer Klos (D66):
Laat ik heel helder zijn over mijn eigen woorden en over de inzet van D66: wij zijn voor een Europese pijler binnen de NAVO. Wij zijn voor verdergaande integratie van onze krijgsmachten, waar Nederland op dit moment ook al aan werkt met België en Duitsland. Wij zijn ook voor een Europese inzet van troepen waar dat nodig is. Overigens is dat ook helemaal geen revolutionair idee. We hebben al de Rapid Deployment Capacity en die zou beter ingezet kunnen worden.

De voorzitter:
Zie ik de heer Boswijk nu ook een soort beweging maken om een vraag te kunnen stellen? Gaat uw gang.

De heer Boswijk (CDA):
Een soort van beweging. Een mooi pleidooi van collega Klos. Er wordt natuurlijk op defensiegebied al best wel veel samengewerkt. Er zijn heel veel congressen waar heel veel defensiebedrijven elkaar tegenkomen. Met het risico dat we allemaal toppen gaan organiseren: ik moest heel erg denken aan de speech van Carney over middle powers, waar ook collega Van der Werf naar verwees. Zou het dan niet mooi zijn om het juist iets breder te trekken, dus dat je niet alleen defensie bekijkt, maar ook grotere vraagstukken? Ik bedoel dan dat je een top organiseert in de gedachte van de Vredestoppen van 1899 en 1907, maar dan een top voor de middle powers, waarbij je dan niet alleen naar defensie kijkt, maar ook bijvoorbeeld naar hoe we omgaan met internationaal recht, met grondstoffen, met energie, noem het maar op. Misschien is dat zinvoller. Dan maak je de taart ook iets groter. Dan haal je Zuid-Afrika erbij en Canada, noem ze maar op.

De heer Klos (D66):
Als liefhebber van de geschiedenis kan ik de referentie aan de Haagse vredesconferenties zeer waarderen. Ik denk dat dit een uitstekend idee is. Als wij als middenmachten … Daar zonder ik Europa een klein beetje van uit, want als wij goed ons best doen en goed integreren, zijn wij toch iets meer dan een middenmacht in de wereld met 450 miljoen mensen en straks zeker nog meer. Ik kan me heel goed vinden in het idee om gezamenlijk te kijken naar hoe wij iets overeind kunnen houden van onze gezamenlijke waarden die gaan over soevereiniteit, over territoriale integriteit, over internationaal recht of over wereldhandel. Deze waarden staan momenteel onder druk. Dus ik sta zeer positief tegenover dit idee. Ik zeg daar wel bij: ik denk dat het nog steeds loont voor Europa om daarnaast ook in eigen huis de boel op orde te krijgen. Dan kunnen we ook met een zwaardere stem spreken op dit soort conferenties.

De heer Boswijk (CDA):
Oké. Ik wacht het voorstel af. Ik ben ook heel benieuwd hoe de minister ernaar kijkt.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan dank ik de heer Klos voor zijn bijdrage. Ik zie dat de heer Erkens al klaarstaat voor zijn termijn. Hij spreekt namens de fractie van de VVD. Gaat uw gang.

De heer Erkens (VVD):
Voorzitter. De wereld waarin Nederland haar buitenlandbeleid vormgeeft, is niet langer de wereld van tien of twintig jaar geleden. Aannames die decennialang vanzelfsprekend leken over stabiliteit, bondgenootschappen en de kracht van internationale regels staan onder druk en machtspolitiek is terug, terug van weggeweest. Economische afhankelijkheden worden openlijk ingezet als pressiemiddel. Invloed wordt niet langer alleen uitgeoefend via verdragen en toppen, maar via energie, via technologie of via militaire slagkracht. Dat is geen reden voor paniek, maar wel een oproep tot het maken van heldere en duidelijke keuzes, want wie deze werkelijkheid blijft ontkennen, maakt zichzelf onnodig kwetsbaar. Wat we hebben gezien, van Oekraïne tot Groenland en de Rode Zee, laat zien dat mooie woorden alleen onvoldoende zijn. Internationale stabiliteit bestaat niet bij de gratie van goede intenties, maar bij de gratie van de macht die ingezet kan worden om stabiliteit te verdedigen. Samenwerking is uiteindelijk alleen duurzaam tussen partners die ook zelfstandig kunnen handelen. Voor de VVD is dat de kern van dit debat. Met welke mate van realisme durven we als Nederland de wereld tegemoet te treden? Durven we keuzes te maken die misschien ongemakkelijk, maar wel noodzakelijk zijn voor onze veiligheid en welvaart op de lange termijn?

Voorzitter. De tijd waarin Europa zich kon verschuilen achter de vanzelfsprekendheid van de Amerikaanse bescherming en de liberale wereldorde is ten einde gekomen. De vraag is wat daarvoor in de plaats komt en hoe we als Europa daar invloed op kunnen uitoefenen. Dat dwingt ons tot herbezinning. Willen we in deze wereldorde een toeschouwer zijn die de klappen incasseert of een speler die zijn eigen koers bepaalt? Strategische soevereiniteit is geen modewoord of een pleidooi voor isolationisme. Het is een noodzaak om onze eigen vrijheid te beschermen in een wereld waarin afhankelijkheid als wapen gebruikt kan worden. Of het nu gaat om de fysieke dreiging van Rusland, de economische dominantie van China of geopolitieke druk van Trump over Groenland: wie zelf niks in de schaal te leggen heeft, wordt gedwongen tot eenzijdige concessies.

De geschiedenis leert ons dat staten op zulke momenten een keuze hebben: moderniseren of een speelbal worden. In de negentiende eeuw stonden Japen en China voor dezelfde keuze onder druk van de toenmalige Europese grootmachten. Ze maakten allebei andere keuzes, die heel verhelderend waren. Japan koos voor radicale hervormingen en modernisering van de economie en krijgsmacht. Dat deden ze niet uit afkeer van hun tradities, maar vanuit het besef dat onafhankelijkheid alleen behouden kan blijven als je meebeweegt met de realiteit van de tijd waarin je leeft. China maakte toen een andere keuze. Dat keerde naar binnen, hield vast aan het geloof dat het moreel superieur was en weigerde zich aan te passen. Het resultaat was de zogeheten "eeuw van vernedering" en het stap voor stap verliezen van de soevereiniteit.

Europa staat voor een vergelijkbare keuze. Blijven we redeneren vanuit hoe de wereld zou moeten zijn of handelen we naar hoe zij daadwerkelijk is? Kiezen we onze eigen eeuw van vernedering of wordt de eenentwintigste eeuw de eeuw waarin Europa weer tot de top van de wereld gaat behoren? Investeren we in eigen kracht of nemen we genoegen met afhankelijkheden die vroeg of laat tegen ons gebruikt kunnen worden? Voor de VVD is die keuze helder. We moeten onze weerbaarheid vergroten om een serieuze speler en een betrouwbare partner te zijn. Dit vraagt om acties van een kabinet en een parlement die niet terugdeinzen voor het verdedigen van onze technologische voorsprong.

Ik heb daarom de volgende vragen voor de minister. Hoe voorkomen we dat Nederlands kapitaal en Nederlandse kennis onbewust de militaire modernisering van systemische rivalen financieren? Ten aanzien van onze technologische kroonjuwelen vraag ik me af hoe de minister gaat voorkomen dat vitale sectoren, zoals die van de halfgeleiders en kwantumtechnologie, het slachtoffer worden van geopolitieke concurrentie. Wanneer komt er een harde strategie voor het zogeheten friendshoring van kritieke grondstoffen met partners zoals Australië en Canada? En hoe kijkt de minister naar de defensieve inzet van het Europese instrumentarium tegen economische dwang, ook gegeven de discussie van vorige week met minister Brekelmans in deze Kamer? Is het kabinet bereid om dit ook vaker en proactiever in te zetten om onze interne markt te beschermen tegen geopolitieke druk, vanuit welke hoek die druk ook komt?

Voorzitter. Laat ik hierbij wel helder zijn. De NAVO blijft de hoeksteen van onze defensie, juist omdat we ook niet zomaar volledig op eigen benen kúnnen staan. Maar het zou ook naïef zijn om te denken dat de wereld van gisteren vanzelf terugkeert. Het zou naïef zijn om te denken dat we niet ontzettend snel moeten werken aan het herstel van onze eigen militaire macht. De VS zijn intern verdeeld, politiek grillig en ook steeds nadrukkelijker gericht op hun eigenbelangen. Er is op dit moment duidelijk weinig liefde richting Europa. Dat maakt ons kwetsbaar. We kunnen daarover klagen, maar de realiteit is ook dat we hier als Europa zelf debet aan zijn. We moeten erkennen dat we op sommige thema's ook lui en zelfgenoegzaam zijn geworden. We hebben ons moreel verheven gevoeld, met een afschuw voor militaire macht en het inzetten daarvan. We hebben dat geoutsourcet aan anderen. We hebben innovatie en artificial intelligence eerst volledig dichtgereguleerd, om vervolgens te zien dat het op andere continenten plaatsvindt. Ook hebben we economische groei ondergeschikt gemaakt aan bureaucratie en aan andere belangen.

Charles de Gaulle begreep dat blijvende samenwerking alleen mogelijk is tussen partners die zelf in staat zijn hun belangen te beschermen. Strategische soevereiniteit hoeft geen breuk te betekenen met bondgenoten, maar is juist een voorwaarde voor gelijkwaardigheid in de komende decennia. Zolang Europa zijn veiligheid, energie en infrastructuur uitbesteedt, blijft het kwetsbaar voor de binnenlandse politieke ontwikkelingen in andere landen. Afhankelijkheid is immers geen bondgenootschap. Voor de VVD betekent dit dat we sneller moeten investeren in nationale slagkracht. Dat doen we niet om ons af te keren van bondgenoten, maar om een volwassen partner te worden en om serieus genomen te worden.

Voorzitter. Als Europa relevant wil blijven, moet het ook macht kunnen projecteren, zeker in onze directe omgeving. Dat begint bij het inzetten van vrijhandel als een strategisch instrument. Het is dan ook onbegrijpelijk dat het Europees Parlement blijft treuzelen bij akkoorden zoals Mercosur, terwijl anderen hun invloed uitbreiden. Deze continenten gaan daarnaast op zoek naar alternatieve partners, als wij maar niet over de brug komen en we continu besluiten uitstellen. We moeten daarnaast actiever inzetten op — het ging er net al over — gelijkgezinde middelgrote machten. Het partnership dat de Commissie met India gesloten heeft, is daarom geen luxe maar een geopolitieke noodzaak. Hetzelfde geldt wat ons betreft voor Canada, het Verenigd Koninkrijk, Japan en Zuid-Korea. Dit zijn landen die onze strategische zorgen delen.

Europa moet ook durven handelen in zijn directe omgeving. De Westelijke Balkan zit in onze achtertuin. Twijfel en uitstel creëren een vacuüm dat door anderen wordt gevuld. Dat geldt ook voor Noord-Afrika en de Sahel regio. Europa moet een alternatief bieden voor Russische en Chinese investeringen die leiden tot een uitbreiding van invloed in landen die cruciaal zijn voor de economische en veiligheidsbelangen van Europa, en ook voor het tegengaan van migratiestromen richting het Europese continent.

Tegelijkertijd moeten we durven erkennen dat we in deze wereld ook banden moeten blijven aanhalen met landen die niet volledig onze normen en waarden delen. Strategische soevereiniteit bereik je niet door alleen met je beste vrienden te praten en de rest te veroordelen. Onze eigen defensie-industrie heeft schaal nodig om te kunnen concurreren, te kunnen innoveren en uiteindelijk te kunnen overleven. Dat betekent dat we pragmatisch moeten kijken naar export en naar samenwerking met landen als Vietnam en Indonesië. Alleen door schaalvergroting richting dit soort landen kunnen we onze eigen industriële basis versterken en onze afhankelijkheid op dit vlak van verre grootmachten verkleinen.

Een aantal vragen aan het kabinet. Welke concrete stappen onderneemt de minister om de handelsbetrekkingen met India verder te intensiveren nu de EU-handelsdeal een feit is? Ziet het kabinet kansen om de samenwerking buiten dit verdrag om te verdiepen, specifiek op terreinen zoals artificial intelligence, de defensie-industrie en de opkomende technologieën waar Nederland goed in is? Hoe gaat de minister dit vormgeven?

Ziet de minister ook kansen om de samenwerking met het Verenigd Koninkrijk op het gebied van veiligheid verder te formaliseren nu de dreiging aan de grenzen van Europa toeneemt? Steunt het kabinet dan ook de toetreding van het Verenigd Koninkrijk tot SAFE? Volgens mij worden de gesprekken heropend over het alsnog meedoen van het Verenigd Koninkrijk aan dit instrument. Ik zou bij de minister willen benadrukken dat wij als VVD graag zouden zien dat Nederland dat ondersteunt en faciliteert.

Op welke andere terreinen kan het kabinet de samenwerking met het Verenigd Koninkrijk aanjagen, als natuurlijke samenwerkingspartner van het Verenigd Koninkrijk die Nederland in het verleden was? Welke andere dossiers kunnen geagendeerd worden en wat gaat het kabinet daaraan doen?

Voorzitter. Hoe kijkt de minister aan tegen het EU Global Gateway-initiatief, en hoe waarborgen we dat dit op een zodanige manier wordt uitgerold dat het de stabiliteit in de nabije regio bevordert? Ziet de minister kansen om OS-middelen op EU-niveau beter te bundelen, en hoe zorgen we ervoor dat die strategisch worden ingezet om de veiligheid in de regio te bevorderen?

Voorzitter. Dit wordt mijn laatste vraag hierover. Daarna ga ik naar mijn laatste blokje. Is de minister van mening dat landen in Noord-Afrika en de Sahel ook in onze geopolitieke achtertuin liggen, en hoe richten we ons beleid samen met onze Europese partners zo in dat andere grootmachten daar niet de touwtjes in handen krijgen of houden?

Voorzitter. Dan de afgrijselijke beelden uit Iran. We hebben het er net in het kader van de Raad Buitenlandse Zaken al even kort over gehad, ook met moties vanuit de Kamer. Het regime heeft de recente protesten daar met ongekend geweld neergeslagen. Kan de minister informatie delen over het huidige dodental? We zien in Nederlandse media her en der dat het gaat om een aantal duizenden, maar ik zag bij Time Magazine dat bronnen binnen het Iraanse ministerie van Volksgezondheid spreken over mogelijk meer dan 30.000 doden in twee dagen tijd — meer dan 30.000 doden. Kan de minister dit bevestigen of nader duiden in zijn termijn?

We zien ook wreedheid in Oekraïne, waar Rusland de energie-infrastructuur tot puin bombardeert, met als enige doel de bevolking in Kiev deze winter te laten bevriezen. Wat kan het Nederlandse kabinet nog doen om ook op het gebied van de energie-infrastructuur te helpen?

Voorzitter. In al deze regio's staan keiharde Nederlandse en Europese veiligheidsbelangen op het spel. Wat als China morgen Taiwan binnenvalt? De impact op onze economie, onze technologie en onze directe welvaart zou gigantisch zijn. Toch is onze capaciteit om daarop te handelen pijnlijk beperkt. Worden we dan opnieuw verrast en staan we dan opnieuw met lege handen aan de zijlijn? Gaan we wederom statements uitbrengen met Europese partners waarin we dit soort acties veroordelen, zodat wij onszelf als Europese landen goed voelen zonder dat het iets verandert aan de uitkomst?

Voorzitter. Daarom is strategische soevereiniteit zo belangrijk. De opbouw van macht is daarbij geen luxe. Het is juist een overlevingsstrategie. Zolang wij niet macht kunnen en durven projecteren, bepaalt dit soort dictators de feiten op de grond op veel plekken in de wereld en kunnen wij niks aan die uitkomst veranderen. Regimes die alleen geweld gebruiken, trekken zich niks aan van verklaringen. Wie geen vuist kan maken, kan zijn eigen belangen niet beschermen. Dat besef moet ook de kern vormen van hoe wij ons buitenlandbeleid vormgeven met elkaar. Buitenlandbeleid moet niet alleen bestaan uit morele statements zonder invloed; het moet hét instrument zijn om onze eigen veiligheid en welvaart te beschermen. Dat vraagt om een verschuiving: minder focus op het prediken van normen die we niet kunnen afdwingen en meer focus op het opbouwen van die geopolitieke en economische slagkracht, zodat we met een vuist in een pakje boter kunnen slaan. Dat vraagt ook om een modern postennet dat gerichte diplomatie voert en actief aan belangenbehartiging doet.

Afrondend heb ik een aantal vragen aan het kabinet. Wordt de bezetting van ons postennet getoetst aan onze strategische prioriteiten? Moeten we meer investeren in geopolitieke brandhaarden en minder in andere locaties? Welke mogelijkheden ziet de minister om besparingen in te richten langs andere lijnen, bijvoorbeeld door te kijken naar welke efficiency nog mogelijk is op consulaire dienstverlening, die misschien ook prima digitaal zou kunnen terwijl je tegelijkertijd misschien een kleinere post overeind kan houden zodat je wel nog een voet aan de grond houdt?

Voorzitter. De wereld stopt niet met veranderen omdat wij dat onwenselijk vinden. De VVD kiest voor volwassen leiderschap, voor investeren in eigen kracht en voor een buitenlandbeleid dat Nederland veilig houdt in een wereld die steeds minder geduld heeft met alleen maar mooie woorden. Dat is wat deze tijd van ons vraagt.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dat geeft aanleiding tot een vraag. Meneer Hoogeveen, gaat uw gang.

De heer Hoogeveen (JA21):
Een realistisch betoog van collega Erkens. Hij heeft een rondje om de wereld gemaakt. Ik miste wel nog het punt China. Hoe kijkt de VVD naar de relatie met China, ook in het licht van de geopolitieke veranderingen die we nu zien? We zien ook westerse landen juist ook weer richting China bewegen voor versterkte handelsrelaties. Hoe kijkt de VVD hier precies naar?

De heer Erkens (VVD):
Dat is een uitstekende vraag van JA21 op dit vlak. Ik denk dat die precies het dilemma blootlegt waar we met elkaar voor staan. Aan de ene kant hebben we als Nederland en Europa snel de neiging om alles te veroordelen wat niet voldoet aan hoe wij het hier in Nederland doen. Tegelijkertijd is diversificatie op sommige vlakken waarschijnlijk wel van belang voor onze eigen veiligheid en welvaart. Ik vond het zelf vrij interessant dat Canada, Carney in dit geval, een bezoek had gebracht aan China om die diversificatie vorm te geven. Ik denk dat wij als Nederland inderdaad niet de luxe hebben om volledig tegenover China te staan. Tegelijkertijd moeten we ook niet naïef zijn en onze eigen belangen hierin kunnen verdedigen. Volgens mij betekent dat veel meer focussen op het beschermen van de kernprioriteiten van Nederland. Denk aan ASML, aan het voorkomen dat bedrijfsgeheimen gestolen worden, aan cyberveiligheid, aan ervoor zorgen dat Taiwan niet binnengevallen wordt. Tegelijkertijd moeten we wel openstaan voor kansen die er ook nog zijn in de samenwerking met China, want we kunnen ons niet isoleren van de hele wereld.

De heer Hoogeveen (JA21):
Helder. In het licht daarvan: er lag een aantal jaar geleden een Comprehensive Agreement on Investment met China. Daarin werden veel van de handelsirritaties met China weggeplaveid: joint ventures, technology transfers, dat soort zaken. Toen werd uiteindelijk besloten om toch niet door te gaan met dat akkoord vanwege de mensenrechtensituatie in Xinjiang. Hoe kijkt de VVD ernaar om in het licht van de huidige geopolitieke ontwikkelingen dan toch te kijken naar de zakelijke mogelijkheden die misschien nog in China liggen zonder dat we daarbij inboeten op onze veiligheid?

De heer Erkens (VVD):
Wij zijn als VVD in ieder geval niet tegen bekijken of er additionele kansen zijn op zakelijk gebied. De opmerking daarbij is wel dat we niet naïef moeten zijn, zoals in het verleden op dat vlak. Dus de bescherming van intellectueel eigendom en het inbouwen van waarborgen die ervoor zorgen dat je eigen industrie niet via oneerlijke concurrentie weggeconcurreerd wordt, zijn zaken die we daarbij van belang vinden. U noemde zelf aan het begin van uw vraag een interessante component. We hebben in het verleden natuurlijk gezien dat China aan Europese bedrijven vroeg om technologieoverdracht te laten plaatsvinden bij een investering. Het lijkt mij bijvoorbeeld niet gek om dat andersom ook te eisen als ze in Europa investeren, want op sommige vlakken loopt China nu gewoon voor en kunnen wij die kennis heel goed gebruiken op eigen bodem.

De voorzitter:
Dat geeft nog aanleiding tot een volgende vraag, van de heer Van Baarle. Gaat uw gang.

De heer Van Baarle (DENK):
Ik zou de heer Erkens graag een vraag willen stellen over de situatie op de Westelijke Jordaanoever. We zien dat de plannen voor het vestigen van illegale nederzettingen door de Israëlische regering daar maar doorgaan, dat het geweld dat gepleegd wordt door kolonisten maar doorgaat en dat de illegale bezetting maar doorgaat. Dat is een grove schending van het internationaal recht, al tientallen jaren. Op welke manieren is de VVD nu bereid om in de komende tijd die schendingen van het internationaal recht te stoppen, meer druk uit te oefenen en maatregelen te nemen? Wat is de VVD bereid te doen?

De heer Erkens (VVD):
We hebben als VVD natuurlijk ook een exportverbod vanuit de bezette gebieden gesteund een aantal maanden geleden. Volgens mij is het kabinet trouwens voor een tweede keer gevallen over die discussie, dus het was nogal hoog opgelopen op dat vlak. Dat voorstel hebben wij als VVD gesteund hier in de Kamer. Dat wordt uitgewerkt. Ik denk dat het onverstandig is om als Nederland en Europese landen additionele druk te gaan opvoeren nu die vredesdeal steeds meer bestendigd lijkt te gaan worden. We zien dat de laatste gijzelaar vrijgelaten is en dat een aantal grensovergangen weer opengaan. Wij hopen dat de permanente vrede nu kan terugkeren. Dan kunnen we met elkaar weer gaan kijken naar additionele discussies. Als wij als Nederland nu additioneel zaken op dat schaaltje leggen, kan dat denk ik alleen maar zorgen voor verstoringen in het grotere proces dat moet gaan leiden tot het eindigen van het leed, dat er inderdaad al lang is.

De heer Van Baarle (DENK):
De genocide die in Gaza gepleegd wordt door Israël en de verschrikkingen die plaatsvinden in Gaza tegen de Palestijnen is inderdaad ook een walgelijke misdaad waartegen keihard opgetreden moet worden en een reden voor sancties tegen Israël. Maar dat is iets anders dan die misdaden en schendingen van het internationaal recht die al tientallen jaren gepleegd worden op de Westelijke Jordaanoever. Elke keer weer kondigt de Israëlische regering nieuwe nederzettingen aan en elke keer weer komt er geen reactie van de internationale gemeenschap.

De voorzitter:
En uw vraag, meneer Van Baarle?

De heer Van Baarle (DENK):
Mijn vraag aan de heer Erkens is: als we zien dat die bezetting op de Westelijke Jordaanoever tientallen jaren doorgaat, waarom komt er dan niet eindelijk een sanctie, een maatregel, in plaats van weer een maatregel waar we inmiddels al bijna een halfjaar op aan het wachten zijn?

De heer Erkens (VVD):
We hebben ook sancties gesteund tegen extremistische ministers die oproepen tot illegale bezetting. De wetgeving over de boycot, over dat importverbod, wordt op dit moment uitgewerkt. Ik zie niet in hoe we als Nederland op dit moment met additionele maatregelen gaan zorgen dat de vredesdeal die nu gesloten wordt, het staakt-het-vuren in ieder geval, verder bestendigd wordt. Volgens mij moet nu centraal staan dat het grote leed stopt, dat het conflict stopt dat daar plaatsvindt. Dat staat voor de VVD op dit moment centraal.

De voorzitter:
Kort en afrondend.

De heer Van Baarle (DENK):
Afrondend. Het zou kunnen beginnen met het nemen van nationale maatregelen tegen die gewelddadige kolonisten en ze op die SIS-signaleringlijst te zetten. Ik denk dat dat kan. Het zou kunnen beginnen met in plaats van een slap ontmoedigingsbeleid te hebben, bedrijven ook daadwerkelijk de gevolgen te laten ondervinden als ze ondernemen op illegale nederzettingen. Het zou kunnen beginnen met het sluiten van een coalitie met andere landen die tegen Israël zegt: als je nog één illegale nederzetting wil gaan vestigen, dan zullen er sancties komen. Je kan zo veel doen. Mijn vraag is: waarom gebeurt het niet?

De voorzitter:
Meneer Van Baarle, ik zei "kort en afrondend", dus niet alleen afrondend, maar ook kort.

De heer Erkens (VVD):
Ik heb hier tweemaal een antwoord op gegeven. Volgens mij worden we het gewoon niet eens en heeft de heer Van Baarle een ander standpunt. Ik kan hetzelfde antwoord herhalen, maar volgens mij gaan we elkaar niet vinden hierop.

Mevrouw Dobbe (SP):
Dit is wel onbegrijpelijk, maar goed. Wij hebben hier in de Kamer eerder debatten gehad over het vredesplan dat er ligt en over wat er tegelijkertijd gebeurt als het gaat over mensenrechtenschendingen. Mijn vraag gaat over dat vredesplan. Nu zien we de Board of Peace van Trump. Dat is dan de tweede fase van het vredesplan. In die hele Board of Peace komt Gaza, maar ook de Palestijnen en het zelfbeschikkingsrecht van de Palestijnen, niet terug. Gelooft de VVD dat de Board of Peace in deze vorm gaat leiden tot iets meer dan alleen een staakt-het-vuren — het is natuurlijk goed dat dat er is — en tot rechtvaardige vrede en bijvoorbeeld een toekomst met een Palestijnse staat?

De heer Erkens (VVD):
Ik moet zeggen dat ik niet enthousiast op de banken stond te springen toen de vorming van de Board of Peace op deze manier werd aangekondigd. Als je ziet welke landen daar lid van zijn geworden, dan is dat geen verzameling van onze grootste vrienden en bondgenoten op dat vlak. Ik kan u daarbij wel zeggen dat Israël ook heel kritisch was op het vormen daarvan, omdat het land daar zelf ook geen onderdeel van is. Dat geeft misschien ook aan dat er een soort van balans in kan zitten en dat allebei de participanten toch gaan kijken met welke voorstellen de Board of Peace komt. Ik moet zelf zeggen: we gaan zien wat eruit komt, maar ik sta zelf relatief sceptisch tegenover hoe dit nu opgezet is.

Mevrouw Dobbe (SP):
Laten we ook vooral de Palestijnen niet vergeten, want die worden bij die hele Board of Peace niet genoemd. Volgens mij is een rechtvaardige oplossing voor Palestijnen zonder Palestijnen niet mogelijk. Ik stel deze vraag natuurlijk omdat de VVD haar standpuntbepaling heel erg laat afhangen van de vraag of zij bijvoorbeeld mensenrechtenschendingen door de Israëlische regering veroordeelt of niet op dit moment. Ik hoor de heer Erkens zeggen "op een schaaltje wegen". Dan gaat het over mensenrechtenschendingen, die op dat schaaltje liggen. Er ligt nu een vredesplan en alle inzet moet gericht zijn op het laten slagen van dat vredesplan. Betekent dit dan dat mensenrechtenschendingen die nu worden gepleegd door de Israëlische regering niet meer worden veroordeeld?

De heer Erkens (VVD):
Dit wordt heel zwart-wit gemaakt op dit moment. Het belangrijkste is dat het staakt-het-vuren standhoudt, dat de hulpverlening op gang komt en dat het lijden op grote schaal, dat nu nog steeds plaatsvindt, gestopt wordt. In haar inbreng ging mevrouw Van der Werf ook in op de situatie in de vluchtelingenkampen die er nu zijn. Dat is het grootste belang dat er is. Ga je dan als Nederland additionele sancties opleggen, of ga je proberen op andere manieren druk uit te oefenen, dan kan het zijn dat je ook druk zet op dit proces en dat in plaats van de effectiviteit van wat je voorstelt de uitkomst uiteindelijk slechter wordt. Daar zijn wij huiverig voor op dat vlak.

De voorzitter:
Kort en afrondend.

Mevrouw Dobbe (SP):
Als die huiverigheid leidt tot "dan doen we maar helemaal niets", hebben we aan de ene kant een Board of Peace van Trump, waarvoor we een miljard dollar moeten betalen, waarbij de Palestijnen niet eens worden genoemd en waarin types als Poetin en Loekasjenko hebben plaatsgenomen. Aan de andere kant worden er nog steeds oorlogsmisdaden gepleegd, zowel op de Westelijke Jordaanoever als in Gaza. Die worden nog steeds gepleegd door de Israëlische regering. Daar gebeurt ook niks tegen. Dus wat is het nu? Het kan toch niet zo zijn dat mensenrechtenschendingen onbestraft blijven en straffeloos kunnen gebeuren, zelfs al zijn ze wat minder erg dan eerst omdat er geen bommen meer vallen, maar er alleen nog wordt geschoten? Het kan toch niet zo zijn dat dit de mening is van de VVD?

De heer Erkens (VVD):
Nee, dat is niet de mening van de VVD. Idealiter zouden in de hele wereld alle mensenrechtenschendingen stoppen. Tegelijkertijd was de kern van mijn betoog van daarnet dat we op dit moment als Nederland op bijna geen enkele manier een uitkomst in een regio kunnen beïnvloeden. Je moet bereid zijn je eigen macht op te bouwen, om economisch sterk te staan en militaire macht te hebben, om deelgenoot te zijn van deze gesprekken. De realiteit is gewoon dat de VS en een paar andere landen deze deal hebben opgezet en dat wij eigenlijk nauwelijks aan tafel zaten. Dat vind ik ook schrijnend. Wij voeren hier continu het debat over "er moeten extra maatregelen komen en we gaan dit veroordelen met elkaar", maar het verandert de situatie op de grond op geen enkele manier. Volgens mij moeten wij dus juist met het kabinet kijken hoe de beperkte invloed die wij hebben gericht kan worden ingezet. Volgens mij kunnen wij die invloed beter richten op het ervoor zorgen dat de hulpverlening op gang komt en dat het staakt-het-vuren standhoudt, dan dat wij hier met elkaar een soort illusie hooghouden dat we het daar allemaal gaan oplossen. Dat is gewoon niet zo. Dat klinkt misschien een beetje hard, maar het is wel een beetje een discussie voor de bühne die wij op deze manier met elkaar hebben. Ik geloof niet dat de hele vorm van deze vredesdeal wordt aangepast omdat wij hier met elkaar een motie in dit parlement gaan aannemen.

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Mijn vraag gaat over het illegale nederzettingenbeleid. Ik hoor de VVD zeggen — dat is terecht — "we hebben een nationale handelsboycot voor producten uit de illegale nederzettingen gesteund". Maar we zien dat ook Nederlandse banken en instellingen nog steeds direct of indirect bijdragen aan die illegale nederzettingen en bijvoorbeeld aan de bouw daarvan. Mijn vraag is: is de VVD in ieder geval bereid om de handelsboycot uit te breiden tot banken en andere financiële instellingen?

De heer Erkens (VVD):
Ik ga daar niet op vooruitlopen. Ik zal eerst de wetgeving afwachten die het kabinet heeft voorbereid.

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Ik vraag het juist nu, omdat we zien dat er een versnelling plaatsvindt in het bouwen van de illegale nederzettingen. Het E1-nederzettingplan, waar we het eerder over hebben gehad en dat superomstreden is, zorgt ervoor dat een Palestijnse staat feitelijk onmogelijk wordt. Dat probeert Netanyahu nu voor elkaar te krijgen. Er is nu extra internationale druk nodig, ook vanuit Nederland. Daarom vraag ik nu aan de VVD: wat wil de VVD doen om de druk extra op te voeren?

De heer Erkens (VVD):
Nogmaals, als Nederland zijn we deels voorop gaan lopen door te komen met nationale wetgeving. We gaan zien waar het kabinet mee komt, maar ik ga niet nu in dit debat additionele stappen bepalen waarvan ik niet de volledige implicatie overzie.

De voorzitter:
Kort en afrondend, mevrouw Teunissen.

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Maar mijn punt is dat het kabinet werkt aan een handelsboycot voor producten. Dat doet helemaal niets aan de financiële invloed die banken en andere financiële instellingen op dit moment hebben in de Westelijke Jordaanoever. Het gaat om hun bijdrage. De VVD kan toch niet instemmen met een handelsboycot voor producten, maar dat andere zomaar z'n gang laten gaan?

De heer Erkens (VVD):
Nogmaals, ik zou willen weten wat de implicaties daarvan zijn. Ik vind het nu moeilijk te overzien hoe zoiets er in de praktijk uit zou zien. Daarom zeg ik: we wachten de wetgeving van het kabinet af. U zou de minister natuurlijk ook kunnen vragen hoe hij ernaar kijkt, wat het zou kunnen betekenen en wat andere landen doen. Ik ga hier nu niet een stap in het debat zetten zonder te weten wat het concreet zou betekenen, hoe uitvoerbaar het is en wat het allemaal zou inhouden.

De voorzitter:
Dan gaan we nu luisteren naar een interruptie van mevrouw Piri. Geef het goede voorbeeld, zou ik zeggen, mevrouw Piri.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Sorry, voorzitter, ik wist niet zeker of de heer Erkens klaar was. Kennelijk was hij klaar. Ik had een vraag. Ik hoorde de heer Erkens een zin zeggen over Iran. Volgens mij is dat iets waar veel partijen zich in deze Kamer zorgen over maken en waar ze net ook meerdere moties over hebben ingediend. Volgens mij gaf het kabinet net een appreciatie in het kader van hoe je demonstranten en oppositie kunt ondersteunen. Het verbaast mij weleens dat we de VVD in Nederland eigenlijk altijd heel specifiek achter één oppositieleider zien staan, namelijk Reza Pahlavi. Ik vroeg me af of dat het standpunt is van de hele VVD-fractie.

De heer Erkens (VVD):
In dit geval is dat het standpunt van de hele VVD-fractie. U kunt de motie bekijken die ik bij de RBZ heb ingediend. Die gaat breder over de diaspora, onder wie de genoemde persoon, maar wat mij betreft ook over andere legitieme krachten die oppositie willen voeren tegen het regime.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar mevrouw Piri, voor haar bijdrage namens de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid. Gaat uw gang.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Vorige week was ik op een verjaardagsfeest. Mijn neefje werd 7. Over het algemeen is mijn familie bijster weinig geïnteresseerd in politiek, maar nu kwam toch de serieuze vraag hoe groot de kans is dat we ergens in de komende jaren ook in Nederland in een oorlog terechtkomen. Dit zijn gesprekken die waarschijnlijk niet alleen op dit verjaardagsfeest, maar ook op veel andere plekken in Nederland serieus gevoerd worden. Wie het nieuws kijkt, krijgt het ene na het andere conflict voorgeschoteld. De eerste maand van het nieuwe jaar is nog niet eens voorbij en de zorgelijke berichten stapelen zich op: de ontvoering van de Venezolaanse president Maduro, het dreigement van Trump om Groenland in te nemen en daarmee de NAVO op te blazen, de aankondiging van de Amerikaanse importtarieven, de meedogenloze wijze waarop het Iraanse regime demonstraties heeft neergeslagen, de dappere Koerden die in Kobani momenteel belegerd worden door Syrische regeringstroepen en jihadisten, en de brute en steeds intensievere aanvallen van Rusland tegen Oekraïners, die op veel plekken in hun huizen met dikke winterjassen en zonder verwarming zitten. Ik noem ook de beelden van gemaskerde milities in de VS — in de VS! — die een kind van 5 jaar oppakken en hun eigen landgenoten terroriseren en doodschieten.

Voorzitter. Je hoeft geen woordvoerder Buitenlandse Zaken in dit parlement te zijn om te concluderen dat we in een zeer onzekere wereld terecht zijn gekomen. Iedereen voelt aan dat hierdoor onze veiligheid, welvaart en waarden ernstig bedreigd worden. We zien dat grootmachten steeds agressiever optreden, dat de internationale rechtsorde afbrokkelt doordat steeds minder landen bereid zijn om die te verdedigen, en dat mensenrechten en de democratie op veel plekken in de wereld ernstig onder druk staan. Het is aan ons politici om hier antwoorden op te formuleren en er alles aan te doen om Nederland veilig te houden, niet door te sussen en te zeggen dat het allemaal wel meevalt, maar ook niet door onze handen in de lucht te gooien en net te doen alsof we geen invloed hebben op ons eigen lot.

Voorzitter. De Finse president Stubb, overigens een liberaal, heeft het over de noodzaak om in de nieuwe wereldorde een juiste balans te vinden tussen onze waarden, onze belangen en macht. Ik ben het daarmee eens. Met alleen waarden en belangen kunnen we wel iets willen, maar zonder macht krijgen we niets gedaan. Maar als we vergeten om voor onze waarden op te komen, dan hebben we niets meer om voor te strijden. Er staat nog een apart debat op de planning over onze VS-strategie. Daar heeft de heer Boswijk heel hard voor gepleit. Daar kijk ik naar uit. Ik zal er dan uitgebreider bij stilstaan, maar ik noem nu toch een aantal punten, een aantal lessen die we volgens mij moeten toepassen. Eén. Wees consequent in het opkomen voor de internationale rechtsorde en mensenrechten. Zwijgen wanneer traditionele bondgenoten ernstige schendingen begaan tast niet alleen onze wereldwijde geloofwaardigheid aan, maar holt diezelfde rechtsorde ook uit. Twee. Intensiveer de samenwerking met trouwe bondgenoten en ga op zoek naar nieuwe vrienden. Hoe kortzichtig zou het zijn om juist in deze tijd op ons diplomatieke postennet te bezuinigen! Drie. Investeer in Europa. De Europese Unie is het belangrijkste instrument van onze buitenland- en handelspolitiek. Met 27 landen met samen 450 miljoen inwoners kunnen wij een cruciaal machtsblok vormen met een gezamenlijke markt, een gezamenlijke munt en een sterke waardegemeenschap.

Van het nieuwe kabinet, dat hopelijk snel op het bordes staat en aan de slag gaat, verwacht ik dat het hier werk van gaat maken. Dat Nederland zelf weer initiatieven neemt voor intensievere samenwerking en het gezamenlijke Europese belang zwaarder laat meewegen. Dat we straks hopelijk — D66 is inmiddels niet meer in de zaal — een premier hebben die pragmatisme weet te combineren met idealisme — D66 is weer terug in de zaal — en op wie we trots op kunnen zijn op het wereldtoneel. Omdat er straks al genoeg werk ligt voor een minister van Buitenlandse Zaken, hoop ik dat het nieuwe kabinet ervoor kiest om ook een aparte minister van Europese Zaken aan te stellen. Nu zie ik dat de heer Boswijk al is gaan staan. Daar zal een belangrijk zwaartepunt van ons buitenlandbeleid zich de komende jaren namelijk op moeten richten. Zonder de EU stellen we op het wereldtoneel een stuk minder voor. Twee jaar geleden … Ik wacht even, voorzitter.

De voorzitter:
U kunt het ook overnemen, als ik u zo beluister. De heer Boswijk was gaan staan en heeft een vraag, denk ik. Gaat uw gang.

De heer Boswijk (CDA):
Ja, klopt. Het is geen open sollicitatie; laat dat helder zijn.

Ik kan mij erg vinden in een groot deel van het pleidooi van collega Piri: consequent zijn, nieuwe partnerschappen enzovoort. Tegelijkertijd zagen we vorige week de worsteling al een beetje. We hebben natuurlijk de speech van Carney gezien. Daarna was er een interruptiedebat tussen collega's Piri en Hoogeveen waarin het ging over de grens tussen principieel en realistisch zijn. Ik herinner me dat we twee jaar geleden de Afrikastrategie hebben aangenomen. Daarin stond dat we het Afrikaanse continent veel meer vanuit de Afrikaanse context moeten bekijken. Als je die praktisch gaat vertalen, betekent dat dat wij als Nederland soms veel meer discipline moeten hebben in het begrijpen dat niet alles wat wij bedenken of goedachten, een-op-een kan worden gekopieerd in die context. Hoe kijkt mevrouw Piri daarnaar?

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
In zijn algemeenheid kan ik daarin meekomen. Het is natuurlijk altijd een afweging. Hoe zwaar laat je bepaalde dingen wegen? Ik hoorde net een interruptie tussen VVD en JA21 over China. Aan de ene kant maken we ons onwijs veel zorgen over mensenrechten, bijvoorbeeld in Xinjiang. Aan de andere kant weten we dat we China keihard nodig hebben voor het tegengaan van klimaatverandering. Het is ook niet een van de kleinste landen wat betreft het terugslaan met maatregelen, zoals we ook in Nederland hebben gezien. Het is in de buitenlandpolitiek altijd het afwegen van verschillende belangen en daar ook de juiste toonhoogte bij vinden.

De heer Boswijk (CDA):
We zitten nu natuurlijk in een vrij ingewikkelde fase. Enerzijds hebben we die gigantische afhankelijkheden. We moeten heel snel op zoek naar nieuwe bondgenoten. Is mevrouw Piri het ermee eens dat we in deze fase misschien iets pragmatischer moeten zijn, in de hoop dat we heel snel in een positie komen dat we weer iets principiëler kunnen zijn? In de tussentijd moeten we onszelf, ook als Tweede Kamer, disciplineren en soms ook tegenover de druk in de samenleving zeggen: ik snap uw zorgen en uw frustraties; die heb ik ook, maar op dit moment kan ik die kaart niet zo spelen zoals u misschien wil. Dat vraagt ook iets van ons als volksvertegenwoordigers.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik ben iets huiveriger om hier volmondig ja op te zeggen, zeg ik tegen de heer Boswijk. Alexander Stubb, de Finse president — nogmaals, geen sociaaldemocraat, ook geen groene sociaaldemocraat, maar een liberaal — zei: je moet kijken naar belangen, waarden en macht. Ik denk, misschien in tegenstelling tot anderen in deze zaal, dat wij echt een machtspositie hebben binnen de EU als je kijkt naar bijvoorbeeld onze economische macht. Wij zijn een van de grootste spelers. Ik denk dat ik het eens ben met de heer Boswijk dat wij op het gebied van de defensie de komende tijd nog heel veel moeten opschalen. Dat maakt ook dat je inderdaad niet altijd voor die belangen kan opkomen. Maar ik wil er ook voor waken … De afgelopen dagen zagen we een hele discussie in Nederland of je gewoon pragmatisch met dingen moet omgaan, omdat je zo afhankelijk bent, en dus niet te veel moet roepen over je waarden, maar nu vooral moet kijken wat je op korte termijn kan bereiken. Daar hebben we natuurlijk ook met het CDA een hele discussie over gevoerd. Als je die waarden niet op een bepaalde manier naar voren brengt, wat heb je dan aan die macht?

De voorzitter:
Ik wilde "kort en afrondend" tegen u zeggen, meneer Boswijk, maar ik zie dat u geen vraag meer heeft. Dat is dus zeer kort; dat waardeer ik zeer. Mevrouw Piri, gaat uw gang.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Twee jaar geleden heeft de Kamer op mijn initiatief een motie aangenomen die de regering verzoekt om onze diplomatieke slagkracht te verstevigen. Helaas is het tegenovergestelde gebeurd door het kabinet-Schoof, en dat terwijl de wereld er niet veiliger op is geworden. Mijn boodschap aan het aanstaande kabinet is: draai de onverantwoorde bezuiniging terug. In september heb ik een amendement ingediend om 25 miljoen extra te investeren in het postennet, maar de dekking is inmiddels achterhaald. Vandaar dat ik dat amendement wil intrekken en in plaats daarvan morgen met een motie kom.

Voorzitter. Een van de vraagstukken binnen de EU die op ons afkomt, is de uitbreiding. In het vredesplan voor Oekraïne wordt ook gerefereerd aan versnelde integratie in de EU; de heer Klos had het er daarnet al over. Hoe kijkt het kabinet hiernaar? Geldt dat dan ook voor Moldavië? Wat betekent het dan voor de Balkanlanden? Het ziet ernaar uit dat Montenegro en Albanië eind dit jaar groen licht gaan krijgen van de Commissie. Voor mijn fractie is het ook zeer welkom als IJsland zich weer gaat melden. Ik begrijp dat die discussies daarover gaande zijn.

Dan nog een vraag over Matra-gelden. Hoe staat het met de uitvoering van de in deze Kamer breed aangenomen motie over een Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen?

Voorzitter. Dan Oekraïne. De oorlog die door Rusland is gestart, is inmiddels bijna vier jaar bezig. Beter gezegd: die is twaalf jaar bezig, als je teruggaat naar de inval en annexatie van de Krim. Nog lijkt er geen einde in zicht. Elke dag weer bewijst Poetin dat hij geen interesse heeft in vrede. De beste investering in Europese veiligheid is investeren in de Oekraïense defensie. Daar wordt de grootste dreiging voor het continent, de Russische agressie, dag in, dag uit bestreden. De Kamer heeft op initiatief van mijn fractie in december een motie aangenomen om snel 2 miljard euro aanvullende steun aan Oekraïne toe te kennen, die in het eerste kwartaal besteed zou kunnen worden. Op dit moment is daar slechts 700 miljoen euro van vrijgemaakt. Het kabinet beloofde, bij monde van meerdere woordvoerders, begin 2026 met de resterende 1,3 miljard euro over de brug te komen. Waar blijft het? Graag een reactie.

Voorzitter. Dan het Midden-Oosten. Het demissionaire kabinet is voor de zomer voor de tweede keer gevallen. Het onderwerp betrof sancties tegen Israël, en dan met name het nationale verbod op handel met en investeringen in de bezette gebieden. De minister is inmiddels een halfjaar bezig met de voorbereidingen van deze wetgeving. De vraag is nu natuurlijk of hij die nog als minister gaat afronden. Ik ben benieuwd.

Na aandringen van de internationale gemeenschap op toegang van journalisten tot Gaza heeft de Israëlische regering niet alleen besloten om journalisten en internationale waarnemers te blijven weren uit de gebieden, maar ook om internationale hulporganisaties een verbod op te leggen. Niet alleen wordt de genocide op de Palestijnen hiermee voortgezet, maar ook worden de enige ooggetuigen hiermee de mond gesnoerd. Welke maatregelen is het kabinet bereid te nemen als dit besluit door Israël niet ongedaan wordt gemaakt?

Voorzitter. De nieuwsberichten die doorkomen uit Iran, zijn zeer zorgwekkend. 8 en 9 januari zouden tijdens protesten vele duizenden mensen zijn opgepakt, gemarteld en vermoord. Het is frustrerend dat het voorstel binnen de EU om de Iraanse nationale garde op de terreurlijst te zetten, nog steeds wordt geblokkeerd. Eerder heeft mijn collega Farah Karimi de regering opgeroepen om samen met gelijkgezinde landen het Iraanse regime vanwege misdaden tegen de menselijkheid voor de internationale gerechtshoven in Den Haag te brengen. Daartoe ontbrak op dat moment politieke wil bij het kabinet. Is de minister daar nu wel toe bereid? Graag een reactie.

Voorzitter. Tot slot wat betreft het Midden-Oosten. Ik wil stilstaan bij het verraad van de Koerden, onze belangrijkste bondgenoot in de strijd tegen IS en bij de ontmanteling van het kalifaat. Bij die strijd hebben de Koerden een hele hoge prijs betaald, ook voor onze veiligheid. Zo'n 10.000 tot 12.000 strijders zijn daarbij gesneuveld. De afgelopen weken is het leger van de Syrische overgangsregering samen met gelieerde milities een militair offensief gestart tegen het autonome Koerdische gebied in Noord-Syrië. De meest verschrikkelijke berichten over sektarisch geweld, martelingen en moordpartijen komen langzaam naar buiten. In de week tijd dat de stad Kobani was afgesloten van water, elektriciteit en internet zijn er vijf kinderen omgekomen.

Voorzitter. Wat doet het kabinet hieraan? Waarom wordt er weggekeken bij jihadistisch elementen en voormalige IS- en Al Qaida strijders in het regeringsleger? Welke voorwaarden aan hulp zijn er gesteld om de veiligheid en gelijkwaardigheid van alle Syriërs, inclusief minderheden als Koerden, alawieten, druzen, Arameeërs, jezidi's en christenen, te waarborgen?

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel voor uw bijdrage. Die geeft aanleiding tot een vraag. Meneer Klos, ga uw gang.

De heer Klos (D66):
Bedankt voor het mooie betoog over het waardegedreven realisme van Alexander Stubb. Ik deel dat gevoel van een nieuwe wereldorde waarin we verschillende dingen moeten wegen. Een van de dingen die u als principe aanhaalde, is het zoeken van nieuwe vrienden in de wereld. We ontmoeten elkaar nu in de context van de EU-India handelsdeal. Ik vroeg mij af of mevrouw Piri alvast wat kan zeggen over de opstelling die zij zal betrachten richting die handelsovereenkomst. Vindt zij met D66 dat die snel geratificeerd zou moeten worden?

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik ben niet de woordvoerder Handel namens mijn fractie, is het eerlijke antwoord; op dit punt kunt u mijn collega Suzanne Kröger specifiek bevragen. Meer in het algemeen, als woordvoerder Buitenlandse Zaken, denk ik dat het heel belangrijk is dat wij onze banden met de BRICS-landen enorm aanhalen. India en Brazilië zijn toevallig ook twee landen waarmee de EU inderdaad nu handelsakkoorden heeft getekend. In principe zijn dit de landen waarmee je nu alle politieke banden wil aanhalen.

De heer Klos (D66):
Dank. Dat is helder.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel voor uw bijdrage, mevrouw Piri. Dan gaan we nu luisteren naar de heer De Roon, die spreekt namens de fractie van de PVV. Gaat uw gang.

De heer De Roon (PVV):
Voorzitter. Waar zijn we in terechtgekomen? Buitenlandpolitiek is tegenwoordig net een spannende Netflixserie, met elke week en soms elke dag weer een andere plotwending. Maar de rode draad in dat verhaal blijft wel dezelfde. Die vertelt ons dat we midden in een roerige geopolitieke transitiefase zitten: opkomende machten, wisselende bondgenootschappen en instabiliteit, met in het oosten een agressieve Poetin en in het westen een moeilijk voorspelbare Trump, terwijl onze samenleving vanuit het Midden-Oosten en Afrika wordt bedreigd door islamisme en tribalisme; een combinatie van factoren die ons land voor enorme uitdagingen stelt.

In deze geopolitiek onrustige fase zijn een aantal zaken cruciaal voor een sterk buitenlands beleid. Een daarvan is dat we ons hoofd koel houden en niet in paniek raken bij de eerste de beste gebeurtenis die ons verrast. Daarnaast moeten we als Nederland natuurlijk ook lef en daadkracht tonen. Het buitenlandbeleid gaat Nederland en de Nederlanders pas echt goed dienen als we op de juiste momenten soeverein durven op te treden als land.

Samenwerken doen we uiteraard ook, maar dan wel daar waar het ons echt voordeel oplevert, zoals binnen de NAVO. De PVV blijft van mening dat de NAVO de hoeksteen van ons defensie- en veiligheidsbeleid moet blijven. Wij willen daarom dat het kabinet richting de Amerikanen blijft benadrukken dat we samen met die Amerikanen sterker staan als het vrije Westen. Samen zijn we sterker tegen de Russische agressie, tegen de Chinese dreiging en tegen het islamitisch terrorisme.

Het vrije Westen heeft het meeste te winnen bij een sterke NAVO. Bondgenoten moeten elkaar wél helpen en niet bedreigen. Maar het mag ook niet zo zijn dat als er meningsverschillen zijn, er meteen geroepen wordt over onbetrouwbaarheid en afstand nemen van een machtige bondgenoot of, erger nog, dat er gesproken wordt over een breuk. Europa zou er beter aan doen om onder ogen te zien waarom het zo zwak staat ten opzichte van de Amerikanen. Is de minister dat met mij eens? Welke wegen zouden naar zijn mening bewandeld moeten worden om daar verandering en verbetering in te brengen? Is de minister het met mij eens dat de NAVO bij elkaar houden cruciaal is voor onze veiligheid?

De voorzitter:
Ik hoorde een punt dan wel een vraagteken. Mevrouw Van der Werf, gaat uw gang.

Mevrouw Van der Werf (D66):
Als ik zo het betoog van collega De Roon hoor, dan vraag ik me heel open af wat we de afgelopen weken hebben zien gebeuren, specifiek als het gaat om de houding van de Verenigde Staten.

De heer De Roon (PVV):
Dat de Verenigde Staten bijzonder ongerust zijn over de situatie met betrekking tot Groenland: de geopolitieke situatie, de strategische diepte waar zij behoefte aan hebben. Dat is geen nieuw verhaal, zeg ik er meteen bij, want dat verhaal hoor ik al tien jaar lang. Iedere keer als ik in de Verenigde Staten ontmoetingen heb over buitenlands- of defensiebeleid, komt dat punt ter sprake: de Noordpool is voor ons ontzettend belangrijk en er moet verbetering komen in onze veiligheid. Dat is de laatste weken weer tot uiting gekomen. Dat gebeurt dan op de typische manier van president Trump. Die heeft een onderhandelingstactiek waarbij hij fors uitpakt en inderdaad bedreigt. Dat vinden wij geen goede zaak, maar hij heeft dat wel gedaan. Maar daarmee onderstreept hij wel hoe belangrijk hij het punt vindt. Op een gegeven moment blijkt dan dat er toch wel weer een weg is te vinden om het op een diplomatieke manier tot een betere oplossing te brengen dan een dreigement ten uitvoer te brengen. We weten trouwens helemaal niet of hij dat echt zou doen; dat moeten we natuurlijk in het midden laten. Maar dat is wat ik heb waargenomen: een onderhandelingstactiek van Trump die hem eigenlijk ook nog wel winst heeft opgeleverd. Uiteindelijk heeft hij dat hele verhaal vooralsnog gewonnen.

Mevrouw Van der Werf (D66):
Dat moeten we nog maar zien. De heer De Roon zegt net: we zullen dit gewoon met de NAVO moeten oplossen, want Amerika blijft onze belangrijkste bondgenoot. Tegelijkertijd hoor ik uit zijn partij heel vaak teksten over soevereiniteit, over het beste voor Nederland en de Nederlander. Maar wat als de Amerikanen helemaal niet zo graag meer met ons willen optrekken als de heer De Roon hier schetst? Wat als wij daar veel meer kracht en samenwerking in Europa bij nodig hebben?

De heer De Roon (PVV):
Het punt dat de Amerikanen eigenlijk niet meer met ons willen, is helemaal niet aangebroken. Ik ga nu dus niet filosoferen over theoretische gedachtespelletjes waar u mee bezig bent en die u wijzen in de richting van een Europees leger. Dat is een fata morgana op dit moment.

De voorzitter:
Kort en afrondend.

Mevrouw Van der Werf (D66):
Dit gaat veel breder dan een Europees leger. Dit gaat over veel meer samenwerking. Dit gaat over het beste voor Nederland, wat we alleen binnen Europa kunnen bereiken. Blijkbaar geldt het argument van soevereiniteit voor de PVV alleen als het de heer De Roon uitkomt en blijft de heer Trump per definitie buiten schot.

De heer De Roon (PVV):
Dit is nou echt een verdraaiing van de feiten, want ik heb nergens gezegd dat het beste voor Nederland alleen in soevereiniteit te vinden is. Natuurlijk moeten wij samenwerken. Dat heb ik ook net gezegd in het debat. Dat is onontkoombaar. Je moet samenwerken om het beste voor Nederland te realiseren. Dat kan met de Verenigde Staten zijn. Dat is een belangrijke bondgenoot die we te vriend moeten houden, zeg ik uitdrukkelijk. Maar we moeten natuurlijk ook samenwerken met andere landen. Daarom hebben we onlangs, bij de stemmingen, de motie ondersteund waarin ervoor wordt gepleit om ons ook te richten op andere middelgrote landen voor samenwerking. Daar verwacht ik nou ook weer niet de perfecte oplossing van, maar het is een weg die je ook moet bewandelen. U beticht ons er nu van geen samenwerking te willen zoeken, maar daarmee slaat u echt de plank mis.

De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.

De heer De Roon (PVV):
Ik vroeg of de minister het met mij eens is dat de NAVO bij elkaar houden cruciaal is voor onze veiligheid en dat strategische autonomie van het geheel van de NAVO-landen beter is dan strategische autonomie van de VS en, los en apart daarvan, een streven naar strategische autonomie van de Europese landen. Wat kan Nederland doen om aan de VS duidelijk te maken dat we, naast de inzet voor onze eigen veiligheid, ook pal staan voor de veiligheid van alle bondgenoten, inclusief die van de machtigste bondgenoot? Is de regering bereid om te erkennen dat het Amerikaanse strategisch belang bij Groenland legitiem is? Ik zeg niet dat het gedrag legitiem is, maar dat het strategisch belang legitiem is. Op grond daarvan moeten we de onderhandelingen ondersteunen die daar nu over worden gevoerd en die nu vorm en inhoud moeten krijgen.

Voorzitter. Het is belangrijk om te kijken naar de Amerikaanse National Defense Strategy 2026. Die wil geallieerden zien die niet parasiteren op de defensiecapaciteit van de VS, maar die daadwerkelijk bijdragen aan de defensie van het geheel van de VS en de geallieerden. De geallieerden zijn uiteraard de NAVO-landen, maar bijvoorbeeld ook Australië, Nieuw-Zeeland, Japan en Zuid-Korea. Ik citeer uit de National Defense Strategy van de Verenigde Staten de volgende Engelse formulering: "Taken together, our alliance network is far wealthier than all our potential adversaries combined. As a result, if our allies and partners invest properly in their defenses, consistent with the new global standard set at the Hague Summit, together we can generate more than enough forces to deter potential opponents, including if they act concurrently." De Amerikaanse inzet is er ook nog steeds voor onze bescherming. Ik citeer nog een frase: "We want the world's most robust, credible, and modern nuclear deterrent, plus next-generation missile defenses (…) to protect the American people, American assets overseas, and American allies."

Voorzitter. Het Nederlandse belang staat bij de PVV stipt op plek één boven aan onze prioriteitenlijst. Als we kijken naar het buitenlandbeleid van de laatste decennia, dan zien we dat Nederland heeft geïnvesteerd in talloze organisaties en verdragen die het Nederlandse belang niet of nauwelijks hebben gediend, maar die ons wel geld kosten. Van internationale verdragen en organisaties die voor onze burgers niets of weinig toevoegen, moeten we afscheid nemen, zeker nu de internationale rechtsorde, die in wezen nooit echt goed heeft gefunctioneerd, voor onze ogen afbrokkelt. Feit is dat een allesomvattende internationale rechtsorde, waar veel Nederlandse politici zo graag in willen geloven, door driekwart van de wereld helemaal niet serieus wordt genomen. De PVV wil daarom dat Nederland zich niet langer blijft vastklampen aan de internationale rechtsorde, die voor een groot deel vooral op papier bestaat, maar die in werkelijkheid voortdurend tekortschiet en die buiten Europa allang niet meer of nauwelijks serieus wordt genomen.

De PVV wil in het Nederlands belang gaan dereguleren en uit sommige verdragen stappen. Je hoort vaak dat het terugtrekken uit verdragen lastig gaat en moeilijk is, maar het tegendeel is waar. Dat uit verdragen stappen makkelijk is en snel kan, hebben de Baltische staten, Polen en Finland bewezen. Zij stapten uit het Ottawaverdrag, dat een verbod op het gebruik van landmijnen regelt. Binnen een jaar hadden ze dat gefikst. Mijn fractie ziet dat als een goed voorbeeld, dat aantoont dat je met een beroep op de nationale veiligheid simpel en snel uit verdragen kunt stappen. Hoe kijkt de minister naar deze ontwikkeling? Is hij het met mij eens dat Nederland sommige verdragen moet parkeren als dat onze veiligheidsbelangen dient? Concreet wil de PVV dat Nederland het voorbeeld van de genoemde NAVO-bondgenoten volgt en ook uit het Ottawaverdrag stapt, en niet pas op het moment dat we echt landmijnen nodig hebben, want dan zijn we te laat. Voor het produceren en opslaan van die mijnen is het terugtrekken uit dat verdrag nu al relevant. Het zou een enorme plus zijn voor onze veiligheid op de langere termijn. Graag een reactie.

Voorzitter. In de afgelopen weken lag de focus op Venezuela, Groenland en de oorlog in Oekraïne, maar we moeten vooral ook niet vergeten om het islamitisch terrorisme in de gaten te houden. Van Afrika tot het Midden-Oosten en ver daarbuiten ontwrichten islamitische terroristen grote gebieden. Dat kwaad moeten we buiten de deur houden. Ik maak mijn zin nog even af, voorzitter.

De voorzitter:
En u heeft uw zin afgemaakt?

De heer De Roon (PVV):
Ja.

De voorzitter:
Dan hoorde ik dus ook een punt. Mevrouw Dobbe, u bent echt een grootgebruiker van de interrupties. U kunt dan ook werkelijk één vraag stellen en heel kort. Gaat uw gang.

Mevrouw Dobbe (SP):
Ik zou van de PVV willen weten hoe uit het Ottowaverdrag stappen, zodat we weer landmijnen kunnen gaan produceren en overal neerleggen, in vredesnaam gaat leiden tot een veiliger Nederland?

De heer De Roon (PVV):
Als onze militairen ingezet moeten worden om buitengrenzen te beschermen, dan moeten ze ook zeker weten dat ze zichzelf goed kunnen beschermen. Als je dus Nederlandse militairen aan die buitengrenzen zet — en daar staat een machtige vijand tegenover die aanvalt — dan wil je wel weten dat die machtige tegenstander door een mijnenveld moet komen. Dus daar is het mij om te doen. Dat is een heel belangrijk ding. De andere staten die ik heb genoemd, hebben dat gewoon gedaan. Die doen dat want die zien dat dat belangrijk is. De SP wil dat kennelijk niet inzien, maar wij vinden dat wél belangrijk. Wij vinden dat Nederland dat ook moet kúnnen. Ik zeg niet dat we mijnen moeten produceren en die vervolgens over de hele wereld gaan verkopen aan liefhebbers van zoiets. Maar we moeten wel voor onze eigen militairen kunnen opkomen, ook als het nodig is daar landmijnen voor in te zetten.

De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.

De heer De Roon (PVV):
Ik had het over het islamitisch terrorisme. Ik zeg: dat kwaad moeten we buiten de deur houden. Dat vraagt om inzet en maatregelen. In de eerste plaats wil ik horen wat Nederland gaat doen om al die ontsnapte IS-gevangenen uit Syrië bij ons buiten de deur te houden. Wat doet Buitenlandse Zaken daartoe? Wat doen onze diensten? En wat doet onze post in Bagdad? Graag een toelichting van de minister. Ik zeg: zorg ervoor dat ontsnapte IS-terroristen nog geen teen kunnen zetten op de Nederlandse bodem. Graag een reactie.

Wat we in de tweede plaats moeten doen, is islamitische predikers weren die Nederland en onze levenswijze bedreigen. Daarom stelt mijn fractie voor dat het kabinet vanaf vandaag islamitische predikers uit het buitenland geen stap meer laat zetten op Nederlandse bodem, door hen automatisch te trakteren op een inreisverbod. Registreer islamitische predikers als ongewenste vreemdelingen, zeg ik tegen de minister, op het moment dat ze aankondigen naar Nederland te komen. Laat ze het land gewoon niet in. Is de minister bereid om daarvoor de nodige stappen te zetten?

Voorzitter. Dan kom ik bij de Russische agressie. Een sterk en soeverein Nederland is een Nederland dat de baas is over het eigen gebied — "gebied" in de breedste zin van het woord. "De baas zijn over ons gebied" zou daarom ook moeten inhouden dat we ons als maritieme handelsnatie maximaal inzetten om onze eigen Noordzee veilig en onder controle te houden. Helaas moeten we constateren dat Russische schepen van de schaduwvloot ongehinderd door onze zeeën varen. Ze worden wel gemonitord maar nooit geënterd. Met andere woorden: het wordt gedoogd. Dit terwijl de risico's die deze schepen met zich meevoeren, navenant zijn. Er zijn risico's op milieuschade, op spionage en op ernstige vormen van sabotage. De Duitse bondsminister van Buitenlandse Zaken liet juist nog deze maand weten dat zij vaak olietankers in een catastrofale technische conditie met minimaal opgeleide bemanning waarnemen. Dus moeten we harder optreden tegen die schepen, zeker tegen schepen die vaak van vlag wisselen, niet of slecht verzekerd zijn en hun ware identiteit verhullen. Vaak is er gewoon een juridische basis voor ingrijpen.

De laatste tijd zien we gelukkig steeds meer landen optreden tegen die schaduwvlootschepen. Het Verenigd Koninkrijk deed dit in samenwerking met de VS. Frankrijk enterde in 2025 al een schip, en deed dat vorige week opnieuw. De Finnen gingen ons ook al voor. Dus de grote vraag is: wanneer volgt Nederland? Wanneer geven wij het signaal af dat ons deel van de Noordzee niet tegen ons gebruikt mag worden en dat wij hier de baas zijn? Graag een reactie van de minister.

Dan de polaire strategie. De Nederlandse polaire strategie was geldig van 2021 tot 2025. Dus die strategie bestaat nu niet meer, althans zo begrijp ik dat. In dat stuk werd melding gemaakt van de groeiende Russische militaire aanwezigheid in het gebied en de Chinese belangstelling, uitmondend in een whitepaper China's Arctic Policy. Ik heb nog geen aanzet gezien om te komen tot een nieuwe Nederlandse polaire strategie. Het kan zijn dat het mij ontgaan is, maar dan hoor ik het graag van de minister. Als er geen aanzet is gedaan, dan zou ik willen weten waarom dat niet is gedaan. Het lijkt mij in ieder geval goed om de polaire strategie wat betreft de Noordpool te voorzien van een uitvoerige geopolitieke veiligheidsparagraaf, die ook betrekking heeft op de belangen van Nederland en de NAVO-bondgenoten in die regio. De gedachte dat we het met betrekking tot de Noordpool alleen moeten hebben over milieu, flora en fauna en smeltend ijs lijkt me achterhaald.

Voorzitter. Ten slotte wil ik het hebben over het opblazen van Nord Stream. Toen dat pas gebeurd was, wist bijna iedereen vrijwel zeker dat de Russen erachter moesten zitten. Dat was de grote teneur, ook in de media. Onderzoek heeft er inmiddels toe geleid dat er een sterke verdenking tegen individuele Oekraïners bestaat. De rechter zal daar een oordeel over uitspreken. Nu vraag ik aan de minister die hier aanwezig is, onze minister van Buitenlandse Zaken: dat betekent toch niet dat we niet moeten denken dat de Oekraïense staat er geen hand in heeft gehad? Wat kan de minister ons vertellen over eventuele betrokkenheid van Oekraïne bij die gebeurtenissen? Vanwege de perfectie waarmee het is uitgevoerd, kan je je namelijk niet voorstellen dat daar niet ook nog een organisatie achter zit. Als dat zo is, of als daar aanwijzingen voor zijn, hoor ik dat graag van de minister.

Tot zover, voorzitter. Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan wij nu luisteren naar de heer Boswijk, die spreekt namens de fractie van het CDA. Ik doe alvast een vooraankondiging: na de heer Boswijk ga ik schorsen voor het diner. De heer Boswijk heeft dus niet de afterdinnerdip. Ik weet niet welke collega ik dit nu wel aandoe, excuus. Wij zullen, ook voor de medewerkers hier in huis, gewoon keurig moeten schorsen voor het diner. Ik geef nu graag het woord aan de heer Boswijk. Ga uw gang.

De heer Boswijk (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Nu is het aan mijn collega's om zo weinig mogelijk interrupties te doen.

Voorzitter. In de jaren zestig van de zeventiende eeuw stond de Republiek der Nederlanden voor een existentieel dilemma. Engeland was tegelijk onze belangrijkste handelspartner, onze bondgenoot, maar ook onze maritieme rivaal. Frankrijk groeide ondertussen uit tot een agressieve grootmacht. De Republiek was welvarend, maar kwetsbaar. Het had een sterke vloot, maar een zwak landleger en lag strategisch geïsoleerd. Raadspensionaris Johan de Witt wist dat hij alleen maar slechte en nog slechtere opties had. Morele verontwaardiging zonder macht was zinloos, blind vertrouwen op verdragen naïef en openlijke confrontatie zou destructief zijn. Zijn kernvraag was steeds: wat dient onder deze omstandigheden het voortbestaan van de Republiek op de lange termijn? De Witt koos niet voor grote woorden, maar voor koele analyses. Hij koos voor tijd winnen zonder stil te staan en voor rust bewaren zonder in slaap te vallen. Beatrice de Graaf en Rik Peels noemden deze stijl pasgeleden in de NRC "prudentia", een van de vele deugden. Verstandig oordelen, gericht op de lange termijn en in het belang van de gemeenschap.

Voorzitter. Die wereld van Johan de Witt is terug. China verweeft economie en macht, Rusland herschrijft de grenzen met geweld en zelfs binnen ons bondgenootschap, waarop Europa decennialang kon bouwen, is voorspelbaarheid geen vanzelfsprekendheid meer. Laat ik allereerst beginnen met een positief punt. De Europese steun aan Denemarken rond Groenland was snel en eensgezind. Zo hoort Europa te handelen: solidair, duidelijk en zonder interne ruis. Ook de rijen hier in de Tweede Kamer waren gesloten. Dat mag ook gezegd worden. De vraag is: hoe maken we dit structureel? Het Europese buitenlandbeleid oogt namelijk te vaak als geïmproviseerd paniekvoetbal.

Voor het CDA betekent dat vandaag vier duidelijke keuzes. Allereerst moeten we onze afhankelijkheden afbouwen, snel en breder dan tot nu toe. Dat gaat niet alleen om de afhankelijkheden van energie of defensie, maar ook om die van medicijnen, technologie en grondstoffen. Dat vraagt om fortitudo: de moed om macht op te bouwen waar we kwetsbaar zijn. Neem medicijnen: tekorten aan levensreddende geneesmiddelen zijn geen zorgvraagstuk meer, maar een strategisch risico. Handelstarieven en exportrestricties worden steeds vaker politiek ingezet. Vaak als het over medicijnen gaat, hebben we het over de afhankelijkheden van China en India, maar wat betreft de farmacie zijn we het afhankelijkst van de Verenigde Staten, waar ook het meeste geld zit. Trump heeft er al een aantal keer op gehint.

Hetzelfde geldt voor het digitale aspect. 86% van de Europeanen zit op social media die is gelieerd aan het Amerikaanse Meta. Terwijl de VS in 2025 voor 67 miljard investeerden in AI, deed de EU slechts 11 miljard. Dat is geen achterstand meer; dat is een kwetsbaarheid. Onze kracht zit wel op het gebied van Europese wetgeving. Daarom is het cruciaal dat we geen concessies doen op de Digital Services Act, want die gaat uiteindelijk over de bescherming van onze fundamentele waarden en van onze democratie. Het is dan ook goed dat de Kamer zich een halfjaar geleden via mijn motie uitsprak om geen concessies te doen. Daarom doe ik het verzoek aan de minister om deze lijn te bestendigen.

Toch zien we nog steeds vaak dat goede plannen om die afhankelijkheden af te bouwen, sneuvelen, omdat we ze vaak puur markteconomisch beoordelen: te duur, dus niet doen. Deutsche Telekom werkte bijvoorbeeld in 2015 aan haar eigen Europese cloud. Dat was technisch haalbaar en strategisch heel verstandig, maar Microsoft was 35% goedkoper en dus stopte het. Strategische autonomie is niet gratis, maar afhankelijkheid is uiteindelijk altijd duurder. Om deze afhankelijkheid van onder andere de Verenigde Staten goed in kaart te brengen, is de AIV naar aanleiding van mijn motie nu bezig met een Amerikastrategie, maar collega Piri en ik begrepen van de week dat die strategie er waarschijnlijk pas in het derde kwartaal is. Zou dat sneller kunnen, vraag ik aan de minister.

Vandaag wordt het tempo in Europa nog veel te vaak bepaald door de traagste lidstaat of degene die dissident is. Dat kunnen we ons geopolitiek gezien niet meer veroorloven. Hier vraagt prudent beleid ook om temperantia, discipline, focus en het vermogen om keuzes te maken. Wat het CDA betreft verdwijnt daarom ook het veto op het Europees buitenlandbeleid zo snel mogelijk, maar tot die tijd moeten we werken met kopgroepen: een Europa van verschillende snelheden. Laat landen die willen versnellen en dat ook kunnen, dat ook vooral doen, bijvoorbeeld op het gebied van energie, defensie of grondstoffen. Ooit begon Europa ook zo, in de EEG, met kolen en staal, niet met alles tegelijk. Wie geopolitiek serieus genomen wil worden, kan zich geen structurele stilstand veroorloven. Vorig jaar is mijn motie die oproept tot het vormen van kopgroepen op het gebied van grondstoffenbeleid, aangenomen. Kan de minister al iets delen over de uitvoering daarvan?

Dat brengt mij bij het derde punt: de manier waarop wij ons buitenlandbeleid vormgeven. Prudentia staat niet op zichzelf; in de klassieke traditie hoort ze bij andere deugden. Wat we vandaag nodig hebben, is beleid waarin verstand, macht en waarden samenkomen.

Dat brengt mij bij het vierde punt: middle powers. De Canadese premier Mark Carney noemde het value-based realism: je waarden niet loslaten, maar serieus nemen door ze te verbinden aan macht en belangen. Waarden zonder macht zijn woorden, maar macht zonder waarden is willekeur. Vorige week stond iedereen, ikzelf incluis, op de banken te applaudisseren voor deze speech. Als we het naar de praktijk gaan vertalen, begint het echter al meteen te schuren, want juist het enige echte tastbare instrument om value-based realism af te dwingen, onder andere door middel van handelsverdragen, werd meteen alweer ondermijnd. Het is onbegrijpelijk dat het Europees Parlement een voorstel aannam om nog eens een keer een juridische toets uit te voeren. Dat is geen principiële keuze; dat is wat ons betreft strategische blindheid.

Europa moet stoppen met preken en beginnen met handelen. Dat betekent dat we partnerschappen moeten sluiten met landen die niet willen kiezen tussen Washington, Beijing en Moskou, maar op zoek zijn naar stabiliteit en wederzijds voordeel. Dat vraagt rechtvaardigheid en betrouwbaarheid, want in een wereld waarin een grootmacht het internationaal recht steeds vaker behandelt als een hinderpaal, moet Europa laten zien dat afspraken wél gelden, ook als ze iets kosten. Dat doen we niet uit naïviteit, maar uit eigenbelang, want voor veel landen in de Global South is dat het verschil tussen een partner die de regels handhaaft en een wereld waarin het recht van de sterkste geldt. Als Europa dat waarmaakt, wordt het internationaal recht geen beperking, maar ons sterkste geopolitieke wapen, een unique sellingpoint.

Voorzitter. Steeds vaker zien we dat regels en internationale instituties door grootmachten niet worden gebruikt om orde te scheppen, maar juist worden ingezet om ontwikkelingen te blokkeren of te frustreren. Het bekendste voorbeeld is natuurlijk de VN-Veiligheidsraad, waar ingrijpen bij grootschalige mensenrechtenschendingen structureel wordt geblokkeerd door het gebruik van veto's. We zien het zelfs met het oprichten van de Board of Peace, die op zijn zachtst gezegd niet bedoeld is om de VN te versterken.

Een ander, maar toch steeds relevanter voorbeeld is de vastgelopen discussie over diepzeemijnbouw. Ik zocht naar een concreet voorbeeld en dit is wel heel erg actueel. De verantwoording van diepzeemijnbouw valt namelijk onder een VN-orgaan, de International Seabed Authority. In diepzeemijnbouw liggen juist grote kansen om op een verantwoorde manier grondstoffen te winnen. In de praktijk wordt die besluitvorming echter geblokkeerd door onder andere de VS en China, terwijl zij tegelijkertijd buiten de ISA eigen regels aan het maken zijn. Het gevolg is dat Europese bedrijven, die juist binnen duidelijke kaders met hoge milieustandaarden willen opereren, buitenspel worden gezet. Dat is niet alleen gevaarlijk voor het milieu; het vergroot onze afhankelijkheid van grondstoffen alleen maar verder. Is de minister hiervan op de hoogte? Deelt hij de zorgen dat het misbruik van internationale instituties onze strategische autonomie ondermijnt?

Voorzitter. Juist hier ligt een kans om samen te werken met middle powers die met dezelfde dilemma's te maken hebben. Canada is daar een goed voorbeeld van. Dat is namelijk een land dat samen met innovatieve Nederlandse bedrijven zoekt naar een manier om diepzeemijnbouw verantwoordelijk in de praktijk te brengen. Graag een reactie. Hetzelfde geldt voor andere gelijkgezinde landen op andere onderwerpen. Het geldt bijvoorbeeld voor het Verenigd Koninkrijk op het gebied van SMR's, voor Noorwegen en Australië op het gebied van grondstoffen en voor Japan en Zuid-Korea op het gebied van defensie. Juist met deze landen kunnen we laten zien dat regels geen blokkade hoeven te zijn, maar een fundament vormen voor een gezamenlijke strategische autonomie. Ondertussen zijn er ook landen die Europa expliciet opzoeken, maar geen enkel gehoor krijgen. De Chileense minister van Mijnbouw bood de Europese Commissie vorig jaar april een hele lijst met mijnbouwconcessies aan. Het land wil namelijk minder afhankelijk zijn van China, Rusland en de VS. Wat gebeurde er? Er gebeurde niets, terwijl Chili beschikt over de grootste lithiumvoorraden ter wereld, cruciaal voor onze energietransitie en de herbewapening. Is de minister bereid om hier actiever op te sturen, ook bilateraal?

Voorzitter. Ik sluit af met de grootste geopolitieke toets van onze tijd, Oekraïne. Tegen alle verwachtingen in houdt Oekraïne al bijna vier jaar stand tegen de Russische agressie. Daarmee verdedigen de Oekraïners ook onze veiligheid, onze waarden. Daarom moeten we Oekraïne blijven steunen, zo lang als het nodig is. We maken ons echter grote zorgen over de afnemende Amerikaanse steun en het gebrek aan urgentie in delen van Europa. Herkent de minister dat beeld? Hoe gaat Nederland bijdragen aan echte Europese verantwoordelijkheid?

Collega Van der Werf en collega De Roon hadden het net al over de Russische schaduwvloot. Al meer dan een jaar geleden vroegen collega Paternotte en ik om te handhaven, want als wij sancties niet handhaven, zijn ze een dode letter, wat onze geloofwaardigheid ondermijnt.

Voorzitter, tot slot. Johan de Witt handelde met verstand. Toch liep het in 1672 rampzalig af, niet omdat zijn analyse verkeerd was, maar omdat zijn verstand niet genoeg bleek te zijn. Er was te weinig macht, te weinig tempo, te weinig bondgenoten. Dat is een les voor vandaag. Prudentia is onmisbaar, maar ze moet altijd worden gedragen in fortitudo, geoefend met temperantia en geworteld in iustitia.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. De heer Stoffer.

De heer Stoffer (SGP):
Ik heb een vraag. We zijn allemaal benieuwd naar wat hoogstwaarschijnlijk aankomende vrijdag aan stukken naar ons toe komt. Maar daar ga ik geen inhoudelijke vragen over stellen. We hebben al een stuk, namelijk het stuk-Jetten/Bontenbal. Daar zagen we onder andere iets in staan over het postennetwerk vanuit Nederland, om dat te versterken, vooral daar waar opkomende economieën zijn. Nou, dat steunen wij van harte en daar ben ik blij mee. De vraag is ook: hoe kijkt de heer Boswijk aan tegen het openhouden van posten in fragiele staten? Daarbij noem ik heel nadrukkelijk ook Zuid-Sudan, dat op dit moment toch wat onder druk staat. Mevrouw Dobbe staat daar. Wij hebben samen een amendement, met dekking, om te kijken of we die posten daar toch kunnen openhouden. We denken namelijk dat dit van heel groot belang is voor onze positie in de wereld, maar vooral ook voor de mensen daar.

De heer Boswijk (CDA):
Het standpunt van het CDA is dat we altijd voorstander geweest zijn van het openhouden en het stimuleren van een fijnmazig postennetwerk. We zijn ook altijd vrij vocaal geweest tegen de bezuinigingen die op dat gebied hebben plaatsgevonden. Dat is onze inzet. Dat staat ook in het document waar de heer Stoffer net aan refereerde. Tegelijkertijd weet de heer Stoffer ook dat er ergens in deze omgeving nog een onderhandeling aan de hand is. Ik weet natuurlijk niet wat er gegeven en genomen gaat worden. Als woordvoerder Buitenlandse Zaken heb ik dat pleidooi meegegeven aan mijn opperhoofd. Ik ben heel benieuwd of hij dat eruit haalt. Dat durf ik niet te zeggen. Op een amendement ga ik ook echt nog niet vooruitlopen. Gelukkig hoeven we ook nog niet deze week te stemmen over de amendementen. Dat is nog enigszins positief. Ik sta er zeker welwillend tegenover, maar ik heb ook wel een formatie in mijn achterhoofd.

De heer Stoffer (SGP):
Nou, dit klinkt al wel veelbelovend. Mevrouw Dobbe en ik zijn denk ik heel tevreden als er een warme aanbeveling van de heer Boswijk komt aan de mensen die aan de onderhandelingstafel zitten. Dat amendement komt pas daarna, dus dat helpt ons ook om ons een beetje in de buurt van dat kabinet te houden, zeg ik er maar bij. Maar dank voor het antwoord.

De heer Boswijk (CDA):
Heel goed. Ik vond het ook mooi om te zien dat de SGP en de SP onder een amendement staan. Dat vind ik optimistisch.

De voorzitter:
Het kan wél.

De heer Hoogeveen (JA21):
Een interessant betoog van collega Boswijk. Ik heb met interesse geluisterd. Het werpt bij mij wel een vraagteken op. De heer Boswijk begon zijn betoog met kwetsbare afhankelijkheden: medicijnen, China, Verenigde Staten. Vervolgens kwam er later in het betoog juist het inzetten op handelsverdragen, zoals Mercosur. Dan creëer je ook weer wederzijdse afhankelijkheden als we kijken naar bijvoorbeeld de Emiraten, het handelsverdrag waar we nu mee bezig zijn in Europees verband.

De voorzitter:
En uw vraag?

De heer Hoogeveen (JA21):
Kijk ook naar India en het mogelijk meer investeren met China. Hoe rijmt de heer Boswijk nou precies dat schisma in zijn verhaal?

De heer Boswijk (CDA):
Een hele terechte opmerking. Wij als Europa en als Nederland zijn geen eiland, dus nul afhankelijkheid gaat niet gebeuren. Afhankelijkheden zal je altijd hebben. Ik denk alleen dat het vooral de balans is hoe afhankelijk je van iets bent. Ik zei net dat 86% van de Nederlanders op één socialmediaplatform zit. Dat is een ongezonde balans. Hoe kan je dan een gezondere balans creëren? Dat is enerzijds door zelf meer te gaan doen, dus door zelf met alternatieven te komen. Die kosten ook mogelijk wat meer. Ook kun je kijken of je bepaalde afhankelijkheden kunt diversificeren. Je gaat dan kijken: oké, we gaan niet nog meer lng uit Qatar en uit de VS halen, maar we gaan samen met het Verenigd Koninkrijk inzetten op SMR's om onze energievraag te diversificeren. Ik ben dus heel erg voor handelsverdragen, maar alles in balans.

De heer Hoogeveen (JA21):
Dat werpt bij mij de vraag op: waar trekt het CDA dan de grens? Waar wil je dan wel en niet afhankelijk van zijn en wie bepaalt dat?

De heer Boswijk (CDA):
Dat is een terechte vraag. Eerlijk gezegd is die discussie natuurlijk een beetje fluïde, omdat de geopolitieke situatie ervoor zorgt dat we ons elke keer moeten verhouden tot de vraag wie eigenlijk onze bondgenoten nog zijn. Ik heb er altijd al, al jaren, voor gepleit om onze afhankelijkheden van Rusland en China af te bouwen, maar ik denk dat we op dit scharnierpunt helaas moeten concluderen dat de VS daar nu een onderdeel van zijn. Ik wil er ook meteen voor waken dat we ons met allemaal nieuwe bondgenoten tot over onze oren in een nieuwe afhankelijkheid storten. We moeten zorgen dat een volgende generatie te maken heeft met een goede balans, dus een verdeling die een beetje gelijkwaardig is. Eigenlijk gaat het erom dat je niet chantabel bent.

De voorzitter:
Eén korte vraag van mevrouw Dobbe.

Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel, voorzitter, dat u mij nog een vraag toestaat. Mijn vraag gaat ook over de afhankelijkheden van strategische sectoren. Wij zijn er ook heel erg voor om die af te bouwen, zeker de afhankelijkheid van de Verenigde Staten op dit moment. Ik hoorde de heer Boswijk ook spreken over de farmaceutische industrie en de afhankelijkheid daarvan voor onze medicijnen. Een commerciële farmaceut, of die nou uit de VS of uit Europa komt, is commercieel. Vindt de heer Boswijk dat we in dit soort of andere voorbeelden, als we toch zo strategisch gaan kijken en zeggen dat we dit gaan doen, ook moeten kijken naar publieke zeggenschap?

De heer Boswijk (CDA):
Poeh, dat gaat meteen heel erg ver. Als een bedrijf iets in Europa zou kunnen produceren en als dat iets duurder gaat worden dan als je het bijvoorbeeld in India of de VS doet, kan de overheid, zoals ik ernaar kijk, best bijvoorbeeld iets doen met bepaalde onrendabele toppen. Niemand wil een noodvoorraad aanleggen, want dat kost geld; dat kan je als overheid of gemeenschappelijke Europese overheden op je nemen. Ik denk meer aan dat soort manieren. Ik begrijp de vraag vanuit de SP. Ik denk dat wij daar als CDA net iets anders in zitten.

De heer Klos (D66):
Dank voor het mooie betoog. De heer Boswijk zegt: strategische afhankelijkheid is heel erg duur en strategische autonomie is ook duur, maar dat zouden we eigenlijk samen moeten bereiken en dat is binnen de Europese Unie ook makkelijker bereikbaar. Dat is een wereld die Johan de Witt misschien niet helemaal zou herkennen, maar dat is wel een wereld waar wij nu in leven. Ik vind het ook mooi dat de heer Boswijk bepleit dat dat op Europees niveau bereikt zou moeten worden.

De voorzitter:
Uw vraag, meneer Klos?

De heer Klos (D66):
Mijn vraag is: is de heer Boswijk het dan ook met mij eens dat Nederland zich iets minder gierig zou moeten opstellen in de discussie over de Europese begroting? Daarin kunnen we namelijk precies een aantal strategische projecten voor grondstoffen of energie-infrastructuur financieren. Dat zijn dingen die we gezamenlijk zullen moeten doen om die afhankelijkheid af te bouwen.

De heer Boswijk (CDA):
Ik denk niet dat wij zo ver gaan als D66, maar ik denk dat we daar inderdaad iets pragmatischer in moeten zijn. Soms klinkt het lekker als je een van de vrekkige vier of vijf bent, maar dan betaal je op allerlei andere dossiers gewoon de rekening. Zo werkt Europa. Ik denk dat dat uiteindelijk niet in ons belang is. Je zou dit van geval tot geval moeten bekijken, maar wij zijn wat mij betreft wel iets minder vrekkig.

De heer Klos (D66):
Dank.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik dank de heer Boswijk voor zijn bijdrage. Ik ga schorsen voor het diner, maar voordat ik dat doe, heb ik nog een soort kleine huishoudelijke mededeling, want mevrouw Piri heeft in haar inbreng aangekondigd haar amendement op stuk nr. 3 in te willen trekken. Voor ieders duidelijkheid maak ik daar hier nog even melding van.

Het amendement-Piri (stuk nr. 3) is ingetrokken.

Ik schors voor een kleine drie kwartier, zodat alle mensen die hier werken en ons ondersteunen, fatsoenlijk kunnen eten.

De vergadering wordt van 18.39 uur tot 19.29 uur geschorst.

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de begroting Buitenlandse Zaken. Wij gaan fris en zonder afterdinnerdip naar meneer Hoogeveen van de fractie van JA21 luisteren. Gaat uw gang.

De heer Hoogeveen (JA21):
Dank, voorzitter. Altijd lekker, inderdaad, na de dinerpauze.

Voorzitter. De minister is er door vorige sprekers al naar gevraagd, maar ook mijn fractie is, om te beginnen, benieuwd naar een update over de lopende ontwikkelingen betreffende Groenland, Venezuela en Oekraïne. Verder loopt de spanning inmiddels op rondom ayatollahs in Iran. Een Amerikaanse aanval lijkt op handen en de recente berichtgeving die spreekt over duizenden doden in de protestgolf is ronduit schokkend. Graag hoor ik hierover de laatste stand van zaken en wat de inzet is van de Nederlandse regering.

Verderop in het Midden-Oosten zijn de gevechten tussen de Syrische Democratische Strijdkrachten en de Syrische regering inmiddels beland in een tijdelijke wapenstilstand. Naar verluidt zijn 140.000 mensen op de vlucht geslagen en is de stad Kobani omsingeld. Ik heb samen met mijn collega Boomsma al Kamervragen ingediend over het gevaar dat bestaat rondom het ontsnappen van IS-strijders. Zij zaten in gevangenissen in Noord-Syrië die oorspronkelijk werden bewaakt door de SDF. Kan de minister toelichten welke stappen worden overwogen tegen de huidige Syrische regering?

Voorzitter. Dan consulaire zaken. Anderhalf jaar geleden werd de motie-Van der Burg c.s. aangenomen om personen die zich zonder gegronde reden in een rood reisgebied bevinden een financiële bijdrage te laten betalen voor een door de regering georganiseerde evacuatie. Mijn fractie vond en vindt dit nog altijd een zeer redelijk idee, evenals de motie-Van der Burg/Piri van een maand later die opriep tot het oprichten van een zwart reisadvies. Kan de minister een update geven over beide Kamerverzoeken?

Voorzitter. Nog iets consulairs. JA21 steunt de heroriëntatie van het postennet. In een wereld die steeds transactioneler wordt en waarin machtsblokken elkaar beconcurreren, moet diplomatie worden ingezet waar handel en grondstoffen zijn en waar economische kansen en strategische belangen liggen. Buitenlandse Zaken is daarbij een instrument van nationaal belang, geen ngo.

Voorzitter. Dat brengt mij bij Venezuela, een buurland van het Caribisch deel van het Koninkrijk. In Caracas is Nederland momenteel vertegenwoordigd door een zaakgelastigde, terwijl andere Europese landen wel een volwaardige ambassadeur ter plaatse hebben. De situatie in Venezuela is veranderd en biedt kansen voor Nederland en het Koninkrijk. De minister heeft recent al direct contact gehad met waarnemend president Rodríguez. Hoe kijkt de minister naar de huidige situatie? Is er gesproken over een rol voor Nederland in de transitie van Venezuela, met name in de olie-export? Is er mede in het licht van de heroriëntatie van het postennet ook ruimte voor een volwaardige ambassadeurspost in Caracas?

Voorzitter. Dan kom ik bij hetgeen waar ik de rest van mijn bijdrage op wil richten: eurobonds. Via deze Buitenlandse Zakenbegroting vinden immers de uitbetalingen van het coronaherstelfonds en de Nederlandse afdrachten aan de EU plaats. In de geopolitieke kwesties die zich aandienen is het belangrijk om uit te zoomen en een stap terug te doen. Een van de grootste structurele bedreigingen voor de kracht van het Westen is namelijk de oplopende staatsschuld. Hoge schulden betekenen hogere rentelasten, minder ruimte voor investeringen, bijvoorbeeld in defensie en veiligheid, en een kwetsbaardere economie. Het IMF en de OESO waarschuwen al langer dat juist in een wereld van toenemende geopolitieke spanningen de schuldhoudbaarheid onder druk komt te staan en ons extreem kwetsbaar maakt. Wie een sterk Europa wil, moet dus inzetten op hervormingen: terug naar begrotingsdiscipline en economische groei door rigoureuze deregulering en lastenverlagingen. Groei komt niet uit steeds maar weer nieuwe gemeenschappelijke schulden aangaan, maar uit productiviteit, uit een kleiner en doelmatiger staatsapparaat in de lidstaten en uit vrijhandel, binnen en buiten de EU. Vanuit dat perspectief is de kritiek van JA21 op eurobonds ook geen dogma maar een kwestie van gezond verstand.

Het kabinet-Rutte III heeft destijds getekend voor het peperdure coronaherstelfonds. Eerst dachten we nog dat er van de garantstelling van 48 miljard euro Nederlands geld een kleine 6 miljard terug zou komen, dus een achtste deel. Nu trok de Algemene Rekenkamer aan de bel omdat de helft van deze 6 miljard onzeker is. Kan de minister ons een update geven over waar de rest van die 3 miljard blijft? Kan hij ons laten weten dat die niet door het putje zal wegvloeien? De Europese Rekenkamer ging afgelopen voorjaar al met de spreekwoordelijke vlammenwerper over dit Herstelfonds. Zij schatten dat lidstaten tot 2028 jaarlijks meer dan 20 miljard kwijt zullen zijn aan terugbetaling en rente, terwijl amper meetbaar is wat er van de oorspronkelijke astronomische 724 miljard euro is vernomen. Ik heb het zelf eerder in EW Magazine "erger dan de bekende sigaar uit eigen doos" genoemd: een kwart van die gigantisch pot is naar Italië gevloeid. EW Magazine noemde het zelf daarom ook treffend "het Italiaanse smulfestijn met als voorafje een superbonus". Deze superbonus stond voor de manier waarop het verduurzamen van huizen werd gesubsidieerd met een vergoeding van maar liefst 110%. Om het geld op te krijgen, gaf men Italiaanse kinderen van 4 tot 7 jaar een iPad in het kader van digitalisering, om nog maar niet te spreken van de fraudezaken. Het Europese Openbaar Ministerie heeft er zijn handen vol aan. EW Magazine concludeerde dan ook: een beteren reclame tégen Europees lenen bestaat niet.

Maar afgelopen voorjaar volgde 150 miljard via SAFE, en in december hebben we wederom hetzelfde laten gebeuren. Nu ging het om 90 miljard voor Oekraïne. Dat land heeft een gat op de begroting en dreigt om te vallen als we niet bijspringen. Het moge duidelijk zijn dat JA21 zich wat Oekraïne betreft altijd zeer constructief heeft opgesteld, en ook heeft meegestemd om meer financiering vanuit Nederland los te krijgen. Maar ineens kwamen ook de eurobonds weer uit de hoge hoed. Het kabinet is op papier tegen eurobonds, maar vertikt het om het beestje bij de naam te noemen en houdt het op "gezamenlijk doorlenen". Als kers op de taart bleek onlangs dat de Commissie weigert de miljoenen aan rentekosten zelf te betalen. De belofte van de premier dat Nederland geen extra geld zou hoeven over te maken aangezien deze rentekosten uit de Brusselse begroting zouden worden gedekt, gaat dus ook op de helling. Zo dreigt het weer op beleidsartikel 3 van deze begroting van Buitenlandse Zaken te belanden: de afdrachten aan de Europese Unie.

Voorzitter. Onder dit gesternte zou ik graag de volgende vragen aan de minister willen stellen. Hoe kijkt het kabinet naar het feit dat dit de eerste keer is geweest dat tot gezamenlijke leningen is besloten, maar dat dit gebeurde op basis van optionele deelname? Waarom heeft het kabinet geen opt-out bedongen, zoals Hongarije, Tsjechië en Slowakije hebben gedaan, en waarom heeft het niet besloten in te zetten op verhoogde bilaterale steun aan Oekraïne? Gaat Nederland toch meebetalen aan de rentekosten om de Europese Commissie te redden van deze extra kostenpost? Wij vrezen dat de gevolgen niet te overzien zijn nu het volgende schaap over de dam is en de drempel voor eurobonds wederom lager is komen te liggen.

Voorzitter, afrondend. Uit een brief van gisteren blijkt dat intern onderzoek op het ministerie met betrekking tot het openlijk beschadigen van voormalig minister Veldkamp niets heeft opgeleverd. Hiermee accepteren we dus dat ambtenaren hun ministers in de media mogen afvallen. Iedere minister is vogelvrij. Hoe kijkt de minister hiernaar?

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar de heer Dekker, die spreekt namens de fractie van Forum voor Democratie. Gaat uw gang.

De heer Dekker (FVD):
Dank u wel, voorzitter. De buitenlandbijdrages van onze partij in de afgelopen vijf jaar hadden altijd twee centrale componenten: enerzijds stevige kritiek op supernationale structuren, de EU en de NAVO, met de negatieve invloed daarvan op onze onafhankelijkheid en onze mogelijkheden om te doen wat nodig is voor Nederland en anderzijds aandacht voor de diepere, vaak verzwegen oorzaken van conflicten. We wilden en willen verder kijken dan de werkelijkheid zoals die vanuit het Noord-Atlantisch perspectief vaak door vervormde en gecensureerde berichtgeving aan de bevolking wordt gepresenteerd. Dit is de opgelegde preferente werkelijkheid, om met generaal-majoor Van Kappen te spreken. Dat leverde soms standpunten op die afwijken van de hoofdstroom en die niet altijd meteen worden begrepen. Maar juist door deze onafhankelijk en kritische benadering hebben we op cruciale dossiers, zoals rondom Nord Stream 2, ook geopolitieke spelletjes kunnen blootleggen.

In een snel veranderd geopolitiek speelveld hebben wij als Nederland onze eigen benadering en toekomstvisie nodig. Namens Forum voor Democratie zou ik daarom willen voorstellen dat Nederland een aantal heldere criteria formuleert waaraan ons buitenlandbeleid zou moeten worden getoetst. Allereerst: de belangen van Nederland en de Nederlanders staan centraal en zijn onze absolute topprioriteit. In eerste instantie zijn wij Nederland. Pas in tweede instantie zijn we onderdeel van overkoepelende organisaties, waarbij we voortdurend moeten blijven nagaan of onze nationale belangen voldoende worden gediend. Ik bedoel dan: geen blind vertrouwen, altruïstisch handelen, zonder meer vasthouden aan oude afspraken of anderszins handelen tegen onze eigen belangen in. In de tweede plaats gaat het om versterking van onze eigen economische kracht zonder kwetsbare afhankelijkheden op korte en lange termijn. Ten derde heb ik het over vrijheid, vrede en veiligheid als basis voor ons handelen, waarbij op voorhand samenwerking en handel met niemand zijn uitgesloten. Tot slot: een open kritische en pluriforme blik. Vaak zijn zaken niet wat ze op het eerste gezicht lijken. Deze vier criteria vormen het kompas dat ons leidt door de complexe internationale verhoudingen van deze tijd.

Voorzitter. Europa zit in een diepe existentiële crisis, niet alleen economisch, maar ook cultureel, militair en niet in de laatste plaats op het gebied van vrijheid van meningsuiting. Het anker waarop Europa zich altijd slaafs heeft verlaten, de Verenigde Staten, is in beweging. De teloorgang van Duitsland in de afgelopen tien jaar is kenmerkend voor het enorme Europese verval. Economische groei is zo'n beetje tot stilstand gekomen. Grote industrieën als BASF, Volkswagen en BMW, leiden een kwijnend bestaan. Investeringsplannen komen niet verder dan de planfase. De energiesituatie is hopeloos. De langlopende gasleveringscontracten van Nederland aan Duitsland, tegen geheime en voor Duitsland zeer gunstige tarieven, vormen deze dagen voor Duitsland nog de enige betaalbare energievoorziening.

De voorzitter:
Ik hoorde een punt. Daarmee geef ik de heer Boswijk ruimte voor een vraag. Gaat uw gang.

De heer Boswijk (CDA):
De heer Dekker begon zijn inbreng met de basis van Forum voor Democratie. Als ik even kijk naar wat de afgelopen jaren de boodschap van Forum voor Democratie is geweest, dan gaat het heel erg over soevereiniteit en over het idee dat de Nederlandse bevolking vooral haar eigen toekomst moet bepalen. Dat uit zich in het pleidooi voor een referendum en in het pleidooi voor een nexit. Wat ik dan niet begrijp is dat Forum voor Democratie, terwijl zij als partij altijd voor soevereiniteit is, de enige partij is geweest die tegen een motie stemde waarin de oproep stond om de Groenlanders te steunen. Dat gaat toch over soevereiniteit? Of was dat iets wat Forum voor Democratie dan net even niet uitkomt?

De heer Dekker (FVD):
Als wij het hebben over soevereiniteit, iets wat we belangrijk vinden, dan gaat het over de Nederlandse soevereiniteit. We zijn niet de wereldwijde beschermers van soevereiniteit. Dat is, denk ik, een misvatting. De kwestie-Groenland is natuurlijk een heel speciaal verhaal. Ik kom daar nog op, maar ik moet eerlijk zeggen dat ik de argumenten die vanuit de Verenigde Staten naar voren worden gebracht en die duidelijk maken waarom zij het belangrijk vinden aanspraak te maken op Groenland, niet heel vergezocht vind. Die argumenten zijn wel degelijk discussie waard. Ik vind dat de Europese landen daar nogal verhit op reageren, terwijl je ook een heel rustige discussie zou kunnen voeren over de vraag wat we precies willen en wat er precies aan de hand is. Ik vind het geroep over soevereiniteit vanuit landen die zelf op allerlei fronten hun soevereiniteit al lang geleden hebben ingeleverd, aan de EU, de NAVO en al die andere instellingen, over een blok ijs als Groenland nogal overdreven. Ik zou daar een veel volwassener debat over verwachten dan alleen maar het hameren over bestaande landsgrenzen, die inderdaad in formele zin bestaan.

De heer Boswijk (CDA):
Ik vind het een wat warrig verhaal, als ik eerlijk ben. Ik hoor de heer Dekker net zeggen dat we als Nederlanders vooral moeten bekijken wat in ons eigen belang is. Het is in ons belang dat soevereiniteit van landen wordt gerespecteerd. Als wij niet opkomen voor dat principe, waarom zouden andere landen dan opkomen voor onze soevereiniteit? Dat is het hele idee van het internationale recht. Als we dat wegschuiven, en dat is eigenlijk waar Forum voor Democratie voor pleit, dan geldt het recht van de sterkste. Dat zijn de twee smaken waar we tussen kunnen kiezen. Ik hoor Forum voor Democratie hier zeggen: "boeiend, die stukken ijs ver weg. Dat interesseert ons niet. De Amerikanen hebben legitieme ideeën". Dat is hetzelfde wat ik Forum voor Democratie eerder heb horen zeggen wat betreft Oekraïne versus Rusland. Het hele idee is toch dat grenzen wel bepaald zijn? Het idee is toch dat volken wél over hun eigen toekomst gaan en dat andere landen dat niet zomaar met geweld kunnen opleggen? Ik vraag dan dus toch aan Forum van Democratie om een keer consequent te zijn. Als u zegt soevereiniteit belangrijk te vinden, dan kunt u dat niet alleen voor de Nederlandse bevolking vinden. Dan moet u vinden dat alle volken over hun eigen toekomst gaan.

De heer Dekker (FVD):
Dat is toch een beetje met twee maten meten. Als je kijkt wat het Westen, de NAVO, de laatste decennia op dat front heeft gedaan, dan moet je toch zeggen dat de soevereiniteit van heel wat landen blijkbaar niet aan de orde was. De soevereiniteit van Joegoslavië was blijkbaar niet aan de orde. De soevereiniteit van Syrië was blijkbaar niet aan de orde. De soevereiniteit van Libië en Irak was blijkbaar niet aan de orde. Uiteindelijk is het dus blijkbaar toch een machtskwestie. Het internationaal recht is natuurlijk een prachtig stelsel. Je zou dat ook moeten beschermen. Aan de andere kant is macht, als er echt grote zaken aan de orde zijn of als er echt grote partijen een rol spelen, toch de doorslaggevende factor. Daar moet je denk ik realistisch in zijn.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Boswijk (CDA):
Het internationaal recht is nooit perfect geweest. Ik heb daar zelf ook uitgebreid op gereflecteerd. Maar het is toch het begin van het einde als wij, in het geval van Groenland, nu al zeggen dat het ons even niet uitkomt en dat andere landen sterker zijn en we het dus maar laten gaan? Het zou dan toch juist sterker zijn als wij als Europese landen samenkomen met heel veel landen in de wereld, zoals Japan, Zuid-Korea en noem maar op, die allemaal baat hebben bij het internationaal recht? Dat zou toch veel sterker zijn dan om te zeggen dat het even niet anders is? Als we dat namelijk doen, dan bevinden we ons op een glijdende schaal. Dan is soevereiniteit iets van het verleden, waar wij als Nederlanders überhaupt niks meer over te zeggen hebben.

De heer Dekker (FVD):
Ik blijf wijzen op het feit dat wij daar niet consequent in zijn. Als het internationaal recht je niet helpt, zul je uiteindelijk — zoals zelfs de premier van Canada zei — andere wegen moeten zoeken om je recht te organiseren. Dat zijn uiteindelijk toch de wegen van de macht. Dat is in veel gevallen vrees ik het geval. Nogmaals, wij hebben daar niet zo'n geweldig schoon historieverhaal in. We hebben in het verleden namelijk nogal wat grenzen verschoven. We hebben grenzen overschreden van landen waarvoor dat dan blijkbaar niet telt. De heer Boswijk gaat niet in op de voorbeelden die ik gaf, maar dat zijn natuurlijk wel voorbeelden van schending van het internationaal recht, die je met evenveel recht zou kunnen bestrijden. Maar wij deden daar in Afghanistan, en noem het maar op, braaf aan mee.

De heer Erkens (VVD):
De heer Dekker had het over de NAVO. Hij gaf in het interruptiedebatje tussen hem en de heer Boswijk aan dat de NAVO de standaarden van nu ook niet altijd gevolgd heeft. Hoe kijkt de heer Dekker dan naar de oostwaartse uitbreiding van de NAVO en het effect daarvan op de geopolitieke situatie?

De heer Dekker (FVD):
Dat is ook een machtskwestie. Kijk, er wordt vaak gezegd dat ieder land, omdat landen soeverein zijn, vrij is om zich bij welke alliantie dan ook aan te sluiten. Dat klinkt heel mooi, maar wanneer je in het echte machtsgebied van een grootmacht zit, gaat die logica niet op. Om dezelfde reden kan Mexico zich ook niet zomaar aansluiten bij de BRICS, of kan het niet door Chinezen worden voorzien van raketten die op de Verenigde Staten gericht zijn. Dat is hetzelfde. Dat speelt daar nu niet, al speelde dat enige tijd geleden in Cuba natuurlijk wel. Dat vinden we allemaal heel logisch, want dat kan natuurlijk niet waar zijn. Ik vind dat toch een beetje een vergelijkbare situatie. Ik kan me de zorg, in dit voorbeeld van Rusland, rondom de uitbreiding van de NAVO richting het oosten dus wel voorstellen. Ik vind dat niet heel raar. Dat is machtspolitiek. Het is geen internationaalrechtspolitiek, dat klopt. Maar machtspolitiek speelt gewoon een rol in de internationale verhoudingen.

De heer Erkens (VVD):
De heer Dekker gaf net rondom Groenland aan dat er nogal stevig gereageerd werd vanuit Europese landen en dat je daar een rustigere discussie over moet kunnen voeren met elkaar, gegeven ook de machtsbelangen die de VS had. Volgens mij parafraseer ik hem hiermee correct. Geldt hetzelfde dan ook voor de Baltische staten? Moet daar inderdaad ook rustiger over gesproken worden? Of vindt Forum voor Democratie dat, hoewel ze in de oude invloedssfeer van Rusland zitten, ze wel gewoon onderdeel van de Europese Unie en de NAVO zijn?

De heer Dekker (FVD):
Ik denk dat de situatie bij de Baltische staten heel anders is. Sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie zijn dat zelfstandige, soevereine staten. Er is geen bijzondere reden, voor in dit geval Rusland, om die staten in te nemen. Er is ook geen reden om daar, althans op dit moment, een dreiging van te zien uitgaan. Ik zou het dus zeker niet willen toejuichen als daar de grens zou worden overschreden. Dat lijkt mij niet gepast.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Erkens (VVD):
Ja, afrondend. Er rouleren ook best wel vaak Nederlandse troepen in deze Baltische staten. Forum voor Democratie steunt dus ook het feit dat onze troepen daar zitten om Rusland af te schrikken?

De heer Dekker (FVD):
Op dit moment zijn wij gebonden aan de NAVO-richtlijnen en zullen wij ons houden aan wat er in NAVO-verband allemaal is afgesproken. Dit is daar een voorbeeld van.

De heer Klos (D66):
Ik probeer even goed te begrijpen waar de grenzen van deze theorie liggen. Net in het interruptiedebat met de heer Boswijk heeft de heer Dekker een nieuwe maatstaf voor soevereiniteit geïntroduceerd, namelijk: als je een machtig land bent en goed kunt onderbouwen dat je ergens anders een veiligheidsbelang hebt, kun je ertoe besluiten om de soevereiniteit van een ander land te schenden. Dat is de theorie van Forum voor Democratie. Als Duitsland goed zou kunnen onderbouwen dat het een kortere toegang wil hebben tot het Verenigd Koninkrijk en bezit wil nemen van Nederland, vindt u dan dat Duitsland als machtiger land met een grotere economie Nederland zou mogen innemen?

De heer Dekker (FVD):
Dit is weer een beetje een verdraaiing van wat ik zei. Ik zeg niet dat ik het toejuich wanneer grote, machtige landen daartoe overgaan. Ik bepleit het niet. Ik stel alleen vast dat het de feitelijke verhoudingen in de wereld zijn. In het geval van Duitsland en Nederland lijkt het me niet dat de verhoudingen zo liggen, maar in het geval van de grootmachten — dan heb ik het met name natuurlijk over de Verenigde Staten en Rusland, en misschien in zekere mate ook wel over China — is dat op een zeker moment een gegeven en zul je daarmee moeten dealen. In dat soort situaties is het internationaal recht maar een van de overwegingen, helaas.

De heer Klos (D66):
We hebben nu juist een wereld gebouwd waarin dat onmogelijk zou moeten zijn. Na 1945 hebben we gezegd: dat principe accepteren we niet meer. Als Forum voor Democratie dat principe wil herintroduceren, dan moet het daar eerlijk over zijn en horen we dat graag.

De heer Dekker (FVD):
Nogmaals, voor landen in Afrika of landen in het Midden-Oosten lijkt dit allemaal niet te gelden. Dit geldt alleen maar, in de betogen die ik nu hoor, voor de landen in het Westen. Maar ook in Afrika en het Midden-Oosten gaan wij vanuit het Westen vaak grenzen hertekenen, alsof het helemaal niks is. Een land als Libanon schuift heen en weer. We hebben Irak gehad, zoals ik al zei. Iran is ook voortdurend aan de orde. Ik denk dan: als je het internationaal recht zo belangrijk vindt, dan moet je je er in alle gevallen ook aan houden. Maar zo werkt het natuurlijk niet. Wij zijn ook een machtsspeler en wij doen soms dingen die internationaalrechtelijk eigenlijk niet verdragen kunnen worden. Ik heb dit voorbeeld eerder gegeven: wanneer je op het punt staat een zebrapad op te stappen, maar er komt een hele grote truck aan denderen, dan heb je alle rechten van de wereld om te gaan en moet die truck stoppen, maar toch is het verstandig om een stapje terug te doen. Dat is het verschil tussen internationaal recht en internationale betrekkingen.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Klos (D66):
Ik constateer dat Forum voor Democratie schrikt van de consequenties van zijn eigen nieuwe maatstaf voor wanneer soevereiniteit wel en niet geldig is, en met een wat warrig verhaal komt over hoe we dan naar de rest van de wereld moeten kijken.

De heer Dekker (FVD):
Voorzitter, ik vervolg mijn betoog. Waar was ik gebleven? De energiesituatie in Duitsland is hopeloos. De langlopende gasleveringscontracten van Nederland aan Duitsland tegen geheime en voor Duitsland zeer gunstige tarieven vormen deze dagen voor Duitsland nog de enige betaalbare energievoorziening. Nu legt president Trump dat allemaal bloot. In zijn eerste termijn bleek hij volkomen gelijk te hebben over defensie en energie. Nu, in zijn tweede termijn, definieert de recente Amerikaanse nationale veiligheidsstrategie de EU feitelijk als een stervende patiënt die niet meer voor zichzelf kan zorgen. De kritiek op Europa is vernietigend en komt neer op verlies van identiteit en eigenheid, parasitair gedrag op economisch en militair gebied, en bureaucratische tirannie. Brussel bepaalt hoe wij ons moeten voelen, wat we mogen zeggen en hoe we moeten leven.

Echt politiek leiderschap zou deze zware Amerikaanse kritiek opvatten als een wake-upcall. Maar wat zien we? Vooral boosheid en gelach; het is dezelfde verwaande houding die we in 2017 en 2018 zagen, toen Trump zijn eerste waarschuwing uitsprak. De traditioneel leidende landen van Europa en hun regeringen gedragen zich letterlijk als die van Rome tijdens zijn verval in de vijfde eeuw en als die van Nederland in de achttiende eeuw. Ideologie vermengd met arrogante, morele zelfverheerlijking is het recept voor de teloorgang van een samenleving.

De EU is een soort ideologisch bolwerk geworden dat onze welvaart, autonomie, veiligheid en groei in de toekomst aantast. Het is een diep bureaucratisch en technocratisch instituut waar met verve wordt verdedigd dat biologische mannen zwanger kunnen worden, dat massale niet-westerse immigratie een zegening is en dat groene groei bestaat. Maar wat heeft de EU bijgedragen aan de verbetering van Nederland in de afgelopen twintig jaar? We hebben er in die periode minstens 200 miljard euro ingepompt. Daarvan is niet meer dan de helft — dan rond ik naar boven af — teruggekomen. De EU geeft ons het gevoel dat zij economisch van waarde is, maar lijkt ons vooral geld te kosten.

Hetzelfde geldt in zekere zin voor de NAVO, maar dan op het gebied van veiligheid. Zeker, de NAVO heeft een goede rol gehad, maar vanaf de jaren negentig was de rol en de betekenis ervan onduidelijk. De dominante rol van de Sovjet-Unie als ideologische en militaire vijand van het Westen, waarvoor de NAVO is opgericht, is verdwenen, al wordt het Oekraïneconflict wel zo geframed. In de tussentijd maakte de NAVO de VS-wapenindustrie rijk en Europa afhankelijk.

Voorzitter. We zouden onszelf voortdurend twee vragen moeten stellen over onze bi- en multilaterale samenwerkingsverbanden: wat leveren deze concreet op voor Nederlanders en wat is het concrete plan en beoogde resultaat voor de toekomst van Nederland?

Voorzitter. We moeten willen begrijpen dat de geopolitieke realiteit volledig is veranderd, tenminste als we willen dat ons land überhaupt nog relevant blijft. De nieuwe veiligheidsstrategie van de VS zet in op controle over een gedefinieerde invloedsfeer bestaande uit Zuid- en Midden-Amerika, Canada, Groenland, Indonesië, Japan, de Filipijnen, Australië en Nieuw-Zeeland. Dat betreft ruim 50% van het wereldwijde GDP en een zeer grondstofrijk gebied. De invloedssferen van Rusland en China zijn eveneens helder gedefinieerd: het midden en zuiden van Afrika wordt waarschijnlijk een strijdtoneel voor deze drie blokken, gericht op schaarse grondstoffen. Brazilië en India krijgen een aparte status. Oekraïne kan op termijn het Zwitserland van Oost-Europa worden.

Dit nieuwe geopolitieke model draait niet meer om ideologie of mensenrechten. Die waren altijd al selectieve retoriek. Het draait om grondstoffen, voedsel en water, militaire macht en technologisch leiderschap, big tech en kunstmatige intelligentie, en controle over outer space met connectiviteit, navigatie en satellieten. Hierbij — dit is het kritieke punt — vallen Noord-, West- en Midden-Europa buiten deze nieuwe balans en dreigt dat de orphan area, het verweesde gebied, van de wereld te worden. Dit specifieke Europese blok van zo'n 25 landen, met een gezamenlijk GDP van ongeveer 20.000 miljard, staat er niet best voor. Naast enorme culturele en demografische problemen zijn er grote andere zwakten: beperkte eigen grondstoffen en op dat vlak sterke afhankelijkheid van anderen, nauwelijks eigen satellieten en navigatiesystemen, energiezwakte omdat er geen efficiënte en toekomstbestendige strategie is, grote afhankelijkheid van China en Amerika op het gebied van economie, technologie, AI, big tech en medicijnen, een industrie onder grote druk door een razendsnel eroderende concurrentiepositie, de voedselvoorziening die wordt afgebouwd vanwege klimaat- en natuurextremisme, en geen visie voor 2050 en verder.

Voorzitter. Effectief buitenlandbeleid gaat niet alleen over diplomatie. Het gaat vooral om financiële macht, technologische macht en militaire macht, gekoppeld aan relatieve onafhankelijkheid of aan sterke tegenmacht op essentiële producten en diensten. Een verweesd Europa staat voor belangrijke keuzes. Ik zie drie opties. Optie 1 is doorgaan op de huidige weg van afbouw en cultureel-economisch verval en dat samenvoegen in een federaal Europamodel: een rampscenario. Optie 2 is het volledige vazalschap van Amerika, dus het uitgummen van Europa. Optie 3 is autonome kracht en onafhankelijkheid en daarna effectief samenwerken. Optie 3 is de wenselijke strategie en bestaat wat mij betreft uit tien essentiële stappen.

Stap één: onmiddellijk stoppen met de klimaatstrategie, groene groei en niet-westerse massale immigratie, starten met remigratie en met het stimuleren van autonome geboortegroei, en de centrale overheidsapparaten met ongeveer 40% reduceren. Daarmee komt heel veel geld vrij om te herinvesteren.

Stap twee: het terugbrengen van de EU tot alleen economische samenwerking. Geen ideologische dwang of regeldwang meer vanuit Brussel.

Stap drie: energieonafhankelijkheid via kernenergie en moderne fusie-energie en door fossiele energie volledig terug te brengen op niveau.

Stap vier: een volledig Europees satellietsysteem bouwen en eigen toprakettechnologie. Atoomwapens fors uitbreiden en vernieuwen, want wie denkt dat je impact hebt zonder tegenmacht, leeft in een fantasie.

Stap vijf: een industriële en technologische revival in elk soeverein land. Inzetten op big tech en AI. We moeten onze industrie vitaliseren.

Stap zes: vormgeven van de beste militaire industrie ter wereld. In elk land een volledig capabele defensie met een platinum dome, zou ik zeggen, eigenstandig vermogen om jezelf te verdedigen en een eigen militaire industrie.

Stap zeven: herstructureren van elk soeverein land, gericht op betere onderwijsresultaten, vrijheid van meningsuiting, pluriforme media, forse reductie van regels en voorschriften, een zuiver rechtssysteem en het starten van grote transformatieprojecten.

Stap acht: alle afhankelijkheden mitigeren. Inzetten op technologisch leiderschap en vrijhandel op basis van eigen en wederzijds belang.

Stap negen: superieure logistieke systemen en voedselproductiesystemen bouwen. Voedsel en water zijn de basis voor geopolitieke kracht.

En stap tien: de "één plus één is drie"-samenwerking. Werkelijke synergie gebaseerd op sterkte, niet op het verminderen van zwakte, want een schaal met vers fruit en wat rottend fruit wordt snel helemaal rot.

Met andere woorden, Europa heeft nu, 80 jaar na de Tweede Wereldoorlog, opnieuw een wederopbouw nodig. De extra investeringen hiervoor zijn in de orde van 2.000 miljard euro per jaar in de komende 25 jaar. Dat klinkt als veel, maar het is minder dan wat we jaarlijks verspillen aan bureaucratie, regulering en ideologie-gedreven waardevernietiging. Het wordt tijd voor een herziening van ons buitenlandbeleid in brede zin aan de hand van een nbt, een nationaalbelangtoets.

Voorzitter. Dan Buitenlandse Zaken. De Algemene Rekenkamer benadrukt dat de BuZa-begroting relatief weinig beleidsuitgaven bevat omdat het grootste deel, 90%, een doorgeefluik is voor EU-gerelateerde betalingen. De BuZa-begroting van 16,5 miljard is maar een klein deel van de overheidsuitgaven die feitelijk met geopolitiek en buitenlandbeleid te maken hebben. Nederland besteedt per jaar zo'n 61 miljard aan internationale verplichtingen en circa 50 miljard aan binnenlands klimaat-, natuur-, stikstof- en immigratiebeleid. Defensie vormt daar met 35 miljard de grootste uitgavenpost van. Bij implementatie van die 5%-norm verdubbelt dit nog eens naar 62 of 70, 75 miljard. De EU-afdracht is al 15 miljard. Klimaat is structureel zo'n 10 miljard. Dan heb je het stikstofbeleid, de grote waardevernietiging voor de landbouw en economie. Asiel is zo'n 35 miljard. En dan zijn er garanties ter grootte van vele miljarden; dat werd al genoemd. Een vraag aan de minister: ziet de minister ook dat in de rijksbegroting eigenlijk zo'n 110 miljard verbonden is met buitenlandbeleid? Zou dat hele beleidsveld niet aan de orde moeten zijn bij de vormgeving van buitenlandbeleid? Hoe rijmt de minister het sluiten van diplomatieke posten met de enorme geopolitieke uitdagingen voor ons land? Wat vindt de minister van het idee van een nbt, een nationaalbelangtoets, bij het buitenlandbeleid?

Concluderend, voorzitter. We stellen een ontwikkeling voor die gebaseerd is op eigen kracht en gedeelde belangen, niet op dwang uit Brussel en niet op lijdzaam wachten op bevelen uit Washington. Dat is de synergie van de realistische soevereiniteit. Landen die sterk zijn, zijn onafhankelijk. Landen die onafhankelijk zijn, kunnen kiezen. En landen die kiezen, kunnen samenwerken op basis van wat werkelijk telt: wederzijds belang en wederzijds respect. Dit zou het plan voor de toekomst moeten zijn. Forum voor Democratie staat klaar om dit buitenlandbeleid vorm te geven, uit liefde voor Nederland en de Nederlanders.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dat geeft aanleiding tot een vraag. Meneer Hoogeveen, gaat uw gang.

De heer Hoogeveen (JA21):
Ik heb geluisterd naar het betoog van de heer Dekker en het tienpuntenplan. Ik miste de nexit. Waar is die gebleven?

De heer Dekker (FVD):
Ik heb het gehad over autonomie en soevereiniteit. Ik denk dat wij niet zonder samenwerking kunnen, maar dat kunnen we naar mijn overtuiging niet vanuit de huidige EU. Ik zou er inderdaad voor zijn om de huidige EU te verlaten, de hele EU met het centrale bestuurscentrum te ontmantelen en toe te gaan naar een nieuwe vorm van samenwerking, met name in het verweesde Europa dat ik noemde.

De heer Hoogeveen (JA21):
De heer Dekker zei — maar correct me if I'm wrong — in een van de punten: de EU terugbrengen naar economische samenwerking. Dat impliceert toch dat de EU volgens de heer Dekker tot op zekere hoogte van binnenuit te hervormen is. Klopt dat?

De heer Dekker (FVD):
Dat is een hele goede vraag, want dat is juist wat ik niet denk. Ik denk dat de opzet van de EU, met een hele centrale, sturende bureaucratie die steeds groter wordt, de kern van de problematiek is. Ik denk wel dat soevereine landen op basis van kracht moeten samenwerken, zoals ik al aangaf. Ik denk niet dat wij vervolgens allemaal op ons dooie eentje moeten doorgaan, maar dat we elkaar wel degelijk moeten opzoeken. Dat zou dan moeten op basis van gelijkwaardigheid en soevereine onderdelen, niet op basis van een centraal geleide en steeds meer politieke Unie.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Hoogeveen (JA21):
Met dat laatste punt ben ik het eens. Ik vind het nog wel wat verwarrend hoe de nexit er dan volgens Forum voor Democratie uitziet. We gaan dan uit de Europese Unie. Dan worden we misschien lid van de EFTA of de EER, de Europese Economische Ruimte. Uiteindelijk ben je dan nog steeds afhankelijk van de Europese Unie als wetgevend instituut en qua bureaucratie, want je moet nog steeds voldoen aan die wet- en regelgeving. Of ziet Forum voor Democratie dat anders?

De heer Dekker (FVD):
In mijn ideale plaatje zou de hele EU opgedoekt worden, zouden de landen weer soeverein zijn en zouden we vervolgens vanaf nul, bij wijze van spreken, tot samenwerking komen. Maar we hebben van hieruit helaas niet heel de EU in de hand, dus we zullen er dan in ieder geval zelf via een nexit uit moeten gaan. Hoe dat proces er precies uit zal zien, staat nog te bezien. Maar de uiteindelijke uitkomst van die exercitie moet wel een hele andere samenwerking zijn.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik heb echt zitten twijfelen of ik zou interrumperen. Meestal laat ik het gewoon gaan, maar met de stijging van Forum in de peilingen is het ook zowat om dit onweersproken te laten. Laat ik dus een vraag stellen aan de heer Dekker. Ziet hij zichzelf als een geestverwant van de hele MAGA-beweging en president Trump in de VS?

De heer Dekker (FVD):
MAGA is Make America Great Again. Ik ben geen Amerikaan, dus ik zou voor "Make The Netherlands Great Again" zijn. Maar ik begrijp de invalshoek wel en ik voel me in zoverre verwant dat het patriottisch denken in die omgeving — dat is natuurlijk al helemaal vervormd en er is ook een heel specifieke situatie in de Verenigde Staten — me wel aanspreekt. Alleen, wij horen natuurlijk niet bij die beweging, want dat is een heel andere beweging.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Nou, een hele andere beweging? Ik denk dat ze heel duidelijk eigenlijk heel vaak dezelfde doelen hebben die ik ook van Forum hoor. Ik noem de enorme minachting waarop over Europese samenwerking en over het internationaal recht wordt gesproken. Dat geldt eigenlijk ook voor hoe er wordt gekeken naar landen als China en Rusland. Ik hoor daar in ieder geval heel veel vergelijking in. Dan is mijn vraag aan de heer Dekker: hoe kijkt hij naar bepaalde ontwikkelingen? We hebben het over een land dat geleid wordt door een beweging waarvan de heer Dekker zegt: er zitten raakvlakken met ons. Zij raken Nederland met tarieven van 15%, die binnenkort ingaan en die ons in de portemonnee raken. Zij zorgen ervoor dat gebieden die soeverein zijn, mogelijk worden binnengevallen. Hoe kijkt hij naar de binnenlandse ontwikkelingen in Amerika, waarbij er een militie is van gemaskerde mensen? Ongetwijfeld heeft de heer Dekker de films ook gezien, hoe daar een jongetje van vijf wordt opgepakt en hoe daar mensen worden doodgeschoten. Wat vindt Forum voor Democratie daar nou van?

De heer Dekker (FVD):
Dat zijn een paar vragen in één. Er wordt verwezen naar de ICE-operatie in de Verenigde Staten, die gericht is op het nadrukkelijk laten remigreren van illegale vreemdelingen in de Verenigde Staten. Op zichzelf kan ik die doelstelling helemaal volgen. Of de aanpak die daarbij gekozen wordt nou een verstandige is, vraag ik me af. Je zit daar natuurlijk met een spanning tussen de leiding van staten die soms Democratisch is en daarmee fel tegen iedere Republikeinse richting. Dat betekent dan ook dat er wordt aangestuurd op een geweldige clash tussen die twee krachten. Ik vind het moeilijk om daar een uitspraak over te doen. Als ik die beelden zie, word ik bepaald niet enthousiast over de aanpak; dat zal duidelijk zijn. Maar de achtergronden daarvan kan ik maar ten dele duiden. De doelstelling kan ik wel plaatsen.

De voorzitter:
Afrondend, mevrouw Piri.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Dit is eigenlijk wel tekenend voor hoe Forum hiermee omgaat. Het viel ons vorige week al op. In debatten waar het mogelijk ook gaat over Trump en Groenland, komt Forum gewoon niet opdagen. Ik ben blij dat de heer Dekker er vandaag is. Waarom is dat? We zien dat een deel van de achterban idolaat is van Trump en van alles wat hij doet en een deel van de achterban grote zorgen heeft op het moment dat het hier net zo gaat. Ik hoorde net eigenlijk geen veroordeling van wat de Amerikanen doen in de voorbeelden die ik noemde. Als de heer Dekker zegt "de aanpak vind ik zorgelijk", ben ik benieuwd welk deel van de aanpak van ICE hij zorgelijk vindt. Kan hij dat misschien tot slot zeggen?

De heer Dekker (FVD):
Wij zijn bepaald tegen de toepassing van geweld. Er is natuurlijk een geweldsmonopolie aan de kant van de overheid en daar moet je ongelooflijk voorzichtig mee zijn om dat toe te passen. Dat geldt in Nederland ook. In Amerika gelden wat dat betreft andere mores, maar ik kan daar niet warm voor lopen. Die aanpak bevalt mij niet. Aan de andere kan zie ik ook — en dat zei ik aan het begin van mijn betoog — dat de omstandigheden die gecreëerd worden in Minnesota wel heel speciaal zijn. Daar is sprake van een geweldig scherpe tegenstelling tussen de Democratische leiding en de federale kant van de Verenigde Staten. De berichtgeving daarover is ook wat gemengd. Iedere gewelddadige actie van de overheid resulterend in gewonden en doden valt natuurlijk af te keuren, zonder enige twijfel. Maar ik vind het dus moeilijk om van hieruit daarover een alomvattend oordeel te geven.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan wij nu luisteren naar de heer Van Baarle voor zijn bijdrage in deze eerste termijn, namens de fractie van DENK.

De heer Van Baarle (DENK):
Dank, voorzitter. De wereld die wij als ideaal voor ogen zien, lijkt verder weg dan ooit. Een wereld die geregeerd wordt op basis van diplomatie, uitwisseling en dialoog raakt steeds verder weg en maakt plaats voor een wereld gebaseerd op het recht van de sterkste. Hoe Donald Trump wakker wordt en wie wat in zijn oor fluistert, lijkt soms meer te bepalen dan wat we tot nu toe gewend waren in onze wereld. Onze instituties van het internationaal recht worden uitgehold. De VN krijgen niet meer het respect dat ze verdienen. Er liggen sanctiemaatregelen tegen het Internationaal Strafhof. Op steeds meer plekken in de wereld vinden verschrikkelijke schendingen van het internationaal recht plaats, terwijl de wereld toekijkt. Oude bondgenootschappen zijn aan het eroderen. De Verenigde Staten van Trump zijn niet meer onze betrouwbare partner, maar een egoïstische pestkop die zelfs bereid is om bondgenoten te schofferen. En zijn India en China nou handelspartners of rivalen? Ons eigen continent kent niet meer de veiligheid en stabiliteit die het al zo lang had. Er is oorlog, hier vlakbij, door de illegale invasie van Oekraïne door Rusland.

Hoe moeten wij ons als Nederland opstellen in deze veranderende wereld? Hoe kunnen wij in deze wereld onze belangen blijven dienen? Dat is eigenlijk de kernvraag voor de toekomst. Wat is in deze wereld onze rol, als relatief kleine, maar economisch sterke en internationaal verweven staat?

Wat DENK betreft betekent dat meer investeren in onze eigen diplomatie, onze contacten, onze posten en onze uitwisseling, en niet daarop bezuinigen. Want in een wereld waarin ooit vanzelfsprekende verbanden en beschermingen niet meer vanzelfsprekend zijn, zal je beter en ook meer voor je eigen belangen moeten opkomen. Kan de minister aangeven of de huidige staat van onze diplomatie, onze missies en onze posten wel toereikend is om in de toekomst onze belangen te dienen in die veranderende wereldorde? Hebben we voldoende opgebouwd om in een wereld waarin het steeds meer ieder voor zich wordt en om gelegenheidscoalities gaat, onze zaken naar voren te brengen?

Essentieel is ook dat wij investeren in de partnerschappen die nog wel functioneren en dat we nieuwe partnerschappen zoeken om onze positie te versterken. Welke verantwoordelijkheid nemen wij samen met de Europese Unie om een veel krachtigere stem te laten horen op het internationale toneel? Een slagvaardiger, consequent Europees beleid met mechanismen die niet pas reageren als het kwaad al is geschied, is namelijk noodzakelijk. We zien dat het in Europa gewoon structureel te laat is en te verdeeld op internationaal beleid om echt een vuist te kunnen maken. Hoe denkt deze minister dat wij als Europa beter op kunnen komen voor onze belangen en slagvaardiger buitenlandbeleid kunnen voeren? Welke initiatieven kan de regering daarvoor steunen of initiëren? Welke nieuwe partnerschappen gaan wij aan? Hoe verdiepen wij onze samenwerking met andere coalities van landen?

Nederland is een zetel van instituties van het internationaal recht. Dat wordt op steeds meer plekken geschonden. Landen die aangaven het internationaal recht te respecteren, geven nu zelfs publiekelijk aan er gewoon lak aan te hebben. Wij hebben als land de plicht en de taak om hiertegen in het verweer te komen. We moeten dus meer doen, door instituties van het internationale recht meer te steunen, een grotere bijdrage te leveren aan mensenrechtenbeschermers en pal te staan voor de instituties die het internationaal recht dienen. Hoe ziet de minister dat? Gaat hij zich nou eindelijk harder uitspreken tegen bijvoorbeeld de ondermijning van de VN en het Internationaal Strafhof? Gaat hij de sancties die de VS tegen het Internationaal Strafhof hebben ingesteld eindelijk hard veroordelen en daar maatregelen tegen nemen?

Een veranderende wereld betekent niet dat we tandeloos en stilletjes moeten toekijken hoe de situatie verslechtert. De ontwikkelingen rond Groenland en Venezuela laten zien hoe ver Trump bereid is te gaan om zijn neokoloniale agenda te implementeren. Trump heeft zijn dreigementen voorlopig ingetrokken, maar alleen nadat er gedreigd werd met tegenmaatregelen. De Verenigde Staten van Trump glijden af naar een totale internationale wetteloosheid. Neem het ontvoeren van de president van Venezuela, het executeren van mensen op zee, het uitvoeren van illegale bombardementen en het chanteren met handelsmaatregelen. Ook binnenslands zien we dat de VS afglijden naar een land waarin politiegeweld aan de orde van de dag is. Mensen worden vermoord door ICE. De regering van Trump is een despotische regering. Tegelijkertijd zien we dat Nederland, deze regering, bangetjes toekijkt zonder de mond open te trekken en zonder hier echt iets tegen te doen. Waarom spreekt Nederland zich niet duidelijker uit tegen de daden van de regering-Trump? Waarom slaagt Nederland er niet in om het eerlijk te zeggen op het moment dat Trump het internationaal recht schendt en misdaden pleegt? Hoe gaat de regering inzetten op veel meer onafhankelijkheid van de Verenigde Staten?

Dan Palestina. Terwijl wij hier met elkaar praten, gaan de Israëlische misdaden tegen de Palestijnen maar door. In Gaza leven de Palestijnen onder erbarmelijke omstandigheden: te weinig hulpgoederen en vernietiging. Al meer dan twee jaar kijkt de Nederlandse regering toe hoe de genocide in Gaza door Israël wordt gepleegd, met actieve steun van westerse landen. Elke keer weer komt Israël afspraken niet na, of het nou gaat om geen geweld, voldoende hulp of het openen van grenzen. Wanneer is het nou eindelijk genoeg en gaat deze regering sancties treffen tegen Netanyahu en tegen Israël? Hoe gaat de regering nou eindelijk echt de druk opvoeren op Israël?

Onlangs nog is het hoofdkantoor gesloopt van UNRWA, een VN-organisatie met internationaal mandaat. De internationale gemeenschap kijkt toe, zegt wel iets, maar treft weer geen sancties. Wanneer gaat er nou iets gebeuren? Sancties, de Palestijnse Staat erkennen, handelsmaatregelen nemen tegen Israël, geen wapens meer van Israël kopen; er moet nu echt iets gedaan worden. Op de Westelijke Jordaanoever gaan de misdaden die door Israël gepleegd worden, ook door. Steeds meer Palestijns land wordt ingepikt. Gewelddadige kolonisten terroriseren de Palestijnse bevolking; een apartheidsbeleid. Is de regering eindelijk bereid om gewelddadige kolonisten op z'n minst op de lijst te zetten voor een inreisverbod? Wanneer komt eindelijk dat handelsverbod met illegale nederzettingen? Gaat dat ontmoedigingsbeleid eindelijk aangescherpt worden? Wat wordt de consequentie als Israël wéér doorgaat met het maken van plannen voor nog meer illegale nederzettingen? Kortom: wat gaat de regering nou eindelijk doen tegen dat walgelijke nederzettingenbeleid en de illegale bezetting?

Ik kom bij de situatie in Syrië. Het moedige Syrische volk bood jarenlang weerstand tegen de moordlustige en bloeddorstige dictator Assad. Hij vermoordde zijn eigen mensen en buitte zijn land uit. Ik vergeet echt nooit meer de beelden van de verschrikkelijke chemische aanvallen op de Syrische bevolking, van vermoorde kinderen. Dat deze misdadige gek omver is geworpen, is goed voor iedereen. Mijn vraag aan de regering is: hoe blijft de regering zich inzetten voor de vervolging van de leden van het Assad-regime? Wij moeten nu helpen bouwen aan een vrij Syrië, waarin de Syriërs gezamenlijk bepalen hoe hun land wordt bestuurd, in gelijkwaardigheid, een Syrië waarin verschillende volkeren al eeuwenlang als broeders en zusters samenleven en ook hun samen hun toekomst moeten bepalen. Ieder volk moet daarin gelijke rechten hebben. Arabieren, Koerden, christenen, druzen, alawieten, jezidi's, Turkmenen: wie je ook bent, mensen en volken moeten respect krijgen voor hun rechten en mensenrechten. Hoe zet de regering zich in voor die rechten? Hoe kan de regering op dat gebied de transitieregering ondersteunen in het opbouwen van een staat met gelijke rechten?

Voorzitter. Er is gelukkig onlangs, tijdens dit debat, een staakt-het-vuren afgekondigd in Syrië. Ik vraag aan de regering hoe zij zich ervoor in gaat zetten dat het staakt-het-vuren ook stand gaat houden. Hoe gaat de regering zich ervoor inzetten dat de afgekondigde bestanden, inclusief het presidentiële decreet over het borgen van de rechten van Koerden in Syrië, zo snel mogelijk werkelijkheid worden? Deelt de regering ook dat het op dit moment niet aan de orde kan zijn dat ervoor gepleit wordt om opnieuw sancties tegen Syrië in te stellen of hulpprogramma's te stoppen? Juist nu moeten we ondersteuning blijven bieden om de autoriteiten in Syrië te helpen met het opbouwen van een vrije staat en de Syrische economie. Het opnieuw instellen van sancties of het stoppen van de hulpprogramma's zal én die ontwikkeling verder achterop doen raken én ook de Syrische bevolking alleen maar keihard raken. Kan de regering toezeggen dat dat nooit de intentie kan zijn?

Voorzitter. Tot slot nog twee onderwerpen. We hebben een lang en uitgebreid debat gehad over de verschrikkelijke humanitaire situatie in Sudan. Het is niet vaak voorgekomen dat er na een Tweede Kamerdebat zo veel moties over een onderwerp zijn aangenomen als over Sudan. Ik vraag de regering hoe zij zich ervoor inzet om bijvoorbeeld de ondersteuning van de RSF af te knijpen, en om te zorgen dat er geen straffeloosheid kan zijn van de plegers van mensenrechtenschendingen in Sudan en de humanitaire situatie snel verbeterd wordt.

Voorzitter, ik rond af. Deze minister weet, deze regering weet dat DENK altijd consequent aandacht blijft vragen voor de positie van de Oeigoeren in China. Er zijn moties aangenomen van DENK om sancties in te stellen tegen de verantwoordelijken voor de mensenrechtenschendingen tegen de Oeigoeren. Ik vraag de minister hoe hij daar invulling aan geeft.

Dank.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik zie dat de heer Stoffer al is gaan staan voor zijn bijdrage namens de fractie van de SGP. Ja, ik hou van dit tempo, meneer Stoffer. Gaat uw gang.

De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter. De Pax Americana was 80 jaar lang een enorme zegen voor Nederland, maar die tijd is voorbij. Veelzeggend is dat het indammen van de Russische dreiging aan de Europese oostflank pas op nummer drie van de Amerikaanse prioriteitenlijst staat, na de verdediging van eigen grondgebied en het bewaken van het westelijk halfrond én na het afschrikken van China. Dat betekent voor Nederland en Europa dat we militair op eigen benen moeten staan en nadrukkelijk zelf moeten kiezen wie onze economische partners zijn.

Ook internationale vrijhandel, de tweede pijler van de Pax Americana, staat onder zware druk. Voor een land dat een derde van zijn welvaart aan export te danken heeft, is vrijhandel van levensbelang. Zouden we daarom niet veel meer moeten doen om onze bedrijven wereldwijd te positioneren, juist ook ons eigen mkb? Het postennet is hierbij cruciaal. In meerdere groeimarkten met kansen voor Nederlandse bedrijven is nu alleen een ambassade aanwezig en ontbreekt specifieke ondersteuning voor het bedrijfsleven. Deze Netherlands Business Support Offices helpen ondernemers met marktinformatie, netwerk en contacten. Daarom vraag ik de minister of hij kan verkennen waar nieuwe NBSO's kunnen worden opgezet. Ik vraag hierbij specifiek aandacht voor het Afrikaanse continent, waar deze steunpunten ontbreken. Zo wordt waardevol voorwerk gedaan voor het nieuwe kabinet, dat weer wil investeren in ons postennet. Die bereidheid maakt het mogelijk om de ambassade in Zuid-Sudan open te houden. Dat bevordert de coördinatie van noodhulp en is goed voor onze informatiepositie in een regio die geopolitiek aan belang wint. Tot aan de begrotingsbehandeling zou het kabinet pas op de plaats maken wat betreft de post Juba. Daarom is dit het moment om te handelen. Ik dien samen met de SP een amendement in om het financiële gat voor 2026 te overbruggen.

Voorzitter. Over de kernwaarden onder de oude Pax Americana is de afgelopen weken al veel gezegd. Het nieuwe tijdperk vraagt om meer geopolitieke zelfstandigheid van Nederland en Europa, meer pragmatisme en realisme. Maar het is een valse tegenstelling om te doen alsof we moeten kiezen tussen weerbaarheid en welvaart aan de ene kant en waarden aan de andere kant. Neem de situatie in Syrië. We hebben een ereschuld tegenover de Koerden, die het Westen hielpen om IS te verslaan. Maar ons motief voor steun is niet alleen een kwestie van idealisme of geloofwaardigheid. Het voorkomen van nieuwe, fundamentalistische soennitische regimes is ons directe eigenbelang. IS-terroristen mogen niet opnieuw de ruimte krijgen om dood en verderf te zaaien, of dat nu in Raqqa is of op een kerstmarkt in Rotterdam. Dat mogen we niet laten gebeuren. Daarom roept de SGP op om de politieke en financiële steun aan de jihadisten van het Al-Sharaa-regime op te schorten. Wees principieel, in ons eigen belang.

Voorzitter. In Europa klonk na de val van Assad hoop op een vrij Syrië. Maar wie sprak met Syrische christenen in Nederland, hoorde een ander verhaal. Sommigen wilden terug. Hun familie in Syrië raadde dat af, omdat het voor christenen alleen maar erger zou worden, en dat is ook wel gebleken. Christenen in Syrië zijn gedecimeerd, in vijftien jaar tijd. Nu vrezen ze zelfs dat er over tien jaar überhaupt geen christenen meer zullen zijn in het land. Laten we die waarschuwing ter harte nemen. Bij de vorige begrotingsbehandeling is een motie van de SGP aangenomen om bij buitenlandse bezoeken in landen waar veel christenvervolging plaatsvindt, vaker een kerk te bezoeken of christenen te ontmoeten. Daarom vraag ik de minister: hebben er het afgelopen jaar meer werkbezoeken plaatsgevonden dan voorheen? Hoe hebben ze uw beleid daadwerkelijk beïnvloed?

Voorzitter. Dan het Midden-Oosten. Het lichaam van Ran Gvili, de laatste gijzelaar, is aangetroffen op een begraafplaats in Gaza-Stad. Zijn lichaam wordt nu thuisgebracht. Dat is een belangrijk moment, niet alleen voor de familie, maar voor heel Israël. Nu is het zaak dat Hamas ontwapent. Demilitarisering in de Gazastrook is nodig om te voorkomen dat Hamas rustig afwacht om zich in stilte voor te bereiden op een volgende confrontatie in Israël.

Voorzitter. De SGP steunt de lijn van dit kabinet om niet toe te treden tot Trumps vredesraad maar de deur ook niet helemaal dicht te gooien. De opzet reikt verder dan waar de VN-Veiligheidsraad mandaat voor gaf, namelijk een overgangsbestuur voor Gaza onder internationaal toezicht. Ook in de Israëlische politiek is er een levendig debat over hoe Israël zich tot de Vredesraad moet verhouden. Bij toekomstige afwegingen over Nederlands lidmaatschap moet bestendiging van de hoopvolle Abrahamakkoorden nadrukkelijk meegewogen worden.

Voorzitter, zal ik afronden? Ik heb nog één punt. Ik rond namelijk af met het geopolitieke belang van de Rotterdamse haven. Nederland dreigt speelbal te worden in de machtsstrijd tussen Trump en Xi, waarbij onze containerterminals onderdeel kunnen worden van een bredere uitruil van belangen. Het risico bestaat dat China concessies doet ten aanzien van het Panamakanaal in ruil voor invloed in havens elders, waaronder Rotterdam. We moeten daarom niet afwachten, maar actief waken over het eigendom van en de zeggenschap over onze vitale haveninfrastructuur.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dit geeft aanleiding tot een vraag. Meneer Markuszower, ga uw gang.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Dank … Dank u wel …

De voorzitter:
Doet u voorzichtig met het materiaal?

De heer Markuszower (Groep Markuszower):
De kop van de microfoon viel er bijna af, voorzitter. Maar hij is er nog niet helemaal af. Ik wil wat vragen aan de heer Stoffer. Ik deel op zich zijn kritiek op het Syrische regime wel, hoor. Het is allemaal niet fraai wat er daar gebeurt. Maar ja, we zitten ook met 150.000 of misschien wel 200.000 Syriërs hier in Nederland. Kunnen die wel terug naar Syrië, wat de heer Stoffer betreft? Want of dat regime nou wel of niet legitiem is, grote delen van Syrië zijn in mijn optiek wel veilig, in ieder geval veilig genoeg voor de Syriërs die in Nederland verblijven om terug te gaan naar hun thuisland.

De heer Stoffer (SGP):
Het is natuurlijk altijd makkelijk om vanuit mijn stoel in Den Haag, of Elspeet, waar ik woon, te denken "dat kan daar wel." Ik ben zelf nooit in Syrië geweest, maar ga wat dit betreft af op berichten die we via het kabinet krijgen. Als er veilige delen zijn, is wat ons betreft de intentie ook dat mensen teruggaan, of dat in Syrië is of elders. Maar er is op dit moment natuurlijk best veel aan de hand; ik heb niet voor niets zojuist ook de positie van christenen aangekaart. Daar maken we ons wel zorgen over. Wat ons betreft kan er worden teruggegaan, maar dan moet het wel veilig zijn. Daarvoor kijk ik telkens naar wat het kabinet en de minister ons wat dat betreft meegeven.

De heer Hoogeveen (JA21):
Wij ondersteunen het betoog van de heer Stoffer over inzetten op meer vrijhandel en over meer inzetten op economische samenwerkingsverbanden. Maar ik kan zijn betoog niet helemaal rijmen met de kritiek die de SGP nu heeft op de heroriëntatie van het postennetwerk en met het idee dat we de ambassade in Zuid-Sudan of in Burundi weer zouden moeten gaan openen. We zetten juist in op een heroriëntatie op waar meer van onze economische belangen liggen en waar we meer economische slagkracht kunnen verwezenlijken. Hoe rijmt de SGP dit?

De heer Stoffer (SGP):
Twee dingen. Ik vond het mooi om in het eerste stuk dat de heren Jetten en Bontenbal hebben afgerond te zien dat we weer inzetten op een uitgebreid postennetwerk. Ik denk dat dat sowieso goed is voor ons land. Er werd daarbij nadrukkelijk een koppeling gemaakt met de economische potentie in bepaalde gebieden. Dat is één. Het tweede punt is dat ik denk dat hierbij altijd de vraag een rol moet spelen — dat is in ieder geval de intentie van de SGP — of we de levensomstandigheden kunnen verbeteren van mensen die het op bepaalde plekken wellicht niet al te best hebben, als het kan wellicht ook nog in combinatie met economische voorspoed die ook Nederland vooruit kan helpen. Maar het is wel en-en: wij zijn wel altijd de koopman én de dominee. We zijn altijd een domineespartij geweest en dat zullen we ook blijven.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar mevrouw Teunissen, die spreekt namens de Partij voor de Dieren. Gaat uw gang.

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dank u wel, voorzitter. Deze tijden vragen om een stevige en actieve bescherming van internationaal recht, mensenrechten en democratische instituties. Nederland dient daar consequent voor op te komen. Mensenrechten en het internationaal recht moeten de leidraden zijn van het Nederlandse buitenlandbeleid, om niet het recht van de sterkste te doen gelden, maar het meest kwetsbare te beschermen.

Allereerst de situatie in Iran. Het afschuwelijke geweld van het Iraanse regime tegen vreedzame demonstranten heeft geleid tot duizenden doden: een weerzinwekkende massaslachting. Demonstranten zijn opgepakt, gevangengezet, gemarteld en vermoord, ook kinderen. Dit gaat maar straffeloos door. Het Iraanse volk gaat zelf over het volgende bestuur, maar één ding is zeker: wij moeten hen steunen in hun strijd tegen onderdrukking. Daarom heb ik de volgende vragen aan de minister. Het plaatsen van de Revolutionaire Garde op de EU-terreurlijst stuit op een blokkade. Welke mogelijkheden ziet de minister om samen met andere EU-landen te komen tot een juridische veroordeling die plaatsing op de terreurlijst mogelijk maakt? Zijn er aanvullende middelen mogelijk ter ondersteuning van het Iraanse maatschappelijk middenveld, zowel in Iran als in de diaspora-organisaties? Welke mogelijkheden ziet het kabinet om onafhankelijke onderzoekscapaciteit naar het buitensporige geweld tegen demonstranten uit te breiden om slachtoffers en hun families beter te ondersteunen?

Voorzitter. Dan de situatie in Gaza. Die blijft verschrikkelijk. Voedsel en hulp weigeren en het verdacht maken van hulporganisaties blijft aan de orde van de dag. Bombardementen gaan door en dat betekent dat de genocide ook doorgaat. Israël houdt zich niet aan de gemaakte afspraken. De invoer van tenten en andere basisvoorzieningen wordt tegengehouden, terwijl ziekenhuizen ondercapaciteit en materiaaltekorten hebben. Israël heeft vorige week nog elf Palestijnen in Gaza gedood, onder wie drie journalisten en twee 13-jarige jongens. Israël heeft daarnaast de VN-gebouwen van UNRWA in Oost-Jeruzalem gesloopt en de aanwezigheid van internationale hulpstructuren openlijk aangevallen. De vernietiging van de gebouwen is in strijd met het internationaal recht. Op welke manier gaat het kabinet nu eindelijk echt een grens stellen richting Israël? Welke maatregelen stelt de regering voor om de druk op te voeren, ook als het gaat om het zwartmaken van en toegang weigeren aan hulporganisaties? Zo zegt de directeur van Artsen zonder Grenzen: "Het behandelen van humanitaire hulp als speelbal in geopolitieke ontwikkelingen is in hard tempo normaal aan het worden. Het fundamentele principe van onze neutrale, onpartijdige werkwijze als artsen moeten we nu bevechten." Op welke manier bevordert het kabinet nu de bescherming van deze hulporganisaties? Ook het Internationaal Gerechtshof heeft uitgesproken dat hulporganisaties steun moeten krijgen in het toegang verlenen tot de mensen die ook echt die hulp nodig hebben.

Voorzitter. Ook gaat Israël onverminderd door met de uitbreiding van illegale nederzettingen. Tegelijkertijd wordt haast gemaakt met het E1-nederzettingenplan, waardoor de Westelijke Jordaanoever fysiek in tweeën gesneden wordt. Daarmee probeert Netanyahu een levensvatbare Palestijnse staat bewust onmogelijk te maken. Wanneer komt het kabinet nu met het voorstel voor een handelsverbod? Is dit kabinet nog bereid om daarmee te komen of laat het dat aan een volgend kabinet?

Voorzitter. Dan de situatie van de Koerden in Syrië. Die is uiterst zorgelijk, ook al is er nu een staakt-het-vuren. Gebieden die jarenlang een cruciale rol speelden in de strijd tegen ISIS, staan nu onder zware druk van het Syrische leger en door Turkije gesteunde milities. Minderheden worden aangevallen, mensen slaan op de vlucht en fundamentele rechten staan op het spel. De Koerden hebben recht op bescherming en op zelfbeschikking. Dit kabinet moet dan ook het geweld tegen Koerden en andere minderheden in Syrië ondubbelzinnig veroordelen, aandringen op daadwerkelijke bescherming van burgers en in EU- en VN-verband eisen dat autonomie en mensenrechten leidend worden in de toekomst van Syrië. Welke concrete maatregelen gaat het kabinet daar nu voor nemen? Hoe ziet de minister de rol van Turkije in het steunen van verschillende milities tegen de Koerden in Syrië? En tot slot: welke diplomatieke mogelijkheden ziet de minister om Turkije aan te spreken op deze inmenging?

Voorzitter. Dan nog één punt over de VS. Nederland en de EU moeten zo snel mogelijk onafhankelijk worden van de VS, ook voor onze energie. Onze motie om mogelijkheden in kaart te brengen voor afbouw van die afhankelijkheid is aangenomen. Ik ben heel benieuwd hoe de minister aan deze motie uitvoering en vorm gaat geven, want de ene fossiele bron afbouwen en de andere fossiele bron weer opbouwen is geen oplossing. Het rapport van de Britse inlichtingendienst laat zien dat klimaatverandering de grootste bedreiging is voor onze veiligheid. Het afbouwen van fossiel is daarom net zo belangrijk als het afbouwen van onze afhankelijkheid van gevaarlijke autocraten.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar de heer Ceder voor zijn bijdrage namens de fractie van de ChristenUnie. Gaat uw gang.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Voorzitter. Waar het recht van de sterkste geldt, delven de meest kwetsbaren het onderspit. Er zijn weinig plekken waar dit sterker geldt dan op het internationaal toneel. Geopolitieke overwegingen prevaleren boven het opkomen voor minderheden, voor mensen die niet voor zichzelf kunnen opkomen en voor hun vrijheid en veiligheid.

Voorzitter. Juist in deze spannende tijd wil ik daarom aandacht vragen voor een aantal minderheden. Ik wil allereerst beginnen met aandacht vragen voor de, in absolute zin, grootste vervolgde religieuze groep op aarde. Het komt misschien als een verrassing, maar in absolute zin zijn dat de christenen. Naar schatting wordt een op de zeven gelovigen vervolgd. Dat zijn 388 miljoen mensen in totaal. Het gaat om gezinnen en geliefden die midden in tijden van vervolging met gevaar voor eigen leven, soms zichtbaar en soms onzichtbaar, naar de kerk durven te gaan om te zeggen: ik blijf Jezus trouw. Dit essentiële recht op de vrijheid van godsdienst voor christenen en andere religieuze minderheden wereldwijd moet Nederland blijven verdedigen. Ik dien daarom een initiatiefnota in met voorstellen om het buitenlandbeleid te versterken. Ik nodig ook andere partijen van harte uit om mee te doen met deze nota tegen christenvervolging en voor geloofsvrijheid. Laten we samen de handschoen oppakken. Ik zie de heer Stoffer al dankbaar naar de microfoon lopen.

De voorzitter:
We gaan meemaken of het dankbaar is. Meneer Stoffer, gaat uw gang.

De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter, ik zal u verrassen: dat is zo. Als mijn broeder Ceder zo'n mooi initiatief neemt, waarvoor mijn complimenten, dan sluit ik me daar van harte bij aan. Ik pak graag samen de handschoen op.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel. Kijk, dit wordt een mooie avond!

De voorzitter:
Dit gaat wat worden! Meneer Boswijk, gaat uw gang.

De heer Boswijk (CDA):
Voordat ik word aangevallen en er wordt gevraagd "waarom sta je niet op?" zeg ik alvast: ik heb het nog niet gelezen. Ik wil het eerst echt zien, maar ik heb er alle vertrouwen in. Ik ga het zo gelijk lezen en als we ons erin kunnen vinden, dan gaan we ons er vandaag nog bij aansluiten.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel. Ik wacht af of de heer Erkens nog naar voren komt.

De voorzitter:
We gaan niet aan een proactief uitnodigingsbeleid doen. Mensen kunnen iets gaan lezen en u kunt verder met uw betoog. Gaat uw gang.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter.

Ik haal er één punt uit. We hebben inmiddels een paar jaar de Speciaal Gezant voor Religie en Levensovertuiging, maar hij heeft nog geen structureel verankerde positie binnen Buitenlandse Zaken. Dat is zorgelijk. Is het daar niet inmiddels tijd voor? Ik heb daarover een amendement ingediend en ik ben benieuwd naar de appreciatie door de minister.

Voorzitter. Ik wil een aantal minderheden benoemen. Allereerst Syrië. In Noordoost-Syrië heeft het leger in de afgelopen dagen een flinke opmars gemaakt ten koste van de SDF. Berichten over mensenrechtenschendingen, waaronder executies van Koerden, bereiken ons. Met de moorden op alawieten en druzen door milities die gelieerd zijn aan de interim-regering nemen de zorgen toe. Wij hebben hier in het vorige debat ook een motie over ingediend. Ik zal het maar plat zeggen: de Koerden voelen zich in de steek gelaten door het Westen, door Nederland. Zij waren wel goed genoeg om het probleem van Europese IS-strijders op te lossen en om IS-strijders jarenlang vast te zetten zonder oplossing of handreiking vanuit het Westen. Maar op het moment dat ze geen nut meer lijken te hebben, worden ze keihard in de steek gelaten. Hoe beoordeelt de minister dit sentiment, dat ik in de afgelopen weken sterk heb teruggekregen? Daarnaast hebben we gezien dat er tijdens de gevechten IS-strijders zijn ontsnapt. De ChristenUnie heeft hier jarenlang voor gewaarschuwd en aandacht voor gevraagd. Hoe voorkomt Nederland dat dit in Nederland en Europa een bedreiging wordt voor de orde en veiligheid?

Voorzitter. Het staakt-het-vuren in Gaza is broos. We spreken daar geregeld over. Ik heb op deze begroting een amendement ingediend om juist nu geld vrij te maken voor verzoeningsprojecten tussen Israëliërs en Palestijnen. Wij geloven als ChristenUnie dat echte vrede van onderop begint en juist nu extra nodig is en ingezet kan worden. Ik hoor graag de appreciatie door de minister van dit amendement.

Voorzitter. Tijdens het mediadebat van gisteren vroeg ik of radiozenders zoals Dabanga en Ayaca 800, zenders die vanuit Nederland of het Koninkrijk zenden naar landen waar de persvrijheid minimaal is, zoals Venezuela en Sudan, ondersteund kunnen worden vanuit de middelen van Buitenlandse Zaken. Minister Moes verwees naar u, dus vandaar de vraag of u bereid bent om deze vraag te beantwoorden.

Voorzitter. Ik wil even stilstaan bij West-Papoea. Ondanks de historische band hebben we het hier in de Kamer te weinig over de bevolking van West-Papoea. Een meerderheid van de Kamer riep het kabinet op om het rapport-Drooglever eindelijk in ontvangst te nemen door de nabestaanden, niet door een ambtenaar maar door een bewindspersoon, zoals gebruikelijk is. Gisteren kregen we een zeer teleurstellende reactie op de aangenomen motie over een kabinetsreactie en de overhandiging van het rapport. Het kabinet heeft gesteld dat er geen formele ontvangst door de minister gaat plaatsvinden. Kunt u zich voorstellen hoe groot deze klap is in het gezicht van de Papoeagemeenschap in Nederland? Is hiermee echt de kous af wat betreft de Nederlandse regering? Er komen steeds meer gruwelijkheden naar buiten over mensenrechtenschendingen, terwijl we aan het onderhandelen zijn over vrijheidsverdragen. Kan de minister alstublieft ook voor de Papoeagemeenschap in Nederland daar wat woorden aan wijden?

Voorzitter, tot slot. Meerdere aangenomen moties ten spijt, erkent het kabinet de Armeense genocide nog steeds niet. Ik zou ook een reactie van de minister-president krijgen, nadat ik erop wees dat de argumentatie niet kan kloppen. Deze minister kan historisch onrecht rechttrekken door aan het einde van zijn periode de genocide eindelijk te erkennen. De meerderheid van de Kamer wil het al jaren. Wanneer gaat het kabinet over tot erkenning? Ik hoor ook graag van de minister wat hij doet om gevangenen uit Nagorno-Karabach zo snel mogelijk vrij te krijgen en nog iets van het Armeens cultureel erfgoed, dat in rap tempo wordt vernietigd, te behouden. Internationale druk is hard nodig. Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar mevrouw Dobbe, die spreekt namens de fractie van de SP. Gaat uw gang.

Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel. De internationale rechtsorde, die is gebaseerd op menselijke waardigheid, gelijkwaardigheid en solidariteit, is ons kompas voor een rechtvaardige wereld. Het voorkomt dat we een wereld krijgen die overgeleverd is aan het recht van de sterkste of degene met het meeste geld. Wat daar niet bij past, is de nieuwe keizerlijke hofhouding van Trump, de Board of Peace. Als je 1 miljard euro aan Trump geeft, mag je erbij, met onder anderen Loekasjenko, Netanyahu en eventueel Poetin. Canada mag niet meer meedoen, want dat was kritisch op de VS. Deze onzinnige absurditeit is onderdeel van het vredesplan van Trump. Palestijnen en Gaza lijken in fase 2 überhaupt niet meer genoemd te worden. Dit vredesplan gaat op deze manier geen einde maken aan de structurele mensenrechtenschendingen tegen Palestijnen of zorgen voor een rechtvaardige vrede of een Palestijnse staat. Erkent het kabinet dat?

De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik begrijp de zorgen over die raad. Als ik al die kopstukken bij elkaar zie, denk ik ook: wat gaat hier gebeuren? Maar deze raad is wel in de Security Council in een resolutie gegoten en daar is een meerderheid voor gekomen. In de debatten waarin ik de SP zowel naast als tegenover mij heb gehad, is deze resolutie ook een vorm of onderdeel van internationaal recht. Er is dus een mandaat vanuit de VN om die board vorm te geven, even los van het inhoudelijke kader.

De voorzitter:
En uw vraag, meneer Ceder?

De heer Ceder (ChristenUnie):
Mijn vraag is of de SP dat in die vorm erkent, even los van de kritiek, want ik denk dat die legitiem is. Ik wil namelijk even begrijpen hoe u dat taxeert.

Mevrouw Dobbe (SP):
Ik snap deze vraag wel. Het is heel goed dat dit is geborgd binnen de VN met die resolutie. Maar als je, gelet op het doel van de resolutie — dat was om vrede te bereiken, ook voor Palestijnen — kijkt hoe die resolutie vervolgens wordt uitgevoerd ... Er ontstaat een Board of Peace, een soort alternatieve Security Council, onder leiding van Trump, met een basis ergens in Florida. Vervolgens mag iedereen meedoen die Trump aardig vindt en degene die Trump niet aardig vindt, niet. Als die er ook nog 1 miljard euro voor moeten betalen, en de Palestijnen niet eens aan bod komen, dan is dat volgens mij geen goede uitvoering van die resolutie. Maar ik snap de vraag.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Als ik het goed begrijp — ik vraag dat om de beweegredenen van de SP te begrijpen — legt de SP zich neer bij die board, omdat die omwille van een resolutie inmiddels onderdeel uitmaakt van internationaal recht, maar schort het aan de uitvoering van de aangenomen resolutie. Dat is volgens mij dan de argumentatie van de SP.

Mevrouw Dobbe (SP):
Even een stap terug. Sowieso waren wij altijd al heel kritisch op dit vredesplan van Trump, omdat daar een aantal dingen in zaten waarvan we dachten: dit gaat niet de Palestijnen helpen, maar dit gaat vooral de Amerikanen en de Amerikaanse bedrijven helpen. Dan hebben we het over die plaatjes met die mooie gouden torens die Trump heeft verspreid over hoe de Gazastrook eruit zou moeten gaan zien: een soort nieuwe Trump-strip of zoiets. Dus we waren altijd al kritisch over dat vredesplan. Dit is daar onderdeel van. Daarvoor is een resolutie gezocht om dat in te bedden in de VN. Dit was niet de bedoeling van die resolutie, althans, dat zien wij niet zo. We zijn dus niet voor deze Board of Peace, zeker niet in deze vorm, zonder zeggenschap van Palestijnen. We hebben hier altijd gezegd dat er zeggenschap van Palestijnen moet zijn, ook om hun zelfbeschikkingsrecht te kunnen waarborgen. Dat zit er gewoon niet in, maar dat was wel onderdeel van de resolutie. Dus nee.

De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.

Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel. Geweld tegen Palestijnen gaat ondertussen ongestraft door. Ziet het kabinet dat ook? Er wordt door de Israëlische regering doorgewerkt aan de E1-nederzetting en de weg die de Westoever in tweeën knipt. Is de minister het ermee eens dat een Palestijnse staat hierdoor onmogelijk wordt gemaakt? Wat doet Nederland daar dan aan? Hoe staat het met de medische evacuaties van Palestijnse kinderen? Wat is dit kabinet in vredesnaam aan het doen? Terwijl kinderen dringend medische hulp nodig hebben, loopt de minister hier uit te stellen en te traineren. We kunnen niets anders concluderen. Met het eindelijk opengaan van de grensovergang bij Rafah wordt de stroom aan gewonde en zieke kinderen die nergens terechtkunnen naar alle waarschijnlijkheid alleen maar groter. Het is allang duidelijk dat er niet genoeg medische capaciteit in de regio is. Zie wat de Wereldgezondheidsorganisatie en wat humanitaire organisaties hierover aangeven. Waar wacht deze minister op?

Dan Sudan. We hebben het gehad over Radio Dabanga. Ik hoorde collega Ceder daar net ook over. Radio Dabanga is voor veel mensen in Sudan de enige bron van betrouwbare informatie, die levensreddend kan zijn. Het is ook een belangrijke bron van informatie voor de buitenwereld om te weten te komen wat er gebeurt in Sudan. Jarenlang heeft Nederland ervoor gezorgd dat dit radiostation kon overleven vanuit Nederland. De Kamer heeft een voorstel aangenomen om met Radio Dabanga en het Sudan Media Forum in gesprek te gaan en de Nederlandse steun voor Radio Dabanga te waarborgen, maar we horen dat er geen gesprek is geweest en de steun er niet is gekomen. Klopt dat? Graag een antwoord van deze minister.

Dan Syrië. We zagen al onmenselijke aanvallen op alawieten, druzen en andere minderheden. Nu zijn er aanvallen tegen de Koerdische bevolking. Er komen vreselijke berichten uit een belegerd Kobani, waar mensen afgesloten worden van water, elektriciteit en eten. Zij hebben nu onze hulp nodig. Welke maatregelen is het kabinet bereid te nemen tegen de Syrische regering om deze oorlogsmisdaden te stoppen? Hoe wordt het staakt-het-vuren gemonitord en hoe worden mensenrechtenschendingen gedocumenteerd en gerapporteerd?

Voorzitter. Dan Iran. Er wordt gesproken over mogelijk 30.000 doden door het gewelddadig neerslaan van de demonstraties door het regime. Veel vrouwen gingen met gevaar voor eigen leven de straat op en betaalden daar de prijs voor, en doen dat nu nog steeds. Onze motie over het extra steunen van vrouwenrechtenactivisten en mensenrechtenactivisten in Iran is aangenomen. Hoe wordt daar opvolging aan gegeven? Dat is ook nu namelijk keihard nodig. Er is ook nog steeds veel behoefte aan veilig internet, aan communicatie. Dat is wat wij veel terughoren. Wat kunnen wij daarin betekenen? Hoe kunnen wij de fact-finding mission in Iran steunen? Ook zien we straaljagers en schepen van de VS richting Iran gaan. Erkenning van het recht van het Iraanse volk op zelfbeschikking is nu cruciaal. De toekomst van Iran moet door de mensen zelf worden bepaald, vrij van buitenlandse inmenging of dictatuur. Weer een illegale aanval van de VS kan niet aan de orde zijn. Is de minister het daarmee eens?

Tot slot, voorzitter. We zien de ellende en de illegale aanvallen van Poetin op Oekraïne doorgaan, net als de repressie in Rusland zelf. Eerder is onze motie aangenomen over het helpen van Russische mensenrechtenactivisten en journalisten als zij in eigen land gevaar lopen. Hoe staat het met de uitvoering van die motie?

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar de laatste spreker van de Kamer. Dat is de heer Markuszower van de Groep Markuszower. Ga uw gang.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Heel veel dank, voorzitter. Vandaag behandelen wij de begroting Buitenlandse Zaken. Ik weet dat een relatief klein land als Nederland een groot buitenland heeft en dat veel woordvoerders in dit huis het vaak reusachtig interessant vinden om over dat buitenland te spreken. Daar is op zich weinig mis mee, ware het niet dat tijdens die beschouwingen, die toch vaak vooral slechts beschouwend zijn en dikwijls gevoerd worden met het bekende Nederlandse opgeheven morele vingertje, het belang van Nederland en de Nederlander uit het oog wordt verloren. Dat is een valkuil waar onze fractie niet in wil vallen. De inzet van onze fractie in deze Kamer is vrij simpel. Bij alles wat we hier in dit huis zeggen en bij alles wat we hier in deze Tweede Kamer doen, moet slechts één vraag leidend zijn: is dit in ons belang en is het dus goed voor Nederland?

Zo'n kleine 2.500 jaar geleden zei de wijze Griekse historicus Thucydides dat de sterken doen wat zij kunnen en de zwakken ondergaan wat zij moeten. Dat is een rake opmerking die elke goede minister van Buitenlandse Zaken in zijn of haar achterhoofd moet hebben. Kracht, niet rechtvaardigheid, bepaalt de resultaten, zeker in de huidige geopolitieke verhoudingen. Als je het tumult dat zich in de internationale arena afspeelt van een afstand aanschouwt, moet je toch wel concluderen dat wat 2.500 jaar geleden waar was ook vandaag niks aan relevantie heeft ingeboet.

De afgelopen decennia heeft Nederland zichzelf op het internationale toneel weggespeeld, haast irrelevant gemaakt. Het internationale recht, de Europese Unie, het NAVO-bondgenootschap, de Verenigde Naties, het werden allemaal belangrijke pijlers van het Nederlandse buitenlandbeleid. Natuurlijk hebben sommige van die afspraken, zoals het NAVO-bondgenootschap, bijgedragen aan de vrede en stabiliteit die Nederland sinds 1945 heeft gekend. Maar het is ook waar dat het blinde vertrouwen in vage begrippen als "internationaal recht" een schijnveiligheid heeft gecreëerd. Een betere garantie tegen oorlog is vooral geen oorlogszuchtige buren hebben.

Wat dat betreft ben ik een aanhanger van Immanuel Kants redenering zoals neergelegd in zijn achttiende eeuwse werk Perpetual peace, dat, kort gezegd en vrij vertaald, twee democratieën in principe geen oorlog tegen elkaar voeren. De oorlog die nu op ons continent woedt, geïnitieerd door Poetin, zou de westerse wereld moet doen realiseren dat internationaal recht nooit in de plaats mag komen van een sterke defensie. Het zou bovendien niet onverstandig zijn als bij de vredesonderhandelingen die nu tussen Oekraïne en Rusland plaatsvinden ook de mondelinge toezeggingen uit 1990, gedaan aan de toenmalige Sovjet-Unie, worden meegewogen. De quotes die ik net aanhaalde, "vertrouw, maar verifieer" en "vertrouwen is goed, maar controle is beter", van Immanuel Kant en, nota bene, van Lenin, zijn in dit kader allemaal toepasselijk.

De panelen van het wereldtoneel zijn drastisch en dramatisch snel aan het verschuiven. Voor een land als Nederland is het belangrijk om de volgende vier waarheden te omarmen. Eén: nationale soevereiniteit en onafhankelijkheid zijn belangrijk. Twee: internationale gremia zijn dat vaak niet. Drie: vertrouw altijd op het meest slechte scenario; dan valt de realiteit altijd mee. Het tegenovergestelde is ook waar: positivisme in de internationale arena is slechts voorbehouden aan de dwazen. Vier: klimaatfanatisme verarmt ons en verlamt ons.

Wat dat laatste punt betreft: ik hoorde afgelopen zondag de demissionaire minister van Klimaat en Groene Groei zeggen dat over 25 jaar 75% van onze elektriciteit wat haar betreft van windmolens moet komen. Als wij ons de komende jaren moeten gaan weren tegen de instabiliteit om ons heen, dan hebben we daar voldoende betrouwbare en goedkope energie en energiebronnen voor nodig. In plaats van ons mooie land en onze prachtige zee vol te bouwen met windmolens, moeten wij kernenergie prominent in ons beleid opnemen. Ik hoor graag of de minister van Buitenlandse Zaken het hiermee eens is. Kan hij, voordat hij antwoord geeft, ook met zijn collega van Defensie contact zoeken op dit punt?

De knop moet echt om, want er is veel aan de hand om ons heen. De afgelopen twee, drie decennia zagen wij dat de Verenigde Staten zwakker werden, zowel militair als economisch gezien, terwijl de macht en invloed van China toenamen. Nu kunnen wij het ons simpelweg niet meer veroorloven om onze industriële, militaire en zelfs maatschappelijke uitholling en verzwakking verder te negeren. Die verzwakking is ontstaan door doorgeslagen klimaatbeleid, ongecontroleerde massa-immigratie en een multicultureel denken dat in stand wordt gehouden door een falend integratiebeleid. Wij hebben onszelf jarenlang wijsgemaakt dat conflicten tot het verleden behoren. Het resultaat is niet fraai: westerse landen zijn verzwakt, zijn intern verdeeld, zijn nauwelijks of vaak niet in staat zichzelf te verdedigen en hebben vaak niet heel helder meer voor ogen wat zij überhaupt moeten verdedigen.

Voorzitter. De vakantie van de geschiedenis is onmiskenbaar voorbij, maar geestelijk liggen nog altijd te veel mensen te luieren op het strand. Nederland heeft op dit ministerie een minister van Buitenlandse Zaken nodig die met verstand en visie zijn weg weet te vinden in deze nieuwe, onzekere wereld, die na decennia van verstikkend supranationalisme weer durft op te komen voor ons Nederlandse nationale belang en die niet vergeet dat hij uiteindelijk verantwoording schuldig is aan de Nederlander en niet aan de technocraten van de EU in Brussel, de globalisten van de Verenigde Naties in New York, de elite in de niet zo transparante corridors van het World Economic Forum in Davos of de losgezongen rechters van de internationale gerechtshoven. Ik hoop dat deze minister en zijn opvolger bereid zijn om zó minister te zijn. Ik hoor het graag van hemzelf tijdens de beantwoording in de eerste termijn.

Veel dank.

De voorzitter:
Dank u wel. Dat geeft aanleiding tot een aantal vragen.

De heer Erkens (VVD):
De heer Markuszower begon met de toetssteen van zijn fractie voor het buitenlands beleid: het Nederlandse nationale belang. Laten we daarop doorgaan. Is het in het Nederlandse nationale belang om Oekraïne meerjarig te blijven steunen?

De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Het voelt bijna alsof ik op een soort examen zit. Daar staat de meester. Nu moet ik het goede antwoord geven. Nederland heeft gezegd — ik heb die handtekening zelf ook gezet — dat Nederland Oekraïne steunt, financieel en op alle andere mogelijke wijzen. Dat is daarna ook gebeurd. Ik ben een beetje nieuw op deze portefeuille, maar als ik me niet vergis, hebben we volgens mij inmiddels 17 miljard euro aan Oekraïne overgemaakt. Uit mijn hoofd is dat meer dan Frankrijk en Spanje samen. Dat zijn veel grotere economieën. Zij laten bovendien alle twee hun staatsschuld veel verder oplopen, zeg ik tegen de VVD, dan wij dat doen. Zij hebben dus ook veel meer geld te besteden. Ik wil eigenlijk de bal een beetje teruggooien. Dat mag niet, maar dat probeer ik een beetje te doen.

De voorzitter:
Nee, dat is niet de bedoeling, ook niet als leider van een nieuwe groep.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Dan zal ik het zo zeggen: als ik zo hoor hoelang de onderhandelingen nu duren tussen die drie onderhandelende partijen, denk ik dat het geld op is. Waar is het geld? Ik kan hier wel heel stoer zeggen "we moeten Oekraïne steunen, want dat is belangrijk", maar dan vraag ik me af van welk geld.

De heer Erkens (VVD):
Er is natuurlijk vrij recent op een Europese Raad een deal gesloten tussen de Europese leiders om meerjarig circa 90 miljard aan steun te geven aan Oekraïne. Er komt dus meer geld aan op die manier. Maar ik zal niet doorvragen op dit moment. Ik ben vooral benieuwd naar de standpunten die de nieuwe fractie gaat innemen. Het is geen overhoring, maar we gaan meer horen.

De heer Stoffer (SGP):
Persoonlijk ken ik de heer Markuszower natuurlijk heel goed, maar naar de politieke standpunten zijn we inderdaad een beetje op zoek. Ik vond het wel mooi om te horen dat de heer Markuszower sprak over een sterke defensie. Nu heeft de PVV in de periode dat zij in het kabinet participeerde, volgens mij de 5% omarmd. In haar verkiezingsprogramma zag ik iets staan over een sterke defensie, maar niet exact wat voor bedragen. Ook is er geen doorrekening. We konden dat dus niet zien. Maar mijn vraag is de volgende. Als de heer Markuszower over een sterke defensie spreekt, heeft hij het er dan over dat hij de 5% steunt of moet ik dat anders zien? Zou hij daar iets meer over kunnen zeggen?

De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Allereerst: hoe is die 5% opgebouwd? Je hebt 3,5% en dan mag je volgens mij die andere 1,5% een beetje vrijer spenderen. Die vrije ruimte vind ik prettig, maar die moet natuurlijk wel ten doel zijn van een goede defensie. Als je bijvoorbeeld die tank snel wil laten rijden van Noord naar Zuid, is het wel lekker als de snelweg waar die op rijdt, functioneert. Dus op zich kunnen we ons vinden in een sterke defensie. Daar heb je minimaal 3,5% voor nodig. Als we die 1,5% slim inzetten, kom je op ongeveer 5%. Ik denk dat Nederland daar zowel economisch als defensief sterker uit kan komen. Dus ja, ik steun dat op zich.

De heer Stoffer (SGP):
Ik ben blij met dit antwoord, want dat geeft natuurlijk wel enige helderheid dat we wat dat betreft redelijk op één lijn zitten. Over die 1,5% ben ik het met de heer Markuszower eens dat je daar je logistiek voor op orde moet brengen. Dus de viaducten moeten niet instorten als die tank eroverheen rijdt. Ook denk ik aan innovatie; ik ben benieuwd wat de heer Markuszower daarvan vindt. Je kunt daar natuurlijk ook een heel stuk innovatie mee opzetten, waarbij bedrijfsleven en Defensie combinaties zouden kunnen maken. Kan hij er iets over zeggen of hij die kansen ook ziet? Dan gaat het er niet om dat de overhoring is geslaagd, maar komen we wat dat betreft wel een stukje bij elkaar.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Ik zag de heer Erkens ook niet heel ontevreden kijken. Ik kan de heer Stoffer ook blij maken. Ik steun het pleidooi van de heer Stoffer en ben ervan overtuigd dat als je dat geld goed inzet, waar Defensie dan baat bij heeft, er dan ook neveneffecten ontstaan. Denk inderdaad aan technologie die je op andere fronten kan inzetten, aan innovatie die ook andere zaken ten goede komt, misschien aan meer ziekenhuisbedden, zeg ik erbij, die ook in die 1,5% kunnen meetellen. Als je je voorbereidt op een oorlog, krijg je misschien vrede, maar als je je voorbereidt op een oorlog, is het toch ook wel prettig dat als er potentieel gewonden zijn, er genoeg ziekenhuisbedden, genoeg artsen en genoeg infrastructuur in den brede zijn om die dreigingen te mitigeren — om dat woord maar over te nemen van de heer Dekker.

De heer Klos (D66):
Ik probeer ook even te proeven waar de Groep Markuszower ongeveer staat. Ik hoorde een betoog dat natuurlijk leek op wat de PVV vroeger zei, maar wel met een beetje Kant en Thucydides erin verweven. Mijn vraag is waarom u tegen de motie was om meer militaire capaciteiten op te bouwen in Europa, die wij hier vorige week als Kamer hebben aangenomen en waar zelfs ook de PVV voor was.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Daar moet ik serieus echt even naar kijken. Wat was het dictum van de motie?

De heer Klos (D66):
Daar wil ik wel even een stukje van zeggen: "verzoekt de regering om binnen de EU en de NAVO actief te streven naar het wegwerken van militaire tekorten, zodat Europese bondgenoten zelfstandig en structureel in staat zijn bij te dragen aan de collectieve verdediging van Europees NAVO-grondgebied".

De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Nou ja, misschien hadden wij daar ook wel voor kunnen stemmen, maar misschien was ik een beetje afgeschrikt omdat er stond "binnen de EU" of zo. Ik wil niet naar een Europees leger. Het kan zijn dat ik me daardoor — misschien ten onrechte, hoor — liet afschrikken. Ik steun op zich het pleidooi. Ik kan heel ver meegaan in die motie, maar misschien was ik afgeschrikt door het woordje "EU", want anders dan D66 willen wij echt niet richting een Europees leger. Maar we vinden elkaar wel.

De heer Klos (D66):
Dan tot slot. Geert Wilders is groot bewonderaar van de heer Trump. Bent u meer of minder bewonderaar van Trump in die zin?

De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Ik weet helemaal niet wie de heer Wilders bewondert. Ik denk dat hij mij op dit moment niet zo bewondert. Of hij de heer Trump bewondert, weet ik niet. Ik weet ook helemaal niet of dat aan mij is. Ik ben een parlementslid in Nederland. Ik denk dat het voor Nederland als klein landje niet onverstandig is om goede verhoudingen met onze bondgenoten te hebben. Amerika is er daar één van. Het Amerikaanse volk heeft een leider gekozen; die noemen ze president Trump. Het is niet aan mij om hem — hoe zeg je dat netjes? — af te vallen of te bekritiseren. Het is ook niet zo nuttig om hem op te hemelen, want van slijmen wordt Nederland niet per se beter.

De voorzitter:
Dank u wel. Nee, dat was uw derde interruptie, meneer Klos. Dank u wel voor uw bijdrage. Morgen gaan wij verder met het vervolg van deze begroting.

De algemene beraadslaging wordt geschorst.

De voorzitter:
Voordat ik de vergadering sluit, wil ik alle leden van de Kamer bedanken voor hun bijdragen, de minister voor zijn aanwezigheid en alle medewerkers en de ondersteuning voor het belangrijke werk dat zij doen. Ik wens iedereen veilig thuis en morgen gezond weer op. Ik sluit de vergadering.

Sluiting

Sluiting 21.01 uur.