Plenair verslag Tweede Kamer, 31e vergadering
Donderdag 15 januari 2026

  • Begin
    10:15 uur
  • Sluiting
    0:00 uur
  • Status
    Ongecorrigeerd

Opening

Voorzitter: Van Campen

Aanwezig zijn leden der Kamer, te weten:

De voorzitter:
Ik open de vergadering van donderdag 15 januari 2026.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:
Ik deel aan de Kamer mee dat er geen afmeldingen zijn.

Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.

Hamerstukken

Hamerstukken

Aan de orde is de behandeling van:

  • het wetsvoorstel Wijziging van de Wet medische hulpmiddelen in verband met de uitvoering van Verordening (EU) 2024/1860 betreffende de verplichting tot informeren in geval van onderbreking of stopzetting van de levering (36759);
  • het wetsvoorstel Wijziging van de Wet tegemoetkomingen loondomein teneinde voor een nieuwe werkgever een recht te regelen op een loonkostenvoordeel voor de resterende duur daarvan (36792).

Deze wetsvoorstellen worden zonder beraadslaging en, na goedkeuring van de onderdelen, zonder stemming aangenomen.

Begroting Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening 2026

Begroting Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening 2026

Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van:

  • het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (XXII) voor het jaar 2026 (36800-XXII).


Termijn antwoord

(Zie vergadering van 13 januari 2026.)

De voorzitter:
Dan is aan de orde de voortzetting van de begroting Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Ik heet opnieuw de minister van harte welkom in ons midden.

Door mij zijn schriftelijke antwoorden ontvangen van de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening op vragen, gesteld in eerste termijn.

Deze antwoorden zullen worden opgenomen in een bijvoegsel bij de Handelingen van deze vergadering.

(Het bijvoegsel is opgenomen aan het eind van deze editie.)

De voorzitter:
Ik heet de minister opnieuw van harte welkom in ons midden. Aan de orde is haar beantwoording in de eerste termijn. Daarvoor geef ik haar graag het woord.

De algemene beraadslaging wordt hervat.

De voorzitter:
Aan de orde is haar beantwoording in de eerste termijn. Daarvoor geef ik haar graag het woord. Het woord is aan de minister.

Minister Keijzer:
Dank u wel, voorzitter. Dank ook aan de leden voor hun inbreng in eerste termijn. In het bijzonder wil ik de heer Van Asten, mevrouw Zalin… Mevrouw … Hè, jakkes. Ik had erop geoefend. Zallinyan. Zeg ik dat goed?

De voorzitter:
Zalinyan.

Minister Keijzer:
Zalinyan. Ik wil hen en mevrouw Steen bedanken voor en feliciteren met hun maidenspeech. Ik zat zo naar ze te luisteren, en opeens viel bij mij het kwartje: het zijn alle drie wethouders. Ze zijn alle drie betrokken geweest bij de inrichting van onze omgeving en bij het realiseren van allerlei zaken op gemeentelijk niveau. Dat doet mij goed. Dat ben ik ook ooit geweest. Ik ben ook ooit begonnen als wethouder, en wel als wethouder volkshuisvesting en ruimtelijke ordening. Ik vind het prachtig om te zien dat de Kamer weer aangevuld is met mensen met die deskundigheid op gemeentelijk niveau, want dat is natuurlijk de plek waar alles uiteindelijk landt. Het is het bestuursniveau dat het dichtst bij de burger staat.

Mevrouw Steen had een heel erg herkenbare maidenspeech, waarin zij ook "heanig an" … Zeg ik dat goed? Ja, ik ben een Volendammer, hè. Ik kan het wel in het Volendams, maar niet in het Twents. Maar dat gaf zeker ook een glimlach op het gezicht. De boodschap die daarachter ligt, is: jongens, kalmpjes aan, rustig aan, geef elkaar een beetje de tijd, geef elkaar een beetje de ruimte en tel eens tot tien. Dat is in ieder geval iets wat voor ons allemaal geldt. De heer Van Asten heb ik ook als minister vaak mogen ontmoeten toen het ging over de uitdagingen in zijn stad. Mevrouw Zalinyan had ook een heel mooi verhaal, namelijk: laten we elkaar de ruimte geven en laten we met elkaar laten zien hoe mensen die van buiten Nederland komen gewoon bijdragen aan onze samenleving. Dat zijn dus allemaal woorden die we ons ter harte kunnen nemen.

Overigens mis ik hier de heer De Groot van de VVD-fractie. Niets ten nadele van mevrouw Den Hollander, maar ik mis hem toch wel. Vanaf het allereerste begin dat ik deze portefeuille behandel, ook hiervoor nog als Kamerlid, heb ik eigenlijk altijd met hem in deze zaal gestaan. Ik hoop dat hij heel snel weer op zijn twee benen staat en aanwezig is in deze debatten.

Voorzitter. Het is een begrotingsbehandeling onder een bijzonder gesternte. Het nieuwe kabinet zit al zo'n beetje in de wachtkamer. Ik heb af en toe het idee dat ze al met één been op het bordes staan. Zij hebben natuurlijk ook eigen ideeën. Ik zie de heer Vijlbrief nee schudden. Stel me nou niet teleur, zou ik bijna willen zeggen. Natuurlijk heeft een nieuw kabinet ook eigen plannen en eigen ideeën voor hoe het verder moet met het de volkshuisvesting en de ruimtelijke ordening. Ik zag ook af en toe de heer Vijlbrief al een beetje zo staan, zo van: nou, ik ben de volgende die dit gaat doen. Dat doet mij deugd!

De voorzitter:
Ja, dit is uitlokking, mevrouw de minister! Meneer Vijlbrief.

De heer Vijlbrief (D66):
Ik wil hier ernstig bezwaar tegen maken! Ik ben lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Zo heb ik me, dacht ik, ook gedragen. Verder wens ik de minister veel succes!

Minister Keijzer:
Mooi om te zien! Ik ken de heer Vijlbrief ook uit de vorige periode. Mocht het zover komen, dan zie ik uit naar de debatten met hem.

Voorzitter. Nu serieus. Ik ga mijn best doen om alle vragen te beantwoorden die mij gesteld zijn. Een groot gedeelte heb ik al schriftelijk beantwoord. Verdere vragen zal ik uiteraard vandaag beantwoorden. Maar u kunt zich voorstellen dat ik ook geregeld zal proberen te verwijzen naar een volgend kabinet, want dat past mij. Dat zal mij best wel zwaar vallen, want u kent mij: ik heb een mening. Als er echt dingen gezegd worden waarvan ik denk dat die gewoon onverstandig zijn, dan zal ik dat vanuit het perspectief van mijn portefeuille hier toch ook naar voren brengen.

Anderhalf jaar heb ik dit werk als minister mogen doen. Dat is natuurlijk veel te kort. Maar ik ben toch trots op het werk dat wij vanuit het ministerie hebben gedaan, ik en al die betrokken ambtenaren die keihard gewerkt hebben om de volkshuisvesting en ruimtelijke ordening in Nederland een stukje verder te brengen. Dat hebben wij niet alleen op het ministerie gedaan; dat hebben wij ook gedaan in debat met uw Kamer en uiteraard met al die lokale overheden. Nederland is namelijk een gedecentraliseerde eenheidsstaat. Volkshuisvesting en ruimtelijke ordening zijn dus zeker taken die je uitvoert samen met provincies, waterschappen, gemeenten en alle mensen die er verder bij betrokken zijn.

Voorzitter. Ik ben ook trots. De inkt van het regeerakkoord was namelijk nog niet droog, of daar was in december van 2024 al de Woontop; het eerste wapenfeit van het kabinet-Schoof. Op de Woontop is het gelukt om met alle betrokken partners afspraken te maken over sneller bouwen en minder regels. Heel veel mensen die zitten te luisteren, zullen hier misschien van denken: "Ja, duh. Logisch. Zo moet dat." Maar tot die Woontop waren er oeverloze discussies over alles: waar er gebouwd moest worden, wat er gebouwd moest worden en hoe er gebouwd moest worden. Het is ons met elkaar gelukt — dat is niet alleen mijn verdienste, maar zeker ook de verdienste van al die Woontoppartners — om een flink aantal afspraken met elkaar te maken.

Over het "waar", de vraag waar er gebouwd moest worden, zijn we een heel traject met elkaar aangegaan. Dat heeft uiteindelijk geleid tot het ontwerp van de Nota Ruimte. Dan het "wat": wat moest er gebouwd worden? Twee derde betaalbaar en 30% sociaal. Dat hebben we daarin ook met elkaar afgesproken. De discussie die er tot dat moment was over de vragen "kan het wel uit" en "kan het betaald worden", hebben we daarmee ook weten te beslechten. Ja, het kan uit, mits er wel subsidie van overheden bij zit. Hier is ook in vastgelegd "hoe" we gaan bouwen, namelijk: conform het Bbl, het Besluit bouwwerken leefomgeving. Daar komen geen plussen meer bovenop. Dat is niet omdat ík vind dat het Bbl kwalitatief voldoende is — dat vind ik overigens wel; daarom hebben we dat met elkaar vastgelegd — maar dat is om te voorkomen dat er elke keer in het planproces, voordat er überhaupt een vergunningsaanvraag wordt ingediend, oeverloos discussie is: "Moet het niet een beetje zus? Moet het niet een beetje zo? Kan er niet een plusje hier? Kan het daar niet net even anders?" Dat vertraagt namelijk gewoon.

Dit heeft uiteindelijk geleid tot het programma STOER: het schrappen van tegenstrijdige en overbodige eisen en regels. Dat is een rechtstreekse reactie op datgene waar de heer Mooiman van de PVV-fractie en de heer Vermeer in hun inbreng naar verwezen: alle verstikkende regels in dit land die het er voor woningbouw niet makkelijker op maken.

Voorzitter. Ik ben trots op nog meer zaken, zoals de doorbraaklocaties. Gisteravond is in de gemeenteraad het plan voor Cortelande vastgesteld. Dat is het vervolg op een doorbraak die eind vorig jaar, een paar weken geleden, bereikt is. De Wet versterking regie volkshuisvesting ligt bij de Tweede Kamer. Ik hoorde, met dank aan de heer Grinwis, dat er een emailprocedure voorligt om zo snel als mogelijk dat wetsvoorstel verder te brengen.

Dan de realisatie van 50.000 woningen in de NPLV-gebieden, de nieuwe realisatiestimulans. Iemand zei eens tegen mij: waarom heb je dat niet gewoon een bouwbonus genoemd? Ik vond dat eigenlijk wel een heel goed idee, want dat is wat het is: gewoon €7.000 per gebouwde woning, helder, eenvoudig, niet al te veel moeite om het te moeten aanvragen. En we kunnen echt hier met elkaar vaststellen, zoals de heer De Hoop dat ook noemde, dat we door muren gegaan zijn.

Maar er is nog iets anders gebeurd. De sfeer aan allerlei tafels is de afgelopen anderhalf jaar omgeslagen. De houding is er eentje geworden van: het kan wel. Dat zeg ik de fractie van D66 na. Maar het is vooral ook een sfeer geworden van: pak je verantwoordelijkheid en doe wat gedaan moet worden.

Voorzitter. Ik durf te zeggen dat wat er nu staat het begin is van het oplossen van het woningnoodprobleem. In die zin komt de nieuwe minister van VRO beleidsmatig en juridisch in een gespreid bedje. We hebben nog wel een financiële discussie met elkaar te gaan, maar het beleidsmatige en juridische huis staat.

Ik heb geen magische bol, om de verzuchting van de heer Clemminck van de fractie van JA21 in zijn inbreng te herhalen. Was het maar zo. De realiteitszin waaraan mevrouw Den Hollander in haar inbreng refereerde, is ook echt nodig. Morgen is het niet opeens anders.

Het is wel zo dat we vorig jaar op ongeveer 75.000 nieuwbouwwoningen zaten. Als je er 100.000 per jaar nodig hebt, doen wij het stukken beter dan andere Europese landen, waar ze bij lange na niet het equivalent halen van de benodigde productie. We zijn er natuurlijk nog niet, maar als zaken blijven lopen zoals ze nu lopen, zitten we binnen twee jaar op die 100.000 woningen per jaar.

Daarin is nog niet de mogelijkheid opgenomen om in achtertuinen mantelzorgwoningen en familiewoningen te mogen bouwen; we hebben het verbreed naar kinderen van de hoofdbewoner. Daar is ook niet in opgenomen het vergunningsvrij mogen splitsen van woningen. Ik zal straks laten zien hoe je dat kan doen. Het is aan een volgend kabinet, maar ik ben het wel aan het uitzoeken, zodat het klaarligt voor de volgende minister.

Als we dat echt serieus gaan doen, dan kunnen we echt met elkaar in deze Kamer aan al die woningzoekenden in Nederland laten weten: we zien uw zorgen, we zien uw problemen en we hebben alles op alles gezet om ervoor te zorgen dat die woningen er komen. Ik ben daar trots op. De heer Vijlbrief refereerde aan het interview in het FD, maar het is gewoon zoals het is. En als het is zoals het is, dan moet je het gewoon zeggen. Zo zit ik een beetje in het leven.

De sector is wel gebaat bij continuïteit en voorspelbaarheid. Als ik kijk naar de ideeën en plannen van het nieuwe kabinet die voorbijkomen, dan zie ik daar wel de lijn in dat men doorgaat op de ingeslagen weg: bestendig beleid, grote lijnen blijven intact. Het belang daarvan hoef ik u niet uit te leggen. Woningbouw vraagt even niet om nieuwe idealen, maar vraagt om bestendig beleid, om doorgaan op de ingeslagen weg. Hooguit zou enige deregulering nog verder kunnen helpen. Er zijn ook een aantal voorstellen door u allen hier gedaan. De starters die noodgedwongen tot hun 30ste op de zolder blijven wonen. De gezinnen die hun leven in dozen hebben staan omdat er geen huis beschikbaar is voor ze. Scheidingen die, hoe verdrietig dat ook in het leven van mensen is, er ook nog eens toe leiden dat men veroordeeld blijft tot dezelfde trap naar de slaapkamers. Voor deze mensen telt maar één vraag: wanneer komt er een huis voor mij?

Ik heb de vragen op het onderdeel volkshuisvesting schriftelijk beantwoord. Ik zou nu graag over willen gaan naar het blokje ruimtelijke keuzes.

De voorzitter:
Kunt u de Kamer wellicht meenemen in de verschillende blokjes waarlangs u de beantwoording heeft gestructureerd?

Minister Keijzer:
Dat is dit, voorzitter. Ik heb alle gestelde vragen op het onderdeel volkshuisvesting schriftelijk beantwoord. Het verstandigst is denk ik om gewoon te kijken welke vragen er nog liggen, als er nog onduidelijkheden zijn. Vervolgens kan ik overgaan tot de ruimtelijke keuzes. Ja, voorzitter, ik help u ook maar een klein beetje in de voortgang.

De voorzitter:
Daar zijn wij alleen maar ontzettend blij mee, minister. Ik stel de Kamer voor het aantal interrupties niet te maximeren, maar wel om net als afgelopen dinsdag kort en bondig te blijven en de interrupties maximaal in drieën te doen. Meneer Vermeer?

De heer Vermeer (BBB):
Ik wil de minister en haar team bedanken voor de antwoorden die we ontvangen hebben. Mooi dat die op tijd binnen waren. Ik heb ook antwoord gekregen over de vakantieparken en het bewonen van recreatiewoningen. Er komt van alles aan, maar ik heb naar aanleiding van het debat ook meerdere berichten gekregen van mensen die zeggen: moet je eens luisteren; er wordt volop gehandhaafd en er worden dwangsommen uitgedeeld. Maar er is geen enkel alternatief voor die mensen, ook niet in de vorm van bijvoorbeeld een sociale huurwoning. Die mensen worden op deze manier gewoon keihard de schulden in gedrukt door de overheid zelf. Wat kan en wil de minister hieraan doen op de korte termijn?

Minister Keijzer:
De regeling zoals ik die zie, is gepubliceerd. Dat is duidelijk. Maar wat je op gemeentelijk niveau ziet, is dat er vervolgens doorgegaan wordt op de ingeslagen weg. Dat vind ik soms heel erg jammer; ik zal u ook uitleggen waarom. Wat is die ingeslagen weg? "Dit is een vakantiepark, dat is de bestemming in het omgevingsplan en daar mag je niet wonen." Dat is één. Twee. De wethouder zegt dan: gemeentelijke autonomie; het is aan mij om dat besluit te nemen. Waarom vind ik dat nou jammer? Eén. Deze mensen hebben geen alternatief. Woningnood, wachttijden, noem het allemaal maar op. Feitelijk zeg je tegen die mensen: u zoekt het maar uit. Maar het is ook jammer om het volgende. Heel veel gemeentes hebben dan wel autonomie — het is de taak van gemeenten — maar ze hebben ook heel vaak niet de ambtelijke capaciteit om goed te kijken hoe je dit wel mogelijk zou kunnen maken. Dat is precies de reden waarom die instructieregeling gemaakt is. Dat stond ook in het hoofdlijnenakkoord en is ook een wens van een meerderheid van de Kamer.

Deze mensen zouden vervolgens bij de volksvertegenwoordigers op gemeentelijk niveau kunnen aankloppen, zodat zij zich dit kunnen aantrekken. Daar waar het komt tot een handhavingszaak, kun je heel goed kijken naar de instructieregeling en zeggen: er is zicht op legalisatie. Dat helpt in een eventuele procedure. Dat laat onverlet dat de stress van de mensen die het betreft huizenhoog is. Het is ook gewoon niet te doen; dat weet ik. Ik ben, zolang het mij nog gegund is om dit werk te doen, aan het uitwerken wat nodig is op het gebied van de voorwaarden die gesteld moeten worden. Dat heeft u kunnen lezen. Denk aan de discussie over of iemand aanspraak kan maken op huurtoeslag en hoe je dat dan regelt. Zodra de minister dat heeft, mijn opvolger, zal die — dat hoop ik; daar ga ik van uit — verdergaan met het in werking laten treden van de instructieregel.

De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Het is altijd fijn dat we schriftelijke beantwoording van het ministerie krijgen, zodat we goed naar alle antwoorden kunnen kijken. Maar het is toch ook wel prettig om in het debat een aantal van die antwoorden langs te lopen met elkaar. Ik zou willen beginnen bij de slagkracht van corporaties. Voor dit debat kwam de koepel van woningbouwcorporaties, Aedes, met het signaal dat ze denken 20 miljard te weinig te hebben om te kunnen voldoen aan de nationale prestatieafspraken. In de beantwoording van de minister staat dat woningbouwcorporaties op korte termijn nog beschikken over een goede financiële positie, maar dat ze ook een investeringstekort verwacht van 20 miljard tot en met 2034. Hoe snel verwacht de minister dat corporaties echt in de problemen komen met betrekking tot het voldoen aan die doelen binnen de Nationale Prestatieafspraken?

Minister Keijzer:
Het gaat nog een aantal jaren goed, maar dat wil niet zeggen dat je niet nu al moet nadenken over de consequenties hiervan. Het moment dat het ten koste gaat van de productie van nieuwbouwwoningen of de verduurzaming van de bestaande voorraad huurwoningen, komt nu wel in beeld. Omdat het een aantal consequenties heeft ten aanzien van de middelen die naar corporaties gaan, ten aanzien van de belastingen die bij corporaties worden geheven of ten aanzien van het ambitieniveau — moet je deze hoeveelheid woningen verduurzamen en bouwen? — is dat echt aan een nieuw kabinet. Maar je moet ook kijken naar hoe dit nou kan. Kan de bedrijfsvoering bij corporaties efficiënter, goedkoper? Een van de redenen waarom het nu tegenvalt, zijn bijvoorbeeld de kosten aan onderhoud. Kan daarin efficiënter gewerkt worden? Dat moet je echt de komende jaren gaan doen.

De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Helder. Ik ben het met de minister eens dat we daar nu met elkaar over na moeten denken. De minister is best expliciet over de punten waarvan zij denkt dat er binnen de corporaties zelf nog wat aan, bijvoorbeeld die efficiëntieslag, gedaan kan worden. Maar wat vindt de minister bijvoorbeeld van misschien toch kijken naar de ATAD en de vpb? Ik weet dat ze bij de belofte van de PVV ten aanzien van de huurbevriezing ook heeft nagedacht over wat je dan kunt doen. Zijn er nou dingen die deze minister de volgende Kamer en de volgende minister mee zou willen geven voor wat je juist op dat vlak dan misschien toch zou moeten doen de komende periode?

Minister Keijzer:
Hiervoor geldt dat je natuurlijk altijd aan fiscale knoppen kan draaien, maar dat dat geld kost. Dat moet je dan dus op een andere manier goedmaken. Daar moet je "dekking voor zoeken", om het maar eens gewoon even op een parlementair gebruikelijke manier te formuleren. Maar je moet in verband met de rechtsgelijkheid ook nadenken over wat je dan doet met particuliere verhuurders van sociale huurwoningen. Zoals u weet, zijn er daar nogal een aantal van. Daar moet je dan dus wel naar kijken. Je kunt aan verschillende knoppen draaien, maar het is uiteindelijk aan een volgend kabinet om te bezien aan welke knop dat dan is en hoe je dat organiseert.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Tot slot heb ik nog een andere vraag over volkshuisvesting die niet beantwoord is in de schriftelijke beantwoording en die de minister nu ook niet is langsgelopen. Die gaat over de staatsteunmogelijkheden die de Europese Unie nu biedt. Ik ben benieuwd wat de minister denkt over hoe snel we die in Nederland kunnen omzetten in wetgeving. Ik hoop ook dat de minister, zolang zij er nog zit, daar echt de vaart achter wil zetten, omdat we daarmee kunnen zorgen voor meer betaalbare woningen, ook in dat middensegment waar zij zorgen over maakt. Ik ben dus benieuwd of de minister nog wat uitgebreider in zou willen gaan op de kansen die zij ziet en op hoe snel we die in Nederland kunnen omzetten in wetgeving en beleid.

Minister Keijzer:
Zoals we allemaal weten, heeft de Europese Commissie laten weten dat de ontheffing voor de staatssteundiscussie ook gaat gelden voor middenhuur. Dat was dus goed nieuws. Eind deze maand zitten we bij de Europese Commissie om goed door te spreken hoe we dat dan doen. We weten in ieder geval dat de Woningwet gewijzigd moet gaan worden. We hebben dus een wetswijziging nodig. Ik voel me een klein beetje gemankeerd, want het is natuurlijk ook weer aan een volgend kabinet om dit te gaan doen. Dat wil niet zeggen dat er op mijn ministerie niet aan gewerkt wordt, maar het is niet meer aan mij.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Ik wil inderdaad de minister en de ambtenaren bedanken voor het beantwoorden van de vragen. Mijn zorg zit in de zorggeschikte woningen. ActiZ en Aedes zeggen in een reactie: wij kunnen geen sociale huurwoningen bouwen die zorggeschikt zijn. Wat is dan het antwoord van het ministerie en de minister?

Minister Keijzer:
Het antwoord zit in subsidiemogelijkheden die er daarvoor zijn, zoals bijvoorbeeld de ontmoetingsruimte. Daar zit geld om dat te organiseren. Je hebt de nultredenwoningen. Je hebt de geclusterde woningen. Naarmate je een hogere zorgbehoefte in die woningen hebt, kost het natuurlijk meer geld om die te realiseren. Daar zijn subsidies voor. Dat doe ik samen met de staatssecretaris Langdurige Zorg om ervoor te zorgen dat deze woningen uiteindelijk gebouwd gaan worden. Maar als je simpelweg zegt "het kan niet", dan ga je voorbij aan de mogelijkheden.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Ik ben blij om te horen dat er vasthoudendheid is ten aanzien van het belang om dit te gaan bouwen. Ik maak me nog wel zorgen over een ander punt, namelijk het puntensysteem voor die woningen. Er geldt een opslag van 35% als de woning zorggeschikt is. Betekent dat niet automatisch dat zo'n woning niet binnen de sociale huur valt?

Minister Keijzer:
Dat ligt eraan. Dat kun je zo niet zeggen. Dat is één. Twee: hoe hoger de huur is — uiteraard tot een bepaald niveau — hoe hoger uiteindelijk ook de huurtoeslag is. Dat is ook een punt dat hierbij speelt. Maar er zijn natuurlijk ook situaties waarin mensen onder de Wet langdurige zorg vallen. Zij betalen geen huur meer, maar een eigen bijdrage.

De voorzitter:
Tot slot.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Voorzitter, tot slot. Ik had nog gevraagd naar de termijn voor die 290.000. Het is nu doorgeschoven naar 2036. Denkt de minister dat dat echt realiseerbaar is? Want het is zo hard nodig.

Minister Keijzer:
Het is absoluut hard nodig. Daar heeft mevrouw Van Brenk absoluut gelijk in. De bevolking vergrijst. We worden steeds ouder. De hoeveelheid mensen in die leeftijdscategorie wordt groter. We weten dat mensen aan het einde van hun leven zorgbehoevender worden. Gelukkig komen ze niet allemaal terecht in de zware zorg, maar als de absolute aantallen stijgen, dan is de hoeveelheid mensen die aangewezen is op zwaardere zorg en op een bijbehorende woning natuurlijk ook groter.

In de gesprekken die in het kader van de woondeals worden gevoerd met de gemeenten is alles erop gericht om deze woningen te realiseren. We hebben inmiddels met alle woondealregio's afspraken gemaakt. Volgens mij ligt er inmiddels in zo'n beetje alle woondealregio's in Nederland een plan om dit te gaan doen. Ik ken geen wethouder die zich niet realiseert dat dit in zijn of haar gemeente nodig is. In zijn algemeenheid geldt natuurlijk wel wat voor alle nieuwbouw geldt, namelijk dat het te lang duurt. Dat is absoluut een feit. Ik zei al eerder in mijn betoog "ga niet lekker creatief met elkaar tekenen", ook al klinkt dat een beetje raar. Dat moet je wel doen als het gaat om de schoonheid, zoals de heer Clemminck mooi naar voren bracht, maar niet als het gaat om de technische inhoud van wat er nodig is in de woning, want die discussie is al beslecht.

Mevrouw Beckerman (SP):
Mijn complimenten aan de minister voor de beantwoording en een puntje van kritiek voor mijzelf. Ik denk dat ik mijn vraag niet duidelijk genoeg heb gesteld, want hij is niet beantwoord. Ik ga hem daarom nog een keer stellen. Vanaf deze maand kunnen huurders geen huurtoeslag meer krijgen voor de servicekosten. Dat kan oplopen tot €48 per maand. Dat komt niet veel voor, maar de mensen die dit treft, zijn veelal mensen die een flat bewonen. Het gaat voor een groot deel om de armste Nederlanders. Daar komt dit jaar ook weer een huurverhoging bovenop.

De voorzitter:
En uw vraag?

Mevrouw Beckerman (SP):
Mijn vraag is: erkent de minister dat dit problematisch kan zijn voor een grote groep huurders?

Minister Keijzer:
Er wordt in deze Kamer vaak gefulmineerd over de huurverhoging. Als je moeilijk kunt rondkomen, dan snap ik dat een huurverhoging rauw op je dak valt. Dat begrijp ik. Tegelijkertijd vloeit die huurverhoging wel voort uit de regels en wetten die hier vastgesteld zijn. Ik snap dat je het daar als fractie niet mee eens kunt zijn, maar dat is wel waarbinnen ik en de verhuurders moeten opereren. Dat is één. Twee: die hogere huur is natuurlijk niet omdat het lekker is. Die vloeit voort uit bijvoorbeeld de hogere kosten die verhuurders moeten maken om woningen te bouwen en woningen te onderhouden. Het is dus ook noodzakelijk. Daarnaast wordt huurverhoging soms verbonden aan hogere lonen en hogere uitkeringen. Als mensen hogere huren krijgen, dan staat daar tegenover dat zij hogere lonen of hogere uitkeringen krijgen. Vervolgens groeit de huurtoeslag ook mee. Dus laten we die werkelijkheid ook met elkaar blijven zien.

Dan de servicekosten. Aan het begin van mijn ministerschap is daar wetgeving over aangenomen. Ook daar kan je tegen zijn geweest — dat zal wel, als ik mevrouw Beckerman een beetje ken — maar dat is wel de werkelijkheid waarbinnen de situatie zich beweegt. Is het vervelend voor de mensen die het betreft? Ja, dat snap ik volledig. Nibud heeft hier echter onderzoek naar gedaan en daaruit is gebleken dat het voor de meeste mensen uit kan. Wie echt in de problemen komt, kan zichzelf melden bij de gemeente, bij het loket. Daar zitten de mensen die je daarbij kunnen helpen.

Mevrouw Beckerman (SP):
Dat is een lang antwoord, maar ook met heel veel dingen waar de politiek wél wat aan kan doen. We hebben geluk. De minister zegt namelijk dat die huurverhoging voortkomt uit wetgeving. Als het om de sociale huur gaat kunnen wij ingrijpen, maar dan moeten we wel snel zijn. Dan kunnen wij nog zeggen: dat gaat naar een lager percentage, dat gaat naar nul. Verlagen laat die wetgeving toe. Het onderzoek van Nibud, waar de minister naar verwijst, heeft dit helemaal niet allemaal meegenomen, want dat ging over vorig jaar.

De voorzitter:
En uw vraag?

Mevrouw Beckerman (SP):
Waarom maken we nu niet eerst een pas op de plaats? Het is in januari ingevoerd. We kunnen niet al die mensen naar gemeenten duwen. Side-note: er wordt door dit kabinet ook hard bezuinigd op gemeenten. Laten we eerst kijken of dit nog wel haalbaar is, want het is een grote klap: servicekosten én na een recordhuurverhoging twee jaar geleden en een hoge huurverhoging vorig jaar, nu weer een huurverhoging daaroverheen.

Minister Keijzer:
Dit kabinet heeft vorig jaar extra geld aan gemeenten gegeven. Ik herken me dus niet zo in de woorden van mevrouw Beckerman. Ik zie de heer Mooiman al staan. Zijn vraag zal ook over huur gaan. Je kunt alles. Nou niet alles, maar je kunt een hoop. Maar de gevolgen van ingrijpen in de huren hebben we eerder met elkaar meegemaakt. Dat was april vorig jaar in de Voorjaarsnota. Toen hebben we gezien wat een huurbevriezing doet bij corporaties. Het toezichtsorgaan corporaties luidde de noodbel. Corporaties doken onder de ratio's op basis waarvan ze hun werk kunnen doen, met grote consequenties voor het bouwen van nieuwbouwwoningen en voor het verduurzamen van de woningen. We weten hier allemaal dat de huurquote, dus de hoeveelheid geld die mensen in de sociale huur kwijt zijn aan huur, ongeveer gelijk gebleven is. Maar we weten dat de woonkosten, waaronder de energiekosten, het grote probleem zijn. Het is dus onverstandig om op zo'n manier in te grijpen in de kas van corporaties, want dat heeft juist consequenties voor mensen om rond te komen.

De voorzitter:
Tot slot.

Mevrouw Beckerman (SP):
Maar dit is natuurlijk het wrange antwoord, want huurders worden dus verplicht de wooncrisis te betalen. Zij moeten meebetalen aan die nieuwbouw. Tegelijkertijd blijft het kabinet een greep in de kas van die corporaties doen en vraagt het hun nog steeds om winstbelasting en ATAD af te dragen. We hadden net de interruptie van de heer De Hoop: corporaties komen flink tekort, op termijn 20 miljard. We kunnen dat niet allemaal van sociale huurders vragen. Daarom zul je slim beleid moeten voeren en de corporaties daar inderdaad voor moeten compenseren. Dat is mogelijk, als we op het juiste moment die besluiten nemen. Wil het kabinet dan in ieder geval toezeggen om nog vóór de periode waarin de Kamer een ander besluit kan nemen, de Kamer te informeren over de mogelijkheden om de huurverhoging te beperken of op nul te zetten of om op andere manieren te compenseren?

Minister Keijzer:
Mevrouw Beckerman doet dit volgens mij elk jaar. Elk jaar staat ze bij de interruptiemicrofoon en vraagt ze hierom. Daarbij doet ze naar mijn idee net alsof huurders nu opeens betalen voor nieuwbouw, maar dat is altijd zo geweest. Als je een huis huurt of een hypotheek betaalt, moet je geld opzijzetten voor onderhoud. Een huurder is zelf verantwoordelijk voor de binnenkant en met de huurpenningen betaalt de verhuurder, bijvoorbeeld een corporatie, het onderhoud aan de buitenkant. Denken dat dat niets met elkaar te maken heeft, is niet reëel. Daarmee laat je huurders die het moeilijk hebben — en die zijn er, hoor; dat snap ik heel goed — eigenlijk een beetje in de steek. Het is nog vroeg, maar ik kan het eigenlijk niet anders verwoorden. Natuurlijk kan je de vennootschapsbelasting afschaffen; dat heb ik net ook tegen de heer De Hoop gezegd. Het kan. Dat kost 1,3 miljard. Daar moet je dan wel alleen even dekking voor zoeken. Ook moet je vervolgens nadenken hoe je in het kader van rechtsgelijkheid particuliere verhuurders van sociale huurwoningen ...

De voorzitter:
Mevrouw Beckerman, geen vraag meer, maar een korte conclusie.

Mevrouw Beckerman (SP):
Ik wilde trouwens op een ander punt nog hele sympathieke vragen stellen, maar dit is natuurlijk wel een heel onsympathieke manier van reageren op een interruptie. Het klopt dat wij hier elk jaar staan: wij zijn consequent en komen op voor huurders en de betaalbaarheid. Inderdaad, via de huur betaal je mee voor het onderhoud. Dat is heel vaak ondermaats. Er zitten heel veel huurders in ziekmakende schimmelwoningen, ondanks dat ze betalen. Wat hier verkeerd aan is, is dat huurders eerst hebben betaald met de verhuurderheffing — dat betrof 13 miljard — en ze nu betalen met de winstbelasting en ATAD. Als het kabinet dan zegt dat het de schuld van de SP is en dat je daarmee huurders in de steek laat ... Je kunt recht praten wat krom is, maar dit praat je op deze manier niet recht.

De voorzitter:
U heeft uw punt gemaakt.

Minister Keijzer:
Ik zeg overigens niet dat het de schuld van de SP is. Dat heeft u mij niet horen zeggen.

De voorzitter:
Helder.

De heer Mooiman (PVV):
Allereerst wil ik de minister natuurlijk ook bedanken voor de schriftelijke beantwoording van de vragen. Ik denk dat de minister in haar inleiding het programma STOER, dat zij natuurlijk samen met de relevante partijen heeft opgezet, heel terecht heeft aangeprezen. In de schriftelijke beantwoording refereert ze ook aan onze vraag ten aanzien van het Duitse noodmaatregelenpakket. Daar loopt nu een onderzoek naar, in het kader van de vraag welke elementen in STOER opgenomen kunnen worden.

De voorzitter:
En uw vraag?

De heer Mooiman (PVV):
Daar had ik een vraag over. Wanneer kunnen wij de uitkomsten van het onderzoek verwachten?

Minister Keijzer:
Het onderzoek naar wat? Sorry. O, de Duitse bouwturbo, hoor ik meneer Mooiman zeggen. We zijn natuurlijk bezig met de uitwerking van het plan dat mij aangereikt is door de commissie-De Zeeuw. We gaan de komende tijd kijken wat we daar nog van kunnen leren, maar het is even lastig om uit mijn hoofd te zeggen hoelang dat duurt. Ik vind het moeilijk om dit nu te beantwoorden. Heel veel van wat daarin zit, doen we namelijk al. De komende tijd gaan we kijken of er eventueel nog meer in zit waar we iets aan zouden kunnen hebben. Kan ik met de heer Mooiman afspreken dat dat gewoon in de volgende brief over dit onderwerp wordt meegenomen?

De heer Mooiman (PVV):
Dat lijkt me een hele goede afspraak, dus dank daarvoor. Ik had nog een andere vraag, over een ander onderwerp: de staatssteun. Dat kwam net ook al even aan de orde. Het is natuurlijk goed dat die regels versoepeld worden. Woningbouwcorporaties kunnen anders straks ook geen huurwoningen meer bouwen. Tegelijkertijd horen we natuurlijk van marktpartijen dat zij ook een grotere rol daarin zouden willen spelen, maar dat ze geen aanspraak kunnen maken op het instrument dat straks voor de sociale woningbouwcorporaties vrijkomt, de geborgde leningen. Is de minister het met ons eens dat er voor marktpartijen die een grotere bijdrage zouden willen leveren, een soortgelijk instrument kan worden opgezet? Hoe ziet zij de oproep vanuit die marktpartijen?

Minister Keijzer:
Dit is precies een van de discussies. Eigenlijk is het een van de problemen, om het maar gewoon eens te zeggen. Het instrumentarium, de geborgde leningen, geldt namelijk voor corporaties, niet voor marktpartijen. Maar ja, omdat je niet zonder marktpartijen kan, moet je daarnaar gaan kijken. Ook daarvoor geldt trouwens dat je het gesprek hierover te voeren hebt met de Europese Commissie. Ik ben dus blij met het besluit van de Europese Commissie, maar dit is wel wat hierachter wegkomt.

De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Het was de afgelopen maand heel koud. Dat betekent dat we allemaal een hogere energierekening hebben gehad, maar dat betekent ook dat in Nederland 10.000 mensen met -10 graden in de kou buiten hebben geslapen. Bij die 10.000 mensen worden de kinderen nog niet eens goed meegeteld. Ik vind dit een van de meest schrijnende zaken op het punt van de woningnood. Tegelijkertijd zie ik dat dit kabinet nog niet eens in de buurt komt van het doel van nul daklozen in 2030. Ik zou in dit debat graag toch ook nog een reactie van de minister krijgen op het zeer alarmerende rapport dat we hier de afgelopen tijd weer over hebben gezien en waaruit blijkt dat we heel ver van dat doel af zitten. Hoe kunnen we daar volgens de minister met z'n allen toch komen? Ik vind het namelijk echt ontzettend pijnlijk dat we nog steeds in die situatie zitten.

Minister Keijzer:
Ik deel dat; ik deel dat. Dit is de afgelopen week ook door mijn hoofd geschoten; eigenlijk de afgelopen weken, want het is al een tijdje heel koud. We weten allemaal dat het doel van nul daklozen in 2030 een ideale situatie is. We weten ook allemaal dat het is zoals het bij mijn ouders langs de trap hing: "Al wie naar volmaaktheid zoekt, tast gelijk een blinde". Volmaaktheid is in deze wereld immers niet te vinden. Dat laat onverlet dat we alles moeten doen om ervoor te zorgen dat zo min mogelijk mensen in deze situatie terechtkomen. Er ligt inmiddels een novelle in de Tweede Kamer op de Wet regie. Daarin heeft u ook kunnen lezen hoe ik uitwerking geef aan het amendement dat de heer Grinwis tijdens de behandeling heeft ingediend om een urgentiecategorie toe te voegen aan de huisvestingsverordening, namelijk dakloze gezinnen met minderjarige kinderen. Dat is dus waar wij aan werken. Daarnaast: het enige waar een dakloze behoefte aan heeft, is een dak boven zijn hoofd. Dat geeft tegelijkertijd de noodzaak aan van blijven sleuren en trekken aan het realiseren van nieuwbouw.

De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Ik heb geen enkele twijfel dat de minister het net zo erg vind als ik dat er mensen buiten slapen. Het enige wat ik ingewikkeld vind, is dat het kabinet zelf — dat betreft niet deze minister, maar haar voorgangers — een aantal jaren met best wel veel bombarie zei dat het voor die nul daklozen zou gaan zorgen, maar dat het beleid dat daarop gemaakt wordt, achterblijft bij dat doel. Daarin heeft deze minister natuurlijk wél een verantwoordelijkheid. De minister heeft het over de urgentiemogelijkheid die er nu hopelijk komt met het aannemen van de Wet regie, maar je kunt ook iets doen op andere vlakken, bijvoorbeeld woningbouwcorporaties nog meer ruimte geven, meer sociale huur en het voorkomen van het uitzetten van kinderen. Ik vind dat de minister en dit kabinet daarin nog wel meer stappen hadden kunnen zetten. Ik hoop dat de minister de komende periode, zolang zij die mogelijkheid heeft, echt nog doorgaat om naast die urgentieverklaring ook extra beleid mogelijk te maken om die dakloosheid echt tegen te gaan.

Minister Keijzer:
Ja, want volgens mij is er niemand in deze Kamer die niet deelt dat dakloosheid voorkomen moet worden, maar je moet ook realistisch blijven. Je kunt met elkaar ook niet in een situatie terechtkomen waarin mensen bewust de huur niet betalen met stiekem in het achterhoofd dat zij, omdat ze een jong kind hebben, toch niet worden uitgezet. Je moet dus alles op alles zetten om het te voorkomen. Dat doen gemeenten en corporaties ook. In de tijd waarin ik nog wethouder was — dat is echt heel lang geleden, zeg ik tegen de heer De Hoop — is er gewerkt aan beleid waarmee er bij betalingsachterstand niet gewacht wordt totdat die achterstand opgelopen is, maar waarmee meteen, al na een of twee maanden, contact met de betrokkenen wordt opgenomen om te zien wat er aan de hand is en om te voorkomen dat het erger wordt. Dat is een van de zaken die op gemeentelijk niveau en bij corporaties plaatsvinden. Er wordt op gemeentelijk niveau uiteraard ook gewerkt aan daklozenopvang; daar is geld voor. Dat zijn alle zaken die gebeuren in de praktijk. Daarnaast ben ik samen met u bezig met het realiseren van die 100.000 woningen, waarvan 30% sociaal op regionaal niveau, op woningbouwregioniveau, zodat meer woningen toegevoegd worden aan de voorraad.

De voorzitter:
U vervolgt uw beantwoording.

Minister Keijzer:
Oké. Dank, voorzitter. Toen ik wilde beginnen aan mijn blokje over de ruimtelijke keuzes, dacht ik nog even: hoort het vergunningsvrij woningsplitsen bij ruimtelijke keuzes of bij volkshuisvesting? Misschien is het goed om dat als een soort intermezzo ertussen te doen, want daar is ook naar gevraagd.

De voorzitter:
Zeer creatief van u, minister.

Minister Keijzer:
Ja, goed hè?

De voorzitter:
Jazeker.

Minister Keijzer:
Er is gevraagd naar het delen en splitsen van woningen. In de beantwoording ben ik wat op de vlakte gebleven, maar ik dacht dat het misschien toch goed is om een doorkijkje te geven van de manier waarop je dat kunt organiseren. Ik geef een voorbeeld van vergunningsvrij woningdelen. Dat is natuurlijk het beter benutten van de bestaande voorraad. Daar zitten ruimtelijke consequenties aan. Het zit er een beetje tussen. De gemeente Utrecht heeft via de huisvestingsverordening woningdelen vergunningsvrij gemaakt voor maximaal drie personen. Zoals we allemaal weten, is Utrecht een studentenstad. Als het daar kan, dan denk ik dat er weinig plekken in Nederland zijn waar het niet kan, de NPLV-gebieden misschien daargelaten. Dat is dan iets waar je in het beleid uiteindelijk ruimte voor moet geven. Het is in ieder geval een inspirerend voorbeeld. Als een nieuw kabinet dat wil regelen — goed luisteren, meneer Vijlbrief — dan moet in de Huisvestingswet artikel 21, lid 1, sub c worden gewijzigd, waardoor dit in alle gemeenten de standaard wordt. Natuurlijk moet je daarbij regelen dat aan de eisen voor de bouwkwaliteit en de brandveiligheid wordt voldaan, want daar moet je niet op inboeten. Bovendien moet je, zoals ik net al zei, goed opletten dat je het niet doet in gebieden waar er nu al problemen zijn met bijvoorbeeld verkamering, de NPLV-gebieden.

Dan kom ik op woningsplitsen. Zal ik het afmaken, voorzitter?

De voorzitter:
Ja, heel graag.

Minister Keijzer:
Woningsplitsen. Ikzelf ben opgevoed in een rijtjeshuis dat nog door mijn vader en de buurmannen is gebouwd. Het was zo'n doorzonwoning met een voordeur, een klein tuintje voor de voordeur, een trap omhoog en een achtertuintje met een schuurtje erin. Volgens mij hebben we daar allemaal beeld bij. Sanne van Manen heeft een prachtige publicatie gemaakt met tekeningen erin — ik heb ervan genoten — waarin precies staat hoe je zo'n woning zou kunnen splitsen. Dit soort woningen gewoon opsplitsen naar twee kan natuurlijk prima. Hoe doe je dat? Dat kan door artikel 21, lid 1, sub e van de Huisvestingswet te wijzigen. Hierbij geldt natuurlijk ook dat je oog moet houden voor brandveiligheid en bouwkwaliteit. Ook moet je goed bezien of je niet iets moet wijzigen in de Omgevingswet, waardoor je eventuele omgevingsplannen of bestemmingsplannen die dat verbieden, onklaar maakt of beter gezegd buiten werking stelt. Dit zijn twee concrete mogelijkheden om, als de brandweer het toestaat, de bestaande voorraad beter te benutten.

De voorzitter:
Was dit het intermezzo?

Minister Keijzer:
Ja.

De heer Vijlbrief (D66):
Dat is prachtig. Dank u wel voor dit antwoord, minister. Het kan. Het is fijn om dat te horen. Bij het vergunningsvrij maken van delen en splitsen hoor je vaak de bezwaren vanwege de veiligheid et cetera. De minister hintte daar een beetje op. Je zou kunnen redeneren dat de gemeente dat het beste kan beoordelen. Dat is natuurlijk de reden waarom we het uiteindelijk ook bij gemeentes hebben neergelegd. Dan zegt de minister: je kunt dat landelijk regelen door iets te wijzigen in de wet. Dat begrijp ik.

De voorzitter:
En uw vraag?

De heer Vijlbrief (D66):
Mijn vraag is dan: hoe maak je in de ogen van de minister een goede afweging tussen veiligheid et cetera en het belang van de woningzoekenden? Dat houdt me hier bezig.

Minister Keijzer:
We hebben een gedecentraliseerde eenheidsstaat, zoals dat heet. Dat zijn twee moeilijke woorden die erop neerkomen dat de gemeente erover gaat, omdat dat het laagste niveau is, het niveau waarop dit het beste kan. Tegelijkertijd zie je gewoon in de praktijk dat gemeenten onvoldoende ambtelijke capaciteit hebben. In de praktijk komt iemand aan een loket en stelt deze vraag. Dan is het: moeilijk, moeilijk, moeilijk, onvoldoende capaciteit. Vaak wordt er dan verwezen naar bestaande wet- en regelgeving die dat niet toestaat, terwijl gemeenten de mogelijkheid hebben om daarvan af te wijken. Maar ja, dat is een procedure. Dan heb je buren die er mogelijk wat van vinden en dan gebeurt het niet.

De veiligheid zit natuurlijk in het Bouwbesluit. Daar zit brandveiligheid in. Dat blijft van toepassing. Bouwkwaliteit, bijvoorbeeld hoeveel vierkante meters je nodig hebt om te voorkomen dat mensen boven op elkaar komen te zitten, kun je daar natuurlijk ook in opnemen. Dus dit is een kwestie van kiezen. We hebben wetten en praktische bezwaren die constant in de weg staan van wat we met elkaar willen maar niet doen, omdat er altijd redenen zijn om het niet te doen. Het is mij niet meer gegeven, maar ik was zeker bij u gekomen met voorstellen. Als je dan helemaal aan de veilige kant wilt zitten, kun je, net als bij de vakantieparken, zeggen: we doen het voor een aantal jaar en daarna vervalt de mogelijkheid weer. Je kunt natuurlijk niet tegen mensen die verbouwd hebben, zeggen dat ze het moeten terugbrengen in de oude staat, want dan doet niemand het meer. Maar je kunt wel zeggen dat we dit een aantal jaren toelaten in het kader van de woningnood.

Voorzitter. In de publicatie die onder anderen door Sanne van Manen gemaakt is, wordt verwezen naar de duplexwoningen die we gemaakt hebben na de Tweede Wereldoorlog. We hebben het dus een hele tijd op deze manier gedaan. Er is echt niets nieuws onder de zon. In mijn ouderlijk huis kunnen bijvoorbeeld prima twee gezinnen. Als je kijkt naar het aantal vierkante meters dat al die woningen hebben, vaak met een voortuintje en een achtertuintje, zie je dat het prima te doen is. Maar we doen het niet.

De heer Vijlbrief (D66):
Dank aan de minister.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
De minister kent artikel 21 vele malen beter dan ik, want ik heb het niet scherp, maar betekent dit dat het probleem van de parkeervergunningen en de parkeernormen ook verdwenen is?

Minister Keijzer:
Dat zal je daarin mee moeten nemen. Nu loopt het vaak stuk op het feit dat er een parkeernorm wordt opgelegd, terwijl er nu bijvoorbeeld twee personen, een man en een vrouw, in zo'n huis wonen, die ook twee auto's hebben. Of erger nog, pa en ma wonen er met twee kinderen, met ieder een eigen auto. Ook hiervoor geldt: willen we het of blijven we beren op de weg zien? Ik ben van de afdeling "aanpakken en oplossen". Op een gegeven moment moet je een keertje doorzetten. Dan zal het een keer ergens niet gaan zoals je had gehoopt, maar dat is nu ook zo. Nu zitten de mensen te wachten op een huis en woont bijvoorbeeld de dochter boven op zolder, met haar auto geparkeerd naast die van haar vader. Dit is bijna uit het leven gegrepen.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Ik ben gewoon heel blij als we inderdaad meer mogelijkheden zien en meer mogelijkheden geven. Ik heb vaak de indruk, maar ik hoor graag hoe de minister hiertegen aankijkt, dat gemeenten het zichzelf ook moeilijk maken. Ik weet dat Den Bosch fantastische ideeën heeft over woningsplitsing, maar dat mag dan bij één woning. Bij de twee ernaast mag het niet.

Minister Keijzer:
In mooi Nederlands: I rest my case.

De voorzitter:
Tot slot.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Wat ons betreft is dit een handschoen die heel snel opgepakt moet worden. Wij zullen daar graag aan meewerken.

De voorzitter:
Waarvan akte. Meneer Grinwis.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik ben het van harte eens met de minister. Kijk naar hoeveel mensen er 30 jaar geleden in een woning woonden en vergelijk dat met nu: 2,35 versus 2,1. Dat is met de huidige woningvoorraad een verschil van 900.000 woningen, twee keer het huidige woningtekort. Tel uit je winst. De minister maakt een soort uitzondering voor de wijken die in het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid zitten.