Plenair verslag
Tweede Kamer, 30e vergadering
Woensdag 14 januari 2026
-
Begin10:15 uur
-
Sluiting0:00 uur
-
StatusOngecorrigeerd
Opening
Voorzitter: Paulusma
Aanwezig zijn leden der Kamer, te weten:
De voorzitter:
Ik open de vergadering van woensdag 14 januari 2026.
Mededelingen
Mededelingen
Mededelingen
De voorzitter:
Ik deel aan de Kamer mee dat er geen afmeldingen zijn.
Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.
Wapenexportbeleid
Wapenexportbeleid
Aan de orde is het tweeminutendebat Wapenexportbeleid (CD d.d. 03/09).
Termijn inbreng
De voorzitter:
Wij beginnen vandaag met het tweeminutendebat Wapenexportbeleid. Ik nodig graag de eerste spreker van de Kamer uit. Ik heet natuurlijk ook de bewindspersoon in vak K van harte welkom. We gaan nu luisteren naar de heer Van Baarle van de fractie van DENK. Gaat uw gang.
De heer Van Baarle (DENK):
Voorzitter, dank u wel. Naar aanleiding van het commissiedebat heb ik een aantal moties. De eerste motie gaat over het risico op doorlevering van wapens naar Sudan. Die luidt als volgt.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in Sudan sprake is van grootschalige mensenrechtenschendingen en een geldend wapenembargo voor Darfur;
constaterende dat tijdens het debat door de minister is erkend dat het huidige systeem van exportvergunningen en eindgebruikersverklaringen niet 100% waterdicht is en doorlevering van wapens niet volledig kan worden uitgesloten;
verzoekt de regering binnen de bestaande mogelijkheden zich ervoor in te spannen om het risico op doorlevering van vanuit Nederland geëxporteerde militaire goederen en dual-usegoederen naar Sudan verder te beperken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Baarle en Dobbe.
Zij krijgt nr. 470 (22054).
De heer Van Baarle (DENK):
Voorzitter. Dan een tweetal moties die zien op het voorkomen dat Israël nog verdere misdaden kan plegen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het Internationaal Gerechtshof heeft vastgesteld dat er een reëel risico op genocide bestaat in Gaza;
constaterende dat Nederland op grond van het Genocideverdrag verplicht is alles te doen om genocide te voorkomen;
verzoekt de regering om een volledig en permanent wapenembargo tegen Israël in te stellen, inclusief import, export, doorvoer en militaire bijstand,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Baarle en Dobbe.
Zij krijgt nr. 471 (22054).
De heer Van Baarle (DENK):
Tot slot, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat dual-usegoederen kunnen bijdragen aan militaire operaties en repressie van burgers;
verzoekt de regering nationale aanvullende exportrestricties in te stellen voor dual-usegoederen richting Israël vanwege het risico op inzet tegen burgers,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Baarle en Dobbe.
Zij krijgt nr. 472 (22054).
De heer Van Baarle (DENK):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan wij nu luisteren naar mevrouw Dobbe van de fractie van de SP. Gaat uw gang.
Mevrouw Dobbe (SP):
Goedemorgen. Ik heb twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederland een toetredingsverzoek heeft gedaan voor het zogenaamde Verdrag van Aken met Duitsland, Frankrijk en Spanje;
constaterende dat de verantwoordelijkheid van de exportcontrole in dit verdrag bij het land is gelegd waar de eindproducent van het wapensysteem is gevestigd en Nederland daarmee veel controle over wapenexport uit handen geeft;
overwegende dat we moeten voorkomen dat Nederlandse wapens of wapenonderdelen gebruikt worden voor mensenrechtenschendingen;
verzoekt de regering niet toe te treden tot het Verdrag van Aken totdat kan worden gegarandeerd dat dit niet zal leiden tot minder strenge exportcriteria dan Nederland nu toepast,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dobbe, Van Baarle en Teunissen.
Zij krijgt nr. 473 (22054).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering zich in te zetten voor maatregelen om wapenstromen richting strijdende partijen in Sudan te stoppen en daarbij ook expliciet te kijken naar het eigen wapenexportbeleid om te voorkomen dat wapens via Nederland in handen komen van strijdende partijen in Sudan, en hierover de Kamer te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dobbe, Van Baarle, Kröger, Van der Burg en Teunissen.
Zij krijgt nr. 474 (22054).
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan wij nu luisteren naar mevrouw Teunissen van de fractie van de Partij voor de Dieren. Gaat uw gang.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb naar aanleiding van het debat twee moties. De eerste.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de EU haar defensie-industrie mede via export wil ondersteunen;
overwegende dat EU-landen nog steeds wapens exporteren naar landen die het internationaal recht schenden, zoals Saudi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten;
verzoekt de regering zich in de EU in te zetten voor het uitsluiten van wapenexport naar landen waar een risico bestaat op inzet bij mensenrechtenschendingen en oorlogsmisdaden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Teunissen en Dobbe.
Zij krijgt nr. 475 (22054).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederland in de afgelopen jaren voor 2 miljard aan militair materieel heeft aangekocht bij de Israëlische wapenindustrie;
overwegende dat het onwenselijk is dat Nederland afhankelijk is van militaire industrieën die betrokken zijn bij oorlogsmisdaden;
van mening dat Europa strategisch onafhankelijk moet worden van landen die zich schuldig maken aan militaire dreiging en agressie;
verzoekt de regering om de Nederlandse afhankelijkheid van de Israëlische wapenindustrie te beëindigen;
verzoekt de regering tevens om de afhankelijkheid van Israëlische spionage-, surveillance- en inlichtingentechnologieën af te bouwen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Teunissen.
Zij krijgt nr. 476 (22054).
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan nodig ik nu graag mevrouw Kröger van de fractie GroenLinks-Partij van de Arbeid uit voor haar bijdrage.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Ook ik heb een motie, in vervolg op Kamervragen die wij gesteld hebben naar aanleiding van onderzoek dat laat zien dat er sterke aanwijzingen zijn dat er mensenrechtenschendingen plaatsvinden in West-Papoea door de Indonesische marine. Er zijn zorgen dat onze wapenexport daaraan bijdraagt.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er na recent journalistiek onderzoek sterke aanwijzingen zijn dat de Indonesische marine mensenrechtenschendingen begaat in West-Papoea;
constaterende dat het kabinet ondanks deze nieuwe informatie niet voornemens is om wapenexport naar de Indonesische marine opnieuw te beoordelen;
overwegende dat Europese exportregels oproepen om exportvergunningen bij nieuwe informatie opnieuw te wegen;
verzoekt de regering om lopende en toekomstige exportvergunningen met als eindgebruiker de Indonesische regering opnieuw te toetsen aan de criteria van het EU Gemeenschappelijk Standpunt, en de Kamer te informeren over de uitkomst,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kröger.
Zij krijgt nr. 477 (22054).
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik heb ook nog een vraag aan de staatssecretaris. Er moet elke maand een rapportage worden gepubliceerd over de uitvoer van militaire goederen en dual-usegoederen. Die maandrapportage is eergisteren eindelijk weer geactualiseerd met gegevens tot en met december, maar daarvoor hebben we maandenlang, eigenlijk vanaf de zomer, geen enkele update meer gekregen. Kan de staatssecretaris uitleggen waarom dit is gebeurd? Waarom hebben we maandenlang die update niet gekregen? Kan zij er zorg voor dragen dat dat vanaf nu gewoon weer elke maand gebeurt?
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. De staatssecretaris heeft aangegeven vijf minuten nodig te hebben om haar appreciatie voor te bereiden, dus ik schors voor vijf minuten.
De vergadering wordt van 10.22 uur tot 10.28 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Wapenexportbeleid. Wij zijn toegekomen aan de appreciatie van de ingediende moties en de beantwoording van de vragen. Ik geef de staatssecretaris daartoe graag de gelegenheid. Gaat uw gang.
Termijn antwoord
Staatssecretaris De Vries:
Voorzitter. Laat ik beginnen met de vraag van mevrouw Kröger van GroenLinks-PvdA over de rapportages. Ik snap de behoefte aan transparantie en het verzoek om de informatie regelmatig te updaten. Dat doen wij ook regelmatig. Het streven is om een publicatie binnen twee maanden te doen, maar het heeft inderdaad tijd nodig. Er zit een bepaalde vertraging in, maar we zijn het erover eens dat het zo up-to-date mogelijk moet zijn. De rapportages in de zin van de updates die mevrouw Kröger heeft genoemd, zijn wel wat regelmatiger geweest. We zijn het er dus over eens dat het regelmatig moet, maar zoals gezegd zit er altijd een vertraging in.
Dan de moties. Ik begin met de motie van de heer Van Baarle en mevrouw Dobbe, waarin de regering wordt verzocht het risico op doorlevering van vanuit Nederland geëxporteerde militaire goederen en dual-usegoederen naar Sudan verder te beperken. Het is een inspanningsverplichting. Dit doen we op zich al. Ik kijk even waar de heer Van Baarle zit. O, daar zit hij tegenwoordig. Ik weet dus niet of verder beperken aan de orde is. Dat hangt gewoon van de situatie af. We kijken altijd heel goed welke risico's er zijn en die nemen we mee in de afweging. Met die opmerking kan ik de motie oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 470 krijgt oordeel Kamer.
Staatssecretaris De Vries:
In de motie op stuk nr. 471 wordt de regering verzocht een volledig en permanent wapenembargo tegen Israël in te stellen. Wij doen dat bij exportvergunningen voor wapens of dual-usegoederen altijd case by case. Ik moet deze motie ontraden, omdat wij ook nog steeds puur defensieve goederen, zoals onderdelen voor het Iron Domesysteem, willen kunnen blijven leveren.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 471 wordt ontraden.
Staatssecretaris De Vries:
In de motie op stuk nr. 472 wordt de regering verzocht nationale aanvullende exportrestricties in te stellen voor dual-usegoederen richting Israël. Ook die motie moet ik ontraden. We beoordelen dit case by case. Wij sluiten niet per definitie hele landen uit. We toetsen de situatie aan de criteria die daarvoor zijn en kijken echt per situatie wat de uitkomst daarvan is.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 472 wordt ontraden.
Staatssecretaris De Vries:
In de motie op stuk nr. 473 van mevrouw Dobbe wordt de regering verzocht niet toe te treden tot het Verdrag van Aken. Die discussie hebben we al regelmatig gevoerd. Volgens mij weet mevrouw Dobbe ook dat we daarover van mening verschillen. Wij denken dat het belangrijk is dat we de Europese defensie-industriesamenwerking bevorderen. Wij denken dat dit daaraan kan bijdragen. Nederland houdt gewoon zeggenschap. Ik zal de motie dus ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 473 wordt ontraden. Dat is aanleiding voor een korte vraag van mevrouw Dobbe.
Mevrouw Dobbe (SP):
We hebben hier inderdaad veel debatten over gevoerd, maar er is een reden waarom ik de motie geformuleerd heb zoals ze nu geformuleerd is. De staatssecretaris geeft nu argumenten om uit te leggen waarom de regering wil toetreden tot het verdrag, maar er staat in het dictum: totdat kan worden gegarandeerd dat dit niet zal leiden tot minder strenge exportcriteria dan Nederland nu toepast. Dat wil de staatssecretaris toch ook? Met die formulering kan ze toch eigenlijk niet anders dan deze motie oordeel Kamer geven?
Staatssecretaris De Vries:
Maar dat impliceert dat ik zou vinden dat Duitsland, Frankrijk en Spanje nu minder strenge exportcriteria hebben. Wij toetsen aan de criteria die daarvoor zijn. Daarom is de motie ontraden, wat mij betreft.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 473 blijft ontraden.
Staatssecretaris De Vries:
In de motie op stuk nr. 474 wordt de regering verzocht zich in te zetten voor maatregelen om wapenstromen richting strijdende partijen in Sudan te stoppen en daarbij ook expliciet te kijken naar het eigen wapenexportbeleid. Enerzijds denk ik: deze motie is overbodig, want volgens mij doen wij dat in veel gevallen al. We kijken bij elke exportvergunning voor wapens of voor bepaalde landen wat het risico op omzeiling is. Ik kan zeggen dat het ondersteuning van beleid is en dat de motie oordeel Kamer krijgt, maar het is in feite wat we al doen. We kijken case by case wat de risico's op omzeiling zijn. Dat doen we op een verantwoorde manier. Ik denk dat dat belangrijk is.
De voorzitter:
Wat wordt nu dan de appreciatie?
Staatssecretaris De Vries:
Zullen we er dan maar oordeel Kamer van maken?
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 474 krijgt oordeel Kamer.
Staatssecretaris De Vries:
Dat helpt om de sfeer vandaag alvast te verhogen.
De voorzitter:
Dat lijkt mij een goed idee. We gaan naar de motie op stuk nr. 475.
Staatssecretaris De Vries:
Dan de motie op stuk nr. 475 van mevrouw Teunissen en mevrouw Dobbe, over het uitsluiten van wapenexport naar landen waar risico bestaat op inzet bij mensenrechtenschendingen en oorlogsmisdaden. Het beleid dat wij nu hebben, is dat wij case by case kijken wat de beoordeling is. We toetsen die aan alle strenge criteria die daarvoor zijn. Daarbij wordt ook rekening gehouden met mensenrechtenschendingen. Wij doen dat dus case by case en in deze motie wordt gevraagd om dat toch richting landen te gaan doen en die helemaal uit te sluiten. Voor ons is belangrijk dat landen soms ook een legitieme reden hebben om zichzelf te verdedigen. Dat zou hier helemaal mee worden uitgesloten. Dat lijkt ons geen goede zaak, dus ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 475 wordt ontraden.
Staatssecretaris De Vries:
De motie op stuk nr. 476 vraagt de regering om Nederlandse afhankelijkheid van de Israëlische wapenindustrie te beëindigen en afhankelijkheid van Israëlische spionage-, surveillance- en inlichtingentechnologieën af te bouwen. Wij willen die afhankelijkheid natuurlijk verminderen, net als afhankelijkheid van alle landen buiten Europa, overigens. We willen echt in Europa kijken of we een eigen defensie-industrie kunnen opbouwen. Dat heeft tijd nodig. Het nu beëindigen gaat echt veel te ver, dus wat mij betreft is de motie ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 476 wordt ontraden. Tot slot de laatste motie, de motie op stuk nr. 477.
Staatssecretaris De Vries:
De motie op stuk nr 477 gaat over Indonesië en het leveren van goederen. Ook die moet ik ontraden met dezelfde argumentatie, namelijk dat wij geen landen uitsluiten maar het case by case bekijken. Daarbij houden wij altijd rekening met mensenrechtenschendingen en waar de goederen voor worden ingezet. Maar nogmaals, er is ook een legitieme veiligheidsbehoefte bij landen, een behoefte om zich te kunnen verdedigen, en daarom wordt de motie ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 477 wordt ontraden. Mevrouw Kröger, gaat uw gang.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Allereerst zou ik graag willen melden dat het lid Ceder van de ChristenUnie deze motie meeondertekent. Dan mijn vraag aan de staatssecretaris. Niemand betwist het legitieme recht van landen om zich te kunnen verdedigen, maar hierbij gaat het erom dat er sterke aanwijzingen zijn uit journalistiek onderzoek. Ik vraag de staatssecretaris om zich daartoe te verhouden, om de procedures zoals die in Europa geformuleerd zijn te volgen en om die toetsing opnieuw te doen op het moment dat er nieuwe informatie boven tafel komt.
Staatssecretaris De Vries:
Dat begrijp ik, maar het impliceert dat wij nu niet naar dat soort zaken zouden kijken. Wij gebruiken heel veel bronnen bij het beoordelen van de wapenexportvergunningen, ook onderzoeken van ngo's bijvoorbeeld. De Europese wapenexportcontrolekaders worden gewoon gehanteerd. Dat wordt case by case bekeken. Daarom zie ik nu geen aanleiding om deze motie oordeel Kamer te geven. Ik vind dat we die echt moeten ontraden.
De voorzitter:
Afrondend, mevrouw Kröger.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
De staatsecretaris geeft aan dat heel veel onderzoek gebruikt wordt. "Case by case" is natuurlijk precies wat deze motie vraagt. De concrete vraag is dan: zijn het onderzoek dat door Pointer is gedaan en de informatie over mensenrechtenschendingen in Papoea door de Indonesische marine betrokken bij de weging binnen de procedures die Europa voorschrijft?
Staatssecretaris De Vries:
Ik denk dat het belangrijk is dat wij bij dit soort zaken naar allerlei bronnen kijken. Wij vinden het belangrijk dat ook deze exportcriteria heel zorgvuldig worden gewogen door de organisatie en in de voorstellen die naar mij toekomen. Misschien verschillen wij dan over de vraag waar het eindgebruik ligt. Dat kan inderdaad in een aantal gevallen de marine van Indonesië zijn. Daarbij komt ook dat wij vinden dat landen zichzelf moeten kunnen verdedigen. Dat vinden wij belangrijk. Case by case wordt gekeken waar een en ander specifiek voor wordt gebruikt en wordt ingezet. Ik denk dat we dat op een verantwoorde manier doen. Deze motie impliceert dat we het nu niet op een goede manier zouden doen. Ik denk dat we het heel zorgvuldig en goed doen, met oog voor alle aspecten, ook de mensenrechten.
De voorzitter:
Heel kort.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik hoor absoluut geen antwoord op mijn vraag. Mijn vraag was: is de informatie zoals Pointer die beschrijft, namelijk uitgebreid onderzoek naar mensenrechtenschendingen door de Indonesische marine, betrokken in de weging zoals de staatssecretaris die in al haar zorgvuldigheid beschrijft?
Staatssecretaris De Vries:
Ik ga hier nu niet alle beoordelingen doen. Wij geven heel helder en transparant aan welke vergunningen verstrekt worden en welke afgewezen worden. Er zitten ook veiligheidszaken in die we niet benoemen. U mag ervan uitgaan dat wij bronnen wegen. Soms zijn er misschien ook andere bronnen dan alleen deze bron. Die bronnen zeggen dan misschien iets anders. Ik vind dat we dat op een verantwoorde manier doen. Wat mij betreft doen we dat met een heel zorgvuldig proces. Ik zie nu dus geen reden om deze motie een ander oordeel dan ontraden te geven.
De voorzitter:
Hiermee blijft de motie op stuk nr. 477 ontraden. Ga uw gang, meneer Van Baarle.
De heer Van Baarle (DENK):
Ik was iets te laat met mijn beweging. Met uw welnemen heb ik nog een hele korte vraag over de beantwoording van de vraag van mevrouw Kröger over de rapportage. Dit thema speelt namelijk al lang. Ik kan me herinneren dat ik toen ik voor het eerst verantwoordelijk werd op dit beleidsterrein, er ook al vragen over stelde. Is de staatssecretaris bereid om voor het volgende commissiedebat over wapenexportbeleid met een brief te komen waarin zij uiteenzet hoe ze precies de rapportage op het niveau gaat brengen zoals we dat verwachten, gezien de afspraken met de Kamer? We constateren namelijk al best wel lang dat het niet helemaal lukt om de deadlines te halen. Dat heeft waarschijnlijk ook te maken met capaciteit. Ik ben dus benieuwd naar iets meer uitleg. De vraag aan de staatssecretaris is of ze daarmee voor het volgende commissiedebat zou kunnen komen.
Staatssecretaris De Vries:
Ik ga niet brieven schrijven om het brieven schrijven. Volgens mij ben ik er helder over geweest dat ik deel dat er transparantie over moet zijn, dat we het regelmatig moeten actualiseren en dat we het up-to-date moeten houden. Het streven is niet om dat maandelijks te doen, maar om binnen twee maanden te publiceren. Ik denk dat dat belangrijk is. Het verschilt niet zo veel, maar soms is er even tijd nodig om de vertaling te doen. De gegevens van de uitvoer van militaire goederen zijn voor het laatst in januari 2025 geüpdatet en die van dual-usegoederen in november 2025. Daar zit soms tijd tussen. Ik kan dat ook niet veranderen. Een brief daarover schrijven helpt dus niet, integendeel. Dat zou namelijk betekenen dat ambtenaren met het schrijven van een brief bezig moeten zijn, en ik heb liever dat zij de rapportages zo up-to-date mogelijk houden.
De voorzitter:
Ik geef u de gelegenheid om een hele korte vervolgvraag te stellen, want ik zie u twijfelen. Maar dan moet het wel heel kort, meneer Van Baarle.
De heer Van Baarle (DENK):
Dit is de laatste vraag en die is kort. Het gaat er niet om dat ik een brief vraag omdat ik zo graag een brief wil. Het gaat erom dat dit probleem blijkbaar al lang speelt, dat we de deadline niet elke keer halen en dat ook organisaties die zich hiermee vanuit mensenrechtelijk perspectief bezighouden, aangeven: zorg ervoor dat je je aan de rapportageafspraken houdt. Dan is het blijkbaar ook een kwestie van capaciteit. Mijn vraag aan de staatssecretaris is dus geen vraag om een brief, maar mijn vraag aan de staatssecretaris is: hoe gaat u, vraag ik via de voorzitter, voor de lange termijn borgen dat we die afspraken gewoon gaan halen?
Staatssecretaris De Vries:
Volgens mij wordt er redelijk aan voldaan. Ik snap best dat er zorgen zijn over de tijden waarin het misschien niet gehaald wordt. Blijkbaar is er ook nog een verschil van mening over hoe vaak we dat dan met elkaar zouden moeten doen. Heel eerlijk, het kost gewoon tijd om de vertaalslag naar transparantie te maken. Ik ben blij met de transparantie die wij hebben. Mijn intentie is echt om uw Kamer en andere, externe partijen zo goed mogelijk te informeren over wat wel en niet wordt toegewezen. Ik denk niet dat het sturen van een brief daar nu echt aan bijdraagt.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik dank de staatssecretaris voor de beantwoording en de appreciaties.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Ik stel voor dat wij direct doorgaan met het volgende tweeminutendebat, namelijk het tweeminutendebat Humanitaire hulp.
Humanitaire hulp
Humanitaire hulp
Aan de orde is het tweeminutendebat Humanitaire hulp (CD d.d. 25/09).
Termijn inbreng
De voorzitter:
Ik nodig graag de heer Bamenga van de fractie van D66 uit. Gaat uw gang, als de bel klaar is. Dat gun ik u.
De heer Bamenga (D66):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb één motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat door het besluit van de Israëlische regering om de registratie van 37 internationale niet-gouvernementele organisaties in te trekken het werk van Nederlandse hulporganisaties, inclusief partners van de Dutch Relief Alliance, in de bezette Palestijnse gebieden dreigt te worden beëindigd;
overwegende dat deze Nederlandse hulporganisaties een cruciaal deel van de noodhulp aan de bevolking in Gaza en de Westelijke Jordaanoever leveren;
overwegende dat de Nederlandse regering een verantwoordelijkheid heeft om haar partners bij te staan en de naleving van het internationaal humanitair oorlogsrecht te bevorderen;
verzoekt de regering om daadkrachtige diplomatieke actie richting Israël te ondernemen om humanitaire toegang voor Nederlandse hulporganisaties te herstellen, en periodiek aan de Kamer te rapporteren over de voortgang hiervan,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bamenga, Van Ark, Dobbe en Kröger.
Zij krijgt nr. 190 (36180).
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar mevrouw Dobbe, die spreekt namens de fractie van de SP.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb vooral een vraag, en die gaat over zorgverleners en de veiligheid van hulpverleners wereldwijd. In 2025 werden 1.980 zorgmedewerkers in de wereld gedood en 1.166 verwond. Deze cijfers zijn net binnen. 2025 laat een verdubbeling zien van het aantal gedode zorgmedewerkers in de wereld ten opzichte van het jaar daarvoor. Meer dan acht keer — meer dan acht keer! — zoveel zorgverleners zijn gedood als in 2022.
Het geweld tegen hulpverleners in Gaza is een startsein geworden voor andere gewapende groepen in de wereld: een rood kruis is een schietschijf geworden en dat is heel erg, want het maakt humanitaire hulp onmogelijk. Er komt op ons verzoek een advies van de AIV en de CAVV hierover, maar we weten nu al wel dat dit een gevolg is van stilzwijgen en van straffeloosheid van geweld tegen hulpverleners. Daarom is het ongelofelijk belangrijk dat de internationale gemeenschap zich uitspreekt tegen geweld tegen hulpverleners. Ik wil dus graag een reactie van de staatssecretaris op deze cijfers. Is de staatssecretaris bereid zich openlijk uit te spreken tegen dit geweld tegen hulpverleners en zorgverleners wereldwijd, maar ook tegen het geweld zoals dat is gepleegd door Israël in Gaza, en dit geweld ook te veroordelen?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar de heer Ceder van de fractie van de ChristenUnie voor zijn bijdrage. Ga uw gang.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb een motie, maar eerst nog twee vragen. Eind 2025 hebben vele ngo's van Israël te horen gekregen dat ze werden gederegistreerd en uiterlijk 1 maart hun activiteiten moeten staken. Voor de herregistraties waren meer gegevens nodig, die vanwege EU-privacywetgeving in ieder geval niet door Europese organisaties geleverd mogen worden. Er is een motie van mijn hand aangenomen die de regering verzoekt om zowel bilateraal als in Europees verband formeel protest aan te tekenen tegen deze vorm van registratieplicht en zich ook in te zetten voor het schrappen ervan. Mijn vraag is: op welke wijze is deze motie uitgevoerd, ook in het licht van de huidige ontwikkelingen? Bij de publieke statements van andere landen hierover mis ik Nederland. Ik zou dan ook willen vragen of de staatssecretaris concreet kan toezeggen dat de Israëlische regering publiekelijk wordt opgeroepen om deze belemmerende maatregelen in te trekken. Dan kunnen de ngo's hun belangrijke hulp blijven voortzetten, ook in het licht van de Europese privacywetgeving, waarvan begrijpelijk is dat organisaties die niet kunnen overtreden.
Voorzitter. Dan de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet stelt dat lokale organisaties bij humanitaire responses vaak snel en efficiënt reageren, omdat zij deel uitmaken van getroffen gemeenschappen en noden en prioriteiten ter plekke goed kennen;
constaterende dat de IOB in de periodieke rapportage BHO artikel 4 concludeert dat de ambities met betrekking tot lokalisering onvoldoende zijn waargemaakt;
overwegende dat Nederlandse maatschappelijke organisaties nauw samenwerken met lokale partners op plekken waar andere humanitaire actoren niet altijd aanwezig zijn en het Nederlandse Rode Kruis de mogelijkheid heeft om met 190 andere nationale verenigingen te werken;
verzoekt de regering om specifiek bij de extra bestedingen voor humanitaire crises, vanwege hun inbedding in de lokale context, ten doel te stellen deze maximaal te besteden via bovenstaande actoren, met ruimte om daar beargumenteerd van af te wijken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ceder.
Zij krijgt nr. 191 (36180).
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dat geeft aanleiding tot een korte vraag van mevrouw Kröger. Ga uw gang.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik zou de heer Ceder het volgende willen vragen. Wij delen het belang van het ondersteunen van maatschappelijke organisaties. Dat is ongelofelijk belangrijk. Daar kan heel erg veel goed werk door gebeuren. Maar we zien natuurlijk ook, zeker gezien de recente ontwikkelingen waarbij de VS uit bijzonder veel multilaterale VN-organisaties stappen, hoe belangrijk het is om juist die instituties echt te blijven steunen. Dus hoe kan ik de motie precies interpreteren? Is de ChristenUnie het met me eens dat het belangrijk is om, waar dat opportuun is, toch ook dingen via de VN te blijven doen?
De heer Ceder (ChristenUnie):
Jazeker. Het is geenszins mijn bedoeling om gelden weg te trekken als het beter is om ze via de VN of andere kanalen te laten lopen. Ik betoog wel — ik denk dat we dat debat vaker voeren in de Kamer — dat het maatschappelijk middenveld goed geworteld is in de lokale context. We zien bij de besteding van middelen vaak dat er een smak geld wordt overgemaakt naar multilaterale organisaties, omdat het vaak snel moet en dat sneller is dan samenwerken met al die verschillende organisaties. Maar als je dat wel doet, zie je dat je juist veel meer inbedding hebt in die lokale context. Het gaat mij erom dat we het maatschappelijk middenveld veel beter gaan benutten. Echter, daar waar het opportuun is en waar het maatschappelijk middenveld niet toereikend is, zijn de multilaterale organisaties bij uitstek de partner waar je zaken mee doet.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan nodig ik nu graag mevrouw Kröger uit voor haar bijdrage. Ga uw gang.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Wij maken ons als fractie veel zorgen over hoe het maatschappelijk middenveld steeds meer wordt geproblematiseerd en gecriminaliseerd. Daarom heb ik deze wat brede motie over de rol van humanitaire organisaties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederlandse humanitaire organisaties in toenemende mate het doelwit zijn van delegitimerende en criminaliserende lastercampagnes;
overwegende dat dergelijke campagnes de reputatie, het mandaat, de onafhankelijkheid en neutraliteit van professionele Nederlandse organisaties schaden, met ook gevolgen voor hulporganisaties wereldwijd;
verzoekt de regering om zich stevig publiekelijk of, waar effectiever, via humanitaire diplomatie uit te spreken tegen het delegitimeren en criminaliseren van humanitaire organisaties door statelijke en andere actoren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kröger.
Zij krijgt nr. 192 (36180).
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. De situatie in Gaza is gruwelijk. Wij hebben een amendement, dat we vanmiddag gaan bespreken, om hierin verbetering aan te brengen. Ik denk echter dat de hele Kamer of in ieder geval een groot deel van de Kamer zich veel zorgen maakt over het feit dat hulporganisaties geen toegang meer krijgen. Daarom de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat Europese regeringen sancties oplegden aan Russische functionarissen die maatschappelijke organisaties vervolgden;
verzoekt de regering zich in Europees verband in te zetten voor sancties tegen Israëlische ministers en hoge functionarissen die het werk van hulp- en mensenrechtenorganisaties in de bezette Palestijnse gebieden belemmeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kröger.
Zij krijgt nr. 193 (36180).
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan nodig ik nu graag de heer Diederik van Dijk uit voor zijn bijdrage namens de fractie van de SGP. Ga uw gang.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb één motie, die voor zich spreekt, denk ik.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er nog altijd sprake is van een ernstige humanitaire noodsituatie in Haïti, waar gewapende bendes een groot deel van Port-au-Prince controleren en meer dan de helft van de bevolking kampt met acute voedselonzekerheid;
overwegende dat de internationale missie Gang Suppression Force (GSF) onder VN-mandaat fors wordt uitgebreid;
verzoekt de regering om via het Internationaal Comité van het Rode Kruis, het Wereldvoedselprogramma, UNICEF en de Europese Commissie te blijven bijdragen aan het verlichten van de humanitaire situatie in Haïti en daarbij, waar mogelijk, actief aan te dringen op aanvullende humanitaire maatregelen en acties, en de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Diederik van Dijk.
Zij krijgt nr. 194 (36180).
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank u, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan zijn we aan het einde gekomen ... Nee, dat geeft aanleiding tot een vraag en ik denk ... Nu komt er een hoop verwarring. Mevrouw Dobbe. Laten we kijken of de heer Van Dijk kan gaan zitten.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ja hoor, dat kan. Ik wilde alleen even zeggen dat wij graag de motie van de heer Bamenga over de registratie van internationale organisaties die hulp verlenen aan Palestijnen meetekenen.
De voorzitter:
Dat staat geregistreerd. Nu worden meer mensen enthousiast, merk ik.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Dat willen wij ook graag.
De voorzitter:
Ja, dan gaan we dat ook opnemen. Daarmee zijn we nu wel aan het einde gekomen van de bijdrage van de Kamer. De staatssecretaris heeft aangegeven vijf minuten nodig te hebben voor de beantwoording en de appreciaties, dus schors ik voor vijf minuten.
De vergadering wordt van 10.52 uur tot 10.58 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Humanitaire hulp. Wij zijn toegekomen aan de beantwoording van de vragen en de appreciaties van de ingediende moties. Ik geef graag de staatssecretaris het woord. Gaat uw gang.
Termijn antwoord
Staatssecretaris De Vries:
Dank u wel, voorzitter. Allereerst twee vragen. Mevrouw Dobbe had een vraag over de bescherming van hulpverleners. Ik deel de zorg over het toenemende geweld richting hulpverleners in conflictgebieden. Het is ook iets wat bij ons prioriteit heeft en waar wij heel nadrukkelijk naar kijken. De indruk wordt gewekt dat we daar stilzwijgend over zijn. Dat is wat mij betreft niet het geval. Ik vind ook dat we ons daarover moeten uitspreken. Soms gebeurt dat voor de schermen, soms achter de schermen met diplomatie. Ik denk dat het belangrijk is dat we dat blijven doen. Er komt natuurlijk nog een advies van de AIV en van de CAVV, zoals mevrouw Dobbe ook al opmerkte. Het rapport wordt aan het einde van dit kwartaal verwacht. Te zijner tijd volgt een kabinetsappreciatie van dit advies.
De tweede vraag …
De voorzitter:
Dit geeft toch aanleiding tot een korte vraag.
Mevrouw Dobbe (SP):
De staatssecretaris zegt dat de indruk wordt gewekt dat wij vinden dat er stilzwijgend wordt gereageerd op geweld tegen hulpverleners, en dat dit niet zo is. Maar dan kan de staatssecretaris toch ondubbelzinnig geweld tegen hulpverleners veroordelen, óók als dat wordt gepleegd door bondgenoten, zoals Israël in Gaza?
Staatssecretaris De Vries:
Volgens mij heb ik aangegeven dat ik geweld tegen hulpverleners niet acceptabel vind. Wij spreken partijen waarbij dat gebeurt daarop aan, soms voor de schermen, soms achter de schermen. We kijken gewoon naar wat wij denken dat het effectiefst is op dat moment.
Mevrouw Dobbe (SP):
Oké, dat is een heel politiek antwoord. Maar klopt het dan dat deze staatssecretaris het geweld tegen hulpverleners door de Israëlische regering in Gaza veroordeelt?
Staatssecretaris De Vries:
Ik heb in zijn algemeenheid gezegd dat ik geweld tegen hulpverleners veroordeel. Dat geldt dus ook voor hulpverleners in Gaza.
De voorzitter:
Gaat u verder.
Staatssecretaris De Vries:
Dan had de ChristenUnie een vraag over de ngo-registraties. Dat is een punt waar we het natuurlijk vaker over gehad hebben. Ook daarvoor geldt dat wij, zoals we al hebben aangegeven, kijken hoe we druk kunnen uitoefenen zodat die registratie wel weer kan plaatsvinden en de partijen die het raakt, wel kunnen werken in de gebieden waar het om gaat. Ook daarvoor geldt: dat doen we soms achter de schermen. We kijken vooral naar de effectiviteit. Soms doen we het voor de schermen. We hebben in augustus 2025 ook nog een statement daarover ondertekend. Dan doen we het in de openbaarheid. Maar u mag ervan uitgaan dat er op allerlei niveaus contact over is. Volgens mij heeft mijn collega, de minister van Buitenlandse Zaken, eind december nog weer contact gehad. Soms wordt er voor de schermen over gesproken en soms zijn daar achter de schermen gesprekken over. Helaas heeft dat tot nu toe nog niet tot het gewenste resultaat geleid, maar we blijven ons daarvoor inzetten.
Dan ben ik bij de moties. Dit waren de vragen. Ik zie de hele tijd een rood klokje tikken, waardoor ik denk dat ik haast moet maken.
De voorzitter:
Het is goed dat u dat aanvoelt.
Staatssecretaris De Vries:
Nou, dan zal ik haast maken, voorzitter. De motie op stuk nr. 190 van D66 en CDA verzoekt om daadkrachtige diplomatieke actie richting Israël te ondernemen om humanitaire toegang voor Nederlandse hulporganisaties te herstellen. Ik heb zonet al aangegeven dat wij dat belangrijk vinden. Dat blijven wij vinden. Wat betreft het periodiek aan de Kamer rapporteren: ik wil niet weer een of ander nieuw rapportagemoment. Maar laten we, als er actuele ontwikkelingen zijn of er zaken spelen, die meenemen in verslagen van RBZ-raden of eventueel in andere brieven die naar de Kamer toe komen. Als ik 'm zo mag interpreteren, kan ik de motie oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 190 krijgt oordeel Kamer. Deze was mede ingediend door mevrouw Dobbe en mevrouw Kröger.
Staatssecretaris De Vries:
Ja. De motie op stuk nr. 191, van de heer Ceder, gaat over het maatschappelijk middenveld. Ik vind dit een sympathieke motie. Ik ga er wel een paar kanttekeningen bij plaatsen. Ik denk dat het heel belangrijk is dat wij de goede hulp snel, maar ook met de nodige expertise, ter plekke krijgen. In een aantal gevallen kunnen dat Nederlandse of lokale organisaties zijn, zoals de Dutch Relief Alliance, waarin heel veel Nederlandse organisaties samenwerken. Maar soms zal dat inderdaad ook gewoon wel via de VN of andere organisaties gaan. Ik denk dat het ook belangrijk is om te zeggen — daar sloeg mevrouw Kröger ook al op aan — dat heel veel Nederlandse organisaties werken met lokale partijen.