Plenair verslag Tweede Kamer, 54e vergadering
Dinsdag 9 februari 2021

  • Aanvang
    14:00 uur
  • Sluiting
    18:27 uur
  • Status
    Gecorrigeerd

Opening

Voorzitter: Arib

Aanwezig zijn 117 leden der Kamer, te weten:

Van Aalst, Aartsen, Agema, Alkaya, Amhaouch, Van den Anker, Arib, Asscher, Azarkan, Baudet, Becker, Beckerman, Belhaj, Van den Berg, Van den Berge, Bergkamp, Van Beukering-Huijbregts, Bisschop, Bosman, Bouali, Bromet, Bruins, Buitenweg, Van Dam, Diertens, Tony van Dijck, Gijs van Dijk, Dijkhoff, Remco Dijkstra, Dik-Faber, Van Eijs, El Yassini, Fritsma, Van Gent, Van Gerven, Geurts, De Graaf, Van der Graaf, Groothuizen, Van Haga, Rudmer Heerema, Pieter Heerma, Van Helvert, Hermans, Hijink, Jansen, Jetten, De Jong, Karabulut, Van Kent, Klaver, Koerhuis, Van Kooten-Arissen, Kops, Kröger, Krol, Kuik, Kuiken, Kuzu, Kwint, Laan-Geselschap, Laçin, Van der Lee, Leijten, Van der Linde, Lodders, Marijnissen, Markuszower, Von Martels, Van Meenen, Moorlag, Agnes Mulder, Edgar Mulder, Van den Nieuwenhuijzen, Nijboer, Van Ojik, Omtzigt, Van Otterloo, Öztürk, Özütok, Palland, Peters, Ploumen, Postma, Van Raak, Van Raan, Renkema, De Roon, Schonis, Segers, Sienot, Sjoerdsma, Slootweg, Smals, Smeulders, Sneller, Snels, Snoeren, Van der Staaij, Stoffer, Tellegen, Terpstra, Tielen, Van Toorenburg, Veldman, Voordewind, De Vree, Aukje de Vries, Wassenberg, Westerveld, Weverling, Van Weyenberg, Wiersma, Wilders, Wörsdörfer, Yeşilgöz-Zegerius en Ziengs,

en mevrouw Van Ark, minister voor Medische Zorg en Sport, de heer Grapperhaus, minister van Justitie en Veiligheid, de heer Knops, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, en de heer Rutte, minister-president, minister van Algemene Zaken.

De voorzitter:
Ik open de vergadering van de Tweede Kamer van dinsdag 9 februari 2021. Ik heet iedereen van harte welkom, in het bijzonder de Kamerleden.

Vragenuur

Vragenuur

Aan de orde is het mondelinge vragenuur, overeenkomstig artikel 136 van het Reglement van Orde.


Vragen El Yassini

Vragen van het lid El Yassini aan de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij afwezigheid van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, over discriminatie van huurders in Den Haag.

De voorzitter:
Aan de orde is het mondelinge vragenuur. Ik geef de heer El Yassini namens de VVD het woord. Zijn vraag is gericht aan de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, die de minister vervangt. De vraag gaat over discriminatie van huurders. Ook welkom aan de staatssecretaris. De heer El Yassini.

De heer El Yassini (VVD):
Voorzitter, dank u wel. Mijn collega's in de zaal weten dat ik het vaak heb over de Dutch dream: de gelijke kansen die ervoor zorgen dat, als je hard werkt en je opoffert, je dan wat van je leven kan en mag maken. Hoe cru is het dan om te lezen dat je met een migratieachtergrond of als lhbti'er wordt afgewezen voor een woning, puur vanwege die kenmerken waar je zelf niks aan kan doen? Als je het leest, dan denk je: dit is typisch een Haags verhaal voor de Haagse gemeenteraad. Maar dat is helaas niet zo, want we weten dat dit ook in Amsterdam en Utrecht gebeurt. Mijn eerste vraag aan de staatssecretaris is de volgende. We weten dat dit nu gebeurt in deze steden, maar het gebeurt waarschijnlijk veel vaker in veel meer steden, misschien is het daar wel wat kleiner dan in de G4. Kan de minister …

De voorzitter:
De staatssecretaris.

De heer El Yassini (VVD):
… aangeven of daar inzicht in is en of we daar eventueel met een onderzoek komen?

Het tweede punt is dat we zien dat het inderdaad groter is dan alleen regionaal. Moeten we dan niet gaan voor een aanpak voor heel Nederland? Zo ja, hoe willen we dat aanpakken en aanvliegen? Ik ben heel benieuwd hoe de staatssecretaris daarop reageert, want we zijn al lange tijd met dit onderwerp bezig. We hebben het bijvoorbeeld ook gezien bij arbeidsmarktdiscriminatie, met name wat er bij de uitzendbureaus is gebeurd. Toenmalig staatssecretaris Van Ark en later staatssecretaris Van 't Wout hebben daar, door een aantal afspraken met de uitzendbranche te maken, flinke stappen weten te zetten om ervoor te zorgen dat uitzendbureaus niet meer accepteren dat discriminerende verzoeken binnenkomen. Mijn vraag aan de staatssecretaris met betrekking tot de woningmarkt is: welke stappen heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken gezet met als voorbeeld van wat er gebeurd is bij SZW? Zijn ze in gesprek gegaan met makelaars? Zijn ze in gesprek gaan met de sector? Zijn er ook daadwerkelijk verdere afspraken gemaakt? Wordt er nog meer ingezet op mysteryguests, niet alleen in die G4? Ik ben heel benieuwd naar de antwoorden.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dan geef ik nu het woord aan de staatssecretaris.

Staatssecretaris Knops:
Dank u wel, voorzitter. Toeval bestaat niet, zeggen ze weleens; ik heb in april 2019 ook in deze Kamer gestaan als vervanging van de minister voor vragen van de heer Nijboer. Hij haalde toen een onderzoek van De Groene Amsterdammer aan waaruit bleek dat er heel veel gediscrimineerd werd en dat verzoeken van mensen aan makelaars om bepaalde mensen niet in de woning te krijgen in hele grote aantallen werden gehonoreerd. Dat is natuurlijk onacceptabel. Dat heb ik toen ook al aangegeven. Discriminatie is onacceptabel, of het nu gaat om het vinden van een woning, een baan of een stageplek. Dat kan gewoon niet. Ik heb toen mede namens de minister aangekondigd dat er een onderzoek gedaan zou worden en dat er een aantal pilots zouden worden opgezet in samenwerking met gemeenten. Want de vraag van de heer El Yassini is helemaal terecht: als het in Den Haag gebeurt, zal het ook wel op andere plekken gebeuren. Die kans is natuurlijk heel groot.

Het gemak waarmee dit nog steeds gebeurt, ook op basis van die mysteryguest, heeft mij ook verbaasd. Ik ben er ook enigszins ontzet over, omdat er in die twee jaar kennelijk nog niets verbeterd is. Maar betekent dat ook dat er niets gebeurd is in de tussentijd? Dat is niet zo. Op basis van de signalen die er toen kwamen en de vragen die de heer Nijboer toen gesteld heeft, hebben we samen met de gemeente Rotterdam en de gemeente Utrecht pilots opgestart. We kijken niet alleen hoe we in beeld kunnen brengen hoe groot dit probleem is, maar ook welke mogelijkheden en middelen we hebben om dit probleem aan te pakken. Snijdt bijvoorbeeld de inzet van een mysteryguest juridisch gezien hout? Is dat toelaatbaar en past dat om dit hardnekkige probleem aan te pakken? En ja, er is ook gesproken met de sector, met de verenigingen van makelaars, NVM en VBO, om te kijken welke rol zij hierin kunnen spelen. Zij hebben vanzelfsprekend aangegeven dat zij hier afstand van nemen, maar tegelijkertijd gebeurt het op grote schaal.

Die pilots worden op dit moment uitgevoerd en de resultaten daarvan zullen in maart in de richting van de Kamer worden gestuurd. Dan heb ik het over de pilots in Utrecht en Rotterdam, maar ook over het onderzoek dat door de gemeente Den Haag is gedaan en waar u vragen over gesteld heeft. We zullen concreet kijken welke mogelijkheden er zijn om dit in de praktijk te verbeteren.

De voorzitter:
De heer El Yassini.

Staatssecretaris Knops:
Daar gaat het uiteindelijk om en volgens mij is dat ook de kern van uw vraag.

De heer El Yassini (VVD):
Dat weten we, omdat we op — ik zeg het even uit mijn hoofd — 9 november 2018 een brief hebben gehad van het kabinet met betrekking tot goed verhuurderschap. Twee jaar later, op — dit zeg ik ook uit mijn hoofd — 6 november 2020, dus vorig jaar, hebben we gezien dat er werd gesproken over die pilots. We zijn dus twee jaar verder. Ten eerste: wat is er vervolgens in die twee jaar gedaan? Want ik hoor de staatssecretaris nu weer praten over die pilots en over het afronden daarvan in maart.

Het tweede punt — dat vroeg ik in de eerste ronde ook al — is dat het niet alleen om de G4 gaat. Het is veel breder dan dat. Ik ben benieuwd hoe dit speelt in Gouda, in Zoetermeer, in Enschede, in Nijmegen, in Arnhem, in Groningen, in Maastricht, in Leeuwarden en op nog veel meer andere plekken waar Nederlanders wonen die lhbti'er zijn of een migratieachtergrond hebben. Gaan wij daar ook stappen nemen? Of wordt het de G4-oplossing en laten we de rest van het land liggen? Dat zou ik zonde vinden.

Staatssecretaris Knops:
Dat is zeker niet het geval. Die pilots vinden plaats omdat je ervan uit zou mogen gaan dat als er iets speelt in deze steden, dat ook op grotere schaal speelt. Ik denk dat het illusoir is om te veronderstellen dat het op andere plekken niet gebeurt. De conclusies die je uit die pilots kunt trekken en de handelingsperspectieven en instrumenten die je mogelijk kunt inzetten om dit probleem daadwerkelijk aan te pakken, zou je voor heel Nederland kunnen inzetten. Dat is ook de intentie van de brief die ik namens de minister van Binnenlandse Zaken toezeg en die in maart uw Kamer zal bereiken.

De voorzitter:
De heer El Yassini. Gaat uw gang.

De heer El Yassini (VVD):
Tot slot, voorzitter. Het is goed dat we in ieder geval daar die stappen proberen te nemen. De VVD is erg ongeduldig, want wij vinden het onacceptabel als mensen worden afgewezen op basis van hun afkomst, hun etniciteit, hun huidskleur of hun geaardheid. Maar het is voor mij ook belangrijk dat er aandacht is voor discriminatie in de wijken. We krijgen vaak signalen dat bijvoorbeeld lhbti'ers, Marokkaanse of Turkse gezinnen in wijken worden weggepest, puur en alleen op basis van hun etniciteit, achtergrond of geaardheid. Ik hoop dat er bij die pilots goed wordt nagedacht. We moeten niet alleen kijken naar makelaars als het gaat om discriminatie, maar we moeten veel breder optrekken met gemeenten. Als iemand ervoor kiest om in een bepaalde wijk of straat te wonen en daar een prachtig leven te starten met zijn of haar dierbaren, dan moet die persoon geen discriminatie op zijn neus krijgen, vanuit de makelaar of vanuit buurtbewoners die mensen niet zien zitten vanwege hun geaardheid of huidskleur.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer El Yassini. De staatssecretaris.

Staatssecretaris Knops:
Ik ben het volstrekt eens met die constatering en die conclusie. Het gaat niet alleen over makelaars. Dit onderzoek heeft zich gericht op verhuur door makelaars, maar discriminatie speelt op veel meer fronten en moet aangepakt worden. Dit onderzoek en deze pilots zijn heel specifiek gericht op de vraag in hoeverre makelaars meewerken aan discriminerende activiteiten, maar het gaat veel verder. Het gaat er inderdaad ook om of mensen wel of niet veilig in een buurt kunnen wonen. Dat is iets waar gemeenten, maar ook het Rijk, hopelijk op basis van dat onderzoek, hun voordeel mee kunnen doen.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan heb ik de heer Nijboer, de heer Smeulders, mevrouw Beckerman, mevrouw Van Eijs, de heer Terpstra en de heer Azarkan. De vragen moeten kort zijn: maximaal een halve minuut. Meneer Nijboer, geef eens een goed voorbeeld!

De heer Nijboer (PvdA):
Iedereen spreekt schande van discriminatie. Het is zo ernstig. De staatssecretaris is zelf niet verantwoordelijk, maar ik vind wel dat het kabinet hier een beetje labbekakkerig mee om is gegaan de afgelopen jaren. Al twee jaar lang speelt dit. Het komt op grote schaal voor. De minister heeft het over pilots en juridische toetsen. Gaat de staatssecretaris er nu echt wat aan doen of blijft het weer in de onderzoeken hangen, waardoor we hier over twee jaar weer staan en dezelfde schandalen meemaken?

Staatssecretaris Knops:
Op basis van de signalen die indertijd ook door de heer Nijboer naar voren zijn gebracht, zijn in samenspraak met de gemeenten die pilots opgezet. Die hebben heel nadrukkelijk tot doel om daaruit lessen te trekken die generiek kunnen worden toegepast. En ja, dat heeft lang geduurd, want u stelde die vraag iets meer dan twee jaar geleden. Is het makkelijk om het op te lossen en om het te erkennen? Op basis van anoniem onderzoek wel. Maar wat zijn de sancties en de maatregelen die je kunt nemen? We hadden toen een gesprek over wat de sector zelf kan doen en welke codes de sector zelf heeft. Met die codes is niks mis, want daar staat gewoon in dat het niet mag. Maar het gebeurt nog steeds. Het is dus een heel hardnekkig probleem, niet alleen op de woningmarkt, maar ook op de arbeidsmarkt. Ik hoop oprecht dat het onderzoek dat in maart in de richting van uw Kamer komt, in ieder geval de handvatten biedt om deze fase af te sluiten en nu tot actie over te gaan.

De heer Smeulders (GroenLinks):
Ik heb een beetje het idee dat we in The Truman Show zitten, die film waarin alles zich opnieuw herhaalt. We hebben hier tweeënhalf jaar geleden een debat gehad over discriminatie op de woningmarkt. Toen is een motie van ons aangenomen die zegt: we moeten het systeem van toewijzen veel eerlijker maken, zodat discriminatie niet mogelijk is en we discrimineren tegengaan. Die motie is uitgevoerd. Een halfjaar later heeft het kabinet een heel goed rapport erover aan de Kamer gestuurd met een briefje erbij: nou, we gaan het wel bespreken met de makelaars en met de clubs. Het is nu twee jaar later, maar er is nog niks gebeurd. Waarom heeft het kabinet twee jaar later dit rapport, dat het zelf heeft laten opstellen, nog niet uitgevoerd?

Staatssecretaris Knops:
Het kabinet heeft die signalen buitengewoon serieus opgepakt en heeft ook de pilots opgezet. Die pilots lopen niet maar een paar maanden, maar hebben een langere looptijd. In de tussentijd, zeg maar nu, twee jaar later, wordt gekeken wat de bevindingen zijn waar we iets mee kunnen. Ik ben het met de heer Smeulders eens: natuurlijk wil je heel snel actie. Maar als hier een makkelijke oplossing voor was, dan was die er al geweest. Dat is precies de reden dat ook Binnenlandse Zaken, samen met de gemeentes die hieraan meewerken, heeft gezegd: we gaan dit oppakken en goed onderzoeken. De gemeente Den Haag heeft dat nu zelf gedaan met een eigen onderzoek, met helaas vergelijkbare uitkomsten als die van eerdere onderzoeken. Ik denk dat we niet veel verder hoeven te onderzoeken, maar dat we wel moeten kijken wat er in de praktijk aan gedaan kan worden. Wat is werkbaar en wat kun je met signalen doen? Ik wil toch ook hier noemen dat het kabinet eerder al heeft aangegeven dat we discriminatie buitengewoon serieus nemen en dat er ook een nationaal coördinator zal worden aangesteld op dat vlak omdat kennelijk mensen ook niet met dat verhaal ergens terechtkunnen en er geen opvolging aan gegeven wordt. Dus het is heel hardnekkig. Ik snap de frustratie van de heer Smeulders en sta wat dat betreft aan zijn zijde. In maart krijgt u de uitkomsten van die pilots, die op basis van die eerdere signalen in gang zijn gezet.

De voorzitter:
Meneer Smeulders, dit is uw tweede vraag, zeg ik alvast.

De heer Smeulders (GroenLinks):
Zeker een tweede vraag, want het onderwerp is het waard. Het is volgens mij trouwens Groundhog Day in plaats van The Truman Show; ik moet werken aan mijn filmkennis. Ik neem hier toch geen genoegen mee, want we hebben dit debat tweeënhalf jaar geleden gehad. Een halfjaar daarna is het onderzoek, waarover de staatssecretaris nu namens de minister zegt dat hij in maart weer een brief stuurt, al aan de Kamer gestuurd. De conclusie daarvan is klip-en-klaar en superhelder: je moet zorgen dat er een objectief selectiesysteem komt. Bij sociale huurwoningen speelt dit niet omdat gewoon op basis van een objectief selectiesysteem de keuze wordt gemaakt. Waarom heeft het kabinet nog steeds niet die Kamermotie op een goede manier uitgevoerd door te zorgen voor een objectief selectiesysteem, zodat we in één keer af zijn van al deze discriminatie-ellende op de woningmarkt?

Staatssecretaris Knops:
Ik denk dat wat de heer Smeulders vraagt, een van de mogelijkheden zou kunnen zijn. Maar nogmaals, ik heb geen tussenstand gekregen van die pilot en welke resultaten daar tot nu toe uit zijn gekomen. Dat wordt in die brief aan de Kamer neergezet. Dat is een mogelijkheid om meer te doen dan er tot nu toe gedaan is. Want behalve dat we het signaleren en dat iedereen zegt dat het een schande en onacceptabel is — dat zeg ik hun zelf na — zijn er natuurlijk eigenlijk heel weinig dingen gebeurd. Als we niets veranderen en er geen maatregelen op nemen, blijft het bestaan. Maar je moet wel maatregelen nemen die ook juridisch houdbaar zijn en de rechterlijke toets kunnen doorstaan. Dat vraagt gewoon studie en pilots, en die zijn ook uitgevoerd.

Mevrouw Van Eijs (D66):
Het is wederom schokkend om te lezen hoe makkelijk er gediscrimineerd wordt op de woningmarkt. Dat is ook een van de redenen waarom we een plan hebben ingediend toen we het er de vorige keer over hadden, om mystery visits te doen om dit boven tafel te krijgen. Maar als dit boven tafel komt, moeten er wel consequenties zijn. Zou het niet mogelijk zijn om het Groningse verhuurmodel, waar we het vaker met elkaar over gehad hebben, in te zetten? Zodra er gediscrimineerd is, wordt de vergunning om te verhuren gewoon ingetrokken. Zou dit niet een extra reden kunnen zijn om het Groningse model, waar we als D66 vaker voor gepleit hebben, veel sneller uit te rollen?

Staatssecretaris Knops:
Dit is een van de mogelijkheden die wellicht zouden kunnen. Mevrouw Van Eijs heeft dit al eerder geopperd. Ik kan niet vooruitlopen op die pilot. Ik heb op dit moment geen kennis van het verloop van die pilot, behalve dan dat ik u kan toezeggen dat het rapport in maart komt. En dan stel ik voor dat het gesprek op basis van dat rapport gevoerd gaat worden. De analyses kunnen dan ophouden, want volgens mij is er voldoende geanalyseerd en voldoende onderzoek gedaan. Helaas worden de resultaten niet vanzelf beter, dus dan zul je moeten kijken welke andere mogelijkheden je hebt om het aan te pakken.

De voorzitter:
Mevrouw Beckerman namens de SP. De andere microfoon, mevrouw Beckerman.

Mevrouw Beckerman (SP):
Excuus, voorzitter. Ik geloof dat we de staatssecretaris nu bijna tien keer de woorden "verbaasd" en "ontzet" hebben horen zeggen. Maar we hebben hem ook horen zeggen: we doen er voorlopig nog niks echts aan; we wachten op pilots en onderzoeken. Wat mij zo steekt, is dat het kabinet wel wil komen met een zwarte lijst voor huurders die de fout ingaan, maar niet met een zwarte lijst voor verhuurders. Ik zou toch echt een reactie willen van het kabinet op de volgende vraag. Waarom niet een zwarte lijst voor die foute verhuurders, die keer op keer op keer discrimineren en mensen in de problemen brengen?

Staatssecretaris Knops:
Ik heb dat gezegd omdat ik echt vind, net als iedereen, dat discriminatie onacceptabel is. Dat alleen zeggen, zou heel makkelijk zijn, want je moet het ook omzetten in acties. Een van die acties is dat die pilots zijn opgezet. Die hadden een bepaalde looptijd en die leiden tot resultaten. Die resultaten zullen met de Kamer gedeeld worden. In dat traject, of daarna, kunnen al dit soort opties aan de orde komen. Ik ben het met mevrouw Beckerman eens dat als je nergens sancties op zet, de kans dat het vanzelf beter wordt niet zo heel groot is. Dat is dus absoluut een mogelijkheid die verder uitgewerkt moet worden, maar ook daarvoor geldt dat die dan wel de juridische toets der kritiek moet kunnen doorstaan. Zo'n oplossing moet dan wel houdbaar zijn, ook eventueel voor een rechter. Daar moet je goed over nadenken en daar zijn best veel vraagtekens bij te zetten, maar als wij met z'n allen constateren dat dit probleem hardnekkig, groot en onacceptabel is, moeten we ook samen zorgen dat er oplossingen komen.

De heer Terpstra (CDA):
Ook voor mijn fractie was het dit weekend natuurlijk schrikken toen we dit in de krant lazen. We hebben al zo'n groot tekort aan woningen, en mensen die op basis van wie ze zijn of waar ze voor staan worden gediscrimineerd, komen nog verder van een woning af te staan. Ook mijn fractie is dus op zoek naar concrete maatregelen om dit aan te pakken. Het probleem manifesteert zich met name bij verhuurbemiddelaars en makelaars, die keer op keer toch weer discriminatie toestaan of oogluikend toelaten. Mijn vraag aan de staatssecretaris is dus de volgende. Is het, ook al komt die rapportage in maart, toch niet mogelijk om een vergunningenstelsel in te voeren, zodat we de vergunning kunnen afnemen van verhuurders die de fout in gaan?

Staatssecretaris Knops:
Dat is een terechte vraag, die wat mij betreft echt thuishoort op het moment waarop de pilot is afgerond en we het debat kunnen afronden met een analyse van de problematiek. Nou, die kennen we inmiddels in grote lijnen. Vervolgens moeten we weten wat wel en wat niet werkt. Ik zou bijna willen zeggen, maar ik sta hier als waarnemer: er zijn geen taboes in deze kwestie en alles wat werkt is toegestaan. Denken dat het vanzelf beter wordt zonder dat je iets nieuws toevoegt, is fantasy, zou ik bijna willen zeggen. Je moet dus bereid zijn om maatregelen te nemen die nu nog niet genomen zijn, maar dan moeten ze wel houdbaar zijn. Ook mensen in de makelaardij mogen verwachten dat de overheid betrouwbaar is, net zoals mensen die te maken krijgen met discriminatie dat moeten kunnen melden.

De heer Azarkan (DENK):
Dit is eigenlijk helemaal niks schokkends. Het is ook niks nieuws, ook niet voor de staatssecretaris, denk ik, want dit is al heel lang zo. 92% van de makelaars discrimineert als je het ze vraagt, zo bleek uit De Groene Amsterdammer. In Utrecht zagen we het: 70% tot 80%. Het gebeurt ook in Rotterdam en Den Haag. Het is de praktijk van alledag. Er zijn 9.500 makelaars waarvan 70% tot 90% bereid is de wet te overtreden; want daar gaat het om. Ik wil de staatssecretaris vragen hoeveel mensen er bestraft zijn voor het overtreden van de wet, voor het discrimineren.

Staatssecretaris Knops:
Als je wilt bestraffen, moet iemand aangifte doen en moet iemand een rechtszaak beginnen. Dat is heel lastig. Dat is voor veel mensen een drempel. Uit het onderzoek met een mysteryguest blijkt onomwonden dat makelaars, weliswaar tegen iemand die ze niet kennen, bereid zijn om tegen de wet in te discrimineren, maar dat is nog wat anders dan de bewijslast zodanig krijgen dat je het ook voor een rechter kunt brengen. Daar zit precies het juridische probleem. We verschillen niet van mening over de ernst van de feiten. Ze zijn niet nieuw, maar ze blijven schokkend. Het is onacceptabel dat er op die manier geredeneerd wordt en dat je van de lijst wordt gegooid en niet mee mag doen als je een homoseksuele of islamitische achtergrond hebt of een naam die gelinkt wordt aan geboorte in Turkije of Marokko, zeker in een woningmarkt die krap is, zoals de heer Terpstra zegt. Je moet dus met maatregelen komen die houdbaar zijn.

De heer Azarkan (DENK):
Ik heb de indruk dat de staatssecretaris noch het kabinet dit belangrijk genoeg vindt. Het enige wat ik in de afgelopen jaren heb gehoord naar aanleiding van een mondelinge vraag bij een debat is: we moeten het onderzoeken, we gaan het nog eens bekijken en we kunnen het moeilijk aantonen. Eigenlijk allemaal om maar niet te hoeven handelen en handhaven. Ik ben zelf bij de NVM geweest en kreeg precies hetzelfde verhaal. Minister Ollongren kwam pas drie maanden na het onderzoek van De Groene Amsterdammer een keer langs. Dat straalt geen urgentie uit. Ik wil de staatssecretaris vragen — hij heeft niet heel lang meer, maar toch — om nou eens te stoppen met het willen onderzoeken en willen bewijzen. Pak het gewoon aan. Ga met die branchevereniging zitten en gooi die mensen uit het ambt. Er is een motie over aangenomen. U kunt wel een beetje staan lachen, maar het probleem moet gewoon aangepakt worden, want anders staan we volgend jaar weer hier.

Staatssecretaris Knops:
Zeker. Ik lach niet, maar u bent aan het herhalen wat door veel van uw collega's al gezegd is, namelijk dat er een groot probleem is. Ik heb al een aantal keren toegezegd — en ik verzoek u om daarnaar te luisteren — dat dat onderzoek de conclusie en het afrondende deel vormt van pilots die op dit moment lopen. Als u zegt dat het kabinet er niks aan heeft gedaan, is dat gewoon niet waar. Het kabinet heeft er wel wat aan gedaan. Het kabinet neemt er afstand van. Dat is gewoon zoals het is. Ik heb die resultaten nu nog niet, want die zijn nog in bewerking. Die komen in maart naar u toe en dan is er alle ruimte om de opties zoals een aantal van uw collega's hier ook hebben aangegeven, in het debat in te brengen. Ook van de zijde van de regering zullen er ongetwijfeld voorstellen komen om dit probleem aan te pakken.

De voorzitter:
Dank u wel.


Vragen Azarkan

Vragen van het lid Azarkan aan de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij afwezigheid van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, over de gevolgen voor moslims van Europees antiterreurbeleid.

De voorzitter:
Dan geef ik de heer Azarkan het woord namens DENK voor zijn vraag over de gevolgen voor moslims van Europees antiterreurbeleid.

De heer Azarkan (DENK):
Dank, voorzitter. In Nederland, maar ook in Europa wordt beleid gevoerd waardoor moslims worden gediscrimineerd. Omdat Europese regeringen hun antiterrorismemaatregelen richten op moslims, versterken zij de racistische opvatting dat de islam een bedreiging is. Daarmee creëren ze een klimaat waarin haatzaaiende uitingen tegen moslims zijn genormaliseerd.

Voorzitter. Dit zijn niet mijn conclusies, maar de conclusies van Amnesty International in een rapport. Wat we zien, is een tsunami van moslimhaat die over Europa stroomt. We zien de voorbeelden in Frankrijk. We zien de voorbeelden in Oostenrijk met een speciale islamwet. We zien een minarettenverbod in Zwitserland. Ik heb een vraag aan de staatssecretaris. Is hij bereid om Europese landen die discriminerende wetgeving tegen moslims doorvoeren, hierop aan te spreken? Is de minister ook bereid om alle Nederlandse wetten te screenen op moslimdiscriminatie en om discriminerende wetten zo snel mogelijk af te schaffen?

De voorzitter:
We spreken nu met de staatssecretaris, niet met de minister. Het woord is aan de staatssecretaris.

Staatssecretaris Knops:
Dank u wel, voorzitter. De vragen van de heer Azarkan hebben betrekking op het bericht in het Nederlands Dagblad dat moslims in Europa het slachtoffer zouden zijn van discriminatie. Ik heb al bij de eerdere vraag gezegd dat discriminatie natuurlijk onacceptabel is. De gids die Amnesty heeft uitgebracht zegt dat moslims in de internationale oorlog tegen terrorisme etnisch geprofileerd worden en onevenredig onderworpen worden aan toezicht en beperkingen. Het kabinet heeft kennisgenomen van deze gids. We hechten, zoals gezegd, grote waarde aan het tegengaan van discriminatie en racisme. Hiervoor is in Nederland geen plaats. Het is er nog steeds, maar er moet tegen gevochten worden. De overheid heeft daar ook een voorbeeldfunctie in. De overheid is soms ook subject, in die zin dat mensen zeggen dat de overheid daar niet goed naar handelt. Ik ga hier niet zeggen dat dat nooit gebeurd, maar we hebben wel de plicht om daartegen op te treden en om dat terug te dringen. In de brief van 9 december 2020 heeft de minister van BZK aangekondigd een verkenning te laten uitvoeren hoe vorm kan worden gegeven aan de nationaal coördinator tegen discriminatie en racisme en daarnaast zal ook de staatscommissie discriminatie en racisme worden ingesteld.

Ten aanzien van het tegengaan van terrorisme kan ik heel helder zijn. Daarbij hanteert het kabinet een integrale aanpak die zich richt op alle vormen van terrorisme. Of het nu rechts terrorisme is of terrorisme gebaseerd op islamitische overtuigingen, alle soorten terrorisme worden aangepakt. We zouden als overheid ook wel gek zijn als we ons daar niet tegen zouden beschermen. We kunnen geen voorkeur uitspreken voor het een of het ander.

Ik zeg ook in de richting van de heer Azarkan: als u zegt dat er sprake is van wetgeving met discriminerende bepalingen, specifiek tegen mensen met een islamitische achtergrond, dan moeten we daar natuurlijk tegen optreden. Dan moet dat ook onderwerp zijn van debat dat hier in de Tweede Kamer plaatsvindt.

De minister van Justitie en Veiligheid heeft een BNC-fiche naar de Kamer gestuurd op 5 februari, waarin de contraterrorismeagenda en het Nederlandse standpunt daarover verder zijn uitgewerkt. We toetsen in Nederland bij wetgeving of het gaat om proportionaliteit en effectiviteit. De grondrechten en mensenrechten worden daarin meegenomen.

Nogmaals, ik wil benadrukken dat het tegengaan van discriminatie en racisme onderdeel is van het Nederlandse beleid.

De heer Azarkan (DENK):
Laten we dan toch even op de Nederlandse situatie inzoomen. We zien dat ook in deze Kamer voorstellen worden gedaan die de islamhaat aanwakkeren. We zien dat ook hier wetten worden doorgevoerd die moslims discrimineren. We zien het strafbaar stellen van een islamitische vrouw als ze een nikab draagt. We hebben een actieplan met 37 punten tegen jihadisme, maar extreemrechts kan vrijuit zijn gang gaan. Er is een heksenjacht gaande tegen de buitenlandse financiering van moskeeën, maar buitenlandse financiering van politieke partijen is hier zelden onderwerp van discussie. Als je een moskee wilt oprichten, moet je een Bibob-procedure doen, overal waar je komt. We weten dat in deze Kamer heel veel mensen de halalslacht willen afpakken van moslims. We hebben ook gezien dat de inlichtingendiensten en de gemeente Amsterdam vals spel speelden omdat zij de islamitische school Haga Lyceum wilden stoppen. Dat zijn voorbeelden van hier. Realiseert de staatssecretaris zich dat deze voorstellen, deze wetten ook discriminatie in de hand kunnen werken?

Staatssecretaris Knops:
De voorbeelden die de heer Azarkan noemt strekken zich uit van de financiering van politieke partijen tot onderwijs et cetera. Dat zijn allemaal voorbeelden waarbij de overheid terecht vraagt aan instellingen, aan individuele personen, aan bedrijven, om te vertellen hoe zij het een en ander gefinancierd hebben. We hoeven elkaar ook niet voor de gek te houden; we kunnen zeggen dat dit in een aantal gevallen echt niet pluis is en dat daar wetgeving voor nodig is.

Dan zegt u vervolgens dat het wetgeving is met een discriminerende grondslag. Mijn antwoord zou zijn dat deze wetgeving bedoeld is om de grondrechten van de burgers in Nederland te beschermen en om de belangen van de Staat te beschermen. Dan mag je geen onderscheid maken naar afkomst, religie, geloofs- of levensovertuiging, seksuele voorkeur of wat dan ook. Dat staat in onze Grondwet en daarop toetsen wij. Dat er een debat plaatsvindt, ook in deze politieke arena, dat verder strekt dan deze onderwerpen, zoals de heer Azarkan zegt, is onderdeel van de parlementaire democratie. Daar moet dat ook een plek kunnen krijgen. Bij wetgeving kijkt ook de Raad van State natuurlijk heel goed hoe die grondrechten geborgd zijn in onze wetten.

Kan het dat in de hand werken? Nou ja, als we kijken naar de recente ervaringen met de kinderopvangtoeslag, is het antwoord: ja, helaas wel. Is dat de intentie? Nee, dat was niet de intentie van de wetgeving. Wij moeten ook als overheid zeer alert zijn op dit soort signalen, om die een goede plek te geven. Er wordt nu een nationaal coördinator tegen discriminatie en racisme aangesteld. Die moet een belangrijke rol krijgen om dit soort voorvallen die de heer Azarkan benoemt, te adresseren en de verantwoordelijken daarop aan te spreken.

De heer Azarkan (DENK):
Ik denk dat het goed zou zijn als de staatssecretaris de toezegging deed om die wetten ook eens in samenhang te toetsen. We zien hoe dat uitpakt, wat het gevolg daarvan is, ook bij het maatschappelijk debat. Als één ding duidelijk is, zoals Amnesty heeft aangetoond, is het dat de islamhaat toeneemt. Dat zien we in rapportages. We zien de gevolgen daarvan: haatacties tegen moskeeën, toenemende islamhaat op internet, het geweld. In deze Kamer heeft DENK gevraagd om een actieplan tegen moslimdiscriminatie, zoals dat er terecht ook is inzake antisemitisme, met een speciale coördinator. We moeten ook kijken hoe we moskeeën kunnen beveiligen als daar al een paar honderd geweldsincidenten zijn geweest. Wat we dus vragen … Het is niet genoeg om elke keer een losse actie te doen of een losse wet te maken. Laten we ze dan in samenhang bekijken en analyseren. Ik ben blij dat de staatssecretaris zegt dat dit een van de vragen is die gesteld zal worden aan de nationaal coördinator discriminatie en racisme.

Staatssecretaris Knops:
Ik wil daarbij zeggen dat discriminatie sowieso over de volle breedte verboden is en onacceptabel is. Het is niet alleen gericht tegen één groep. Het is veel coherenter dan de heer Azarkan hier doet voorkomen. We hebben de afgelopen jaren wel te maken gehad, ook in Nederland, met allerlei dreigingen. Veel van die dreigingen hadden wel degelijk — dan noem ik het toch maar — een achtergrond die gebaseerd was op bepaalde overtuigingen. Dat kan rechtsextremisme zijn. Het waren ook overtuigingen met een islamitische grondslag. Dan is het heel logisch dat je je daar als overheid tegen wapent. Maar wat je niet mag doen aan de voorkant, is iemand al bij voorbaat discrimineren omdat hij de islam aanhangt. Dat kan niet. Dat is onacceptabel. We moeten naar de daden kijken, naar de dreigingen kijken. Dan gelden voor iedereen in Nederland dezelfde rechten en plichten, op basis van de Grondwet. De overheid moet die ook op een goede manier uitvoeren. Als de overheid daarin faalt — u poneert een aantal stellingen daarover waaruit blijkt dat u vindt dat dat zo is — moeten we met elkaar het debat op dat punt voeren, maar niet alleen met de insteek die u kiest. Ik zou die veel breder willen kiezen, omdat elke vorm van discriminatie ongeoorloofd en niet acceptabel is.

De heer Azarkan (DENK):
Ik heb straks nog een debataanvraag. Dan gaan we kijken of we later nog het debat kunnen voeren over dit onderwerp.

De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Belhaj namens D66.

Mevrouw Belhaj (D66):
Het was toch een beetje bevreemdend om naar dit debat te kijken. Dat kwam niet door de heer Azarkan, zeg ik alvast tegen de staatssecretaris. Er ligt een heel duidelijk rapport, dat aangeeft dat verschillende landen binnen Europa ervoor kiezen om politiek beleid te voeren dat erop gericht is om extremisme te bestrijden. In dit geval gaat het over moslimextremisme. Tot dan is er eigenlijk nog geen probleem. Maar wat als je ervoor kiest om te zeggen: het is niet het probleem van iedere moslim, maar als er drie gekken zijn die toevallig ook moslim zijn, dan is het gelegitimeerd om in bredere zin naar moslims te kijken om dat aspect te gebruiken in het beleid? Dan heb ik de volgende vraag. De staatssecretaris zou zich toch kapot moeten schrikken van dit rapport? Hij zou toch moeten denken: ik schrik me kapot; ik ga eens bij iedereen vragen — ik ga niet naar een nationaal coördinator — hoe we dit nu eigenlijk in Nederland hebben geregeld. Dus mijn vraag aan u is …

De voorzitter:
Ja, mevrouw Belhaj?

Mevrouw Belhaj (D66):
Waarom doet u dat niet? Zeg ik via u, voorzitter.

Staatssecretaris Knops:
Mevrouw Belhaj maakt de vergelijking met wat andere landen doen. Ik sta hier namens de Nederlandse regering. Dat is dan toch mijn taak. Ik kan alleen maar zeggen wat onze lijn daarin is en dat dat wat ons betreft onacceptabel is. Tegelijkertijd wil ik ook niet naïef en blind zijn voor de dreigingen die op ons afkomen. Natuurlijk hebben wij diensten die diepere analyses maken van de grondslag van dreigingen die tegen ons gericht zijn. Dat kunnen terroristische dreigingen zijn. Dat kunnen statelijke dreigingen zijn, et cetera. Bij het maken van de analyse ga je natuurlijk kijken waar de voedingsbodem zit en waar de problemen zitten. Natuurlijk kom je dan soms ook bij de islam uit, of bij de islam die ge- of misbruikt wordt door anderen om bepaalde politieke doelen te bereiken. In die analyse moet je als overheid heel scherp kunnen beredeneren waarom we tot bepaalde maatregelen overgaan, niet omdat het de islam is maar omdat er een bepaalde dreiging van iets of iemand uitgaat. Ik snap dat het een heel gevoelig debat is, maar ik wil dat wel op deze plek gezegd hebben.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan wachten we heel even voordat we overgaan tot de volgende vraag.


Vragen Hijink

Vragen van het lid Hijink aan de minister voor Medische Zorg en Sport over de 27,1 miljoen euro winstuitkering voor zorgbestuurders.

De voorzitter:
Dan geef ik nu het woord aan de heer Hijink namens de SP voor zijn vraag over de 27,1 miljoen euro winstuitkering voor zorgbestuurders. De vraag is gericht — ik wacht nog heel even — aan de minister voor Medische Zorg, die ik van harte welkom heet. Fijn dat u er weer bent. Dan geef ik nu het woord aan de heer Hijink.

De heer Hijink (SP):
Dank u wel, voorzitter. We hebben hier het afgelopen jaar heel vaak gestaan als SP om te pleiten voor hogere salarissen in de zorg, voor onze zorgverleners, voor de verzorgenden, de verpleegkundigen en de helpenden. Nu is het bizarre dat deze minister dat dus nu al een jaar lang tegenhoudt en zelfs een aangenomen motie van deze Kamer om de zorgsalarissen te verhogen, niet wil uitvoeren, juist in een tijd dat wij dus tegelijkertijd lezen dat door winstuitkeringen aan bestuurders bakken met geld over de balk zijn gegaan. Het onderzoek van Follow the Money en Pointer laat zien dat alleen al bij 119 instellingen die zij hebben onderzocht, meer dan 27 miljoen euro is uitgekeerd aan bestuurders. 27 miljoen euro aan 119 organisaties. Dat wil zeggen dat het in het grote geheel nog heel veel meer geld zal betreffen. Dat is dus geld in de zakken van bestuurders, geld dat bedoeld is voor de zorg. Dat laat zien dat ons zorgstelsel zo lek is als een mandje. Je kunt bv-constructies optuigen. Je kunt op allerlei mogelijke manieren geld uit de zorg wegtrekken, geld dat bedoeld is om voor mensen te zorgen, geld dat bedoeld is om onze zorgverleners een goed salaris te geven en geld dat op deze manier in de zakken verdwijnt van mensen die het niet nodig hebben.

Mijn vraag aan de minister is eigenlijk heel simpel: wat gaat u nou doen aan deze zorgmiljonairs? Wat gaat u er nou aan doen dat miljoenen aan zorggeld verloren gaan aan foute bestuurders terwijl u niet opkomt voor die zorgverleners die zo veel meer waardering nodig hebben?

De voorzitter:
Het woord is aan de minister.

Minister Van Ark:
Voorzitter, dank u wel. Ik vind het een heel belangrijk punt dat de heer Hijink aangeeft. Geld dat bedoeld is voor de zorg hoort ook naar de zorg te gaan. Als je werkt in de zorg, mag je daar natuurlijk een eerlijk inkomen voor krijgen. Als je een ondernemer bent, is het verstandig als je geld investeert in de zorg en als je innoveert, maar excessieve winstuitkeringen horen niet thuis in de zorg.

Er zijn eigenlijk twee categorieën waar we hier over spreken. Er zijn situaties waarin sprake is van fraude. Daar kan ik heel duidelijk over zijn: fraude wordt aangepakt. Laat ik hier ook meteen gezegd hebben dat het gros van de organisaties met hart en ziel werkt voor de eigen patiënten en cliënten, maar er zijn ook organisaties die een soort van handig gebruikmaken van de regelingen. En daar doen we samen met de Kamer wel degelijk het nodige aan in de verschillende fases van de zorgverlening. Dat gebeurt op het moment dat organisaties toetreden tot de zorg, de Wtza, op het moment van contractering, op het moment van de bedrijfsvoering en als het gaat over het normeren van topinkomens, over de verantwoording en natuurlijk over een stevige fraudeaanpak. Ik wil hier tevens gezegd hebben: je kunt heel veel doen met wetten, maar niet alles. Daarom is ook publieke en maatschappelijke verantwoording ontzettend belangrijk. Dat laten de vragen van de heer Hijink maar zeker ook de onderzoeksjournalistiek van Follow the Money heel duidelijk zien. Want die maatschappelijke discussie is ook aanleiding voor het voeren van die gesprekken. Bijvoorbeeld als je in een gemeente een organisatie contracteert die op zo'n lijst voorkomt — de jaarverslagen zijn openbaar — om dan het gesprek aan te gaan over waar het vandaan komt. Het kan best een legitieme reden hebben waarom de balans een groot bedrag laat zien, bijvoorbeeld als je net een pand hebt verkocht, maar het kan ook aanleiding zijn om een gesprek te voeren over: waarom contracteren we jou en gaat dat geld wel naar de zorg?

Nogmaals, met wetten alleen komen we er niet, maar samen met de Kamer werken we wel aan een aantal wetten om hier ook paal en perk aan te stellen.

De heer Hijink (SP):
Ik denk dat het al fout gaat als de minister het woord "winsten" in de mond neemt. Ik denk dat heel veel mensen die dit vandaag volgen, al niet snappen dat je in de zorg kunt spreken over winsten. Winst hoort niet thuis in de zorg. Zorggeld behoort besteed te worden aan het beter maken van mensen en aan het verzorgen van onze ouderen en mensen met een handicap. Dat is waar het zorggeld toch voor bedoeld is? Als je het onderzoek van Pointer en Follow the Money leest, begrijp ik niet dat een psycholoog in de ggz met een eigen praktijk in een jaar meer dan een half miljoen euro uit ons zorggeld kan trekken. Dan heb je het over één zorgverlener die slim genoeg is om het systeem zo te manipuleren dat op een legale manier — dat is dus nog niet eens fraude — verdiend wordt aan een zorgstelsel, dat met name door de VVD is opgetuigd. Dat moeten we toch maar eens benadrukken, namelijk dat dit een stelsel is dat doelbewust op deze manier gemaakt is. Een zorgsysteem waarin ziekenhuizen failliet kunnen gaan. Een ziekenhuizensysteem waarin winstuitkering gewoon is toegestaan en waarin we de kosten van de zorg neerleggen bij de mensen die zorg gebruiken met een hoog eigen risico. Dat is een bewuste keuze geweest van de VVD en daar is door te veel partijen aan meegewerkt.

Ik wil niet van de minister horen wat zij nu met wetten voor de verre toekomst gaat doen om dit probleem in te dammen, maar ik wil weten wat zij nú gaat doen. Het idee van het stoppen met de winsten is een idee, een voorstel dat de SP al jaren heeft gedaan. En het is echt niet zo ingewikkeld. We hebben deze wetten al behandeld. Dat kan volgende week geregeld worden. Dus ik wil van de minister horen waarom zij er niet gewoon voor kiest om winstuitkering in de zorg onmogelijk te maken, voor alle sectoren in de zorg.

Minister Van Ark:
Zoals ik al gezegd heb: ik vind dat geld dat voor de zorg bedoeld is, naar de zorg moet gaan. Als je in de zorg werkt, dan kun je een eerlijk loon naar werken krijgen. Dat vinden we met z'n allen normaal. Maar ik denk ook dat we moeten constateren dat wat hier gebeurt, niet oké is. Het is op z'n minst de aanleiding voor het gesprek dat gevoerd moet worden. Naast de wetgeving die we op de plank hebben liggen of die we al in werking aan het zetten zijn, hebben ook de toezichthouders hier een rol in. Ik noem bijvoorbeeld de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. Die voert hier onderzoek naar uit. Maar ik noem ook de NZa. Ook de zorgverzekeraars hebben hier een rol in.

Ik zeg daarbij tegen de heer Hijink dat juist het contracteren van zorgaanbieders, waarover veel discussie in de Kamer is — er wordt veel over gesproken; er wordt ook verschillend over gedacht — ook zo'n moment zou kunnen zijn waarop je het verschil kunt maken tussen zorgaanbieders die op de goede manier werken en zorgaanbieders die je liever niet zou willen contracteren. Kortom, er ligt een heel palet aan mogelijkheden, maar laat helder zijn dat deze openbare verantwoording, die plaatsvindt via de jaarverslagen, voor gemeenten, voor zorgverzekeraars, voor de toezichthouders en ook voor het openbare debat juist de voedingsgrond is om ervoor te zorgen dat geld voor de zorg naar de zorg gaat.

De heer Hijink (SP):
Ik vind het echt onvoorstelbaar. Deze minister is van de VVD, een partij die een complete heksenjacht heeft geopend op mensen die zogenaamd gefraudeerd zouden hebben met toeslagen. Dat was niet eens waar. Ik vind het onvoorstelbaar dat nu wordt gezegd dat zorgaanbieders die zwaar over de schreef gaan, die zichzelf een half miljoen euro uitkeren, kunnen rekenen op een goed gesprek. Als dat de manier is waarop we met mensen en organisaties omgaan, dan ben je de balans toch helemaal kwijt? Waarom kiest het kabinet niet voor de eenvoudige oplossing om een einde te maken aan de winstuitkering? Dat een instelling aan het eind van het jaar geld overhoudt, dat begrijp ik. Maar dat geld moet teruggaan naar de zorg. Het is namelijk premiegeld, het is belastinggeld. Dat is hoe je het moet doen. Maar dan moet je wel met z'n allen in een wet afspreken dat er een einde komt aan de winstuitkeringen, dus aan het geld uit de zorg trekken en in private zakken stoppen. Ik heb dat net ook gevraagd, maar ik krijg daar geen antwoord op. Ik wil de minister nog een keer vragen om die vraag, de vraag die ik daarnet heb gesteld, te beantwoorden.

Minister Van Ark:
Ik snap best wel dat het een week voor het verkiezingsreces verleidelijk is om discussies nog breder te maken dan deze, die al heel breed is. Maar deze discussie is zo breed dat ik hier zeg: als er sprake is van fraude, dan wordt daarop doorgepakt. En als er sprake is van het "gebruikmaken" van een systeem, dan wil ik hier ook gezegd hebben dat dat onwenselijk is. Daar handelen we ook op. Daar handelen we op met wetten, maar alleen wetten zijn niet genoeg. Dat vereist ook dat de toezichthouders maar ook de contracterende partijen, zoals de zorgverzekeraars en de gemeenten, de openbare informatie gebruiken om hierover dat gesprek te voeren. Dat is wat mij betreft niet met een kopje thee, maar dat is om paal en perk te stellen aan onwenselijke situaties, zoals die hier zijn.

Maar ik wil ook gezegd hebben dat het wel degelijk mogelijk is dat het niet iets heel slechts is wat er gebeurt. Het kan zijn dat je net een pand hebt verkocht en dat dat nog op je balans staat. Zo'n lijst is een momentopname. Het gaat om het langetermijnperspectief. Maar uiteindelijk gaat het erom dat je kunt verantwoorden dat het geld dat je krijgt voor de zorg, naar de zorg gaat. Die publieke middelen moeten naar de zorg gaan. Daar knok ik voor, daar knokt de heer Hijink ook voor; daar zijn wij het over eens. Het gros van de organisaties doet het goede voor zijn patiënten en cliënten. Dat moet toch wel gezegd worden.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Hijink. Dan heb ik hier mevrouw Laan-Geselschap, de heer Van Otterloo, mevrouw Van den Berg, mevrouw Kuiken en mevrouw Agema. Allereerst mevrouw Laan-Geselschap namens de VVD.

Mevrouw Laan-Geselschap (VVD):
Dank voor de antwoorden van de minister. Daaruit blijkt dat zij samen met de VVD inderdaad deelt dat aanpak van fraude een eerste prioriteit moet zijn. Want het geld moet naar de zorg. Daarom onze vraag. De internetconsultatie over het wetsvoorstel integere bedrijfsvoering zorgaanbieders zou dit voorjaar plaatsvinden. Met deze wet, waar de VVD een groot voorstander is, kunnen mensen die er misbruik van maken, sneller worden aangepakt. Kunnen wij ervan uitgaan dat ondanks alle situaties van verkiezingen en een demissionaire status, dit wetsvoorstel met prioriteit door het ministerie wordt behandeld?

Minister Van Ark:
Het is van belang om daar prioriteit aan te geven. Daarbij teken ik aan dat we natuurlijk wel rekening hebben moeten houden met de inzet van alle mensen vanwege de coronapandemie. Dat laat onverlet dat we dit wetsvoorstel in het voorjaar in internetconsultatie brengen. Dat is een van die aspecten die van belang zijn, omdat we er in al die verschillende fases waarin organisaties werken scherp op moeten zijn dat ze het goede doen. Dit wetsvoorstel gaat dus in het voorjaar in internetconsultatie.

De voorzitter:
De heer Van Otterloo namens 50PLUS.

De heer Van Otterloo (50PLUS):
Dank u wel, voorzitter. Paul Simon zong: "There are 50 ways to leave your lover." Maar er zijn meer dan 50 manieren om je zakken te vullen in de zorg, die allemaal legaal zijn, en dan kom je nog niet eens toe aan de echte winstuitkering, waar de VVD al jaren voor heeft gepleit. Gelukkig is minister Schippers er niet in geslaagd om dat wetsvoorstel erdoor te krijgen. Ik ben zo benieuwd naar wat de minister kan aangeven over wat er in de afgelopen drie jaar door zorgverzekeraars, door de NZa en door de inspectie precies is vastgesteld en welke maatregelen er vervolgens genomen zijn.

Minister Van Ark:
Het voert wat ver om vandaag de exacte handelingen van de IGJ en de NZa helemaal op een lijst te zetten. Maar er is wel degelijk ook naar aanleiding van de Pointerlijst 2019 door de toezichtafdelingen van de IGJ getrieerd. Dat heeft in een aantal gevallen geleid tot een verzoek aan zorgaanbieders om het verstrekken van aanvullende informatie. Dat heeft geleid tot inspectiebezoek, waarbij de instelling is gecontroleerd op de naleving van wet- en regelgeving. Er is gekeken of de kwaliteit van de zorg een mogelijk risico vormde. De IGJ heeft ook samen met de NZa het Informatie Knooppunt Zorgfraude ontwikkeld in 2020. Dat is een dashboard waarmee gekeken wordt: wie zijn nou die organisaties die die hoge winsten hebben? Daar kijken ze natuurlijk vooral naar de transparantie om te kijken of het op een terechte manier gebeurt.

De heer Van Otterloo (50PLUS):
Als je het hebt over fraude, dan is al heel snel het verhaal: er wordt fraude in de zorg gepleegd, en dat zijn de patiënten. Hier en daar zijn het wat dienstverleners. Maar in dit geval gaat het nu juist om het bewandelen van oneigenlijke wegen. De minister heeft het over dingen op de balans, maar die behoren niet tot de winstuitkering. Wat wel gebeurt, is dat geldstromen onttrokken worden aan de instellingen. Ik begrijp dat de minister niet in één keer nu een lijstje kan geven, maar ik zou graag een toezegging willen hebben van de minister dat ze die lijst presenteert van al die instellingen die zijn bevraagd en van de maatregelen die zijn genomen.

Minister Van Ark:
Dit lijkt mij ook een belangrijk onderdeel van de wetsbehandeling die we zullen hebben over de maatregelen om fraude of oneigenlijk gebruik tegen te gaan. Naar aanleiding van eerdere publicaties van Follow the Money en Pointer heeft de NZa een analyse gemaakt van 135 aanbieders bij wie die winst in eerste instantie niet verklaarbaar was. Daarom zijn het maatschappelijk debat en de onderzoeksjournalistiek zo van belang. Dat is dus al een indicatie om aan de slag te gaan. Er zijn acties en fraudeonderzoeken uitgevoerd. In slechts vijf van die gevallen is fraude vastgesteld. Dan nog vind ik het goed dat ze het hebben gedaan, want elk geval van fraude is er één te veel. Zo worden er veel initiatieven genomen. Dit leidt natuurlijk ook tot een cijfermatige onderbouwing van de wetsvoorstellen die we bij de Kamer gaan indienen. Mijn voorstel zou zijn om deze discussie daarbij te betrekken.

De voorzitter:
Mevrouw Van den Berg namens het CDA.

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Als iets te mooi is om waar te zijn, dan is het te mooi om waar te zijn. Wat opvalt, is dat de winsten vooral worden gemaakt door bedrijven waar toch al extra kwetsbare mensen zijn, zoals in de geestelijke gezondheidszorg en de gehandicaptenzorg. De minister heeft het over het goede gesprek en over de Wet toetreding zorgaanbieders, maar ook met die wet is het nog altijd gemakkelijker om hier zorgverlener te worden dan een snackbar te openen. Naar aanleiding van het voorbeeld dat meneer Hijink net gaf, van de psycholoog met €500.000, vraag ik de minister: wat gaat zij doen om te zorgen dat er aan de voorkant veel meer maatregelen worden genomen?

Minister Van Ark:
Het is natuurlijk een heel terecht punt dat mevrouw Van den Berg hier aangeeft. Ik vind het echt schrijnend dat het juist in deze sectoren gebeurt. Het is overal erg, maar hier gaat het echt om extra kwetsbare mensen. Ik denk dat het goed is om in dit kader aan te geven dat op 1 januari 2022 de Wet toetreding zorgaanbieders ingaat, die ook een onafhankelijke interne toezichthouder regelt en de openbare jaarverantwoordingsplicht uitbreidt naar alle Zorgverzekeringswet- en Wlz-aanbieders. Desondanks zeg ik erbij dat je, als iemand echt willens en wetens het verkeerde wil, dat niet met wetten kunt tegenhouden. Dan zul je daar meer op moet zetten. Eén wet, één AMvB, één onderzoek alleen is niet voldoende. Ik denk dat al die puzzelstukken in de gezamenlijke inzet van de regering met de Kamer, breed, bij elkaar kunnen worden gelegd. Dat kan het antwoord hierop zijn. Daarbij zullen we onze oren en ogen open moeten houden en gebruikmaken van de beschikbare informatie.

De voorzitter:
Mevrouw Kuiken namens de PvdA en dan mevrouw Agema namens de PVV.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Wat ik toch nog steeds een beetje in de discussie mis, is het principiële punt. Ik hoor de minister voortdurend zeggen dat het over fraude gaat, maar het is niet alleen maar fraude. De wetgeving legitimeert het nog steeds om ongelijke winsten naar jezelf toe te halen. Het biedt nog steeds een negatieve prikkel om lichtere zorg vooral heel actief in de markt te zetten in plaats van zwaardere zorg, omdat die minder loont. Mijn vraag is dan ook: is de minister het met mij eens dat je er niet alleen komt met het vragen om een integere bedrijfsvoering? Sommige dingen moet je gewoon de pas afsnijden, omdat we gewoon te veel voorbeelden zien — ik noemde er twee — waar het gewoon niet goed gaat.

Minister Van Ark:
Dat is natuurlijk een heel terecht punt. Het is een discussie die door een aantal van die wetstrajecten heen loopt. Ik heb net gezegd: geld voor de zorg moet naar de zorg gaan. Als je een organisatie bent die zorg levert, dan mag je natuurlijk ook investeren in innovaties en in goede nieuwe zorg. Dat vinden we denk ik allemaal prima, want daar wordt iedereen beter van. Als je werkt in de zorg, dan mag daar ook een eerlijk loon tegenover staan. Maar met de wetten die ik noemde, scherpen we ook echt een aantal zaken aan. De discussie over de vraag of je daar een norm voor kunt stellen, vindt ook wetenschappelijk plaats. Ik zou die bij uitstek willen betrekken bij de wetgeving waar ik graag met de Kamer aan wil werken.

De voorzitter:
Mevrouw Agema namens de PVV.

Mevrouw Agema (PVV):
Het is natuurlijk allemaal heel erg simpel. De zorg wordt betaald vanuit onvrijwillig afgedragen belasting- en premiegeld. Dat geld vertrouwen wij aan instellingen toe zodat ze goed kunnen zorgen voor onze gehandicapten en onze ouderen. Er is eigenlijk maar één manier om daar geld op over te houden, niet op de gebouwen, niet op het eten, maar wel door te beknibbelen op het personeel. Het grootste deel van het geld voor deze instellingen gaat op aan personeelskosten. Er is dus maar één manier om geld over te houden: beknibbelen op de mensen, beknibbelen op de uren zorg. Naast het verbieden van winstuitkeringen, zou ik de minister willen vragen om de inspectie af te sturen op deze 297 bedrijven. Bij deze bedrijven kun je ervan uitgaan dat de mensen niet de uren zorg krijgen die ze nodig hebben.

Minister Van Ark:
Het gaat hier vooral om data die zijn verzameld. Het zijn openbare jaarverslagen. Bij de vorige lijst zijn zoekacties gedaan. In sommige gevallen is fraude geconstateerd. Ik ben het met mevrouw Agema eens dat het grootste deel van de kosten van zorgorganisaties naar de medewerkers in de zorg gaat. En dan kom je al gauw op de scenario's die mevrouw Agema schetst met organisaties die te kwader trouw zijn. Maar juist als het gaat om die bedrijfsvoering en verantwoording verwijs ik naar de Wtza waarmee we aan de slag gaan en de Wibz, waarmee we een aantal zaken aanscherpen. Daar horen deze discussies bij uitstek thuis. Wat mij betreft heeft mevrouw Agema gelijk: dit is precies waarom we met deze organisaties de discussie moeten aangaan over de vraag hoe het kan dat hun geld voor de zorg niet naar de zorg gaat. Daar hoort het geld namelijk wél naartoe te gaan.

Mevrouw Agema (PVV):
Ik weet niet of de minister mij goed gehoord heeft, of zij begrepen heeft wat ik zei. Het gaat hier niet om fraude. Het gaat om de volkomen legale mogelijkheid om te beknibbelen op je kosten door de mensen niet hun uren zorg te geven, door onvoldoende personeel op de werkvloer te zetten. Zo beknibbel je op zorgkosten. Zo hou je tonnen over. Je geeft de mensen niet de zorg waarvoor ze wel zijn geïndiceerd, zoals we het in Haagse termen zeggen. Je zet in plaats van zes mensen drie personeelsleden in. Daar gaat dus uiteindelijk iets mis met de kwaliteit van zorg, de kwaliteitsnormen zoals we die hier in dit huis hebben vastgelegd. Wat ik vroeg aan de minister, is om de inspectie op deze 297 instellingen af te sturen, want het kan niet anders: als jij tonnen overhoudt, dan heb je dat niet beknibbeld op het gebouw of op de verwarming of op het avondeten.

De voorzitter:
De minister.

Mevrouw Agema (PVV):
Dan heb je beknibbeld op de personele uren en dat is iets anders dan fraude. Het kan volkomen legaal en daarom vind ik dat ze de inspectie eropaf moet sturen.

De voorzitter:
Ja. De minister.

Minister Van Ark:
De inspectie neemt haar verantwoordelijkheid, zowel de IGJ alsook de NZa. Dat hebben ze in het verleden gedaan en dat doen ze ook nu. Zij gaan naar die bedrijven toe, zij kijken hiernaar en zij ondernemen ook actie als dat nodig is. Daarnaast zijn er nog andere zaken die kunnen, waar ook politieke discussie over is. Want wie zitten er aan de knoppen als het gaat over het toezien op die kwaliteit en over bijvoorbeeld het maken van afspraken over wie je wel en wie je niet zorg laat verlenen. Ik ken de discussie over contractering in deze Kamer, maar dat zou bij uitstek een instrument kunnen zijn om toe te zien op die kwaliteit. Maar nogmaals, één maatregel alleen gaat dit niet oplossen. Er ligt een hele set aan wet- en regelgeving op de plank om met de Kamer te bespreken, maar daarnaast ook de checks and balances in het maatschappelijk debat en het toezicht door de toezichthouders.

De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van het mondelinge vragenuur.

Ik schors de vergadering tot 15.00 uur en dan gaan we stemmen.

De vergadering wordt van 14.53 uur tot 15.00 uur geschorst.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:
Ik deel aan de Kamer mee dat er geen afmeldingen zijn.

Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

De voorzitter:
We gaan zo stemmen, maar voordat we gaan stemmen, geef ik eerst de heer Van Meenen het woord.

De heer Van Meenen (D66):
Voorzitter. Ik zou willen verzoek om niet te stemmen over het wetsvoorstel Zerodays Afwegingsproces, de initiatiefwet van de heer Verhoeven.

De voorzitter:
Ik zie niemand bezwaar daartegen maken, dus dan gaan we op een ander moment daarover stemmen.

Er is een korte regeling van werkzaamheden voor de stemmingen. Ik stel voor zo dadelijk ook te stemmen over de aangehouden moties:

  • Ouwehand (21501-20, nr. 1498);
  • Gijs van Dijk (35644, nr. 7 en 35669, nr. 6);
  • Smeulders/Aartsen (35669, nr. 10);
  • Laçin (35570-XII, nr. 74 en 29383, nr. 351);
  • Moorlag c.s. (35570-A, nr. 31);
  • Kuzu (20361, nr. 188).

Daar bent u weer, meneer Van Meenen.

De heer Van Meenen (D66):
Er is vorige week bij de stemmingen iets heel erg misgegaan. Wij hebben tegen de motie-Van Haga (35669, nr. 30) gestemd. Daar hadden we voor moeten stemmen. Dat wil ik toch nog graag even in de Handelingen opgenomen zien.

De voorzitter:
Dat zal zeker in de Handelingen worden opgenomen. Dank u wel, meneer Van Meenen. Ik zeg tegen iedereen: opletten bij de stemmingen!

Dan gaan we naar de stemmingslijst.

Stemmingen

Stemmingen


Stemmingen Wijziging van de Wet windenergie op zee

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de Wet windenergie op zee (ondersteunen opgave windenergie op zee) (35092).

(Zie wetgevingsoverleg van 1 februari 2021.)

In stemming komt het amendement-Van der Lee/Sienot (stuk nr. 12).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

In stemming komt het wetsvoorstel, zoals op onderdelen gewijzigd door de aanneming van het amendement-Van der Lee/Sienot (stuk nr. 12).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.


Stemmingen moties Wijziging van de Wet windenergie op zee

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van de Wet windenergie op zee (ondersteunen opgave windenergie op zee),

te weten:

  • de motie-Sienot/Van der Lee over bescherming van natuur en ecologie in de Noordzee (35092, nr. 13);
  • de motie-Sienot/Van der Lee over extra opties voor een kostenefficiënte uitrol van windenergie op zee (35092, nr. 14);
  • de motie-Sienot/Van der Lee over milieu- en arbeidsomstandigheden bij bouw en plaatsing van windturbines (35092, nr. 15);
  • de motie-Agnes Mulder/Sienot over tendermodellen voor de combinatie van wind op zee en waterstofproductie (35092, nr. 16);
  • de motie-Agnes Mulder/Moorlag over burgerparticipatie bij windparken op zee (35092, nr. 17);
  • de motie-Van Raan/Sienot over meer handhaving van de energiebesparingsplicht (35092, nr. 18);
  • de motie-Van Raan over behoud en verbetering van de ecologische kwaliteit rondom windparken (35092, nr. 19);
  • de motie-Van Raan over behoud en verbetering van ecologische kwaliteit opnemen in diverse procedures (35092, nr. 20);
  • de motie-Van Raan over verantwoordelijke ministers laten meebeslissen over de te volgen procedure (35092, nr. 21);
  • de motie-Van Raan over richtlijnen over de herkomst van gebruikte grondstoffen (35092, nr. 22);
  • de motie-Van Raan over het implementeren van luchtbellengordijnen opnemen in alle kavelbesluiten (35092, nr. 23).

(Zie wetgevingsoverleg van 1 februari 2021.)

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Van Raan stel ik voor zijn moties (35092, nrs. 19 en 21) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
De motie-Van Raan (35092, nr. 23) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat bij de bouw en exploitatie van windparken op zee er onderwatergeluidsoverlast ontstaat die schadelijk is voor zeezoogdieren en vissen;

constaterende dat Nederland een geluidsnorm heeft;

overwegende dat het beter is om geluid onder water te beperken tot een minimum;

verzoekt de regering om in alle kavelbesluiten op te nemen dat de best beschikbare technieken om geluidsoverlast te verminderen worden toegepast;

verzoekt de regering om de uitvoering van de geluidsnorm te handhaven en hier jaarlijks over te monitoren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 25, was nr. 23 (35092).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Sienot/Van der Lee (35092, nr. 13).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Sienot/Van der Lee (35092, nr. 14).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Sienot/Van der Lee (35092, nr. 15).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Agnes Mulder/Sienot (35092, nr. 16).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Agnes Mulder/Moorlag (35092, nr. 17).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Raan/Sienot (35092, nr. 18).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66 en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Raan (35092, nr. 20).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, Krol, de PvdD, Van Kooten-Arissen en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Raan (35092, nr. 22).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK en de SGP voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Van Raan (35092, nr. 25, was nr. 23).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, Van Kooten-Arissen, D66 en de ChristenUnie voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.


Stemmingen moties Preventie

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over preventie (medische, leefstijl- en infectiepreventie) / verslavingszorg / drugsbeleid,

te weten:

  • de motie-Kuik c.s. over een nationaal actieplan kanker (32793, nr. 517);
  • de motie-Kuik/Dik-Faber over instrumenten voor gemeenten om fastfoodketens te weren (32793, nr. 518);
  • de motie-Kuik/Kuiken over een normenkader met betrekking tot seksualiteit en grensoverschrijdend gedrag (32793, nr. 519);
  • de motie-Van Gerven/Hijink over het niet betrekken van de industrie bij verdere uitwerking van het Preventieakkoord (32793, nr. 521);
  • de motie-Van Gerven/Hijink over een preventiefonds (32793, nr. 522);
  • de motie-Van Gerven/Hijink over wettelijke normering op het gebied van productsamenstelling (32793, nr. 523);
  • de motie-Jansen/Agema over het weer instellen van een Nationaal Programma Kankerbestrijding (32793, nr. 524);
  • de motie-Jansen over heroverwegen van het verbod op smaakjes voor e-sigaretten (32793, nr. 525);
  • de motie-Kuiken/Renkema over het wettelijk verankeren van collectieve gezondheidsdoelen (32793, nr. 526);
  • de motie-Kuiken/Renkema over betere voorlichting bij borstkankerscreening (32793, nr. 527);
  • de motie-Van Esch c.s. over het weren van fastfoodrestaurants en snackbars door gemeenten (32793, nr. 528);
  • de motie-Van Esch c.s. over een voorstel om het preventiebeleid op niveau te houden (32793, nr. 529);
  • de motie-Van Esch c.s. over het verlagen van de btw op groente en fruit (32793, nr. 530);
  • de motie-Diertens c.s. over voorlichting en screening bij huidkanker (32793, nr. 531);
  • de motie-Diertens c.s. over leefstijlpsychiatrie (32793, nr. 532);
  • de motie-Renkema c.s. over vroege opsporing van borstkanker met een MRI (32793, nr. 533);
  • de motie-Renkema/Dik-Faber over het voor 2030 afbouwen van tabaksverkoop in tankstations en gemakszaken (32793, nr. 534);
  • de motie-Sazias/Van Esch over een gezonde voedselomgeving (32793, nr. 535);
  • de motie-Dik-Faber/Sazias over 80% van de reclames van supermarkten voor producten uit de Schijf van Vijf (32793, nr. 536);
  • de motie-Dik-Faber over verhoging van de tabaksaccijns (32793, nr. 537);
  • de motie-Dik-Faber/Diertens over een nationaal preventieakkoord mentale gezondheid (32793, nr. 538).

(Zie notaoverleg van 1 februari 2021.)

De voorzitter:
Aangezien de motie-Van Esch (32793, nr. 528) is ingetrokken, maakt zij geen onderwerp van behandeling meer uit.

Op verzoek van mevrouw Van Esch stel ik voor haar motie (32793, nr. 530) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
De motie-Kuik/Dik-Faber (32793, nr. 518) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Kuik en Van Esch, en luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het aantal vestigingen van fastfoodketens de afgelopen jaren gestaag is gestegen;

constaterende dat volgens de wetenschap de voedselomgeving een belangrijke oorzaak is van toenemend overgewicht in de samenleving;

constaterende dat uit onderzoek van de Universiteit van Amsterdam blijkt dat gemeenten geen juridische instrumenten hebben om tegen nieuwe vestigingen van fastfoodketens op te treden;

overwegende dat gemeenten aangeven wettelijke instrumenten te willen krijgen om nieuwe vestigingen van fastfoodketens te kunnen weren en een gezonde voedselomgeving te stimuleren;

verzoekt de regering in kaart te brengen welke wettelijke, zoals de Warenwet, en niet-wettelijke instrumenten gemeenten nodig hebben om vestigingen van fastfoodketens te kunnen weren, en de Kamer hier zo spoedig mogelijk een wetsvoorstel voor toe te zenden,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 540, was nr. 518 (32793).

De motie-Jansen/Agema (32793, nr. 524) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat inmiddels uit twee recente onderzoeken, "Lung Cancer in Europe" en "State of Health EU", blijkt dat Nederland hoog scoort als het gaat om longkanker;

overwegende dat wij tot 2010 een Nationaal Programma Kankerbestrijding hadden maar dat dit geen vervolg heeft gekregen;

verzoekt de regering weer een Nationaal Programma Kankerbestrijding in te stellen teneinde de kankerbestrijding in alle opzichten te optimaliseren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 541, was nr. 524 (32793).

De motie-Jansen (32793, nr. 525) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er massaal is gereageerd tegen het voorstel om smaakjes in e-sigaretten te reguleren;

verzoekt de regering deze reacties aandachtig te bestuderen en in haar overwegingen omtrent het reguleren van smaakjes in e-sigaretten rekening te houden met deze massaal geuite maatschappelijke zorgen dat een dergelijk smaakverbod het roken van gewone sigaretten in stand houdt, hetgeen niet in het belang is van de volksgezondheid,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 542, was nr. 525 (32793).

De motie-Kuiken/Renkema (32793, nr. 526) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat collectieve gezondheidsdoelen volgens gezondheidseconoom Mierau en volgens de voorzitter van de NZa alleen gehaald kunnen worden wanneer onafhankelijke overheidsinstanties doorzettingsmacht hebben;

verzoekt de regering de Kamer een voorstel te zenden of en, zo ja, hoe collectieve gezondheidsdoelen wettelijk kunnen worden verankerd,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 543, was nr. 526 (32793).

De motie-Renkema (32793, nr. 533) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat vrouwen met zeer dicht borstweefsel meer kans lopen om borstkanker te krijgen;

overwegende dat het nog een paar jaar zal duren voordat een mammografie met contrastvloeistof ingezet kan worden;

verzoekt de regering voor vrouwen met zeer dicht borstweefsel vroege opsporing van borstkanker door middel van een MRI standaard onderdeel te maken van hun deelname aan het bevolkingsonderzoek,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 544, was nr. 533 (32793).

Ik stel vast dat wij nu over deze gewijzigde moties kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Kuik c.s. (32793, nr. 517).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Kuik/Van Esch (32793, nr. 540, was nr. 518).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, het CDA en de ChristenUnie voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kuik/Kuiken (32793, nr. 519).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Gerven/Hijink (32793, nr. 521).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK en de SGP voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Gerven/Hijink (32793, nr. 522).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK en de SGP voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Gerven/Hijink (32793, nr. 523).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK en de SGP voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Jansen/Agema (32793, nr. 541, was nr. 524).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Jansen (32793, nr. 542, was nr. 525).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, de PVV en FvD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Kuiken/Renkema (32793, nr. 543, was nr. 526).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kuiken/Renkema (32793, nr. 527).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Esch c.s. (32793, nr. 529).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Diertens c.s. (32793, nr. 531).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Diertens c.s. (32793, nr. 532).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Renkema c.s. (32793, nr. 544, was nr. 533).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Renkema/Dik-Faber (32793, nr. 534).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Sazias/Van Esch (32793, nr. 535).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Dik-Faber/Sazias (32793, nr. 536).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Dik-Faber (32793, nr. 537).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Dik-Faber/Diertens (32793, nr. 538).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.


Stemming motie Ontwikkelingen rondom het coronavirus d.d. 22 september 2020

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het debat over de ontwikkelingen rondom het coronavirus d.d. 22 september 2020,

te weten:

  • de motie-Van Esch over een voorstel voor een vorm van belasting op suiker (25295, nr. 562).

(Zie vergadering van 22 september 2020.)

De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Van Esch stel ik voor haar motie (25295, nr. 562) opnieuw aan te houden.

Daartoe wordt besloten.


Stemmingen moties Initiatiefnota van de leden Smeulders, Ellemeet, Westerveld en Buitenweg "Samen de baas: een pleidooi voor meer zeggenschap in de zorg, in het onderwijs en bij de politie"

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over de initiatiefnota van de leden Smeulders, Ellemeet, Westerveld en Buitenweg "Samen de baas: een pleidooi voor meer zeggenschap in de zorg, in het onderwijs en bij de politie",

te weten:

  • de motie-Renkema over het stimuleren van inhoudelijke affiniteit en ervaring binnen de raad van toezicht (35240, nr. 5);
  • de motie-Renkema over een wettelijke plicht tot het consulteren van professionals (35240, nr. 6);
  • de motie-Palland c.s. over het delen van aanvullende vormen van medezeggenschap (35240, nr. 7);
  • de motie-Palland over onderzoek naar de toepassing van werkerscoöperaties (35240, nr. 8).

(Zie notaoverleg van 1 februari 2021.)

In stemming komt de motie-Renkema (35240, nr. 5).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Renkema (35240, nr. 6).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Palland c.s. (35240, nr. 7).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Palland (35240, nr. 8).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.


Stemmingen moties Fraudeopsporing en gebruik van tweede nationaliteit door de Belastingdienst

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over fraudeopsporing en gebruik van tweede nationaliteit door de Belastingdienst,

te weten:

  • de motie-Snels c.s. over een compensatieregeling voor schade door vermelding op de zwarte lijst (31066, nr. 776);
  • de motie-Azarkan/Van Weyenberg over een verbod op gebruik van nationaliteit of etniciteit bij risicoprofilering (31066, nr. 777);
  • de motie-Azarkan over de richtlijnen voor algoritmische data-analyses laten toetsen door een ethische commissie (31066, nr. 778);
  • de motie-De Jong/Wilders over registratie van enkelvoudige en meervoudige nationaliteiten (31066, nr. 779);
  • de motie-Omtzigt over een overzicht van alle wetten waaraan de Belastingdienst zich de afgelopen zeven jaar niet gehouden heeft (31066, nr. 780);
  • de motie-Lodders over maatregelen waardoor alle schuldeisers tijdelijk een pauzeknop indrukken (31066, nr. 781).

(Zie notaoverleg van 1 februari 2021.)

De voorzitter:
De motie-Azarkan/Van Weyenberg (31066, nr. 777) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Toeslagen jarenlang het kenmerk nationaliteit heeft gebruikt in haar risicoselectiesysteem en bij uitvragen in het kader van onderzoek naar misbruik van sociale regelingen;

constaterende dat risicoprofilering inhoudt dat (persoons)gegevens aan de hand van indicatoren van een groepsprofiel worden verwerkt, geanalyseerd en gewogen met het doel iemand te beoordelen in termen van risico's;

overwegende dat het wel gerechtvaardigd kan zijn voor de overheid om nationaliteit te gebruiken om vast te stellen of mensen aanspraak kunnen maken op bepaalde rechten of voorzieningen, maar dat het nooit gerechtvaardigd is om bij wetshandhaving mensen anders te behandelen op basis van (vermoedelijke) oververtegenwoordiging van bepaalde bevolkingsgroepen in een bepaalde vorm van criminaliteit;

van oordeel dat van dit laatste een discriminerende werking uitgaat, en de overheid nooit mag discrimineren;

verzoekt de regering om ieder direct of indirect gebruik van nationaliteit of etniciteit bij risicoprofilering in de wetshandhaving onmiddellijk en expliciet te verbieden,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 782, was nr. 777 (31066).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Snels c.s. (31066, nr. 776).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Azarkan/Van Weyenberg (31066, nr. 782, was nr. 777).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK en D66 voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Azarkan (31066, nr. 778).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-De Jong/Wilders (31066, nr. 779).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Omtzigt (31066, nr. 780).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Lodders (31066, nr. 781).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.


Stemming brief Parlementaire behandeling van de Verantwoordingsstukken over het jaar 2020

Aan de orde is de stemming over de brief van het Presidium over de parlementaire behandeling van de Verantwoordingsstukken over het jaar 2020 (31428, nr. 15).

De voorzitter:
Ik stel voor conform het voorstel van het Presidium te besluiten.

Daartoe wordt besloten.


Stemming brief Onderzoeksvoorstel voor een parlementaire enquête over de aardgaswinning in Groningen

Aan de orde is de stemming over de brief van het Presidium over een onderzoeksvoorstel voor een parlementaire enquête over de aardgaswinning in Groningen (35561, nr. 2).

De voorzitter:
Ik stel voor conform het voorstel van het Presidium te besluiten en in te stemmen met het onderzoeksvoorstel.

Daartoe wordt besloten.


Stemmingen moties Materieel Defensie

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over Materieel Defensie,

te weten:

  • de motie-Fritsma over de tekortkomingen aan de F-35 niet langer bagatelliseren (27830, nr. 330);
  • de motie-Fritsma over de bijbestelling van F-35's annuleren (27830, nr. 331);
  • de motie-Van Helvert c.s. over een alternatieve locatie voor de radar in Herwijnen (27830, nr. 332);
  • de motie-Van Helvert over terugdraaien van de verkoop van handvuurwapens door Defensie (27830, nr. 333).

(Zie notaoverleg van 3 februari 2021.)

De voorzitter:
De motie-Van Helvert (27830, nr. 333) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Van Helvert en Van Dam. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 334, was nr. 333 (27830).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Fritsma (27830, nr. 330).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Fritsma (27830, nr. 331).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Helvert c.s. (27830, nr. 332).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, het CDA, de ChristenUnie en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Van Helvert/Van Dam (27830, nr. 334, was nr. 333).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.


Stemmingen moties Politie

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over politie,

te weten:

  • de motie-Van Raak over verhoging van de politiesalarissen (29628, nr. 998);
  • de motie-Groothuizen over toezicht op verbeterprogramma's van ondernemingen waarmee het OM een transactie overeenkomt (29628, nr. 999);
  • de motie-Van Dam over extra uitstel van de e-screener voor bestaande verloven (29628, nr. 1000);
  • de motie-Van Dam/Van Nispen over een basisplan voor een nieuwe Wet wapens en munitie (29628, nr. 1001);
  • de motie-Van Dam over een risicomatrix inrichten (29628, nr. 1002).

(Zie notaoverleg van 3 februari 2021.)

De voorzitter:
De motie-Groothuizen (29628, nr. 999) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Groothuizen, Van Nispen, Van den Berge, Azarkan en Kuiken.

Zij krijgt nr. 1003, was nr. 999 (29628).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Van Raak (29628, nr. 998).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Groothuizen c.s. (29628, nr. 1003, was nr. 999).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de SGP, de ChristenUnie en FvD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Mevrouw Belhaj.

Mevrouw Belhaj (D66):
Voorzitter, nu deze motie van mijn collega Groothuizen is aangenomen, wil ik aan het kabinet een brief vragen om deze uit te voeren.

De voorzitter:
Ja. Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

In stemming komt de motie-Van Dam (29628, nr. 1000).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, 50PLUS, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Dam/Van Nispen (29628, nr. 1001).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, 50PLUS, DENK, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Dam (29628, nr. 1002).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.


Stemmingen moties Initiatiefnota van het lid Paternotte "Bescherm Nederlanders met een ongewenste tweede nationaliteit"

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over de initiatiefnota van het lid Paternotte "Bescherm Nederlanders met een ongewenste tweede nationaliteit",

te weten:

  • de motie-Belhaj c.s. over hulp bij verzoeken tot afstand van de Marokkaanse nationaliteit (35475, nr. 6);
  • de motie-Belhaj/Peters over onderzoek naar een Register Ongewenste Nationaliteit (35475, nr. 7);
  • de motie-Belhaj c.s. over het onderzoek door de CAVV (35475, nr. 8);
  • de motie-Belhaj c.s. over overleg met de Belgische, Duitse en Franse regering (35475, nr. 9);
  • de motie-Jasper van Dijk/Van Toorenburg over de juridische belemmering voor naturalisatie van RANOV-vergunninghouders wegnemen (35483, nr. 68);
  • de motie-Becker over reflecteren op de uitvoeringsketen inburgering (35483, nr. 69);
  • de motie-Van den Berge/Jasper van Dijk over geen onomkeerbare stappen ten aanzien van het verhogen van taaleisen (35483, nr. 70);
  • de motie-Van den Berge/Paternotte over buitenlandse partners die geen inburgeringsexamen kunnen doen (35483, nr. 71).

(Zie notaoverleg van 4 februari 2021.)

In stemming komt de motie-Belhaj c.s. (35475, nr. 6).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Belhaj/Peters (35475, nr. 7).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Belhaj c.s. (35475, nr. 8).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Belhaj c.s. (35475, nr. 9).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Jasper van Dijk/Van Toorenburg (35483, nr. 68).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Mevrouw Belhaj.

Mevrouw Belhaj (D66):
Voorzitter. Nu mijn moties zijn aangenomen … Het zijn er zo veel!

De voorzitter:
Ja hè, ik zag het.

Mevrouw Belhaj (D66):
Ik zou willen vragen hoe het kabinet al deze moties wil gaan uitvoeren, met veel enthousiasme, en uiteraard in een uitgebreide brief.

De voorzitter:
Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Mevrouw Van Toorenburg.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Voorzitter. Ik spreek ook even namens de heer Jasper van Dijk over de motie op stuk nr. 68 (35483), die gaat over de RANOV-vergunninghouders, die al zo lang in onzekerheid verkeren. Wij zouden graag zien dat die motie snel wordt uitgevoerd en willen daar graag bericht over.

De voorzitter:
Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

In stemming komt de motie-Becker (35483, nr. 69).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van den Berge/Jasper van Dijk (35483, nr. 70).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van den Berge/Paternotte (35483, nr. 71).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.


Stemmingen moties Privacylek in de systemen van de GGD

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over een privacylek in de systemen van de GGD,

te weten:

  • de motie-Verhoeven c.s. over een burgerservicenummer dat per transactie wordt gegenereerd (27529, nr. 238);
  • de motie-Verhoeven c.s. over een chief privacy officer bij uitvoeringsorganisaties (27529, nr. 239);
  • de motie-Hijink c.s. over verhoging van het budget van de Autoriteit Persoonsgegevens (27529, nr. 240);
  • de motie-Azarkan over prioriteit voor de bescherming van persoonsgegevens (27529, nr. 241);
  • de motie-Azarkan over toestemming vooraf voor het gebruik van lichaamsmaterialen voor onderzoek (27529, nr. 242);
  • de motie-Azarkan over de juiste kennis opdoen vóór het informeren van de Kamer (27529, nr. 243);
  • de motie-Van Brenk c.s. over schade voor onschuldige burgers beperken (27529, nr. 244);
  • de motie-Kröger c.s. over een duidelijk pakket van eisen voor privacy by design (27529, nr. 245);
  • de motie-Van Esch over de NEN-normen voor ICT in de zorg extern laten herzien (27529, nr. 246);
  • de motie-Van Esch over de corona-opt-in vervangen of schrappen (27529, nr. 247);
  • de motie-Kuiken/Hijink over gelijk loon en pensioenopbouw voor ingehuurde callcentermedewerkers (27529, nr. 248);
  • de motie-Agema over het snel kunnen wissen van persoonlijke gegevens in de coronasystemen (27529, nr. 249);
  • de motie-Agema over een actieplan Voorkom en Herstel Dataschade Testbeleid (27529, nr. 250);
  • de motie-Van den Berg c.s. over een chief information officer aanstellen bij de GGD (27529, nr. 251).

(Zie vergadering van 3 februari 2021.)

De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Van Esch stel ik voor haar motie (27529, nr. 246) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
De motie-Verhoeven (27529, nr. 238) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Verhoeven, Kröger, Azarkan, Agema, Hijink, Van Esch, Kuiken en Van der Graaf.

Zij krijgt nr. 253, was nr. 238 (27529).

De motie-Van Brenk (27529, nr. 244) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Van Brenk, Veldman, Kuiken, Azarkan, Van Esch en Van der Graaf.

Zij krijgt nr. 254, was nr. 244 (27529).

Ik stel vast dat wij nu over deze gewijzigde moties kunnen stemmen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Verhoeven c.s. (27529, nr. 253, was nr. 238).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Verhoeven c.s. (27529, nr. 239).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de SGP, de ChristenUnie en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Volgens mij hebben we voor "chief privacy officer", waar deze motie over gaat, een hele mooie alternatieve naam in het Nederlands. Toch, meneer Van Raak? Ik zie u een beetje bedenkelijk kijken.

In stemming komt de motie-Hijink c.s. (27529, nr. 240).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de SGP, de ChristenUnie en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

De heer Laçin namens de heer Hijink.

De heer Laçin (SP):
Voorzitter. Nu deze motie is aangenomen, ontvangen wij graag voor het einde van deze maand een brief over hoe het kabinet die gaat uitvoeren.

De voorzitter:
Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

In stemming komt de motie-Azarkan (27529, nr. 241).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de SGP, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Azarkan (27529, nr. 242).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

De heer Öztürk.

De heer Öztürk (DENK):
Voorzitter. Nu deze motie is aangenomen, willen we zo snel mogelijk, het liefst voor donderdag, een brief van het kabinet hoe het die zal uitvoeren.

De voorzitter:
Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

In stemming komt de motie-Azarkan (27529, nr. 243).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, Van Kooten-Arissen, DENK, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Van Brenk c.s. (27529, nr. 254, was nr. 244).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kröger c.s. (27529, nr. 245).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Esch (27529, nr. 247).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kuiken/Hijink (27529, nr. 248).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Agema (27529, nr. 249).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

Mevrouw Agema.

Mevrouw Agema (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Ik dank de Kamer voor het aannemen van deze motie. Ik zou graag op korte termijn willen horen hoe de minister ervoor gaat zorgen dat het bsn en persoonlijke gegevens uit de systemen van het testbeleid gehaald gaan worden.

De voorzitter:
Ik stel voor om het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

In stemming komt de motie-Agema (27529, nr. 250).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de SGP, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van den Berg c.s. (27529, nr. 251).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.


Stemming Wet maximering huurprijsverhogingen geliberaliseerde huurovereenkomsten

Aan de orde is de stemming in verband met het Voorstel van wet van het lid Nijboer tot wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte (Wet maximering huurprijsverhogingen geliberaliseerde huurovereenkomsten) (35488).

(Zie vergadering van 3 februari 2021.)

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat dit voorstel met algemene stemmen is aangenomen.

Is de initiatiefnemer, de heer Nijboer, bereid om de verdediging van het wetsvoorstel op zich te nemen in de Eerste Kamer?

De heer Nijboer (PvdA):
Voorzitter, ik zie er enorm naar uit. Dank u wel en dank aan de collega's voor de Kamerbrede steun.

De voorzitter:
Dan wens ik u daarbij heel veel succes.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Ik wil even terug naar de vorige stemmingen, bij punt 14, over moties ingediend bij het debat over een privacylek in de systemen van de GGD. Wij hebben per ongeluk gestemd tegen de motie-Azarkan op stuk nr. 242 over toestemming vooraf voor het gebruik van lichaamsmaterialen. Wij wensen geacht te worden voor deze motie gestemd te hebben.

De voorzitter:
Ik hoor dat ik jullie wel heb genoemd, maar mocht dat niet het geval zijn dan wordt het alsnog in de Handelingen opgenomen.


Stemmingen moties Wet maximering huurprijsverhogingen geliberaliseerde huurovereenkomsten

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het Voorstel van wet van het lid Nijboer tot wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte (Wet maximering huurprijsverhogingen geliberaliseerde huurovereenkomsten),

te weten:

  • de motie-Smeulders c.s. over huurprijsbescherming in de vrije huursector via het woningwaarderingsstelsel (35488, nr. 11);
  • de motie-Kuiken c.s. over de flexibilisering van de huurcontracten een halt toeroepen (35488, nr. 12);
  • de motie-Beckerman c.s. over de huurprijzen in de sociale sector bevriezen (35488, nr. 13);
  • de motie-Beckerman c.s. over een zelfbewoningsplicht voor bestaande koopwoningen (35488, nr. 14);
  • de motie-Van Eijs over een onderzoek naar vormen van huurprijsregulering in de vrije sector (35488, nr. 15).

(Zie vergadering van 3 februari 2021.)

In stemming komt de motie-Smeulders c.s. (35488, nr. 11).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, de ChristenUnie en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kuiken c.s. (35488, nr. 12).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Beckerman c.s. (35488, nr. 13).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, de VVD, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

De heer Laçin.

De heer Laçin (SP):
Voorzitter. Nu ook deze motie is aangenomen, ontvangen wij graag binnen een week een brief van het kabinet over hoe het deze motie gaat uitvoeren.

De voorzitter:
Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

In stemming komt de motie-Beckerman c.s. (35488, nr. 14).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, Van Kooten-Arissen, DENK, de ChristenUnie en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Eijs (35488, nr. 15).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Heeft de PVV nou voorgestemd? Ja? Ik hoor het wel.

Over punt 17 en 17a, de Wet Zerodays Afwegingsproces en de moties, gaan we op een ander moment stemmen.


Stemmingen moties Ontwikkelingen rondom het coronavirus d.d. 4 februari 2021

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over de ontwikkelingen rondom het coronavirus,

te weten:

  • de motie-Dijkhoff c.s. over in samenspraak met sectoren eerlijk verdelen van ruimte voor versoepeling van maatregelen (25295, nr. 952);
  • de gewijzigde motie-Wilders over een plan van aanpak voor het inhalen van reguliere zorg (25295, nr. 977, was nr. 953);
  • de motie-Wilders over bewerkstelligen dat Nederland het Spoetnikvaccin op korte termijn kan verkrijgen (25295, nr. 954);
  • de motie-Wilders over een vaccinatiebewijs niet langer als voorwaarde voor toegang tot diensten en voorzieningen (25295, nr. 955);
  • de motie-Pieter Heerma c.s. over een speciaal gezant die de productie van vaccins kan opschalen (25295, nr. 956);
  • de motie-Klaver/Jetten over alle studenten die studievertraging oplopen een jaar studieuitloop geven (25295, nr. 957);
  • de motie-Klaver over een onafhankelijke regeringscommissaris voor de uitvoering van het vaccinatiebeleid (25295, nr. 958);
  • de motie-Marijnissen/Jetten over een klemmend beroep op farmaceuten om hun rechten en kennis te delen (25295, nr. 959);
  • de motie-Ploumen c.s. over een deltaplan jeugd (25295, nr. 960);
  • de motie-Segers c.s. over het opstellen van herstelplannen voor gezondheid, economie en samenleving (25295, nr. 961);
  • de motie-Van Esch/Van Raan over een tijdelijk vliegverbod voor niet-noodzakelijke reizen vanuit alle landen (25295, nr. 962);
  • de motie-Van Esch/Van Raan over een vliegverbod voor niet-noodzakelijke reizen uit Portugal (25295, nr. 963);
  • de motie-Van Esch over verbeteren van de basisgezondheid als onderdeel van de routekaart (25295, nr. 964);
  • de motie-Kuzu/Ploumen over een coronaspecifiek protocol voor scholen in het basisonderwijs (25295, nr. 965);
  • de motie-Kuzu over geen onomkeerbare stappen ten aanzien van een indirecte vaccinatieplicht (25295, nr. 966);
  • de motie-Kuzu over openen van sportscholen die voldoen aan coronagerelateerde infectiepreventiemaatregelen (25295, nr. 967);
  • de motie-Sazias over zorg dragen dat ouderen bij GGD-vaccinatielocaties niet buiten op een prik hoeven te wachten (25295, nr. 968);
  • de motie-Van Haga over ziekenbezoek toevoegen als ontheffingsgrond voor de avondklok (25295, nr. 969);
  • de motie-Van Haga/Krol over de tijd tussen bestellen en ophalen in winkels terugbrengen tot één uur (25295, nr. 970);
  • de motie-Van Haga over kinderen uitzonderen van test- en quarantainemaatregelen (25295, nr. 971);
  • de motie-Van Haga/Baudet over de middelbare scholen zo spoedig mogelijk weer openen (25295, nr. 972);
  • de motie-Van Haga/Baudet over boekwinkels toevoegen aan de lijst van essentiële winkels (25295, nr. 973);
  • de motie-Krol/Van Haga over de Kamer vooraf betrekken bij maatregelen die grondwettelijke vrijheden aantasten (25295, nr. 974);
  • de motie-Krol over het voorjaars- en verkiezingsreces van de Tweede Kamer schrappen (25295, nr. 975);
  • de motie-Krol over het parlementaire werk tijdens het voorjaars- en verkiezingsreces op dinsdagen en/of woensdagen door laten gaan (25295, nr. 976).

(Zie vergadering van 4 februari 2021.)

De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Van Esch stel ik voor haar motie (25295, nr. 964) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
De motie-Wilders (25295, nr. 955) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Kamer de motie-Wilders (25295, nr. 720) heeft aangenomen, waarmee directe of indirecte vaccinatieplicht uitgesloten is, evenals dwang- of drangmaatregelen;

verzoekt de regering in haar reactie op het rapport van de Gezondheidsraad rekenschap te geven van de aangenomen motie en te bewerkstelligen dat instellingen en bedrijven een vaccinatiebewijs niet als voorwaarde kunnen stellen voor toegang tot hun diensten en voorzieningen, dus dat er materieel geen sprake kan zijn van een vaccinatieplicht, ook niet via dwang of drang,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 982, was nr. 955 (25295).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Dijkhoff c.s. (25295, nr. 952).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

Ik kijk ook even naar de heer Van Otterloo. U moet wel opletten. Was u voor of niet? Ja? Dat dacht ik al. Dan is de motie inderdaad met algemene stemmen aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Wilders (25295, nr. 977, was nr. 953).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

De heer Wilders. Dan kan ik even een slokje water nemen.

De heer Wilders (PVV):
Daar heeft u groot gelijk in, voorzitter. Ik zou graag een brief willen hebben — de minister zit er — over hoe snel deze motie uitgevoerd kan worden.

De voorzitter:
Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

In stemming komt de motie-Wilders (25295, nr. 954).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, Krol, GroenLinks, Van Kooten-Arissen, DENK, de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Wilders (25295, nr. 982, was nr. 955).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, Krol, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, de SGP, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Pieter Heerma c.s. (25295, nr. 956).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Klaver/Jetten (25295, nr. 957).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Klaver (25295, nr. 958).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Marijnissen/Jetten (25295, nr. 959).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ploumen c.s. (25295, nr. 960).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Segers c.s. (25295, nr. 961).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Esch/Van Raan (25295, nr. 962).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, Van Kooten-Arissen, DENK en de SGP voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Esch/Van Raan (25295, nr. 963).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen en de SGP voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Meneer Öztürk?

De heer Öztürk (DENK):
Bij de vorige motie wilden wij eigenlijk tegenstemmen.

De voorzitter:
Welke motie?

De heer Öztürk (DENK):
Dat was de motie op stuk nr. 962.

De voorzitter:
Dan zal deze opmerking in de Handelingen worden opgenomen.

In stemming komt de motie-Kuzu/Ploumen (25295, nr. 965).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, de SGP en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kuzu (25295, nr. 966).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, Van Kooten-Arissen, DENK, de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kuzu (25295, nr. 967).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Krol, DENK en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Sazias (25295, nr. 968).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Haga (25295, nr. 969).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Krol, de PvdD, Van Kooten-Arissen, DENK, de SGP, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Haga/Krol (25295, nr. 970).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Krol, DENK, de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Haga (25295, nr. 971).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Krol, DENK en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Haga/Baudet (25295, nr. 972).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Haga/Baudet (25295, nr. 973).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Krol, DENK, de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Krol/Van Haga (25295, nr. 974).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, Krol, DENK, de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Krol (25295, nr. 975).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Krol en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Krol (25295, nr. 976).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Krol, 50PLUS en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.


Stemmingen Lijst van controversiële onderwerpen

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met de lijst van controversiële onderwerpen (35718).

De voorzitter:
Op verzoek van de fractie van GroenLinks wordt onderdeelsgewijs gestemd over het voorstel op stuk nr. 12.

In stemming komt het voorstel van de fractie van D66 tot het doen vervallen van een brief (35718, nr. 10).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, Krol, 50PLUS, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor dit voorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

In stemming komt het voorstel van de vaste commissie voor Financiën tot het toevoegen van een brief (35718, nr. 14).

De voorzitter:
Ik constateer dat dit voorstel met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt het voorstel van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat tot het toevoegen van een brief inzake een verzoek met betrekking tot het Bouwbesluit (35718, nr. 12, ).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, Krol, 50PLUS, DENK, de VVD, de SGP, het CDA, de PVV en FvD voor dit voorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

Als u dat stukje weglaat en gewoon uw hand zo doet, dan zie ik u beter. Dat heb ik liever, want anders weet ik niet of u …

In stemming komt het voorstel van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat tot het toevoegen van een brief inzake nachttrein Wenen (35718, nr. 12, ).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Krol, DENK, de VVD, het CDA, de PVV en FvD voor dit voorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

In stemming komt het voorstel van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid tot het toevoegen van een wetsvoorstel (35718, nr. 15).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, de PVV en FvD voor dit voorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

In stemming komt het voorstel van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid tot het doen vervallen van een brief en tot het toevoegen van een brief (35718, nr. 11).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor dit voorstel hebben gestemd en de leden van de fractie van de SGP ertegen, zodat het is aangenomen.

In stemming komt het voorstel van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport tot het toevoegen van een brief (35718, nr. 13).

De voorzitter:
Ik constateer dat dit voorstel met algemene stemmen is aangenomen.

Ik stel voor om de lijst vast te stellen zoals deze nu is komen te luiden.

Daartoe wordt besloten.


Stemming motie Europese top van 12 en 13 december 2019

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het debat over de Europese top van 12 en 13 december 2019,

te weten:

  • de motie-Ouwehand over de noodzakelijke stappen zetten om het ECT op te zeggen (21501-20, nr. 1498).

(Zie vergadering van 10 december 2019.)

De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Ouwehand stel ik voor haar motie (21501-20, nr. 1498) opnieuw aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
Dan gaan we er dus niet over stemmen.


Stemming brief Voordracht van drie kandidaten ter vervulling van een vacature bij de civiele kamer van de Hoge Raad

Aan de orde is de stemming over de brief van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid over het opmaken van een voordracht van drie kandidaten ter vervulling van een vacature bij de civiele kamer van de Hoge Raad (35717, nr. 2).

De voorzitter:
Ik stel voor in afwijking van het Reglement van Orde niet schriftelijk te stemmen en de voordracht conform het voorstel van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid als volgt vast te stellen:

  • dhr. mr. F.R. Salomons;
  • dhr. mr. G.C. Makkink;
  • dhr. prof. mr. T. Kooijmans.

Daartoe wordt besloten.


Stemming brief Voordracht van drie kandidaten ter vervulling van een vacature bij de civiele kamer van de Hoge Raad

Aan de orde is de stemming over de brief van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid het opmaken van een voordracht van drie kandidaten ter vervulling van een vacature bij de civiele kamer van de Hoge Raad (35717, nr. 3).

De voorzitter:
Ik stel voor in afwijking van het Reglement van Orde niet schriftelijk te stemmen en de voordracht conform het voorstel van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid als volgt vast te stellen:

1. dhr. mr. G.C. Makkink;

2. dhr. mr. F.R. Salomons;

3. dhr. prof. mr. T. Kooijmans.

Daartoe wordt besloten.


Stemming brief Voordracht van drie kandidaten ter vervulling van een vacature bij de strafkamer van de Hoge Raad

Aan de orde is de stemming over de brief van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid over het opmaken van een voordracht van drie kandidaten ter vervulling van een vacature bij de strafkamer van de Hoge Raad (35717, nr. 4).

De voorzitter:
Ik stel voor in afwijking van het Reglement van Orde niet schriftelijk te stemmen en de voordracht conform het voorstel van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid als volgt vast te stellen:

1. dhr. prof. mr. T. Kooijmans;

2. dhr. mr. G.C. Makkink;

3. dhr. mr. F.R. Salomons.

Daartoe wordt besloten.


Stemming motie Initiatiefnota van de leden Jasper van Dijk en Peters "Aan de slag in het Sociaal Ontwikkelbedrijf; op naar een gerevitaliseerde Sociale Werkvoorziening"

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het debat over de initiatiefnota van de leden Jasper van Dijk en Peters "Aan de slag in het Sociaal Ontwikkelbedrijf; op naar een gerevitaliseerde Sociale Werkvoorziening",

te weten:

  • de motie-Gijs van Dijk over een sociaal reddingsplan voor mensen met een arbeidsbeperking (35644, nr. 7).

(Zie notaoverleg van 27 januari 2021.)

In stemming komt de motie-Gijs van Dijk (35644, nr. 7).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.


Stemmingen moties Uitbreiding van het steunpakket voor bedrijven

Aan de orde zijn de stemmingen over aangehouden moties, ingediend bij het debat over uitbreiding van het steunpakket voor bedrijven,

te weten:

  • de motie-Gijs van Dijk over steun voor kleine ondernemers (35669, nr. 6);
  • de motie-Smeulders/Aartsen over huurverlaging voor bedrijven die zijn gesloten vanwege coronamaatregelen (35669, nr. 10).

(Zie vergadering van 28 januari 2021.)

De voorzitter:
De motie-Smeulders/Aartsen (35669, nr. 10) is in die zin gewijzigd en nader gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat door de maatregelen ter bestrijding van COVID-19 veel ondernemers in de horeca en detailhandel hun deuren hebben moeten sluiten en dus minder tot geen inkomsten hebben;

overwegende dat diverse grote verhuurders niet bereid zijn om de huren te verlagen, waardoor ondernemers extra in de problemen komen;

overwegende dat er inmiddels jurisprudentie is over huurverlagingen vanwege coronamaatregelen;

verzoekt de regering om op korte termijn de juridische positie van huurders te versterken door met een handreiking te komen op basis van de nieuwe jurisprudentie om zo een tijdelijke huurverlaging mogelijk te maken wanneer er sprake is van sluiting als gevolg van coronamaatregelen;

verzoekt de regering met huurders, verhuurders en banken om tafel te gaan om te komen tot een akkoord over een tijdelijke huurverlaging voor bedrijven die zijn gesloten vanwege coronamaatregelen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 45, was nr. 10 (35669).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Gijs van Dijk (35669, nr. 6).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de nader gewijzigde motie-Smeulders/Aartsen (35669, nr. 45, was nr. 10).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en de PVV voor deze nader gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FvD ertegen, zodat zij is aangenomen.


Stemming motie Water en wadden

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het debat over water en wadden,

te weten:

  • de motie-Laçin over geen verdere stappen in het vaststellen van indicatieve niveaus voor ernstige verontreiniging voor pfas (35570-XII, nr. 74).

(Zie wetgevingsoverleg van 1 december 2020.)

In stemming komt de motie-Laçin (35570-XII, nr. 74).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66 en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.


Stemming motie MIRT

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het debat over het MIRT,

te weten:

  • de motie-Moorlag c.s. over het niet afwentelen op provincies van eventuele meerkosten van het project voor opwaarderen en elektrificeren van de Maaslijn (35570-A, nr. 31).

(Zie notaoverleg van 7 december 2020.)

In stemming komt de motie-Moorlag c.s. (35570-A, nr. 31).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.


Stemming motie Relatie met Suriname

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het debat over de relatie met Suriname,

te weten:

  • de motie-Kuzu over een staatsbezoek aan Suriname (20361, nr. 188).

(Zie notaoverleg van 28 januari 2021.)

De voorzitter:
De motie-Kuzu (20361, nr. 188) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Suriname en Nederland cultureel en historisch met elkaar verbonden zijn;

constaterende dat het laatste staatsbezoek van het Koninklijk Huis aan Suriname in het jaar 1978 was onder koningin Juliana, 43 jaar geleden dus;

overwegende dat de diplomatieke relaties tussen Nederland en Suriname heropleven;

verzoekt de regering om een staatsbezoek af te leggen aan Suriname in het kader van de 46-jarige onafhankelijkheidsviering, mits de situatie omtrent de pandemie dit toestaat, en daarbij een delegatie af te vaardigen met het staatshoofd,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 193, was nr. 188 (20361).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Kuzu (20361, nr. 193, was nr. 188).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.


Stemming motie Leefomgeving

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het VAO Leefomgeving,

te weten:

  • de motie-Laçin over uit de schappen halen van cosmeticaproducten met asbest (29383, nr. 351).

(Zie vergadering van 9 december 2020.)

In stemming komt de motie-Laçin (29383, nr. 351).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, de SGP, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

De heer Laçin.

De heer Laçin (SP):
Dank, voorzitter. Nu deze motie is aangenomen, zou ik binnen een week een brief willen ontvangen van het kabinet, in het bijzonder van de minister voor Medische Zorg en Sport, waarin wordt aangegeven hoe deze motie wordt uitgevoerd.

De voorzitter:
Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Dan de heer Kuzu.

De heer Kuzu (DENK):
Voorzitter. Nu mijn motie over een staatsbezoek aan Suriname is aangenomen, wil ik de regering om een brief vragen waarin zij aangeeft hoe deze motie wordt uitgevoerd.

De voorzitter:
Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de stemmingen. Ik schors de vergadering voor enkele ogenblikken en dan gaan we naar de regeling van werkzaamheden.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:
Op de tafel van de Griffier ligt een lijst van ingekomen stukken. Op die lijst staan voorstellen voor de behandeling van deze stukken. Als voor het einde van de vergadering daartegen geen bezwaar is gemaakt, neem ik aan dat daarmee wordt ingestemd.

Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:
Dan is nu aan de orde de regeling van werkzaamheden.

Ik deel aan de Kamer mee dat de fractie van de ChristenUnie bij de stemmingen op 26 januari jongstleden over de motie-Wassenberg (35570-I, nr. 8) geacht wenst te worden vóór deze motie te hebben gestemd.

Ik stel voor een commissie parlementaire enquête Aardgaswinning Groningen in te stellen en ik benoem daarin de leden Wiersma, Van Aalst, Kuik, De Groot, Van der Lee, Kwint, Van den Hul, Van der Graaf en Van Kooten-Arissen.

Op verzoek van een aantal leden stel ik voor de volgende door hen ingediende moties opnieuw aan te houden: 35347-57; 35300-XIV-41; 35154-12; 28625-266; 26407-120; 26407-119; 25295-291; 25295-290; 21501-20-1518; 21501-20-1498; 35484-2; 35300-A-54; 29911-268; 28844-211; 28684-607.

Ik stel voor toe te voegen aan de agenda van de Kamer als hamerstuk:

  • het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaten van Koninkrijksrelaties (IV) en het BES-fonds (H) voor het jaar 2021 (Incidentele suppletoire begroting inzake voedselhulp en steunmaatregelen Caribisch deel van het koninkrijk) (35712).

Ik stel voor toe te voegen aan de stemmingslijst van donderdagmiddag:

  • het wetsvoorstel Herimplementatie van onderdelen van het kaderbesluit van de Raad van de Europese Unie betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten van de Europese Unie (wijziging van de Overleveringswet) (35535).

Ik stel voor tevens toe te voegen aan de agenda:

  • het VSO Spoor, Spoorveiligheid en ERTMS (32404, nr. 104), met als eerste spreker de heer Amhaouch namens het CDA.

Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.

De voorzitter:
Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Van den Hul namens de PvdA. Maar ik zie de heer Nijboer. Meneer Nijboer, ik zie dat u vandaag dienst heeft.

De heer Nijboer (PvdA):
Voorzitter. Volgens mij is het AO gisteren helemaal niet doorgegaan, maar ik doe toch een vooraankondiging van een VAO Huiselijk geweld / Kindermishandeling, mocht het AO nog deze week of op een ander moment de komende tijd plaatsvinden.

De voorzitter:
Oké.

Dan ga ik naar mevrouw Leijten. Die heeft ook dienst bij de SP. Ik zie ook andere woordvoerders. Mevrouw Leijten.

Mevrouw Leijten (SP):
Voorzitter. Namens mijn collega Jasper van Dijk, die hier niet kan zijn omdat hij net vader is geworden …

(Geroffel op de bankjes)

De voorzitter:
Ach, van harte gefeliciteerd. Wat leuk!

Mevrouw Leijten (SP):
Wij hebben hem al gefeliciteerd, maar bij dezen. Hij wil graag het VAO Armoede- en schuldenbeleid op de agenda en hij wil graag stemmingen deze week.

De heer Omtzigt (CDA):
Waar bemoeit hij zich mee?

De voorzitter:
Ja, hij moet zich gewoon richten op zijn pasgeboren kindje, zou ik zeggen. Geen VAO's, maar lekker genieten. De heer Van Meenen.

De heer Van Meenen (D66):
Ik wens mijn goede collega Jasper van Dijk veel sterkte, succes en geluk met de opvoeding van deze nieuwe zolderkamercommunist.

De voorzitter:
Arm kind. Het is gewoon een mooi kind, hè? Een nieuwe wereldburger, zeg maar, meneer Van Meenen.

De heer Van Meenen (D66):
Voorzitter. Wilt u zo vriendelijk zijn het VAO Mbo en praktijkonderwijs inclusief stemmingen nog deze week in te roosteren?

De voorzitter:
Is een meerderheid het ermee eens eigenlijk? Dat geldt voor alle VAO's. Oké, dank u wel meneer Van Meenen.

Dan ga ik naar mevrouw Van Kooten-Arissen. Gaat uw gang.

Mevrouw Van Kooten-Arissen (vKA):
Voorzitter, dank u wel. Er is wat onduidelijkheid ontstaan over de aanvraag van het debat over het rapport Ongekend onrecht van de ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag. Ik vroeg op 20 januari om steun aan de Kamer. Ik citeer even wat ik toen vroeg. Ik zei: "Ik vraag steun van de Kamer om dat debat, dat gelukkig nog niet afgevoerd is van de lijst, voor het verkiezingsreces in te plannen." De voorzitter constateerde dat ik daar steun voor had. Maar feit is dat het niet ingepland is. Het is niet ingepland voor het verkiezingsreces, hoewel ik daar een meerderheid voor had. We hebben ook nog de stapel vragen aan en antwoorden van het kabinet over het rapport. We hebben een notaoverleg gehad. Daar stond het niet op de agenda. We hebben morgen een algemeen overleg dat gaat over het herstel. Dat gaat niet over het rapport Ongekend onrecht en alles wat er gebeurd is. Dus ik vraag opnieuw steun aan de Kamer om dit in te plannen voor de verkiezingen.

De voorzitter:
Wie hierover? Ik zie mevrouw Leijten en de heer Omtzigt. Mevrouw Leijten.

Mevrouw Leijten (SP):
Voorzitter. Wij hebben er toen steun voor gegeven om dat nog voor de verkiezingen te bespreken en dat is nog steeds zo. Gelukkig hebben we morgen over de voortgang van die compensatieregeling, waarbij ook nog van alles mis is, wel een debat. Ik hoop dat het lukt, maar voor de ouders die kijken: over dit ontzettende moeras van die compensatieregeling gaan we in ieder geval, wat de uitkomst van dit ordedebat ook is, morgen wel spreken.

De voorzitter:
Maar het verzoek nu is om een debat in te plannen. Dus om allerlei misverstanden te voorkomen, moet ik ook gewoon gaan tellen.

Mevrouw Leijten (SP):
Zeker, voorzitter, dat begrijp ik heel erg goed. Maar ik wilde toch even van de gelegenheid gebruikmaken. Onze steun heeft het. We gaan ook nog coronadebatten inplannen. We zouden er wellicht creatief mee kunnen omgaan. Dat is wat de meerderheid hier beslist. Mocht het niet lukken, dan zeg ik wel tegen de ouders thuis die denken "en ik dan?": we gaan gelukkig morgen wel daarover in debat.

De heer Omtzigt (CDA):
Voorzitter. We hebben op 22 januari, na de aanvraag van het debat, een gecombineerd debat gehad over het aftreden van het kabinet en over het rapport. Dat heeft een hele dag geduurd. Het is ook geëindigd in onder andere de vraag naar een parlementaire enquête, waar nog over gestemd wordt. Ik noem de vraag aan de Venetië-Commissie, de vraag over een staatscommissie en een aantal andere toezeggingen van het kabinet. Daarbij zijn overigens ook de stukken die mevrouw Van Kooten-Arissen laat zien, geagendeerd geweest. Mevrouw Leijten en ik hebben daar destijds op gewezen en wij hebben daar vragen over gesteld. Vorige week is er een debat geweest over de zwarte lijsten. Dat heeft meer dan een halve dag geduurd. Het ging over hoe deze mensen en andere mensen in die systemen vermalen werden. Mevrouw Van Kooten-Arissen was daar helaas niet bij aanwezig.

Mevrouw Van Kooten-Arissen (vKA):
Ik zat bij de Kiesraad.

De voorzitter:
Nee, nee, mevrouw Van Kooten-Arissen.

Mevrouw Van Kooten-Arissen (vKA):
Daar kon ik helaas niet bij aanwezig zijn. Ik zat bij de Kiesraad.

De voorzitter:
Nee, de heer Omtzigt heeft het woord.

De heer Omtzigt (CDA):
Deze week hebben wij zowel een wetgevingsoverleg over de suppletoire begroting, dus over het extra geld dat voor de ouders en de kinderen is uitgetrokken, als een debat over de hersteloperatie en over hoe die wel of vooral niet goed verloopt. De suggestie dat wij het hier niet over zouden hebben, kan ik dus nog niet helemaal volgen. Wat mij betreft hoeft er naast dat debat deze week niet nog een extra debat te worden gevoerd. Over anderhalf tot twee maanden zouden wij de voortgangsrapportage krijgen over hoe het met al die zaken staat. Dan wil ik er hier zeker weer over spreken, want dit is niet voorbij. Maar dat hoeft niet morgen, voorzitter.

De voorzitter:
Dus voorlopig niet.

Mevrouw Van Kooten-Arissen (vKA):
Spreekt u ook namens de heer Van Dam?

De voorzitter:
Mevrouw Van Kooten-Arissen!

Mevrouw Van Kooten-Arissen (vKA):
Hij heeft aangeven dat hij erover wil debatteren.

De voorzitter:
Nee. Om misverstanden te voorkomen: de heer Omtzigt zegt dat er een aantal overleggen zijn geweest en dat er voorlopig geen debat hierover hoeft plaats te vinden. De heer Omtzigt zit bij alle procedurevergaderingen.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Ik wens even een punt van orde te maken als vicevoorzitter van onze fractie. Wat mevrouw Van Kooten-Arissen net zei, klopt niet. Zij zegt even tussen neus en lippen door in de microfoon dat zij een ander geluid heeft gehoord van de heer Van Dam. Zo doen we dit niet. Ik vind het niet kies om hier op deze manier een leugen de zaal in te gooien. Daar wilde ik even een persoonlijk feit van maken.

De voorzitter:
U heeft uw punt gemaakt. Ik ga naar de heer Azarkan, dan de heer Krol en dan mevrouw Lodders.

De heer Azarkan (DENK):
Wat collega Omtzigt zegt klopt. We hebben een aantal overleggen gehad waarin over allerlei onderwerpen is gesproken. Ik zeg erbij dat dit een ontzettend groot thema is dat in de samenleving leeft. Ik ben echt van plan om het te steunen, omdat we afspraken hebben gemaakt. De vorige keer hebben we een gecombineerd debat gehad: het aftreden, het demissionair worden van de regering in combinatie met de toeslagenaffaire. Het waren twee debatten ineen. Ik denk dat we er recht aan doen als we er toch nog een keer een plenair debat over organiseren. Dat mag van mij ook volgende week.

De voorzitter:
U steunt het verzoek. Ik ga naar de heer Krol en dan mevrouw Lodders.

De heer Krol (Krol):
Mevrouw de voorzitter. Ik ben het geheel met de collega van DENK eens. Hoewel meneer Omtzigt ongetwijfeld gelijk heeft, is dit zo belangrijk dat ik het toch van harte steun.

De voorzitter:
Mevrouw Lodders namens de VVD.

Mevrouw Lodders (VVD):
Voorzitter. Het is ontzettend belangrijk, niet in de eerste plaats voor ons, maar wel voor de ouders die dit volgen. Ik sluit mij toch aan bij de woorden van de heer Omtzigt. We hebben er een aantal debatten over gehad. Wat ik aan zijn punt zou willen toevoegen, is het verzoek om voor 1 april in ieder geval een brief van het kabinet te ontvangen met de voortgang rond de toezeggingen en de aangenomen moties uit het laatste debat dat we over de POK hebben gehad.

De voorzitter:
En dan?

Mevrouw Lodders (VVD):
Dan kunnen we ook die brief bij het debat betrekken.

De voorzitter:
En verder?

Mevrouw Lodders (VVD):
Voor het overige sluit ik mij aan bij de woorden van de heer Omtzigt.

De voorzitter:
Begrijp ik het goed dat afhankelijk daarvan wordt besloten om wel of niet een debat in te plannen? Dit luistert heel nauw. Ik weet dat heel veel mensen hierbij betrokken zijn.

De heer Omtzigt (CDA):
Voorzitter. Er is een debat gevraagd. Het kabinet heeft gezegd rond mei/juni met die voortgang te komen. Daarna wil ik graag dat debat houden over hoe het ermee gaat.

De voorzitter:
Oké, dan is dat helder.

De heer Omtzigt (CDA):
Dat was mijn voorstel.

De voorzitter:
Dan zie ik de heer Bisschop, de heer Van Raan en de heer Van Weyenberg. Eerst de heer Bisschop namens de SGP.

De heer Bisschop (SGP):
Voorzitter. Het is inderdaad een heel aangelegen punt. Het is ook goed dat er op verschillende manieren en vanuit verschillende invalshoeken over dit onderwerp gesproken wordt. De heer Omtzigt heeft keurig uiteengezet hoe het nu uitgelijnd is. Dat lijkt mij de koninklijke weg en die moeten we gewoon blijven begaan.

De voorzitter:
De heer Van Raan en dan de heer Van Weyenberg.

De heer Van Raan (PvdD):
Voorzitter. Steun voor de aanvraag.

De voorzitter:
De heer Van Weyenberg namens D66. De heer Van Raan sprak natuurlijk namens de Partij voor de Dieren.

De heer Van Weyenberg (D66):
Voorzitter. Ik sluit me aan bij de sprekers die zeggen dat we de afgelopen weken al een aantal debatten hebben gehad. Deze week praten we over het extra geld dat echt nodig is én over de hersteloperatie. Op een later moment, als we weten wat het kabinet gaat doen met de tientallen moties die we terecht hebben aangenomen, kunnen we opnieuw op de POK terugkomen. Dat verdient het onderwerp, maar dat hoeft niet voor het reces.

De voorzitter:
Even kijken wie het snelst bij de microfoon is. De heer Van Otterloo namens 50PLUS.

De heer Van Otterloo (50PLUS):
Voorzitter. Gelukkig hebben we elke week een debat over de gevolgen van de toeslagenaffaire. Wat ons betreft zou volgende week of de week daarop een debat kunnen worden gehouden. Daarom hebben we ook gevraagd om het reces met een week uit te stellen, maar dat is helaas niet gevolgd.

Mevrouw Agema (PVV):
Morgen kunnen we het betrekken bij het algemeen overleg. Overmorgen kunnen we dan een voortgezet algemeen overleg houden. Voor de rest sluiten we ons aan bij het voorstel van de heer Omtzigt.

De heer Voordewind (ChristenUnie):
Voorzitter. Het is belangrijk dat die compensaties nu zo snel mogelijk worden uitbetaald. Morgen is daar een debat over. Verder volgen we de lijn van de heer Omtzigt.

De heer Nijboer (PvdA):
Voorzitter. Vorige week hebben we het gehad over discriminatie. We hebben echt uitgebreid gesproken over wanneer we wat zouden doen. Dit is echt geen coalitie-oppositieding. Morgen hebben we het echt uitgebreid over de kinderopvangtoeslag. Daarna hebben we het er ook weer een keer plenair over, wat mij betreft niet pas in mei of juni, maar wat eerder. Mevrouw Van Kooten-Arissen heeft gewoon een mailtje gestuurd naar mensen, die bang zijn gemaakt dat de Kamer het wou blokkeren. Dat vind ik gewoon nergens op lijken. Daarom steun ik dit voorstel niet.

De voorzitter:
Tot slot de heer Van der Lee namens GroenLinks. Bij de andere microfoon! Ik wil eerst even iedereen de gelegenheid geven om te reageren, mevrouw Van Kooten-Arissen.

De heer Van der Lee (GroenLinks):
Ik wou alleen maar even benadrukken dat het belangrijk is dat de Kamer op dit belangrijke onderwerp eensgezind optrekt. Dat is tot nog toe heel goed gelukt. In dat opzicht kan ik mij ook vinden in wat nu de meerderheid zegt. De debatten die hierover al gepland staan — morgen twee — moeten we vooral doen en op een geëigend moment volgt er nog een keer een breder debat. Dat is aangevraagd, maar dat hoeft niet per se deze week.

De voorzitter:
Mevrouw Van Kooten-Arissen …

Mevrouw Van Kooten-Arissen (vKA):
Voorzitter, ik had gewoon echt steun om het voor de verkiezingen in te plannen!

De voorzitter:
Ja, dat blijft.

Mevrouw Van Kooten-Arissen (vKA):
Blijkbaar hebben allerlei partijen zich laten ompraten.

De voorzitter:
Nee, niet uitlokken alstublieft! Niet op dit dossier!

Mevrouw Van Kooten-Arissen (vKA):
Ik heb geen mensen bang gemaakt. Dat wil ik echt … Ik heb geen mensen bang gemaakt. Het is goed gebruik dat er over een rapport van een ondervragingscommissie gewoon plenair …

De voorzitter:
Dat doen we ook!

Mevrouw Van Kooten-Arissen (vKA):
… gedebatteerd wordt, zonder beperking van spreektijd, want morgen in het AO is de spreektijd ook weer beperkt tot vier minuten.

De voorzitter:
U heeft uw punt gemaakt.

Mevrouw Van Kooten-Arissen (vKA):
Dat AO gaat over het herstel en niet over terugkijken, over leren wat er allemaal verkeerd is gegaan en hoe we daar lessen uit trekken voor de toekomst.

De voorzitter:
Dank u wel. In elk geval is er in de Kamer zeker steun voor een debat. Dat debat blijft ook staan, want die steun is eerder uitgesproken, maar het vindt op een later moment plaats. Er zijn debatten gevoerd en deze week vinden er weer debatten plaats. De moties die zijn ingediend, worden later door het kabinet becommentarieerd en er is ook om een brief gevraagd voor 1 april. Ik stel dus voor om het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Ik ga naar de heer Wilders namens de PVV.

De heer Wilders (PVV):
Voorzitter. We hebben dadelijk een kort coronadebat over de avondklok. De vraag is om daar ook vandaag nog over te stemmen. Dat hoeft niet hoofdelijk.

De voorzitter:
Dat debat gaat alleen over de avondklok en als spreektijd zou ik zeggen twee minuten.

De heer Wilders (PVV):
Ja, een kort debat over de avondklok, wat mij betreft met inderdaad twee minuten spreektijd. Als het kabinet die niet had verlengd, zou die morgen om 4.30 uur vervallen, geloof ik. We moeten dus de kans hebben om de verlenging tegen te houden en daarover ook een eventuele motie in te dienen.

De voorzitter:
Ja. Volgens mij is daar al een vooraankondiging van gemaakt.

De heer Azarkan namens DENK.

De heer Azarkan (DENK):
Dank, voorzitter. We spraken in het vragenuurtje al over een rapport van Amnesty International, waaruit blijkt dat de strijd tegen terrorisme ertoe bijdraagt dat moslims worden gediscrimineerd en dat de haat tegen moskeeën toeneemt. Ik wil ook graag met de minister van Justitie en Veiligheid een debat over hoe de regels en de wetten die we in Nederland aannemen, ertoe bijdragen dat moslims worden gediscrimineerd en onheus bejegend.

De voorzitter:
Wie hierover? In de aankondiging van uw verzoek staat "met de minister van Binnenlandse Zaken", maar u bedoelt …

De heer Azarkan (DENK):
… én de minister van Justitie en Veiligheid. Ik voeg hem even toe.

De voorzitter:
O, beide? Oké. De heer Van Weyenberg namens D66.

De heer Van Weyenberg (D66):
Steun om daarover te debatteren. Dat hoeft van mij niet deze week, want ik wil in ieder geval ook graag een kabinetsreactie op dat rapport van Amnesty.

De voorzitter:
Oké.

De heer Azarkan (DENK):
Zeker. Het hoeft ook niet deze week.

De voorzitter:
Nee, niet reageren op elkaar! Eerst even kijken of er een meerderheid is. Mevrouw Van Toorenburg namens het CDA en dan de heer Bisschop.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Voorzitter. Een brief is prima en dan wil ik later kijken of ik er een apart debat over zou willen voeren of dat ik het bij een ander debat over racisme, discriminatie, terrorisme of anderszins kan betrekken.

De heer Bisschop (SGP):
Voorzitter. Ik sluit mij daar graag bij aan. Ik wil graag een kabinetsreactie op dit rapport en dan besluiten we daarna of een debat daarover zinvol is of niet.

De voorzitter:
Voorlopig geen steun dus. Mevrouw Leijten, de heer Van der Lee en dan mevrouw Tellegen.

Mevrouw Leijten (SP):
De heer Azarkan heeft het net aan de orde gesteld in het vragenuur en de regering heeft ook gezegd dat het niet acceptabel is als dit het gevolg is. Ze komen met een reactie. Wij wachten die graag af en willen die dan zo snel mogelijk bespreken. Dat kan in een plenair debat of in een AO, maar ik weet niet wat er precies gepland staat.

De voorzitter:
Dus voorlopig even niet.

Mevrouw Leijten (SP):
Precies. Het lijkt me in ieder geval wel wenselijk dat die kabinetsreactie er snel kan zijn. Dan kunnen we daarna een goede procedure afspreken.

De voorzitter:
Ja. De heer Van der Lee namens GroenLinks en dan mevrouw Tellegen namens de VVD.

De heer Van der Lee (GroenLinks):
Ik sluit mij aan bij mevrouw Leijten.

Mevrouw Tellegen (VVD):
Eerst een brief, een reactie, en dan kijken we verder.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Ik ook, voorzitter.

De voorzitter:
Dan heeft u geen steun, meneer Azarkan.

De heer Azarkan (DENK):
Ook geen 30 leden?

De voorzitter:
Nee.

De heer Azarkan (DENK):
Jammer. Een belangrijk onderwerp.

De voorzitter:
Dank u wel.

Dan ga ik naar mevrouw Sazias, maar die zie ik niet. Dan gaat de heer Van Otterloo haar waarnemen, begrijp ik? Dat kan bij de interruptiemicrofoon. Het is een vooraankondiging, begrijp ik.

De heer Van Otterloo (50PLUS):
Dit is het bal van de vervangers, begrijp ik. Wij zouden graag zien dat het AO dat morgen wordt gehouden, wordt gevolgd door een VAO, omdat er moties zijn voorgenomen.

De voorzitter:
Allemaal deze week, zie ik.

Mevrouw Karabulut namens de SP.

Mevrouw Karabulut (SP):
Ik wil graag een vooraankondiging doen van het agenderen van het verslag schriftelijk overleg NAVO Defensie Ministeriële deze week, inclusief stemmingen. Dat moet echt deze week, omdat die bijeenkomst volgende week is en het kabinet als demissionair kabinet mogelijk even 80 militairen naar Afghanistan wil sturen.

De voorzitter:
Dank u wel.

Dan ga ik naar meneer Van der Lee namens GroenLinks. Hij spreekt namens mevrouw Kröger, zie ik.

De heer Van der Lee (GroenLinks):
Ja, dank. Twee vooraankondigingen, allereerst over het VAO Leefomgeving. Het AO is donderdagochtend gepland. We zouden toch graag de gelegenheid hebben om eventueel een motie in te dienen en te stemmen.

Dat geldt ook voor een VAO over de initiatiefnota van de leden Klaver en Kröger over de tijdelijke testsamenleving. Dat AO is morgen ingepland.

De voorzitter:
Dank u wel.

Mevrouw Diertens namens D66.

Mevrouw Diertens (D66):
Voor mij dezelfde vraag. Ik ben heel blij met het inplannen van mijn initiatiefnota over een gezonde leefstijl. Ik zou ook een vooraankondiging willen indienen voor een VAO met stemmingen deze week.

De voorzitter:
Oké. Ik zie een stuk of negen verzoeken die deze week moeten plaatsvinden. Ik heb geen idee, maar we gaan kijken.

De heer Ziengs namens de VVD; nee, namens de commissie voor Binnenlandse Zaken.

De heer Ziengs (VVD):
Voorzitter. Vorige week of twee weken terug dacht u nog dat het de laatste keer zou zijn.

De voorzitter:
Neem deze microfoon, anders horen wij u niet.

De heer Ziengs (VVD):
Is die beter?

De voorzitter:
Ja, die is beter. U mag altijd hier staan. Dat is een uitzondering voor de heer Ziengs.

De heer Ziengs (VVD):
Nee, dat weet ik. Dat was veertien dagen geleden en dat was zo komisch. Ik denk: ik doe het nu maar vanaf deze plaats.

Ik sta hier inderdaad weer vanuit mijn positie als voorzitter van de vaste Kamercommissie voor Binnenlandse Zaken. Ik heb weer een opdracht meegekregen. Het gaat om omgevingsbeleid. De aanvraag is om daarover weer een VSO op de agenda te zetten, inclusief stemmingen.

De voorzitter:
Oké. Ook deze week, begreep ik.

De heer Ziengs (VVD):
Deze week, ja.

De voorzitter:
Het maakt toch niks meer uit. Dank u wel, meneer Ziengs.

Ik zie de heer Van Weyenberg namens D66.

De heer Van Weyenberg (D66):
Voorzitter. Namens mijn collega Bergkamp wil ik graag verzoeken een VSO over de toekomstvisie transgenderzorg in te plannen deze week, inclusief stemmingen. Ik zie u alweer kijken, voorzitter. Ik zal al mijn collega's adviseren korte moties te maken en die heel snel voor te lezen.

De voorzitter:
Natuurlijk. Dank u wel, meneer Van Weyenberg.

We gaan kijken wat we allemaal kunnen doen. Dank jullie wel. Daarmee zijn we ook aan het einde gekomen van de regeling van werkzaamheden. Ik schors de vergadering voor enkele ogenblikken en dan gaan we een debat houden over de avondklok. Dat moet echt voor de avondklok afgelopen zijn. Dat is hier 19.00 uur.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Aangekondigde verlenging van de avondklok

Aangekondigde verlenging van de avondklok

Aan de orde is het debat over de aangekondigde verlenging van de avondklok.


Termijn inbreng

De voorzitter:
Aan de orde is het debat over de aangekondigde verlenging van de avondklok. Ik heet de Kamerleden van harte welkom. Ook heet ik de minister-president en de minister van Justitie en Veiligheid welkom.

Ik geef de heer Dijkhoff als eerste spreker namens de VVD het woord.

De heer Dijkhoff (VVD):
Voorzitter. Vorige week in het debat heb ik gezegd dat we een verlenging van de avondklok zouden steunen als die nodig is om de coronapandemie te bestrijden. Een verlenging van de avondklok is nodig, dus we zullen dat steunen. Ik snap dat mensen het vervelend vinden. Ik zou ook willen dat het niet hoefde, maar als ik het even minder principieel aanvlieg en praktisch kijk naar het weer van deze week, zou ik zeggen: ga overdag in de zon wandelen en van de sneeuw genieten, ga misschien schaatsen als dat kan, wandel naar de boekhandel, collect daar een boek dat je minimaal vier uur daarvoor geclickt hebt en ga 's avonds, als de avondklok geldt, lekker warm en veilig op de bank zitten.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Dijkhoff. We wachten heel even tot het spreekgestoelte is schoongemaakt. Daarna is de heer Wilders aan de beurt.

Het woord is aan de heer Wilders namens de PVV.

De heer Wilders (PVV):
Voorzitter. Het kabinet heeft gisteren de avondklok verlengd tot 3 maart, terwijl er geen, nul, feitelijk bewijs is dat de avondklok heeft gewerkt. Er is hooguit wat theoretische modellering dat de avondklok samen met de bezoekregeling enig effect heeft gehad, maar er is dus niks feitelijks. Het OMT zegt letterlijk dat de avondklok en de aangepaste bezoekregeling te kort geleden zijn ingevoerd om vanuit de berekening van het reproductiegetal een uitspraak te doen over het effect. Ze weten het gewoon nog niet. Er is nul feitelijk bewijs dat de avondklok werkt. De avondklok kan niet eens los van de strengere bezoekregeling worden beoordeeld. Het is echt buitenproportioneel om nu, zonder feitelijk bewijs van effectiviteit, te besluiten om een vergaande en zware vrijheidsbeperking als de avondklok te verlengen, nota bene op grond van de Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag. De minister van Justitie, de heer Grapperhaus — hij zit hier — maakte het gisteren helemaal bont. Hij zei tijdens de persconferentie: "Er is in ieder geval geen bewijs dat de avondklok niet zou werken." Ja, zo ken ik er nog wel een paar. Het is te gênant voor woorden hoe laconiek deze minister van Justitie en dit kabinet met onze vrijheden omspringen. Al met al verzoek ik het kabinet om de avondklok niet te verlengen en het besluit om de avondklok wel te verlengen tot 3 maart terug te draaien.

Ten slotte, voorzitter. Om maatregelen als de avondklok en lockdowns te voorkomen en te verkorten is het belangrijk dat we nu eindelijk beginnen met het vrijwillig vaccineren van de groep 60- tot 64-jarigen. Dat gebeurt nu gelukkig, maar met een niet zo goed werkend vaccin. Wanneer komt de rest? Ik doel op mensen boven de 65, chronisch zieken, mensen die nu het vaakst op de ic's liggen met onderliggende klachten en bovenliggende kilo's. Wanneer komen zij aan de beurt en is dat klaar?

Tot slot, voorzitter, mijn vraag aan de minister-president: heeft u inmiddels contact opgenomen met Moskou en Tel Aviv om het Russische Spoetnik V-vaccin en de Israëlische medicijnen EXO-CD24 en Allocetra te bestellen of hier in Nederland te produceren?

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Pieter Heerma namens het CDA. Gaat uw gang.

De heer Pieter Heerma (CDA):
Voorzitter. In het debat van vorige week heb ik namens de CDA-fractie aangegeven dat wij, met het oog op de risico's van de Britse variant van het virus, het belang dat basisscholen opengaan en het belang voor de economie en de middenstand dat click-and-collect mogelijk gemaakt wordt, een verlenging van de avondklok zouden kunnen steunen. Op basis van het OMT-advies heeft het kabinet daartoe besloten. Mijn fractie kan dit nog steeds steunen. Wij hopen dat de cijfers van het virus de komende weken dusdanig naar beneden gaan dat er ruimte komt voor verruimingen vanaf begin maart. Als je naar de cijfers kijkt, zie je dat de bezoekersregeling van één persoon thuis bij veel mensen op nog meer weerstand lijkt te stuiten dan de avondklok. Maar voor mijn fractie is vooral ook heel belangrijk dat middelbare scholen weer opengaan. Dat is voor de ontwikkeling van jongeren en voor hun welzijn belangrijk. Dat is belangrijk voor het voorkomen van verdere achterstanden. We hopen dat daarvoor ruimte gaat ontstaan en we denken dat het verlengen van de avondklok die ruimte kan helpen bieden.

De voorzitter:
Dank u wel. De heer Wilders heeft een vraag.

De heer Wilders (PVV):
Het gaat hier echt om een enorme vrijheidsbeperking. Wat je ook van de avondklok vindt, het is een enorme vrijheidsbeperking. Ik denk dat we dat met elkaar eens zijn, ook al denken wij anders over het verlengen. Nou zijn er theoretische, modelmatige vergezichten van het OMT die zeggen: misschien heeft het een effect, en dan nog samen met die beperking van de bezoekersregeling. Dan komen ze op 10%. Dan kunnen ze niet zeggen wat nou door het beperken van het aantal bezoekmomenten en bezoekers komt en wat door de avondklok komt. Maar er is geen enkel feitelijk bewijs. Het OMT weet het nog niet. Uw eigen minister van Justitie, die nu naar het plafond kijkt, heeft gisteren tijdens de persconferentie gezegd: ja, maar er is ook geen bewijs dat het niet werkt. U moet het toch met mij eens zijn dat zo'n kulredenering van uw eigen minister van Justitie, die zegt "er is geen bewijs dat het niet werkt", toch nooit een reden kan zijn om onze vrijheid nog een paar weken langer te beperken?

De heer Pieter Heerma (CDA):
In deze coronacrisis hebben we allemaal enorme beperkingen, soms al een jaar lang. Het zijn beperkingen die wij ons daarvoor niet konden voorstellen. Wanneer was de laatste keer dat we mensen een hand gaven? En neem de fysieke afstand die je moet houden. Er zijn tal van maatregelen die gigantische effecten hebben waarbij we niet van alles aan de voorkant weten wat precies het effect ervan is. Maar bij zo'n pandemie als deze kun je je die risico's soms niet veroorloven. Daarom heb ik vorige week in het debat al aangegeven dat wij het risico niet willen lopen dat we over twee of drie weken constateren dat we de avondklok toch beter hadden kunnen verlengen. Wij willen het risico niet lopen dat dan mogelijk de basisscholen weer dicht moeten of het click-and-collect teruggedraaid moet worden. Daarom heb ik vorige week aangegeven dat wij een eventuele verlenging kunnen steunen. Zo staan wij er nog steeds in.

De heer Wilders (PVV):
Dat is natuurlijk het goede recht van iedere fractie, ook van de fractie van het CDA. Maar in tegenstelling tot vorige week is er nu een stuk van het OMT gekomen. Dat wist u vorige week nog niet, toen u hier stond. En het OMT zegt gewoon dat ze het nog niet weten. Ze komen met een theoretische, modelmatige redenering, maar ze zeggen: we weten het gewoon nog niet. Uw eigen minister van Justitie zegt: ja, we moeten het wél doen, want we weten ook niet dat het niet werkt. En dit gaat over een fundamentele vrijheid. Je kan toch niet drie weken lang mensen na 21.00 uur 's avonds thuishouden, als overheid, terwijl je gewoon niet weet of datgene wat je tot nu toe hebt gedaan, heeft gewerkt? Dat is toch buitenproportioneel? Dat gaat toch te ver, ook voor u, iemand die de vrijheid hoog heeft zitten?

De heer Pieter Heerma (CDA):
Bij het invoeren van de avondklok is destijds aangegeven dat uit internationaal onderzoek blijkt dat het effect voor zover bekend — want er is heel veel in deze pandemie wat we niet zeker weten — 8-13% zou kunnen zijn. Op basis van de cijfers lijkt nu het geval te zijn dat het 10% bijdraagt aan het terugdringen van het virus, in combinatie met die bezoekersregeling, waar nog meer weerstand tegen is. Wat het effect op termijn blijkt te zijn en wat er de komende weken aan extra kennis over zal komen, zal rond 23 februari duidelijk worden, ongetwijfeld ook weer bij een debat. Vooralsnog lijken de cijfers in lijn met de cijfers die we hadden voordat de avondklok ingesteld werd. Ik denk dus dat het wel degelijk een bijdrage kan leveren. De nadere precisering komt nog — dat is in deze crisis vaker zo — maar het nu stoppen met de avondklok heeft ook weer het reële risico dat we straks moeten zeggen dat we het toch niet hadden moeten doen, met mogelijk weer effecten voor basisscholen en het niet kunnen openen van middelbare scholen. Ik gaf vorige week aan dat ik dat risico niet wil lopen. En dat is nog steeds zo.

De voorzitter:
Tot slot, de heer Wilders.

De heer Wilders (PVV):
Ja, tot slot. Wat het OMT nu zegt in zijn stukken, en ook het kabinet, is dat het sowieso niet los kan worden gezien van de beperking van de bezoekersregelingen. Het zou kunnen zijn dat het vooral komt door die nog minder populaire — daar heeft u gelijk in — bezoekersregeling. Dat blijkt onder andere uit die onderzoeken waar het kabinet al de verkeerde conclusies uit trok. Daar hebben we de vorige keer over gedebatteerd. Dat was ook in andere landen zo. Stel dat het daar zo dadelijk vooral aan ligt en niet aan iets wat we nu helemaal niet weten, namelijk die avondklok. Dan zitten we toch mensen voor niks thuis op te sluiten? Dan zitten we toch de vrijheid in te perken, terwijl we niet eens weten of dat nodig is? Als u daar over een paar weken gelijk in heeft en het kabinet dat wel kan aantonen, dan ben ik de eerste om het ruiterlijk toe te geven. Als dat zo is, maar dat is niet zo en het lijkt er ook niet op dat dit gaat gebeuren, los van die bezoekersregeling. Dus ten slotte nog één keer de vraag aan de collega aan het CDA: als u niet weet of het werkt, als het er ook niet naar uitziet dat je enig feitelijk bewijs hebt dat het werkt, waarom sluiten we dan nog drie weken langer mensen thuis op?

De heer Pieter Heerma (CDA):
Nou, op basis van het OMT-advies en de brief we hebben gekregen. Daarin staat het niet feitelijk, maar is de aanname dat er juist voor de bezoekersregeling minder draagvlak was en dat die ook minder goed nageleefd wordt, terwijl het draagvlak voor de avondklok juist groter is en ook veel meer mensen die naleven. Ik kan niet in de toekomst kijken, maar dat doet vermoeden dat het aandeel van de avondklok daarbinnen weleens groter zou kunnen zijn. Dat gaan we over een aantal weken zien. We hebben het instellen van de avondklok destijds gesteund vanwege van de op basis van internationale onderzoeken aangenomen effecten die die heeft. De eerste resultaten zijn dat het dat effect ook lijkt te hebben, maar wij willen vooral ook het risico niet nemen dat we straks toch basisscholen weer dicht moeten doen en click-and-collect moeten terugdraaien. Daarom heb ik vorige week aangegeven dat het verlengen van de avondklok gesteund kan worden door mijn fractie en dat doe ik nu opnieuw.

De voorzitter:
Dat heeft u inderdaad een paar keer gezegd. Dan de heer Kuzu.

De heer Kuzu (DENK):
Ja, maar toch klopt het niet. Want toen was de redenering van het kabinet dat er een verwachte daling zou optreden van 8% tot 13%. Daarvan heeft het OMT gisteren aangegeven: nou, dat weten we nog niet en dat gaan we in een modelletje zetten. Ik viel pas echt van mijn stoel op het moment dat de heer Heerma het argument gebruikte: als we nu die avondklok opheffen, schieten die cijfers omhoog en dat risico wil ik niet nemen. Dan vraag ik me toch af waar het CDA twee weken geleden was, toen we hier een uitgebreid debat hadden over het invoeren van de avondklok. Toen kwam talloze keren het argument voorbij: we weten eigenlijk niet wat het gaat doen en of het toch niet disproportioneel is. Waar was het CDA toen?

De heer Pieter Heerma (CDA):
Ik heb ook in het vorige debat aangegeven dat ik niet het risico wil lopen dat met de komst van het Britse virus de besmettingscijfers weer enorm zouden gaan oplopen. Ik durf het bijna niet te zeggen, omdat de voorzitter zegt dat ik het al een paar keer gezegd heb. Dat heb ik vorige week in het debat heel expliciet ingebracht en dat vind ik nog steeds.

De heer Kuzu (DENK):
Toch vind ik het heel erg neigen en heel erg rieken naar het gebruiken van een argument terwijl het feit al voldongen is. We hebben hier een debat gevoerd met elkaar over de invoering van de avondklok twee weken geleden. Het is angst inpraten op een groep mensen op dit moment, terwijl we een ingrijpende maatregel verder gaan verlengen, en dan aangeven "de cijfers gaan omhoogschieten", terwijl we eigenlijk ook wel zien dat in Groot-Brittannië en Ierland de cijfers nu echt aan het dalen zijn. Dus die Britse variant wordt te pas en te onpas gebruikt als een soort spookbeeld dat die cijfers enorm gaan oplopen. Dat is gewoon niet het geval, dus stop er gewoon mee.

De heer Pieter Heerma (CDA):
In Engeland en Ierland zie je de cijfers flink dalen nadat er daar een heel zware lockdown is ingesteld. Het is wel zo dat de precieze extra besmettelijkheid van de Britse variant nog niet helemaal zeker is. Twee weken geleden was de inschatting iets lager dan vorige week en nu is die weer iets lager dan vorige week. De inschatting was eerst zo'n 1,35, dus 35% besmettelijker. Vorige week was de inschatting 50% besmettelijker en ik las gisteren in het OMT-advies dat ze nu uitgaan van 40% besmettelijker. Dat is op basis van de kennis van nu een behoorlijke extra besmettelijkheid. Die kan nog naar boven of naar beneden bijgesteld worden. Dat is een waarheid. Zijn we bereid om met elkaar het risico te nemen om op een soort randje te gaan zitten en te hopen dat het wel meevalt? Ik heb vorige week ook in het debat aangegeven dat de Kamer, hoewel altijd het verwijt is aan het kabinet dat het te weinig en te laat is, als het puntje bij paaltje komt liever versoepelt en maatregelen niet wil nemen, dan praten over echt strenger en echt moeilijker. Wij moeten dus ook over de schutting heen durven kijken in plaats van er alleen maar tegenaan. En dan zegt mijn fractie: liever nu de avondklok verlengen, zoals ik vorige week ook aangaf, dan het risico nemen dat we over een paar weken spijt hebben en dat de cijfers oplopen.

De voorzitter:
Ook dat heeft u een paar keer herhaald. En meneer Kuzu, het is dezelfde vraag.

De heer Kuzu (DENK):
Nee hoor. Als de heer Heerma gaat spreken over de langetermijnmaatregelen, wil ik hem herinneren — dat heeft hij vaak genoeg wel gesteund tijdens verschillende debatten — aan het langetermijnperspectief. We zien dat mensen het helemaal zat zijn en dat jongeren het mentaal heel erg lastig hebben. En dan is het: we hebben geen overtuigend bewijs, maar we gaan mensen wel drie weken langer opsluiten in hun eigen huis. Dat kan toch niet?

De heer Pieter Heerma (CDA):
Ik denk dat dat perspectief inderdaad heel belangrijk is en de positie van jongeren ook. Het kabinet heeft volgens mij in de brief aangegeven dat daar ook meer inzet op gaat komen. Maar juist voor dat perspectief van jongeren, juist voor een zinvolle dagbesteding, is het opengaan van die middelbare scholen enorm belangrijk. Dat hebben diverse partijen in dit huis al aangegeven. Wellicht kunnen we met het verlengen van de avondklok over drie weken — eigenlijk over twee weken, als we hierover spreken op 23 februari — concluderen dat daar ruimte voor is. Dat is toch juist heel belangrijk?

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Groothuizen namens D66.

De heer Groothuizen (D66):
Dank u wel, voorzitter. Het was te verwachten dat het nog te vroeg is om het effect van de avondklok op het terugdringen van het virus goed te bepalen, maar de vrees voor de varianten is nog steeds reëel en het OMT laat weten dat de voorzichtige indruk bestaat dat het aantal contacten afneemt. Mijn fractie steunt daarom de voorgenomen verlenging van de avondklok. Al begrijp ik niet goed dat het kabinet nu al schrijft dat "de permanente economische en sociaalmaatschappelijke schade van de avondklok relatief beperkt is". Waar baseert de minister-president die inschatting op? Graag een toelichting.

Voorzitter. Toen we twee weken geleden het debat over de avondklok voerden, benadrukten we het al: coronamaatregelen komen te paard en vertrekken te voet. Nu hoor ik het kabinet beloven dat, wanneer daartoe aanleiding is, de avondklok per direct zal stoppen. Op 23 februari is er daarom een weegmoment. Dat vindt mijn fractie verstandig, gelet op de ingrijpendheid van de maatregel. De vraag is echter wel: wanneer is die aanleiding er om af te schalen? Aan welke criteria gaat het kabinet dat toetsen? Graag een toelichting van de minister-president.

Voorzitter. Dan nog een paar vragen over de juridische verankering van de avondklok en de verlenging daarvan. Dit najaar werd de Tijdelijke wet maatregelen covid-19 van kracht; een speciale wet voor de bestrijding van deze crisis. Het kabinet heeft niet die wet aangepast voor de avondklok, maar gebruikgemaakt van artikel 8 van de Wbbbg; een wet ter handhaving van de openbare orde, niet ter bescherming van de volksgezondheid. Waarom is gekozen voor die wet, vraag ik aan de minister van Justitie. Waarom is niet gewoon de coronawet aangepast?

Voorzitter. De avondklok kwam uiteindelijk tot stand via een best wel ingewikkelde route: eerst een koninklijk besluit, toen een ministeriële regeling en vervolgens een verlengingswet die onverwijld naar de Kamer moest. We hebben daar uiteindelijk tien dagen op moeten wachten. Ik dacht op een gegeven moment wel: een spoedwet was misschien sneller geweest. Graag hoor ik van de minister van Justitie of hij tien dagen nog onverwijld vindt qua indiening. Waarom heeft het eigenlijk zo lang geduurd?

Voorzitter, tot slot. Nu de regering de avondklok wil verlengen, rijst de vraag hoe dat dan weer zijn beslag gaat vinden. In de kabinetsbrief staat dat de Tijdelijke regeling landelijke avondklok covid-19 wordt aangepast. De vraag is of er dan weer een wet nodig is om die verlenging te bekrachtigen. Dat is mij niet duidelijk geworden uit de brief en ook niet uit het advies van de Raad van State. Graag op dat punt een toelichting van de minister van Justitie.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Kröger namens GroenLinks.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Voorzitter. Na een jaar coronacrisis lijkt het soms alsof de zwaarste periode van de pandemie nog voor ons ligt. Al sinds oktober hebben we te maken met zeer strenge maatregelen. Hoewel de vaccinaties het licht aan het einde van de tunnel zouden moeten zijn, lijkt er voor veel mensen geen einde aan die tunnel te komen. Onzekerheid, uitzichtloosheid en het gebrek aan perspectief maken velen van ons down en kwetsbaar, zeker jongeren. Dat zien we keihard terug in de cijfers. De Kindertelefoon staat roodgloeiend, kindermishandeling neemt toe en hulpverleners luiden de noodklok.

Tijdens deze zware fase, waar wij in zitten, moeten we ons ook nog eens wapenen tegen de derde golf, want die komt eraan. De vooruitzichten met de Engelse, Zuid-Afrikaanse en Braziliaanse varianten zijn zorgwekkend. Mijn fractie snapt daarom dat het OMT adviseert de avondklok te verlengen en dat het kabinet dit advies overneemt. Die maatregel ziet volgens mij niemand in deze Kamer zitten, maar dat geldt helaas voor heel veel in deze crisis. Mijn vraag is wel of het kabinet zicht heeft op de impact van deze maatregel op mensen. Welke signalen komen er vanuit de ggz, vanuit de hulpverlening? Hoe zwaar drukt deze maatregel op kwetsbare groepen?

In het vorige debat heeft GroenLinks gevraagd om extra steun voor de ggz in de vorm van extra crisisbedden. Hoe staat het daar nu mee? De avondklok en het sluiten van scholen zijn stevige maatregelen, een inperking van de grondrechten, waar je zorgvuldig mee om moet gaan. Dan moet je zeker weten dat al het andere ook is geprobeerd. Hoe zit het nu met het zorgen voor extra thuiswerken? In een terloops bijzinnetje schrijft het OMT dat er via Dubai veel introducties van de Zuid-Afrikaanse variant zijn, waar onze vaccins mogelijk minder goed tegen werken. Waarom zijn er nog steeds twee vluchten per dag naar Dubai?

Tot slot, voorzitter. Deze tijd vraagt om als samenleving solidair te zijn met de kwetsbaren. Dan doel ik natuurlijk op de risicogroepen, maar nu, na een jaar corona, ook op de kinderen die niet naar school kunnen. Wanneer ligt er een advies over hoe het voortgezet onderwijs geopend kan worden?

Dank.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Kröger. Dan geef ik nu het woord aan de heer Hijink namens de SP.

De heer Hijink (SP):
Dank, voorzitter. De avondklok is natuurlijk een maatregel waar niemand in deze Kamer op zit te wachten en ik vermoed dat dat voor heel veel andere maatregelen net zo hard geldt. Daarnet werd al de maatregel genoemd die het contact aan huis beperkt tot één. Dat raakt heel veel mensen heel hard: jongeren en ouderen, al die miljoenen Nederlanders die gewend zijn om in de avonduren nog even bij iemand langs te gaan, bij familie of vrienden. Het is voor heel veel mensen zwaar dat er op deze manier zo'n inbreuk op hun leven wordt gemaakt.

Maar het alternatief is niet veel beter en dat weten we, denk ik, net zo goed. Het alternatief is namelijk een te hoog risico dat we een hoge derde golf aan coronabesmettingen krijgen, een golf met veel ziekte en veel sterfgevallen, bij ouderen maar ook bij veertigers en vijftigers. Dat willen we voorkomen. We willen voorkomen dat er een nieuwe golf van besmettingen komt en dat ziekenhuizen opnieuw getroffen worden door een dusdanige overbelasting dat we de reguliere zorg opnieuw en nog verder moeten gaan afschalen.

Voor de SP speelt ook nog wat anders. We hebben eerder gezegd dat het voor jongeren heel belangrijk is dat de scholen weer open kunnen. Voor de basisscholen is dat nu geregeld, zolang ze niet ingesneeuwd zijn. Ik wil het kabinet vragen wat er voor de andere groep jongeren nog gedaan kan worden om hen meer perspectief te geven, ook nu de middelbare scholen nog dicht zijn.

Voorzitter. Hoe beter wij als volwassenen zorgen voor minder besmettingen, hoe meer vrijheid wij onze kinderen kunnen geven en hoe sneller het land straks weer open kan. Maar dan moeten we wel weten hoe we ervoor staan en dat begint problematisch te worden, zeker als we naar de afgelopen dagen kijken. De cijfers van vandaag en gisteren zijn, om hele goede redenen, totaal niet duidelijk en dus weten we nu niet hoe we ervoor staan. Ik wil het kabinet vragen wat het moment is waarop we goed kunnen beoordelen of de avondklok moet worden afgeschaft of dat die nog in stand moet worden gehouden. Op basis van welke criteria gaan we dat doen? Is dat het aantal besmettingen, ook als we niet precies weten hoeveel dat er zijn? Of wordt er op een andere manier naar gekeken? En hoe wordt voorkomen dat we nog maanden met deze maatregel blijven zitten, ook als niemand dat eigenlijk nog kan handelen?

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Kuiken namens de Partij van de Arbeid.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Voorzitter. Iedereen wil een Elfstedentocht, maar toch komt die er niet. Niemand wil een avondklok en toch ligt die er. Iedereen wil de scholen open, maar toch zitten de meeste middelbare scholieren nog gewoon thuis. Dat laat zien hoe ellendig de maatregelen zijn, maar ook hoe grillig covid is, hoelang dit virus al bij ons is en hoelang het waarschijnlijk nog bij ons zal blijven. Dat maakt dat je voorlopig in dit soort maatregelen zult blijven hangen, zeker als mutaties nog een onzekere factor met zich meebrengen en als we andere prioriteiten voorrang willen geven, zoals het openen van de basisscholen.

Maar de moedeloosheid neemt eerder toe dan af. Iedereen is lockdownmoe. Elke maatregel die langer wordt verlengd, versterkt dat gevoel, zeker als er nog een gebrek is aan perspectief. De vaccinatiestrategie laat lang op zich wachten, vaccins worden weggegooid en er zijn berichten die dat gevoel van moedeloosheid versterken. Alleen Facebookgesprekken met jongeren zullen daar niet zo veel aan veranderen. Ik denk dat er vooral behoefte is aan duidelijkheid in de strategie en aan een duidelijke onderbouwing.

Ik denk dat daarmee de vraag gerechtvaardigd is op basis waarvan nu bepaald wordt of een versoepeling gerechtvaardigd is of niet. 10% is natuurlijk een goede reden om te zeggen: we houden deze maatregel vol. Tegelijkertijd is er nog heel weinig bekend, dus ik denk dat het goed is als zowel minister Grapperhaus als de premier hier nog heel nadrukkelijk op ingaat. Maar al met al zullen wij de verlenging wel steunen.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Kuiken. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Van der Graaf namens de ChristenUnie. Gaat uw gang.

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):
Dank u wel, mevrouw de voorzitter. De overheid is dit jaar genoodzaakt om diep in te grijpen in ons leven, met best wel ingrijpende maatregelen. Daar is niemand blij mee. Als ChristenUnie moeten we eerlijk aangeven dat als we letten op hoe het coronavirus zich verspreidt, maatregelen gerechtvaardigd zijn. Maar we zullen die wel altijd goed moeten beargumenteren — dat vragen we dan ook van het kabinet — om die onderbouwing goed aan te geven.

Vandaag stuurde het kabinet een brief, waarin het erop wijst dat de eerste inschattingen rondom de avondklok wijzen op een effect, maar dat er eigenlijk meer tijd nodig is om beter bewijs te krijgen. Daarom vraagt het kabinet de verlenging aan. Die kan de ChristenUnie in principe steunen. Wel hebben we hierbij de vraag voor het kabinet waarom er nu voor wordt gekozen om de avondklok tot 2 maart te verlengen als er op 23 februari een nieuw weegmoment wordt ingebouwd. Zou het niet voor de hand hebben gelegen om de maatregel in beginsel tot 23 februari te laten duren? Graag een reactie van het kabinet. Wat is er voor het kabinet precies voor nodig om te beoordelen of de avondklok nog langer nodig is? Langs welke criteria gaat het kabinet dat beoordelen? Hoe wil het kabinet dat wegen? Graag die reactie en die onderbouwing van het kabinet.

Voorzitter. Waarom is er qua juridische grondslag niet voor gekozen om het via de coronawet te regelen? Het kabinet heeft ervoor gekozen om onze crisiswetgeving, de Wet buitengewone bijzondere … De Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag moet ik zeggen; het is een ingewikkelde naam. Het kabinet heeft ervoor gekozen om die wet in te zetten, met een ministeriële regeling. Maar die wet regelt ook dat het kabinet verplicht is om onverwijld een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer te sturen om het echt goed te regelen. Dat heeft het kabinet niet gedaan; er zaten tien dagen tussen. Ik vraag het kabinet of dit wel een zo voor de hand liggende keuze is geweest. Kan het kabinet daarop ingaan?

Voor twee groepen mensen wil ik graag aandacht vragen. Dat zijn allereerst de mensen met ggz-problematiek. Zij worden in het bijzonder geraakt. Het is heel goed dat staatssecretaris Blokhuis met een uitzondering komt voor deze groep, waarmee deze mensen een ontheffing krijgen van de avondklok, maar ik wil ook heel graag weten welke signalen het kabinet heeft gekregen in de afgelopen weken. Wordt met belangenorganisaties gekeken of dat wel werkt? Hoe worden precies de mentale gevolgen voor mensen meegewogen?

De laatste vraag die ik zou willen stellen is de volgende. Als ChristenUnie hebben we eerder een motie aangenomen gekregen over een uitzondering voor het praktijkonderwijs. Die motie heeft het kabinet niet uitgevoerd, maar nu de verlenging van de avondklok is aangekondigd, ligt het heel erg voor de hand om die motie wel uit te voeren om ook een ontheffing voor het praktijkonderwijs te regelen.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Van der Graaf. Dan geef ik nu het woord aan de heer Wassenberg namens de Partij voor de Dieren.

De heer Wassenberg (PvdD):
Dank, voorzitter. Bij het invoeren van de avondklok heeft de Partij voor de Dieren gewezen op het belang van een brede maatschappelijke afweging. Er is namelijk geen sprake van "baat het niet, dan schaadt het niet", maar van "baat het niet, dan schaadt het wél". Dan heb ik het vooral over de groep kwetsbare mensen, die ongekend hard geraakt wordt door de coronamaatregelen. Zij hadden het al voor de coronacrisis zwaar en deze maatregelen maken het alleen maar erger. Hoe langer die coronamaatregelen duren, hoe meer de schade toeneemt. Eenzame mensen raken in een depressie of denken zelfs aan suïcide. Door een gebrek aan sociaal contact nemen de angst en onzekerheid onder jongeren toe. Kwetsbare kinderen krijgen te maken met meer huiselijk geweld.

Het kabinet erkent de sociaal-maatschappelijke crisis waarin we ons bevinden, maar laat tegelijk niet zien dit inzicht ook echt mee te wegen bij het besluit over de verlenging van de avondklok. Alles, alles is gericht op het beperken van de schade achteraf. Het OMT adviseerde de avondklok te verlengen. Het Sociaal en Cultureel Planbureau mocht gisteren de gevolgen voor de maatschappij toelichten, zo blijkt uit de kabinetsbrief en de Catshuisstukken. Dit was een gesprek waarbij de uitkomst, het verlengen van de avondklok, van tevoren al vaststond.

Voorzitter. Heftige maatregelen om het virus eronder te krijgen kunnen nodig zijn, maar die afweging moeten we maken op basis van scenario's én op basis van de verwachte geestelijke en fysieke gezondheidsschade op de korte termijn en op de lange termijn. Dat geldt vooral voor kwetsbare groepen. Dat moet ook gebeuren op basis van de vraag of alle andere mogelijkheden al zijn uitgeput. Ik noem stevige maatregelen richting werkgevers, de luchtvaart, slachthuizen en de voedselindustrie.

Voorzitter. De Partij voor de Dieren steunt de verlenging van de avondklok niet. Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Van der Staaij namens de SGP. Gaat uw gang.

De heer Van der Staaij (SGP):
Mevrouw de voorzitter. De avondklok is een maatregel die heel algemeen van karakter is en ver ingrijpt in het maatschappelijk leven en in de bewegingsvrijheid van de burgers. Het is heel moeilijk om te bewijzen dat deze specifieke maatregel een groot effect heeft, zo geeft het OMT aan. De SGP vond en vindt, alles afwegend, dat de avondklok in de huidige omstandigheden geen proportionele maatregel is. Dus wij blijven bij het standpunt dat wij de verlenging afwijzen. Ik zeg daarbij dat we de lat hier hoger leggen dan bij andere maatregelen die het kabinet neemt, omdat het een uitzonderlijk juridisch kader is waar een beroep op wordt gedaan. Daarom zijn wij eigenlijk extra streng bij deze maatregel. We hebben de coronawet hier uitvoerig besproken. Daar valt deze maatregel niet onder en dus ook niet onder alle waarborgen die bij die wet horen.

Eigenlijk vind ik het ook heel ongemakkelijk om het nu hier in het parlement te hebben over een verlenging, terwijl het eerstvolgende debat over de avondklok over de wet had moeten gaan. Want deze bijzondere noodwet zegt duidelijk dat er onverwijld een wetsvoorstel naar het parlement moet worden gestuurd, zodat de Tweede en de Eerste Kamer — dat is nu ook nog niet gebeurd — zich kunnen uitspreken over de invoering. Nu praten we eigenlijk al over een verlenging, zonder dat we de invoering parlementair hebben bekrachtigd. Dat is heel ongemakkelijk en daarom zijn wij vanuit juridisch oogpunt extra kritisch op deze gang van zaken. Mijn kernvraag is daarom waarom het zo lang geduurd heeft voordat de bekrachtigingswet naar de Kamer is gegaan. Waarom is niet, zoals bij de spoedwet over de testverplichting, alles uit de kast getrokken om dat zo snel mogelijk voor elkaar te krijgen?

Voorzitter, tot slot. Ik lees dat het kabinet de avondklok de komende weken zeer nauwgezet blijft beoordelen en deze maatregel per direct stopt wanneer daar eerder aanleiding toe is. Kan de minister aangeven op basis van welke informatie het kabinet al dan niet besluit om de avondklok te beëindigen voor 3 maart? Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Kuzu namens DENK. Gaat uw gang.

De heer Kuzu (DENK):
Dank u wel, voorzitter. Bijna dagelijks krijg ik berichten dat mensen in het land het coronabeleid van dit kabinet echt spuugzat zijn. Het is dan ook onbegrijpelijk en schandalig dat deze heren mensen nog verder in de ellende storten door de avondklok te verlengen tot 2 maart. Nota bene het eigen RIVM van de regering kan het bewijs voor de avondklok niet leveren. De daling van de besmettingscijfers was al eerder ingezet en kan niet worden toegeschreven aan de avondklok. Het is bizar dat deze regering de eigen mensen pijnigt met een maatregel die door niemand overtuigend bewezen kan worden. Waarom doet deze regering Nederlanders de avondklok aan? Diezelfde vraag geldt ook voor de politieke partijen die eerder allemaal stemden voor een motie om geen avondklok in te voeren. Van het CDA en de VVD wisten we het al, maar draaipartij D66 heeft voor een halfuurtje de ziel verkocht en ermee ingestemd om jongeren na 21.00 uur op te sluiten, samen met PvdA, GroenLinks en SP. Deze avondklokcoalitie stort Nederlanders verder in de ellende.

Voorzitter. Wat DENK betreft gaat die onzalige avondklok zo snel mogelijk de prullenbak in. Deze maatregel die veel te ver gaat, richt te veel schade aan in Nederland. In plaats daarvan moet de regering maatregelen nemen die wel zin hebben, bijvoorbeeld nog meer inzetten op thuiswerken, want 17% van de gevallen wordt veroorzaakt doordat mensen naar hun werk afreizen. De regering moet nog meer inzetten op communicatie en op het handhaven van basale voorschriften. Ze moet nog meer inzetten op het naleven van de regels in supermarkten en in het openbaar vervoer.

De avondklok is onnodig, onverstandig en disproportioneel. Vandaag zag ik in het nieuws dat in Duitsland het ministerie wetenschappers inschakelde om corona-angst in te boezemen. Het zou me niet verbazen als dat ook in Nederland gebeurt. Ik zou in ieder geval beide heren willen verzoeken hierop te reageren. Ik wil uitsluiten dat dit in Nederland gebeurt. We mogen mensen in dit land niet onnodig angst inboezemen, maar dat gebeurt helaas wel. Dat moet ophouden.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Van Otterloo namens 50PLUS.

De heer Van Otterloo (50PLUS):
Dank u wel, voorzitter. Ik denk dat niemand hier een liefhebber van de avondklok is en niemand zou hem hebben verzonnen, maar dat geldt ook voor de pandemie. Zolang er geen andere signalen zijn dat het zou kunnen, zouden wij geen voorstander zijn van het nu afschaffen van de avondklok.

Dat laat onverlet dat er natuurlijk allerlei andere maatregelen zijn waarvan het de moeite waard is ze te intensiveren, of het nu gaat om het thuiswerken of het zorgen dat het vaccineren beter gaat. Waar wij ons namelijk veel zorgen over maken is de reden waarom we dit doen. Wij doen dit omdat de ziekenhuizen vol liggen en omdat we vrezen voor een derde golf. En wat doet het kabinet? Voor de vijfde keer negeren ze het advies van de Gezondheidsraad en wordt de vaccinatie niet toegepast op de meest kwetsbaren en de ouderen, maar wordt het verdeeld over meerdere groepen. Daarmee neemt het risico op de derde golf alleen maar toe. Ik heb dagelijks contact met het Verenigd Koninkrijk en ik kan u verzekeren dat de maatregelen daar een stuk zwaarder zijn dan hier. Daar is weliswaar formeel geen avondklok, maar het zien van andere mensen is bijna onmogelijk. Wat ons betreft is die beperking tot één bezoeker een veel zwaarder instrument. Mensen hebben veel meer moeite met het dringende advies om maar één iemand te ontvangen en niet een bubbel te mogen ontvangen. Dat leidt tot veel meer problemen dan het feit dat je na 21.00 uur 's avonds niemand meer kan ontvangen.

Voorzitter, ik sluit af. Als de vaccinatiestrategie blijft zoals die nu is, vrezen wij dat we nog veel te lang vast zitten aan dit soort maatregelen. We zouden die liever vandaag dan morgen kwijt zijn, maar dat gaat niet als je ziet dat de gemiddelde levensverwachting van Nederlandse mannen met negen maanden is afgenomen, en niet als gevolg van een onschuldig griepje.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Van Haga namens FVD.

De heer Van Haga (FvD):
Voorzitter. Dit debat is zinloos. De uitkomst ligt namelijk al vast: de avondklok wordt verlengd tot 3 maart. Met steun van de VVD, D66 en alle andere linkse partijen voor een maatregel die onze vrijheid op een buitengewoon paternalistische manier beperkt. Die steun was er ook voor de anderhalvemeterregel, voor het bezoekverbod en voor de mondkapjesplicht. Die steun was er ook voor het sluiten van de scholen en voor de bizarre verplichting om kinderen op school mondkapjes te laten dragen. En straks ongetwijfeld voor verplichte tests, verplichte quarantaine en verplichte vaccinatie voor onze kinderen. Die steun was er ook voor de strengste en meest schadelijke lockdown van Europa. Die steun is er nu voor de verlenging van de avondklok, een vrijheidbeperkende maatregel die zijn weerga niet kent. Een maatregel die voornamelijk jongeren treft die nu al meer dan een jaar in sociaal isolement zitten.

Over een paar jaar zullen onze kinderen vragen: maar pappa, of mamma, wat deed jij tijdens de coronacrisis? En dan moeten we antwoorden: niks; we deden allemaal een mondkapje op als deugsymbool en we steunden al deze maatregelen want we waren doodsbang. Bang voor een virus dat iets gevaarlijker bleek dan een gewone griep, maar voornamelijk voor mensen boven de 65 jaar met overgewicht. En dan zal er gevraagd worden: maar al die mensen met kanker dan en al die mensen die werkloos werden? En jullie zullen met je mond vol tanden staan. Nee hoor, pappa of mamma kreeg gewoon €10.000 salaris per maand en het was heel vervelend dat we niet op wintersport konden, maar voor de rest merkten we weinig. Maar was er dan geen enkel moment dat je die ramp had kunnen stoppen? Je was toch Tweede Kamerlid, op jullie kwam het toch aan?

Voorzitter. Dit is zo'n moment. Nu komt het eropaan. Vandaag kunnen we deze onzin stoppen. Vandaag kunnen we kiezen voor een strategie waarbij ouderen en kwetsbaren beschermd worden, waarbij we de zorg opschalen, maar waarbij de rest van de samenleving weer vrij is. Scholieren weer naar school en studenten weer naar college! Kappers weer aan het knippen en de festivals weer vol met dansende mensen! Kroegen en restaurants weer open, zodat we weer samen kunnen eten en drinken. Winkels weer open, zodat we weer normaal kunnen zien wat we kopen.

Voorzitter. Op ons komt het vandaag aan. Daarom zal Forum voor Democratie straks opnieuw een motie indienen tegen de avondklok en voor onze vrijheid.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik tot slot het woord aan de heer Krol. Gaat uw gang.

De heer Krol (Krol):
Dank u wel, voorzitter. Ik kan heel kort zijn. De avondklok is een enorme vrijheidsbeperking. Ik was tegen en ik zal tegen blijven. Het is net al genoemd: op internet circuleren nu berichten over de Duitse collega's. Het Duitse kabinet heeft het Duitse RIVM gevraagd om de situatie zo alarmerend mogelijk voor te spiegelen, zodat vergaande maatregelen op meer draagvlak kunnen rekenen.

Ik heb daarom een dringende vraag: wat vindt de minister-president van wat er in Duitsland gebeurt? Het staat in WELT AM SONNTAG; dat is toch geen boulevardblaadje. Het wordt inmiddels overgenomen door NOS en andere Nederlandse media. Wat vindt hij daarvan? Kan hij ons verzekeren dat zoiets in Nederland niet het geval zal zijn?

Dank u wel, mevrouw de voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan zijn we hiermee aan het einde gekomen van deze termijn. Ik kijk even naar de minister-president. Zullen we er vijftien minuten van maken? Dan schors ik de vergadering tot 17.15 uur.

De vergadering wordt van 16.59 uur tot 17.18 uur geschorst.

De voorzitter:
Ik geef de minister-president het woord.


Termijn antwoord

Minister Rutte:
Voorzitter. Ik wil vooraf graag twee opmerkingen maken. Dan zal ik ingaan op de vragen over de avondklok en een paar overige vragen. De minister van Justitie zal ingaan op die vragen over de avondklok die onder andere het juridische kader regarderen.

Allereerst het artikel in die WELT. Dat heb ik gezien. Zoiets doet zich in Nederland niet voor, als zoiets zich al voordoet in Duitsland. Dat weet ik niet, maar in ieder geval doet zoiets zich in Nederland niet voor.

Voorzitter. Nu we elkaar toch spreken, wil ik nog één ding vooraf zeggen. Door het slechte weer zal niet iedereen naar de teststraat kunnen. Ik hoop dat de meeste mensen het toch doen en dat kunnen. Maar als het echt niet kan, blijf dan thuis als je klachten hebt. Dat wil ik nog wel een keer zeggen. Ik zeg dat ook omdat ik zelf vorige week in een persconferentie zei dat ik nog nooit getest ben. Dat klopt ook. Ik heb het nog even nagekeken. Daarmee heb ik me keurig aan alle regels gehouden. Maar het is goed om die hier nog even heel kort te noemen. Namelijk: je laat je testen bij klachten. Je blijft ook thuis bij klachten. Je laat je dan testen bij de GGD. Ik heb die klachten niet gehad en ook geen meldingen gekregen via bijvoorbeeld een bron- en contactonderzoek. Maar het is natuurlijk wel degelijk zo dat mensen ook getest kunnen worden, zelfs getest moeten worden, als ze bijvoorbeeld — dat is zo sinds december — uit een hoogrisicoland komen of onderdeel zijn van een grootschalige test, zoals die op dit moment plaatsvinden of plaats hebben gevonden in een aantal gemeenten en wijken. Daarbij wordt iedereen getest.

Testen zonder klachten is in specifieke situaties ook zinvol, bijvoorbeeld bij mensen die een risico hebben gelopen op een besmetting door een nauw contact, of omdat iemand naar voren is gekomen uit dat bron- en contactonderzoek of door een CoronaMelder-appmelding. Zoals u weet, doen we momenteel ook proeven met het testen van een hele populatie van een gemeente of wijk. Het kabinet onderzoekt ook de mogelijkheid van toegangstesten. Dat wil ik hier toch gezegd hebben, want het is slecht weer, dus sommige mensen zullen misschien niet naar de teststraat kunnen. Als het niet gaat, is dat ontzettend vervelend, maar ga dan ook niet de straat op. Blijf dan thuis en laat je testen bij de GGD.

Dan heb ik nog een laatste inleidende opmerking, maar die raakt ook aan het punt van de avondklok. Het kabinet is zich zeer bewust van de verschillende maatschappelijke crises die er gaande zijn. Natuurlijk de gezondheidscrisis. Daar horen ook alle maatregelen bij. Daarnaast de sociaal-economische crisis. Daar horen alle steunpakketten bij. Maar er is ook een sociaal-psychologische crisis. Daar zijn we mee bezig langs een aantal lijnen. We kijken naar de situatie van de kwetsbare jeugd, van de jeugd in het algemeen maar zeker ook van de kwetsbare jeugd, en van ouderen en volwassenen. Denk aan de aanpak van eenzaamheid, ambulante begeleiding en een gezonde leefstijl. Ik ga morgenavond om 19.00 uur zelf via Instagram live in gesprek met jongeren, maar er zullen de komende tijd veel andere initiatieven volgen. Aanstaande vrijdag praat het kabinet over de brede aanpak. Volgende week dinsdag praten wij in een eerste ronde — wij zullen het nog niet afronden, denk ik, maar dat doen wij zo snel mogelijk — over de impact van de crisis op het onderwijs. Zo zijn we langs al die lijnen bezig om naast de gezondheidscrisis en de sociaal-economische crisis ook de maatschappelijke impact goed onder schot te hebben en er een antwoord op te formuleren.

Voorzitter. Dan kom ik bij de vragen over de avondklok. Die loopt formeel, parallel met de huidige lockdown, tot 3 maart, 4.30 uur. Maar het is een bijzondere maatregel, ingezet op grond van staatsnoodrecht, de Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag. Daarom zullen wij die avondklok de komende weken ook heel nauwgezet volgen. Wanneer er aanleiding toe is, zullen wij die maatregel stoppen. Dat kan zodra dat mogelijk is, bijvoorbeeld als uit nieuwe analyses van het OMT blijkt dat de bijdrage van de avondklok beperkt is en/of omdat de cijfers zich gunstig hebben ontwikkeld, ook in relatie tot de verschillende mutaties die we op dit moment zien, zoals het Zuid-Afrikaanse virus en andere virussen, en natuurlijk het Britse virus. Dus als dat kan binnen het epidemiologische beeld.

Gezien de status aparte van deze maatregel zullen we die in ieder geval op 23 februari apart heroverwegen. Het hele pakket wordt dan heroverwogen, gericht op 3 maart, maar hier zullen we in het bijzonder naar kijken, naast alle andere maatregelen. Nogmaals, in het ergste geval loopt die dus door tot 3 maart.

Dan komt natuurlijk de vraag van de heer Wilders en van anderen: maar waarom dan, want er is toch geen feitelijk bewijs voor de werking? Een paar dingen daarover. Het Outbreak Management Team adviseert om de huidige maatregel, dus inclusief de avondklok en de bezoekbeperking, te continueren. Zij zeggen op basis van hun wetenschappelijke oordeel dat de epidemiologische situatie nog steeds heel kwetsbaar is. Dat heeft te maken met een stapeling van onzekere factoren, zoals de precieze besmettelijkheid van de Britse variant, het effect van de maatregelen, maar ook het effect van het vaccinatieprogramma op de doorgifte van het virus. Daardoor kennen ook de ramingen grote onzekerheidsmarges en dus ook grote risico's. Een eerste analyse van de effecten onderschrijft het belang van alle maatregelen inclusief de avondklok in het pakket. Ook wordt nog steeds de noodzaak om die reproductiefactor, dus die reproductiewaarde zo laag mogelijk te krijgen en te houden, onderschreven. Het Outbreak Management Team is op verschillende manieren nagegaan of er al een effect voor de avondklok en de bezoekregeling in de context van het gehele maatregelenpakket is waar te nemen op grond van de berekening van het reproductiegetal, op grond van onderzoek naar de hoeveelheid en typen contacten en op grond van het actuele verloop van de opnames op de intensivecareafdelingen van de ziekenhuizen ten opzichte van de prognoses uit de modellering.

De effectmetingen kennen natuurlijk beperkingen en onzekerheden. Dat is altijd zo. De avondklok en de bezoekbeperking zijn nog maar kort geleden ingevoerd en dat betekent dat je in ieder geval op dit moment niet de avondklok los van die bezoekbeperking kunt bekijken. Op grond van de modellering is het effect van de avondklok en de bezoekbeperking samen teruggerekend op een reductie van 10%, wat ook consistent is met de in de literatuur gerapporteerde 8% tot 13%. Nou kan ik er nog heel veel meer over zeggen maar dat vindt u ook terug in de brief die het kabinet heeft gestuurd. Zo is er bijvoorbeeld gekeken naar het geheel van contacten dat mensen hebben en dat is afgenomen. Ik kan ook verder ingaan op de opnames op de ic-afdelingen als u dat wilt of ook nog breder op de uitkomsten van modellering. Dit alles leidt bij elkaar opgeteld tot een verwacht effect zoals ik dat net noemde, wat overigens nog niet precies is wat we nu weten omdat het nog te kort bezig is, maar dat wel al zo veel informatie geeft, dat wij zeggen, in lijn ook met het advies van het Outbreak Management Team, dat het zeer verstandig is om door te gaan met deze twee maatregelen.

Ten aanzien van de avondklok kan ik nog een paar laatste dingen zeggen, waarmee ik alle vragen over de avondklok heb beantwoord. Ik heb al iets gezegd over de termijn van twee tot drie weken verlenging. De heer Groothuizen heeft gevraagd waarop het kabinet het baseert dat de schade door de avondklok beperkt is. Het is waar dat wij verwachten dat de aanvullende schade beperkt is. Dat heeft ermee te maken dat als het gaat om de economische activiteit er sowieso in de avond en de late avond en nacht minder economische activiteit is. Er is al heel veel niet mogelijk. We kunnen al niet naar de horeca of naar de bioscoop. Veel economische activiteiten die nu wel plaatsvinden, zoals ploegendiensten, kunnen nog steeds doorgaan. Dat neemt natuurlijk niet weg dat de optelsom van alle maatregelen ook effect heeft op de contacten tussen mensen, de sociale contacten. Daar heeft het natuurlijk wel degelijk een impact op. Het is ook in die zin beperkt, dat het na 21.00 uur 's avonds is. We denken met anderen hier in de Kamer in de eerste termijn dat de beperking van de contacten thuis, de bezoekcontacten, dus één bezoeker thuis en één persoon op bezoek, aanzienlijke effecten heeft op de mate waarin mensen de gevolgen ervaren van deze crisis. Maar alles afwegend menen wij dat dit in verhouding staat tot de noodzaak op dit moment, gezien het epidemiologisch beeld, om deze maatregel te nemen.

Dit in antwoord op de vragen over de avondklok, voor zover niet de vragen die de heer Grapperhaus zal beantwoorden wat betreft het juridisch kader.

De voorzitter:
Eerst de heer Wilders, dan de heren Kuzu, Hijink en Groothuizen.

De heer Wilders (PVV):
Veel woorden van de minister-president, maar eigenlijk bevestigt hij op alle drie de punten mijn gelijk, namelijk 1. dat er feitelijk nul bewijs is dat de avondklok werkt, 2. dat het alleen maar theoretische modellering is die zegt dat het iets zou kunnen opleveren en 3. dat het dan altijd samen is met de bezoekregeling. Dus de minister-president kan niet zeggen wat nu het effect is van de avondklok. Dat zou dan alleen samen met de bezoekregeling kunnen maar dan kan hij het eigenlijk nog niet. Dat kan hij gewoon niet. Hij heeft een theoretisch model, maar hij moet het toch met mij eens zijn dat hij feitelijk geen bewijs heeft — het OMT zegt het ook — dat er een effect is van die avondklok. Ik ben natuurlijk niet gek; ik zie dat u de coalitiepartijen en een aantal van de oppositiepartijen al achter u heeft, maar toch ga ik ervan uit dat we hier niet voor Piet Snot staan en dat we nog steeds wat invloed kunnen hebben op uw beleid. Als u een liberaal bent, als u vindt dat de vrijheid het grootste goed is dat iemand heeft en dat dit alleen ingeleverd kan en mag worden als dat keihard nodig en ook aangetoond is dat de maatregel effect heeft op het bestrijden van corona, dan vindt u mij aan uw kant, maar dat is hier niet het geval. We weten hier niet wat het effect is. Het is een slag in de lucht. Ik zou u willen vragen om om die reden de buitenproportionele maatregel van het verlengen van de avondklok niet in te voeren.

Minister Rutte:
De heer Wilders heeft voor een stukje gelijk. Het is inderdaad nog niet mogelijk om heel precies te berekenen wat het effect van de avondklok is op basis van een berekend reproductiegetal. Dat is het getal waarmee wordt aangegeven hoeveel mensen andere mensen besmetten als ze eenmaal zelf besmet zijn. Het is wel degelijk zo dat er informatie is. Die informatie laat zien dat de avondklok begint te werken. Ook het Outbreak Management Team meent dat uiteindelijk het effect teruggerekend kan worden tot een reductie van zo'n 10%. Dat is zeer aanzienlijk als je kijkt hoe belangrijk het is om de epidemie onder controle te krijgen. Dat heeft te maken met het gemiddeld aantal contacten dat mensen hadden. Dat is zichtbaar afgenomen ten opzichte van de periode voor de avondklok en de bezoekregeling. Maar ook als je kijkt naar het aantal ic-opnames in de ziekenhuizen, zie je dat precies de lijn wordt gevolgd van de prognose waarin de avondklok en de bezoekbeperking effect hebben. Dat zie je zelfs nog beter dan bij de prognose waarin dit niet het geval is. Op grond van de uitkomsten van die modelleringen maar ook van de overige modelleringen die het OMT maakt — de gedragsunit van het RIVM en ook de modelleringsafdeling van het RIVM — is de reductie die bewerkstelligd wordt door de avondklok en de bezoekregeling teruggerekend en blijkt die uit te komen op die genoemde 10%. Dus dat is aanzienlijk.

Het tweede is dat het OMT ook laat zien in wat voor buitengewoon spannende fase van de crisis we ons bevinden, omdat er grote onzekerheden over het Britse virus zijn. Ja, de besmettelijkheid is iets minder dan een week geleden werd aangenomen: niet 50% besmettelijker maar tussen de 35 en de 40%, maar nog steeds aanzienlijk besmettelijker. Het reproductiegetal van het Britse virus ligt ook ver boven de 1. Dat betekent dat we het risico lopen dat we weer in een opwaartse beweging gaan. In zo'n fase, wetend ook dat deze maatregelen nu de eerste effecten laten zien, zou het uitermate onverstandig zijn, en zelfs ook verkeerd beleid en ook in strijd met onze gezamenlijke taak om de volksgezondheid te beschermen, als we deze maatregel nu zouden loslaten. Dat moeten we écht niet doen. Daarvoor is de situatie veel te fragiel.

De heer Wilders (PVV):
Wat de minister-president zegt, klopt gewoon niet. Want die 10% is puur theoretisch. Hij heeft het over onderzoeken, modelleringen. Het is puur theoretisch en het is een gezamenlijk percentage voor de avondklok en de bezoekersregeling. U zegt nu even dat die 10% door de avondklok komt. Dat is niet waar. In uw brief zegt u zelfs a. het is theoretisch, het is een model en b. we kunnen dat niet los zien van, we moeten dat beoordelen samen met die bezoekersregeling. Dus misschien komt het wel vooral door de bezoekersregeling en niet door de avondklok. U kunt dat niet aantonen. Dus u houdt hier de Kamer en Nederland voor de gek.

Voorzitter. Dan de besmettelijkheid. Die besmettelijkheid is inderdaad nog te hoog. Dat ben ik met de minister-president eens. Maar die besmettelijkheid is wel gedaald. Als we kijken naar de besmettelijkheid van het normale coronavirus, dan is de R van 0,85 naar 0,8 gedaald. Maar de R van het virus uit het Verenigd Koninkrijk, die R van het Britse variant, is in een week tijd meer dan 10% gedaald. Op 14 januari was die 1,27 en op 22 januari was die 1,13. Dat is een grote daling. Die R is in een week tijd met meer dan 10% gedaald. Inderdaad, meneer Rutte, die R is nog steeds boven de 1%, maar dit is allemaal van voor de avondklok. Die 1,13, die 10% minder, is van 22 januari, terwijl de avondklok op 23 januari is ingegaan. Dus u heeft gezien dat zelfs zonder de avondklok de besmettelijkheid, de R van die Britse variant, in een week met meer dan 10% is gedaald. Dus het gaat niet de verkeerde kant op. Het is nog te hoog, maar het is substantieel gedaald.

Mevrouw de voorzitter. De minister-president heeft dus geen feitelijk bewijs dat die avondklok heeft gewerkt. Die 10% is lariekoek. Dat gaat samen met de bezoekersregeling. En voordat de avondklok werd ingevoerd, is die nog steeds te hoge R, die besmettelijkheid van het VK-variant, substantieel en spectaculair met 10% gedaald. En dan zegt hij, als liberaal: mensen, ik verleng het; ik blijf thuis; misschien zal ik het over een paar weken aanpassen en zal ik het oplossen. U moet, als u iets met vrijheid heeft, niet met deze feiten die gewoon niet in uw voordeel spreken, de mensen thuis opsluiten.

Minister Rutte:
De heer Wilders heeft het op drie punten bij het verkeerde eind. In de eerste plaats, het is niet zo dat er geen bewijslast is. Ik heb daar net op gewezen. Er is niet de directe werking van de avondklok, maar wat we nu kunnen zien, is het volgende. Dat zijn geen cijfertjes in de toekomst, dat zijn bewezen cijfers. Die laten in de eerste plaats zien dat het aantal contacten dat mensen hadden, is afgenomen ten opzichte van de periode voor de avondklok en de bezoekregeling. Dat laat dus wel degelijk het effect zien van deze maatregelen. Het tweede is dat je het ook ziet in de ziekenhuisopnames. Die begonnen in de afgelopen weken aanzienlijk te dalen. Die laten op dit moment precies het effect zien dat ook zou passen bij een succesvol ingevoerde avondklok. Dus het is niet waar wat de heer Wilders zegt; dat het allemaal berekeningen naar de toekomst zijn. Dat is punt één. Er zijn wel degelijk cijfers die laten zien dat het begint te werken.

Het tweede punt heeft te maken met het feit dat het een optelsom is van twee maatregelen. Dat klopt. Maar wat de heer Wilders ook kon lezen in de brief van het OMT, is dat de zelf gerapporteerde opvolging van de avondklok heel hoog is: 95%, bijna 100%. Tegelijkertijd kon hij lezen dat uit de gedragsonderzoeken van het RIVM en de GGD's blijkt dat het draagvlak voor en de naleving van de aangescherpte bezoekregeling een stuk lager is. Dus wij mogen hier zonder meer de aanname doen dat in de mix van die twee maatregelen de avondklok dominant is. Die heeft dus wel degelijk effect.

De laatste opmerking heeft te maken met de besmettelijkheid van het Britse virus. Het is echt niet verantwoord wat de heer Wilders hier doet. Hij zegt: "Ach, hij daalt al wat, dat is toch mooi? En het R-getal is 1,13; waar maak je je nou druk over?" Voorzitter, 1,13 betekent dat in acht dagen het aantal mensen dat besmettelijk is, verdubbelt. Dat is niet wat Nederland aankan op dit moment. Wij hebben nu 540 mensen liggen op de intensive care. We hebben op dit moment 100.000 mensen in Nederland die besmettelijk zijn. We hebben zo'n groot aantal besmettelijke mensen in Nederland en een reproductiefactor van het Engelse virus, waarvan we inmiddels aannemen dat die zorgt voor twee derde van alle besmettingen, die zo hoog ligt. In de cijfers van twee weken terug was het een stuk lager, ongeveer de helft. Nu is de verwachting dat twee derde van het aantal mensen dat besmet raakt, besmet raakt met het Britse virus. Je weet het nog niet zeker, maar dat is wat de verwachting is van het RIVM en het OMT. Dan is het volstrekt onverantwoord om te denken dat je met een reproductiefactor van 1,13 wel door kunt gaan. Nee, dat kun je niet. Want dan loop je het risico dat die epidemie als geheel weer gaat oplieren en dat we na een korte daling de zaak weer stijgend, en zelfs heel fors stijgend, krijgen. Laten we daarom nu geen risico's nemen. We willen allemaal af van die avondklok, als die niet zou werken en of als we epidemiologisch zien dat dingen er beter voor staan. Maar het is werkelijk echt heel onverstandig wat de heer Wilders hier voorstelt. Niet doen.

De heer Kuzu (DENK):
Voorzitter. Dat we af willen van de avondklok, hebben de minister-president en in ieder geval mijn fractie gemeen. Maar als we dan vervolgens gaan kijken naar de uitingen die daarover worden gedaan, verschillen we echt wel van opvatting. Ik zie ook dat in de adviesaanvraag van VWS, waar het gaat om de avondklok, veel vraagtekens in de vraagstelling staan. Ik bedoel bijvoorbeeld: op 29 januari was het effect van de avondklok er niet op te betrekken, dus kunnen jullie, RIVM, alstublieft de effecten van de avondklok weerspiegelen zodat we dat in dit debat kunnen meenemen? Maar vervolgens zien we dat er eigenlijk helemaal niks komt. Daar zal ik niet nog een keer op ingaan. Het punt is dat we hebben gezien dat in één wetenschappelijk onderzoek dat percentage van 8% tot 13% wordt aangehaald. Maar in verschillende rapportages en onderzoeken zien we dat dit niet gebeurt. Waarom staren de minister-president en het kabinet zich eigenlijk blind op één onderzoek, terwijl meerdere wetenschappelijke onderzoeken aangeven dat het niet werkt?

Minister Rutte:
De modelleringsunit van het RIVM is wereldwijd toonaangevend. De modellen die Jacco Wallinga en zijn team ontwikkelen, worden wereldwijd gebruikt om op het gebied van COVID-19 de epidemiologie te tracen en om te kijken wat er aan het gebeuren is. We hebben hier echt met de allerbeste mensen te maken. Daarnaast werken we niet alleen met het RIVM. We werken in het Outbreak Management Team met een breed team van mensen uit de wetenschap. Uiteraard uit de virologie, maar ook op aanpalende terreinen, zoals de kindergeneeskunde et cetera, om ervoor te zorgen dat we gezamenlijk een beeld opbouwen van wat verstandig is om te doen. Natuurlijk moet er daarna een politieke weging plaatsvinden, vanzelfsprekend.

Zij hebben ons gezegd, op basis van alle informatie die zij hebben, wat zij verwachten dat het effect van de avondklok zal zijn. Het duurt een paar weken voordat je daadwerkelijk effecten ziet. Iemand wordt besmet. Dan duurt het een paar dagen voor je klachten hebt. Dan duurt het een paar dagen voordat je de testuitslag hebt. Je bent even thuis en moet op de testuitslag wachten. Dan word je ziek. Misschien ernstig, en dan ga je naar het ziekenhuis. In het ergste geval kom je op de intensive care terecht. Dus het duurt echt enige tijd voordat je de daadwerkelijke impact ziet van een besmetting. Daar zit een vertraging in. Je kijkt altijd vertraagd in het verleden naar die besmetting. Daarom zeggen zij: we kunnen het nu na twee weken niet precies zeggen, maar twee effecten zien we nu wel degelijk heel duidelijk. Die effecten zijn overtuigend, zowel op het punt van de contacten tussen mensen, als op het punt van de opnames in de ziekenhuizen. Tegen de achtergrond van het feit dat de reproductiefactor van de Engelse variant zo hoog ligt en dat het onze gezamenlijke taak is om het land veilig en gezond te houden en door de gezondheidscrisis te leiden, zou ik het zonder meer onverstandig vinden om nu in te gaan tegen een advies dat zo duidelijk uit deze organisatie voortkomt: uit het Outbreak Management Team van virologen.

De heer Kuzu (DENK):
We kunnen het hebben over het maatregelenpakket. Dan zijn er ook nog heel veel andere maatregelen voor te stellen, die veel meer effect kunnen hebben. Waar het om gaat, is dat dit een ingrijpende maatregel is, waarvan de minister-president zelf aangeeft dat hij het eigenlijk gewoon niet wil, maar waarvan hij de noodzaak voelt om dat toch te doen. Tegelijkertijd is het zo dat we heel veel wetenschappelijk onderzoek zien dat zegt: het werkt eigenlijk niet. Nederland is geen eiland. We zien dat de avondklok ook in andere landen is ingevoerd. Ook daar is wetenschappelijke literatuur en onderzoek over beschikbaar. Ik noem Barbara Yaffe, associate medical officer of health van de universiteit van Ontario, ik noem het Johns Hopkins Centre for Health Security. Er is geen goed bewijs dat een avondklok werkt. Ik denk niet dat er enige vorm van sterk bewijs is dat een avondklok werkt. Ik heb nog geen …

De voorzitter:
Meneer Kuzu.

De heer Kuzu (DENK):
Ik heb nog geen bewijs gezien dat avondklokken effectief zijn in het beperken van de verspreiding van het virus. Tal van internationale onderzoeken geven aan dat het gewoon geen effect heeft of dat het effect niet vast te stellen is.

De voorzitter:
Helder.

De heer Kuzu (DENK):
Waarom staart de minister-president zich echt blind op één onderzoekje en op modellen die mogelijk een uitwerking kunnen hebben in het Nederlandse?

Minister Rutte:
Omdat we op dit moment in het COMIX-onderzoek zien dat het aantal contacten dat mensen hebben, is afgenomen na de instelling van de avondklok. Dat is één. Twee. We zien dat het aantal ic-opnames en ziekenhuispatiënten precies de lijn volgt van de prognose waarin de avondklok en de bezoekregeling effect hebben. Dat zijn geen modellen uit het buitenland, dat zijn gewoon de feiten in Nederland. Dat vind ik belangrijke informatie waar het OMT mee komt. Het zegt ons: kabinet, wees verstandig, gegeven de grote ernst van het Engelse virus en de grote bezorgdheid daarover, is het op dit moment niet verantwoord, gewoon niet verantwoord, om deze maatregel te stoppen.

De heer Kuzu (DENK):
Een laatste opmerking daarover, want dit is echt goochelen met cijfers. We zien dat die dalende trend al inzette vanaf januari. We zitten nu medio februari, maar die dalende trend is echt niet toe te schrijven aan de avondklok. Die is toe te schrijven aan allerlei andere maatregelen en de wereldwijde ontwikkeling van het virus. Nu cijfers tevoorschijn toveren en dat toeschrijven aan de avondklok, is niet in lijn met wat ook het OMT stelt in de brief die we hebben ontvangen. Ik snap de minister-president niet. Waarom is hij zo vasthoudend als het gaat om die avondklok?

Minister Rutte:
Dit klopt echt niet, hoor. Het OMT is er heel helder over, zowel over het COMIX-onderzoek als over de effecten op dit moment in de ziekenhuizen. Dat laatste volgt exact de prognose waarin de avondklok en de bezoekbeperking effect hebben. Wat de heer Kuzu zegt, is echt niet juist.

De voorzitter:
Dan geef ik nu het woord aan de Hijink, daarna de heer Groothuizen en dan de heer Van der Staaij.

De heer Hijink (SP):
Ik hoor de minister-president zeggen en het staat ook in de brief dat de avondklok het liefst zo snel mogelijk gestopt moet worden. Dat begrijp ik en daar is de SP het ook erg mee eens. Wat ik lastig vind, is dat alle maatregelen tot 3 maart gelden. De minister-president geeft zelf net aan dat het OMT noch het kabinet kan beoordelen of de daling bepaald wordt door de avondklok of door het beperken van het bezoek aan huis. Als we dat nu niet kunnen — Van Dissel heeft het eerder ook gezegd: je kunt niet één maatregel eruit pikken en daar het effect van berekenen — hoe denkt het kabinet dat dan te gaan doen rond de 23ste, als we specifiek over deze maatregel een nieuw besluit mogen verwachten?

Minister Rutte:
Dat zal lastig zijn. De heer Hijink heeft daar gewoon gelijk in. Tegelijkertijd zie je wel dat de naleving van de avondklok bijna 100% is en de naleving van de bezoekregeling helaas echt een stuk lager. In de mix weet je dus dat die maatregel een stuk minder wordt nageleefd. De komende dagen zullen we op basis van de adviezen die we van de modelleurs en het Outbreak Management Team krijgen, zien wat hun laatste inzichten zijn. Die analyses van het OMT en de adviezen die daaruit voortkomen, zullen voor ons bepalend zijn of je eerder kunt stoppen met die avondklok of niet. Wij vinden 'm zo uniek, het is zo'n bijzondere maatregel, het is zo'n uitzonderlijke situatie — het staatsnoodrecht, de Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag geldt — dat wij 'm ook echt apart hebben gezet in de maatregelen die we nemen. In het ergste geval loopt de maatregel door tot 2, 3 maart, tot het einde van de andere maatregelen, maar hij wordt echt apart op de zeef gelegd op 23 februari.

De heer Hijink (SP):
Dat begrijp ik, maar ik denk dat het belangrijk is dat het kabinet wel eerlijk is over wat we nu precies gaan doen. Als we nú geen goed zicht hebben of het effect dat nu bereikt wordt, komt van een avondklok of van het beperken van het bezoek aan huis, dan moet het kabinet wel samen met het RIVM kijken of er aanvullend onderzoek kan worden gedaan. Gebeurt dat? Wordt onderzoek gedaan om te kijken of wél door te rekenen is van het effect is van alleen die avondklok? Anders vrees ik dat we hier over twee weken weer staan en dat het kabinet, de minister-president, zal zeggen: ja, we zien een bepaalde trend, maar we kunnen het nog steeds niet uit elkaar trekken en dus zijn we genoodzaakt om het weer gewoon te verlengen. Als dat nu al de gedachte is, dan moeten we misschien ook maar gewoon eerlijk zijn.

Minister Rutte:
Nee, dat is nu niet de gedachte. We willen de komende dagen en weken kijken of we in staat zijn om daar toch meer onderscheid in te maken. Dat weten we niet zeker, daar moet ik de heer Hijink gelijk in geven. We weten dat niet zeker, maar we weten helaas veel in deze crisis niet zeker. We gaan het wel bekijken. Wat je in ieder geval zeker weet, is dat de mate van compliance, van naleving, verschillend is. Ik zei het net. En we zullen natuurlijk proberen om de Kamer ook weer zo goed mogelijk te informeren op basis waarvan we dan besluiten nemen. Maar op de vraag die gesteld was — wat was daarvoor leidend? — zeg ik: dat zijn natuurlijk ook de adviezen van het OMT tegen die tijd, zowel op wat die avondklok doet alsook/of wat de epidemiologie doet, dus de mate van verspreiding van het virus.

De heer Groothuizen (D66):
Precies op dat laatste punt wil ik een vraag stellen. Het kabinet schreef in de brief heel helder op: wanneer er aanleiding is om te stoppen met die avondklok, dan doen we dat per direct. Nu heb ik gevraagd, en meerdere collega's ook, wat dan de criteria zijn die u aanlegt. Daarop zegt de minister-president eigenlijk: als die avondklok niet echt veel doet of wanneer de epidemie het toelaat. Dat begrijp ik, want dat zijn natuurlijk inderdaad een beetje de twee smaken. Maar de vraag is hoe het kabinet dat nu precies gaat wegen. Wanneer is er sprake van een zodanig gunstige ontwikkeling of een zodanige impact van die avondklok dat je moet zeggen: we maken er een eind aan?

Minister Rutte:
Ik vrees dat je dat niet precies met een schaartje kunt knippen. Dat zal namelijk ook iets zijn dat wij ter weging zullen voorleggen aan de deskundigen, en vervolgens moeten we daarover ook in het kabinet en hier in de Kamer een bestuurlijk en politieke oordeel hebben. Maar wij willen wel degelijk van de deskundigen weten wat hun oordeel is over werking en stand van de verspreiding van het virus. Wat zijn bijvoorbeeld de laatste inzichten, de komende weken, over de effecten van de Engelse variant? We hopen natuurlijk allemaal dat die variant misschien meevalt, maar op dit moment is daar helemaal geen aanleiding voor, want hij is nu van 50% besmettelijker teruggelopen naar 35% tot 40% besmettelijker, maar dat is nog steeds een heel hoog percentage besmettelijker dan de klassieke variant. Maar wie weet wat daar de komende dagen en weken het nadere inzicht over is. Dat willen wij natuurlijk ook weten.

Je moet dus naar twee dingen kijken. Kun je wat geïsoleerder kijken wat het effect van die avondklok is, en twee, wat is op dat moment de stand van de verspreiding van het virus? Uiteraard leggen we dat ook voor aan de deskundigen. Dat is niet precies op voorhand met een schaartje te knippen, maar de wil is er in het kabinet om als het kán, die avondklok te stoppen. Als het níét kan, kan het niet, maar als het wel kan, dan willen we dat ook echt apart beoordelen en dan gaan we ook niet wachten tot 2 maart.

De heer Groothuizen (D66):
Dat begrijp ik. Mag ik dan uit de woorden van de minister-president in ieder geval wel concluderen dat hij niet zegt: ik wil deze maatregel blijven verlengen, ook al is er maar een klein of zelfs een zeer klein effect? Is het wel een echte afweging van de proportionaliteit en van het effect dat die avondklok heeft op het virus?

Minister Rutte:
Ja. Sowieso geldt voor de avondklok natuurlijk dat de proportionaliteitstoets wat zwaarder is, omdat het zo'n heftige ingreep is in de persoonlijke vrijheid van mensen.

De heer Van der Staaij (SGP):
Het is goed dat de minister-president beklemtoont dat die proportionaliteitstoets hier eigenlijk extra belangrijk is, omdat veel mensen daar ingrijpend door geraakt worden. Veel mensen — dat geef ik ook graag toe — hebben daar helemaal niet zo veel problemen mee. Dat horen wij ook, maar er zijn ook mensen, soms jongeren, die daar wel echt ingrijpend last van hebben. Mijn zorg zit erin dat het heel makkelijk is om een redenering naar voren te brengen op grond waarvan je zegt "het is beter om de avondklok voort te zetten", terwijl het best ingewikkeld is om heel overtuigend te zeggen "nu kun je er echt mee stoppen". Kom je daarmee niet in de situatie terecht waarin je ook vanuit alle berekeningen zegt: het is altijd risicovol om de avondklok los te laten, dus je kunt hem maar beter voortzetten? Hoe weegt de minister-president dat?

Minister Rutte:
Dat debat zullen we met elkaar moeten voeren en daar moeten we onszelf ook scherp op houden. Misschien eerst even de cijfers van vandaag in Duitsland. Die doen het nu vijf keer beter dan Nederland. Duitsland zit op dit moment op een aantal besmettingen per dag van 3.500 tot 4.000, bij een vijf keer zo grote bevolking. Nederland zit ook op zo'n aantal, even los van de koude dagen nu, waardoor het aantal wat lager is, maar dat komt doordat minder mensen zich laten testen. Maar het aantal besmettingen lag zo rond de 4.000 per dag voordat de kou toeslag. Dat is dus ongeveer wat Duitsland de laatste dagen rapporteert.

We hebben dus echt in Nederland nog geen situatie waarin we … En ook Duitsland is nog steeds niet klaar! Ook daar heeft de Duitse kanselier gezegd: ik wil eigenlijk het hele pakket voortzetten tot begin maart. Met andere woorden, we hebben in Nederland echt nog wel een ingewikkelde situatie met elkaar te handelen, maar eens met de heer Van der Staaij: als je in je pakket zo'n maatregel als die avondklok hebt zitten, dan moet je ook echt wel voorkomen dat je die uit een soort gemakzucht maar doorzet, in de trant van: ach, laten we er maar mee doorgaan. Nee, dan moet je hem ook echt kunnen beargumenteren. Ik meen dat wij dat vandaag kunnen; op basis van wat je na twee weken kunt vaststellen, want je hebt nog niet alle informatie. Maar de eerste informatie laat wel degelijk zien dat de avondklok werkt op het aantal contacten en ziekenhuisopnames. Dat zullen we de komende weken natuurlijk heel nauwgezet volgen. Maar ik ben zelf op dit moment bezorgd over het grote aantal besmettingen in Nederland nog iedere dag, het feit dat er 100.000 mensen besmet zijn en dat we inmiddels een Engelse variant hebben die voor twee derde in de mix zit. Dat is echt wel slecht nieuws.

De heer Van der Staaij (SGP):
We delen de zorg — daar wil ik absoluut niet laconiek over doen — dat het aantal besmettingen nog steeds te groot is. Alleen blijft mijn zorg wel dat juist met het voortduren van maatregelen de maatschappelijke effecten soms weer sterker zijn. Je kan altijd blijven redeneren: de risico's van maatregelen loslaten kunnen zijn dat een snelle stijging het gevolg is. Hoelang hou je dat vol en is dat proportioneel? Die vraag wil ik de minister-president toch nog voorleggen.

Minister Rutte:
Ja. Even simpel en daarna ingewikkeld geredeneerd. Simpel geredeneerd zou je moeten zeggen: waarom zijn we zo bezig om te kijken naar de sociaal-economische crisis en ook naar de sociaal-psychologische crisis? Dat is precies om de reden die de heer Van der Staaij noemt: de enorme impact van de maatregelen. De snelste manier om die twee crises op te lossen is natuurlijk de maatregelen verlichten. Maar dat kan uiteraard alleen als dat niet leidt tot het opnieuw uitstellen van allerlei andere ingrepen in de ziekenhuizen en tot een heel hoog sterftecijfer onder mensen met een kwetsbare gezondheid en ouderen in Nederland. Dat blijft natuurlijk altijd de afweging. We moeten dus de komende tijd heel scherp in de gaten houden hoe deze dingen gaan.

Ik zal één voorbeeld noemen waar we gisteren in het kabinet over gesproken hebben. Tot een tijdje geleden was het heel sterk zo dat als er vanuit de economische invalshoek gekeken werd "wat zou je kunnen doen in verruimingen als er weer ruimte is?", er dan vanuit de invalshoek van de gezondheidscrisis gezegd werd "daar moeten we natuurlijk voorzichtig mee zijn; alleen als het kan". Ik heb vorige keer al gezegd dat een van de varianten waar we nu naar kijken, is: als er verruimingen zijn, kun je dan niet alleen hele sectoren weer ruimte geven, maar kun je over een breder front kleinere stappen zetten? Dat is ook de reden waarom we nu aan de minister van Economische Zaken gevraagd hebben om samen met de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, in plaats van dat ze ieder apart hun product aanleveren en dat samen wordt gebracht, gezamenlijk te kijken: hoe gaat dat er dan uitzien als er weer wat ruimte is? Op dit moment is die ruimte er niet, anders dan voor het lager onderwijs en voor click-and-collect, maar we hopen natuurlijk dat die er op een gegeven moment wel weer komt. We hopen dat er dan ook perspectief kan worden gegeven en dat je misschien over een breder front dan alleen de kappers of alleen de restaurants kan zeggen: welke kleinere stappen kun je zetten om de samenleving geleidelijk aan naar normaliteit terug te brengen?

De voorzitter:
De heer Krol en dan mevrouw Van der Graaf.

De heer Krol (Krol):
Ik stelde twee vragen, die misschien lastig te beantwoorden zijn, naar aanleiding van de berichtgeving van WELT AM SONNTAG afgelopen weekend. Daarin werd gesteld dat het Duitse kabinet het Duitse RIVM onder druk gezet heeft om de situatie ernstiger voor te stellen dan ze is, om zo verregaande maatregelen te kunnen treffen. Nou begrijp ik dat een oordeel over de Duitse collega's misschien lastig is, maar mijn tweede vraag was — ik hoop dat die niet nog lastiger is — of u kunt uitsluiten dat iets soortgelijks in Nederland het geval is geweest.

Minister Rutte:
Zoiets hebben we in Nederland niet gedaan. Dat heb ik net al gezegd.

De heer Krol (Krol):
Dan hoop ik dat de geschiedenis u in de toekomst gelijk zal geven.

Minister Rutte:
Dat hoop ik permanent.

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):
Ik kom even terug op het vorige punt, waar collega's ook over zijn begonnen, want de vragen zijn heel terecht. De premier is degene geweest die de indruk heeft gewekt dat de avondklok, zodra het maar kan, de maatregel is die er het eerst vanaf gaat. Wij vragen hier als Kamer vandaag: geef dan eens aan welke wegingsfactoren er allemaal worden meegenomen. Ik vind dat dat nog onvoldoende helder wordt. Ik heb echt wel begrip voor de situatie, maar ik zou toch willen vragen: wat kan het kabinet nog meer vragen aan de deskundigen zodat we daar over twee weken iets meer inzicht in hebben en zodat we beter een onderscheid kunnen maken in wat nou precies wel en niet het effect is van die avondklok?

Mijn tweede vraag daaraan gekoppeld is: ik heb aandacht gevraagd voor mensen voor wie de avondklok mentale gevolgen heeft. Als de premier het heeft over de sociaal-psychologische crisis waarin we zitten, in hoeverre is dat dan een factor die hier heel erg zwaar in meeweegt?

Minister Rutte:
Dat laatste is natuurlijk ook een reden waarom wij de avondklok zo'n bijzondere positie geven in de maatregelen die we nemen — je hebt nu eigenlijk het maatregelenpakket en apart daarvan de avondklok — en dat we de avondklok apart wegen, zowel juridisch alsook op inhoud en de impact op onze vrijheid. Je ziet dan opmerkelijk genoeg dat er op dit moment wel heel veel maatschappelijk draagvlak is voor de avondklok. Maar goed, het is vaker zo dat peilingen anders uitwijzen dan je zou vermoeden. Het moge zo zijn, maar dat neemt niet weg dat die factoren voor mij nog steeds zwaar wegen. Op dit moment kunnen we niet zonder.

Het eerste punt van mevrouw Van der Graaf vind ik toch ingewikkeld. Ik kan hier niet de indruk wekken dat we heel precies met hele slimme vragen het OMT exact kunnen sturen naar een soort van onderscheid tussen de twee maatregelen en de effectiviteit. Ik wil hier wel zeggen dat wij daarbij wel kijken naar de twee hoofdvragen, namelijk "kunnen we meer achterhalen over wat de avondklok doet?" en "wat zijn de nadere inzichten over de risico's die we lopen?" We zagen vorige week voor het Kamerdebat de presentatie van Jaap van Dissel, hoofd van het Centrum Infectieziektebestrijding van het RIVM; u heeft die presentatie allemaal gezien. Daaruit bleek hoe groot de onzekerheid in de ramingen op dit moment is. Als er maar even iets verandert, zie je enorme verschillen. Dan zie je de mediaan enorm opgetild worden. Zelfs met de opening van het basisonderwijs en de kinderopvang en het handhaven van de avondklok kon het oplopen naar 1.500 ic-bedden. Dat is deze week een stuk lager, omdat blijkt dat de Engelse variant minder besmettelijk is. Dat soort informatie is extreem wezenlijk voor wat je gaat doen. De avondklok ligt boven op de stapel — daar wil je het eerste vanaf — en daarna ga je naar de rest van de maatregelen kijken. Maar ik kan het nu niet verder preciseren. Helaas hebben we die informatie niet. Die zal toch vanuit de deskundigen moeten komen.

De voorzitter:
Dan ga ik naar de heer Van Haga en dan naar mevrouw Kröger.

De heer Van Haga (FvD):
Over de avondklok of het principe van de avondklok hoeven we het eigenlijk helemaal niet meer te hebben, want u heeft uw meerderheid al voor dit debat bedongen. Ik heb al gezegd dat het daarom eigenlijk een beetje zinloos is. De onderbouwing ontbreekt. Er valt heel wat af te dingen wat betreft de Engelse variant, want zelfs in de Engelse ziekenhuizen ziet men geen toename. Maar ik wil het eigenlijk over iets anders hebben. Vorige week heb ik u iets gevraagd over de uitzonderingsregel met betrekking tot ziekenbezoek. U zei dat u daarover na zou gaan denken. Er liggen mensen met kanker in het ziekenhuis en die kunnen nu geen bezoek ontvangen na 21.00 uur. Het is zelfs nog erger, want mensen moeten, bijvoorbeeld als ze in het AVL op bezoek zijn …

De voorzitter:
Meneer Van Haga.

De heer Van Haga (FvD):
Dit is gewoon een kleine inleiding.

De voorzitter:
Nee, daar wil ik het niet over hebben.

De heer Van Haga (FvD):
Oké. Maar u zou erover nadenken, minister-president. Heeft u erover nagedacht?

De voorzitter:
Ik ga toch een punt aan de orde stellen, want we hebben het vorige keer uitgebreid besproken. Vandaag gaat het echt alleen over de avondklok. We hebben vandaag ook over een motie daarover gestemd. Ik wil voorkomen dat wij nu een herhaling van zetten krijgen. U mag het vragen, maar ik zeg erbij dat het echt alleen over de avondklok gaat.

De heer Van Haga (FvD):
Ik vraag het juist omdat we vorige keer hebben afgesproken dat de premier er nog over zou nadenken. Mijn vraag is: heeft u erover nagedacht?

De voorzitter:
Nou, heeft u daarover nagedacht?

Minister Rutte:
Ik heb hier vorige week ook al antwoord op gegeven. De situatie die de heer Van Haga schetst is natuurlijk schrijnend. Het is heel erg als iemand … Ik heb dat zelf ook meegemaakt met vrienden die heel erg ziek zijn. Dan is het ontzettend fijn als je 's avonds laat nog bij hen terechtkunt als je vanwege je werk niet tijdens bezoektijden kunt of anderszins. Ik snap dat voor de volle honderd, tweehonderd, driehonderd procent. We hebben een uitzondering gemaakt voor iemand die dicht bij overlijden zit. Dan is het mogelijk om buiten de bezoektijden te komen. Maar verder willen we niet afwijken van de bestaande lijst van uitzonderingen, hoe pijnlijk dat ook is. Ik snap het, maar er zijn veel meer pijnlijke situaties. Dit is er zeker één van; daar heeft de heer Van Haga gewoon gelijk in. Maar als je die lijst verder gaat uitbreiden, wordt de handhaving van de avondklok steeds lastiger. Dan zeggen de politie en de veiligheidsregio's: dat moeten we echt niet doen. Maar ik snap de situatie en ik ben het ook met de heer Van Haga eens dat dit echt schrijnende omstandigheden zijn.

De voorzitter:
Dat heeft u gezegd. De heer Van Haga.

De heer Van Haga (FvD):
Ik ben blij met het begrip, maar ik begrijp dan niet waarom er wel een uitzondering wordt gemaakt voor mensen die bij live talkshow mogen zitten; dat kan volgens mij ook allemaal online. Ik zou toch willen vragen om voor dit specifieke geval, dat echt niet om heel veel mensen gaat, nog een extra uitzondering voor te laten gelden. Misschien schrappen we dan wel de uitzondering voor de live talkshows. Dan heft dat elkaar misschien een beetje op.

Minister Rutte:
Die live talkshows hebben weer een eigen verhaal. In zo'n crisis is het namelijk heel belangrijk dat Nederland goed geïnformeerd blijft over wat er aan de hand is rondom deze crisis. Daar speelt de televisie toch een hele grote rol in. Je ziet toch een enorme terugkeer van mensen naar de klassieke live uitgezonden tv-programma's, zoals de grote journaals — denk aan RTL Nieuws en NOS — maar ook de grote talkshows. Die hebben daar gewoon een eigen betekenis in. We hebben vaker gezegd: als het enigszins kan, proberen we dat van afstand te doen, maar dat kan niet voor 100%. In ziekenhuizen geldt dat als patiënten zeer dicht bij de dood zijn, helaas, het absoluut zo is dat natuurlijk ook buiten bezoektijden en ook buiten de negenuurregel bezoek kan worden gebracht. Maar breder kan dat niet. Ik snap dat dit pijnlijk is. Zo zijn er meer pijnlijke situaties, maar deze is er absoluut ook een. Maar we hebben echt moeten besluiten, ook vanwege de handhaafbaarheid, om het bij deze uitzonderingen te houden.

De voorzitter:
Dat heeft u gezegd. De heer Van Haga.

De heer Van Haga (FvD):
Tot slot. We gaan nu een nieuwe periode in van drie weken. De vorige keer ging het nog over een weekje en nu gaat het over drie weken. De vorige keer zei u: ik ga erover nadenken. Ik ga niet nog een keer een motie indienen, want dat heb ik al gedaan. Die is weggestemd. Dat is onbegrijpelijk, maar waar. Dus ik zou u toch willen vragen of u er nog een keer over wilt nadenken. En als er enigszins een mogelijkheid is, doe er dan iets aan.

Minister Rutte:
Het hele pakket is verschrikkelijk. Deze maatregel is daarnaast ook weer vreselijk. Maar we zitten ook met een zeer ernstige crisis in onze volksgezondheid, die het hele land raakt. Dat vraagt uitermate moeilijke afwegingen, besluiten en conclusies. Daar mag ik niet voor weglopen. Maar hier uitzonderingen maken op de lijst, gaat niet werken in de handhaafbaarheid. Het spijt me vreselijk, maar ik snap dat de heer Van Haga hier een groep benoemt voor wie dat echt heel lastig kan zijn. Heel pijnlijk ook. Dat snap ik.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):
De weging van proportionaliteit en belangen is een politieke keuze. Dat kan de premier toch niet aan het OMT uitbesteden? Die weging van proportionaliteit en belangen ligt natuurlijk op 23 februari weer voor. Dan gaat het om de sociaal-emotionele impact van deze maatregel. Het gaat om de besmettingen. Het gaat om de vraag welke andere maatregelen er genomen hadden kunnen worden, zoals meer thuiswerken en minder vliegverkeer. Mijn vraag aan de minister-president is hoe we die weging van proportionaliteit en belangen beter gaan vormgeven op 23 februari dan nu.

Minister Rutte:
Specifiek over proportionaliteit zal dadelijk in de taakverdeling de heer Grapperhaus nog iets kunnen zeggen. Maar dat is natuurlijk een zaak die wij hebben te beantwoorden. Ik snap die vraag. Ik ga trouwens zo nog op thuiswerken en vliegen nader in. Ik meen dat we op het gebied van vliegen heel veel beperkingen hebben aangebracht, zoals terecht ook door GroenLinks, D66 en anderen hier bepleit in debatten. Maar dat is ook een taak die we hebben.

De voorzitter:
Goed.

Minister Rutte:
Maar op dit moment zitten we gewoon met een situatie waarin de volksgezondheidscrisis zo groot en zo ernstig is dat wij niet zonder deze maatregel kunnen. Dat is natuurlijk de tragiek.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Wij hebben aangegeven dat we dat op dit moment snappen. Alleen, in reactie op vragen van collega's wordt gezegd: we vragen het OMT om advies en als het advies van het OMT er ligt, dan handelen we daarnaar. Maar er is nog altijd de weging van proportionaliteit en belangen.

Minister Rutte:
Absoluut.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Hoe borgen we die op 23 februari op een wellicht betere manier dan we het nu doen?

Minister Rutte:
Even daargelaten of dat nu niet goed gaat — ik hoor in de vraagstelling van mevrouw Kröger een kritische ondertoon die ik respecteer — eerst even het misverstand. Het is niet zo dat het OMT dit beslist. Het OMT adviseert. En u heeft helemaal gelijk; dan is het vervolgens bestuurlijk en politiek aan het kabinet en vervolgens ook aan kabinet en Kamer om daar keuzes in te maken. Daarbij wordt steeds de dwarsdoorsnijdende toets gedaan, zoals dat heet: wat doen deze maatregelen op allerlei ander vlak? Je hebt ze misschien nodig voor de bestrijding van de epidemie, maar wat doen ze op het andere vlak? Zijn er ook alternatieven? Dat moeten we steeds doen. Daarbij geldt dat de avondklok natuurlijk een grote ingreep is in onze persoonlijke vrijheid die een bijzondere onderbouwing vraagt. Dus ik ben het daarmee eens.

Maar ik wilde nog kort ingaan op een paar vragen van mevrouw Kröger en anderen over ...

De voorzitter:
Ja, maar dan heel kort, want ik weet precies welke vragen dat zijn. Nogmaals, we hebben afgesproken dat we het vandaag alleen over de avondklok zullen hebben.

Minister Rutte:
Dat is goed, maar dan ga ik u vragen, voorzitter, of het goed is dat ik dan de vraag over het thuiswerken niet beantwoord. Ja, ik zeg het maar even, want anders heb ik ruzie met de Kamer. Ik respecteer dat natuurlijk ...

De voorzitter:
Nou, als u die heel kort beantwoordt. Ik weet zeker dat dit onderwerp terugkomt.

Minister Rutte:
Het kortste dat ik kan doen, is dit. Er is op 3 februari een brief gestuurd door Wouter Koolmees, de minister van Sociale Zaken. Die heb ik hier eigenlijk nog weer eens uitgeschreven.

De voorzitter:
Nee, dat gaan we niet doen.

Minister Rutte:
Laat ik dat dan niet doen. Misschien mag ik dan ook onder uw guidance, uw leiding, terecht, verwijzen naar het thema, maar de vraag is wel gesteld, door onder anderen mevrouw Kröger. Maar dan verwijs ik kortheidshalve naar die brief. We zijn ermee bezig.

Het tweede dat gevraagd werd, door de heer Hijink, was wat er gebeurt om jongeren meer perspectief te geven nu scholen nog dicht zijn. Ik heb al iets gezegd over waar we nu als kabinet aan werken, breed voor allerlei groepen en specifiek ook voor jongeren, zowel school als de bredere maatschappelijke impact. Daar komen we ook nog op terug. Dus wellicht kan ik dat kortheidshalve zo doen.

De voorzitter:
Precies. En daar is vandaag ook een motie over aangenomen.

Minister Rutte:
Er was een vraag van mevrouw Kröger over hoe het staat met het aantal crisisbedden in de jeugd-ggz. Misschien kan ik die heel kort beantwoorden. De staatssecretaris heeft die signalen besproken met de VNG. Om beter inzicht te krijgen in de capaciteit en de knelpunten, is afgesproken om dit zo snel mogelijk verder in beeld te brengen. Daar loopt op dit moment een uitvraag over bij de 42 jeugdhulpregio's en de betreffende aanbieders. De staatssecretaris zal u daarover op korte termijn berichten.

Dan was er nog een vraag van mevrouw Kröger — die bevindt zich wat buiten het speelveld — waarom we nog twee keer per dag naar Dubai vliegen. Die kan ik niet beantwoorden of met één zin. Het kabinet heeft aan de deskundigen gevraagd of er aanvullende maatregelen genomen moeten worden voor landen zoals Portugal of Dubai. Daarvan is op dit moment gemeld dat dat niet nodig is, gezien de dubbele testverplichting en quarantaine bij aankomst in Nederland. Uiteraard is dit iets wat we constant monitoren, ook op advies van het OMT.

Er was een vraag van de heer Wilders over het vaccineren van 60- tot 65-jarigen. Ik denk dat die zich ook buiten het kader van dit debat bevindt, dus die laat ik voor dit moment onbeantwoord. Het lijkt mij dat die zeker terugkomt in het volgende debat.

De voorzitter:
Daar komt u vast op terug.

Minister Rutte:
Ik denk dat hetzelfde geldt voor de interesse in het Israëlische medicijn en het Spoetnikvaccin, dus die laat ik ook even onbeantwoord.

Tot slot: wanneer ligt er een advies voor opening van het voortgezet onderwijs? Dat was een vraag van mevrouw Kröger. Wij willen op 23 februari kijken wat er kan met het voortgezet onderwijs per 2 maart, dus dat komt op 23 februari.

Dat zouden dan alle vragen zijn.

De voorzitter:
In die week hebben we ook een debat over de wel of niet aangekondigde maatregelen. Dank u wel. We wachten heel even voor de wisseling en dan geef ik het woord aan de minister van Justitie en Veiligheid. Eerst even schoonmaken. We gaan trouwens ook vandaag stemmen, zeg ik voor degenen die dat misschien zijn vergeten. Dan is nu het woord aan de minister van Justitie en Veiligheid, die zoals altijd heel kort is.

Minister Grapperhaus:
Dank, voorzitter. Ik zal mijn reputatie waarmaken. Ik heb een paar antwoorden en die zijn vooral juridisch van aard. Ik zal ook nog iets zeggen, zoals de premier al aangaf, over dat punt van de proportionaliteit: wat is nu eigenlijk de weging?

Allereerst was natuurlijk de vraag van een aantal leden: waarom deze Wbbbg en niet de Tijdelijke wet maatregelen covid-19? De afkorting Wbbbg staat voor Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag. Dat is een wet die al lang geleden in het leven is geroepen. Het is een buitengewoon instrument met bijzondere bevoegdheden en ook met allerlei bijzondere waarborgen omkleed. Ik kom zo meteen op de vraag naar de onverwijldheid van de zogenaamde "verlengingswet". Die waarborgen heeft het kabinet eigenlijk naar aanleiding van aandrang vanuit uw Kamer nog vergroot door het voornemen tot de eerste avondklok eerst aan uw Kamer te melden, een aantal weken geleden, zodat we daar — dat hebben we ook gedaan — in ieder geval met elkaar over van gedachten konden wisselen.

De uitwerking daarvan is dat op vrijdag 22 januari, twee dagen nadat wij het debat hier hadden gehad, het koninklijk besluit ter inwerkingstelling is getekend door de majesteit en de minister-president. Op grond daarvan is dezelfde dag door mij de ministeriële regeling getekend die de details bevatte van de avondklokregeling. Onmiddellijk na de vaststelling daarvan zijn de werkzaamheden tot het opstellen van het wetsvoorstel en de memorie van toelichting ter hand genomen. Dat kan pas op dat moment, omdat je dan weet wat de details zijn en wat de onderliggende argumentatie, onderbouwing, van het OMT is. Daarmee kan je — die zal ik zo ook even bespreken — de proportionaliteitstoets in het geheel meenemen. Op 26 januari is het wetsvoorstel aan de Afdeling advisering van de Raad van State toegezonden voor advies. De formele aanbieding daarvan door de Koning was pas op de 29ste, maar we hebben het op de 26ste al bij de Raad van State neergelegd. Die heeft er met grote spoed aan gewerkt en op maandag 1 februari zijn advies uitgebracht. Daarna is op dinsdag 2 februari het nader rapport aan de Koning toegezonden. Diezelfde dag is het toen bij uw Kamer binnengekomen, begrijp ik. Daarmee is voldaan — we hebben ook echt alles op alles gezet — aan dat begrip "onverwijld".

Voorzitter, ik weet dat u het kort wilt houden, dus ik wil zeggen dat ik daar in de schriftelijke beantwoording aan uw Kamer nog veel uitvoeriger op inga. Ik wil u één ding niet onthouden, als u dat goed vindt. Het begrip "onverwijld" wordt in wetgeving over het algemeen als synoniem gezien voor "zonder onnodige vertraging", "zonder vermijdbare vertraging" en "zonder onnodig uitstel".

Dan sla ik even een heel stuk over van wat ik schriftelijk nog naar u stuur. Maar dan nog even dit citaatje: "In de op 3 juli 2018 aan de Tweede Kamer toegezonden notitie over de modernisering van het staatsnoodrecht heb ik aangegeven dat de wettelijke procedure met zich meebrengt dat een voortduringswetvoorstel — waar we hier dus over spreken — eerst naar verloop van ten minste enige dagen bij de Tweede Kamer zal kunnen worden ingediend." We zitten nou eenmaal ook met dat proces dat je het precies moet kunnen inregelen en je de juiste toelichting moet hebben, omdat het zo'n wezenlijk instrument is. En dan moet het uiteraard nog langs de Raad van State voor advies en getekend worden door de Koning en de mp. Dat is mijn … Ik wacht even.

De voorzitter:
Heeft u alle vragen hiermee beantwoord?

Minister Grapperhaus:
Nee, ik heb nog twee puntjes en dan ben ik klaar.

De voorzitter:
Zullen we die maar eerst doen?

Minister Grapperhaus:
Zullen we die eerst doen? Ja?

De voorzitter:
Daarna krijgt u de gelegenheid, meneer Groothuizen, om een vraag te stellen.

Minister Grapperhaus:
Voorzitter. Dan heb ik eerst nog iets wat in het verlengde hiervan ligt. Dat is de kwestie: is er een nieuwe wet nodig voor verlenging? Nee. Er is geen nieuwe wet nodig voor verlenging van de regeling. Het KB, op basis waarvan de wet is gemaakt, geldt nog steeds. Overigens is het vanzelfsprekend dat uw Kamer onmiddellijk het kabinet hiernaartoe kan roepen en kan zeggen: wij willen zelf dat dit stopt. Dat was even een antwoord op de vraag van mevrouw Van der Graaf.

Dan nog even over de proportionaliteit. Daar kun je — zo heb ik het in ieder geval gewogen en besproken — aan beide kanten van de weegschaal vier hoofdcategorieën van weging noemen. Aan de ene kant is er de ernst van de pandemie, is er de stand van zaken op het punt van de pandemie. Daarbij zou je kunnen wijzen op de ontwikkelingen als gevolg van die Britse variant. Dan zijn er de punten van de verwachte werkzaamheid van het middel, in casu avondklok, en de mate waarin je gaat monitoren en de duur ervan. Daar heb ik gisteren in de brief aan de Kamer heel duidelijk een alinea over opgenomen die benadrukt dat we dat zeer nauwgezet zullen doen. Aan de andere kant staan de punten van de maatschappelijke, sociaal-economische gevolgen. Ik zal maar zeggen de neveneffecten die er kunnen zijn: weglekeffecten en dergelijke. Dan is er de vraag: waren er nog alternatieven? De term "lege gereedschapskist" is in dat verband al een aantal keren gevallen. Ten slotte is er het punt van de handhaafbaarheid, want als je zo'n ding invoert, moet je ook kunnen zeggen dat het iets gaat worden wat handhaafbaar is en waar we dus verder mee komen.

Dan heb ik als laatste punt, voorzitter, de vraag naar nieuwe uitzonderingen. Mevrouw Van der Graaf heeft aandacht gevraagd voor de motie over het praktijkonderwijs. Er komen geen nieuwe uitzonderingen bij. Het Outbreak Management Team adviseert in zijn brief heel duidelijk om het huidige maatregelenpakket — eerst zegt men — "onverminderd" — en later nog eens een keer — "onveranderd" te continueren, op bladzijde 6. Het uitgangspunt is om de regeling zo simpel mogelijk te houden. De huidige regeling blijkt in de praktijk goed uitvoerbaar en handhaafbaar. Dat heb ik twee weken geleden, meen ik — ik ben even de tel kwijt — op 20 januari, met u besproken. Dat is inmiddels alweer tweeënhalve week geleden. Toen heb ik gezegd: die uitzonderingen zijn er. Daar wordt ook heel goed mee omgegaan door de politie, zoals we nu merken.

Tot zover, voorzitter.

De voorzitter:
De heer Groothuizen, korte vraag.

De heer Groothuizen (D66):
Een korte vraag, voorzitter. Die vraag wanneer het "onverwijld" is dat iets wordt ingediend, stellen we natuurlijk niet zomaar, ook de heer Van der Staaij niet, die ik nu naar de microfoon zie lopen. Dat is natuurlijk uiteindelijk omdat dat het instrument van de Kamer is om op een gegeven moment te zeggen: wij waren het toch niet eens met deze maatregel. De minister put zich nu uit door te zeggen: ik heb echt hard gewerkt; ik heb mijn best gedaan. Maar in het eerste coronadebat heeft hij klip-en-klaar beloofd: het is echt een kwestie van een paar dagen dat ik ermee naar de Kamer kom. Dat heeft uiteindelijk twaalf dagen geduurd en dat is wat mij betreft gewoon te lang. Ik begrijp het niet zo goed. Als ik naar de wet kijk, dan zijn het drie artikelen, waaronder een citeerbepaling en een inwerkingtredingsbepaling. Waarom heeft dit nou zo lang geduurd? Waarom heeft de minister zo lang gewacht voordat deze wet bij de Kamer is ingediend?

Minister Grapperhaus:
Ik wil onmiddellijk bevestigen dat ik dacht dat we het onverwijld sneller konden inregelen. Maar om het echt goed en zorgvuldig te doen heeft het langer geduurd. Overigens wil ik benadrukken — want die suggestie is gedaan — dat wij samen, de Staten-Generaal en het kabinet, het wereldrecord hebben gebroken met de wet die betrekking had op het inreisverbod. Ook die had eenzelfde voorbereidings- en behandelperiode. Nogmaals, we hebben alles op alles gezet om het op tijd bij de Raad van State te krijgen voor advies en om het op 2 februari naar uw Kamer toe te brengen.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Groothuizen (D66):
Daar klinkt een voorzichtig excuus in door, maar ik hoor van de minister ook graag de erkenning dat, als het zo lang duurt en je het nog over de bevestiging van de eerste avondklok hebt terwijl je al over de verlenging spreekt, het een beetje zinledig wordt. Is de minister dat met mij eens?

Minister Grapperhaus:
Nee, dat ben ik echt niet met u eens. Sorry. Nou zeg ik toch sorry, omdat ik het niet met de heer Groothuizen eens ben. Dat is in de afgelopen jaren ook een beetje onze relatie geworden. We hebben juist aan de voorkant gezegd: we komen met het voornemen bij uw Kamer. Dus we hebben hier toen al uitvoerig inhoudelijk met elkaar over gesproken, met alle punten waar mensen het niet over eens waren. Het tweede is — dat is een verdienste van mijn ambtenaren en de Raad van State, en niet van mij — dat hier enorm hard aan gewerkt is. Het lag op 2 februari bij uw Kamer. Ik heb er alle begrip voor dat het vervolgens pas aanstaande donderdag bij uw Kamer op de agenda staat. Zo gaat het over en weer.

De voorzitter:
Nee, ook de Kamer is ongelofelijk hard bezig geweest om al die spoedwetten te behandelen ...

Minister Grapperhaus:
Dat bedoel ik ook, voorzitter.

De voorzitter:
... met minder ondersteuning.

Minister Grapperhaus:
Ik heb er alle begrip voor dat iedereen zijn uiterste best doet, maar dat komt van twee kanten.

De heer Van der Staaij (SGP):
De minister zegt: de Kamer heeft al haar goedkeuring gegeven. Ja, de Tweede Kamer. De Eerste Kamer heeft zich nog niet kunnen uitspreken over de gerechtvaardigdheid van deze avondklokmaatregel, terwijl er al wel een verlenging komt. Vindt de minister dat ook democratisch ongemakkelijk?

Minister Grapperhaus:
Dat is ingewikkeld. Die heeft de functie van chambre de réflexion, maar we willen deze situatie zo snel mogelijk met elkaar doorkomen. We willen in deze tijd dit hoge tempo aanhouden. Maar nogmaals, we hebben het aan de voorkant alvast bij uw Tweede Kamer neergelegd en dat geeft natuurlijk ook een beeld van hoe er politiek over gedacht wordt.

De voorzitter:
De heer Van der Staaij. Tot slot.

De heer Van der Staaij (SGP):
Ja, voorzitter, tot slot. Dat laat zeker zien hoe er politiek over gedacht wordt, maar het blijft voor mijn fractie ongemakkelijk dat we nu een bijzondere constructie van staatsnoodrecht hanteren, terwijl de minister heeft laten zien dat hij op andere onderdelen, zoals het inreizen en testen, heel snel een wet door de Tweede en Eerste Kamer kon loodsen. Waarom volgt u zo'n bijzondere staatsnoodrechtprocedure als u zelf hebt laten zien dat u het met gewone wetgeving en de aanpassing van de coronaregels heel snel voor elkaar kunt krijgen?

Minister Grapperhaus:
Het spijt me, voorzitter. Ik zal het snel vertellen. Daar zit juridisch-technisch een heel ander begin aan vast. De Wbbbg vereist een bepaalde procedure voor zaken als een avondklok. Dat kun je niet de in Tijdelijke wet maatregelen covid-19, die hoe je het ook wendt of keert een gewone wet is, vastleggen. Dat is al zeer lang in onze wetgeving separaat geregeld. Die procedure moet je volgen. Ik en het kabinet hebben gemeend om meteen aan het begin met het voornemen langs uw Kamer te gaan, zodat we in ieder geval aan het begin een debat hadden. Want uw Kamer is druk bezig en moet met spoed naar heel veel zaken kijken. Iedereen doet daar zijn best op, maar dit is kennelijk toch de snelste manier om het zorgvuldig te kunnen doen.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan zijn we nu toegekomen aan de tweede termijn van de zijde van de Kamer. Ik kijk rond wie er behoefte heeft aan een tweede termijn voor het indienen van een motie. De heer Wilders namens de PVV.


Termijn inbreng

De heer Wilders (PVV):
Mevrouw de voorzitter. Het is ongelofelijk hoe makkelijk we in dit land onze vrijheid opzij laten zetten, ons grootste goed. Er is nul, maar dan ook nul feitelijk bewijs dat de avondklok heeft gewerkt. Er is nul bewijs. En het is pure onmacht van dit kabinet om ons onze vrijheid af te pakken. Ik vind het onacceptabel. Vandaar de volgende motie, om te proberen dat te voorkomen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt het kabinet de avondklok niet te verlengen en het besluit om dat wel te doen in te trekken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Wilders, Kuzu, Van Haga, Baudet, Krol en Van der Staaij.

Zij krijgt nr. 980 (25295).

De heer Wilders (PVV):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan kijk ik even wie er nog behoefte heeft aan een tweede termijn. De heer Van Haga namens Forum voor Democratie. Gaat uw gang.

De heer Van Haga (FvD):
Dank u wel, voorzitter. Het is eigenlijk wel een groot dieptepunt dat we hier staan en onze vrijheid op deze manier laten inperken en dat niemand, maar dan ook niemand iets doet en dat de meerderheid voor deze dystopische maatregel al was geregeld voor het debat.

Ik heb één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de regering heeft besloten de avondklok, die op woensdag 10 februari 2021 om 4.30 uur zou eindigen, te verlengen;

verzoekt de regering deze einddatum te handhaven en de avondklok niet te verlengen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Haga en Baudet. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 981 (25295).

Ik hoor buiten de microfoon dat de motie dubbelop zou zijn. We gaan het zien.

Ik kijk naar de minister-president en naar de minister. De moties worden zo rondgedeeld. O, u kunt direct antwoorden. Gaat uw gang.


Termijn antwoord

Minister Rutte:
Voorzitter. Ik realiseer me natuurlijk dat dit een stevige maatregel is. Daar ging ook het debat over, ook de vorige keer. Onder verwijzing naar de discussie die we net gevoerd hebben en de ernst van de situatie zou ik toch beide moties, op stukken nrs. 980 en 981, die ongeveer hetzelfde beogen, willen ontraden.

De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit debat.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Ik schors de vergadering totdat de stemmingslijst er is. Ik schors voor vijf minuten.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Stemmingen

Stemmingen


Stemmingen

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over de aangekondigde verlenging van de avondklok,

te weten:

  • de motie-Wilders c.s. over niet verlengen van de avondklok (25295, nr. 980);
  • de motie-Van Haga/Baudet over handhaven van de einddatum van de avondklok (25295, nr. 981).

De voorzitter:
We gaan stemmen over de moties ingediend bij het debat over de aangekondigde verlenging van de avondklok.

In stemming komt de motie-Wilders c.s. (25295, nr. 980).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Krol, de PvdD, Van Kooten-Arissen, DENK, de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Haga/Baudet (25295, nr. 981).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Krol, de PvdD, Van Kooten-Arissen, DENK, de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Daarmee zijn we aan het einde gekomen van het debat en van de stemming. Ik sluit de vergadering en wens iedereen een fijne avond.

Sluiting

Sluiting 18.27 uur.