Schriftelijke vragen : De nucleaire samenwerking met Frankrijk
Vragen van het lid Dobbe (SP) aan de Minister van Defensie over de nucleaire samenwerking met Frankrijk (ingezonden 23 oktober 2026).
Vraag 1
Kunt u aangeven wat de vergaderagenda was van het gesprek vorige week met Frankrijk
over samenwerking op het gebied van kernwapens?1 Zo nee, waarom niet?
Vraag 2
Wat was de inbreng van Nederland in dit gesprek over samenwerking met Frankrijk op
het gebied van kernwapens? Bent u bereid deze inbreng met de Kamer te delen?
Vraag 3
Aangezien volgens een bericht op het Ministerie van Defensie de mogelijkheden voor
verdere versterking van de Europese dimensie van nucleaire afschrikking zijn besproken,
kunt u aangeven welke concrete opties aan de orde zijn gekomen? Zo nee, waarom niet?
Vraag 4
Welke (voorlopige) besluiten zijn genomen? Zijn er besluiten genomen rond nauwere
samenwerking in trainen en oefenen, doelstellingen waar u op de wekelijkse persconferentie
naar verwijst?2
Vraag 5
Klopt het dat begin december verder gepraat wordt met Frankrijk hierover, door de
premier?3 Wat staat er dan op de agenda? Worden er besluiten voor die vergadering voorbereid?
Zo ja, welke?
Vraag 6
Wat wordt de inbreng van Nederland tijdens het gesprek begin december? Bent u bereid
deze inbreng vooraf met de Kamer delen?
Vraag 7
Kunt u uitsluiten dat Franse kernwapens op Nederlandse bodem worden geplaatst? Zo
nee, waarom noemt u dit in de wekelijke persconferentie dan «helemaal niet aan de
orde»?4
Vraag 8
Kunt u uitsluiten dat Nederland gaat deelnemen aan nucleaire proeven? Zo nee, waarom
niet?
Vraag 9
Waarom hecht u er belang aan de nucleaire samenwerking met Frankrijk in de persconferentie
herhaaldelijk historisch te noemen? Verandert de beoogde samenwerking bijvoorbeeld
iets aan het bestaande Nederlandse kernwapenbeleid?
Vraag 10
Wat is het einddoel van de gesprekken met Frankrijk?
Vraag 11
Hoe verhouden de gesprekken over deelname van Nederland aan het Franse kernwapenprogramma
zich tot tot het door Nederland ondertekende non-proliferatieverdrag?
Vraag 12
Waarom heeft u over de door u ontraden motie Dobbe cs,5 die verzocht de Kamer te informeren over de nucleaire samenwerking met Frankrijk,
gezegd dat die «naar allerlei zaken vraagt waar gewoon helemaal geen sprake van is»,
terwijl het Ministerie van Defensie nu meedeelt dat er stappen gezet zijn in een beoogde
(nucleaire) samenwerking met Frankijk? Waarin en waarom verschilt uw lezing van de
motie van de communicatie van uw eigen ministerie?
Vraag 13
Vindt u dat de Tweede Kamer zijn controlerende taak moet kunnen uitoefenen met betrekking
tot de nucleaire samenwerking met Frankrijk op het gebied van kernwapens? Zo ja, welke
ontwikkelingen rond kernwapens zijn volgens u belangrijk genoeg om de Kamer wél over
te informeren?
Vraag 14
Bent u bereid deze vragen afzonderlijk te beantwoorden?
Ondertekenaars
Sarah Dobbe, Tweede Kamerlid