Lijst van vragen : Verslag houdende een lijst van vragen inzake vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2027 (Kamerstuk 37020-XV)
2026D49519 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN
De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid, belast met het voorbereidend
onderzoek van de Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
(XV) voor het jaar 2027(Kamerstuk37 020 XV) heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst van vragen.
De voorzitter van de commissie,
Van der Lee
Adjunct-griffier van de commissie,
Morrin
Nr
Vraag
1
Kunt u een overzicht geven van het opdrachtenbudget per artikel op de Sociale Zaken
en Werkgelegenheid-begroting (SZW-begroting)? Kunt u hierbij vermelden welke middelen
nog vrij besteedbaar zijn (dus in ieder geval niet niet juridisch verplicht of beleidsmatig
gereserveerd)?
2
Kunt u een overzicht geven van alle subsidies op de SZW-begroting en hoe veel daaraan
wordt uitgegeven? Welk deel van het totale budget aan subsidies is nog vrij besteedbaar
(dus in ieder geval niet niet juridisch verplicht of beleidsmatig gereserveerd)?
3
Kunt u een volledig overzicht geven van te verstrekken subsidies/regelingen in 2027
en verder, inclusief het bijbehorende budget en doelstelling?
4
Welke subsidies/regelingen worden verstrekt in het kader van diversiteit en inclusie,
en wat is het bijbehorende budget?
5
Hoe is het subsidiebudget voor project Meer uren werkt! onderverdeeld, qua doelstelling
en budget?
6
Welke budget is verbonden aan subsidie Diversiteit in bedrijf in 2027 en verder?
7
Welke kosten en subsidies zijn verbonden aan het Meerjarenplan Zelfbeschikking? En
welke partners zijn hieraan verbonden?
8
Welke kosten en subsidies/regelingen zijn verbonden aan de Alliantie Verandering van
binnenuit 2.0? En welke partners zijn hieraan verbonden?
9
Welke concrete stappen worden gezet om de rapportage- en dossierverplichtingen bij
ziekte en re-integratie verder te vereenvoudigen? Welke doelstelling qua vermindering
van de administratieve lasten (voor met name mkb-werkgevers) wordt hiermee beoogd?
10
Waarom houdt het kabinet vast aan het voornemen de compensatieregelingen transitievergoeding
uiteindelijk af te schaffen?
11
Hoe verhoudt het voornemen om de compensatieregeling bij langdurige arbeidsongeschiktheid
af te schaffen zich tot het voornemen van het kabinet om de loondoorbetaling bij ziekte
juist beter werkbaar te maken voor het mkb?
12
Wordt de toekomst van de vergoeding en de transitievergoeding zelf in samenhang bezien
met Leven Lang Ontwikkelen (LLO), van-werk-naar-werk en de risico’s van werkgeverschap?
13
Klopt het dat binnen het Ministerie van SZW is aangegeven dat de aanpak van discriminatie
in brede zin niet langer tot de prioriteiten van het ministerie behoort? Zo ja, wanneer
is dit besluit genomen, door wie en wat betekent dit concreet voor het beleid en de
uitvoering?
14
Klopt het dat opdracht is gegeven om werkzaamheden op het brede discriminatiedossier
stil te leggen, af te schalen, te vertragen of anderszins te beperken? Zo ja, welke
werkzaamheden betreft dit en wanneer en door wie is hiertoe besloten?
15
Welke lopende programma’s, projecten, onderzoeken, subsidies en andere beleidsactiviteiten
op het terrein van racisme, discriminatie, arbeidsmarktdiscriminatie, rechts-extremisme,
radicalisering, polarisatie en sociale samenhang zijn sinds uw aantreden beëindigd,
niet verlengd, afgeschaald, uitgesteld of financieel gekort? Welke voornemens bestaan
hiertoe voor de komende periode? Kunt u per genoemd programma, project of activiteit
aangeven wat het oorspronkelijke doel en budget was, welke wijziging is aangebracht
en welke financiële en personele middelen nu nog beschikbaar zijn?
16
Hoeveel middelen en fte zet SZW in 2025, 2026 en 2027 in op de aanpak van racisme
en discriminatie, arbeidsmarktdiscriminatie, rechts-extremisme en radicalisering en
sociale samenhang? Zijn hierin sinds 2025 verschuivingen opgetreden? Zo ja, welke
bedragen en fte zijn verschoven en tussen welke beleidsterreinen?
17
Op grond van welke evaluaties, onderzoeken, effectmetingen of andere inhoudelijke
analyses zijn de eerder genoemde beëindigingen, kortingen en herprioriteringen besloten?
Kunt u deze analyses aan de Kamer verstrekken? Indien dergelijke analyses ontbreken,
op welke inhoudelijke of financiële grondslag zijn deze besluiten dan genomen?
18
Hoe verhouden de in deze vragen genoemde beëindigingen, afschalingen en herprioriteringen
zich tot het regeerprogramma, waarin het kabinet zich uitspreekt voor het actief aanpakken
van racisme en discriminatie en het versterken van de aanpak daarvan? Indien sprake
is van een beleidswijziging ten opzichte van het regeerprogramma, waarom is deze wijziging
niet als zodanig aan de Kamer voorgelegd?
19
Hoe verhouden eventuele beëindigingen of afschalingen van programma’s gericht op rechts-extremisme
en radicalisering zich tot de actuele signalen over rechts-extremisme? Deelt u de
constatering dat de noodzaak van preventie, vroegsignalering en het tegengaan van
normalisering van rechts-extremistisch gedachtegoed niet vanzelfsprekend minder wordt
wanneer programma’s worden beëindigd? Zo nee, waarom niet?
20
Hoe beoordeelt u de timing van het beëindigen of afschalen van beleid gericht op rechts-extremisme
in het licht van de gebeurtenissen rond de demonstratie op het Malieveld van 19 september
2026, waarbij volgens de politie geweld tegen de politie werd gepleegd, vernielingen
plaatsvonden en antisemitische leuzen en gebaren werden geuit?
21
Welke concrete beleidsdoelen, programma’s en middelen blijven na de aangekondigde
wijzigingen beschikbaar voor de preventie van rechts-extremisme en radicalisering,
vroegsignalering en ondersteuning van gemeenten en maatschappelijke organisaties?
Kunt u daarbij aangeven wat hiermee komt te vervallen of wordt verminderd?
22
Zijn de beëindiging, afschaling of herprioritering van één of meerdere van deze programma’s
onderwerp geweest van de begrotingsvoorbereiding of van politieke gesprekken met andere
fracties? Zo ja, welke beleidsmatige en budgettaire wijzigingen zijn daarbij besproken?
23
Kunt u uitsluiten dat de beëindiging, afschaling of financiële beperking van programma’s
op het terrein van racisme, discriminatie, arbeidsmarktdiscriminatie, rechts-extremisme,
radicalisering of sociale samenhang onderdeel is geweest van afspraken die zijn gemaakt
met het oog op parlementaire steun voor de begroting? Indien u dit niet kunt uitsluiten,
welke wijzigingen zijn in dat verband besproken?
24
Kunt u alle voor de parlementaire controle relevante beslisnota’s, ambtelijke adviezen,
budgettaire voorstellen, scenario’s en andere onderliggende stukken verstrekken die
betrekking hebben op de in deze vragen genoemde beleidswijzigingen, inclusief stukken
waaruit blijkt wanneer en op wiens initiatief deze wijzigingen zijn aangebracht?
25
Kunt u vóór de behandeling van de SZW-begroting een integraal overzicht aan de Kamer
verstrekken van alle beëindigingen, niet-verlengingen, bezuinigingen, intensiveringen
en herschikkingen sinds 2025 op het terrein van racisme en discriminatie, arbeidsmarktdiscriminatie,
rechts-extremisme, radicalisering en sociale samenhang, inclusief de financiële en
personele gevolgen?
26
Bent u bereid vóór de behandeling van de SZW-begroting inzichtelijk te maken hoe u
met de voorgenomen wijzigingen uitvoering blijft geven aan de relevante afspraken
uit het regeerprogramma en welke concrete doelen, middelen en verantwoordelijkheden
daarvoor in 2026 en 2027 gelden?
27
Staat de verhoging van de Arbeidsongeschiktheidsfonds (AOF-premie) nog overeind, ondanks
het schrappen van andere voorgenomen bezuinigingen?
28
Kan het kabinet een toelichting geven over het Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+fonds)?
Wat wordt hiermee gefinancierd, wat is de omvang van het budget en welke resultaten
zijn er geboekt?
29
Wat zijn de plannen voor invulling van het Nationale en Regionale Partnerschapsplannen
(NRPP)? Welke voorstellen doet het kabinet voor invulling van het budget?
30
Wat is de omvang van het NRPP-budget specifiek voor het «sociale» hoofdstuk?
31
Op welke wijze gaat u uitvoering geven aan de motie Ceder (Kamerstuk 29 325, nr. 179) die verzocht om in het nieuwe ESF-programma middelen in te zetten voor de aanpak
van dakloosheid, bijvoorbeeld dakloosheid van EU arbeidsmigranten?
32
Kunt u een overzicht geven van alle lopende taakstellingen per uitvoeringsorganisatie
en gesplitst per taakstelling? Kunt u de jaren vanaf 2027 t/m 2031 en structureel
weergeven? Welk deel van de taakstelling is reeds ingevuld?
33
Hoe zorgt u ervoor dat met het weghalen van de luchtmetingen tijdens de eindbeoordeling,
het risico in het nieuwe asbeststelsel niet groter wordt dan in het huidige stelsel?
34
Kunt u aangeven hoeveel budget er beschikbaar is binnen de SZW-begroting in 2027 voor
de aanpak van zwangerschapsdiscriminatie? Is dit budget structureel en waar wordt
dit aan besteed?
35
Kunt u aangeven hoeveel budget er beschikbaar is binnen de SZW-begroting in 2027 voor
de aanpak van arbeidsdiscriminatie? Is dit budget structureel en waar wordt dit aan
besteed?
36
Welke maatregelen worden in het nieuwe asbeststel voor het weghalen van de lunchtmetingen
tijdens de eindbeoordeling in de concepten van het Arbobesluit en de Arboregeling
aangepast?
37
Op welke manier is het terugdraaien van de bezuiniging op de Algemene Ouderdomswet
(AOW) gedekt?
38
Kunt u de reeks op de aanvullende post die is ontstaan door het schrappen van de bezuinigingen
op de Werkloosheidswet (WW) en Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) tonen
voor alle jaren tussenliggend aan het structurele bedrag en vervolgens ook het structurele
bedrag tonen?
39
Kunt u de reeks voor de oorspronkelijke bezuinigingen op WW enerzijds en WIA anderzijds
tonen voor alle jaren tussenliggend aan het structurele bedrag en vervolgens ook het
structurele bedrag tonen?
40
Kunt u een overzicht maken van de meest actuele stand van het budget van de Stimuleringsregeling
leren en ontwikkelen in mkb-ondernemingen (SLIM) in 2027 en in de periode 2028, 2029,
2030, 2031 en structureel? Welk deel van het SLIM budget is reeds besteed?
41
Op welke momenten is er voor welke voorstellen dekking gevonden in het SLIM-budget?
42
Wat zijn de oorzaken van het niet halen van de afgesproken 125.000 banen? Welke oplossing
is er voor de groep die in de eerste banenafspraak niet is bereikt? Hoe wordt deze
groep in de nieuwe banenafspraak wel meegenomen?
43
Kunt u inzichtelijk maken hoe de AOW-uitgaven zich tot en met 2040 ontwikkelen, zowel
in euro’s als aandeel dat niet premie gefinancierd is?
44
Hoeveel AOW-gerechtigden zijn er naar verwachting in 2030, 2035 en 2040?
45
Hoe ontwikkelen de AOW-uitgaven als percentage van de totale rijksuitgaven zich tot
2040?
46
Kunt u een tabel delen met daarin het aantal personen in de bijstand, uitgesplitst
naar leeftijdscategorieën en herkomstland (gecategoriseerd als Nederland, Europa excl.
Nederland en Buiten Europa)? Zo nee, bent u bereid om hiertoe opdracht te geven?
47
Hoeveel bedragen de AOW-uitgaven per werkende in 2030, 2035 en 2040?
48
Hoeveel mensen werken er momenteel door na de AOW-leeftijd? Kunt u deze cijfers per
jaar sinds 2015 inzichtelijk maken?
49
Kunt u een tabel delen met daarin de instroom in de bijstand, uitgesplitst naar leeftijdscategorieën
en herkomstland (gecategoriseerd als Nederland, Europa excl. Nederland en Buiten Europa)?
50
In welke sectoren werken de meeste mensen door na het bereiken van de AOW-leeftijd?
51
Wat zijn de vijf meest voorkomende redenen voor uitstroom uit de bijstand? Zo nee,
bent u bereid om hiertoe opdracht te geven?
52
In welke sectoren vallen de meeste mensen uit vóór het bereiken van de AOW-leeftijd?
53
Kunt u een overzicht geven van de aantallen van de uitstroom van deze vijf meest voorkomende
redenen per leeftijdscategorie in 2025?
54
Kunt u aangeven welke maatregelen getroffen worden om het LLO te stimuleren en deze
budgetten effectief in te zetten?
55
Is het bekend hoeveel deelnemers van LLO-regelingen binnen één jaar na afronding werkt
in een andere sector of binnen een andere functie?
56
Welke (financiële) prikkels binnen het BUIG-budget bestaan er voor gemeenten om inwoners
met een bijstandsuitkering te begeleiden naar werk?
57
Hoeveel wordt in 2027 per inburgeraar gemiddeld uitgegeven aan inburgering, inclusief
de uitgaven van gemeente en rijk?
58
Hoeveel wordt er jaarlijks uitgegeven aan de bijstand sinds 2015? Indien mogelijk,
kunt u een uitsplitsing maken in uitgegeven bedragen aan uitkeringen en overige kosten
(zoals uitvoeringskosten)? Zo nee, bent u bereid om hiertoe opdracht te geven?
59
Welk percentage van de inburgeringsplichten behaalt de vastgestelde leerroute binnen
de daarvoor gestelde termijn?
60
Hoeveel geld wordt er uitgegeven aan organisaties binnen de participatiewet aan re-integratiebudgetten?
61
Wat zijn de belangrijkste aantoonbare redenen waarom inburgeraars deze termijn niet
behalen?
62
Hoeveel personen met een bijstandsuitkering hebben in 2025 gebruik gemaakt van een
re-integratievoorziening van de gemeente?
63
Kunt u aangeven welke maatregelen worden getroffen om de arbeidsproductiviteit te
verhogen?
64
Welke gemeenten zijn het meest effectief in mensen met een bijstandsuitkering naar
werk begeleiden? Kunt u duiden welke factoren bijdragen aan deze effectiviteit?
65
Kunt u aangeven welke maatregelen worden getroffen om het aantal gewerkte uren per
werkende, bijvoorbeeld via een meerwerkbonus, te verhogen?
66
Hoeveel mensen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering hebben in 2025 gebruikgemaakt
van re-integratiedienstverlening van Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen
(UWV)? Kunt u dit aantal uitsplitsen naar WIA, Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten (Wajong), Ziektewet en Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering
(WAO)/ Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering Zelfstandigen (WAZ)?
67
Kunt u aangeven welke maatregelen worden getroffen om de arbeidsparticipatie te verhogen?
68
Kunt u aangeven hoeveel gemeenten bijstandsgerechtigden een baan aanbieden via een
sociaal ontwikkelbedrijf? Indien mogelijk, kunt u ook aangeven om hoeveel mensen dit
gaat?
69
Kunt u aangeven welke maatregelen getroffen worden om werken meer te laten lonen?
70
Kunt u aangeven welke maatregelen getroffen worden om nieuwkomers sneller aan een
baan te helpen?
71
Kunt u aangeven welke maatregelen getroffen worden om de regeldruk voor werkgevers
te verlagen?
72
Kunt u aangeven welke maatregelen getroffen worden om een voldoende flexibele arbeidsmarkt
te faciliteren?
73
Hoeveel herbeoordelingen worden er sinds 2015 per jaar uitgevoerd? Kunt u deze uitsplitsen
in herbeoordelingen ten behoeve van de Inkomensvoorziening voor volledig en duurzaam
arbeidsongeschikten (IVA) en herbeoordelingen gericht op (meer/weer) werken?
74
Kunt u aangeven welke maatregelen getroffen worden om cao’s te moderniseren?
75
Welk deel van de werkgevers is verzekerd voor de loondoorbetaling bij ziekte? Kunt
u dit uitsplitsen in categorieën op basis van het aantal werknemers (bijv. <10, 10–50,
etc.) en ook een uitsplitsing maken naar sector?
76
Kunt u aangeven welke maatregelen getroffen worden om het ontslagrecht te versoepelen?
77
Welk aandeel van de beroepsbevolking valt onder een cao die geregistreerd is bij het
ministerie en hoe heeft dit aandeel zich ontwikkeld sinds 2015?
78
Welk deel van de beroepsbevolking valt onder een cao waarin de loondoorbetaling bij
ziekte in het eerste jaar 100% is en hoe heeft dit aandeel zich ontwikkeld sinds 2015?
79
Zit er een piek in het herstel net na het begin van het tweede ziektejaar en is deze
te verklaren?
80
Welke kosten maken werkgevers gemiddeld aan re-integratiekosten?
81
Welk percentage werknemers re-integreert succesvol binnen de eerste twee ziektejaren?
Indien mogelijk, kunt u deze cijfers uitsplitsen voor spoor 1 (eigen werkgever) en
spoor 2 (andere werkgever) van de Wet Poortwachter?
82
Kunt u aangeven welke maatregelen worden getroffen om de Wet Poortwachter meer activerend
te maken?
83
Welke trend in het aantal mensen met een WIA-uitkering verwacht het ministerie tot
aan 2040?
84
Hoeveel mensen met een Wajong uitkering werken (gedeeltelijk)?
85
Hoeveel personen met een WIA-uitkering werken naast hun uitkering? Kunt u dit uitsplitsen
per WIA-categorie (35–80% arbeidsongeschikt, Regeling Werkhervatting Gedeeltelijk
Arbeidsgeschikten (WGA) en IVA)?
86
Welke taakstelling heeft het UWV voor de komende jaren nu en kunt u deze uitsplitsen
per kabinet waar de taakstelling vandaan komt?
87
Zit er een grote spreiding over sectoren in het aandeel mensen met een WIA-uitwerking
die naar de uitkering nog wel werken? Specifiek voor de groep 35–80% arbeidsongeschikten?
88
Welke taakstelling had het UWV in de afgelopen jaren en welk deel heeft het UWV kunnen
realiseren?
89
Hoeveel WIA-gerechtigden die zijn uitgestroomd vanwege een herbeoordeling hebben ook
daadwerkelijk hun werk kunnen hervatten?
90
Hoeveel mensen werken bij het UWV per jaar sinds 2015? Kunt u dit antwoord uitsplitsen
op de 6 organisatieonderdelen (Organisatie | UWV) en hierbij een splitsing maken van
vast personeel of uitzendkrachten?
91
Hoeveel WIA-gerechtigden wachten momenteel op een sociale-medische (her)beoordeling
door het UWV?
92
Hoe hoog zijn de totale personeelskosten van het UWV per jaar sinds 2015?
93
Wat is de gemiddelde wachttijd voor een sociaal-medische beoordeling voor een WIA-aanvraag
en hoe is dit overtijd veranderd, vanaf 2015?
94
Welk deel van de werkgevers is eigenrisicodrager voor de WGA? Kunt u dit uitsplitsen
in categorieën op basis van het aantal werknemers (bijv. <10, 10–50, etc) en ook een
uitsplitsing maken naar sector?
95
Welk deel van de totale uitvoeringskosten van het UWV wordt geïnvesteerd in de digitale
infrastructuur (excl. jaarlijks terugkerende standaard ICT kosten bijv. om bestaande
systemen in de lucht te houden)?
96
Welk deel van deze eigenrisicodragers is verzekerd? Kunt u dit uitsplitsen in categorieën
op basis van het aantal werknemers (bijv. <10, 10–50, etc) en ook een uitsplitsing
maken naar sector?
97
Welk deel van de totale uitvoeringskosten van het UWV wordt geïnvesteerd het toepassen
van artificiële Intelligentie (AI) in de organisatie?
98
In welke delen van de organisatie past het UWV op dit moment AI toe of lopen er projecten
om AI of automatisering toe te passen?
99
Hoeveel aanvragen zijn in 2025 niet binnen de wettelijke termijn afgehandeld, uitgesplitst
naar regeling?
100
Hoeveel fte aan verzekeringsartsen, arbeidsdeskundigen en sociaal-medische verpleegkundigen
waren in 2025 werkzaam bij UWV en bevoegd om een keuring uit te voeren? Hoe heeft
dit aantal zich ontwikkeld sinds 2015?
101
Hoeveel vacatures voor verzekeringsartsen staan momenteel open bij UWV?
102
Wat is uw inzet op het verkleinen van de wachtlijsten bij het UWV?
103
Kunt u aangeven welke maatregelen getroffen worden om het LLO te stimuleren en deze
budgetten effectief in te zetten?
104
Is het bekend hoeveel deelnemers van LLO-regelingen binnen één jaar na afronding werkt
in een andere sector of binnen een andere functie?
105
Kunt u aangeven hoeveel gemeenten gebruik maken van het instrument no-risk polis binnen
de Participatiewet? Indien mogelijk, kunt u ook aangeven om hoeveel mensen dit gaat?
106
Kunt u aangeven hoeveel gemeenten gebruik maken van de beschut werk regeling? Indien
mogelijk, kunt u ook aangeven om hoeveel mensen dit gaat?
107
Kunt u aangeven hoeveel gemeenten gebruik maken van de loonkostensubsidie regeling?
Indien mogelijk, kunt u ook aangeven om hoeveel mensen dit gaat?
108
Kunt u aangeven hoeveel gemeenten bijstandsgerechtigden een baan aanbieden via een
sociaal ontwikkelbedrijf? Indien mogelijk, kunt u ook aangeven om hoeveel mensen dit
gaat?
109
Kunt u in lijn met de motie van het lid Michon (Kamerstuk 32 824, nr. 496) de cijfers (percentage routekeuze, slagingspercentages, doorlooptijden en uitstroom
naar werk per route) in de verschillende inburgeringsroutes voor 2025 delen?
110
Kunt u in lijn met motie het lid Michon (Kamerstuk 32 824, nr. 496) de stand van zaken geven de mate waarin gemeenten in praktijk handhaven op inburgeringsverplichtingen?
111
Kunt u de stand van zaken geven op de motie van lid Michon (Kamerstuk 32 824, nr. 496)?
112
Kunt u de stand van zaken geven op de effectieve handhaving op de taaleis?
113
Kunt u aangeven hoeveel gemeenten bijstandsgerechtigden een baan aanbieden via een
sociaal ontwikkelbedrijf? Indien mogelijk, kunt u ook aangeven om hoeveel mensen dit
gaat?
114
Hoe groot is de groep die vanaf 2027 geen recht meer heeft op Wajong omdat zij vijf
jaar gewerkt hebben? In hoeverre wordt er rekening gehouden met een mogelijke grote
inkomensdaling bij deze groep?
115
Hoeveel WIA-, Wajong- en Ziektewetuitkeringen zijn in 2025 en 2026 achteraf gecorrigeerd?
Hoeveel kwam door fouten van UWV en hoeveel door onjuiste informatie van de uitkeringsgerechtigde?
116
Hoeveel geld is in 2027 beschikbaar voor handhaving en fraudebestrijding bij UWV,
Sociale Verzekeringsbank (SVB) en gemeenten? Hoeveel mensen worden hiervoor ingezet?
117
Hoeveel mensen ontvingen in 2025 een SZW-uitkering terwijl zij buiten Nederland woonden?
Graag per regeling en woonland het aantal personen en het totale bedrag.
118
Het kabinet is voornemens om 75.000 nieuwkomers meer aan het werk te hebben in 2030.
Hoe ziet het jaarlijkse groeipad eruit tot 2030, en welk streefcijfer wordt gehanteerd
voor 2027?
119
Hoeveel personen ontvangen in 2027 nog een periodieke remigratie-uitkering binnen
het totale budget van € 33,82 miljoen?
120
Kunt u aangeven naar welke landen de remigratie-uitkering wordt verstrekt, uitgesplitst
per land in absolute aantallen, percentages en berdag?
121
Het aantal asielgerechtigden dat deelneemt aan de voorbereiding op inburgering in
de opvang van het COA wordt geraamd op 6.700 in 2027, vergeleken met 8.500 in 2026.
Wat de is de verklaring voor deze daling, en hoe rijmt dit met het voornemen van het
kabinet om voorinburgering te intensiveren?
122
Wat is de verwachting van het aantal personen dat in 2027 het inburgeringsexamen zal
maken, en hoeveel personen zullen naar verwachting voor het inburgeringsexamen zakken?
123
Hoeveel personen die deelnemen aan de voorbereiding op inburgering zullen naar verwachting
vrijstelling krijgen voor het inburgeringsexamen in 2027 en daarbij onderscheid maken
tussen asielstatushouders, gezinsmigranten en overige migranten? Kan dit worden uitgesplitst
naar de verschillende gronden waarop deze verwachte vrijstellingen worden verleend?
124
Wat is voor 2027 de maximale capaciteit van het Nederlandse inburgeringstraject?
125
Welke concrete prestatie-indicatoren hanteert u bij de bij de jaarlijkse subsidie
van € 1,23 miljoen aan Vluchtelingenwerk Nederland voor de ondersteuning bij inburgering?
126
Welk aandeel van de doelstelling om in 2030 75.000 extra nieuwkomers aan het werk
te hebben betreft asielstatushouders, en wat is hun huidige bijstandsafhankelijkheid?
127
Wat zijn de gevolgen van de recente uitspraak van het Europese Hof van Justitie dat
de IND de ruim 140.000 opgeschorte asielaanvragen van Oekraïners alsnog moet behandelen?
128
Betekent dit dat Oekraïners van wie de asielaanvraag wordt ingewilligd vervolgens
ook onder de reguliere inburgeringsplicht vallen? Zo ja, om hoeveel personen kan het
gaan en wat zijn hiervan de verwachte kosten?
129
Hoeveel inburgeringsplichtigen hebben de afgelopen vijf jaar niet binnen de wettelijke
inburgeringstermijn aan hun inburgeringsplicht voldaan? Kunt u dit per jaar uitsplitsen
naar absolute aantallen en percentages en daarbij onderscheid maken tussen asielstatushouders,
gezinsmigranten en overige migranten?
130
Hoeveel inburgeringsplichtigen hebben de wettelijke inburgeringstermijn overschreden?
Kunt u dit per gemeente uitsplitsen naar asielstatushouders, gezinsmigranten en overige
migranten en daarbij aangeven:
a. hoeveel van hen een sanctie opgelegd hebben gekregen en welke sanctie dit betrof;
b. wat de hoogte van de opgelegde sancties was;
c. hoeveel van hen ondanks het overschrijden van de wettelijke inburgeringstermijn
geen sanctie opgelegd hebben gekregen; en
d. om welke redenen in deze gevallen geen sanctie is opgelegd, uitgesplitst naar reden?
131
Hoeveel inburgeringsplichtigen hebben de afgelopen vijf jaar geweigerd mee te werken
aan hun inburgering of hebben verwijtbaar niet of onvoldoende meegewerkt aan hun inburgeringstraject?
Kunt u dit per jaar uitsplitsen naar asielstatushouders, gezinsmigranten en overige
migranten?
132
Op welke wijze hebben inburgeringsplichtigen de afgelopen vijf jaar geweigerd mee
te werken of verwijtbaar niet of onvoldoende meegewerkt aan hun inburgeringstraject?
Kunt u dit uitsplitsen naar aantallen en soort gedraging?
133
Welke redenen hebben inburgeringsplichtigen de afgelopen vijf jaar opgegeven voor
het weigeren of niet of onvoldoende meewerken aan hun inburgeringstraject? Kunt u
dit uitsplitsen naar reden en aantallen?
134
Hoeveel inburgeringsplichtigen hebben de afgelopen vijf jaar vanwege het weigeren
of verwijtbaar niet of onvoldoende meewerken aan hun inburgering een waarschuwing,
boete of andere sanctie opgelegd gekregen? Kunt u dit uitsplitsen naar asielstatushouders,
gezinsmigranten en overige migranten, soort sanctie en de hoogte van de opgelegde
boete?
135
Hoeveel inburgeringsplichtigen zijn de afgelopen vijf jaar na een waarschuwing, boete
of andere sanctie alsnog gaan meewerken aan hun inburgering en hoeveel zijn daarna
blijven weigeren of verwijtbaar niet of onvoldoende blijven meewerken?
136
Kunt u aangeven hoeveel mensen momenteel wachten op een eerste WIA-beoordeling en
hoe dit aantal zich sinds 2024 heeft ontwikkeld?
137
Wat bedraagt momenteel de gemiddelde en mediane wachttijd voor een eerste WIA-beoordeling,
en wat is de geraamde wachttijd eind 2027?
138
Kunt u aangeven hoeveel WIA-beoordelingen in 2025 en 2026 niet binnen de wettelijke
termijn zijn afgerond?
139
Hoeveel extra verzekeringsartsen, sociaal-medisch verpleegkundigen en overige medewerkers
zouden nodig zijn om de bestaande achterstanden volledig weg te werken?
140
Hoeveel bestuurlijke dwangsommen inzake WIA-uitkeringen zijn er in het afgelopen jaar
door het UWV aan wachtende burgers uitbetaald en hoeveel bedroeg de totale som van
alle bestuurlijke dwangsommen bij elkaar?
141
Hoe vaak is het UWV door een wachtende burger in een verzoekschriftprocedure inzake
een overschreden termijn met betrekking tot de WIA-uitkeringen voor de rechter gedaagd
in het afgelopen jaar en hoe vaak werd er een rechterlijke dwangsom opgelegd en wat
is het totaalbedrag van al deze dwangsommen tezamen?
142
Wat bedragen de totale uitvoeringskosten van UWV in 2027 en hoe hebben deze zich sinds
2020 ontwikkeld?
143
Kan worden aangegeven hoeveel euro UWV gemiddeld aan uitvoeringskosten maakt per verstrekte
uitkering, uitgesplitst naar WW, WIA, Wajong en overige regelingen?
144
In welke mate zullen de kosten toenemen als de overheid ten aanzien van uitkeringen
overgaat op een proactieve werkwijze?
145
Welke ontwikkeling van de werkloosheid ligt ten grondslag aan de geraamde stijging
van het aantal WW-uitkeringen in 2027?
146
Kan worden aangegeven welke sectoren naar verwachting het grootste aandeel hebben
in de stijging van de WW-instroom?
147
Wat bedraagt de gemiddelde WW-uitkering en gemiddelde duur van een WW-uitkering in
2027?
148
Welk percentage van de WW-gerechtigden stroomt binnen drie, zes en twaalf maanden
uit naar betaald werk?
149
Hoeveel kinderopvangplaatsen zijn momenteel beschikbaar en hoeveel kinderen staan
op een wachtlijst?
150
Kan het aantal kinderen op wachtlijsten worden uitgesplitst naar dagopvang en buitenschoolse
opvang en naar regio?
151
Wat is momenteel de gemiddelde wachttijd voor een kinderopvangplaats?
152
Hoeveel extra kinderopvangplaatsen zijn naar verwachting nodig bij invoering van het
nieuwe financieringsstelsel? Hoeveel extra medewerkers zijn daarvoor naar verwachting
noodzakelijk?
153
Waarom worden voor 2027 circa € 311 miljoen aan terugontvangsten van kinderopvangtoeslag
geraamd?
154
Wat is de verklaring voor de daling van de incassoratio bij UWV van 56% in 2021 naar
13% in 2025?
155
Welk totaalbedrag aan vastgestelde benadelingsbedragen en boetes staat momenteel bij
UWV open?
156
Hoeveel capaciteit, uitgedrukt in fte, zetten UWV, SVB en gemeenten gezamenlijk in
voor handhaving en fraudebestrijding?
157
Hoeveel huishoudens leven volgens de gebruikte ramingsmethode in 2027 onder de armoedegrens?
158
Hoeveel minderjarige kinderen maken deel uit van de huishoudens die leven onder de
armoedegrens?
159
Hoeveel huishoudens melden zich jaarlijks bij de gemeentelijke schuldhulpverlening?
160
Hoeveel mensen worden via vroegsignalering jaarlijks bereikt en welk percentage daarvan
accepteert daadwerkelijk hulp?
161
Welke vijf overheidsorganisaties hebben gezamenlijk de grootste uitstaande vorderingen
op huishoudens met problematische schulden?
162
Welk bedrag geeft het Rijk jaarlijks uit aan incasso en invordering van schulden bij
burgers?
163
Hoeveel van de jaarlijkse WW-uitgaven bestaan uit uitvoeringskosten en hoeveel uit
daadwerkelijke uitkeringen?
164
Hoeveel van de WW-gerechtigden stroomden het afgelopen jaar door naar de bijstandsuitkering
en wat is de verwachting voor 2027 daarin?
165
Hoeveel personen ontvangen naar verwachting gemiddeld een bijstandsuitkering in 2027
en hoe verhoudt dit aantal zich tot 2019, 2022 en 2025?
166
Kan het bijstandsbestand worden uitgesplitst naar duur van de uitkering, waarbij afzonderlijk
inzicht wordt gegeven in personen die korter dan één jaar, één tot drie jaar, drie
tot vijf jaar en langer dan vijf jaar bijstand ontvangen?
167
Hoeveel bijstandsgerechtigden ontvangen inmiddels langer dan tien jaar een uitkering?
168
Kan worden aangegeven welk percentage van de bijstandsgerechtigden in 2025 uitstroomde
naar betaald werk?
169
Kan de bijstandspopulatie worden uitgesplitst naar leeftijd, opleidingsniveau en migratieachtergrond?
170
Hoe wordt er rekening gehouden met arbeidsomstandigheden als randvoorwaarde in de
inzet om arbeidsproductiviteit te verhogen
171
Welke concrete stappen worden er op dit moment genomen om de noodzakelijke vereenvoudigingsslag
te slaan als het gaat om sociale zekerheid, belastingen, toeslagen en verlofregelingen?
172
Welke concrete maatregelen worden in 2027 genomen om mensen met een beperking mee
te laten doen en om de overgangen tussen dagbesteding, beschut werk, werk onder de
banenafspraak en regulier werk eenvoudiger te maken?
173
In hoeverre wordt er in het actieprogramma «Nederland Werkt» ingegaan op de positie
van en mogelijkheden voor mensen die (nu nog) geen arbeidsvermogen hebben om ook mee
te kunnen gaan doen, mogelijk als tussenstap naar betaald werk?
174
Beschikken deze Werkcentra over kennis en expertise over vraagstukken rond mensen
met een beperking? Overweegt u gehandicaptenzorgorganisaties bij het Werkcentrum te
betrekken om hierin te voorzien?
175
Welke financiële middelen zijn in 2027 beschikbaar voor de nieuwe regeling Leven lang
ontwikkelen (LLO)? Is dit budget ook beschikbaar voor kwetsbare groepen met een beperking?
Welk deel van het budget is hiervoor beschikbaar? Wordt in de nieuwe regeling expliciet
aandacht besteed aan mensen met een beperking en de wijze waarop zij deel kunnen nemen
aan Leven lang ontwikkelen (LLO)?
176
Tegen welke praktische en inhoudelijke tegenvallers loopt Nederland aan bij de implementatie
van de nieuwe Europese platformwerkrichtlijn?
177
Het kabinet wil met de vakbeweging en werkgevers praten over het duurzaamheidscriterium
in de WIA. Waar lopen verzekeringsartsen en bedrijfsartsen tegenaan met betrekking
tot de complexiteit van de duurzaamheidsbeoordeling?
178
Het kabinet wil met werkgevers en de vakbeweging spreken over de toekomst van het
ziekte- en arbeidsongeschiktheidsstelsel en over preventie. Worden bij deze gesprekken
ook bedrijfsartsen en hun beroepsvereniging, de Nederlandse Vereniging voor Arbeids-
en Bedrijfsgeneeskunde, betrokken?
179
Voorziet u ook in de opleiding van de benodigde aantallen verzekeringsartsen (zie
de raming van het Capaciteitsorgaan)? Hoeveel geld is er vrijgemaakt voor de opleiding
tot bedrijfsarts en de opleiding tot verzekeringsarts? Kunt u dit per opleiding uitsplitsen?
180
Hoeveel opleidingsplaatsen voor bedrijfsartsen en verzekeringsartsen blijven op dit
moment onvervuld? Welke mogelijkheden heeft u als Minister van SZW om in te grijpen
als het daadwerkelijk opgeleide artsen tekortschiet?
181
Welk budget wordt gereserveerd voor de verkenning?
182
Welk budget wordt er gereserveerd voor de benodigde beleidswijziging rond een individuele
uitkering buiten de Participatiewet?
183
Kunt u als het gaat om de twee jaar loondoorbetaling bij ziekte aangeven in hoeverre
de bovenwettelijke aanvulling verschilt per grootte bedrijf?
184
Met betrekking tot loondoorbetaling bij ziekte wordt er nu vooral veel verkend, maar
welke specifieke knelpunten die werkgevers ervaren zijn de komende weken onderdeel
van de gesprekken met de sociale partners?
185
Hoeveel kleine bedrijven zijn er de afgelopen vijf jaar failliet gegaan of in de problemen
geraakt als gevolg van het moeten doorbetalen van een of meerdere langdurig zieke
medewerkers?
186
Kunt u de timing van de publicatie van het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO)
Inkomensvoorziening Ouderen, dat voor dit najaar staat aangekondigd, nader specificeren?
187
Wanneer is de overlijdensuitkering AOW voor het laatst geëvalueerd? Valt de overlijdensuitkering
onder de scope van het IBO Inkomensvoorziening Ouderen?
188
Op welke manier wordt er gewerkt aan een samenhangend beleid in het sociaal domein?
Wat is het tijdpad hiervoor en welke resultaten zijn er tot nu toe behaald? Met welke
andere departementen wordt hiervoor samengewerkt en over welke regelingen en/of knelpunten
gaat het dan?
189
Welk deel van de apparaatstaakstelling komt terecht bij UWV, SVB en de Arbeidsinspectie
en wat zijn de gevolgen voor de dienstverlening en/of handhaving?
190
Wat houdt de efficiencytaakstelling (apparaatstaakstellingen) die volgend jaar voor
€ 19 miljoen staat ingeboekt, precies in? Loopt deze taakstelling op schema om behaald
te worden?
191
Wat waren de oorzaken van het teruglopen van het aantal geconstateerde overtredingen
met financiële benadeling, het aantal boetes en het totaal aantal geconstateerde overtredingen
bij het UWV tussen 2023 en 2024? En waarom daalde ook het aantal waarschuwingen stevig?
Wat is er bekend over de langetermijneffecten van al deze flinke dalingen?
192
Vanuit het UWV komen er geluiden dat er een negatief stigma heerst rondom het UWV.
Medewerkers willen graag mensen helpen terwijl mensen vaak zenuwachtig binnenkomen
omdat zij denken vooral beoordeeld en veroordeeld te worden. Zijn er naast het aanpakken
van de problemen in de uitvoering, ook plannen om het imago van het UWV te verbeteren?
193
In 2025 was bij UWV, SVB en gemeenten sprake van ongeveer € 51 miljoen aan financiële
benadeling. Hoeveel gevallen waren volgens de uitvoerders opzettelijk en welke sanctie
is daarbij opgelegd?
194
Welk bedrag aan fraudevorderingen uit 2025 staat nog open bij UWV, SVB en gemeenten?
Hoeveel daarvan is inmiddels terugbetaald?
195
Hoeveel fraudevorderingen zijn in 2025 en 2026 kwijtgescholden, buiten invordering
gesteld of oninbaar verklaard? Om welk bedrag gaat het?
196
Hoeveel fraudezaken zijn in 2025 en 2026 overgedragen aan het Openbaar Ministerie?
Kunt u aangeven om hoeveel zaken het gaat, uitgesplitst naar benadelingsbedrag?
197
Wat verklaart het verschil tussen de reeks «versoberen proactieve dienstverlening»
en de reeks «uitbreiding proactieve dienstverlening bijstand»?
198
Er staat nu € 20 miljoen van de € 150 miljoen voor armoede en schulden in de tabel,
wanneer volgt de verwerking van het restant?
199
Waarom vindt de structurele besparing op de bijstand als gevolg van asielbeperkende
maatregelen niet plaats in 2027? Waarom is de besparing volledig geschrapt en niet
gedeeltelijk? Zijn er geen vorderingen op dit vlak?
200
Kunt u een overzicht geven van het «pakket aan maatregelen» dat op dit moment wordt
ingevoerd om problematische schulden fundamenteel aan te pakken? Kunt u een overzicht
geven van hoe de gereserveerde € 19,7 miljoen wordt besteed?
201
Hoeveel ondernemers hebben in de afgelopen jaren van de compensatieregeling Langdurige
arbeidsongeschiktheid (LAO) en de compensatieregeling bij bedrijfsbeëindiging als
gevolg van pensionering of overlijden van werkgever gebruikgemaakt, gezien het feit
dat deze regelingen worden stopgezet per 1 januari 2028?
202
Wat zijn de ramingen over de ondernemers die geen bedrijfsopvolger kunnen vinden de
komende jaren? Wat betekent het afschaffen van de Compensatieregeling bij bedrijfsbeëindiging
voor deze groep?
203
Welke problemen zijn er gedetecteerd tijdens de programmafase van het meerjarige programma
ENIGMA Informatiehuishouding Open op Orde? En hoe zijn deze vervolgens opgelost?
204
Hoeveel Woo-verzoeken worden er maandelijks ingediend bij het Ministerie van SZW en
hoeveel daarvan worden niet op tijd beantwoord?
205
Welk bedrag zou er nodig zijn om een schuldenfonds op landelijk niveau (vergelijkbaar
met het jeugdperspectieffonds) in te richten?
206
Is de kosteloze betalingsherinnering bij Wahv-boetes al ingevoerd? Zo nee, per wanneer
staat dit op de planning? Welke middelen zijn hiervoor nodig?
207
Welke initiatieven steunt u om laagdrempelige hulp voor mensen met financiële problemen
te bieden, bijvoorbeeld vrijwilligersorganisaties?
208
In hoeverre is er een landelijk dekkend netwerk van (vrijwillige) laagdrempelige schuldhulpverlening?
Wat is er (financieel) nodig om dit overal beschikbaar te krijgen?
209
Krijgen vrijwilligersorganisaties in de schuldhulpverlening structureel subsidie?
Zo nee, waarom niet?
210
Wat doet u om financiële educatie van jongeren te verbeteren? Hoeveel geld is hiervoor
beschikbaar? Welke projecten worden hiermee gesteund?
211
Wat is de stand van zaken van de realisatie van het collectief afbetalingsplan? Per
wanneer is invoering verwacht?
212
Welke stappen worden ondernomen om de rol van de gerechtsdeurwaarder te hervormen?
Welke resultaten zijn hier geboekt?
213
Is bekend welke verschillende rentepercentages door de overheid worden gebruikt bij
openstaande schulden aan overheidspartijen (bijvoorbeeld belastingdienst, CJIB, DUO)?
Is hier geharmoniseerd beleid op?
214
Is dit kabinet voornemens de preferente positie van overheidsvorderingen te wijzigen?
Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat is hiervan de stand van zaken?
215
Bestaan de loonkostenvoordelen en lage inkomensvoordelen nog? Zo ja, voor welk budgettair
belang in de welke jaren (inclusief structureel)?
216
De regering schrijft dat per 1 juli 2027 de regels rondom de detachering van derdelanderwerknemers
worden verduidelijkt. Welke concrete wijzigingen worden per die datum doorgevoerd?
Welke voorwaarden gelden daarna voor de detachering van derdelanders naar Nederland
en op welke wijze dragen deze wijzigingen bij aan het tegengaan van oneigenlijke detachering
en schijnconstructies?
217
Hoeveel derdelanders zijn in 2024, 2025 en, voor zover beschikbaar, 2026 in Nederland
tewerkgesteld in het kader van grensoverschrijdende dienstverlening vanuit een andere
EU- of EER-lidstaat of Zwitserland? Kan dit worden uitgesplitst naar nationaliteit,
lidstaat van waaruit wordt gedetacheerd en sector? In hoeveel gevallen heeft de Nederlandse
Arbeidsinspectie gecontroleerd of aan de voorwaarden voor grensoverschrijdende dienstverlening
werd voldaan, in hoeveel gevallen zijn overtredingen vastgesteld en welke handhavingsmaatregelen
zijn daarop getroffen?
218
Welke concrete maatregelen neemt het kabinet in 2027 om blootstelling van werkenden
aan asbest te voorkomen, naast de implementatie van de herziene EU-asbestrichtlijn?
219
Welke inhoudelijke en wetenschappelijke afwegingen liggen ten grondslag aan de keuze
om bij de eindbeoordeling in de categorie basis niet standaard luchtmetingen voor
te schrijven? Welke gegevens zijn beschikbaar over het risico op blootstelling aan
asbestvezels in deze categorie?
220
Klopt het dat een saneringsbedrijf binnen SMART nieuwe stijl in bepaalde situaties
zelf de toe te passen werkmethode kan bepalen en dat daarbij geen onafhankelijke eindbeoordeling
plaatsvindt? Zo ja, in welke situaties is dit mogelijk en welke onafhankelijke waarborgen
zijn ingebouwd om te controleren dat de sanering veilig is uitgevoerd?
221
Welke gezondheidswinst verwacht het kabinet van de invoering van SMART nieuwe stijl?
Is deze verwachte gezondheidswinst vooraf gekwantificeerd en, zo ja, op basis van
welke indicatoren en aannames?
222
Verwacht het kabinet dat door SMART nieuwe stijl het aantal luchtmetingen bij eindbeoordelingen
afneemt? Zo ja, met welk aantal of percentage en welk effect verwacht het kabinet
hiervan op de borging van gezond en veilig werken in de asbestbranche?
223
De geraamde uitgaven aan de Nederlandse Arbeidsinspectie dalen van € 247,3 miljoen
in 2026 naar € 236,9 miljoen in 2027. Welke gevolgen heeft deze daling specifiek voor
het toezicht in het asbestwerkveld, uitgedrukt in beschikbare fte, het aantal geplande
inspecties en andere toezichtactiviteiten?
224
In welke mate is de groep die recht heeft op Loonkostenvoordeel doelgroep banenafspraak
toegenomen of afgenomen sinds 1 januari? Hangt deze verandering samen met het alleen
toekennen aan personen die in het doelgroepregister banenafspraak zijn opgenomen?
225
Welk budget resteert er voor SLIM? Hoe veel onderuitputting is daarop in voorgaande
jaren geweest?
226
Het percentage werknemers met een door henzelf gerapporteerde, door een arts vastgestelde
beroepsziekte is volgens de begroting gestegen van 3,6% in 2024 naar 3,8% in 2025.
Hoe duidt het kabinet deze stijging? Is deze stijging statistisch significant en welke
oorzaken of ontwikkelingen liggen hier volgens de beschikbare gegevens aan ten grondslag?
227
Wat zijn veel voorkomende onwenselijke of schadelijke situaties waarbij de arbeidsinspectie
niet bevoegd is om op te treden? En welke organisaties horen vervolgens wel op te
treden?
228
Hoeveel intakes met mogelijke slachtoffers van arbeidsuitbuiting heeft de Directie
Opsporing van de Nederlandse Arbeidsinspectie in 2025 gevoerd? In hoeveel van deze
gevallen is de geringste aanwijzing van mensenhandel vastgesteld en in hoeveel gevallen
is de bedenktijd aangeboden?
229
In hoeveel gevallen is in 2025 aangifte gedaan van arbeidsuitbuiting? In hoeveel gevallen
is vervolgens een opsporingsonderzoek gestart? Kan, voor zover deze zaken inmiddels
zijn afgerond, worden aangegeven hoeveel zaken zijn geseponeerd, hoeveel tot een rechtszaak
hebben geleid en in hoeveel gevallen een veroordeling voor arbeidsuitbuiting is gevolgd?
230
Hoe vaak heeft een werkplekinspectie van de Nederlandse Arbeidsinspectie in 2025 geleid
tot een intake met een mogelijk slachtoffer van arbeidsuitbuiting? In hoeveel van
deze gevallen is vervolgens aangifte gedaan en, voor zover de zaken inmiddels zijn
afgerond, hoeveel zijn geseponeerd, hoeveel hebben tot een rechtszaak geleid en hoeveel
tot een veroordeling voor arbeidsuitbuiting?
231
Welk percentage van de ontvangers van een algemene bijstandsuitkering heeft volgens
de meest recente CBS-indeling een herkomstland buiten Nederland? Kan dit worden uitgesplitst
naar herkomstland en kan daarbij per herkomstland zowel het aantal als het aandeel
van het totale aantal ontvangers van algemene bijstand worden weergegeven? Kan tevens
onderscheid worden gemaakt tussen personen die zelf buiten Nederland zijn geboren
en personen die in Nederland zijn geboren met één of twee buiten Nederland geboren
ouders?
232
Kan per herkomstland worden aangegeven welk percentage van de bevolking beneden de
AOW-gerechtigde leeftijd een algemene bijstandsuitkering ontvangt, uitgaande van de
meest recente beschikbare cijfers? Kan daarbij tevens het percentage voor de totale
bevolking worden weergegeven?
233
Kan voor de grootste herkomstgroepen onder ontvangers van algemene bijstand worden
aangegeven hoe lang zij gemiddeld en mediaan een algemene bijstandsuitkering ontvangen
en welk aandeel langer dan respectievelijk twee en vijf jaar bijstand ontvangt? Kan
voor deze groepen tevens de instroom in en uitstroom uit de algemene bijstand in 2025
worden weergegeven?
234
Wordt het door de gemeenten zo ervaren dat het Rijk een toereikend macrobudget aan
gemeenten beschikbaar stelt om loonkostensubsidies en bijstandsuitkeringen te betalen,
zoals in de memorie van toelichting staat? Hoeveel gemeenten maakten in 2025 gebruik
van een vangnetuitkering? Hoe komt het dat vooral kleine en middelgrote gemeenten
deze aanvraag doen?
235
Kunt u een beeld schetsen van de verschillende armoederegelingen in gemeenten? Waar
heeft iemand bijvoorbeeld recht op in een gemeente met een minimaal beleid en waar
heeft iemand recht op in een gemeente met een ruimhartig beleid? Hoe groot kunnen
de financiële verschillen zijn tussen gemeenten als het gaat om armoederegelingen?
236
Welke afbakening hanteert u voor rijksuitgaven die bijdragen aan het versterken van
de bestaanszekerheid? Kunt u op basis van deze afbakening voor het begrotingsjaar
2027 een integraal en rijksbreed overzicht geven van alle middelen die primair zijn
gericht op het verbeteren van de inkomenspositie van huishoudens, het verlagen van
noodzakelijke lasten, het voorkomen of aanpakken van armoede en problematische schulden
of het vergroten van de toegang tot essentiële voorzieningen voor financieel kwetsbare
huishoudens? Kan het in de vorige vraag gevraagde overzicht worden uitgesplitst naar
ministerie, begrotingsartikel, regeling of programma, beleidsdoel, doelgroep en bedrag?
Kan daarbij per post worden aangegeven welk bedrag in 2027 beschikbaar is en welk
deel daarvan structureel is? Kan binnen dit overzicht onderscheid worden gemaakt tussen
inkomensondersteuning, voorzieningen in natura, preventie, uitvoeringskosten en investeringen
in de leefomgeving? Kan per regeling of programma worden aangegeven welk bedrag en
welk aandeel specifiek is gericht op huishoudens met een laag inkomen of een lage
sociaaleconomische positie? Kan worden aangegeven waar sprake is van overlap of medefinanciering
tussen middelen op verschillende departementale begrotingen en hoe dubbeltellingen
in het gevraagde rijksbrede overzicht worden voorkomen?
Kunt u het totale bedrag van de in het gevraagde overzicht opgenomen middelen vermelden,
zowel inclusief als exclusief uitvoeringskosten? Kunt u in dit overzicht in ieder
geval de relevante middelen betrekken op de begrotingen van SZW, waaronder middelen
voor armoede en schulden; Onderwijs Cultuur en Wetenschap (OCW), waaronder middelen
voor kansengelijkheid en voorzieningen voor financieel kwetsbare leerlingen; Volkshuisvesting
en Ruimtelijke Ordening (VRO), waaronder middelen voor het Nationaal Programma Leefbaarheid
en Veiligheid; Klimaat en Groene Groei (KGG), waaronder middelen voor de energietransitie
die zijn gericht op huishoudens met een lage sociaaleconomische positie; Binnenlandse
Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), waaronder relevante middelen via het Gemeentefonds;
Justitie en Veiligheid, waaronder middelen gericht op het voorkomen van kostenoploop
bij incasso en invordering; Financiën; en andere departementale begrotingen waarop
middelen staan die binnen de gehanteerde afbakening vallen?
237
Wat is uw huidige inzet rondom de vereenvoudiging van de Toeslagenwet, gelet op het
niet-doorgaan van het pakket aan verbetermaatregelen?
238
Welke praktische belemmeringen, dus buiten de wet om, bestaan er momenteel voor het
ambtshalve toekennen van Toeslagenwet?
239
Hoeveel extra banen binnen de banenafspraak verwacht het kabinet te realiseren met
de verbreding van de doelgroep in de WIA, de WW en de Wajong?
240
Welke prestatie-indicatoren worden gebruikt om het succes van de Werkcentra en de
regionale beraden te meten? Welke van deze prestatie-indicatoren zien specifiek op
de positie van mensen met een beperking?
241
De middelen voor Geldzorgen, Armoede en Schulden bedragen € 12,324 miljoen in 2027
en lopen vervolgens af naar € 11,481 miljoen in 2028, € 4,335 miljoen in 2029, € 1,524
miljoen in 2030 en nihil in 2031. Welke activiteiten worden met deze middelen gefinancierd,
welke activiteiten lopen in deze periode af en welke middelen zijn structureel beschikbaar
om de betreffende beleidsdoelen daarna voort te zetten?
242
Hoeveel huishoudens en personen ontvangen naar verwachting in 2027 bijstand? Wat zijn
de totale kosten?
243
Hoeveel mensen ontvangen naar verwachting in 2027 voor het eerst een bijstandsuitkering?
Hoeveel van hen hebben daarvoor nooit in Nederland gewerkt? Als dit niet uit de beschikbare
gegevens blijkt, kan dit alsnog worden achterhaald via de Polisadministratie? Zo ja,
om hoeveel mensen gaat het?
244
Voor 2027 wordt uitgegaan van gemiddeld 354.000 huishoudens met een bijstandsuitkering.
Hoe is deze groep verdeeld naar herkomst: Nederland, Europa buiten Nederland en buiten
Europa? Kunt u deze groepen uitsplitsen naar geboorteland? Hoe worden de derde en
vierde generatie geregistreerd?
245
Hoeveel bijstandsgerechtigden ontvangen in 2027 naar verwachting langer dan vijf jaar
onafgebroken bijstand? Kunt u aangeven hoeveel mensen uit Nederland, Europa buiten
Nederland en buiten Europa komen, uitgesplitst naar geboorteland?
246
Hoeveel mensen ontvangen al langer dan tien jaar onafgebroken bijstand? Kunt u dit
uitsplitsen naar leeftijd, herkomst en geboorteland?
247
In de memorie van toelichting staat dat de verwachte besparing op de bijstand door
asielbeperkende maatregelen in 2027 niet wordt gehaald. Hoeveel statushouders ontvangen
in 2027 bijstand en welk bedrag is hiermee gemoeid? Wat kost deze groep jaarlijks
aan bijstandsuitkeringen? Als dit niet exact bekend is, kunt u hiervan een raming
geven?
248
Hoe lang ontvangen statushouders gemiddeld bijstand? Hoeveel zitten korter dan één
jaar, één tot vijf jaar, vijf tot tien jaar en langer dan tien jaar in de bijstand?
249
Hoeveel mensen stromen in 2027 de bijstand in en hoeveel stromen uit naar betaald
werk? Kunt u dit uitsplitsen naar leeftijd, uitkeringsduur, herkomst (Nederland, Europa
buiten Nederland en buiten Europa) en geboorteland?
250
Gelet op het feit dat voor beschut werk straks wordt gewerkt met een forfetaire loonwaarde
maar dat de «reguliere» LKS ongewijzigd blijft, welke mogelijkheden zijn er om de
LKS verder te vereenvoudigen? Bijvoorbeeld door staffels te hanteren?
251
Hoeveel overtredingen van de inlichtingenplicht zijn in 2026 bij de bijstand vastgesteld?
Wat was het benadelingsbedrag en hoeveel boetes en waarschuwingen zijn opgelegd?
252
In de memorie van toelichting staat dat in 2025 ongeveer 12.000 vorderingen wegens
overtreding van de inlichtingenplicht zijn geregistreerd, met een benadelingsbedrag
van € 30 miljoen. Wat zijn de meest recente cijfers over 2026? Kunt u deze uitsplitsen
naar soort fraude, nationaliteit en geboorteland?
253
Hoeveel fraude is in 2026 bij de WW vastgesteld? Wat was het benadelingsbedrag en
hoeveel daarvan is terugbetaald?
254
Hoeveel fraudegevallen zijn in 2026 vastgesteld bij de Wajong en Ziektewet? Hoeveel
boetes en waarschuwingen zijn opgelegd en hoeveel geld is teruggevorderd?
255
Hoeveel onderzoeken naar verzwegen vermogen in het buitenland zijn in 2025 en 2026
gedaan bij bijstand en AIO? In hoeveel gevallen is vermogen gevonden en in welke landen?
256
In de memorie van toelichting staat dat in 2025 ongeveer 600 overtredingen bij de
Aanvullende Inkomensvoorziening Ouderen (AIO) zijn vastgesteld, met een benadelingsbedrag
van € 1,8 miljoen. Wat zijn de meest recente cijfers over 2026? Kunt u de betrokken
personen ook uitsplitsen naar nationaliteit en geboorteland?
257
Hoeveel fraudegevallen zijn in 2026 bij de AIO vastgesteld? Kunt u dit uitsplitsen
naar inkomen, vermogen, vermogen in het buitenland en woon- of leefsituatie?
258
Hoeveel organisaties krijgen (structureel) subsidie in het kader van bestrijding van
armoede en problematische schulden? Wat is de hoogte van deze subsidie per organisatie?
259
Wat zijn de ontwikkelingen met betrekking tot het tekort aan verzekeringsartsen? Wat
zijn de verwachtingen voor de toekomst?
260
Hoeveel fraudegevallen zijn in 2026 vastgesteld bij de WIA, WGA, IVA en WAO? Kunt
u per regeling aangeven om hoeveel gevallen het gaat, welk benadelingsbedrag hiermee
gemoeid was en welke sancties zijn opgelegd?
261
Welke gevolgen of effecten verwacht het kabinet van het vervangen van loondispensatie
door loonkostensubsidie voor werkende Wajongers?
262
Hoeveel mensen bereiken in 2027 de maximale WW-duur? Hoeveel daarvan stromen daarna
door naar bijstand, Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
werkloze werknemers (IOAW) of een andere uitkering?
263
In de memorie van toelichting staat dat het Noodfonds Energie geldt tot 200% van het
sociaal minimum. Waar kunnen huishoudens boven deze grens terecht als zij hun energierekening
niet kunnen betalen? Welke regelingen zijn er voor deze groep?
264
Hoeveel WW-aanvragen zijn in 2025 en 2026 geweigerd vanwege verwijtbare werkloosheid,
bijvoorbeeld door zelf ontslag te nemen of ontslag op staande voet?
265
Hoeveel WW-uitkeringen zijn in 2026 meegenomen naar een ander EU-land, EER-land of
Zwitserland? Kunt u per land aangeven om hoeveel personen het gaat en welk bedrag
is uitgekeerd?
266
Welk aandeel van de WW-uitkeringen wordt beëindigd omdat de betrokkene op of vlak
voor de beëindigingsdatum werk vindt? Is er een piek waarneembaar in de uitstroom
naar werk op of vlak voor de beëindigingsdatum?
267
Hoeveel budget is er totaal voor re-integratie enerzijds en scholing anderzijds van
ww’ers? Is dit een separaat budget dan voor andere werknemersverzekeringen?
268
Hoe veel budget is er voor re-integratie van de Ziektewet (ZW)? In welke jaren?
269
Er zijn binnen de ZW nu al binnen de huidige wet- en regelgeving mogelijkheden voor
taakdelegatie. Gaat het kabinet hierop inzetten? Per wanneer?
270
Met betrekking tot de no-riskpolis, tegen welke praktische en inhoudelijke problemen
lopen werknemers en werkgevers hierbij tegenaan?
271
Tot welk gezamenlijk toetsingsinkomen ontvangen huishoudens in 2027 het maximale vergoedingspercentage
van 96% van de maximumuurprijs in de kinderopvangtoeslag? Kan daarnaast voor 2027
en 2028 worden weergegeven tot welk toetsingsinkomen het maximale vergoedingspercentage
geldt in aanloop naar de invoering van het nieuwe financieringsstelsel in 2029?
272
Kunt u bevestigen dat uit CPB-berekeningen volgt dat het handhaven van inkomensafhankelijkheid
vanaf een toetsingsinkomen van circa € 90.000 leidt tot een structurele besparing
van ongeveer € 1,4 miljard per jaar ten opzichte van een inkomensonafhankelijk stelsel
met een vergoeding van 96% van de maximumuurprijs? Zo ja, kan, uitgaande van dezelfde
afbouwsystematiek en gedragseffecten, de structurele jaarlijkse besparing worden weergegeven
wanneer het maximale vergoedingspercentage van 96% geldt tot respectievelijk € 60.000,
€ 70.000, € 80.000, € 90.000, € 100.000, € 110.000, € 120.000, € 130.000, € 140.000
en € 150.000 toetsingsinkomen en de vergoeding daarboven inkomensafhankelijk wordt
afgebouwd?
273
Wat is volgens de meest recente arbeidsmarktprognose het personeelstekort in de kinderopvangsector,
uitgedrukt in personen en fte? Hoeveel extra fte zijn naar verwachting nodig als gevolg
van de groei van de vraag door het ingroeipad en de invoering van het nieuwe financieringsstelsel?
274
Voor de verhoging van de vergoedingspercentages in 2027 was aanvankelijk € 715 miljoen
gereserveerd; dit is verlaagd met € 350 miljoen naar € 365 miljoen. Kan per inkomensgroep
worden weergegeven wat deze verlaging betekent voor het vergoedingspercentage en voor
de gemiddelde eigen bijdrage van ouders per maand en per jaar ten opzichte van het
eerder voorgenomen ingroeipad?
275
Wat is het gemiddelde effect op de eigen bijdrage van ouders van een inkomensonafhankelijk
vergoedingspercentage van 95,6% in plaats van 96,0% van de maximumuurprijs in het
nieuwe financieringsstelsel? Kan dit effect per maand en per jaar worden weergegeven
naar inkomensgroep en, waar mogelijk, naar opvangsoort?
276
Wat zou, ten opzichte van de situatie in 2027, het gemiddelde effect op de eigen bijdrage
van ouders zijn indien in het nieuwe financieringsstelsel een inkomensonafhankelijk
vergoedingspercentage van 96% van de maximumuurprijs zou gelden? Kan dit effect per
maand en per jaar worden uitgesplitst naar inkomensgroep?
277
Wat zouden de budgettaire gevolgen zijn van een uitzondering op de arbeidseis voor
gezinnen waarin ten minste één ouder een IVA-uitkering ontvangt en één of meer kinderen
heeft in de kinderopvanggerechtigde leeftijd? Kan daarbij worden aangegeven hoeveel
gezinnen naar schatting van een dergelijke uitzondering gebruik zouden kunnen maken?
278
Welk deel van de extra uitgaven aan kinderopvangtoeslag als gevolg van het ingroeipad
is in 2027 en 2028 toe te rekenen aan huishoudens met een toetsingsinkomen boven respectievelijk
€ 150.000, € 160.000, € 170.000, € 180.000, € 190.000 en € 200.000? Kan dit per jaar
en per inkomensgrens worden weergegeven?
279
Hoeveel extra kinderopvangplaatsen zijn volgens de meest recente ramingen nodig om
de verwachte groei van de vraag naar kinderopvang als gevolg van het nieuwe financieringsstelsel
op te vangen? In hoeverre is de bestaande capaciteit daarvoor toereikend? Hoeveel
aanvullende kinderopvanglocaties zouden, uitgaande van de gemiddelde capaciteit per
locatie, nodig zijn?
280
Hoeveel extra kinderen en hoeveel extra opvanguren worden naar verwachting per jaar
in 2027, 2028 en 2029 afgenomen als gevolg van het ingroeipad en het nieuwe financieringsstelsel,
ten opzichte van een situatie zonder deze beleidswijzigingen? Kan dit worden uitgesplitst
naar dagopvang, buitenschoolse opvang en gastouderopvang?
281
Verwacht het kabinet dat de invoering van het nieuwe financieringsstelsel ertoe leidt
dat een groter aantal of aandeel ouders een uurtarief betaalt dat hoger ligt dan de
maximumuurprijs waarover een vergoeding wordt verstrekt? Zo ja, hoeveel ouders betreft
dit naar verwachting in 2029, welk bedrag betalen zij gemiddeld per maand en per jaar
volledig zelf boven de maximumuurprijs en hoe is deze groep verdeeld naar toetsingsinkomen?
282
Hoeveel mensen hebben in 2027 een onvolledige AOW? Graag uitsplitsen naar aantal gemiste
opbouwjaren en, indien beschikbaar, geboorteland. Hoeveel van hen ontvangen ook AIO?
283
De nieuwe kindregeling wordt naar verwachting in 2030 ingevoerd, terwijl onder het
instrument «Opdrachten Kindregeling» € 3,3 miljoen voor 2027 en € 0,3 miljoen voor
2028 is geraamd en vanaf 2029 geen middelen meer zijn opgenomen. Welke beleids- en
uitvoeringskosten worden voor de ontwikkeling en invoering van de nieuwe kindregeling
in 2029 en 2030 verwacht en op welke begrotingsartikelen zijn deze middelen gereserveerd?
284
Welke middelen zijn er binnen integratie en inburgering voorzien om nieuwkomers die
tertiair onderwijs willen en kunnen volgen daarin te ondersteunen?
285
Welke middelen zijn er voorzien voor de strijd tegen moslimdiscriminatie? Klopt het
dat er op de aanpak daarvan en/of het desbetreffende team bezuinigd wordt dit jaar
en/of in de komende jaren? Zo ja, vanaf wanneer? Kunt u voorts een overzichtstabel
bezorgen van de jaarlijkse uitgaven aan de strijd tegen moslimdiscriminatie (inclusief
ambtelijk personeel) in de afgelopen 10 jaar, alsook de geplande uitgaven tot en met
2030?
286
Kunt u voor alle subsidies op integratie en inburgering in een tabel het overzicht
geven van de jaarlijkse subsidiebedragen in de periode 2015–2024?
287
Wat valt bij integratie en inburgering precies onder overige subsidies algemeen? Welke
organisaties krijgen hieronder subsidies? En hoe zal de 29% beleidsmatig gereserveerde
aandeel van het bedrag toegekend worden?
288
Wat is de reden van de besparingen in de komende jaren op Opbouw kennisfunctie integratie,
Vluchtelingenwerk Nederland en Overige subsidies algemeen?
289
Wat is de reden dat het voorziene budget voor Vroege Integratie en Participatie vanaf
2028 daalt?
290
Zijn de bijdragen aan ZBO's/RWT's en aan agentschappen voldoende hoog opdat het COA
en DUO in de periode 2026–2031 effectief hun taken op vlak van integratie naar behoren
kunnen uitvoeren? Zo niet, hoeveel bijkomende middelen zouden het COA en DUO eigenlijk
nodig hebben?
291
Met welk percentage verwacht u dat de kosten voor medeoverheden om integratie en inburgering
in goede banen te leiden in de periode 2026–2031 jaarlijks zal stijgen?
292
Wat is de reden dat de extra € 93 miljoen voor gemeenten slechts tot 2028 loopt? Hebben
de gemeenten vanaf 2029 wel voldoende financiering voor de uitvoeringskosten inburgering?
Zo ja, omwille van welke reden zouden de uitvoeringskosten dalen?
293
Welke budgettaire mutaties verklaren afzonderlijk de daling van de geraamde uitgaven
aan de Nederlandse Arbeidsinspectie van € 247,3 miljoen in 2026 naar € 236,9 miljoen
in 2027? Hoeveel fte heeft de Arbeidsinspectie naar verwachting in 2026 en 2027 en
welk deel van de verandering in fte is het gevolg van de apparaatstaakstelling?
294
Wat is de status van alle middelen op artikel 99 van de SZW-begroting? In omvang en
qua beschrijving van de middelen? Welke van deze zijn vrij besteedbaar (dus in ieder
geval niet niet juridisch verplicht of beleidsmatig gereserveerd)?
295
Kunt u de onverdeelde middelen voor 2027 nader uitsplitsen en daarbij aangeven welk
deel bedoeld is voor voor bestuurlijke afspraken met gemeenten voor inburgering, de
uitvoering van verschillende arbeidsmarktmaatregelen en proactieve dienstverlening?
Welke gevolgen heeft een amendement met dekking op artikel 99 voor de voorgenoemde
zaken?
296
Hoeveel extra Aof-premie betalen werkgevers in 2027 ten opzichte van 2026? Welk deel
is nodig voor arbeidsongeschiktheidsuitkeringen en welk deel wordt voor andere doelen
gebruikt?
297
Tot wanneer loopt de pilot «brede inzet van re-integratieinstrumenten voor IVA/DGA»?
Klopt het dat er vanaf november 2026 geen nieuwe instroom mogelijk is in de pilot
«brede inzet van re-integratieinstrumenten», omdat de in te zetten re-integratieinstrumenten
afgerond moeten zijn voor de einddatum van de pilot? Klopt het dat er daarmee circa
twee-en-half jaar zit tussen de laatste «instromer» in deze pilot en de eindevaluatie
die uiterlijk 1 april 2029 volgt? Wat is uw indruk van de resultaten van deze pilot?
Overweegt u om de looptijd van deze pilot te verlengen, in afwachting van een mogelijk
structurele aanpassing van beleid na de eindevaluatie?
298
Is bij de voorgenomen afschaffing van de compensatieregeling transitievergoeding rekening
gehouden met de gevolgen voor de toegankelijkheid en continuïteit van bijvoorbeeld
de huisartsenzorg?
– In hoeverre is onderzocht of deze maatregel gevolgen kan hebben voor praktijkoverdracht
en praktijkbeëindiging in regio's waar al sprake is van huisartsentekorten?
– In hoeverre is onderzocht welke gevolgen deze maatregel heeft voor praktijkhouders
die hun praktijk willen beëindigen, maar geen opvolger kunnen vinden?
– In hoeverre is in beeld gebracht hoeveel praktijkhouders de komende jaren de pensioengerechtigde
leeftijd bereiken en daardoor mogelijk met deze maatregel worden geconfronteerd?
In hoeverre is bij de besluitvorming gekeken naar de gevolgen voor kleine werkgevers
in de eerstelijnszorg?
299
Is het kabinet bereid met provinciale en regionale overheden in overleg te treden
om te bezien welke oorzaken en oplossingsrichtingen er zijn t.a.v. over het huisartsentekort
en de regionale spreiding van huisartsen?
300
Klopt het dat vanwege een uitspraak van het Hof van Justitie in de Europese Unie er
ruimte is om zonder BTW-heffing regionale flexpools op te zetten, zoals KPMG stelt,
waardoor inzet van zzp’ers in situatie van ziek, piek en uniek behouden kan worden?
Hoe beoordeelt u dit initiatief?
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
T.M.T. van der Lee, voorzitter van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid -
Mede ondertekenaar
C.E. Morrin, adjunct-griffier