Lijst van vragen : Verslag houdende een lijst van vragen inzake vaststelling van de begrotingsstaten van Klimaat en Groene Groei (XXIII) voor het jaar 2027 (Kamerstuk 37020-XXIII)
2026D49442 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN
De vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei, belast met het voorbereidend onderzoek
van dit wetsvoorstel, heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst
van vragen.
De voorzitter van de commissie,
Zwinkels
De griffier van de commissie,
Nava
Nr
Vraag
1
Kunt u aangeven wat de voorwaarden zijn die voortkomen uit het verlenen van staatsteun
op basis van Clean Industrial Deal State Aid Framework (CISAF) om de elektriciteitsprijs
te verlagen?
2
Hoeveel procent van de inkomsten van ETS1 wordt besteed aan de verduurzaming van de
industrie (exclusief Indirecte Kosten Compensatie (IKC))?
3
Wat is het effect van de aflopende middelen voor VEKI, NIKI en DEI+?
4
Worden er voor de subsidies aan Tata Steel voorwaarden opgenomen t.a.v. IP-rechten,
Europese eisen aan onderaannemers of andere strategische afspraken om de waarde-onwikkeling
in Nederland of Europa te houden, of er enige vorm van controle op te houden?
5
Welke fossiele voordelen worden volgens Kamerstuk 37 020, nr. 2 uiterlijk in 2031 afgebouwd? Kunt u daarbij per regeling de naam, het af te bouwen
bedrag en het jaar waarin de afbouw plaatsvindt vermelden?
6
Klopt het dat er een besluit in voorbereiding is voor duurzaamheidscriteria biomassa
voor bijstook dat met terugwerkende kracht in zou moeten gaan? Hoe verhoudt dat besluit
zich tot de EUDR (EU Deforestation Regulation) die ingaat op 30 december 2026? Hoe
verhoudt deze subsidie voor bijstook van biomassa zich tot het voornemen om subsidies
voor bijstook van biomassa af te bouwen?
7
Hoeveel lopende subsidies zijn er nog voor biomassabijstook?
8
Wat is de reden dat voor 2030 circa 950 miljoen euro is gereserveerd voor de WIS,
wat meer dan twee keer zoveel is als het totaal van de jaren 2025 tot en met 2029?
9
Hoeveel middelen zijn er in 2027 in totaal gereserveerd voor warmtenetten?
10
Wat is de gemiddelde energiequote voor inwoners in Caribisch Nederland in de afgelopen
vijf jaar en (naar verwachting) voor de komende vijf jaar?
11
Wat is de gemiddelde energiequote voor inwoners in Europees Nederland in de afgelopen
vijf jaar en (naar verwachting) voor de komende vijf jaar?
12
Kunt u inzichtelijk maken welke gevolgen het klimaat- en energiebeleid in 2027 naar
verwachting heeft voor de gemiddelde energierekening van huishoudens, inclusief belastingen,
heffingen en netbeheerkosten?
13
Wanneer verwacht u een integraal beeld beschikbaar te hebben van de totale kosten
van de energietransitie en de verdeling daarvan over huishoudens, bedrijven en overheid?
14
Welke kosten zijn naar verwachting gemoeid met het voorgenomen capaciteitsmechanisme,
wie draagt deze kosten en welk effect heeft dit naar verwachting op de energierekening
van huishoudens en bedrijven?
15
Welk bedrag op deze begroting kan in 2027 naar verwachting niet of niet volledig worden
uitgegeven vanwege netcongestie, lange vergunningprocedures, personeelstekorten of
andere uitvoeringsproblemen, en wat gebeurt er met deze middelen?
16
Kunt u een overzicht geven van de maatregelen uit rapport-Gehrels die worden uitgevoerd
(met bijbehorend budget)?
17
Voor welk «Pluspakket» uit rapport-Gehrels kiest u met de huidige begroting?
18
Welke raming heeft u voor de elektriciteitsprijzen voor Caribisch Nederland voor de
komende jaren?
19
Welke berekening ligt ten grondslag aan de 36 miljoen euro voor het verlagen van de
energieprijzen op Caribisch Nederland?
20
Wat ziet u als maximum groeicijfer voor de gemiddelde energierekening, aangezien de
energierekening zal de komende jaren stevig oplopen? Welke concrete maatregelen zijn
in deze begroting terug te vinden om de energierekening beheersbaar te houden?
21
Van welke groei van de elektriciteitsvraag gaat u uit bij de raming van toekomstige
nettarieven? Kunt u inzichtelijk maken wat er met de nettarieven gebeurt indien de
elektrificatie en daarmee de elektriciteitsvraag resp. 10%, 20% of 30% achterblijft
bij het basispad uit het NPE? In hoeverre ontstaat in die scenario’s het risico dat
hogere nettarieven de elektrificatie verder afremmen en daarmee een zichzelf versterkende
stijging van de nettarieven veroorzaken?
22
Hoe wordt de IMKE-regeling voortgezet en beter aangesloten op de strategische focus
van dit kabinet op de cleantech maakindustrie?
23
Hoeveel budget is er nog beschikbaar voor de IMKE en op welke termijn?
24
Hoeveel geld is er nog beschikbaar voor de NIKI en op welke termijn?
25
Wat is het effect van een hoger NIKI budget op de CO2-uistoot?
26
Wanneer deelt u de overwegingen over een circulaire hefboom met de kamer?
27
Welke opties onderzoekt u om de opbrengsten van de circulaire hefboomdaadwerkelijk
ten goede te laten komen aan de circulaire materialentransitie?
28
Is voor invoering van de circulaire hefboom een formele wet noodzakelijk? Zo ja, welke
bestaande wet of wetten moeten daarvoor worden gewijzigd, of is een afzonderlijke
wet voor de circulaire hefboom voorzien?
29
Hoe verhoudt de afname van de beschikbare middelen voor circulaire economie richting
2031, zoals weergeven in tabel 1 (37 020 XXIII, nr. 2, p. 25), zich tot de door u aangekondigde schaalsprong van circulaire economie? Kunt
u verklaren waardoor neerwaartse bijstellingen zijn ontstaan ten opzichte van de begroting
2026 (IenW, 36 800 XII, p.175)?
30
Wanneer deelt u de toegezegde informatie over de onderzoeksresultaten en de conclusies
naar de invoering van een circulaire hefboom met de Tweede Kamer?
31
Heeft u inmiddels een principebesluit genomen over de invoering van de circulaire
hefboom? Zo ja, wat houdt dit besluit in? Zo nee, welke besluiten moeten nog worden
genomen, door welke bewindspersonen en op welk moment?
32
Welke opties onderzoekt u om de opbrengsten van de circulaire hefboomdaadwerkelijk
ten goede te laten komen aan de circulaire materialentransitie, mede gezien de bezwaren
die vanuit de begrotingssystematiek kunnen bestaan tegen het rechtstreeks oormerken
van belasting- of heffingsopbrengsten?
33
Hoe verhoudt de besluitvorming over de circulaire hefboom zich tot het op 15 september
2026 aangekondigde Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) Circulaire economie?
Kunt ondubbelzinnig bevestigen dat de besluitvorming over de circulaire hefboom niet
wordt uitgesteld totdat het IBO Circulaire economie is afgerond? Kan u garanderen
dat eventueel benodigde wetgeving voor de circulaire hefboom parallel aan het IBO
kan worden voorbereid, zodat het IBO niet leidt tot vertraging van het wetgevingstraject?
34
Wordt de circulaire hefboom in de taakopdracht voor het IBO circulaire hefboom beschouwd
als een bestaand beleidsvoornemen/instrument dat als uitgangspunt geldt, of als één
van meerdere beleidsopties waarvan het IBO opnieuw moet beoordelen of invoering wenselijk
en/of uitvoerbaar is?
35
Is voor invoering van de circulaire hefboom een formele wet noodzakelijk? Zo ja, welke
bestaande wet of wetten moeten daarvoor worden gewijzigd, of is een afzonderlijke
wet voor de circulaire hefboom voorzien?
36
Wanneer moet een wetsvoorstel uiterlijk bij de Tweede Kamer worden ingediend om invoering
van (onderdelen van) de circulaire hefboom per 1 januari 2028 nog mogelijk te maken?
Bent u bereid voor de begrotingsbehandeling een concreet wetgevings- en implementatietijdpad
aan de Kamer te sturen, met daarin ten minste de momenten van internetconsultatie,
uitvoeringstoetsen, advisering door de Raad van State, indiening bij de Tweede Kamer
en beoogde inwerkingtreding?
37
Hoeveel belastinginkomsten zou de circulaire hefboom volgens de huidige vormgeving
jaarlijks genereren in tot en met 2030, indien wordt besloten tot invoering per 1 januari
2028?
38
Welke gevolgen heeft het uitblijven of vertragen van de circulaire hefboom volgens
de Minister voor investeringsbeslissingen van Nederlandse recyclers en producenten
van circulaire materialen?
39
Hoeveel publieke middelen wordt er beoogd nodig te zijn voor de doorgroei naar 40
GW wind op zee in totaal? Hoe ontwikkelt dat zich jaarlijks tot 2040? Hoe ligt de
verhouding tussen benodigd voor tenders en nodig voor net op zee?
40
Zijn de middelen voor de opschaling van de Nederlandse productie van hernieuwbare
waterstof naar 1,2GW elektrolyse in 2030 toereikend? Kan worden toegelicht waar deze
middelen vandaan komen op de begroting en hoe zij worden besteed?
41
Waaraan wordt de 93,8 miljoen euro die begroot is voor de Projectorganisatie van NEO
NL besteed?
42
Wat zijn de voorwaarden voor de lening aan NEO NL, en wat gebeurt er als de plannen
om vier kerncentrales te bouwen niet doorgaan?
43
Welke belangrijke investeringsbesluiten worden genomen voordat het integrale kostenbeeld
van het energiesysteem beschikbaar is, en welke kosteninformatie gebruikt het kabinet
bij die besluiten?
44
Welke jaarlijkse kosten worden verwacht voor het capaciteitsmechanisme voor elektriciteit,
wie gaat deze kosten betalen en hoeveel bedraagt dit naar verwachting per huishouden
en per bedrijf?
45
Kunt u aangeven welk bedrag in 2027 concreet wordt besteed aan het verminderen van
netcongestie, welke maatregelen hiermee worden genomen en hoeveel extra netcapaciteit
deze maatregelen naar verwachting opleveren?
46
Hoeveel projecten die financiële ondersteuning ontvangen voor verduurzaming lopen
momenteel vertraging op door netcongestie, vergunningverlening of onvoldoende infrastructuur
en welk bedrag aan publieke middelen is hiermee gemoeid?
47
Kunt u aangeven welke klimaat- en energiedoelstellingen vertraging kunnen oplopen
wanneer de uitbreiding van het elektriciteitsnet achterblijft bij de huidige planning?
48
Kan een overzicht worden gegeven van de sectoren die aanspraak kunnen maken op de
IKC?
49
Kan een overzicht worden gegeven van de sectoren die voor de IKC nationaal zijn uitgezonderd
ten opzichte van de Europese richtsnoeren?
50
Kan een vergelijking worden gemaakt van de hoogte van de IKC in vergelijking met België
en Duitsland?
51
Wat is de verklaring voor het feit dat de middelen voor circulaire economie tussen
2027 en 2031 met 2/3 afnemen?
52
Is de verwachting dat alle gestelde beleidsdoelstellingen op het gebied van circulaire
economie in 2030 gehaald zijn?
53
Hoe staat het halen van circulaire doelen in verhouding tot de teruglopende financiering?
Welke aanvullende middelen zullen naar verwachting nodig zijn om de beleidsdoelstellingen
te halen?
54
Waar landt de Efficiencytaakstelling in het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat?
55
Zijn er taken die het ministerie niet meer gaat uitvoeren als gevolg van de Efficiencytaakstelling?
56
Kunt u aangeven welke sectoren en hoeveel IKC-sectoren ontvangen?
57
Welke subsidies vallen er onder maatregel 63. Subsidietaakstelling?
58
Hoe wordt na de overheveling van de uitvoeringsmiddelen naar het Gemeentefonds en
Provinciefonds vastgesteld of gemeenten en provincies voldoende capaciteit hebben
om hun klimaat- en energietaken uit te voeren?
59
Welke analyse ligt ten grondslag aan het verlagen van de prijsrisicobuffer naar 10%?
Kunt u inzicht geven in de gehanteerde energieprijs- en subsidie-uitbetalingsscenario’s
en in de mate waarin de continuïteit van de SDE bij tegenvallende marktprijzen geborgd
blijft?
60
Welk bedrag komt cumulatief door de verlaging van de prijsrisicobuffer beschikbaar?
Welk deel daarvan wordt ingezet voor de subsidie van 1,3 miljard euro voor Aramis,
welk deel resteert daarna, en waarvoor wordt het resterende bedrag aangewend of gereserveerd?
61
Welk deel van de voor Aramis geraamde CO2-aanvoer is per jaar contractueel vastgelegd en welk deel berust op intenties of ramingen,
met vermelding van de gevolgen van ingetrokken of vertraagde afvangprojecten voor
de verwachte benutting en het vollooprisico?
62
Welke kwantitatieve criteria voor waterstofvraag, benuttingsgraad en kosten worden
gebruikt bij de beslissing over het definitief beschikbaar stellen van de gereserveerde
245 miljoen euro voor volgende waterstofopslagcavernes, en wanneer zijn deze criteria
en de bijbehorende toetsresultaten beschikbaar?
63
Welke kwantitatieve bijdrage wordt in 2027 van de KGG-instrumenten voor circulaire
economie verwacht aan de subdoelen in tabel 8?
64
Kunt u toelichten hoe de 1,3 miljard voor Aramis precies wordt ingezet en welke stappen
zijn er nog nodig om tot een succesvol FID te komen?
65
Kunt u per jaar uiteenzetten wat de ophoging van de verwachte ETS2-ontvangsten is
als gevolg van de bijgestelde inflatie?
66
Kunt u in euro’s kwantificeren wat het hoger aantal rechten onder ETS2 voor Nederland
naar verwachting betekent?
67
Wat gebeurt er met de Lening EBN vulmaatregel wanneer de prijzen tijdens het vulseizoen
dermate hoger liggen dan in de winter dat EBN de lening niet terug kan betalen? Hoe
wordt voorkomen dat dit in latere jaren tot tekorten op deze begroting leidt?
68
Wat is de stand van zaken voor de verlenging van de EemsEnergyTerminal (EET)? Welke
benodigde vergunningen moeten nog worden afgegeven?
69
Met verwijzing naar tabel 8 waarin drie subdoelen voor circulaire economie worden
benoemd om het grondstoffengebruik binnen planetaire grenzen te brengen, met inzet
op vier strategieën vermindering, substitutie, levensduurverlenging en hoogwaardige
verwerking, kunt u inzicht geven in de verdeling van de beschikbare middelen over
deze vier strategieën? Welk deel van de middelen is specifiek gericht op besparen
van grondstoffen en op levensduurverlenging, en hoe verhoudt dit zich tot de middelen
voor substitutie en hoogwaardige verwerking?
70
Welke middelen zijn in het Klimaat- en energiefonds en op de departementale begrotingen
gereserveerd voor andere vormen van energieopslag, waaronder elektriciteitsopslag,
waterstofopslag en warmteopslag? Hoe verhouden de middelen die gereserveerd zijn de
komende jaren zich tot de verwachte opslagbehoefte?
71
Welke reeds aangegane financiële verplichtingen van het Rijk en TenneT kunnen bij
vertraging of niet-realisatie van vergunde windparken op zee leiden tot niet-verhaalbare
kosten, met per project de omvang, de contractuele beëindigingsmogelijkheden en de
partij die deze kosten draagt?
72
Hoeveel van de gereserveerde 60 miljard euro voor 40GW wind op zee is nodig om het
extra ambitieniveau uit het coalitieakkoord van 30GW naar 40 GW te realiseren?
73
Verwacht u dat er bij de routekaart wind op zee een actualisatie komt van de middelen
die nodig zijn voor realisatie van de wind op zee ambities?
74
Hoeveel extra miljard moet er geïnvesteerd worden in het elektriciteitsnet om het
40GW doel te halen in vergelijking met zowel de huidige situatie als de 30GW ambitie?
75
Welke beleidsprogramma’s en middelen zijn gericht op het af- en ombouwen van de lineaire
economie en het opbouwen van de circulaire economie?
76
Welk nieuw Nederlands (niet uit Europa volgend) beleid is het kabinet voornemens te
nemen in 2027 op het gebied van de circulaire economie?
77
Welke beleidsmatige ontwikkelingen dragen bij aan het stimuleren van tweedehands consumptie?
78
Welke beleidsmatige ontwikkelingen dragen bij aan het stimuleren van minder consumptie?
79
Wat zijn de financiële ontwikkelingen (hoeveelheid, welke subsidies, welke middelen,
allocatie van de middelen) sinds 2015 op het gebied van financiering van de circulaire
economie? Graag per jaar en type uitsplitsen.
80
Wordt er gekeken hoe circulariteit, sociaal beleid en onderwijs beter met elkaar verbonden
kunnen worden? Zo ja, hoe?
81
Is het ministerie betrokken bij de Talentstrategie en krijgt circulariteit daar vervolgens
ook een prominente rol in?
82
Welke fiscale stimuleringsmiddelen zijn er voor de circulaire economie?
83
Welke fiscale stimuleringsmiddelen dragen bij aan zowel circulaire als sociale doelstellingen?
En hoe kunnen deze beter in op elkaar afgestemd worden.
84
Kunt u inzichtelijk maken welke financiële instrumenten in de begroting specifiek
zijn gericht op het verbeteren van de concurrentiepositie van circulaire businessmodellen
ten opzichte van lineaire alternatieven?
85
Wat zijn de personele kosten van NEO NL, van zowel interne- als externe personele
kosten?
86
Hoeveel FTE werkt er bij de directie kernenergie?
87
Wat zijn de personele kosten van de directie kernenergie?
88
Hoeveel FTE werkt er aan energiebesparing?
89
Wat zou het effect zijn van een groter budget voor VEKI, NIKI en DEI+?
90
Welk bedrag van de als juridisch verplicht aangemerkte uitgaven berust op daadwerkelijk
afgesloten overeenkomsten of afgegeven subsidiebeschikkingen, en welk bedrag is alleen
op basis van begrotingsveronderstellingen als juridisch verplicht aangemerkt?
91
Hoeveel van de verwachte CO2-aanvoer voor Aramis is al vastgelegd in bindende contracten, en welk deel bestaat
uit nog onzekere belangstelling van bedrijven?
92
Hoe worden tegenvallers bij een lagere benutting van Aramis verdeeld tussen het Rijk,
de aandeelhouders en de gebruikers, en welk financieel risico blijft bij private partijen
liggen?
93
Welke afvalverbrandingsinstallaties kunnen volgens de huidige planning vóór de verhoging
van hun CO2-heffing gebruikmaken van CO2-transport en -opslag, en welke installaties hebben die mogelijkheid dan nog niet?
94
Hoeveel CO2-uitstoot gaat gepaard met de import van CO2 uit andere lande voor het Aramis project?
95
Hoeveel CO2-heffing bespaart de Nederlandse industrie potentieel met het Aramis project?
96
Zijn de netkosten in 2027 in Caribisch Nederland, ondanks subsidie, hoger dan in Europees
Nederland? Hoeveel middelen zijn er nodig om in 2027 de netkosten in Caribisch Nederland
even hoog te laten zijn als in Europees Nederland?
97
Welke hoeveelheid gas kan de noodvoorraad per dag leveren, gedurende hoeveel dagen
en voor welke groepen afnemers is deze voorraad bedoeld?
98
Welke waterstofvraag en benodigde opslagcapaciteit zijn gebruikt om de voorgenomen
uitbreiding met negen opslagcavernes te onderbouwen, en hoe verandert die behoefte
als de waterstofvraag lager uitvalt?
99
Welke hoeveelheid waterstof moet de nationale importtender opleveren, tegen welke
geraamde publieke kosten per kilogram en met welke zekerheid over de afname door Nederlandse
bedrijven?
100
Welke gesubsidieerde waterstofproductieprojecten kunnen volgens de huidige planning
eerder gereed zijn dan de benodigde transport- of opslaginfrastructuur, en hoeveel
subsidie is met die projecten gemoeid?
101
Hoeveel extra woningen worden met de begrote middelen voor de Warmtenetten Investeringssubsidie
en NieuweWarmteNu! naar verwachting in 2027 en uiterlijk in 2030 daadwerkelijk aangesloten,
zonder aansluitingen dubbel te tellen?
102
Welke voorwaarden bij de ondersteuning van warmtenetten zorgen ervoor dat publieke
steun ook leidt tot lagere aansluitkosten of gebruikskosten voor bewoners, en hoe
wordt dit gecontroleerd? Welke vervolgstappen is het kabinet bereid te nemen als deze
kosten niet dalen?
103
Wat is de actuele raming van het bedrag dat nodig is om het landelijke waterstofnetwerk
financieel sluitend te maken, en welk deel daarvan is nog niet gedekt?
104
Hoe leest u de constatering van de Algemene Rekenkamer dat er onvoldoende middelen
beschikbaar zijn voor het volledig realiseren van de Waterstof backbone? Hoe houdt
de regering vast aan de realisatie van de waterstofbackbone nu blijkt dat er onvoldoende
middelen beschikbaar zijn?
105
Hoeveel extra transportcapaciteit op het elektriciteitsnet wordt met de begrote middelen
voor Flex-E naar verwachting beschikbaar gemaakt, en hoe wordt gecontroleerd of die
capaciteit daadwerkelijk beschikbaar komt?
106
Hoeveel energiehubs zijn inmiddels operationeel, hoeveel worden met de begrote middelen
in 2027 operationeel en hoeveel netcapaciteit maken deze hubs daadwerkelijk vrij?
107
Welke resultaten worden in 2027 verwacht van de middelen voor efficiëntere benutting
van elektriciteitsnetten en energiehubs, uitgedrukt in operationele hubs en aantoonbaar
extra benutbaar transportvermogen per congestiegebied, met onderscheid tussen vast
en flexibel beschikbaar vermogen?
108
Hoeveel verlaagt de jaarlijkse subsidie aan TenneT voor het net op zee de netkosten
voor huishoudens en bedrijven, en hoe ontwikkelt dit effect zich bij verdere uitbreiding
van het net op zee?
109
Welke aannames over de hoogte, ingangsdatum en looptijd van een invoedingstarief liggen
ten grondslag aan het extra verplichtingenbudget voor wind op zee?
110
Hoeveel subsidie wordt voor de betreffende wind-op-zeetender naar verwachting uitgekeerd
met en zonder invoedingstarief, bij dezelfde elektriciteitsprijzen?
111
Welke voorwaarden gelden voor terugbetaling of vermindering van de subsidie aan WarmtelinQ
als het project minder warmte afzet of minder aansluitingen bedient dan voorzien?
112
Welke concrete resultaten moeten de subsidies voor innovatieve kernenergie en kleine
modulaire reactoren opleveren, en op welke momenten wordt besloten om projecten voort
te zetten of de steun te beëindigen?
113
Welke gasprijzen, opslagvolumes en zekerheidsstortingen liggen ten grondslag aan het
middenscenario voor de lening aan EBN, en hoeveel geld is nodig in een scenario met
sterk stijgende gasprijzen?
114
Welke onderdelen van de totale kosten van nieuwe kerncentrales zijn al geraamd, waaronder
bouw, financiering, netaansluiting, afvalbeheer en ontmanteling, en voor welke onderdelen
ontbreekt nog een raming?
115
Welke technische onderzoeken voor de bedrijfsduurverlenging van Borssele moeten nog
worden afgerond, wanneer worden de resultaten verwacht en welke aanvullende investeringen
kunnen daaruit volgen?
116
Wat zijn voor de wind-op-zeetenders van 2027 en 2028 de geraamde betalingen en terugontvangsten
onder de nieuwe prijscontracten, bij lage, gemiddelde en hoge elektriciteitsprijzen?
117
Onder welke begrotingsposten staat het geld voor de wind-op-zeetenders met contracts
for difference (CfD) in 2027 en 2028? Kan per tender worden aangegeven hoeveel de
overheid maximaal aan verplichtingen mag aangaan, hoeveel zij naar verwachting jaarlijks
betaalt en ontvangt tot het einde van het contract, en van welke elektriciteitsprijzen
daarbij is uitgegaan?
118
Hoeveel investeert u nog in circulaire ambachtscentra?
119
Bent u nog steeds voornemens een in 2030 landelijk dekkend netwerk circulaire ambachtscentra
te hebben? Wat is daarbij de definitie van een circulaire ambachtscentrum en wat van
landelijk dekkend?
120
Hoe worden de inkomsten vanuit ETS2 besteed?
121
Hoe worden de inkomsten vanuit ETS1 besteed?
122
Kunt u een inschatting maken van de gederfde ETS inkomsten van het voorstel van de
Europese Commissie?
123
Welke bandbreedte hebben de ETS2-ontvangsten voor 2028–2031 bij afwijkingen van de
in tabel 13 gebruikte veilingvolumes en CO2-prijzen, met afzonderlijke verwerking van de werking van de Europese prijsstabiliteitsmechanismen?
124
Kunt u een overzicht geven hoe het financiële equivalent van de ETS-inkomsten wordt
besteed aan de verduurzaming van de industrie? Kan de regering daarbij een percentage
aangeven van de hoeveelheid die terugvloeit vanuit de ETS-inkomsten naar de verduurzaming
van de industrie?
125
Welk totaalbedrag aan leningen kan met de beschikbare reserve voor de Garantieregeling
Warmtenetten worden gegarandeerd, en welke aannames over verliezen liggen hieraan
ten grondslag?
126
Kunt u aangeven in welke schrijven (en hoeveel) de belasting op elektriciteit hoger
is dan op die van gas (per energie-eenheid), in miljoenen per jaar?
127
Kunt u aangeven wat het effect (financieel en in termen van klimaat) is van het overnemen
van de voorgenomen Europese regel om elektriciteit lager te belasten dan gas?
128
Op welke emissies is de aanname gebaseerd dat bio-energie klimaatneutraal is? Wat
zou het beprijzingstekort zijn als de daadwerkelijke levenscyclusemissies van de gebruikte
biomassastromen in de berekening worden meegenomen?
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.M. Zwinkels, voorzitter van de vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei -
Mede ondertekenaar
D.S. Nava, griffier