Lijst van vragen : Verslag houdende een lijst van vragen (cie DiZa) inzake vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2027 (Kamerstuk 37020 VII)
2026D49079 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN
De vaste commissie voor Digitale Zaken heeft een aantal vragen voorgelegd aan de bewindspersonen
van Economische Zaken en Klimaat, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Justitie
en Veiligheid over de Vaststelling van de begrotingsstaten van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
(VII) voor het jaar 2027 (Kamerstuk 37 020, nr. VII), voor zover het onderwerpen betreft die zien op digitalisering.
De voorzitter van de commissie,
Dekker
Adjunct-griffier van de commissie,
Terberg
Vragen inzake Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse
Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) (VII) voor het jaar 2027
Nr
Vraag
1
Welke toetsen onderbouwen de kwalificatie «soeverein» van de nieuwe DICTU-platformdiensten
waarin in 2027 wordt geïnvesteerd, met afzonderlijke conclusies over eigendom, opslag
en verwerking, juridische zeggenschap, toegang door leveranciers en onderaannemers
en aantoonbare overstapmogelijkheden?
2
Waarom loopt het budget voor digitalisering t/m 2031 af, en welke gevolgen heeft dit
voor het bereiken van de gestelde ambities?
3
Hoeveel heeft het gekost om het digitaliseringsbeleid van BZK naar EZK over te hevelen,
en kan de regering deze kosten uiteenzetten?
4
Zijn er bij EZK na de overheveling evenveel fte verantwoordelijk voor digitaliseringsbeleid
als bij BZK?
5
Kan verklaard worden waarom er circa 58 miljoen euro overgeheveld wordt naar EZK voor
digitaliseringsbeleid, maar EZK slechts circa 36 miljoen euro voor digitalisering
ontvangt1, en wat is er met de overige circa € 22 miljoen gebeurd?
6
Kunt u toelichten welk deel van de naar EZK overgehevelde € 58 miljoen in 2027 betrekking
heeft op apparaatskosten en welk deel op inhoudelijke beleidsgelden?
7
Hoeveel apparaatsbudget en hoeveel fte zijn als gevolg van de departementale herverdeling
van de digitaliseringsportefeuille van BZK naar EZK overgeheveld?
8
Kan het kabinet aangeven hoe de overheveling van apparaatsmiddelen van BZK naar EZK
zich verhoudt tot de € 18,2 miljoen aan apparaatsuitgaven die in 2027 bij EZK is geraamd
voor het nieuwe DG Digitaliseringsbeleid Samenleving en Overheid, en bestaat deze
€ 18,2 miljoen volledig uit vanuit BZK overgehevelde apparaatsmiddelen?
9
Kunt u aangeven welke extra middelen en capaciteit bij de Rijksinspectie Digitale
Infrastructuur (RDI) worden vrijgemaakt voor het toezicht op de gehele overheid onder
de nieuwe Cyberbeveiligingswet (Kamerstukdossier 36 764)?
10
Het budget voor opdrachten voor doorontwikkeling en innovatie stijgt van € 7,4 miljoen
in 2026 naar € 72,0 miljoen in 2027. Wat verklaart deze stijging, en welke concrete
activiteiten worden met deze middelen beoogd en welk deel van de € 72,0 miljoen is
reeds inhoudelijk bestemd?
11
Wat is de achtergrond om 2% van het totale GDI-budget beschikbaar te stellen voor
innovatieve trajecten en acht het kabinet dit voldoende om daadwerkelijk ruimte te
bieden voor vernieuwing?
12
Waarom is de post «Doorontwikkeling Rijksbrede ICT-voorziening» zowel onder opdrachten
als onder bijdragen aan agentschappen opgenomen, en wat verklaart dat beide budgetten
vanaf 2027 volledig vervallen en op welke wijze wordt de doorontwikkeling van Rijksbrede
ICT-voorzieningen voortgezet?
13
Kunt u aangeven of u het bedrag van € 2,4 miljoen dat op beleidsartikel 7 is vrijgemaakt
voor het aanpakken van problematische legacy en het versterken van de digitale weerbaarheid
van de Rijksoverheid, toereikend acht voor de gehele rijksdienst, gezien de toenemende
cyberdreigingen?
14
Wat verklaart de daling van de ICT-uitgaven van € 37,8 miljoen in 2026 naar € 8,1 miljoen
in 2027 en € 4,2 miljoen in 2028, en in hoeverre wordt deze daling veroorzaakt door
overhevelingen naar andere begrotingsartikelen of organisaties, en in hoeverre betreft
dit een daadwerkelijke vermindering van ICT-uitgaven?
15
Kunt u aangeven of het in 2027 voor DigiD geraamde bedrag van € 66,439 miljoen ook
de kosten voor de aanbesteding, transitie en overstap naar een nieuwe leverancier
omvat, en zo nee, waar deze kosten dan financieel zijn geraamd?
16
Wat is de stand van zaken van het gezamenlijke onderzoek van DICTU en SSC-ICT naar
de door de Algemene Rekenkamer geconstateerde tariefverschillen (kostprijs), wanneer
worden de eerder voor het najaar van 2026 aangekondigde onderzoeksresultaten met de
Kamer gedeeld en worden daarbij ook concrete mogelijkheden voor doelmatigheidswinst
onderzocht?
17
Waar staan de kosten voor de Informatiepunten Digitale Overheid (IDO’s) op de begroting?
18
Waar is de beloofde indexering van de middelen voor Informatiepunten Digitale Overheid
(IDO’s) op de begroting opgenomen, en kan de indexering per jaar uiteengezet worden?
X Noot
1
Zie ook memorie van toelichting EZK-begroting, pagina 94.
Overige/overkoepelende vragen die betrekking hebben op meerdere ontwerpbegrotingen
(37 020-VII), (37 020-XIII), (37 020-VI)
Nr
Vraag
1
Hoeveel geld wordt er gereserveerd voor het toezicht op de AI-verordening en vanuit
welke begroting worden deze middelen toegekend?
2
Hoe worden de middelen uitgesplitst over betrokken toezichthouders en grondrechtautoriteiten
voor hun taken met betrekking tot de AI-verordening?
3
Hoeveel middelen zijn er nodig voor de Autoriteit Persoonsgegevens in de komende vier
jaar om haar taken goed te kunnen blijven uitvoeren en meer toezichtstaken op zich
te nemen, met het oog op meer wet- en regelgeving, zoals de AI-verordening, en vanuit
welke begroting komen deze middelen?
4
Wat zijn, kabinetsbreed, de concrete en meetbare hoofddoelen van het digitaliseringsbeleid,
en hoe verhouden deze zich tot doelen op gebied van digitalisering vanuit de ministeriële
taskforce Slagvaardige Overheid en de taskforce Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat?
5
Gaan er middelen beschikbaar worden gesteld voor de uitvoering van de Rijksbrede Quantumstrategie
(Brief d.d. 5 oktober 2026, 2026Z20997), en vanuit welke begroting worden deze middelen toegekend?
6
Hoe worden de tien ambities, genoemd in de Kamerbrief «Strategische inzet digitalisering»
(Brief d.d. 21 september 2026, 2026D45064), bekostigd, en kan nader ingegaan worden op de concrete doelen voor deze ambities
en de daarbij gemoeide middelen per begroting?
7
Waarom zijn er geen aanvullende middelen voor digitalisering in de begrotingen opgenomen,
zoals geconstateerd in de Kamerbrief «Strategische inzet digitalisering» (Brief d.d. 21 september
2026, 2026D45064)?
8
Wat is de status van het document «Stand van zaken – Investeringsagenda NDS» (Kamerstuk
26 643, nr. 1435), en geeft dit nog steeds een betrouwbaar inzicht in de noodzakelijke investeringen
om de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) uit te voeren?
9
Wat doet het kabinet met de berekening die is gemaakt in het document «Stand van zaken
– Investeringsagenda NDS» (Kamerstuk 26 643, nr. 1435), zijn de hierin genoemde middelen randvoorwaardelijk voor het behalen van de beleidsdoelen
voor digitalisering?
10
Hoeveel geld geeft de Rijksoverheid jaarlijks per departement uit aan de diensten
van grote Amerikaanse techbedrijven, en kan inzichtelijk gemaakt worden hoeveel jaarlijks
betaald wordt aan contracten en licenties voor Microsoft-, Google- en Amazon-diensten?
11
Welke contracten met Microsoft, Google en Amazon lopen in de komende twee jaar af,
en kunnen deze contracten per departement uiteengezet worden?
12
Heeft het kabinet inzicht in de totale jaarlijkse uitgaven aan IT-leveranciers via
(grote) contracten en licenties, en hoe wordt dit bijgehouden?
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
R.J. Dekker, voorzitter van de vaste commissie voor Digitale Zaken -
Mede ondertekenaar
F.P. Terberg, adjunct-griffier