Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over het Verdrag inzake het Bureau van de Europese Burgerluchtvaart Conferentie (ECAC); Parijs, 22 mei 2025 (Kamerstuk 37013-1)
2026D47850 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Binnen de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat hebben verschillende fracties
de behoefte om vragen en opmerkingen voor te leggen aan de Minister van Infrastructuur
en Waterstaat over de brief over het Verdrag inzake het Bureau van de Europese Burgerluchtvaart
Conferentie (ECAC); Parijs, 22 mei 2025 (Kamerstuk 37 013, nr. 1).
De voorzitter van de commissie,
Huizenga
Adjunct-griffier van de commissie,
Koerselman
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Inhoudsopgave
Inleiding
D66-fractie
BBB-fractie
Inleiding
De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de brief van
de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 25 augustus 2026 over het Verdrag inzake het
Bureau van de Europese Burgerluchtvaart Conferentie (ECAC), met toelichtende nota,
alsmede van het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State (RvS) en het
nader rapport. Deze leden onderschrijven het belang van een goed functionerende Europese
samenwerking op het gebied van luchtvaartveiligheid, beveiliging en duurzaamheid,
en van een stabiele institutionele basis voor ECAC. Met het oog op de rol van ECAC
bij onder meer milieu en verduurzaming van de luchtvaart en de zorgvuldige omgang
met aansprakelijkheids- en financiële risico’s hebben deze leden nog enkele vragen
en aandachtspunten.
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de geagendeerde stukken voor
het schriftelijk overleg over het Verdrag inzake het Bureau van de ECAC en zien op
dit moment af van het maken van inhoudelijke opmerkingen en het stellen van aanvullende
vragen.
De leden van de PRO-fractie hebben kennisgenomen van het ECAC-verdrag en het advies
van de RvS en hebben op dit moment geen verdere vragen of opmerkingen.
De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van het Verdrag inzake het Bureau
van de ECAC. Deze leden begrijpen dat het verdrag ertoe strekt het bestaande secretariaat
van ECAC internationale rechtspersoonlijkheid te geven en daarmee een structurele
oplossing te bieden voor de huidige tijdelijke constructie via EUROCONTROL.
D66-fractie
De leden van de D66-fractie lezen dat de directe aanleiding voor het verdrag de beëindiging
in 2020 van de samenwerkingsrelatie met International Civil Aviation Organization
(ICAO) is, waarna het ECAC-secretariaat tijdelijk is ondergebracht bij EUROCONTROL.
Kan de Minister toelichten waarom het zo lang heeft geduurd voordat een structurele
oplossing is gevonden, en welke risico’s of knelpunten de huidige tijdelijke situatie
in de tussentijd heeft opgeleverd? Deze leden begrijpen dat Nederland terughoudend
is met het oprichten van nieuwe internationale organisaties met rechtspersoonlijkheid.
Kan de Minister nader ingaan op de afweging waarom de alternatieven, zoals een vereniging
naar Frans recht of het voortzetten van de huidige constructie bij EUROCONTROL, zijn
afgevallen? Hoe weegt de Minister het risico op wildgroei van kleine internationale
organisaties in dit geval, mede gelet op het precedent van het Europees Bureau voor
Communicatie?
De leden van de D66-fractie constateren dat er tijdens de onderhandelingen verschil
van mening bestond over de aansprakelijkheidsrisico’s van besluiten van het Bureau
van de ECAC, en dat formeel alleen de partijen bij het verdrag aansprakelijk zijn.
Tegelijkertijd blijven alle 44 bij ECAC aangesloten landen financieel bijdragen en
maken zij gebruik van de diensten van het Bureau. Hoe beoordeelt de Minister de omvang
van de aansprakelijkheidsrisico’s voor Nederland? Welke concrete waarborgen bieden
het Comité van de partijen en de hogere drempel van 22 partijen voor inwerkingtreding
om deze risico’s te beperken? Hoe wordt voorkomen dat landen die (nog) geen partij
zijn, via hun financiële bijdragen de facto meedelen in risico’s zonder zeggenschap
te hebben? Is er een inschatting van hoe lang het kan duren, voordat 22 landen het
verdrag hebben bekrachtigd, en hoe de situatie in de tussenliggende periode zal worden
vormgegeven?
De leden van de D66-fractie lezen dat het Comité van de partijen strikt administratief
van aard is en dat er een strikte scheiding bestaat tussen dit comité en de ECAC Conferentie.
Hoe wordt in de praktijk geborgd dat besluiten van het Comité van de partijen, bijvoorbeeld
over de begroting of het personeelsreglement, geen inhoudelijke of beleidsmatige doorwerking
krijgen in het werk van ECAC, bijvoorbeeld op het terrein van milieu en duurzaamheid?
Deze leden vragen voorts hoe de rol van Nederland in het Comité van de partijen zal
worden ingevuld en op welke wijze de Kamer over de Nederlandse inbreng zal worden
geïnformeerd. Kan de Minister ook toelichten welke gevolgen de mogelijkheid van een
tweederdemeerderheid bij stemmingen (artikel 8), naast besluitvorming bij consensus,
voor Nederland kan hebben?
De leden van de D66-fractie constateren dat de Europese Commissie als waarnemer aanwezig
was en dat het voor de EU van belang was dat het Bureau geen taken overneemt die onder
de exclusieve verantwoordelijkheid van de Unie vallen. Op welke wijze wordt dit in
het verdrag geborgd, en hoe wordt voorkomen dat er overlap of spanning ontstaat met
de rol van de EU en de European Union Aviation Safety Agency (EASA)? Tot slot vragen
deze leden hoe de Minister verwacht dat de nieuwe structuur de rol van ECAC bij het
bevorderen van een duurzame luchtvaart en het gezamenlijk Europees optreden in ICAO
versterkt, en of de Minister inzicht kan geven in concrete voordelen op het gebied
van milieu en verduurzaming.
BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie lezen dat tijdens de onderhandelingen nadrukkelijk aandacht
is besteed aan mogelijke aansprakelijkheidsrisico’s voor landen die partij worden
bij het verdrag. Kan de Minister toelichten welke financiële aansprakelijkheid voor
Nederland kan ontstaan door besluiten of handelingen van het ECAC-Bureau?
De leden van de BBB-fractie lezen dat ook ECAC-landen die geen partij zijn bij het
verdrag financieel blijven bijdragen aan de ECAC-organisatie, terwijl alleen verdragsstaten
zitting hebben in het Comité van de partijen. Kan de Minister toelichten hoe financiële
risico’s worden verdeeld wanneer niet alle ECAC-landen partij zijn bij het verdrag?
De leden van de BBB-fractie lezen dat het ECAC-Bureau internationale rechtspersoonlijkheid
krijgt en daardoor zelfstandig rechtshandelingen kan verrichten, waaronder het sluiten
van overeenkomsten met staten en internationale organisaties. Kan de Minister toelichten
welke waarborgen bestaan om te voorkomen dat het mandaat van het Bureau zich in de
toekomst uitbreidt buiten de ondersteunende en administratieve taken waarvoor het
nu wordt opgericht?
De leden van de BBB-fractie lezen dat voor de Europese Commissie tijdens de onderhandelingen
van belang was dat het nieuwe Bureau geen taken krijgt die onder de exclusieve verantwoordelijkheid
van de Europese Unie vallen. Kan de Minister aangeven hoe in de praktijk wordt bewaakt
dat de werkzaamheden van het ECAC-Bureau niet overlappen met bevoegdheden of werkzaamheden
van de Europese Unie, EASA of EUROCONTROL?
De leden van de BBB-fractie lezen dat het verdrag de huidige besluitvorming binnen
ECAC en de financiële bijdragen van de deelnemende landen niet zou wijzigen. Kan de
Minister bevestigen dat de oprichting van het ECAC-Bureau voor Nederland niet leidt
tot aanvullende structurele financiële verplichtingen boven op de bestaande jaarlijkse
bijdrage aan ECAC? Deze leden vragen daarbij hoe wordt omgegaan met eventuele toekomstige
kosten die voortvloeien uit de rechtspersoonlijkheid of aansprakelijkheid van het
Bureau.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
R.A. Huizenga, voorzitter van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat -
Mede ondertekenaar
G.B. Koerselman, adjunct-griffier