Brief Presidium : Brief van het Presidium over een adviesaanvraag aan de Wetenschappelijke Klimaatraad over buitenlandse handels- en investeringsbeleid en klimaattransitie
36 180 Doen waar Nederland goed in is – Strategie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
31 793
Internationale klimaatafspraken
Nr. 233
BRIEF VAN HET PRESIDIUM
Aan de Leden
Den Haag, 30 september 2026
Het Presidium legt hierbij, conform artikel 7.35 lid 2 van het Reglement van Orde,
aan u voor het verzoek van de vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
bij brief van 7 september 2026 om advies te vragen aan de Wetenschappelijke Klimaatraad
inzake buitenlandse handels- en investeringsbeleid en klimaattransitie.
Het Presidium stelt u voor in te stemmen met het bijgevoegde verzoek en dit door te
geleiden aan de Wetenschappelijke Klimaatraad.
De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, Van Campen
BIJLAGE 1 BRIEF VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING
Aan het Presidium,
Den Haag, 7 september 2026
Namens de leden van de vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
verzoek ik u aan de Kamer voor te stellen om een adviesaanvraag bij de Wetenschappelijke
Klimaatraad in te dienen over het bieden van inzicht in en het geven van advies over
het spanningsveld tussen het Klimaatakkoord van Parijs en de belangrijkste handelsverdragen
en handelsregels van de WTO.
In de bijlage treft u een uitgewerkte vraagstelling aan.
Ik verzoek u te bevorderen dat de Kamer hierover op korte termijn een beslissing neemt.
De wnd. griffier van de vaste commissie, Van der Leeden
BIJLAGE 2
In een verkennend gesprek met de voorbereidingsgroep van de commissie BHO hebben medewerkers
van de Wetenschappelijke Klimaatraad aangegeven dat de WKR de adviesaanvraag zowel
inhoudelijk als qua capaciteit kan opnemen in haar werkprogramma.
De Wetenschappelijke Klimaatraad wordt verzocht inzicht te bieden in het spanningsveld
tussen het Klimaatakkoord van Parijs (binnen het VN-verdrag inzake klimaatverandering)
en de belangrijkste handelsverdragen en handelsregels van de WTO en verzoekt advies
uit te brengen over hoe Nederland hier mee om kan gaan, met aandacht voor de volgende
deelvraag:
• Op welke manier vormen EU-handelsverdragen en WTO-verplichtingen een belemmering of
een kans voor het Nederlandse en Europese klimaatbeleid en het nastreven van de doelen
uit het Akkoord van Parijs?
Deelvragen die de aandacht behoeven:
• Wat zijn de duurzaamheidsbepalingen (zoals ISDS) in de verschillende belangrijke handelsverdragen,
Mercosur, CEPA, CETA en de handelsverdragen met India en Afrika en wat is de werking
daarvan in de praktijk?
• Hoe verhouden de handelsverdragen en handelsregels van de WTO zich tot het Akkoord
van Parijs en op welke wijze verhouden deze zich in juridisch opzicht tot elkaar wanneer
bepalingen met elkaar op gespannen voet staan? Met aandacht voor de hiërarchie of
nevenschikking van deze verdragen en de wijze waarop een juridisch geschil wordt opgelost.
• Welke mogelijkheden ziet de Wetenschappelijke Klimaatraad voor de Kamer, binnen het
spanningsveld van handelsverdragen die een Europese aangelegenheid zijn en de eigenstandige
positie van Nederland in klimaatverdragen?
Voorbeelden van positieve doorwerkingen van handelsverdragen en WTO-verplichtingen
op klimaatbeleid:
• Brussels effect: EU-milieustandaarden (pesticiden, duurzaamheid, CBAM) werken via
marktmacht door in derde landen. Wie op EU-markt wil verkopen, moet zich aan hoge
standaarden houden. Dit tilt de ondergrens op wereldmarkt.
• Duurzaamheidsbepalingen in verdragen: Moderne EU-verdragen bevatten sustainability
chapters met verplichting tot Parijsakkoord en ontbossingsbescherming. Formeel bindend,
zij het zwak afdwingbaar. Voorbeeld: EU-Mercosur bevat expliciete ontbossingsdoelstellingen.
Waar liggen juridische beperkingen en waar is ruimte voor beleidsmaatregelen op het
gebied van voedselproductie, gewasbescherming en milieustandaarden?
Voorbeelden van beperkingen en negatieve doorwerkingen van handelsverdragen en WTO-verplichtingen
op klimaatbeleid:
• Marktdruk tegengesteld aan klimaatdoelen: Tariefverlagingen in handelsverdragen verhogen
handelsvolume van CO2-intensieve sectoren (rundvlees, landbouw). Dit werkt klimaatdoelen tegen.
• Voorbeeld: Mercosur-tarieven op Zuid-Amerikaans rundvlees stimuleren omvangrijkere
importen, terwijl deze sector matig efficiënt is en ontbossing drijft.
• Handelsverdragen bevatten clausules die nationale beleidsvrijheid inperken.
• Voorbeeld: ISDS, geschillenbeslechting die het mogelijk maakt voor bedrijven om klacht
tegen een overheid te starten met grote financiële consequenties. In praktijk kan
dit een chilling effect hebben.
• Inconsistentie export-import:EU exporteert pesticiden met verlaagde tarieven, importeert
vervolgens voedsel geproduceerd met dezelfde middelen. Beleid stuurt tegen zichzelf
in.
• Zwakke afdwingbaarheid: Sustainability chapters hebben geen rechtspraak. Geschillen
worden onderhandeld, niet opgelost. Handhaving ontbreekt praktisch. Voorbeeld: Mercosur
ontbossing – geen sluitingsmechanisme als verplichting wordt geschonden.
Ondertekenaars
A.A.H. van Campen, voorzitter van het Presidium
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.