Lijst van vragen : Verslag houdende een lijst van vragen over vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (XIII) voor het jaar 2027 (Kamerstuk 37020-XIII)
2026D46709 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN
De vaste commissie voor Economische Zaken heeft een aantal vragen voorgelegd aan de
Minister van Economische Zaken en Klimaat over het wetsvoorstel van 15 september 2026
houdende de Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
(XIII) voor het jaar 2027 (Kamerstuk 37 020 XIII, nrs. 1
en 2).
De voorzitter van de commissie,
Van Eijk
Adjunct-griffier van de commissie,
Krijger
Nr.
Vraag
1
Welke factoren verklaren de bijstelling van de groei van de arbeidsproductiviteit,
en in hoeverre zijn deze factoren beïnvloedbaar door overheidsbeleid?
2
Hoe ontwikkelde het percentage productiviteitsbevorderende overheidsinvesteringen
zich de afgelopen jaren en wat is de prognose tot 2030?
3
Wordt het percentage productiviteitsbevorderende (overheids)investeringen gebruikt
door de Taksforce Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat als indicator voor de
vier domeinen?
4
Evalueert u fiscale regelingen op productiviteit en welke evaluaties zijn daarvoor
beschikbaar voor het domein van Economische Zaken?
5
Welke maatregelen neemt u om actief te sturen op de sectormix (aandeel van verschillende
bedrijfstakken), met het oog op het verhogen van de arbeidsproductiviteit?
6
Welke concrete remmende maatregelen gaat u nemen om, in lijn met het advies van de
Raad van State, laagproductieve sectoren af te remmen?
7
Hoe gaat u ervoor zorgen dat niet langer het percentage laagproductieve banen, maar
het percentage hoogproductieve banen groeit?
8
Hoe gaat u maatschappelijke kosten zoals milieuvervuiling meewegen in uw afweging
en sturing op de sectormix?
9
Welke belemmeringen voor toetreding, doorgroei en uittreding van bedrijven zijn bij
u bekend, en welke maatregelen neemt u om de bedrijfsdynamiek te bevorderen?
10
Hoe hoog zijn de bedragen bij de publieke en private investeringen in onderzoek en
ontwikkeling momenteel als percentage van het bruto binnenlands product (bbp), en
hoe ontwikkelt zich dit de komende jaren?
11
Hoe gaat u het risico aanpakken dat fiscale regelingen te weinig productiviteitsgroei
opleveren of de productiviteitsgroei zelfs belemmeren?
12
Is Nederland voornemens deel te nemen aan de Europese Important Project of Common
European Interest (IPCEI) Biobased Food and Feed Ingredients en wat is op dit moment
de stand van zaken van de Nederlandse besluitvorming hierover?
13
In diverse stukken van de regering staat iets vermeld over Innovatie regionale campussen,
bijvoorbeeld dat deze middelen onder meer worden ingezet voor regionale innovatieclusters,
deelname aan IPCEI AI en deelname aan verschillende EU-fondsen; is het mogelijk deze
middelen mede in te zetten voor Nederlandse deelname aan de IPCEI Biobased Food and
Feed Ingredients?
14
Waarom wordt in de begroting wel expliciet verwezen naar IPCEI AI, maar niet naar
de IPCEI Biobased Food and Feed Ingredients, terwijl Nederland deelneemt aan de ontwerpfase
van deze Europese IPCEI voor biotechnologie?
15
Welke mogelijkheden zijn er om in Europees verband invulling te geven aan het door
de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) beschreven principe van strategische
symmetrie in de economische betrekkingen met China? Welke bestaande Europese beleidsinstrumenten
kunnen hiervoor worden ingezet en welke aanvullende instrumenten zouden hiervoor noodzakelijk
zijn?
16
Welke criteria worden gehanteerd bij de afweging om al dan niet over te gaan tot een
overheidsdeelneming en in hoeverre wegen daarbij overwegingen van economische veiligheid
en strategische autonomie mee?
17
Welke financiële en niet-financiële instrumenten heeft u momenteel tot uw beschikking
voor het behoud van strategische industriële productiecapaciteit?
18
In de Kamerbrief over de appreciatie van het Groeiplan MedTech1 wordt 102,5 miljoen euro beschikbaar gesteld vanuit de departementale begrotingen.
Hoe is dit bedrag verdeeld tussen de begrotingen van EZK en VWS? De VWS-bijdrage loopt
via subsidies door tot 2036, terwijl de EZK-begroting tot en met 2031 reikt. Hoe wordt
het EZK-aandeel na 2031 budgettair geborgd?
19
Kunt u bevestigen dat voor de MedTech-beleidsagenda geen beroep wordt gedaan op het
Nationaal Groeifonds?
20
In het Coalitieakkoord is structureel 100 miljoen euro toegezegd voor regionale innovatieclusters
en de Nationale Technologiestrategie2; hoe is dit bedrag verdeeld over beide doelen, en welk deel staat nog op de Aanvullende
Post?
21
Voor het Deep Tech Fonds (DTF) is na 2029 geen kasbudget meer geraamd; hoe verhoudt
zich dat tot de ophoging van het fondsvermogen naar 610 miljoen euro?
22
Hoe verhoudt de pilot Life Sciences and Biotech zich tot de MedTech-beleidsagenda;
kan die pilot geheel of gedeeltelijk dienen als invulling van het EZK-aandeel daarin?
23
Hoeveel ondernemingen voldoen naar verwachting aan de voorgestelde definitie van startup
en scale-up, uitgesplitst naar sector, en op welke bron is die inschatting gebaseerd?
Hoeveel werknemers werken bij deze ondernemingen?
24
Welke percentages als National IP Deal Term vragen Nederlandse kennisinstellingen
en hoe verschilt dit met andere Europese landen?
25
Hoe verhoudt de Nederlandse overheidssteun aan de industrie, van nu en de afgelopen
jaren, zich tot dat van China, de Verenigde Staten, het EU-gemiddelde, het OESO-gemiddelde
en onze buurlanden?
26
Wat is de structurele economische groei in Nederland?
27
Is er uitvoering gegeven aan het Nationaal AI Deltaplan en zo ja, op welke manier?
Volgt er nog meer uitwerking? Volgt er nog een AI-rekenkrachtplan?
28
Wat zijn de regeldrukkosten vanuit gemeenten, provincies en waterschappen? Hoe hebben
deze regeldrukkosten zich de afgelopen jaren ontwikkeld?
29
Hoe wordt de voorgestelde 120 miljoen euro voor IPCEI-AI precies besteed en wat zijn
de baten voor Nederland?
30
Kunt u over een overzicht geven van grote industriële investeringsprojecten waarvan
de realisatie momenteel wordt belemmerd door onzekerheid over regelgeving, fiscale
maatregelen, energieprijzen, netcapaciteit of vergunningverlening? Kunt u aangeven
wat de omvang is van de hiermee gemoeide voorgenomen investeringen en welke maatregelen
worden genomen om de gesignaleerde knelpunten weg te nemen?
31
Wat is het verwachte pad van de R&D-intensiteit tot en met 2030 bij ongewijzigd beleid?
Wanneer komt het cijfer over 2025 beschikbaar, dat in tabel 12 nog als n.n.b. is opgenomen?
32
Hoeveel startups en scale-ups telt Nederland op dit moment, en hoe heeft dat aantal
zich de afgelopen vijf jaar ontwikkeld?
33
Hoeveel academische spin-offs worden jaarlijks opgericht vanuit Nederlandse kennisinstellingen,
en hoe verhoudt dat zich tot omringende landen?
34
Welk bedrag besteedt u in 2027 in totaal aan valorisatie, opgeteld over alle instrumenten
op de artikelen 2 en 3?
35
Hoeveel durfkapitaal is in 2025 in Nederland opgehaald door startups en scale-ups,
uitgesplitst naar financieringsfase?
36
Hoe wordt de structurele investering van 100 miljoen euro in Innovatie regionale campussen,
zoals aangekondigd in het coalitieakkoord, budgettair verwerkt? 2
37
Wat is bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) de gemiddelde doorlooptijd
voor een vergunning (het hele proces van aanvraag tot goedkeuring)? Is er een maximale
doorlooptijd en wordt het soms overschreden? Hoe heeft zich dat sinds 2016 ontwikkeld?
38
Wanneer wordt het wetsvoorstel Ondernemen met een maatschappelijke bv naar de Kamer
gestuurd?
39
Is overwogen om de reikwijdte van de regeling uit te breiden tot het bredere midden-
en kleinbedrijf (mkb)? Is onderzoek gedaan naar de budgettaire gevolgen van zo’n uitbreiding,
waarbij de gederfde inkomstenbelasting wordt afgezet tegen de wegvallende vennootschapsbelasting
(Vpb)-aftrek op Stock appreciation rights (SAR)-uitkeringen? Zo nee, waarom niet?
40
Hoe wordt de kloof tussen het aantal werknemers dat aandelen van de eigen werkgever
bezit en het aantal dat dat zou willen beoordeeld? Welke belemmeringen worden hier
voor werknemersaandelenbezit gezien, en bent u voornemens beleid te ontwikkelen om
dit te stimuleren?
41
Heeft u onderzocht of de aanwezigheid van durfkapitaal investeringen als zelfstandig
wettelijk criterium kan dienen voor de kwalificatie als startup of scale-up? Zo ja,
wat waren de uitkomsten van deze analyse?
42
Wat is de ratio achter de uitsluiting van beursgenoteerde ondernemingen en van ondernemingen
met een beursgenoteerde aandeelhouder op grond van art. 10ba, eerste lid, onderdelen
b en c? Welke beleidsdoelstelling wordt met deze uitsluiting nagestreefd? Heeft u
een opt-in mogelijkheid overwogen voor ondernemingen die materieel wel aan de kenmerken
van een startup of scale-up voldoen?
Waarom is gekozen voor een criterium gebaseerd op gerealiseerde snelle groei in plaats
van groeipotentieel en schaalbaar in plaats van potentieel schaalbaar, terwijl jonge
innovatieve ondernemingen zich vaak nog in een pre-groeifase bevinden?
43
Heeft u onderzocht of de aanwezigheid van durfkapitaal investeringen als zelfstandig
wettelijk criterium kan dienen voor de kwalificatie als startup of scale-up? Zo ja,
wat waren de uitkomsten van deze analyse?
44
Welke maatregelen en budgetten zet u in 2027 in om Nederlandse waardeketens van grondstoffen
te versterken en de afhankelijkheid te verminderen en wat is het effect hiervan?
45
Kunt u voor de afgelopen tien jaar per jaar inzichtelijk maken hoe de economische
groei, de publieke en private R&D-uitgaven als percentage van het bbp en de arbeidsproductiviteit
zich hebben ontwikkeld?
46
Welke doelstelling hanteert u voor de jaarlijkse groei van de arbeidsproductiviteit
in 2027 en de daaropvolgende jaren en wat is daarbij de uitgangswaarde?
47
Heeft u ook als doel om de brede welvaart te verhogen, naast de doelstelling van 1,5%
structurele economische groei? Welke indicatoren hanteert u hiervoor?
48
Hoe verhoudt de beschikbare middelen voor de Nationale Investeringsinstelling zich
tot de verwachte financieringsbehoefte van de bedrijven en projecten in de vier focusgebieden?
49
Welke financieringsknelpunten voor startups en scale-ups zijn bij u bekend, hoe groot
is de geschatte financieringskloof en welke concrete maatregelen neemt u om institutioneel
kapitaal te mobiliseren?
50
Welke middelen zijn in 2027 beschikbaar voor de uitvoering van de Nationale Technologiestrategie
en de actieagenda’s voor sleuteltechnologieën?
51
Welke concrete resultaten worden in 2027 verwacht van het strategisch industriebeleid
en de Taskforce Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat, en welke budgetten zijn
hiervoor beschikbaar?
52
U werkt aan uitbreiding van het instrumentarium van de ACM met een inroepbevoegdheid
voor fusies onder de omzetdrempels; zijn de verwachte uitvoeringskosten daarvan geraamd,
en zijn die in deze begroting verwerkt? Zo nee, op welke wijze worden deze uitgaven
gedekt?
53
Kunt u toelichten waarom in de begroting wordt gesproken over de ambitie om 500 regels
te schrappen of te vereenvoudigen, zonder daarbij expliciet te vermelden dat deze
doelstelling jaarlijks geldt? Kunt u bevestigen dat de doelstelling 500 regels per
jaar betreft?
54
Kunt u toelichten waarom de coördinatie van het verminderen van regeldruk in de begroting
bij de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is belegd en
hoe dit zich verhoudt tot de verantwoordelijkheidsverdeling zoals opgenomen in het
coalitieakkoord? Welke verantwoordelijkheid heeft de Minister van Economische Zaken
en Klimaat nog voor het verminderen van regeldruk voor ondernemers?
55
Welke risicovolle strategische afhankelijkheden van Nederland en de Europese Unie
zijn op dit moment door het kabinet geïdentificeerd? Kunt u daarbij per sector aangeven
van welke landen Nederland in belangrijke mate afhankelijk is, hoe groot deze afhankelijkheden
zijn en welke concrete maatregelen worden getroffen om de daarmee samenhangende risico’s
te verminderen?
56
Overweegt u om het Europese voorkeursprincipe ook toe te passen in andere sectoren
dan de technologiesector? Welke overwegingen spelen hierbij een rol?
57
Welke instrumenten staan de regering momenteel ter beschikking om te voorkomen dat
ondernemingen met een strategisch belang voor de Nederlandse economie onder invloed
komen te staan van buitenlandse partijen wanneer dit risico’s voor de economische
veiligheid met zich meebrengt?
58
Wat zijn de budgettaire gevolgen van de voorgestelde aanpassing (uitzondering bij
exit of beursgang, uitzondering bij emigratie, aanpassing van artikel 10b, negende
lid, schrappen van de voorwaarden van lucratief belang en aanmerkelijk belang)?
59
Kunt u voor de afgelopen vijf jaar inzichtelijk maken hoeveel Europese middelen Nederlandse
partijen hebben verkregen uit Europese programma’s gericht op onderzoek, innovatie
en concurrentievermogen, uitgesplitst naar de belangrijkste programma’s, en hoeveel
nationale cofinanciering daar tegenover stond?
60
Wat is de stand van zaken van de voorbereiding van Nederlandse deelname aan de IPCEI-trajecten
voor biochemie en biomaterialen?
61
Voor welke IPCEI-trajecten komen nieuwe middelen beschikbaar en voor welke jaren?
62
Bent u betrokken geweest bij het in de begroting opnemen van de nieuwe taakstelling
op het ambtelijke apparaat? Zo ja, kunnen de ambtelijke adviezen hierover met de Kamer
worden gedeeld?
63
Waar wordt er precies gesneden als gevolg van de efficiencytaakstelling?
64
Raakt deze taakstelling ook de uitvoering? Zo ja, op welke wijze?
65
Welke mogelijke risico’s voor de uitvoering en dienstverlening worden voorzien als
de opstapelende taakstellingen worden doorgevoerd?
66
Zijn er taken die de Minister van Economische Zaken en Klimaat als gevolg van de efficiencytaakstelling
laat vallen?
67
Hoe wilt u de 100 miljoen euro voor campussen in 2027 besteden?
68
Kan de regering toelichten hoe de negatieve mutatie op Fund to Fund zich verhoudt
tot de afzonderlijk opgenomen taakstelling CA22 Toekomstfonds, aangezien beide mutaties
volgens de toelichting betrekking hebben op maatregel 22 uit het Coalitieakkoord?
69
Waarom is naast de invulling via CA22 ook een negatieve mutatie op Fund to Fund opgenomen?
Kan worden uitgesloten dat hiermee sprake is van een aanvullende ombuiging op het
Toekomstfonds boven op de taakstelling uit CA22?
70
Is al bekend op welke subsidieregelingen de CA63-subsidietaakstelling wordt ingevuld?
Zo ja, kunt u per subsidieregeling aangeven welk bedrag wordt gekort? Zo nee, wanneer
wordt hierover besloten?
71
Kunt u voor de taakstellingen CA61 en CA62 inzichtelijk maken tot welke beoogde vermindering
van het aantal personele capaciteit (fte) deze bij EZK leiden, uitgesplitst per jaar,
en met welke concrete maatregelen deze fte-reductie wordt gerealiseerd?
72
Kunt u enkele voorbeelden geven van succesvolle publiek-private consortia die de afgelopen
jaren vanuit het NWO-domein Toegepaste en Technische Wetenschappen (TTW) Perspectief
zijn ondersteund? Kunt u daarnaast aangeven of de volledige ombuiging op NWO-TTW gevolgen
heeft voor reeds toegekende en lopende subsidies en consortia, en zo ja, welke?
73
Kunt u een integraal overzicht geven van de middelen op de Aanvullende Post voor regionale
innovatieclusters, uitgesplitst naar de verschillende maatregelen waarvoor deze middelen
worden ingezet, de bedragen per maatregel en per jaar, reeds overgehevelde middelen
en het resterende bedrag op de Aanvullende Post?
74
Kunt u toelichten welk deel van het budget voor PEGA (Ruimte voor economie) als subsidie
en welk deel als lening wordt ingezet, en op basis van welke criteria wordt bepaald
welk financieringsinstrument wordt gebruikt?
75
Kunt u, naast de middelen voor regionale innovatieclusters, een integraal overzicht
geven van alle middelen die vanuit de Aanvullende Post naar de EZK-begroting worden
overgeheveld, uitgesplitst naar maatregel, bedrag en jaar, en daarbij tevens aangeven
hoeveel per maatregel reeds is overgeheveld en welk bedrag nog op de Aanvullende Post
resteert?
76
Kunt u toelichten hoe de voor het Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie
(NADI) opgenomen middelen van cumulatief 260 miljoen euro tot en met 2031 zich verhouden
tot de in het coalitieakkoord aangekondigde 500 miljoen euro? Wanneer en op welke
wijze wordt het resterende bedrag van 240 miljoen euro beschikbaar gesteld? Kunt u
daarbij aangeven of de oorspronkelijke financieringsvorm van een kapitaalstorting
wordt gehandhaafd, of dat inmiddels voor een andere financieringsvorm is gekozen?
77
Kunt u aangeven welk deel van de 30 miljoen euro voor stimulering academische spinoffs
uiteindelijk terechtkomt bij universiteiten, technology transfer offices, regionale
ontwikkelingsmaatschappijen, start-ups en scale-ups?
78
Voor het NADI is er tot en met 2031 260 miljoen euro begroot en in totaal is er 500
miljoen euro vrijgemaakt voor het NADI; hoe zal de overige 240 miljoen euro worden
besteed in de jaren daarna?
79
Kunt u aangeven tot hoeveel aanvullende fte-reductie de versnelde taakstelling Slagvaardige
Overheid in 2028 en 2029 bij het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat naar
verwachting leidt, en op welke onderdelen van de organisatie deze reductie neerslaat?
80
Welke beleidsinstrumenten zet u in om valorisatie te bevorderen, en hoeveel middelen
zijn hiervoor in 2027 beschikbaar?
81
Welke reductietargets gelden per ministerie en wanneer worden deze aan de Kamer gemeld?
82
Worden ook nieuwe regels en nieuwe administratieve verplichtingen meegeteld, zodat
inzicht ontstaat in de netto-ontwikkeling van de regeldruk? Zo nee, waarom kiest u
uitsluitend voor een bruto doelstelling?
83
Kunt u toelichten waarom het budget voor de subsidieregeling Cybersecurity daalt van
6,967 miljoen euro in 2025 naar 1,345 miljoen euro in 2026 en 1,250 miljoen euro in
2027? Welke activiteiten en subsidieregelingen worden hierdoor beëindigd of afgeschaald
en worden deze activiteiten elders voortgezet of gefinancierd?
84
Welke maatregelen uit het 3%-R&D-actieplan zijn in deze begroting financieel verwerkt,
en om welke bedragen gaat het?
85
De onderzoek en ontwikkeling (R&D) -intensiteit bedraagt volgens de kengetallen 2,29%
van het bbp in 2024, bij een doelstelling van 3% in 2030 (tabel 12); hoeveel bedraagt
het resterende verschil in euro’s, en hoe is dat verdeeld naar publieke en private
investeringen?
Van welke gemeenten is de aanvraag voor de subsidie Impulsaanpak winkelgebieden wel
goedgekeurd maar nog niet toegekend?
86
Kunt u de bijdrage aan de Kamer van Koophandel (KvK) uitsplitsen naar de verschillende
wettelijke taken, waaronder het Handelsregister, voorlichting en regiostimulering,
innovatiestimulering en de ondernemerspleinen?
87
De post «Economische ontwikkeling en technologie» op artikel 2 loopt op van 2,7 miljoen
euro in 2026 naar 7,9 miljoen euro in 2027 en 20,1 miljoen euro in 2031 (tabel 14),
terwijl de toelichting vermeldt uitsluitend dat de post meerdere incidentele en structurele
middelen bevat; kan een uitsplitsing worden gegeven van de activiteiten en bedragen
die op deze post zijn geraamd, en wat verklaart de stijging?
88
Kunt u toelichten wat wordt verstaan onder de incidentele flexibele ruimte binnen
het Toekomstfonds waarmee de taakstelling in de periode 2027–2029 wordt ingevuld,
en per jaar en instrument inzichtelijk maken uit welke middelen deze ruimte bestaat?
89
De taakstelling leidt volgens de tabel op pagina 85 vanaf 2030 tot cumulatief 41 miljoen
euro structureel minder budget voor Innovatiekrediet, Seed Capital en Vroegefasefinanciering
(VFF); hoe is dat bedrag over de drie regelingen verdeeld?
90
Hoe verhoudt de incidentele flexibele ruimte zich tot de budgetflexibiliteit van het
Toekomstfonds, waaruit blijkt dat in 2027 96% van de middelen juridisch verplicht
en 4% beleidsmatig gereserveerd is en er geen vrij te besteden middelen zijn?
91
Kunt u toelichten waardoor de apparaatskosten van de ACM stijgen van 115,2 miljoen
euro in 2025 naar 136,9 miljoen euro in 2027? Welke nieuwe of geïntensiveerde taken
verklaren deze stijging? In hoeverre is het realistisch dat deze kosten na 2027 weer
zullen dalen?
92
Wat is het verwachte effect van het verhogen van de omzetdrempel voor het mededingingstoezicht
op de benodigde capaciteit van de ACM?
93
De apparaatsuitgaven van de Autoriteit Consument en Markt (ACM) dalen van 136,9 miljoen
euro in 2027 naar 104,6 miljoen euro in 2031 (tabel 34); wat verklaart deze daling,
en welk deel volgt uit de rijksbrede taakstellingen? Hoe verhoudt die daling zich
tot het takenpakket van de ACM in dezelfde periode?
94
Kunt u per uitvoeringsorganisatie en zelfstandig bestuursorgaan (zbo) inzichtelijk
maken welke nieuwe of substantieel gewijzigde taken deze in 2027 krijgt, welke aanvullende
fte en financiële middelen daarvoor beschikbaar zijn en welke uitvoeringsrisico’s
daarbij zijn geïdentificeerd?
X Noot
1
Kamerstuk 32 805, nr. 190
X Noot
2
Kamerstuk 36 848, nr. 31
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
W.P.J. van Eijk, voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken -
Mede ondertekenaar
H.W. Krijger, adjunct-griffier