Lijst van vragen : Verslag houdende een lijst van vragen over vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (XIV) en het Diergezondheidsfonds (F) voor het jaar 2027 (Kamerstuk 37020-XIV)
2026D46311 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN
De vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN), belast
met het voorbereidend onderzoek van het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Landbouw,
Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (XIV) en het Diergezondheidsfonds (F) voor het
jaar 2027 (Kamerstuk 37 020 XIV, nr. 2) heeft de eer als volgt verslag uit te brengen van haar bevindingen in de vorm van
een lijst van vragen.
De voorzitter van de commissie,
Steen
De griffier van de commissie,
Jansma
Nr
Vraag
1
Hoeveel subsidie krijgen de Land- en Tuinbouworganisatie Nederland (LTO), het Nederlands
Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK) en aanverwante organisatie in 2027? Kan dit uiteengezet
worden?
2
Hoeveel subsidie hebben de LTO en het NAJK de afgelopen tien jaar gehad? Kan dit per
jaar uiteen worden gezet?
3
Hoeveel agrarische bedrijven dienen nog verplaatst te worden om ruimte te maken voor
Defensie? Hoeveel van deze bedrijven en/of gezinnen zijn al een keer eerder verplaatst
en hoeveel bedrijven en/of gezinnen moeten nu voor een tweede keer verplaatsen?
4
Heeft het regering scherp hoeveel boeren er zullen (moeten) stoppen met het huidige
beleid dat voorligt? Kan dit uiteengezet worden met behulp van aantallen en de redenatie
daarachter?
5
Worden nieuwe subsidieregelingen en andere financiële instrumenten binnen de Landbouw,
Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN)-begroting vooraf getoetst op hun mogelijke
positieve en negatieve effecten op biodiversiteit, klimaat, water- en bodemkwaliteit
en dierenwelzijn? Zo ja, kan de regering aangeven welke toetsingskaders en criteria
hiervoor worden gehanteerd, op welk moment in de totstandkoming van een regeling deze
toetsing plaatsvindt en of de uitkomsten hiervan openbaar worden gemaakt?
6
Worden de nieuwe middelen voor stikstof, landbouw en natuur, waaronder de middelen
die via het nieuwe Fonds voor stikstof, landbouw en natuur beschikbaar komen, vooraf
getoetst op hun mogelijke positieve en negatieve effecten op biodiversiteit, klimaat,
water- en bodemkwaliteit en dierenwelzijn? Zo ja, welke toetsingskaders en criteria
worden daarbij gehanteerd en kan de regering aangeven hoe wordt geborgd dat eventuele
negatieve effecten op deze doelen bij de beoordeling van maatregelen inzichtelijk
worden gemaakt?
7
Zijn de gereserveerde middelen voor natuurherstel voldoende om te voldoen aan de doelen
van de Natuurherstelverordening?
8
Hoeveel van het budget gereserveerd voor het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen
en biociden (Ctgb) wordt besteed aan de herberoordeling van PFAS-houdende pesticiden?
9
Welke concrete getallen en indicatoren worden gekoppeld aan het doel om het gebruik
van gewasbeschermingsmiddelen te doen afnemen?
10
Is er budget beschikbaar gesteld voor het onderzoeken van een pesticidentax (opgelegd
aan de industrie bij het op de markt brengen van pesticiden)?
11
Hoe wordt in de begroting uitvoering gegeven aan de aangenomen motie-Kostic (Kamerstuk
32 852, nr. 423) over tegemoetkomingen voor vermijdbare wolvenschade koppelen aan naleving van een
duidelijke preventienorm? Hoe ziet het verschuivingspad eruit?
12
Welk budget is er gereserveerd voor de uitvoering van de aangenomen motie-Kostic (Kamerstuk
36 800 XIV, nr. 63) over een einde maken aan de handel in kortsnuitige honden uit het buitenland?
13
Welk budget wordt er begroot voor het creëren van natuurvriendelijke oevers, zowel
voor de aanpak van invasieve exoten als het werken aan groenblauwe dooradering?
14
Kan de regering een overzicht geven van de financiële en fiscale rijksmiddelen op
het beleidsterrein van LVVN die zijn onderzocht in het rapport «Beoordeling van de
effecten van financiële en fiscale rijksmiddelen op biodiversiteit» (WUR, 2026 (https://research.wur.nl/en/publications/beoordeling-van-de-effecten-van…)) en daarbij per rijksmiddel aangeven in welke van de zeven beoordelingscategorieën
uit het rapport het rijksmiddel valt, welk bedrag hiervoor in de begroting voor 2027
en de jaren erna is opgenomen, welk bedrag hiervoor in de begroting 2026 was opgenomen
en wat de mutatie tussen 2026 en 2027 is en welk beleidsvoornemen of welke beleidswijziging
aan deze eventuele mutatie of juist geen mutatie ten grondslag ligt?
15
Kan de regering specifiek voor de financiële en fiscale rijksmiddelen op het beleidsterrein
van LVVN die in het rapport «Beoordeling van de effecten van financiële en fiscale
rijksmiddelen op biodiversiteit» zijn beoordeeld als «negatief» of «gemengd, overwegend
negatief» aangeven welk bedrag hiervoor in 2024, 2025, 2026 en 2027 beschikbaar respectievelijk
begroot was of is en per rijksmiddel aangeven welke budgettaire wijzigingen in deze
periode hebben plaatsgevonden?
16
Wordt bij subsidieregelingen en andere financiële instrumenten die leiden tot beëindiging,
verplaatsing of wijziging van agrarische activiteiten ook beoordeeld welke alternatieve
aanwending van de betrokken productiemiddelen en gronden mogelijk is en welke effecten
deze alternatieve aanwending heeft op biodiversiteit? Kan de regering aangeven bij
welke regelingen eisen of voorwaarden worden gesteld aan het vervolggebruik en welke
criteria daarbij worden gehanteerd?
17
Kan de regering aangeven of de huidige 0,9 miljoen euro per jaar voldoende is om de
met het amendement van het lid Kostic c.s. over middelen voor wildopvangcentra en
dierenambulances (Kamerstuk 36 725 XIV, nr. 7) beoogde bijdrage aan de continuïteit van de wildopvang te realiseren? Zo ja, waarop
is deze beoordeling gebaseerd?
18
Kan de regering een actueel overzicht geven van de gesprekken die sinds 2025 met provincies
en gemeenten zijn gevoerd over de financiering van wildopvangcentra?
19
Welke provincies en gemeenten hebben inmiddels aangegeven financieel bij te willen
dragen aan wildopvang? Om welke bedragen gaat het?
20
Kan de regering aangeven waarom voor medewerkers van dierenambulances inmiddels rijksmiddelen
beschikbaar zijn gesteld voor een landelijke basisopleiding, terwijl voor medewerkers
van wildopvangcentra nog geen vergelijkbare landelijke basisopleiding wordt gefinancierd,
terwijl de herziene beleidsregels kwaliteit opvang diersoorten sinds januari 2025
van kracht zijn en daarin kwaliteitseisen worden gesteld aan de werkwijze en deskundigheid
binnen wildopvangcentra? Is de regering bereid om ook voor de wildopvang een landelijke
basisopleiding te financieren, zodat medewerkers en vrijwilligers voldoende worden
toegerust om aan de geldende kwaliteitseisen te kunnen voldoen?
21
Waarom is in de begroting 2027 geen structurele voorziening opgenomen voor de extra
kosten die dierenambulances en wildopvangcentra maken bij uitbraken van vogelgriep
en andere zoönosen, zoals het Westnijlvirus?
22
Kan de regering aangeven welke criteria worden gehanteerd om te bepalen wanneer dierenhulporganisaties
bij een dierziekte-uitbraak in aanmerking komen voor financiële ondersteuning vanuit
het Rijk?
23
Kan de regering aangeven of zij voornemens is om een structureel financieringsmechanisme
in te richten voor aantoonbare meerkosten die dierenambulances en wildopvangcentra
maken bij de bestrijding van zoönosen?
24
Kan de regering aangeven hoe wordt voorkomen dat kosten van maatregelen die voortvloeien
uit het rijksbeleid inzake dierziektebestrijding feitelijk worden afgewenteld op grotendeels
door vrijwilligers gedragen dierenhulporganisaties?
25
Worden de gegevens die dierenambulances en wildopvangcentra verzamelen over zieke
en dode wilde vogels structureel benut voor de landelijke monitoring van vogelgriep?
Zo ja, op welke wijze?
26
Welke middelen zijn binnen de LVVN-begroting 2027 beschikbaar gesteld voor het behouden
en verder ontwikkelen van de kennis, infrastructuur en samenhang binnen het traject
Dieren in Rampen na afloop van de huidige subsidieperiode per 1 april 2027, aangezien
in de beantwoording van de vragen van het lid Teunissen (Kamerstuk 2026Z14396) over structurele financiering voor dierenhulp bij rampen is aangegeven dat het belangrijk
is dat de opgebouwde kennis, infrastructuur en samenhang binnen het traject Dieren
in Rampen niet verloren gaat?
27
Welke middelen zijn binnen de LVVN-begroting 2027 beschikbaar voor het opleiden, trainen
en oefenen voor de paraatheid en adequate inzet van dierenhulporganisaties die tijdens
crises een rol vervullen, waarvoor binnen de huidige projectsubsidie geen afzonderlijke
financiering is opgenomen?
28
Welke middelen zijn binnen de LVVN-begroting 2027 beschikbaar voor de landelijke crisisorganisatie
van Stichting Dieren in Rampen (SDIR) voor haar operationele, coördinerende en ondersteunende
rol bij regionale, bovenregionale en landelijke rampen en crises? Welke middelen zijn
hierbij specifiek beschikbaar voor de noodzakelijke operationele systemen, informatie-
en ondersteuningsvoorzieningen, waarvoor binnen de huidige projectsubsidie geen afzonderlijke
financiering is opgenomen?
29
Kan de regering per begrotingsartikel aangeven welk bedrag voor 2027 juridisch verplicht,
bestuurlijk gebonden of beleidsmatig is gereserveerd en welke middelen vrij te besteden
zijn?
30
Is Nederland voornemens deel te nemen aan het Europese Important Project of Common
European Interest (IPCEI) Biobased Food & Feed Ingredients?
31
Wat is de stand van zaken van de Nederlandse besluitvorming over deelname aan het
IPCEI Biobased Food & Feed Ingredients?
32
Welke bestaande begrotingsinstrumenten en financieringsmogelijkheden zijn beschikbaar
voor Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen die deelnemen aan het IPCEI Biobased
Food & Feed Ingredients?
33
Is er geld gereserveerd voor de eiwittransitie, in de zin van de productie en consumptie
van plantaardige voeding? Zo ja, hoeveel?
34
Hoeveel geld gaat er naar innovaties zoals mestvergisting en stalsystemen, uitgesplitst
naar type innovatie? Hoe verhoudt dit zich tot voorgaande vijf jaren?
35
Wordt de uitzondering op de verbruiksbelasting voor koemelk opgeheven?
36
Op welke manier wordt uitvoering gegeven aan de motie-Teunissen (Kamerstuk 37 020, nr. 26)?
37
Welke bestaande middelen op de begroting van LVVN en in het fonds voor stikstof, landbouw
en natuur kunnen worden geheralloceerd voor een actieplan «Meer Plantaardige Voeding»
van 65 miljoen euro per jaar?
38
Welk bedrag verwacht de regering in de jaren 2027 tot en met 2035 jaarlijks van supermarkten,
verwerkers en andere ketenpartijen als financiële bijdrage aan de landbouw- en stikstoftransitie,
naast de 20 miljard euro aan publieke middelen uit de stikstofbrief van 26 juni 2026?
39
Welk deel van de verwachte bijdrage van ketenpartijen wordt ingevuld via een uitgebreide
ketenverantwoordelijkheid (UKV)?
40
Welke normering of beprijzing zet de regering in als vóór 1 april 2027 geen afspraken
met ketenpartijen worden bereikt?
41
Wanneer maakt de regering bekend welke normering of beprijzing zij inzet als vóór
1 april 2027 geen afspraken met ketenpartijen worden bereikt?
42
Welk deel van de opbrengst van maatregelen die ongezonde keuzes duurder maken, zoals
afgesproken in het regeerakkoord, wordt ingezet voor gezond voedselbeleid?
43
Kan de regering de inzet van deze opbrengst voor gezond voedselbeleid uitsplitsen
naar de begrotingen van LVVN, Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en Onderwijs,
Cultuur en Wetenschap (OCW) voor de jaren 2026 tot en met 2032?
44
Zijn bij de verhoging van het budget voor agrarisch natuurbeheer met bijna 500 miljoen
euro naar ruim 1,4 miljard euro de heffingen op onder meer vlees en zuivel voor de
financiering van ecosysteemdiensten, die in het concept-Landbouwakkoord worden genoemd,
opnieuw overwogen?
45
Welke opbrengst werd verwacht van de heffingen op onder meer vlees en zuivel die in
het concept-Landbouwakkoord worden genoemd?
46
Welke van de financieringsopties uit het concept-Landbouwakkoord zijn onderzocht?
47
Welke financieringsopties uit het concept-Landbouwakkoord zijn afgevallen en op welke
gronden?
48
Hoeveel structurele publieke middelen zijn naar verwachting jaarlijks nodig om de
voorgenomen uitbreiding van agrarisch natuur- en landschapsbeheer en andere ecosysteemdiensten
vanaf 2027 te financieren?
49
Welk deel van de structureel benodigde middelen voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer
en andere ecosysteemdiensten is gedekt in de meerjarige begroting van LVVN en welk
deel niet?
50
Welke structurele financieringsbronnen, waaronder de ecoheffing op vlees en zuivel
uit het concept-Landbouwakkoord, onderzoekt de regering voor het niet-gedekte deel
van ecosysteemdiensten of is zij voornemens te onderzoeken?
51
Gaat een ecoheffing of andere heffing of bijdrage die ketenpartijen zoals supermarkten
in het kader van de UKV afdragen naar het fonds voor stikstof, landbouw en natuur
of naar de algemene middelen, zoals genoemd in de stikstofbrief van 26 juni 2026,
of wordt deze rechtstreeks aan veehouders uitgekeerd?
52
Hoeveel budget is in de begroting voor 2027 gereserveerd voor Basiskwaliteit Natuur?
53
Op welke post in de begroting is het budget voor Basiskwaliteit Natuur opgenomen?
54
Wat zijn de criteria voor afwaardering van gronden via de Nationale Grondbank?
55
Welk aandeel van de doelstelling van 15 procent biologische landbouw in 2030 wordt
naar verwachting met de zoneringsaanpak behaald?
56
Hoe verhoudt het verwachte effect van de zoneringsaanpak zich tot het verwachte effect
van de overige maatregelen, zoals het Actieplan Groei van biologische productie en
consumptie, op het totale areaal biologische landbouw in 2030 en in 2035, ook buiten
de zones?
57
Wie is verantwoordelijk voor de samenhang tussen de verschillende instrumenten voor
natuurmonitoring in de begroting?
58
Wat is de rol van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) bij de samenhang tussen
de verschillende instrumenten voor natuurmonitoring in de begroting?
59
Wat is de stand van zaken van de uitvoering van de gewijzigde motie-Van Esch over
een plan om producten waarin bont, dons van levend geplukte dieren, angorawol of kangoeroeleer
is verwerkt uit Nederlandse winkels te weren (Kamerstuk 36 254, nr. 16)?
60
Hoeveel biggen kreeg een zeug in de Nederlandse varkenshouderij in 2025 gemiddeld
per worp?
61
Hoeveel worpen krijgt een zeug in de Nederlandse varkenshouderij gemiddeld per jaar?
62
Hoeveel hitte-inspecties heeft de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) in
2026 uitgevoerd bij het transport van varkens, inclusief bij aankomst in het slachthuis?
63
Hoeveel van de hitte-inspecties bij het transport van varkens in 2026 zijn afgedaan
als akkoord?
64
Hoeveel individuele meldingen over een mogelijke schending van het welzijn van varkens
in verband met het Nationaal plan voor veetransport bij extreme temperaturen zijn
in 2026 bij de NVWA binnengekomen?
65
Wat is de stand van zaken van de wijziging van het Besluit houders van dieren in verband
met de bestrijding van infectieuze boviene rhinotracheïtis?
66
Wat is de stand van zaken van de wijziging van het Besluit houders van dieren in verband
met het stellen van brandveiligheidsvoorschriften voor het houden van dieren voor
productie?
67
Waarom wordt de wijziging van het Besluit houders van dieren in verband met brandveiligheidsvoorschriften
met een jaar uitgesteld?
68
Kan de regering een gedetailleerde planning voor 2027 geven van de wijziging van het
Besluit houders van dieren in verband met brandveiligheidsvoorschriften?
69
Wat is de stand van zaken van de Beleidsregel gebruik elektrische veedrijfmiddelen
in slachthuizen?
70
Hoe is het fysieke toezicht van de NVWA op binnenlandse verzamelcentra op dit moment
georganiseerd?
71
Welk bedrag wordt in 2027 binnen de versterkte aanpak van invasieve exoten gereserveerd
voor onderzoek naar de ontwikkeling en effectiviteit van innovatieve, diervriendelijke
beheerstrategieën?
72
Welke beheerstrategieën worden onderzocht in het onderzoek binnen de versterkte aanpak
van invasieve exoten?
73
Vallen vruchtbaarheidsbeperking en ecosysteemversterking onder de beheerstrategieën
die binnen de versterkte aanpak van invasieve exoten worden onderzocht?
74
Op welke wijze worden gespecialiseerde opvangcentra en dierenwelzijnsorganisaties
betrokken bij de uitvoering van het Landelijk Aanvalsplan Invasieve Exoten, in het
bijzonder bij vroegsignalering, opvang en kennisontwikkeling?
75
Welke wetenschappelijke kennis is beschikbaar over verschillen in welzijnsindicatoren
van kalveren in Nederland, Duitsland en Ierland, waaronder sterfte, ziekte, antibioticagebruik,
gedragsafwijkingen, ruimteaanbod en toegang tot verrijkingsmateriaal?
76
Welke onderzoeken heeft de regering de afgelopen vijf jaar gebruikt om het welzijnsniveau
van kalveren in de Nederlandse kalversector te vergelijken met dat in andere Europese
lidstaten?
77
Klopt het dat de NVWA recent heeft gehandhaafd op transporten van kalveren uit Ierland?
78
Welke overtredingen heeft de NVWA recent geconstateerd bij transporten van kalveren
uit Ierland?
79
Welke maatregelen heeft de NVWA genomen naar aanleiding van de recent geconstateerde
overtredingen bij transporten van kalveren uit Ierland?
80
Zijn de recent geconstateerde overtredingen bij transporten van kalveren uit Ierland
incidenteel of structureel van aard?
81
Hoeveel transporten van kalveren uit Ierland heeft de NVWA in de afgelopen drie jaar
gecontroleerd?
82
Bij hoeveel controles van transporten van kalveren uit Ierland in de afgelopen drie
jaar zijn tekortkomingen of overtredingen vastgesteld?
83
Klopt het dat de Nederlandse kalversector eerder heeft aangegeven de afhankelijkheid
van import van kalveren uit onder meer Ierland te willen verminderen?
84
Hoe staat het met de ambitie van de kalversector om de afhankelijkheid van import
van kalveren uit onder meer Ierland te verminderen?
85
Hoe verhoudt de voortdurende import van grote aantallen jonge kalveren uit Ierland
zich tot de uitgangspunten van de algemene maatregel van bestuur (AMvB) Dierwaardige
veehouderij?
86
Welke gevolgen heeft vroege scheiding van koe en kalf volgens de huidige wetenschappelijke
literatuur voor het welzijn, de stressrespons en het natuurlijke gedrag van koe en
kalf?
87
Op welke wijze worden de welzijnsgevolgen van vroege scheiding van koe en kalf betrokken
bij de verdere uitwerking van dierwaardige veehouderij voor de rundveesector?
88
Klopt het dat Nederland sinds de invoering van de Europese vleeskuikenrichtlijn (Richtlijn
2007/43/EG) bijna twintig jaar een eigen interpretatie van de sterftenorm voor vleeskuikens
heeft gehanteerd, waardoor deze norm niet doorlopend werd getoetst? Zo nee, hoe zit
het dan?
89
Klopt het dat de Europese Commissie (EC) Nederland naar aanleiding van een klacht
van Wakker Dier over de bezettingsgraad van vleeskuikens erop heeft gewezen dat de
Nederlandse uitvoering in strijd is met Richtlijn 2007/43/EG?
90
Klopt het dat de regering voornemens is de Nederlandse wetgeving over de bezettingsgraad
van vleeskuikens in lijn te brengen met Richtlijn 2007/43/EG, en dat deze wijziging
per 1 januari 2027 in werking treedt?
91
Klopt het dat de NVWA houders van vleeskuikens die de sterftenorm hebben overschreden
niet verplicht hun dieren minder dicht op elkaar te houden, en dat de NVWA dit «de
verantwoordelijkheid van de houder» noemt? Zo ja, waarom?
92
Hoeveel vleeskuikens zijn in 2023, 2024 en 2025 in Nederlandse slachthuizen geslacht,
uitgesplitst naar dieren van Nederlandse bedrijven en dieren uit het buitenland, per
land van herkomst?
93
Hoeveel levende vleeskuikens zijn in 2023, 2024 en 2025 vanuit Nederland naar het
buitenland vervoerd om daar te worden geslacht, uitgesplitst naar land van bestemming?
94
Op welke wijze, door wie en in welke systemen wordt het aantal in Nederland geslachte
vleeskuikens geregistreerd?
95
Welke meldplicht aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) geldt voor koppels
vleeskuikens die vanuit het buitenland ter slacht worden aangevoerd?
96
Voor hoeveel vleeskuikens hebben Nederlandse slachthuizen in 2023, 2024 en 2025 slachtgegevens,
waaronder voetzoollaesiescores en sterftecijfers, aan RVO gemeld, uitgesplitst per
jaar?
97
Welke gegevensbronnen en welke methode gebruikt het CBS voor het aantal geslachte
vleeskuikens in de StatLine-tabel «Vleesproductie; aantal slachtingen en geslacht
gewicht per diersoort» (CBS StatLine)?
98
Tellen in de StatLine-tabel «Vleesproductie; aantal slachtingen en geslacht gewicht
per diersoort» (CBS StatLine) ook vleeskuikens mee die vanuit het buitenland ter slacht
zijn aangevoerd, gelet op de toelichting dat het gaat om dieren «voor de slacht aangeboden
door Nederlandse agrarische bedrijven»?
99
Waardoor verschilt het aantal geslachte vleeskuikens volgens het CBS (bijna 483 miljoen
in 2024) van het aantal vleeskuikens dat volgens RVO-gegevens in dat jaar van Nederlandse
bedrijven ter slacht is afgevoerd (circa 242 miljoen)?
100
Op welke wijze wordt de volledige keten in de Nederlandse vleeskuikensector vastgelegd,
van broedei via broederij, opfok- en vermeerderingsbedrijf naar vleeskuikenbedrijf
en slachthuis, inclusief import en export op elke schakel, ter uitvoering van de traceerbaarheidsvereisten
uit de Europese Diergezondheidsverordening (Verordening (EU) 2016/429) en de Gedelegeerde
Verordening (EU) 2019/2035?
101
Welke registratiesystemen gebruiken overheidsinstanties, waaronder RVO en de NVWA,
voor de traceerbaarheid in de vleeskuikenketen?
102
Welke specifieke datavelden bevatten de registratiesystemen van overheidsinstanties
voor de traceerbaarheid in de vleeskuikenketen, per schakel en per uitvoerende instantie?
103
Op welke wijze zijn de systemen van RVO en de NVWA aan elkaar gekoppeld voor cross-referentie
tussen het uniek bedrijfsnummer (UBN), het KIP-registratienummer en het VB-nummer,
zodat traceerbaarheid door de gehele keten is gegarandeerd?
104
Welke gegevens per schakel registreert Avined als beheerder van de KIP-databank die
niet door overheidsinstanties zoals RVO of de NVWA worden bijgehouden of beheerd?
105
Wat is de juridische of operationele reden dat gegevens die Avined in de KIP-databank
registreert niet door overheidsinstanties worden bijgehouden of beheerd?
106
Hoe vaak heeft de NVWA in 2024 en 2025 geconstateerd dat kippen bij aankomst in het
slachthuis met kop, vleugels of poten bekneld zaten tussen (delen van) de kratten?
107
Hoe vaak heeft de NVWA in 2024 en 2025 een boete opgelegd voor kippen die bij aankomst
in het slachthuis bekneld zaten tussen (delen van) de kratten?
108
Hoeveel dieren zijn in 2025 dood aangevoerd bij pluimveeslachthuizen, uitgesplitst
naar diersoort?
109
Hoeveel dieren zijn in 2025 in pluimveeslachthuizen post mortem afgekeurd voor menselijke
consumptie, uitgesplitst naar diersoort?
110
Wat waren de redenen voor post-mortemafkeuring voor menselijke consumptie in pluimveeslachthuizen
in 2025?
111
Hoeveel dieren zijn in 2025 in roodvleesslachthuizen ante mortem en post mortem afgekeurd
voor menselijke consumptie, uitgesplitst naar diersoort?
112
Wat waren de redenen voor ante-mortem- en post-mortemafkeuring voor menselijke consumptie
in roodvleesslachthuizen in 2025?
113
Hoeveel broedeieren van legkippen zijn in 2025 geëxporteerd, uitgesplitst per land?
114
Hoeveel broedeieren van vleeskippen zijn in 2025 geëxporteerd, uitgesplitst per land?
115
Hoeveel kippen zijn in 2025 geëxporteerd voor de slacht, uitgesplitst per land en,
indien mogelijk, per type kip?
116
Hoeveel Nederlandse slachthuizen slachten op dit moment nog vleeskuikenouderdieren,
uitgesplitst naar kleine, middelgrote en grote slachthuizen en per provincie?
117
Hoeveel Nederlandse slachthuizen slachten op dit moment nog leghennen en leghenouderdieren,
uitgesplitst naar kleine, middelgrote en grote slachthuizen en per provincie?
118
Klopt het dat de Europese Diergezondheidsverordening (Verordening (EU) 2016/429) en
de Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035 lidstaten de ruimte bieden om naast oormerken
alternatieve identificatiemethoden, zoals injecteerbare transponders, toe te staan
voor gehouden landdieren?
119
Klopt het dat het Europese recht lidstaten toestaat opvangcentra voor dieren (zogeheten
sanctuaries) uit te zonderen van de oormerkplicht, zoals Italië heeft gedaan met het
ministeriële decreet van 7 maart 2023?
120
Klopt het dat Nederland geen gebruik maakt van de mogelijkheid om opvangcentra voor
dieren uit te zonderen van de oormerkplicht?
121
Hoeveel hectare landbouwgrond is in 2018, 2022 en 2026 minimaal één keer beregend,
uitgesplitst naar grasland, snijmaïs en overige gewassen?
122
Hoeveel water wordt jaarlijks voor beregening onttrokken, uitgesplitst naar grondwater,
oppervlaktewater en leidingwater?
123
Welk deel van het water dat jaarlijks voor beregening wordt onttrokken, gaat naar
de teelt van veevoer (grasland en snijmaïs)?
124
Hoeveel grondwateronttrekkingen voor beregening zijn niet vergunningplichtig of worden
niet gemeten?
125
Welk volume grondwater blijft buiten beeld doordat onttrekkingen voor beregening niet
vergunningplichtig zijn of niet worden gemeten?
126
Hoe groot was de droogteschade in de landbouw in 2018, 2020, 2022 en 2026, uitgesplitst
naar sector?
127
Hoeveel blauw water is in Nederland nodig per kilo eiwit uit peulvruchten, zuivel,
rundvlees, varkensvlees en kippenvlees?
128
Welk deel van het Nederlandse landbouwareaal wordt gebruikt voor veevoer (grasland,
snijmaïs en voedergewassen)?
129
Welk deel van het Nederlandse landbouwareaal wordt gebruikt voor gewassen voor directe
menselijke consumptie?
130
Bij hoeveel innamepunten voor drinkwater zijn in 2024 en 2025 de normen voor bestrijdingsmiddelen
overschreden?
131
Klopt het dat de concentraties bestrijdingsmiddelen bij innamepunten voor drinkwater
in droge perioden stijgen omdat de middelen minder worden verdund?
132
Hoeveel hectare biologische landbouwgrond is er in Nederland?
133
Hoe verhoudt de huidige groei van het areaal biologische landbouw zich tot de doelstelling
voor 2030?
134
Hoeveel hectare Natura 2000-gebied heeft last van verdroging?
135
Welk deel van de verdroging in Natura 2000-gebieden wordt geheel of gedeeltelijk veroorzaakt
door agrarische ontwatering, peilbeheer voor de landbouw of grondwateronttrekking
voor de landbouw?
136
Welke onderzoeken zijn gedaan naar de effecten van agro-ecologische landbouw op droogte?
137
Wat is gebleken uit de onderzoeken naar de effecten van agro-ecologische landbouw
op droogte?
138
Klopt het dat het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) de milieuschade in Nederland
in 2022 op 46 miljard euro raamt, dat de landbouw daarvan 27 procent veroorzaakt en
dat twee derde daarvan van de veeteelt komt (Actualisering monetaire milieuschade,
2025)?
139
Hoe groot was in 2022 de toegevoegde waarde van de veehouderij en die van de plantaardige
sectoren, elk afzonderlijk? Zijn er recentere cijfers?
140
Hoe verhoudt de toegevoegde waarde van de veehouderij en van de plantaardige sectoren
in 2022 zich tot de milieuschade die aan elk van deze sectoren wordt toegerekend?
141
Klopt het dat van de toegevoegde waarde van de landbouw na aftrek van milieuschade
ongeveer een derde overblijft (Economisch Statistische Berichten, november 2025)?
142
Klopt het dat 97 procent van de milieuschade van de landbouw niet in de prijs zit,
vooral omdat stikstofuitstoot niet wordt beprijsd (Economisch Statistische Berichten,
november 2025)?
143
Hoeveel publieke steun ontvangt de landbouw jaarlijks via de begroting van de Europese
Unie, de begroting van LVVN en fiscale regelingen, uitgesplitst naar veehouderij en
plantaardige sectoren?
144
Hoeveel publiek geld is sinds 2019 uitgegeven om de gevolgen van de veehouderij op
te vangen, waaronder uitkoopregelingen (de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties
(Lbv), de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting (Lbv-plus)
en eerdere regelingen), natuurherstel in verband met stikstof, bestrijding van dierziekten
(ruimingen en compensatie bij onder meer vogelgriep), zuivering van drinkwater van
nitraat en gewasbeschermingsmiddelen, en toezicht door de NVWA?
145
Welke ziektelast en welke zorgkosten schrijft het Rijksinstituut voor Volksgezondheid
en Milieu (RIVM) toe aan ongezonde voeding? Welk deel hangt samen met de consumptie
van rood en bewerkt vlees?
146
Hoeveel toegevoegde waarde en werkgelegenheid levert een hectare plantaardige eiwitteelt
op, vergeleken met een hectare melkveehouderij of een hectare snijmaïs voor veevoer?
147
Hoeveel toegevoegde waarde leveren de veehouderij, de akkerbouw en de tuinbouw op
per kilo stikstofemissie en per ton CO2-equivalent?
148
Hoeveel melkkoeien, zoogkoeien en stuks jongvee hebben op dit moment geen weidegang?
149
Hoe heeft het aantal bedrijven met weidegang zich de afgelopen tien jaar ontwikkeld?
150
Welke aangewezen gedragsbehoeften hebben in de concept-AMvB Dierwaardige veehouderij
geen of slechts een gedeeltelijke maatregel gekregen?
151
Welke gedragsbehoeften die in de quickscan van de Universiteit Utrecht of in de wetenschappelijke
toets zijn vastgesteld, zijn niet aangewezen in de ontwerp-AMvB Dierwaardige veehouderij?
152
Hoe kan de NVWA de inhoud van de (geplande) gidsen voor goede praktijken handhaven?
153
Welk deel van de dieren per diersoort zit naar verwachting in 2030, 2035 en 2040 in
een stal die voldoet aan de nieuwe normen van de concept-AMvB Dierwaardige veehouderij?
154
Hoeveel veehouderijstallen worden per jaar nieuw gebouwd of verbouwd?
155
Hoeveel vergunningaanvragen voor het bouwen of verbouwen van stallen lopen er op dit
moment die niet zullen voldoen aan de eisen voor een dierwaardige veehouderij die
per 2030 gelden?
156
Hoeveel extra voltijdsequivalenten en budget heeft de NVWA nodig voor het toezicht
op de AMvB Dierwaardige veehouderij?
157
Zijn de extra voltijdsequivalenten en het budget die de NVWA nodig heeft voor het
toezicht op de AMvB Dierwaardige veehouderij al structureel gereserveerd?
158
Aan welke inhoudelijke minimumeisen moet het thermoregulatieplan uit de AMvB Dierwaardige
veehouderij voldoen?
159
Hoe gaat de NVWA het thermoregulatieplan uit de AMvB Dierwaardige veehouderij controleren
en sanctioneren?
160
Welke dierindicatoren worden gebruikt om te meten of dieren daadwerkelijk in hun gedragsbehoeften
kunnen voorzien, zoals voortvloeit uit de AMvB Dierwaardige veehouderij?
161
Per wanneer geldt het verbod op staartcouperen bij varkens, conform de concept-AMvB
Dierwaardige veehouderij?
162
Welke uitzonderingen op het verbod op staartcouperen bij varkens blijven mogelijk?
163
Welk deel van de biggen wordt op dit moment gecoupeerd?
164
Hoe wordt een robuust vleeskuikenras gedefinieerd?
165
Welk aandeel van de vleeskuikens in Nederland behoort op dit moment tot een robuust
ras?
166
Welke afspraken uit het convenant dierwaardige veehouderij zijn juridisch afdwingbaar?
167
Wat gebeurt er als een partij de afspraken uit het convenant dierwaardige veehouderij
niet nakomt?
168
Welke juridische vorm, bevoegdheden, financiering en samenstelling krijgt de Autoriteit
dierwaardige veehouderij?
169
Welke dierindicatoren kan de NVWA op dit moment al vaststellen, op het bedrijf en
in het slachthuis?
170
Welke van de dierindicatoren die de NVWA op dit moment kan vaststellen, worden structureel
geregistreerd?
171
Hoeveel veehouderijbedrijven per sector stoppen naar verwachting tot 2040, onder meer
door natuurlijke bedrijfsbeëindiging en de beëindigingsregelingen?
172
Welke kritieke prestatie-indicatoren voor de kringlooplandbouw zijn in werking getreden
en welke worden nog uitgewerkt?
173
Welke rol ziet de regering voor de Maatlat Duurzame Veehouderij bij het diergericht
ontwerpen van stallen?
174
Op welke wijze wordt de rol van de Maatlat Duurzame Veehouderij bij het diergericht
ontwerpen van stallen vormgegeven?
175
Hoeveel slachthuizen gebruiken het elektrisch waterbad als standaardmethode en hoeveel
als niet-standaardmethode?
176
Hoeveel kippen, eenden en kalkoenen zijn in 2025 bedwelmd met het elektrisch waterbad?
177
Hoeveel slachthuizen gebruiken CO2-bedwelming als standaardmethode en hoeveel als niet-standaardmethode?
178
Hoeveel kippen, eenden en kalkoenen zijn er in 2025 bedwelmd met gasbedwelming?
179
Hoeveel varkens zijn er in 2025 bedwelmd met CO2-bedwelming?
180
Hoeveel varkens zijn er in 2025 bedwelmd met elektrische kopbedwelming? Hoeveel met
een penschiettoestel?
181
Hoeveel dieren werden in 2025 onverdoofd geslacht volgens religieuze riten, uitgesplitst
naar diersoort?
182
Hoeveel kalveren hebben in 2024 en 2025 een transport van langer dan acht uur ondergaan
voordat zij in Nederland aankwamen, uitgesplitst naar land van herkomst en land van
oorsprong?
183
Hoe lang duurde in 2024 en 2025 het langste transport van kalveren naar Nederland?
184
Hoeveel kalveren hebben in 2024 en 2025 een transport van langer dan acht uur vanuit
Nederland naar de plaats van bestemming ondergaan, uitgesplitst naar land van bestemming?
185
Hoe lang duurde in 2024 en 2025 het langste transport van kalveren vanuit Nederland?
186
Hoeveel exporttransporten van levende dieren over de weg zijn in 2024 en 2025 gecertificeerd,
uitgesplitst naar diercategorie?
187
Hoeveel van de in 2024 en 2025 gecertificeerde exporttransporten van levende dieren
over de weg vonden plaats in de maanden april tot en met september, uitgesplitst naar
diercategorie?
188
Hoeveel exporttransporten van levende dieren zijn in 2024 en 2025 niet gecertificeerd
in verband met verwachte temperaturen van 30 graden of meer onderweg, uitgesplitst
naar diercategorie?
189
Bij hoeveel van de in 2024 en 2025 gecertificeerde exporttransporten van levende dieren
zijn achteraf gegevens aangeleverd over het temperatuurverloop tijdens de reis, uitgesplitst
naar diercategorie?
190
In hoeveel gevallen was de temperatuur tijdens gecertificeerde exporttransporten van
levende dieren in 2024 en 2025 hoger dan de toegestane 35 graden, uitgesplitst naar
diercategorie?
191
Welke sancties zijn opgelegd in de gevallen waarin de temperatuur tijdens gecertificeerde
exporttransporten van levende dieren in 2024 en 2025 hoger was dan 35 graden, uitgesplitst
naar diercategorie?
192
Hoeveel overtredingen van de 35-gradenregel bij transport op Nederlands grondgebied
zijn in 2024 en 2025 geconstateerd, uitgesplitst naar diercategorie?
193
Welke sancties zijn in 2024 en 2025 opgelegd voor overtredingen van de 35-gradenregel
bij transport op Nederlands grondgebied, uitgesplitst naar diercategorie?
194
Hoeveel slachthuizen in Nederland slachten pluimvee?
195
Hoeveel slachthuizen in Nederland slachten varkens?
196
Hoeveel pluimveeslachthuizen bedwelmen de dieren voordat zij uit de kratten worden
gekanteld?
197
Hoeveel pluimveeslachthuizen kantelen de dieren onbedwelmd uit de kratten?
198
Welk deel van het geslachte pluimvee wordt onbedwelmd mechanisch uit de kratten gekanteld?
199
Hoeveel van de dieren die in 2024 en 2025 onbedwelmd volgens religieuze riten zijn
geslacht, zijn direct na het aansnijden nabedwelmd, uitgesplitst naar diersoort?
200
Hoeveel van de dieren die in 2024 en 2025 onbedwelmd volgens religieuze riten zijn
geslacht, zijn binnen 40 seconden na het aansnijden nabedwelmd, uitgesplitst naar
diersoort?
201
Hoeveel van de dieren die in 2024 en 2025 onbedwelmd volgens religieuze riten zijn
geslacht, zijn op aanwijzing van de NVWA binnen 40 seconden nabedwelmd, uitgesplitst
naar diersoort?
202
Hoe vaak heeft de NVWA in 2024, 2025 en de periode van 1 januari tot 1 mei 2026 een
strike opgelegd aan roodvleesslachthuizen met permanent toezicht, uitgesplitst naar
eerste, tweede en derde strike?
203
Op grond van welke bevindingen heeft de NVWA in 2024, 2025 en de periode van 1 januari
tot 1 mei 2026 strikes opgelegd aan roodvleesslachthuizen met permanent toezicht?
204
Hoe vaak heeft de NVWA in 2024, 2025 en de periode van 1 januari tot 1 mei 2026 een
waarschuwing opgelegd voor een bevinding op het gebied van dierenwelzijn in een roodvleesslachthuis
met permanent toezicht?
205
Hoe vaak heeft de NVWA in 2024, 2025 en de periode van 1 januari tot 1 mei 2026 een
boete opgelegd voor een bevinding op het gebied van dierenwelzijn in een roodvleesslachthuis
met permanent toezicht?
206
Hoe vaak heeft de NVWA in 2024, 2025 en de periode van 1 januari tot 1 mei 2026 een
strike opgelegd aan roodvleesslachthuizen zonder permanent toezicht, uitgesplitst
naar eerste, tweede en derde strike?
207
Op grond van welke bevindingen heeft de NVWA in 2024, 2025 en de periode van 1 januari
tot 1 mei 2026 strikes opgelegd aan roodvleesslachthuizen zonder permanent toezicht?
208
Hoe vaak heeft de NVWA in 2024, 2025 en de periode van 1 januari tot 1 mei 2026 een
waarschuwing opgelegd voor een bevinding op het gebied van dierenwelzijn in een roodvleesslachthuis
zonder permanent toezicht?
209
Hoe vaak heeft de NVWA in 2024, 2025 en de periode van 1 januari tot 1 mei 2026 een
boete opgelegd voor een bevinding op het gebied van dierenwelzijn in een roodvleesslachthuis
zonder permanent toezicht?
210
Hoe vaak heeft de NVWA in 2024, 2025 en de periode van 1 januari tot 1 mei 2026 een
strike opgelegd aan pluimveeslachthuizen, uitgesplitst naar eerste, tweede en derde
strike?
211
Op grond van welke bevindingen heeft de NVWA in 2024, 2025 en de periode van 1 januari
tot 1 mei 2026 strikes opgelegd aan pluimveeslachthuizen?
212
Hoe vaak heeft de NVWA in 2024, 2025 en de periode van 1 januari tot 1 mei 2026 een
waarschuwing opgelegd voor een bevinding op het gebied van dierenwelzijn in een pluimveeslachthuis?
213
Hoe vaak heeft de NVWA in 2024, 2025 en de periode van 1 januari tot 1 mei 2026 een
boete opgelegd voor een bevinding op het gebied van dierenwelzijn in een pluimveeslachthuis?
214
Hoeveel subsidie is sinds 2020 verstrekt voor de bouw of verbouw van stallen, onder
meer via de Subsidieregeling brongerichte verduurzaming stal- en managementmaatregelen
(Sbv), uitgesplitst naar diersoort?
215
Wat is de gemiddelde technische en economische levensduur van een varkensstal, een
pluimveestal en een melkveestal?
216
Hoeveel varkensrechten, pluimveerechten en fosfaatrechten zijn sinds 2019 via beëindigingsregelingen
definitief uit de markt genomen?
217
Hoeveel vrijgekomen productierechten zijn na beëindiging weer door andere bedrijven
in gebruik genomen?
218
Welke aanbevelingen uit de wetenschappelijke adviezen van de European Food Safety
Authority (EFSA) over het welzijn van varkens, vleeskuikens, leghennen, kalveren,
melkkoeien, eenden en kalkoenen zijn niet of slechts gedeeltelijk overgenomen in de
concept-AMvB Dierwaardige veehouderij?
219
Voor welke diersoorten die in de Nederlandse veehouderij worden gehouden, zoals kalkoenen
en konijnen, bevat de concept-AMvB Dierwaardige veehouderij geen diersoortspecifieke
normen?
220
Welke onderzoeksmiddelen zijn in de begroting voor 2027 gereserveerd voor dierenwelzijnsonderzoek,
en welk deel daarvan gaat naar onderzoek naar houderijsystemen die aan de gedragsbehoeften
van dieren voldoen?
221
Kan de regering precies aangeven welke budgetten in 2027 onder de ketenaanpak vallen
en per budget toelichten welk bedrag bij boeren terechtkomt via ketenpartijen?
222
Kan de regering inzichtelijk maken hoe de gereserveerde 250 miljoen euro voor het
Hoofdlijnenconvenant gewasbescherming over de jaren en maatregelen wordt verdeeld
en welk bedrag daarvan in 2027 daadwerkelijk beschikbaar is voor boeren en tuinders?
223
Kan de regering toelichten hoe de bedragen voor jonge boeren in de begroting zich
verhouden tot de afspraak dat de vestigingssteun tot 2035 minimaal op het huidige
niveau blijft? Wanneer wordt financiering voor bedrijfsovername en grond concreet
toegankelijk gemaakt?
224
Kan de regering inzichtelijk maken welk deel van de middelen voor de visserij in 2027
wordt besteed aan sanering en welk deel daadwerkelijk wordt geïnvesteerd in innovatie,
verduurzaming en het toekomstige verdienvermogen van de Nederlandse visserij?
225
Welk toekomstbeeld hanteert de regering voor de omvang en het verdienvermogen van
de Nederlandse visserijvloot en zijn de investeringen in deze begroting volgens de
Minister voldoende om dat toekomstbeeld te realiseren?
226
Kan de regering voor de middelen die in 2027 beschikbaar zijn voor de ontwikkeling
en implementatie van doelsturing inzichtelijk maken waar het geld precies terechtkomt?
Welk bedrag gaat naar onderzoek, meetinstrumenten en data-infrastructuur, welk bedrag
naar uitvoeringsorganisaties, en welk bedrag wordt direct op of ten behoeve van het
boerenerf besteed?
227
Hoe verklaart de regering het grote verschil tussen de middelen voor ontwikkeling
en implementatie van doelsturing en de circa 800.000 euro per jaar voor de ketenaanpak?
Acht de regering dit voldoende om ervoor te zorgen dat doelsturing niet alleen leidt
tot nieuwe normen, meetinstrumenten en controlesystemen, maar ook tot een verdienmodel
waarin ketenpartijen boeren worden beloond voor het behalen van die doelen?
228
Waaraan wordt, gezien het feit dat voor Integraal voedselbeleid in 2027 een subsidiebudget
van 7,4 miljoen euro is geraamd en daarvan 4,4 miljoen euro naar het Voedingscentrum
gaat in de vorm van instellings- en projectsubsidies, de resterende drie miljoen euro
besteed? Hoe wordt dit bedrag verdeeld?
229
Kan de regering aangeven wat de uitkomsten en onzekerheden van de studie van het Joint
Research Centre (JRC) naar aanscherping van de maximale residulimieten (MRL’s) betekenen
voor de Nederlandse inzet bij een nieuw compromisvoorstel voor het Omnibuspakket veiligheid
van voedsel en diervoeder?
230
Kan de regering aangeven welk deel van de 375 miljoen euro die beschikbaar is voor
een nieuwe ronde van het Nationaal Groeifonds, welke mede gericht is op de prioriteiten
voor het toekomstige verdienvermogen, beschikbaar kan komen voor agrifood-innovatie
en biotechnologie en specifiek hoe deze investering kan bijdragen aan de uitvoering
en opschaling van de IPSAI op het gebied van biotechnologie?
231
Kan de regering de exacte cijfers geven aangaande waar en hoeveel illegale slacht
en illegale slachthuizen zijn ontdekt in 2026? Wat zijn de daadwerkelijke opgelegde
sancties van de afgelopen jaren?
232
Kan de regering, aangezien 2027 het laatste jaar is van de huidige periode van 2023
tot 2027 van het Gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB), een overzicht geven van de
wijzigingen in de besteding van de GLB-middelen in 2027 ten opzichte van 2026, en
daarbij per wijziging aangeven wat de omvang van de budgettaire wijziging is, tussen
welke GLB-interventies middelen worden verschoven, welke sectoren hierdoor meer of
minder middelen ontvangen, waarbij (voor zover deze gegevens beschikbaar zijn) onderscheid
wordt gemaakt tussen veehouderij, akkerbouw ten behoeve van veevoer, akkerbouw ten
behoeve van directe menselijke consumptie en de teelt van plantaardige eiwitten, hoe
de verdeling tussen generieke inkomenssteun enerzijds en doelgerichte betalingen voor
maatschappelijke prestaties en ecosysteemdiensten anderzijds zich in 2027 verhoudt
tot 2026 en welke beleidswijzigingen of beleidsvoornemens aan deze wijzigingen ten
grondslag liggen?
233
Is de regering bekend met het nieuwsbericht van de NVWA van 26 mei 2026 «Offerfeest
2026: scherp toezicht door NVWA en politie», waarin de NVWA zegt dat «de boete voor
illegaal onbedwelmd slachten kan oplopen tot € 103.000»? Kan de regering een exact
overzicht geven van hoeveel boetes hiervoor zijn uitgedeeld en wat de bedragen waren?
234
Kunt de regering de gegevens delen die dierhouders moeten bijhouden over geboorte,
spenen en uitval van konijnen sinds 1 januari volgens Artikel 2.76l. «Registratie
algemeen» en Artikel 2.76n «Uitval» uit het Besluit houders van dieren?
235
Hoeveel schapen zijn er in 2025 ter destructie aan Rendac aangeboden? Hoeveel in 2026
tot nu toe?
236
Wat heeft Nederland gerapporteerd als FRP (Favourable Reference Population), MVP (Minimum
Viable Population), Favourable Reference Area (FRA) en Favourable reference range
(FRR) in de laatste artikel 17 rapportage aan de Europese Commissie voor de wolf?
Wanneer was dat? Wanneer vindt de volgende rapportage plaats? Wat gaat Nederland dan
rapporteren?
237
Hoeveel (proef)apen werden in 2026 in Nederland ingevoerd? Vanuit welke landen (aantallen
per land)? Hoeveel werden in diezelfde jaren geëxporteerd? Naar welke landen (aantallen
per land)?
238
Klopt het dat de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) in haar rapport «Risico’s
van TFA voor onze drinkwaterkwaliteit» constateert dat in de herbeoordeling van 6
PFAS-pesticiden geen rekening kan worden gehouden met het cumulatieve effect van afbraak
tot TFA van meerdere PFAS-pesticiden en ook de bestaande vervuiling niet kan worden
beoordeeld, waardoor er bij de herbeoordeling van het Ctgb mogelijk een grote onderschatting
zal zijn van het risico van de herbeoordeelde PFAS-pesticiden? Zo ja, hoe gaan de
regering en het Ctgb hiermee om?
239
Welke instantie is bevoegd handhavend op te treden tegen mogelijke overtreding van
de specifieke zorgplicht, ook wel minimalisatieplicht, bij gebruik van PFAS-pesticiden
in het kader van de opname van PFAS-pesticiden in de lijst van Zeer Zorgwekkende Stoffen
(ZZS), zoals genoemd in het rapport van ILT «Risico’s van TFA voor onze drinkwaterkwaliteit»?
240
Wordt momenteel opgetreden tegen overtreding van de specifieke zorgplicht, ook wel
minimalisatieplicht, bij gebruik van PFAS-pesticiden in het kader van de opname van
PFAS-pesticiden in de lijst van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) zoals genoemd in het
rapport van ILT «Risico’s van TFA voor onze drinkwaterkwaliteit»?
241
Gaat de regering naar aanleiding van de constatering van het ILT dat gebruikers mogelijk
in overtreding zijn als ze het gebruik niet minimaliseren, beoordelen of aanvullende
maatregelen nodig zijn? Zo ja, op welke termijn worden wij hierover geïnformeerd?
Zo nee, waarom niet?
242
Hoe wordt bij het convenant «gewasbeschermingsmiddelen» op het punt van het in kaart
brengen door het Rijk en sectorpartijen per type teelt van de mogelijkheden om te
komen tot versneld uitfaseren van emissies van persistente stoffen uit gewasbeschermingsmiddelen,
gewaarborgd dat de uitkomsten op een objectieve wijze in kaart worden gebracht?
243
Kan de regering een overzicht geven van de planning voor de wetsvoorstellen en AMvB’s
gerelateerd aan het stikstofpakket en hierbij per wetsvoorstel en AMvB aangeven welke
maatregelen hierin worden geregeld?
244
Kan de regering een overzicht geven van het feitelijk in Nederland jaarlijks voor
de landbouw beschikbare aantal toegelaten bestrijdingsmiddelen en werkzame stoffen
sinds het begin van deze eeuw?
245
Welke stappen zijn nodig en hoe lang duren deze stappen bij benadering gebruikelijk
voordat een werkzame stof (pesticide) die door de EFSA is beoordeeld als hormoonverstorend
en aldus conform Verordening (EG) Nr. 1107/2009 moet worden verboden, daadwerkelijk
niet meer gebruikt kan worden? Kan de regering aangeven hoe dit proces bij de hormoonverstorende
pesticide Fludioxonil, die veelvuldig door de NVWA op groente en fruit wordt aangetroffen,
verloopt?
246
Kan de regering toelichten op welke punten de Nederlandse lijst met hoogrisicoproducten
verder gaat dan andere Europese landen, welke aantoonbare meerwaarde dit heeft en
welke extra kosten en administratieve lasten hierdoor voor Nederlandse ondernemers
ontstaan? Is de regering bereid deze nationale kop op de Europese regels te schrappen
en volledig aan te sluiten bij de Europese hoogrisicolijst, zodat een gelijk speelveld
binnen de EU wordt bevorderd?
247
Hoe verhouden de Skal-tarieven voor biologische importcontroles zich tot de tarieven
voor vergelijkbare controles in andere EU-lidstaten? Welk inzicht heeft het kabinet
in de gevolgen voor de concurrentiepositie van Nederlandse importeurs en verwerkers
en eventuele verplaatsing van importstromen naar andere EU-lidstaten?
248
Welke mogelijkheden heeft het kabinet om de nieuw ingevoerde Skal-tarieven voor biologische
importcontroles af te schaffen en deze controles anders te financieren, zodat een
gelijk Europees speelveld wordt bevorderd? Hoe verhoudt de invoering van deze tarieven
zich tot de ambitie in de begroting LVVN 2027 om de biologische productie en consumptie
te vergroten?
249
Op welke specifieke onderbouwing is de invoering van een juridisch houdbare rekenkundige
ondergrens pas in het vierde kwartaal van 2027 gepland en hoeveel PAS-melders moeten
tot die tijd wachten en het risico lopen op handhavingsverzoeken?
250
Wat is de geschatte broeikasgasemissiereductie van de landbouw in 2030 in het kader
van de klimaatopgave landbouw, gegeven de stikstofemissiereductiedoelen die de regering
voor 2030 nastreeft?
251
Op welke wijze is de regering van plan het verbod op prijsprikkels, onderdeel van
de Uitvoeringsagenda Diergeneeskundige Zorg, juridisch te borgen gezien het feit dat
er nog geen aparte juridische categorie voor dierenartsklinieken bestaat waarop dit
van toepassing kan zijn?
252
Op welke wijze wordt de Strategische Agenda Voedselzekerheid meegenomen in het uitwerken
en uitvoeren van het stikstof- en natuurherstelbeleid?
253
Wat zijn de verwachte totale administratieve en financiële lastenstijging per visserijonderneming
als gevolg van de nieuwe regels voor de weging van visserijproducten en verplichte
controlemiddelen uit de herziene controleverordening van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid
(GVB) en in hoeverre dekt de voorgenomen subsidieregeling in 2027 deze kosten daadwerkelijk
volledig?
254
Wat is de planning met betrekking tot het beschikbaar komen van de geactualiseerde
en verbrede natuurdoelanalyses en op welke termijn worden de adviezen hierover van
de Ecologische Autoriteit verwacht?
255
Hoeveel hectare agrarische cultuurgrond valt naar schatting binnen de beoogde overgangszones
rondom Natura 2000-gebieden en wat is de verwachte daling van de agrarische productiecapaciteit
en de totale financiële schade voor het verdienvermogen van boeren in deze zones?
256
Is voor het in de begroting genoemde programma Ontwikkeling Beheersingsaanpak Uitheemse
Rivierkreeften budget voorzien? Zo ja, hoeveel?
257
Welk concreet extra areaal aan biologische landbouwgrond verwacht het kabinet te behalen
met de zoneringsaanpak in 2030 en in 2035?
258
Welke sociale en economische ondergrenzen hanteert de regering bij het uitwerken van
een visie op en beleid voor een vitaal en toekomstbestendig landelijk gebied?
259
Welke verschillende programma’s bestaan er al en worden nog uitgewerkt ten behoeve
van sociaaleconomisch sterke plattelandsgemeenschappen en hoeveel langjarige financiering
is per programma beschikbaar?
260
Welke gevolgen zal de omschakeling naar «modern toezicht» bij de NVWA hebben op de
grootte en inzet van het personeelsbestand en hoe verhoudt dit zich tot eventueel
op te leggen taakstellingen?
261
Hoe verhoudt de beschikbare capaciteit en de verwachte capaciteit van de NVWA de komende
jaren zich tot het zich ontwikkelende takenpakket van de NVWA?
262
Kan een cijfermatige onderbouwing van de verwachte gemiddelde kostentoename per agrarisch
bedrijf per jaar als rechtstreeks gevolg van de ombuiging op de rode diesel van 146
miljoen euro per jaar vanaf 2027 worden gegeven?
263
Kan de ombuiging op het vervolgpakket «Nederland van het slot», die oploopt tot 1,69
miljard euro in 2030, worden uitgesplitst naar maatregel en begrotingsartikel?
264
Betreffen de bedragen die onder artikel 22 zijn opgenomen voor natuurherstel aanvullende
middelen bovenop de middelen uit het fonds voor stikstof, landbouw en natuur, of zijn
deze middelen afkomstig uit dat fonds?
265
Hoe kijkt de regering aan tegen zorgen bij natuurorganisaties dat voor het herstel
van de natuur structureel 200 miljoen euro per jaar extra nodig is?
266
Hoe worden de (extra) middelen voor agrarisch natuurbeheer verdeeld over de verschillende
soorten gebieden? Kan de regering een uitsplitsing maken per soort gebied?
267
Hoe worden de middelen voor agrarisch natuurbeheer uitgekeerd? Kunnen alle boeren
die van deze middelen gebruik willen maken om natuur te creëren hier aanspraak op
maken?
268
Hoeveel boerenbedrijven zullen naar verwachting een bijdragen ontvangen uit het Investeringsfonds
duurzame landbouw (IDL)? Om welk aandeel van de boerenbedrijven gaat dit?
269
Profiteren biologische koploperboeren van generieke financiële regelingen ten opzichte
van gangbare boeren? Zo ja, op welke wijze?
270
Kan de apparaatstaakstelling van 3,7 miljoen euro in 2027, oplopend tot structureel
56,6 miljoen euro, worden uitgesplitst naar het kerndepartement, RVO, NVWA en andere
betrokken organisaties? Welke gevolgen heeft deze taakstelling voor de uitvoering
van subsidieregelingen, vergunningverlening, toezicht en handhaving?
271
Hoe verhouden de overheidsinvesteringen (totale bedragen) voor het geheel van de extensieve
en intensieve landbouw zich tot elkaar?
272
Welk percentage van de Nederlandse landbouwbedrijven kan naar verwachting effectief
gebruikmaken van de Subsidieregeling emissieloos landbouwmaterieel (SEL) voor elektrische
tractoren en machines, mede in het licht van de heersende netcongestie op het elektriciteitsnet
en de hoge aanschafkosten van elektrisch materieel?
273
Welk deel van de droogteschade in de landbouw in 2018, 2020, 2022 en 2026 is met publieke
middelen gecompenseerd, bijvoorbeeld via de premiesubsidie op de brede weersverzekering
of via crisisregelingen?
274
Welke specifieke juridische en technische belemmeringen staan in de EU-regelgeving
nog in de weg aan de volledige erkenning en toepassing van herwonnen stikstof uit
dierlijke mest (RENURE) als kunstmestvervanger en wat de totale kosten per ton verwerkte
mest zijn voor de agrariër bij de productie van RENURE-meststoffen?
275
Met welk volume, in tonnen stikstof en fosfaat, zal de verwachte capaciteit van groot-
en kleinschalige installaties voor mestverwerking het nationale mestoverschot terugdringen?
276
Welk aandeel van het nationale mestoverschot wordt met de verwachte capaciteit van
groot- en kleinschalige installaties voor mestverwerking aangepakt?
277
Welke totale jaarlijkse broeikasgasreductie, in kiloton CO2-equivalenten, wordt naar verwachting gerealiseerd met de middelen voor mestvergisting
(11,0 miljoen euro), hoogwaardige mestverwerking (10,5 miljoen euro) en kleinschalige
installaties voor Recovered Nitrogen from Manure (RENURE) (19,5 miljoen euro)?
278
Gaat de veronderstelde bijdrage van mestvergisting en mestverwerking uit van een gelijkblijvende
of van een stijgende mestproductie?
279
Hoe verhoudt het budget voor mestvergisting en mestverwerking zich tot de krimp van
de veestapel die door ander beleid wordt voorzien?
280
Waaruit bestaan de middelen voor de productschappen 2.0 gereserveerde 1,5 miljoen
euro aan voorbereidende werkzaamheden gereserveerd?
281
Welk deel van de gereserveerde 9,9 miljoen euro voor in beslag genomen goederen wordt
besteed aan de opvang en verzorging van levende dieren, in het bijzonder exotische
dieren?
282
Hoe wordt geborgd dat voldoende gespecialiseerde opvangcapaciteit beschikbaar blijft
voor in beslag genomen exotische dieren?
283
Profiteren dierwaardige koploperboeren van financiële regelingen ten opzichte van
gangbare boeren? Zo ja, op welke wijze?
284
Welke instrumenten zitten in de voor mestvergisting en groen gas uitgetrokken 11 miljoen
euro? Wat is daarbij de doelstelling en de termijn?
285
Kan de regering de voor 2027 geraamde 2,8 miljoen euro voor internationale samenwerking
uitsplitsen naar de verschillende verdragen, Europese afspraken en activiteiten waarvoor
deze middelen worden ingezet?
286
Welk bedrag van de voor 2027 geraamde 2,8 miljoen euro voor internationale samenwerking
wordt besteed aan de Nederlandse uitvoering van de Convention on International Trade
in Endangered Species of Wild Fauna and Flora (CITES)?
287
Welk bedrag van de voor 2027 geraamde 2,8 miljoen euro voor internationale samenwerking
wordt besteed aan activiteiten gericht op het tegengaan van illegale handel in wilde
dieren?
288
Wat zijn de criteria voor de uitbreiding van het aantal met Agrarisch Natuurbeheer
beheerde hectares, waarvoor in 2027 168,1 miljoen euro is gereserveerd?
289
Wordt het totaalbedrag van maximaal 25,6 miljoen euro voor subsidie aan het Netwerk
Ecologische Monitoring in de periode 2024 tot en met 2029 naar verwachting aan het
einde van deze periode volledig benut?
290
Op welke veenweidelocaties vindt het onderzoek plaats waarvoor in 2027 13,9 miljoen
euro is geraamd op het Programma Veenweide, onder meer voor de uitvoering van het
Nationaal Onderzoeksprogramma Veenweiden en het Veenweiden Innovatieprogramma Nederland?
291
Hoe groot is het verlies dat de zeven bezoekerscentra van Staatsbosbeheer draaien,
waardoor zij moesten sluiten? Hoeveel geld zou nodig zijn vanuit het Rijk om deze
bezoekerscentra open te houden?
292
Hoeveel garnalenvissers worden naar verwachting gesaneerd via de vrijwillige saneringsregeling
voor de garnalenvisserij en welk effect heeft de reductie van de vloot op de Nederlandse
garnalenaanvoer, de visverwerkende keten en de werkgelegenheid in de visserijhavens?
293
Kan de daling van de middelen voor het RIVM op artikel 23 worden toegelicht, uitgesplitst
naar de programmering van het RIVM – van 11,3 miljoen euro in 2026 en 10,5 miljoen
euro in 2027 naar 3,3 miljoen euro in 2031 – en de bijdrage aan het agentschap RIVM
– van 26,1 miljoen euro in 2026 en 14,1 miljoen euro in 2027 naar 4,6 miljoen euro
in 2031? Kan daarbij per jaar worden aangegeven welke opdrachten en werkzaamheden
aflopen, worden overgeheveld of worden verminderd en welke gevolgen dit heeft voor
de uitvoering van de taken van het RIVM binnen het LVVN-domein?
294
Klopt het dat de jaarlijkse bijdrage van 0,3 miljoen euro voor de Alliantie Schooltuinen
onderdeel is van de post «Onderwijs en educatie» van artikel 23?
295
Voor welke jaren is de jaarlijkse bijdrage van 0,3 miljoen euro aan de Alliantie Schooltuinen
voor de ondersteuning en borging van schooltuinieren voorzien?
296
Waarom is gekozen voor het verlagen van de ammoniakuitstoot met specifiek 42 tot 46
procent? Waarom is niet gekozen voor een lagere generiek norm, met een grotere opgave
rondom kwetsbare natuurgebieden?
297
Welke vormen van innovatie die voortkomen uit rijksinvesteringen hebben tot nu toe
de meeste stikstofruimte opgeleverd en hoeveel?
298
Wat verstaat de regering onder regeneratieve landbouw?
299
Hoe verhoudt regeneratieve landbouw zich tot agro-ecologische landbouw en biologische
landbouw?
300
Welk aandeel van de veehouderijen voldoet momenteel niet aan de geplande grondgebondenheidsnorm
van 2,6 Grootvee-eenheid (GVE)?
301
Hoe tellen de bedragen voor natuurherstel op blz. 21 (artikel 22), blz. 77 (artikel
25) en blz. 85 (artikel 26) op tot de in het coalitieakkoord gereserveerde en in de
begroting herhaalde 2,2 miljard euro voor natuurherstel?
302
Hoeveel wordt er in totaal extra voor natuurherstel begroot?
303
Aan welke projecten en maatregelen worden de middelen die in 2027 voor natuurherstel
gereserveerd zijn uit het fonds (artikel 25) voor stikstof, landbouw en natuur uitgegeven?
304
Hoeveel hectare grond kan worden aangekocht, gezien de huidige grondprijs, met het
bedrag van 40 miljoen euro dat in 2027 beschikbaar wordt gesteld voor het aankopen
van gronden via de Nationale Grondbank?
305
Wat zijn criteria voor de aankoop van gronden via de Nationale Grondbank?
306
Waar is het bedrag dat is gereserveerd voor afwaardering van grond door de Nationale
Grondbank op gebaseerd?
307
Kan de regering onderbouwen hoe het geld wat is gereserveerd voor natuurherstel in
kwetsbare natuurgebieden genoeg zal zijn om hier adequaat natuurbeheer en -herstel
te realiseren?
308
Uit welke onderdelen bestaat de 800 miljoen euro voor de aanpak van de beekdalen?
Over welke jaren zijn ze verdeeld? Welke gebieden vallen onder de aanpak van beekdalen
en grondwaterbeschermingsgebieden en hoeveel hectare en hoeveel bedrijven betreft
het?
309
Hoeveel procent van het totale gereserveerde budget op Artikel 25 voor beëindigings-,
verplaatsings- en extensiveringsregelingen komt daadwerkelijk rechtstreeks terecht
bij de beëindigende of omschakelende veehouders en welk bedrag gaat op aan apparaatskosten,
uitvoeringskosten bij de RVO en de inzet van externe zaakbegeleiders?
310
Hoeveel van de middelen die besteed worden aan vrijwillige beëindigingsregelingen
komen naar schatting terecht bij banken, bijvoorbeeld in de vorm van de afbetaling
van schulden en leningen?
311
Op welke raming van het aantal deelnemers en het gemiddelde subsidiebedrag is het
budget van 185,8 miljoen euro voor de extensiveringsregeling melkveehouderij in 2027
gebaseerd? In hoeverre is hierbij rekening gehouden met de tot nu toe beperkte belangstelling
voor de Subsidieregeling extensivering melkveehouderij (Sem)?
312
Kan het opdrachtenbudget van 37,5 miljoen euro voor het doelsturingssysteem worden
uitgesplitst naar RVO, NVWA, het data-ecosysteem, meetnetwerken, onderzoek en overige
onderdelen? Welke concrete mijlpalen worden hiermee in 2027 bereikt?
313
Hoeveel Programma Aanpak Stikstof (PAS)-melders kunnen naar verwachting in 2027 worden
geholpen met de beschikbare 158 miljoen euro voor schadevergoeding, provinciale maatregelen
en zaakbegeleiding? Hoeveel daarvan krijgen naar verwachting in 2027 daadwerkelijk
een legale situatie?
314
Hoeveel bedrijven zijn inmiddels gestopt via de Maatregel Gebiedsgerichte Beëindiging
(MGB) en hoeveel stikstofruimte heeft dit opgeleverd?
315
Welk deel van de reservering voor zonering op artikel 26 is bestemd voor natuurmaatregelen
en welk deel voor extensivering, grondverwerving of compensatie van ondernemers?
316
Op basis van welke informatie en criteria zijn de middelen in de Reservering voor
het Fonds voor stikstof, landbouw en natuur verdeeld over de verschillende posten?
Kan de regering per post aangeven waarom voor dit bedrag is gekozen? Kan de regering
per post aangeven waarom zij denkt dat met dit bedrag kan worden voldaan aan de doelstellingen
die zijn gesteld op het gebied van stikstof, landbouw en natuur? Heeft de regering
dit laten doorrekenen?
317
Kan de regering uiteenzetten waarom zij dit een efficiënte besteding van de middelen
acht om te voldoen aan de doelstellingen op het gebied van stikstof, landbouw en natuur?
Heeft de regering alternatieven overwogen, waarbij de regering bijvoorbeeld meer inzet
op een gebiedsgerichte aanpak, met daarbij een lagere generieke norm? Heeft de regering
dit laten doorrekenen? Zo ja, kan de regering dit delen?
318
Welke concrete resultaten moeten met de reservering van 600 miljoen euro voor stalmaatregelen
worden bereikt wat betreft het aantal deelnemende bedrijven, de ontwikkeling en toelating
van technieken en de reductie van ammoniak en broeikasgassen?
319
Waarom is voor de aanpak van beekdalen en grondwaterbeschermingsgebieden 800 miljoen
euro gereserveerd, terwijl eerder werd uitgegaan van 1 miljard euro? Welke maatregelen,
hectares en bedrijven kunnen met het beschikbare bedrag worden ondersteund en welke
gevolgen heeft de verlaging voor het behalen van de doelen van de Kaderrichtlijn Water
(KRW)?
320
Klopt het dat de bedragen voor respectievelijk natuurherstel, managementmaatregelen,
grondfaciliteit en versterken uitvoeringskracht waarvoor reserveringen zijn opgenomen
in tabel 35 niet optellen tot de bedragen die genoemd staan in de toelichting op deze
onderwerpen?
321
Welk deel van de geraamde bijdrage van 352 miljoen euro aan de NVWA wordt in 2027
ingezet voor toezicht en handhaving op het gebied van dierenwelzijn?
322
Kan de regering het deel van de bijdrage aan de NVWA dat in 2027 wordt ingezet voor
dierenwelzijn uitsplitsen naar de verschillende toezichtstaken, waaronder het toezicht
op het houden, fokken en verhandelen van gezelschapsdieren en exotische dieren?
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
H.S. Steen, voorzitter van de vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur -
Mede ondertekenaar
R.P. Jansma, griffier