Lijst van vragen : Verslag houdende een lijst van vragen over vaststelling van de begrotingsstaat van het Mobiliteitsfonds voor het jaar 2027 (Kamerstuk 37020-A)
2026D46214 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN
De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat, belast met het voorbereidend
onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm
van een lijst van vragen.
De voorzitter van de commissie,
Huizenga
De griffier van de commissie,
Schukkink
Nr
Vraag
1.
Wat is de totale omvang van de huidige instandhoudings- en vernieuwingsopgave op het
hoofdwegennet te kwantificeren in euro’s en kunt u daarbij aangeven welk deel voor
de periode 2027 – 2032 is gedekt en welk deel nog niet?
2.
Kunt u voor bruggen, viaducten, tunnels en overige kunstwerken een uitsplitsing van
de geraamde kosten per object geven ten aanzien van onderhoud en/of vernieuwing? Kan
daarbij per object worden aangegeven welk deel van de kosten reeds is gedekt en, indien
sprake is van een ongedekt deel, hoe groot dit bedrag is?
3.
Hoeveel bruggen, viaducten en tunnels in beheer van Rijkswaterstaat bereiken uiterlijk
in 2030 het einde van hun berekende technische levensduur?
4.
Kunt u een overzicht geven waarbij per infrastructureel object wordt aangegeven wat
de locatie is, wat de technische staat is, de geplande datum van renovatie en vervanging
en wanneer het einde van de levensduur van het object wordt verwacht?
5.
Voor hoeveel bruggen, viaducten en tunnels geldt momenteel een verscherpt inspectieregime
vanwege ouderdom, technische staat of geconstateerde gebreken?
6.
Hoeveel bruggen, viaducten en tunnels zijn op dit moment, vanwege de staat van het
object, een risico voor de veiligheid van weggebruikers, wanneer zij het object over
en/of eronderdoor rijden?
7.
Welke knelpunten ten aanzien van fileproblematiek zijn in het afgelopen jaar opgelost?
8.
Kan per gesloten, dan wel beperkte, voorziening worden aangegeven hoe lang deze naar
verwachting duurt en hoeveel verkeer dagelijks door de afsluiting wordt geraakt?
9.
Hoeveel meer geld levert de vrachtwagenheffing op, nu blijkt dat vrachtwagens meer
kilometers maken vanwege de afgesloten infrastructurele objecten?
10.
Hoeveel ongeplande gehele of gedeeltelijke afsluitingen van rijkswegen, bruggen en
tunnels hebben in 2024, 2025 en 2026 plaatsgevonden als gevolg van technische defecten
en achterstallig onderhoud?
11.
Hoe groot is het tekort aan personeel, uitgedrukt in fte, bij Rijkswaterstaat?
12.
Hoeveel infrastructurele objecten, in beheer van Rijkswaterstaat, voldoen niet aan
de eisen die worden gesteld voor zwaar militair transport en wat zijn de kosten voor
de aanvullende maatregelen om dit te bewerkstelligen?
13.
Hoeveel eurocent per liter benzine en per liter diesel bestaat in 2027 naar verwachting
uit belastingen en heffingen?
14.
Welke accijns hanteren Nederland, België en Duitsland per 1 januari 2027?
15.
Welke aannames over het prijsverschil met Duitsland en België worden gebruikt bij
de raming van de Nederlandse brandstofaccijnsinkomsten?
16.
Hoeveel accijns- en btw-inkomsten loopt de Nederlandse schatkist naar schatting in
2025, 2026 en 2027 mis, doordat Nederlandse automobilisten in Duitsland of België
tanken?
17.
Hoeveel procent van de Nederlanders tankt regelmatig in België of Duitsland?
18.
Hoe hebben de totale Nederlandse verkopen van benzine en diesel zich sinds 2019 ontwikkeld
en welk deel schrijft het ministerie toe aan de prijs per liter in combinatie met
tanken in het buitenland?
19.
Welke ramingen hanteert het kabinet voor de accijnsinkomsten uit benzine en diesel
voor 2027 tot en met 2031, afzonderlijk per brandstof?
20.
Hoeveel extra kosten per gereden kilometer ontstaan voor een gemiddeld Nederlands
transportbedrijf door de vrachtwagenheffing?
21.
Is onderzocht welk deel van de extra kosten als gevolg van de vrachtwagenheffing naar
verwachting wordt doorberekend aan opdrachtgevers? Is daarbij ook bekend wat dit zal
doen met de prijs voor de consument?
22.
Op welke wegen is het grootste uitwijkende effect, als gevolg van de vrachtwagenheffing,
gemeten?
23.
Zijn sinds de invoering effecten op verkeersveiligheid, geluid of congestie op de
uitwijkroutes gemeten?
24.
Hoeveel opbrengsten uit de vrachtwagenheffing zijn in 2027 naar verwachting afkomstig
van Nederlandse vervoerders en hoeveel van buitenlandse vervoerders?
25.
Hoeveel Nederlandse reizigers maakten in 2023, 2024, 2025 en 2026 gebruik van een
buitenlandse luchthaven voor hun vliegreis? Kan daarbij een overzicht worden gegeven
per relevante Duitse en/of Belgische luchthaven?
26.
Hoeveel bestemmingen worden vanaf Schiphol aangeboden in 2027 en hoe verhoudt dit
zich tot de afgelopen vijf jaar?
27.
Kan voor enkele representatieve bestemmingen binnen Europa, rond de Middellandse Zee,
Noord-Amerika en Azië het Nederlandse belastingbedrag worden vergeleken met dat bij
vertrek uit Duitsland en België?
28.
Is ten aanzien van de vliegbelasting onderzocht wat het effect is voor grensluchthavens?
Wat zijn hiervan de bevindingen geweest?
29.
Hoeveel extra autokilometers maken Nederlandse reizigers, wanneer zij voor een buitenlandse
luchthaven kiezen en wat is het effect op verkeersdruk, reistijd en emissies?
30.
Welke concrete (missende) vergunningen en wettelijke besluiten staan de opening van
Lelystad Airport in 2027 nog in de weg? Wat is per obstakel de oorzaak daarvan en
wat is de prognose ten aanzien van het oplossen van deze obstakels?
31.
Wat is het exacte streefcijfer voor 2027 voor het aantal tijdelijke snelheidsbeperkingen
op het spoor?
32.
Hoeveel tijdelijke snelheidsbeperkingen op het spoor zijn in 2024 en in 2025 uiteindelijk
opgenomen in de (vaste) dienstregeling?
33.
Wat zijn de onderliggende oorzaken van de door ProRail gemelde 586 impactvolle verstoringen
op het spoor in 2025?
34.
Wat zijn de onderliggende oorzaken van de op 31 augustus 2026 gemeten 391 impactvolle
verstoringen op het spoor van 2026?
35.
Wat is het concrete streefcijfer voor impactvolle verstoringen op het spoor in 2027
en op welke berekening is dat gebaseerd?
36.
Is de verwachting dat ProRail, en NS, succesvol zijn in 2027 en onder het streefcijfer
impactvolle verstoringen op het spoor blijven en waarom wel/niet?
37.
Wat is de huidige financiële omvang van de onderhouds- en vernieuwingsopgave op het
spoor en hoeveel daarvan is al gedekt?
38.
Welke investeringen zijn volgens ProRail nodig om knelpunten weg te nemen?
39.
Hoe hoog is het aantal verkeersdoden in 2025 en in de eerste helft van 2026?
40.
Kunt u aangeven hoeveel bruggen, viaducten, tunnels en overige kunstwerken op het
hoofdwegennet in de periode 2027–2032 moeten worden gerenoveerd of vervangen, en bij
hoeveel van deze objecten de geplande renovatie of vervanging later plaatsvindt dan
op grond van de technische staat wenselijk wordt geacht?
41.
Kan worden aangegeven welke tijdelijke snelheidsbeperkingen rechtstreeks verband houden
met achterstallig onderhoud of uitgestelde vernieuwing?
42.
Hoeveel projecten op het hoofdwegennet lopen momenteel vertraging op door procedures
rond vergunningverlening en wat bedraagt de gemiddelde vertraging?
43.
Welke bestaande regels wilt u in 2027 schrappen of aanpassen om de doorlooptijd van
instandhoudingsprojecten te verkorten?
44.
Hoeveel aanbestedingen voor beheer, onderhoud en vernieuwing van het hoofdwegennet
zijn in 2024, 2025 en 2026 zonder geldige inschrijving gebleven of opnieuw aanbesteed
en wat waren daarvoor de voornaamste oorzaken?
45.
Hoeveel ongeplande storingen van sluizen en beweegbare bruggen vonden plaats in 2023,
2024, 2025 en 2026 en wat was per grote storing de oorzaak?
46.
Wat zijn de vijf vaarwegobjecten die momenteel de meeste economische vertraging veroorzaken
voor de beroepsvaart en waardoor komt dat?
47.
Welke Nederlandse haven- en vaarweginfrastructuur voldoet op dit moment nog niet aan
de eisen die worden gesteld vanuit militaire mobiliteit en dual use?
48.
Hoeveel locaties op rijkswegen zijn momenteel aangemerkt als locatie met een verhoogd
verkeersveiligheidsrisico en hoeveel daarvan worden in 2027 aangepakt?
49.
Hoeveel verkeersongevallen waarbij een fatbike betrokken was, zijn in 2024, 2025 en
2026 geregistreerd, en kunt u een overzicht geven van de leeftijd van de bestuurder?
50.
Hoeveel verkeersdeelnemers zijn in 2024, 2025 en 2026 betrapt op rijden onder invloed
van alcohol respectievelijk drugs?
51.
Wat zijn de meest recente geraamde totale kosten van de invoering van ERTMS en hoe
verhouden deze zich tot de oorspronkelijke kostenraming?
52.
Welke baanvakken moeten volgens de huidige planning uiterlijk in 2032 van ERTMS zijn
voorzien en bij welke baanvakken bestaat momenteel risico op vertraging?
53.
Welke kosten zijn gemoeid met de overdracht van het dagelijks beheer van de HSL-Zuid
aan ProRail per 2031?
54.
Kan worden aangegeven welk bedrag Rijkswaterstaat jaarlijks uitgeeft aan advies- en
ingenieursdiensten van externe partijen?
55.
Welk effect heeft de lerende aanpak met betrekking tot ERTMS gehad als het gaat om
de financiën?
56.
Waaraan wordt dit bedrag voor de Lelylijn in tabel 4 besteed? Welke stappen in de
planvorming worden in 2027 gezet voor langetermijnprojecten waarvoor geen of onvoldoende
middelen zijn gereserveerd?
57.
Welke signalen heeft u over de financiële positie van ov-vervoerders en de beperkte
belangstelling voor recente concessieaanbestedingen? Hoe gaat u decentrale overheden
ondersteunen, zodat nieuwe concessies met voldoende inschrijvers kunnen worden gegund?
58.
Kan bij een MIRT-project het opknippen van de opgaven in deelopgaven ertoe leiden
dat per deeltraject eerder aan de 75%-eis wordt voldaan?
59.
Wat is de actuele omvang van de ongedekte instandhoudingsopgave voor het hoofdwegennet
tot en met 2040?
60.
Wat is de actuele omvang van de ongedekte instandhoudingsopgave voor het hoofdvaarwegennet
tot en met 2040?
61.
Wat is de actuele omvang van de ongedekte instandhoudingsopgave voor het spoor tot
en met 2040?
62.
Hoe wordt de aanvullende 1,1 miljard euro per jaar voor beheer, onderhoud en woningbouwontsluiting
in de jaren 2032 tot en met 2035 verdeeld over Rijkswaterstaat en ProRail?
63.
Welke concrete instandhoudingsprojecten worden gefinancierd uit de 945 miljoen die
voor het Mobiliteitsfonds vanuit de Aanvullende Post naar 2031 is overgeboekt?
64.
Welke concrete projecten worden gefinancierd uit de incidentele 1,5 miljard voor de
herprioriteringsopgave op het Mobiliteitsfonds?
65.
Wat is het kasritme van de incidentele 1,5 miljard voor de herprioriteringsopgave
over de jaren 2029 tot en met 2035?
66.
Volgens welke criteria wordt de reservering van 3,6 miljard voor regionale mobiliteit
en ontsluiting verdeeld?
67.
Wanneer worden besluiten genomen over de besteding van de reservering van 3,6 miljard
euro voor regionale mobiliteit en ontsluiting?
68.
Welk bedrag van de reservering van 3,6 miljard euro voor regionale mobiliteit en ontsluiting
is reeds gekoppeld aan concrete projecten?
69.
Welke concrete risico’s liggen ten grondslag aan het beschikbaar houden van de 849,4 miljoen
euro vrije investeringsruimte voor tegenvallers?
70.
Welk deel van de 849,4 miljoen vrije investeringsruimte is op basis van de huidige
risicoinschatting naar verwachting daadwerkelijk nodig voor tegenvallers?
71.
Welke projecten vormen de grootste bijdrage aan de overprogrammering van 1,292 miljard
euro in 2027?
72.
Welk bedrag aan projectvertraging wordt voor 2027 verondersteld bij de gekozen omvang
van de overprogrammering?
73.
Welke projecten maken deel uit van de 577,8 miljoen euro aan programmering die bij
deze begroting naar 2033 of later is verschoven?
74.
Welk deel van de 577,8 miljoen euro die naar 2033 of later is verschoven betreft projecten
in Noord- en Oost-Nederland?
75.
Waaruit bestaat het projectbudget van 17 miljoen euro voor N50 Kampen-Kampen Zuid?
76.
Welk aanvullend bedrag is nodig om A1/A28 Knooppunt Hoevelaken volledig te kunnen
realiseren?
77.
Wat is volgens de huidige planning het vroegst mogelijke jaar waarin de werkzaamheden
aan A1/A28 Knooppunt Hoevelaken kunnen starten?
78.
Is het projectbudget van 115 miljoen euro voldoende voor de voorkeursvariant voor
N35 Wijthmen-Nijverdal?
79.
Wat verklaart dat voor A1/A35 Knooppunt Azelo-Buuren geen projectbudget is opgenomen?
80.
Is het projectbudget van 183 miljoen euro voor Meppel spoor- en perroncapaciteit voldoende
voor alle thans voorziene fases van het project?
81.
Welk bedrag is nodig om de planuitwerking voor de Vaarweg IJsselmeer-Meppel te kunnen
hervatten?
82.
In welk jaar wordt het Sluiscomplex Kornwerderzand volgens de huidige planning opengesteld?
83.
Welk bedrag is in 2027 binnen het Mobiliteitsfonds beschikbaar voor onderzoek, onderhoud
of herstel van de bruggen in de Houtribdijk?
84.
Welk bedrag is in de periode tot en met 2030 beschikbaar voor de elektrificatie van
regionale spoorlijnen?
85.
Hoe worden de middelen uit het Klimaatfonds voor elektrificatie van het spoor verdeeld
over de afzonderlijke spoorlijnen?
86.
Wanneer ontvangt de Kamer inzicht in de financiële gevolgen voor de tranches na de
eerste trance van de herijking van ERTMS, waartoe de eerste budgettaire verwerking
geldt (p.70–71)?
87.
Wat zijn de gevolgen voor de instandhouding van het spoor als de ProRail-subsidieaanvraag
EOV, die 177 miljoen euro voor gematerialiseerde risico’s binnen het BKN Spoor bevat
en die die pas bij de voorjaarsbesluitvorming 2026 wordt beoordeeld (p. 43–44), niet
volledig wordt gehonoreerd?
88.
Wat is de oorzaak van de daling van de totale uitgaven voor de Kustwacht Nederland
van 165,0 miljoen (2026) naar 124,6 miljoen (2030) (Tabel 76, p. 113–114) en heeft
dit gevolgen voor de uitvoeringscapaciteit van de Kustwacht?
89.
Betekent de daling van het budget voor Externe veiligheid (artikel 18.06) naar € 0
vanaf 2030 (tabel 67, p. 76) dat alle externe-veiligheidsknelpunten in het kader van
de Nota Vervoer Gevaarlijke Stoffen dan zijn opgelost, of stopt hier simpelweg de
financiering?
90.
Welke gevolgen voor de onderhoudsopgave op het spoor heeft de onttrekking van 80 miljoen
uit ProRail-budgetten ten behoeve van de vuurwerknadeelcompensatie?
91.
Hoe moet de verlenging van het Mobiliteitsfonds tot 2040 en de beschikbare ruimte
van circa 9 miljard euro op het Mobiliteitsfonds worden gelezen?
92.
Hoe gaat de verlaging van het aantal impactvolle verstoringen in 2027 ten opzichte
van 2026 gerealiseerd worden?
93.
Welke concrete gevolgen heeft de onttrekking van 80 miljoen euro in 2027, 2028 en
2029 aan de KCI-strategie (Klimaatneutrale en Circulaire Infrastructuur) van ProRail
voor de programmering en uitvoering van spoorprojecten, en welke projecten of activiteiten
worden hierdoor later uitgevoerd of krijgen minder financiële ruimte?
94.
Waarom is specifiek gekozen voor de Mobiliteitsfondsbegroting voor de bijdragen van
45 miljoen aan het SAF-fonds dat is opgezet door Schiphol?
95.
In hoeverre past financiering van vliegtuigbrandstoffen binnen de juridische context
en doelen van de Wet Mobiliteitsfonds, die zijn gericht op infrastructuur en het gebruik
ervan? Zou deze financiering niet beter passen binnen de begroting van Infrastructuur
en Waterstaat, dat wel over een luchtvaartartikel beschikt?
96.
Welke voorwaarden stelt het Rijk aan de bijdrage van 45 miljoen aan het SAF-fonds
van Schiphol, en wat gebeurt er met de reservering als de Europese Commissie geen
akkoord geeft?
97.
Waarom is er specifiek gekozen voor het klimaatneutrale en circulaire infrastructuur-budget
van ProRail om de vuurwerkcompensatie te financieren en welke impact heeft dit op
het doelbereik van ProRail?
98.
Wat is de planning van de herijking van het nationale havenbeleid?
99.
Is afgesproken dat middelen die overblijven van de vuurwerkcompensatie teruggaan naar
ProRail KCI?
100.
Kunt u toelichten wat de overweging is om de incidentele middelen Infrastructuur herprioriteringsopgave
van circa 1,5 miljard euro in de jaren 2029–2035 over te boeken naar het Mobiliteitsfonds
en niet eerder?
101.
Hoe worden de verhoogde efficiencytaakstelling en de versnelde taakstelling Slagvaardige
Overheid verdeeld over Rijkswaterstaat en de betrokken programma’s? Welke gevolgen
zijn daarbij geraamd voor capaciteit en prestaties?
102.
Wat betekent het naar voren halen en besteden (ruim 900 miljoen) van een deel van
de 1,1 miljard euro voor beheer en onderhoud voor de woningbouwopgave?
103.
Hoeveel budget is er in 2027 voor nieuwe tegenvallers als de vrije investeringsruimte
nul is?
104.
Kan er meer gezegd worden over de droogteaanpak?
105.
Hoe wordt de Kamer betrokken bij de herijking van het Deltaprogramma en de uitwerking
tot het Nationaal Water Programma?
106.
Wat zijn de consequenties voor de A27 van de verschuiving van geld van de A27 Zeewolde/Eemnes
naar de N50 volgens een motie?
107.
Aan welke concrete projecten en maatregelen wordt deze reservering klimaatneutrale
en circulaire infrastructuur besteed? Is de stijging uitsluitend het gevolg van loon-
en prijsbijstelling?
108.
Wordt er in Eindhoven ook gecompenseerd voor indexering?
109.
Zijn er voldoende KPI’s geformuleerd voor het Deltaprogramma zoet water?
110.
Wat is de stand van zaken van de Kaderrichtlijn Water (KRW)?
111.
Hoe verloopt de besluitvorming over het Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie
(NADI), gezien het EZK en IenW raakt?
112.
Er staat bij de Reservering Regionale Mobiliteit en Ontsluiting Infrastructuur: «Tijdens
de augustusbesluitvorming is besloten om structureel middelen te investeren in regionale
mobiliteit en ontsluiting van de infrastructuur. Het gaat om € 100 miljoen in 2028,
€ 200 miljoen in 2029 en structureel € 300 miljoen vanaf 2030.»; op welke begrotingspost
wordt de reservering van 300 miljoen euro per jaar structureel voor regionale mobiliteit
en ontsluiting van infrastructuur opgenomen?
113.
Waarom wordt de reservering voor Regionale Mobiliteit en Ontsluiting Infrastructuur
gefaseerd beschikbaar gesteld; 100 miljoen in 2028, 200 miljoen in 2029 en 300 miljoen
euro vanaf 2030?
114.
Kunt u een uitsplitsing maken van hoe u de beoogde investeringen van 1,603 miljard
euro in verzorgingsplaatsen wilt besteden?
115.
Wat wordt er gedaan aan de communicatie rondom tolheffing? Hoe wordt onduidelijkheid
voorkomen?
116.
Kan de exploitatie, onderhoud en vernieuwing «uit» voor de begrote bedragen, na toepassing
van de taakstellingen en eventuele korting van een boete wegens het niet halen van
KPI’s door ProRail?
117.
Welke posten vormen samen de aanvullende behoefte van 177 miljoen euro voor het basiskwaliteitsniveau
Spoor, en over welke posten moet bij de komende voorjaarsbesluitvorming nog worden
besloten?
118.
Wanneer ontvangt de Kamer de uitkomsten van de externe validatie van de herijkte financiële
reeksen voor de instandhouding van de Rijkswaterstaatnetwerken?
119.
Welke mogelijkheden zijn er om andere onderdelen dan uitvoering van de organisatie
(bijvoorbeeld beleid) efficiënter te maken zonder significant verlies op output?
120.
Hoeveel stations voldoen nog niet aan de regels uit het VN-verdrag? Welke stations
komen met het resterende budget aan bod om toegankelijk gemaakt te worden? En volgens
welke criteria wordt die volgorde bepaald?
121.
Op welke manier stemt u de resterende investeringen in toegankelijkheid af met regionale
investeringen in stations en knooppunten, zodat koppelkansen met decentrale overheden
worden benut?
122.
Kunt u de verdeling van de uitgaven van 185,2 miljoen euro voor woningbouw op korte
termijn (14.03.04) uitsplitsen per regio en project?
123.
Klopt het dat de vloot, althans een aanzienlijk deel daarvan, binnen afzienbare tijd
zal moeten worden vervangen? Zo ja, wanneer en waar kan dit worden teruggevonden in
de begroting?
124.
Welke besparingen zijn mogelijk op ERTMS, als we het programma rationaliseren?
125.
Welke onderdelen van ERTMS zijn volgens de huidige planning nog niet contractueel
vastgelegd, en welke ruimte biedt dat om de kosten te beperken?
126.
Waar zien we het verwachte tekort van 1.150 miljoen tot 1.300 miljoen euro voor Zuidasdok
terug in de projectoverzichttabel?
127.
Wat is er bekend over hoe het verwachte tekort van 1.150 miljoen tot 1.300 miljoen
euro voor Zuidasdok gedekt gaat worden?
128.
Wanneer is de deadline voor de seriële ombouw ten behoeve van het ERTMS-programma?
129.
Is de 6,245 miljoen euro aan CEF-subsidie die wordt misgelopen niet te redden door
het te besteden aan andere werkzaamheden gerelateerd aan het ERTMS-programma?
130.
In hoeverre is het aannemelijk dat de doorgeschoven, niet gerealiseerde tolontvangsten
van 49,7 miljoen euro in 2025 nu in 2026 wel ontvangen gaan worden?
131.
Waarom worden de foutief veronderstelde tolontvangsten van de ViA15 pas in de Voorjaarsnota
gecorrigeerd als de fout nu al bekend is?
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
R.A. Huizenga, voorzitter van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat -
Mede ondertekenaar
M. Schukkink, griffier