Lijst van vragen : Verslag houdende een lijst van vragen over vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (XII) voor het jaar 2027 (Kamerstuk 37020-XII)
2026D46213 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN
De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat, belast met het voorbereidend
onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm
van een lijst van vragen.
De voorzitter van de commissie,
Huizenga
De griffier van de commissie,
Schukkink
Nr
Vraag
1.
Kunt u per vaarwegcorridor inzichtelijk maken op hoeveel dagen in 2025 en 2026 sprake
was van diepgangsbeperkingen, schutbeperkingen of andere beperkingen voor de beroepsvaart
als gevolg van droogte en laagwater? Kunt u eveneens per gestremde binnenhaven aangeven
hoeveel dagen deze onbereikbaar was, en op basis van welk besluit?
2.
Kunt u per gestremde binnenhaven aangeven wat de economische schade is voor de door
deze stremming getroffen bedrijven?
3.
Kunt u aangeven wat de maatschappelijke en economische schade is geweest van de periode
van droogte deze zomer en daarbij onderscheid maken naar mogelijk hogere transportkosten
en verliezen door productieafschaling en -uitval?
4.
Welke concrete infrastructurele maatregelen worden tot en met 2030 getroffen om de
bereikbaarheid van binnenhavens tijdens droge zomers te waarborgen?
5.
Welk deel van de reservering van 516 miljoen euro voor het Deltaplan Zoetwater tot
en met 2040 komt direct of indirect ten goede aan de bevaarbaarheid van vaarwegen
en de bereikbaarheid van binnenhavens?
6.
Worden de economische gevolgen van droogte, laagwater en zoetwatertekorten voor de
binnenvaart, binnenhavens en havengebonden bedrijven afzonderlijk meegewogen bij de
selectie van maatregelen voor de derde fase van het Deltaplan Zoetwater? Zo ja, op
welke wijze?
7.
Hoe groot is de totale financiële omvang van het uitgestelde en achterstallige onderhoud
aan het hoofdvaarwegennet per 1 januari 2027?
8.
Kunt u een overzicht geven van de sluizen, bruggen, oevers en vaarwegtrajecten waarvan
het onderhoud of de vernieuwing is uitgesteld, inclusief de oorspronkelijke planning,
de actuele planning, de reden van uitstel en de verwachte meerkosten?
9.
Hoe worden de bereikbaarheid van binnenhavens, de economische schade voor bedrijven,
omvaarafstanden en het risico op een verschuiving van goederenvervoer van water naar
de weg meegewogen bij de prioritering van onderhouds- en vernieuwingsprojecten?
10.
Welke projecten op het hoofdvaarwegennet kunnen momenteel niet worden uitgevoerd,
doordat de maakbare instandhoudingsopgave groter is dan het beschikbare financiële
kader?
11.
Welke van de projecten op het hoofdvaarwegennet die momenteel niet worden uitgevoerd
kunnen een directe impact hebben op eventueel toekomstige perioden van droogte, omdat
bijvoorbeeld schutbeperkingen langer kunnen worden uitgesteld, alternatieve havens
makkelijker bereikbaar blijven of stremming van korter duur zal zijn?
12.
Hoeveel extra kosten zijn in de afgelopen vijf jaar ontstaan, doordat gepland onderhoud
aan vaarwegen, sluizen en bruggen is uitgesteld en later als correctief of levensduurverlengend
onderhoud moest worden uitgevoerd?
13.
Welk deel van de 1,5 miljard euro aan incidentele middelen voor de herprioriteringsopgave
op het Mobiliteitsfonds wordt besteed aan het hoofdvaarwegennet en aan welke concrete
projecten wordt dit bedrag besteed?
14.
Wanneer wordt besloten voor welke infrastructuurprojecten aanvullend budget wordt
toegekend bij de Voorjaarsnota 2027?
15.
Kunt u aangeven wat de status is van de voortgang met betrekking tot het hernieuwen
van het Landelijk Convenant Sociale Veiligheid?
16.
Maakt de monitoring van vuurwerkslachtoffers deel uit van de aangekondigde jaarlijkse
monitoring en evaluatie van de Wet veilige jaarwisseling?
17.
Kan in een schema worden weergegeven hoeveel procent van het budget van IenW gaat
naar automobiliteit en hoeveel procent van het budget naar ov en spoor? En hoe heeft
deze verdeling zich de afgelopen 10 jaar ontwikkeld?
18.
Welk bedrag is in 2027 beschikbaar voor dual-use-spoorinfrastructuur voor militaire
mobiliteit?
19.
Welke spoorcorridors worden in 2027 aangemerkt als «dual use»-corridor voor militair
en civiel vervoer?
20.
Welk bedrag ontvangt IenW in 2027 van andere departementen voor investeringen in militaire
mobiliteit?
21.
Welk bedrag aan Europese cofinanciering verwacht IenW in 2027 te ontvangen voor projecten
op het gebied van militaire mobiliteit?
22.
Welk bedrag aan uitgaven op de IenW-begroting voor 2027 wordt momenteel meegerekend
bij de Nederlandse invulling van de NAVO-doelstelling van 1,5% bbp voor bredere veiligheidsuitgaven?
23.
Welk bedrag is in 2027 beschikbaar voor de uitvoering van de zeven aanbevelingen uit
het rapport «Tijd om te handelen» over militaire mobiliteit op het spoor?
24.
Welke onderzoeken liggen ten grondslag aan het voorgenomen besluit in 2027 over de
principes van de marktordening op het spoor na 2033?
25.
Welke juridische toetsing vindt plaats voorafgaand aan het voorgenomen besluit over
de marktordening op het spoor na 2033?
26.
Hoeveel betalen het Rijk, de provincies en gemeenten mee aan Lelystad Airport en de
infrastructuur naar Lelystad Airport? Hoe heeft dit bedrag zich sinds 2009 ontwikkeld?
Hoeveel geld gaat vanuit het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat naar Lelystad
Airport in de komende jaren?
27.
Hoe heeft de kostendekkingsgraad, het aandeel van het ov dat wordt bekostigd door
reizigersinkomsten, zich in de afgelopen 10 jaar ontwikkeld?
28.
Hoe wordt in de begroting geborgd dat investeringen in bereikbaarheid niet alleen
terechtkomen in de economische kerngebieden, maar ook bijdragen aan bereikbaarheid
van perifere en landelijke regio’s?
29.
Welke beoogde locaties voor de 100 mobiliteitshubs die van 2027 tot 2035 worden gerealiseerd
hebben prioriteit, welk budget is per hub voorzien en uit welk begrotingsartikel wordt
dit gefinancierd?
30.
Heeft u overwogen de compensatie van vuurwerkondernemers niet te betalen uit het Mobiliteitsfonds
en dat geld te gebruiken om de fout met de Brede Doeluitkering (BDU) in 2027 te herstellen?
31.
Wat zijn de uitgaven die gepaard gaan met de reiskostenvergoeding voor studenten die
in het buitenland studeren? Hoe ziet de budgettaire reeks er de komende jaren voor
hen uit?
32.
Hoe verhouden de taakstellingen uit het coalitieakkoord voor ProRail (456 miljoen
euro cumulatief tot en met 2040) en Rijkswaterstaat (246 miljoen euro tot en met 2031)
zich tot het forse onderhoudstekort op het spoor en de wegen, en op welke termijn
krijgt de Kamer inzicht in de concrete gevolgen van deze bezuinigingen voor de capaciteit
van de uitvoering en het niveau van voorzieningen voor de reiziger?
33.
Aan welke concrete projecten en maatregelen wordt de reservering «Klimaatneutrale
en Circulaire Infrastructuur» (tabel 14, p. 24) van 52 miljoen euro in 2027 besteed?
Is de stijging ten opzichte van vorig jaar uitsluitend het gevolg van loon- en prijsbijstelling,
en op welke wijze wordt geborgd dat circulaire normen ook verplicht worden toegepast
bij regulier beheer en onderhoud?
34.
Deelt u de constatering dat de strikte eis van 75% financiering vooraf ook voorbereidend
onderzoek met beperkte kosten blokkeert? Bent u bereid deze eis flexibeler toe te
passen of grote projecten actief op te knippen in deelopgaven, wanneer regio en derden
alternatieve bekostiging aandragen, zoals bij de IJmeerverbinding?
35.
Welk specifiek tijdpad hanteert u voor de landelijke uitrol van ERTMS op de SAAL-corridor
(Schiphol-Amsterdam-Almere-Lelystad), Almere-Utrecht en Amsterdam-Utrecht, en welke
tussentijdse capaciteits- en veiligheidsmaatregelen neemt u om op deze cruciale trajecten
in de tussentijd toch capaciteitsstappen te kunnen zetten?
36.
Welke specifieke stations komen aan bod met het resterende budget voor Toegankelijkheid
Stations (109 miljoen euro van het totale projectbudget van 530 miljoen, tabel 35),
welke criteria bepalen die prioritering, en op welke wijze worden deze investeringen
afgestemd met regionale overheden om koppelkansen bij ov-knooppunten te benutten?
37.
Welke signalen heeft u ontvangen over de verslechterde financiële positie van ov-vervoerders
en de afnemende belangstelling bij recente concessieaanbestedingen, en hoe gaat u
decentrale overheden concreet ondersteunen om te voorkomen dat aanbestedingen mislukken
en de bereikbaarheid van regio's onder druk komt te staan?
38.
Welke financiële en juridische risico’s ziet u voor de IenW-begroting door het waarschijnlijk
niet halen van de doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW) in december 2027 en bent
u bereid om conform het advies van de Algemene Rekenkamer de periodieke rapportage
«Bodem en Ondergrond» (mede in het licht van de maatschappelijke kosten van PFAS-verontreinigingen)
expliciet op te nemen in de Strategische Evaluatieagenda (SEA)?
39.
Kunt u een inschatting maken van de kosten van het verzoeten van het Grevelingermeer?
Hoe wordt dit onderzocht?
40.
Zijn er wat zoetwater betreft ook maatregelen in beeld die het Rijk kan nemen die
verder gaan dan beheer, onderhoud en optimalisatie van het bestaande systeem?
41.
Welke aanvullende middelen worden in 2027 beschikbaar gesteld voor waterveiligheid
en welke stappen zet u om grensoverschrijdende afspraken over wateroverlast en watertekorten
te versterken?
42.
Kunt u per netwerk – hoofdwegennet, hoofdvaarwegennet en hoofdwatersysteem – aangeven
welke onderhouds- en vervangingsopgaven in 2027 niet of later worden uitgevoerd door
gebrek aan middelen of capaciteit?
43.
Kunt u aangeven welke bruggen, tunnels, sluizen en waterwerken in 2027 het grootste
risico vormen voor beschikbaarheid, veiligheid of economische schade?
44.
Hoe zijn de kosten voor het vervangen van het spui- en gemaalcomplex IJmuiden opgebouwd?
Zijn er goedkopere alternatieven onderzocht?
45.
Op welke manier is IenW betrokken geweest bij het opstellen van de extra taakstelling
in de Miljoenennota? Kunnen de onderliggende adviezen en stukken hierover met de Kamer
worden gedeeld?
46.
Wat gaat het ministerie concreet minder doen, nu deze taakstelling in de begroting
is opgenomen?
47.
Raakt deze taakstelling ook de uitvoering? Zo ja, op welke wijze?
48.
Raakt deze taakstelling ook toezicht en handhaving? Zo ja, op welke wijze?
49.
Welke mogelijke risico’s voor de uitvoering en dienstverlening worden voorzien als
de opstapelende taakstellingen worden doorgevoerd?
50.
Welke concrete stappen heeft Nederland sinds het aantreden van dit kabinet ondernomen
om de Europese harmonisatie van de vliegbelasting te realiseren dan wel te agenderen?
51.
Leidt de verhoging van de verkeersboetes tot een hogere verkeersveiligheid? Kunt u
dat onderbouwen?
52.
Welk bedrag binnen het projectbudget van circa 940 miljoen euro voor Ruimte voor de
Rivier 2.0 is geraamd voor natuur- en ecologiemaatregelen, uitgesplitst per project?
53.
Vanwaar wordt gekozen enkel in Europees verband in te zetten op een PFAS-verbod in
gewasbeschermingsmiddelen, nu daar de meeste uitzonderingen op worden gemaakt (TFA's)?
54.
Welke mijlpalen en data hanteert u voor het Europese PFAS-restrictietraject (Commissievoorstel,
opinies van het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA), Raads- en Parlementsbesluit),
en op welke momenten informeert u de Kamer over de voortgang?
55.
Op welke termijn worden de meetgegevens van Rijkswaterstaat over PFAS in oppervlaktewater
en industriële lozingen structureel openbaar gemaakt, zodat burgers, gemeenten en
bedrijven zelf de voortgang kunnen volgen?
56.
Hoe organiseert u vroegtijdige signalering van nieuwe PFAS-varianten, en hoe snel
worden die meegenomen in vergunningen en normering?
57.
Welke financiële middelen zijn vanaf 2027 gereserveerd voor het verder in beeld brengen
en voorbereiden van de PFAS-saneringsopgave? Kan daarbij ook worden aangegeven wat
de huidige inschatting is van de totale omvang en kosten van deze opgave?
58.
Hoeveel van de ruim 1.700 KRW-maatregelen zijn naar verwachting op 1 januari 2027
afgerond, hoeveel op 22 december 2027, en voor hoeveel waterlichamen wordt bij de
beoordeling van doelbereik een uitzonderingsgrond voorzien?
59.
Welke opties worden onderzocht om verzilting in de Rijn-Maasmonding te beperken? Wordt
het afsluiten van deze monding ook onderzocht?
60.
Kunt u per subsidieregeling en per ontvangerscategorie aangeven hoe de taakstelling
van 13,381 miljoen euro per jaar in 2027–2030 en 8,512 miljoen euro in 2031 wordt
ingevuld?
61.
Kunt u voor de circa zeventig regionale drinkwaterplannen aangeven uit welke bronnen
de extra 102 miljoen m³ productiecapaciteit moet komen en welk budget per locatie
is geraamd voor natuuronderzoek, mitigatie en compensatie?
62.
Welke afweging is gemaakt om middelen uit het Mobiliteitsfonds in te zetten voor de
nadeelcompensatie van vuurwerkondernemers? Waarom komen deze middelen niet (deels)
uit bijvoorbeeld de JenV-begroting?
63.
Hoe wordt voorkomen dat compensatie voor vuurwerkondernemers hoger uitvalt dan geraamd?
64.
Waar is de meevaller, de ontvangst van RVO, van 5,7 miljoen euro aan besteed?
65.
Kunt u ten aanzien van de groeiparagraaf – taakstelling kabinet-Jetten – Slagvaardige
Overheid aangeven voor de organisatieonderdelen van IenW en andere organisaties waarvoor
deze begroting geldt of de taakstellingen disruptieve effecten heeft gehad, en zo
ja, welke en hoe die zijn opgelost?
66.
Kunt u uitsplitsen hoe de apparaatstaakstelling van het Ministerie van Infrastructuur
en Waterstaat over de verschillende organisatieonderdelen wordt verdeeld? Wordt Rijkwaterstaat
ook geraakt door de apparaatstaakstelling? Zo ja, welke taken binnen Rijkswaterstaat
worden geraakt door deze taakstelling, en welke taken zijn hiervan expliciet uitgezonderd?
67.
Kunt u garanderen dat de taakstelling niet leidt tot verminderde capaciteit voor assetmanagement,
inspecties, risicobeoordelingen en programmering van onderhouds- en vervangingsprojecten?
En omgekeerd: kunt u garanderen dat de capaciteit bij Rijkswaterstaat het komende
decennium meegroeit met de omvang van de onderhouds- en vervangingsopgave?
68.
Hoe verhoudt de apparaatstaakstelling zich tot de constatering dat de instandhoudingsopgave
groter is dan de beschikbare middelen én capaciteit bij Rijkswaterstaat en de markt?
69.
Welke gevolgen heeft de taakstelling voor de capaciteit van Rijkswaterstaat om de
staat van bruggen, tunnels, sluizen, wegen en waterwerken in beeld te houden? Kan
het gebeuren dat door vermindering van personele capaciteit minder inspecties worden
uitgevoerd, minder data worden verzameld of minder analyses worden gemaakt ten behoeve
van de instandhoudingsopgave?
70.
Kunt u aangeven of de in de begroting opgenomen budgetten en ramingen voldoende zijn
om alle (sub)doelen onder artikel 11 – integraal Waterbeleid in het algemeen en specifieke
doelstelling 2 in het bijzonder te halen? Althans, dat het budget en/of de raming
geen belemmering vormt om het doel te halen? Zo nee, wat is aanvullend nodig?
71.
Kunt u per doelstelling van artikel 11 aangeven welke uitgaven in 2027 beschikbaar
zijn en welk deel daarvan reeds juridisch verplicht is?
72.
Kunt u nader duiden onder welk uitgavedeel in Tabel 8 «(zoet)waterbeschikbaarheid»
valt?
73.
Welke projecten op het gebied van waterveiligheid kunnen momenteel niet worden uitgevoerd,
doordat er onvoldoende budget beschikbaar is?
74.
Wat is de reden dat de uitgaven voor Algemeen Waterbeleid afnemen over de tijd? Hoe
worden de genoemde doelen op het gebied van water gehaald als de uitgaven afnemen?
75.
Kunt u per zoetwaterregio aangeven welke knelpunten het meest urgent zijn en welke
maatregelen daarvoor in 2027 worden voorbereid?
76.
Kunt u aangeven hoe in figuur 6 de biologische oordelen KRW-waterlichamen Nederland
eruit zouden zien, als de mate waarin aan doelen wordt voldaan (anders dan «one out,
all out») zou worden verdisconteerd?
77.
Welk bedrag is in 2027 binnen hoofdstuk XII en het Deltafonds beschikbaar voor onderzoek
naar en beheersing van invasieve Amerikaanse rivierkreeften, en op welke artikelen
en instrumenten staat dit geraamd?
78.
Kunt u aangeven in welke mate effecten van piekbelastingen op zijrivieren, als afvoer
op hoofdrivieren en/of kanalen wegens hoge waterstand op die hoofdwaterlichamen niet
mogelijk is, zijn meegenomen waar in de begroting bij «D. beleidsmatige ontwikkelingen
– primaire keringen» ten aanzien van het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) wordt
geschreven: «Ook is met de waterschappen de HWBP-opgave geactualiseerd en wordt verwacht
dat ca. 1.400 kilometer van de primaire keringen tot 2050 moeten worden versterkt»?
79.
Kunt u een inschatting geven wat het versterken van de primaire keringen gaat kosten?
80.
Welk deel van de circa 1.400 kilometer primaire keringen die naar verwachting tot
2050 moet worden versterkt, is op dit moment financieel gedekt? Kunt u daarbij onderscheid
maken tussen projecten in voorbereiding en projecten in uitvoering?
81.
Als dit is meegenomen, maakt dit ook deel uit van de set bestuurlijke afspraken om
het HWBP te herijken?
82.
Kunt u verduidelijken of de hydrologisch wél maar geografisch niet verbonden Dommel,
de Aa en de Dieze deel uitmaken van de scope van de dijktrajecten van de Maasvallei?
83.
Zal «Ruimte voor de Rivier 2.0» ook zien op zijrivieren?
84.
In hoeverre wordt bij de Nationale zoetwaterstrategie qua waterbeschikbaarheid rekening
gehouden met kansen en bedreigingen uit het Masterplan Rijnvaart en vice versa?
85.
Waarom eindigen de meeste in de subsidiebijlage opgenomen bijdragen aan natuurorganisaties
voor NL2120 na 2029, terwijl het programma tot en met 2030 wordt ondersteund, en welk
bedrag is in 2030 nog per ontvanger geraamd?
86.
Welk percentage van de programma-uitgaven op artikel 11 is in 2027 juridisch verplicht:
80% zoals in tabel 12 staat, of 41% zoals in de toelichting staat, en hoe verklaart
u dat de percentages in de tabel optellen tot 101%?
87.
Welke projecten en maatregelen binnen het Deltaprogramma Zoetwater verklaren de kasschuif
van – 19,921 miljoen euro in 2027 en – 4,612 miljoen euro in 2028, uitgesplitst per
project, regio en jaar?
88.
Kunt u aangeven ten aanzien van specifieke doelstelling 2 «voldoende en goed drinkwater
voor iedereen in Europees en Caribisch Nederland» of het onderzoek naar de drinkwaterbehoefte
van en -levering aan bedrijven die drinkwaterkwaliteit behoeven eindelijk is afgerond,
en zo nee, wanneer dat komt?
89.
Kunt u aangeven ten aanzien van specifieke doelstelling 2 «voldoende en goed drinkwater
voor iedereen in Europees en Caribisch Nederland» in hoeverre droogteschade ten gevolge
van onttrekkingen en de gerelateerde claimcultuur vanuit landbouwbedrijven, bedreigend
is voor de drinkwatersector?
90.
Waarom wordt op pagina 64 een verbruik van 134 liter drinkwater per persoon genoemd
als op pagina 65 wordt gerefereerd aan het actuelere cijfer van 119 liter per persoon?
91.
Wanneer kan de Kamer een geactualiseerde landelijke raming verwachten van de omvang
en kosten van de PFAS-saneringsopgave, inclusief de inventarisatie van aandachtslocaties?
92.
Welke kennisvragen over afbraak- en saneringstechnieken prioriteert het kennis- en
innovatieprogramma PFAS in bodem in 2027, en wanneer levert dat concrete, toepasbare
technieken op?
93.
Op welke wijze verkent u, in aanloop naar de uitwerking van de aanpak na 2030, een
structuur waarin vervuilers bijdragen aan de saneringskosten, zodat de opgave betaalbaar
blijft voor overheden en burgers?
94.
Kunt u de kasschuif op artikel 7 uitsplitsen naar Stoffen en Waterketen, Deltaplan
Agrarisch Waterbeheer en PAGW, per programma en per jaar?
95.
Waarom is de financiële bijdrage van IenW aan het Natuur- en Milieubeleidsplan (NMBP)
2.0 nog niet herkenbaar opgenomen in de begroting 2027, en wanneer wordt die bijdrage
wel bekend?
96.
Welk bedrag draagt IenW in 2027–2030 bij aan NMBP 2.0, bovenop de 47,5 miljoen euro
van LVVN?
97.
Hoe is het bedrag voor Caribisch Nederland op het relevante IenW-artikel opgebouwd,
uitgesplitst naar drinkwater en afvalwater en per eiland? Welk deel hiervan is nieuw
geld voor verbetering/uitbreiding van afvalwaterinzameling en -zuivering?
98.
Welke afvalwatermaatregelen zijn nodig om de milieu-, natuur- en koraaldoelen van
het NMBP te halen, en zijn die volledig financieel gedekt?
99.
Als over aanvullende IenW-middelen pas in het najaar wordt besloten: uit welke middelen
worden die dan gedekt en hoe wordt de begroting daarop aangepast?
100.
Wat verklaart de piek in 2027 van Subsidie Caribisch Nederland die we zien op pagina
69 van de memorie?
101.
Hoeveel van de middelen uit het Meerjarenprogramma Bodem en de RIVM-bijdrage zijn
in 2026 feitelijk aan PFAS besteed, en wat is de prognose voor 2027?
102.
Waarom is één van de subdoelstellingen op verkeersveiligheid (2; 2) gebaseerd op wat
automobilisten zelf aangeven in plaats van een meting?
103.
Waarom wordt er in tabel 27 uitgegaan van 7.800 ernstig verkeersgewonden, terwijl
de toelichting stelt dat er voor dit jaar nog geen cijfers gepubliceerd zijn?
104.
Kunt u aangeven hoe de gereserveerde Klimaatfondsmiddelen van 103,8 miljoen euro voor
laadinfrastructuur wegvervoer en 31,5 miljoen euro voor laadinfrastructuur bouw in
2027 concreet worden uitgegeven?
105.
Kunt u aangeven waar het geld voor zero-emissie trucks (AanZET) (artikel 15.4) precies
voor bestemd is?
106.
Hebben de budgettaire keuzes in de begroting bij de uitgaven ov en spoor consequenties
voor de treinbediening van station Ede-Wageningen? Zo ja, welke?
107.
Kan in een overzichtelijke tabel worden weergegeven hoeveel budget provincies en vervoersregio's
krijgen vanuit het Rijk voor het regionale ov in de jaren 2025–2030?
108.
Hoe groot is de totale financiële omvang van het uitgestelde en achterstallige onderhoud
aan het spoor per 1 januari 2027?
109.
Wat zou het kosten om het NL DalVrij-ticket van afgelopen zomer voor het gehele jaar
2027 in te voeren?
110.
Wat zou het kosten om het NL DalVrij-ticket van afgelopen zomer voor het gehele jaar
2027 in te voeren en het ook geldig te laten zijn in het stads- en streekvervoer,
wanneer het € 49 kost en wanneer het € 69 kost en wanneer het € 99 kost?
111.
Is er zicht op hoeveel schade er in het ov ongeveer wordt veroorzaakt door vandalisme?
112.
Is er zicht op hoe hoog het percentage «zwartrijders» in het ov ongeveer is?
113.
Kunt u aangeven, nu eerder duidelijk is geworden dat ov-boa’s incidenten buiten hun
bevoegdheid gelegen niet mogen «bevriezen», of het Landelijk Convenant Sociale Veiligheid
daadwerkelijk gaat voorzien in een borging dat er geen «sociaalveiligheidsvacuum»
of «-vertraging» zal optreden, doordat de politie van verder moet komen?
114.
Welke concrete afspraken over de inzet en aanrijtijd van de politie bij incidenten
in het openbaar vervoer zijn opgenomen in het nieuwe Landelijk Convenant Sociale Veiligheid
of het bijbehorende actieplan?
115.
Kunt u aangeven hoeveel budgetspanning er op het grote project ERTMS staat?
116.
Los van budget naar voren halen, hoeveel besparingen kunnen ten aanzien van ERTMS
worden gerealiseerd door te standaardiseren en «nice tor have»-elementen te schrappen?
117.
Kunt u verduidelijken met welke actuele modal split het ministerie werkt, gelet op
het feit dat er op internet vele percentageverdelingen over de stand van de modal
shift zijn?
118.
In welke mate is er schade ondervonden door de spoorgoederenvervoerssector door ongeplande
strekkingen, uit te splitsen door uitval van trajectdelen van technische aard en door
protesten? Graag een substantiëring.
119.
Kunt u de extra subsidie van 100,2 miljoen euro voor de NS-concessie inhoudelijk toelichten?
Welke concrete resultaten en afspraken liggen ten grondslag aan de hoogte van deze
subsidie?
120.
Welk deel van de extra subsidie voor de NS-concessie betreft compensatie voor minder
reizigerskilometers, en welk deel hangt samen met andere oorzaken? Kunt u de berekening
per oorzaak uitsplitsen?
121.
Welke voorwaarden gelden voor uitbetaling en eventuele terugvordering van de extra
subsidie voor de NS-concessie?
122.
Op welke periode heeft de subsidie voor de NS-concessie betrekking?
123.
Kunt u toelichten waarom de bandbreedtes van reizigerskilometers die in de hoofdrailnetconcessie
2025–2033 zijn afgesproken, reeds in het eerste concessiejaar in deze omvang worden
onderschreden?
124.
In hoeverre sluit de omvang van de extra subsidie voor de NS-concessie aan bij de
verwachtingen die bij het sluiten van de concessieovereenkomst bestonden?
125.
Hoe verhoudt de extra subsidie voor de NS-concessie zich tot het positieve resultaat
dat het NS-concern over 2025 heeft geboekt?
126.
Welke extra subsidies voor de hoofdrailnetconcessie verwacht u de komende drie jaar?
127.
Waarom heeft u de omvangrijke mutatie van 100 miljoen euro voor de subsidie NS-concessie
niet opgenomen in het overzicht belangrijkste uitgaven- en ontvangstenmutaties, waarin
wel veel kleinere mutaties worden toegelicht?
128.
Bestaat er een kans dat deze «bedrijfsgeheime afspraak» door de Europese Commissie
wordt gezien als een (verkapte) bevoordeling van NS, net als de infractieprocedure
Hoofdrailnet (HRN) en de recente communicatie over de vermeende capaciteitsbevoordeling
bij de capaciteitsverdeling ten behoeve van de NS?
129.
Wanneer zullen de middelen voor medeoverheden, die als dekking worden gebruikt voor
de extra subsidie voor de NS-concessie, worden aangezuiverd? Zal dat nog in 2026 gebeuren?
Wat zijn de gevolgen van het wegvallen van deze middelen voor de medeoverheden en
voor de uitvoering van het amendement-Grinwis?
130.
Waar zijn de «overige bijdragen» onder kopje 16.1 ov en Spoor van Tabel 50 voor bestemd
en waarom pieken ze in 2026 en 2027?
131.
Welke doelen van de Wet differentiatie vliegbelasting worden met de verlaging naar
verwachting niet meer gehaald?
132.
Kunt u ten behoeve van subdoelstelling 3 – het behouden van toegevoegde waarde en
werkgelegenheid van de Nederlandse Zeehavens – aangeven hoe groot het personeelstekort
is van vaarwegbegeleiders van RWS op de binnenwateren, gezien de recente (pogingen
tot) vaarwegbeperkingen? En hoe is dit voor brug- en sluiswachters in den lande? Kunt
u het beleid om dit in te lopen toelichten?
133.
Hoeveel uren waren bruggen, sluizen of vaarwegtrajecten in 2025 en 2026 beperkt beschikbaar
vanwege personeelstekorten bij Rijkswaterstaat? Kunt u dit uitsplitsen naar regio?
134.
Is een blijvende modal shift van 441.000 containers haalbaar? Zo ja, wanneer wordt
dat verwacht?
135.
Met welk budget en aantal fte zet Nederland in 2027 in op het consulteren van belanghebbenden
en het opbouwen van brede EU-steun, en hoe beoordeelt het kabinet of dat toereikend
is om de beoogde snelheid te halen?
136.
Welke partijen maken deel uit van het consortium van gespecialiseerde partijen die
betrokken zijn bij het onderzoek naar een gedeeltelijk PFAS-lozingsverbod?
137.
Welke specifieke sectoren of activiteiten met een hoge PFAS-uitstoot worden overwogen
voor een gedeeltelijk PFAS-lozingsverbod?
138.
Volstaat de eenmalige bijdrage van 1,4 miljoen euro voor een duurzame en definitieve
sanering en veiligstelling van de stortplaats Lagun op Bonaire, of is dit enkel bedoeld
voor acute brandbestrijding en noodmaatregelen?
139.
Aangezien het Early Warning Centre bij het KNMI sinds 2020 in ontwikkeling, en sinds
2025 volledig operationeel is voor Europees Nederland, waarom wordt de geofysische
dienstverlening (vulkaan- tsunami- en aardbevingsbewaking) voor Bonaire, Sint Eustatius
en Saba pas in 2027 geïntegreerd?
140.
Kan worden toegelicht op welke manier de benodigde investeringen in een Multi Hazard
Early Warning System voor Bonaire en de andere Caribische eilanden in de begroting
van IenW zijn gereserveerd en welke investeringssom daaraan gekoppeld is?
141.
Hoeveel budget en (lokale) fte zijn gereserveerd om lokale meetnetten en waarschuwingsketens
op de Caribische bijzondere gemeenten op een vergelijkbaar niveau als Europees Nederland
te brengen?
142.
Kunt u toelichten waarom de BDU-bezuiniging van het vorige kabinet niet wordt hersteld,
waardoor er in 2027 73 miljoen en structureel 110 miljoen euro wordt bezuinigd op
het stads- en streekvervoer in en om de drie grootste steden van Nederland?
143.
Zijn de potentiële gevolgen van de bezuiningingen op de BDU onderzocht? Welke effect
heeft dit op de betaalbaarheid en bereikbaarheid in de Metropoolregio Rotterdam Den
Haag (MRDH) en de Vervoerregio Amsterdam (VRA)?
144.
Welk deel van de personeelskosten van Rijkswaterstaat worden besteed aan personeel
aan de uitvoeringskant, en welk deel aan personeel gericht op beleid en management?
Welke mogelijkheden ziet u om de doelmatigheid en doeltreffendheid van de inzet van
medewerkers te vergroten?
145.
Hoe wordt binnen Rijkswaterstaat ingezet op een zo doelmatig mogelijke besteding van
middelen? Hoe worden de kosten voor projecten zo laag mogelijk gehouden, en is hier
binnen de organisatie voldoende controle op?
146.
Hoe groot is het aandeel van de projecten bij Rijkswaterstaat dat meer dan 10%, 50%
dan wel 100% over de raming heen schiet? In hoeveel van de gevallen gaat dit om uitgesteld
onderhoud?
147.
Hoe is de verantwoording over de besteding van middelen binnen Rijkswaterstaat georganiseerd?
148.
Welk specifiek bedrag binnen de begroting voor het agentschap Rijkswaterstaat is begroot
voor Caribisch Nederland onder de overkoepelende post «bijdrage aan de te verlenen
diensten»?
149.
Is het al bekend hoe de afname in het aantal fte's van het KNMI in tabel 130 ingevuld
wordt?
150.
Klopt het dat vanaf 2028 geen middelen meer zijn begroot voor onderzoek en voorlichting
over vuurwerk door Stichting Veiligheid Nederland? Zo ja, wat is hiervan de reden?
151.
Indien de monitoring van vuurwerkslachtoffers vanaf 2028 op een andere wijze of vanuit
een andere begrotingspost wordt gefinancierd, kunt u aangeven vanuit welke post dit
gebeurt en welke bedragen hiervoor meerjarig beschikbaar zijn?
152.
In welke zin belemmert het besluitvormingsproces, de complexiteit en de ingrijpende
aard van het project Zuidasdok de evaluatie (SEA)? Graag een feitelijke toelichting.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
R.A. Huizenga, voorzitter van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat -
Mede ondertekenaar
M. Schukkink, griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.