Amendement : Amendement van het lid Oosterhuis over het per 2028 mogelijk maken het forfaitaire uurloon van de WBSO bij amvb aan te passen
36 938 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Fiscale verzamelwet 2027)
Nr. 8
AMENDEMENT VAN HET LID OOSTERHUIS
Ontvangen 24 september 2026
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
I
Na artikel IV wordt een artikel ingevoegd, luidende:
ARTIKEL IVa
In de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen
wordt in artikel 23, vijfde lid, «een gemiddeld uurloon van € 33» vervangen door «een
bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vast te stellen gemiddeld uurloon».
II
In artikel XXIX wordt na het eerste lid, onder vernummering van het tweede en derde
lid tot het derde en vierde lid, een lid ingevoegd, luidende:
2. In afwijking van het eerste lid treedt artikel IVa in werking met ingang van 1 januari
2028.
Toelichting
De indiener beoogt met dit amendement toekomstige aanpassingen van het forfaitaire
uurloon dat geldt voor de in de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie
voor de volksverzekeringen (WVA) opgenomen S&O-afdrachtvermindering (in het spraakgebruik
ook wel aangeduid als de al enige tijd geleden vervallen WBSO) sneller door te kunnen
voeren dan waar momenteel in is voorzien. Voor de bepaling van de S&O-afdrachtvermindering
wordt gebruikgemaakt van het S&O-uurloon; de som van het loon van alle S&O-medewerkers
van 2 jaar voorafgaande aan het jaar waarop de afdrachtvermindering betrekking heeft.
Indien de inhoudingsplichtige niet beschikt over een S&O-uurloon van 2 jaar eerder,
wordt gebruikgemaakt van het forfaitaire uurloon. De S&O-afdrachtvermindering is een
belangrijke Nederlandse subsidie voor innovatieve bedrijven. Een actueel tarief dat
de werkelijke kosten voor speur- en ontwikkelingswerk weerspiegelt is van belang voor
bedrijven. De door het kabinet voorgestelde eenmalige verhoging van het forfaitaire
uurloon ligt dicht bij de mediaan van het berekende S&O-uurloon en net onder het gemiddelde
berekende S&O-uurloon. Met deze actualisatie van het tarief wordt een inhaalslag gemaakt.
Het bedrag van het gemiddelde uurloon blijft dan echter nog steeds vastliggen in de
wet en er blijft dan dus een wetswijziging nodig voor toekomstige aanpassingen.
De indiener van het amendement stelt daarom voor om in plaats van de door het kabinet
voorgestelde eenmalige verhoging van het tarief per 2027 door middel van een wetswijziging,
het forfaitaire uurloon vanaf 1 januari 2028 steeds bij algemene maatregel van bestuur
te kunnen vaststellen (en dus ook wijzigen). Daartoe wordt een wettelijke delegatiegrondslag
gecreëerd voor vaststelling (en dus ook wijziging) van het forfaitaire uurloon. Het
is de bedoeling van de indiener de verhoging van € 29 naar € 33 per 2027 nog wel op
grond van het wetsvoorstel te laten plaatsvinden, maar voor daarna – dus met ingang
van 2028 – vaststelling bij algemene maatregel van bestuur te laten plaatsvinden.
De mogelijkheid van de Minister van Economische Zaken en Klimaat om op grond van artikel
29 WVA in bepaalde omstandigheden bij ministeriële regeling de in artikel 23, derde,
vierde en zevende lid, WVA vermelde percentages en schijflengte te wijzigen blijft
ongewijzigd.
Oosterhuis
Ondertekenaars
Henk-Jan Oosterhuis, Tweede Kamerlid