Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Coenradie over de strafrechtelijke aanpak van zogenoemde 764-netwerken en de mogelijke aansluiting bij het wetsvoorstel strafbaarstelling psychisch geweld
Vragen van het lid Coenradie (JA21) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over de strafrechtelijke aanpak van zogenoemde 764-netwerken en de mogelijke aansluiting bij het wetsvoorstel strafbaarstelling psychisch geweld (ingezonden 21 juli 2026).
Antwoord van Minister Van Weel (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 18 september 2026).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 2660.
Vraag 1
Bent u bekend met de werkwijze van zogenoemde 764-netwerken, waarbij – veelal minderjarige – slachtoffers via langdurige online psychische manipulatie
onder druk worden gezet om zichzelf ernstig te verwonden, seksueel beeldmateriaal
te vervaardigen of zichzelf van het leven te beroven?
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2 en 3
Bent u bekend met signalen van het Openbaar Ministerie (OM) dat de huidige strafwet
niet in alle gevallen voldoende aanknopingspunten biedt om tegen dergelijke gedragingen
op te treden?
Hoe beoordeelt u de huidige mogelijkheden om deze gedragingen te vervolgen op grond
van bestaande strafbepalingen, zoals dwang, belaging, seksuele delicten, opruiing,
uitlokking en hulp bij zelfdoding?
Antwoord 2 en 3
Het bestaande strafrechtelijk kader biedt verschillende mogelijkheden om gedragingen
die verband houden met de 764-netwerken (behorende tot de zogenaamde «The Com», een
verzamelnaam voor sadistische online netwerken) strafrechtelijk aan te pakken. Welke
strafbepaling kan worden toegepast, is afhankelijk van de aard en omstandigheden van
het concrete geval. Afhankelijk daarvan kan onder meer sprake zijn van bijvoorbeeld
dwang, belaging of een seksueel misdrijf. Of een strafbepaling kan worden toegepast,
hangt steeds af van de vraag of in het concrete geval aan de wettelijke bestanddelen
van het betreffende delict is voldaan.
De 764-netwerken (en «The Com») vormen een nieuw fenomeen. Omdat de rechter zich in
verschillende lopende Com-zaken nog moet uitspreken over de toepassing en reikwijdte
van de relevante strafbepalingen, is het volgens het Openbaar Ministerie op dit moment
te vroeg om conclusies te trekken over de toereikendheid van het bestaande strafrechtelijk
kader. Ik wacht de voorliggende uitspraken af en blijf hierover in gesprek met het
Openbaar Ministerie en de politie om dit nauwlettend te volgen.
Vraag 4
Deelt u de opvatting dat de kern van de problematiek bij 764-netwerken niet bestaat
uit één enkele online uitlating, maar uit een patroon van stelselmatige psychische
manipulatie dat kan leiden tot ernstige zelfbeschadiging of zelfdoding?
Antwoord 4
The Hague Centre for Strategic Studies heeft recent een rapport1 opgeleverd over de dreiging van Com-netwerken, waar 764-netwerken onderdeel van zijn.
Het rapport en de kabinetsreactie op dit rapport zijn op 22 mei 2026 naar uw Kamer
verzonden2.
Het rapport schetst een drievoudige dreiging van Com-netwerken: kans op aanslagen,
jeugdbeschermingsrisico’s en de bredere zorgwekkende ontwikkeling van online normvervaging
en geweldsverheerlijking. De groepen, met veelal (zeer) jonge leden, houden zich bezig
met sextortion, het maken en verspreiden van kinderpornografisch materiaal, het mishandelen
van dieren, moord, aanslagen, en het aanzetten tot automutilatie, geweldpleging of
zelfdoding. Daarbij lopen dader- en slachtofferrollen geregeld door elkaar heen en
is detectie vaak lastig.
Het rapport beschrijft ook de systematische praktijk van (digitaal) seksueel misbruik,
en dwang of aanmoediging tot automutilatie of zelfdoding. Deze praktijken zijn gebaseerd
op een afhankelijkheidsdynamiek tussen daderfiguren en slachtofferfiguren. Daders
profileren zich als een vriend van het slachtoffer maar zijn intussen uit op «het
bezit» van zoveel mogelijk slachtoffers (meestal meisjes). Het gaat dus inderdaad
niet om één enkele online uitlating, maar om stelselmatige psychologische beïnvloeding.
Vraag 5
Heeft u onderzocht of sprake is van een strafbaarheidslacune bij gevallen waarin langdurige
online psychische manipulatie niet of slechts beperkt onder de huidige strafbepalingen
kan worden vervolgd? Zo nee, bent u bereid dit alsnog te laten onderzoeken?
Antwoord 5
Zoals aangegeven in het antwoord op de vragen 2 en 3, is het momenteel nog te vroeg
om conclusies te trekken over de toereikendheid van het bestaande strafrechtelijk
kader.
Vraag 6
Is bij het OM en de politie bekend hoe vaak zaken waarin sprake is van stelselmatige
online manipulatie richting ernstige zelfbeschadiging of zelfdoding niet of slechts
gedeeltelijk kunnen worden vervolgd vanwege de beperkingen van de huidige strafwet?
Zo nee, bent u bereid dit in kaart te laten brengen?
Antwoord 6
Nee, dit is niet bekend. Het Openbaar Ministerie en de politie hebben aangegeven geen
afzonderlijke registratie hiervan bij te houden. Daarnaast moet de rechter zich in
verschillende lopende Com-zaken nog uitspreken over de toepassing en reikwijdte van
de relevante strafbepalingen. Het is daarom op dit moment niet mogelijk om een volledig
beeld te geven van de mate waarin de huidige strafwetgeving beperkingen oplevert voor
de vervolging van dergelijke zaken. Samen met de betrokken partners blijf ik de ontwikkelingen
in de praktijk en de toepassing van de huidige strafwetgeving nauwgezet volgen.
Vraag 7
Heeft u over deze problematiek overleg gevoerd met het OM en de politie? Zo ja, hoe
beoordelen zij de huidige strafrechtelijke mogelijkheden om tegen dergelijke netwerken
op te treden?
Antwoord 7
Zie het antwoord op vraag 2 en 3.
Vraag 8
Bent u bekend met de zelfstandige strafbaarstellingen in onder meer het Verenigd Koninkrijk
en Frankrijk ten aanzien van het aanzetten tot of manipuleren richting ernstige zelfbeschadiging
of zelfdoding? Welke lessen kunnen volgens u uit deze buitenlandse wetgeving worden
getrokken?
Antwoord 8
In het Verenigd Koninkrijk is in 2023 de Online Safety Act ingevoerd3. Het publiceren van berichten die een ander aanmoedigen tot ernstige zelfbeschadiging
is hiermee expliciet strafbaar gesteld. Het aanzetten tot zelfdoding was al langer
strafbaar onder de Suicide Act (1961)4. In Frankrijk is het specifiek strafbaar om «propoganda of reclame» te maken voor
producten, objecten of methoden om jezelf van het leven te beroven of in levensgevaar
te brengen5.
Uitlokking tot een strafbaar feit is in Nederland alleen strafbaar als de gedraging
waartoe wordt aangezet zelf een strafbaar feit is. Zelfbeschadiging is geen strafbaar
feit. Het aanzetten tot zelfdoding is zelfstandig strafbaar gesteld, indien de zelfdoding
ook daadwerkelijk volgt (art. 294 Sr.). Zoals in het antwoord op vraag 2 en 3 al aan
de orde kwam, kent het bestaande strafrechtelijk kader wel verschillende andere mogelijkheden
om gedragingen als het aanmoedigen tot (ernstige) zelfbeschadiging strafrechtelijk
aan te pakken. Zoals gezegd blijf ik in gesprek met het Openbaar Ministerie en de
politie over de toereikendheid van dit strafrechtelijk kader. Daarbij worden ook inzichten
uit de ons omringende landen betrokken.
Vraag 9 en 10
Ziet u raakvlakken tussen de werkwijze van 764-netwerken en het wetsvoorstel strafbaarstelling
psychisch geweld, waarin eveneens patroonmatig psychisch gedrag centraal staat?
Welke kenmerken van het wetsvoorstel strafbaarstelling psychisch geweld maken volgens
u dat stelselmatige online manipulatie gericht op ernstige zelfbeschadiging of zelfdoding
daar wel of juist niet onder zou kunnen worden gebracht?
Antwoord 9 en 10
Ik verwacht dat het wetsvoorstel dat op dit moment in consultatie is, ook voor ernstige
online gedragingen van aanvullende betekenis kan zijn. Het wetsvoorstel bevat een
expliciete strafbaarstelling van dwingende controle en een aanpassing van de strafbaarstelling
van mishandeling, zodat duidelijk is dat ook psychische mishandeling strafbaar is.
Het is voorstelbaar dat in deze 764-netwerken gedragingen worden gepleegd waarin het
patroonmatige gedrag van dwingende controle is te herkennen en waarbij dat gedrag
eveneens tot oogmerk heeft macht over de ander uit te oefenen. Verder is voorstelbaar
dat in voorkomende gevallen (waarin geen sprake is van patroonmatig handelen of voornoemd
oogmerk) sprake is van psychische mishandeling. Daarnaast is het mogelijk dat de in
het wetsvoorstel opgenomen uitbreiding van de strafbaarheid voor het dreigen met het
openbaar maken van seksueel beeldmateriaal van betekenis is. Afhankelijk van de feiten
en omstandigheden van het geval kunnen deze strafbaarstellingen of andere strafbepalingen,
zoals die genoemd in vraag 3, een grondslag vormen om tot strafrechtelijke vervolging
over te gaan.
Vraag 11, 12 en 13
Bent u bereid te onderzoeken of stelselmatige online psychische manipulatie gericht
op ernstige zelfbeschadiging of zelfdoding kan worden betrokken bij het wetsvoorstel
strafbaarstelling psychisch geweld, bijvoorbeeld door de reikwijdte van het wetsvoorstel
uit te breiden?
Als u van oordeel bent dat een dergelijke uitbreiding niet wenselijk is, welke juridische,
wetstechnische of beleidsmatige bezwaren liggen daaraan ten grondslag? En welke route
ziet u dan wel als kansrijk?
Bent u bereid de Kamer vóór de behandeling van het wetsvoorstel strafbaarstelling
psychisch geweld te informeren over de vraag of de huidige strafwet toereikend is
om op te treden tegen stelselmatige online psychische manipulatie gericht op ernstige
zelfbeschadiging of zelfdoding en, indien nodig, de mogelijkheden voor aanpassing
van de wet in kaart te brengen?
Antwoord 11, 12 en 13
Zoals aangegeven in antwoord op de vragen 9 en 10 bieden zowel bestaande strafbaarstellingen
als de in het genoemde wetsvoorstel opgenomen bepalingen mogelijkheden om op te treden
tegen verwerpelijke gedragingen die online voorkomen. Ik ben graag bereid om uw Kamer
voor de behandeling van het wetsvoorstel te informeren over de genoemde mogelijkheden
om op te kunnen treden tegen die gedragingen, te verkennen of er aanleiding is om
tot nadere wetgevende of beleidsmatige maatregelen over te gaan en zo ja, op welke
wijze dit dan het beste gerealiseerd kan worden.
Ondertekenaars
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid