Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Coenradie over de kwaliteit van de politieopleiding, de operationele inzetbaarheid van nieuwe agenten en het behoud van ervaren politiemedewerkers
Vragen van het lid Coenradie (JA21) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over de kwaliteit van de politieopleiding, de operationele inzetbaarheid van nieuwe agenten en het behoud van ervaren politiemedewerkers (ingezonden 21 juli 2026).
Antwoord van Minister Van Weel (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 18 september 2026).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 2657.
Vraag 1
Wat is de jaarlijkse instroom en uitstroom van politiemedewerkers over de afgelopen
tien jaar? Kunt u deze cijfers uitsplitsen per jaar en aangeven hoeveel medewerkers
vrijwillig zijn vertrokken?
Antwoord 1
De politie rapporteert jaarlijks over de in- en uitstroom in haar jaarverslag1, en maakt daarbij onderscheid tussen voorziene uitstroom (uitstroom van medewerkers
van 60 jaar en ouder, meestal als gevolg van het bereiken van de pensioengerechtigde
leeftijd) en onvoorziene uitstroom (uitstroom van medewerkers jonger dan 60 jaar).
De jaarcijfers laten zien dat de instroom fors is toegenomen, van circa 1.600 fte
in 2016 tot circa 4.300 fte in 2025. De uitstroom is eveneens toegenomen, van ruim
1.400 fte (waarvan circa 700 fte voorzien en circa 700 fte onvoorzien) in 2016 tot
ruim 2.800 fte (waarvan circa 1.200 fte voorzien en circa 1.600 fte onvoorzien) in
2025.
Vraag 2
Hoe heeft de politieopleiding zich in de afgelopen tien jaar ontwikkeld wat betreft
de inhoud, duur, toelatingseisen, exameneisen en wijze van toetsing? Kunt u deze wijzigingen
zo concreet mogelijk per jaar uiteenzetten?
Antwoord 2
In de periode 2013 tot en met 2020 werden studenten opgeleid via de opleiding tot
allround politiemedewerker niveau 4. Het onderwijs was complementair ingericht, wat
betekent dat er een ritme was van 16 weken school, gevolgd door 16 weken praktijk.
De opleiding allround politiemedewerker niveau 4 startte het eerste leerjaar met een
oriëntatie op het beroep en de opleiding, gevolgd door twee kerntaken, namelijk Intake
en Handhaven. Het tweede leerjaar startte met de kerntaak Noodhulp waarbinnen de student
leerde over het afhandelen van meldingen. Tijdens het derde leerjaar werden de kerntaken
Noodhulp en Handhaven afgesloten en werd ingegaan op de kerntaken Opsporen en Signaleren
& Adviseren. Daarnaast werd er aandacht besteed aan de persoonlijke ontwikkeling en
professionele weerbaarheid. Behalve de beroepsspecifieke vaardigheden werd er in de
opleiding ook aandacht besteed aan de taalvaardigheid in Nederlands en Engels en de
fysieke vaardigheden.
Gedurende de opleiding moest de student verschillende leeropdrachten en examenopdrachten
halen. Daarnaast werd elk jaar een kennistoets en een toets Nederlandse taal afgenomen.
Elke kerntaak werd afgesloten met een examenopdracht, die in de praktijk plaatsvond.
Nadat de student aan alle examenopdrachten had voldaan en de bewijzen van bekwaamheid
en proeven van bekwaamheid had behaald, ontving de student het diploma voor allround
politiemedewerker niveau 4. Hiermee werd de afgestudeerde politieagent generiek executief,
volledig inzetbaar en bevoegd om geweldsmiddelen te dragen.
In 2019 en 2020 heeft een grondige herziening van de opleiding tot allround politiemedewerker
plaatsgevonden. Dit heeft geleid tot de invoering van de basispolitieopleiding niveau
4 (PO21) in 2021. Deze opleiding verschilt op een aantal aspecten van de opleiding
tot allround politiemedewerker. Zo is het curriculum substantieel veranderd, is de
opleidingsduur korter (twee in plaats van drie jaar) en wordt er op een andere manier
omgegaan met de timing en de organisatie van het praktijkdeel van de opleiding. Ook
is de wijze van examinering veranderd. Het niveau van de opleiding is ongewijzigd
gebleven. Zowel de opleiding tot allround politiemedewerker als de basispolitieopleiding
zijn niveau 4-opleidingen op basis van het Nederlands kwalificatieraamwerk (NLQF)
van door de overheid erkende kwalificaties.
In het eerste leerjaar van de basispolitieopleiding leren studenten de basis van het
politiewerk: de context waarbinnen de politie opereert (democratische rechtsstaat),
kennis hebben van bevoegdheden en deze rechtmatig toepassen (wet- en regelgeving),
het ontwikkelen van een professionele beroepsidentiteit, opsporen, toezicht en handhaven
en beroepsvaardigheden. In het tweede leerjaar leren studenten onder begeleiding in
de praktijk (werkend leren). In het onderwijsprogramma staan leeruitkomsten2 beschreven die overeenkomen met de vereisten zoals die staan beschreven in de kwalificatie
Politieagent Gebiedsgebonden Politie (GGP)3.
Tijdens de opleiding zijn er vier examenmomenten. In het eerste leerjaar legt de student
een schriftelijk examen af aan de hand van een portfolio en tevens legt de student
een theorietoets af. In het tweede leerjaar volgen nog twee examenmomenten. Tijdens
deze examens wordt beoordeeld of de student voldoende startbekwaam is. Na het behalen
van het diploma basispolitieopleiding worden afgestudeerde politieagenten generiek
executief, waarmee ze volledig inzetbaar zijn en dus bevoegd zijn om geweldsmiddelen
te dragen.
De aanstellingseisen zijn vastgelegd in de Regeling aanstellingseisen politie 2023.
De afgelopen jaren zijn hierin geen grote wijzigingen aangebracht.
Daarbij is het relevant te benadrukken dat de basispolitieopleiding niet de enige
politieopleiding is die toegang biedt tot de politieorganisatie. De korpschef zet
in op een mix van verschillende instroomroutes:4 ook bacheloropleidingen, de politieopleiding specifieke inzet voor zij-instromers
en de BOA-opleiding bieden toegang tot een functie binnen de politieorganisatie.
Vraag 3
Hoeveel politiemedewerkers hebben de afgelopen vijf jaar de organisatie voortijdig
verlaten wegens onvrede over de organisatie, werkdruk, gebrek aan ondersteuning of
andere werkgerelateerde redenen? Kunt u hiervan een overzicht per jaar geven?
Antwoord 3
De politie registreert geen vertrekredenen bij uitstroom met uitzondering van voorziene
uitstroom (uitstroom van medewerkers van 60 jaar en ouder, meestal als gevolg van
het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd). Sinds 2023 wordt een exit-monitor
bijgehouden, waarbij vertrekkende medewerkers op vrijwillige basis een vragenlijst
invullen. Hierin wordt onder andere gevraagd naar de reden(en) van vertrek. De uitkomsten
worden gebruikt ten behoeve van intern HRM-beleid.
Vraag 4
Welke objectieve kwaliteitscriteria worden gehanteerd om vast te stellen dat afgestudeerde
agenten voldoende operationeel inzetbaar zijn voor de dagelijkse politietaak?
Antwoord 4
De basispolitieopleiding (PO21) is gebaseerd op de kwalificatie Politieagent GGP niveau
4, die onderdeel uitmaakt van de Kwalificatiestructuur Politieonderwijs (KSP). In
de kwalificatie staat beschreven over welke kennis, houding en vaardigheden studenten
moeten beschikken om het diploma te behalen. De kwalificaties worden ontwikkeld en
geactualiseerd door de Politieacademie en op advies van de Politieonderwijsraad (POR)
vastgesteld door mij als Minister.5 Na het behalen van het diploma gaan de afgestudeerde politieagenten aan de slag als
startbekwaam politieagent.
Nadat de afgestudeerde politieagenten aan de slag gaan in een basisteam worden zij
door middel van het leertraject Van start- naar vakbekwaam begeleid naar vakbekwaamheid.
Het gaat niet om verlenging van het politieonderwijs, maar om verdieping, verbreding
en het daadwerkelijk toepassen van wat in de basispolitieopleiding is geleerd. De
vakontwikkeling wordt vastgelegd in de Resultaat & Ontwikkelcyclus.
Vraag 5
Hoeveel aspiranten – zowel in aantal als in percentage van het geheel – hebben de
politieopleiding in de afgelopen vijf jaar voortijdig verlaten? Kunt u aangeven wat
hiervan de belangrijkste oorzaken waren?
Antwoord 5
Uit de Jaarverantwoording Politie 2025 van de politie blijkt dat de uitval van studenten
in de basispolitieopleiding (PO21) (niveau 4) rond de 17% ligt. De voornaamste redenen
waarom studenten voortijdig stoppen met de basispolitieopleiding hebben te maken met:
verkeerde beroepskeuze (41%), niet het juiste moment (35%), privésituatie (28%), inrichting
van de opleiding (26%) en werk-privébalans (25%).6
Vraag 6
Klopt het dat ervaren politiemedewerkers steeds vaker signaleren dat nieuwe agenten
onvoldoende zijn voorbereid op de dagelijkse praktijk, waaronder het omgaan met geweld,
agressie en maatschappelijke verharding? Zo ja, deelt u deze analyse? Zo nee, waar
baseert u dat op?
Antwoord 6
Om aan de voorkant te toetsen of kandidaten om kunnen gaan met ingrijpende en stressvolle
gebeurtenissen, zoals agressie en geweld, is het psychologisch onderzoek onderdeel
van de toelatingsprocedure voor de basispolitieopleiding (PO21). Dit onderzoek bepaalt
de geschiktheid van kandidaten voor het politiewerk.
Sinds de aanpassing van de Wet op de Medische Keuring (WMK) mogen er bij het psychologisch
onderzoek van nieuw instromende aspiranten, geen medische vragen gesteld worden die
voor de beoordeling van hun mentale weerbaarheid van belang zijn. Hierdoor ontstaat
het risico dat er politiemedewerkers worden aangenomen die onvoldoende mentaal weerbaar
zijn. Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is bereid om te kijken hoe
een aanpassing van de wet dit risico kan verkleinen, zoals gevraagd in de door uw
Kamer aangenomen «Gewijzigde motie van de leden Van Nispen en Ellian»7, alleen is er voorkeur voor praktische alternatieven. Hierover is mijn ministerie
momenteel in gesprek. Ik streef ernaar u over de uitkomst van dit overleg te informeren
in het tweede halfjaarbericht politie 2026.
Van belang is dat politiemedewerkers in staat worden gesteld om geweld waar mogelijk
te voorkomen, zich erop voor te bereiden en, passend bij de betreffende situatie,
te kunnen handelen. In de basispolitieopleiding wordt aandacht besteed aan dit aspect
en ook na de opleiding wordt hier aandacht aan besteed, onder andere via de trainingen
en jaarlijkse toetsen in het kader van de Regeling Toetsing Geweldsbeheersing Politie
(RTGP).
Vraag 7
Hoeveel politiemedewerkers zijn de afgelopen vijf jaar uitgevallen wegens psychische
klachten, burn-out of PTSS? Kunt u deze cijfers uitsplitsen naar jaar, leeftijdscategorie
en aantal dienstjaren?
Antwoord 7
In onderstaande tabellen is een weergave gegeven van het aantal politiemedewerkers
met burn-out klachten, klachten van overspanning en PTSS sinds 2023. De politie registreert
deze cijfers ten behoeve van sturing door de korpsleiding. Er is een onderscheid tussen
nieuwe meldingen en lopende trajecten, omdat de afhandeling van een melding meerdere
jaren kan duren. Cijfers van voor 2023 (en een uitsplitsing naar dienstjaren) zijn
niet beschikbaar, omdat deze aantallen niet uit het huidige datasysteem te herleiden
zijn.
2023
nieuwe
meldingen
lopende
trajecten
leeftijd verdeling lopende trajecten (in afgeronde percentages)
<29
30–39
40–49
50–59
60+
Burn-out
226
445
4%
19%
36%
27%
13%
Overspanning/surmenage
1211
1971
8%
24%
27%
28%
12%
PTSS
500
1155
6%
24%
31%
27%
12%
2024
nieuwe
lopende
leeftijd verdeling lopende trajecten (in afgeronde percentages)
meldingen
trajecten
<29
30–39
40–49
50–59
60+
Burn-out
241
444
4%
20%
33%
32%
11%
Overspanning/surmenage
1390
2163
10%
24%
27%
28%
12%
PTSS
538
1230
7%
22%
31%
28%
13%
2025
nieuwe
lopende
leeftijd verdeling lopende trajecten (in afgeronde percentages)
meldingen
trajecten
< 29
30–39
40–49
50–59
60+
Burn-out
304
528
7%
27%
30%
27%
10%
Overspanning/surmenage
1473
2380
10%
26%
28%
25%
11%
PTSS
448
1161
9%
22%
29%
27%
14%
1-1-2026 tot 1-8-2026
nieuwe
lopende
leeftijd verdeling lopende trajecten (in afgeronde percentages)
meldingen
trajecten
<29
30–39
40–49
50–59
60+
Burn-out
121
413
5%
26%
31%
28%
11%
Overspanning/surmenage
817
1827
11%
25%
29%
24%
11%
PTSS
169
844
11%
22%
26%
26%
15%
Vraag 8
Bent u bereid een onafhankelijk onderzoek te laten uitvoeren naar de kwaliteit van
de politieopleiding, de operationele en mentale weerbaarheid van nieuwe instroom en
de wijze waarop de politieleiding haar medewerkers ondersteunt? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 8
Als Minister ben ik verantwoordelijk voor de kwaliteit van het politieonderwijs en
de examinering. Op mijn verzoek start dit jaar een evaluatieonderzoek naar de herziene
basispolitieopleiding door het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC).
De uitkomsten daarvan worden naar verwachting begin 2028 verwacht. Gelet op de uitvalcijfers
van de groep politiemedewerkers jonger dan 29 met burn-out klachten, klachten van
overspanning en PTSS zie ik geen aanleiding om specifiek onderzoek te doen naar de
mentale weerbaarheid van nieuwe instroom. Wel wordt het nieuwe stelsel beroepsgerelateerde
gezondheidsklachten continu gemonitord en na drie en vijf jaar geëvalueerd.
Ondertekenaars
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid