Schriftelijke vragen : Steun van het kabinet aan de Europese leeftijdsgrens voor sociale media.
Vragen van het lid Al Biyati (FVD) aan de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat over steun van het kabinet aan de Europese leeftijdsgrens voor sociale media (ingezonden 17 september 2026).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het NOS-artikel waarin staat dat het kabinet de Europese
leeftijdsgrens voor sociale media steunt?1
Vraag 2
Deelt u de opvatting dat de opvoeding van kinderen, zo ook de vraag op welke leeftijd
en op welke manier zij toegang krijgen tot sociale media, in de eerste plaats de verantwoordelijkheid
is van de ouders en niet van de overheid?
Vraag 3
Indien het antwoord op vraag twee ontkennend luidt, waarom niet?
Vraag 4
Erkent u dat er voor tv, waaronder de publieke omroep, geen vergelijkbare vorm van
leeftijdsverificatie bestaat, terwijl minderjarigen ook via dit medium zonder toezicht
toegang kunnen hebben tot content?
Vraag 5
Op basis van welke inhoudelijke criteria rechtvaardigt u het onderscheid tussen sociale
media en tv in de trant van leeftijdsverificatie?
Vraag 6
Erkent u dat politieke partijen die ondervertegenwoordigd zijn in de traditionele
omroep júist via sociale media hun potentiële kiezers kunnen bereiken, en dat een
leeftijdsgrens die alleen voor sociale media geldt daardoor een ongelijk speelveld
tussen politieke partijen kan veroorzaken in hun informatievoorziening aan bijvoorbeeld
jongeren?
Vraag 7
Bent u bereid om een onderzoek te doen naar het effect van eerdergenoemde assymetrische
regulering tussen sociale media en tv op de pluriformiteit van informatievoorziening
aan jongeren?
Vraag 8
Beschouwt u het recht op anoniem of pseudoniem gebruik van het open internet als een
te beschermen recht?
Vraag 9
Wat voor impact ziet u op de vrijheid van meningsuiting en het vrije verkeer van informatie
op het internet als gevolg van de invoering van semi-identiteitsverificaties?
Vraag 10
Kunt u toelichten langs welke democratische weg dit besluit tot stand komt, gezien
het wordt voorbereid door de Europese Commissie, zonder dat dit voorafgaand aan de
Tweede Kamer is voorgelegd?
Vraag 11
Deelt u de opvatting dat een maatregel die het gezinsleven raakt een democratischer
mandaat verdient?
Vraag 12
Nederland zou zelfstandig een minimumleeftijd kunnen invoeren, mits hier genoeg steun
voor is, zónder tussenkomst van Brussel; waarom is er voor gekozen om het op EU-niveau
te regelen?
Vraag 13
Klopt het dat een lidstaat die zelfstandig een nationale leeftijdsgrens voor sociale
media zou willen invoeren, op grond van EU-Richtlijn 2015/1535 verplicht is dit voornemen
vooraf bij de Europese Commissie te melden en een stand-stillperiode van drie maanden
in acht te nemen vóórdat de maatregel in werking mag treden?
Vraag 14
Deelt u de opvatting dat deze notificatie- en wachtplicht, zoals beschreven in vraag
negen, een zelfstandige keuze van Nederland over de bescherming van kinderen tegen
sociale media vertraagt en onder controle van Brussel plaatst?
Vraag 15
Heeft u een exacte afbakening van het begrip «sociale media» en welke platforms hieronder
vallen?
Vraag 16
Klopt het, zoals te lezen in het NOS-artikel, dat Nederland samen met Spanje komt
met voorstellen voor een gezamenlijke leeftijdsgrens voor sociale media?
Vraag 17
Kunt u een toelichting geven op vraag tien?
Vraag 18
Erkent u dat een dergelijke leeftijdsbegrenzing makkelijk omzeild zou kunnen worden
door het gebruik van een Virtual Private Network?
Vraag 19
Bent u voornemens burgers te verplichten gebruik te maken van een vorm van digitale
identiteit, om de leeftijdsbegrenzing van sociale media mogelijk te maken?
Vraag 20
Bent u, gelet op de terughoudendheid van onder meer Duitsland, bereid om ook voor
Nederland een volledig nationale, niet aan Brussel gekoppelde uitvoering te overwegen?
Vraag 21
Erkent u dat effectieve handhaving van een leeftijdsgrens voor sociale media in de
praktijk vrijwel altijd een vorm van leeftijdsverificatie vereist?
Vraag 22
Welke garanties kunt u geven dat de infrastructuur die nu voor leeftijdsverificatie
bij sociale media wordt opgetuigd, niet op enig moment wordt gekoppeld aan de EU Digital
Identity Wallet?
Vraag 23
Hoe gaat u ervoor zorgen dat er wordt voorkomen dat een systeem dat nu wordt geïntroduceerd
voor sociale media in de toekomst wordt uitgebreid naar andere online diensten, en
zo uitgroeit tot een algemene identificatieplicht voor internetgebruik in Nederland?
Vraag 24
Klopt het dat de EU-adviescommissie die de Europese Commissie adviseert over dit onderwerp,
zélf de term «social media+» hanteert voor de beoogde reikwijdte van eventuele leeftijdsregels,
en dat hieronder ook AI, gamingplatforms, streamingsdiensten en berichten-apps worden
geschaard?
Vraag 25
Kunt u uitsluiten dat Nederland instemt met een Europese leeftijdsgrens die, onder
de noemer «social media+», ook van toepassing wordt op diensten als YouTube, Whatsapp,
gamingplatforms en AI, zonder dat hierover per type dienst een specifieke afweging
wordt gemaakt?
Vraag 26
Hoe waarborgt u dat de introductie van leeftijdsverificatie er niet toe leidt dat
meerderjarige Nederlanders bij alledaags internetgebruik hun anonimiteit verliezen,
doordat platforms uit voorzorg alle gebruikers om verificatie vragen?
Vraag 27
Is het voor u een optie om te kiezen voor een privacy-vriendelijkere nationale dienst
waarbij men bijvoorbeeld een ID scant, waarna de server een controle uitvoert, vervolgens
de foto verwijdert, en slechts een token aanlevert als bewijs van 18+ ja/nee, waardoor
het niet te herleiden valt naar een persoon (zero-knowledge proofs)?
Vraag 28
De Europese Commissie claimt al zero-knowledge proofs te overwegen; is het kabinet
bereid dit verplicht te stellen in plaats van optioneel, en te kiezen voor een nationale
variant die niet gekoppeld is aan de EU Digital Identity Wallet?
Vraag 29
Bent u bereid om publiekelijk en in de Europese onderhandelingen het standpunt in
te nemen dat Nederland een Europese leeftijdsgrens voor sociale media uitsluitend
steunt indien gegarandeerd is dat: (a) dit niet leidt tot een verplichte of centraal
gekoppelde digitale identiteit; (b) anonieme toegang tot het open internet voor volwassenen
gewaarborgd blijft; en (c) de soevereiniteit van Nederland over identiteitsbeleid
niet wordt uitgehold?
Toelichting:
Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen terzake van het lid Van den Berg
(JA21), ingezonden 16 september 2026 (vraagnummer 202619020)
Indieners
-
Gericht aan
W.J.M. Aerdts, staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat -
Indiener
Iem Al Biyati, Kamerlid