Schriftelijke vragen : De toegankelijkheid van mondzorg voor ouderen
Vragen van het lid Bushoff (PRO) aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de toegankelijkheid van mondzorg voor ouderen (ingezonden 17 september 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht dat de vraag naar mondzorg zal toenemen door de dubbele
vergrijzing?1
Vraag 2
Welke maatregelen overweegt u om zorgmijden voor mondzorg specifiek onder ouderen
terug te dringen? Hoe wilt u de tandarts toegankelijker maken voor wie minder mobiel,
minder zelfredzaam of dementerend is?
Vraag 3
Kunt u de Kamer inzicht verschaffen in de kwaliteit van de mondzorg in verpleeghuizen?
Hoe wordt de kwaliteit hiervan gegarandeerd? Zijn er meldingen bekend van mensen die
in het verpleeghuis onvoldoende mondzorg ontvangen?
Vraag 4
In welke mate informeert de overheid samen met relevante gezondheidspartners ouderen
over het belang van goede mondzorg voor de overige gezondheid?
Vraag 5
Wat is (voor het meest recente jaar waarvoor u gegevens kunt aanleveren) het totaalbedrag
aan zorgkosten die vermeden hadden kunnen worden door het meer vroegtijdig signaleren
van ziektes indien alle ouderen effectief minstens 1 keer per jaar naar de tandarts
zouden gaan?
Vraag 6
Welke mate van afstemming gebeurt er tussen verschillende partijen zoals de verpleegkundigen,
thuiszorg en huisartsen om ouderen te blijven wijzen op het belang van goede mondzorg?
Is dat volgens u voldoende of zou er meer afstemming moeten plaatsvinden?
Vraag 7
Welk beleid voert u om ervoor te zorgen dat er ook op de lange termijn (in 2035 en
2045) voldoende tandzorgaanbod is zodat tandzorg voor alle mensen in Nederland toegankelijk
en betaalbaar zal zijn?
Vraag 8
Bent u het eens met de stelling uit het Capaciteitsplan dat er een jaarlijkse instroom
van 386 studenten nodig is om vraag en aanbod op termijn serieus in evenwicht te brengen?
Indien ja, zal u met uw collega van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) in gesprek
gaan om de numerus fixus naar dit aantal op te trekken?
Vraag 9
Indien u zich niet herkent in de stelling uit het Capaciteitsplan, welk aantal opleidingsplaatsen
is er dan volgens u wel nodig om de toegankelijkheid van de mondzorg te blijven garanderen?
Waarop precies baseert u dat aantal?
Indieners
-
Gericht aan
S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Indiener
Julian Bushoff, Kamerlid