Antwoord schriftelijke vragen : Antwoorden op vragen van het lid Keijzer over 'het antwoord op vragen van het lid Keijzer over de kosten van adviesraden, commissies en non-gouvernementele organisaties van ministeries'
Vragen van het lid Keijzer (Lid Keijzer) aan de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het antwoord op vragen van het lid Keijzer over de kosten van adviesraden, commissies en non-gouvernementele organisaties van ministeries (ingezonden 30 juli 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Van der Burg (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties)
(ontvangen 14 september 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026,
nr. 2729.
Vraag 1 en 2
Kunt u bijgevoegd aan de beantwoording van deze vragen een volledig overzicht verstrekken
van alle adviesorganen die worden beschouwd als adviesorganen in de zin van artikel 79
van de Grondwet? Zo nee, waarom niet?
Kunt u per adviesorgaan in de zin van artikel 79 van de Grondwet de taken, de jaarlijkse
financiële middelen tot en met 2030, begrotingsartikel en de overige apparaats- en
uitvoeringskosten aangeven? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 1 en 2
De vaste colleges van advies in de zin van artikel 79 Grondwet zijn de Wetenschappelijke
Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), de Sociaaleconomische Raad (SER) en de vaste
adviescolleges die zijn ingesteld op grond van artikel 4 van de Kaderwet adviescolleges.
Bijgevoegd aan deze beantwoording verstrek ik een lijst van deze adviescolleges, waarbij
per college de wettelijke grondslag en de adviestaak worden vermeld.
In mijn beantwoording van de eerdere schriftelijke vragen van het lid Keijzer heb
ik reeds toegezegd voor het einde van het derde kwartaal een eenmalig overzicht te
verstrekken van de financiële middelen die bij de departementen begroot zijn voor
de adviescolleges die adviseren over beleid en wetgeving.1 Deze toezegging omvatte daarmee onder meer alle adviescolleges in de zin van artikel 79
van de Grondwet. Ik heb uw Kamer dit overzicht op 10 september jl. doen toekomen.2
Vraag 3
Kunt u per adviescollege onder de Kaderwet specifiek de taken, de jaarlijkse financiële
middelen tot en met 2030, begrotingsartikel en de overige apparaats- en uitvoeringskosten
aangeven? Zo nee, waarom niet?3
Antwoord 3
De vaste adviescolleges die zijn ingesteld op grond van artikel 4 van de Kaderwet
adviescolleges zijn betrokken in mijn antwoord op vragen 1 en 2.
Op grond van de Kaderwet adviescolleges kunnen daarnaast tijdelijke (artikel 5) en
eenmalige (artikel 6) adviescolleges worden ingesteld. Deze adviescolleges adviseren
wel over beleid en wetgeving, maar zijn geen colleges in de zin van artikel 79 van
de Grondwet omdat zij niet permanent zijn. Op dit moment zijn er twee tijdelijke adviescolleges
actief op grond van artikel 5 van de Kaderwet adviescolleges en één eenmalig adviescollege
op grond van artikel 6 van de Kaderwet adviescolleges. De grondslag en taken van deze
adviescolleges heb ik ook opgenomen in de lijst die ik als bijlage bij deze beantwoording
meezend.
De financiële middelen voor deze tijdelijke (art. 5) en eenmalige (art. 6) adviescolleges
heb ik reeds opgenomen het overzicht van geraamde uitgaven aan adviescolleges die
adviseren over beleid en wetgeving, dat ik uw Kamer op 10 september jl. heb verstrekt.
Vraag 4
Kunt u per externe commissie met een adviestaak die actief is binnen de Rijksoverheid
de taken, de jaarlijkse financiële middelen tot en met 2030, begrotingsartikel en
de overige apparaats- en uitvoeringskosten aangeven? Zo nee, waarom niet?4
Antwoord 4
Mijn ministerie houdt het rijksbrede overzicht van externe commissies zo goed als
mogelijk bij in het Register van Overheidsorganisaties.5 Daarin wordt voor elke vermelde commissie ook een verwijzing naar de grondslag en
taken opgenomen. Op dit moment wordt gewerkt aan een interdepartementale inventarisatie
om het totaalbeeld van externe commissies te actualiseren en aan te vullen. Het kabinet
vindt het, met de vragensteller, van belang dat het advieslandschap inzichtelijk is.
Zodra deze inventarisatie is afgerond, zal ik de opbrengst hiervan uiterlijk eind
oktober delen met uw Kamer. In de beantwoording van de eerdere schriftelijke vragen
van het lid Keijzer heb ik al toegelicht dat voor externe commissies begrote uitgaven
doorgaans niet separaat op de departementale begroting worden vermeld. Ik zal bezien
op welke wijze het mogelijk is om, zodra de voornoemde inventarisatie is afgerond,
ook inzicht te bieden in de kosten van externe commissies.
Vraag 5
Kunt u een integraal overzicht verstrekken van alle non-gouvernementele organisaties
die in de periode 2026 tot en met 2030 vanuit één of meer ministeries jaarlijks meer
dan € 1 miljoen aan subsidie ontvangen of zullen ontvangen, waarbij per organisatie
wordt aangegeven welk ministerie of welke ministeries de subsidie verstrekken en welk
bedrag per jaar wordt verstrekt? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
Een dergelijk overzicht is niet beschikbaar. In de beantwoording van de eerdere schriftelijke
vragen van het lid Keijzer heb ik reeds uitgebreid toegelicht hoe het kabinet via
de begrotingsstukken aan de Kamer verantwoording aflegt over subsidies.
Vraag 6
Kunt u toezeggen om voor het einde van het zomerreces deze vragen te beantwoorden
met daarbij de gevraagde overzichten (incl. de gevraagde overzichten van vorige vragen)
en niet te verwijzen naar een op een later moment te verstrekken overzicht? Zo niet,
hoe denkt u dan dat de Kamer haar controlerende taak goed kan uitvoeren wanneer zij
niet beschikt over een volledig overzicht van alle adviesorganen, adviescolleges en
externe adviescommissies, inclusief hun taken en de daarmee gemoeide publieke middelen?6
Antwoord 6
Ik onderschrijf volledig het belang van tijdige informatievoorziening aan de Kamer
voor haar controlerende taak. Ik heb deze schriftelijke vragen, evenals de eerder
gestelde schriftelijke vragen over hetzelfde onderwerp, zo spoedig mogelijk beantwoord.
Beide sets schriftelijke vragen bevatten enkele omvangrijke informatieverzoeken. Daarbij
vond ik het, met het oog op de geldende termijn voor de beantwoording van schriftelijke
vragen van uw Kamer, wenselijk om niet de gehele beantwoording te laten vertragen
door het ontbreken van een deel van de informatie die benodigd is om één van de vragen
te kunnen beantwoorden. Daarom heb ik toegezegd deze informatie op een later moment,
binnen een redelijke termijn, alsnog te verstrekken.7
Ondertekenaars
E. van der Burg, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties