Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Beckerman en Jimmy Dijk over het artikel ‘Opinie: Hoe Groningen opnieuw kan worden meegetrokken in de discussie rond gaslevering’
Vragen van de leden Beckerman en Jimmy Dijk (beiden SP) aan de Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, van Economische Zaken en Klimaat en van Klimaat en Groene Groei over het artikel «Opinie: Hoe Groningen opnieuw kan worden meegetrokken in de discussie rond gaslevering» (ingezonden 19 augustus 2026).
Antwoord van Minister Van Veldhoven-van der Meer (Klimaat en Groene Groei), mede namens
de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (ontvangen 11 september
2026).
Vraag 1 en 2
Klopt het dat de Nederlandse gasopslagen op dit moment voor slechts circa 40 procent
gevuld zijn, terwijl Gasunie Transport Services een vulgraad van circa 84 procent
voor de vier grote opslagen noodzakelijk acht om de komende winter met voldoende zekerheid
door te komen? Zo ja, hoe beoordeelt u dit verschil?1
Kunt u aangeven wat de verwachte vulgraad is bij aanvang van het stookseizoen indien
het kabinet geen aanvullende maatregelen neemt?
Antwoord 1 en 2
Voor de actuele en de verwachte vulgraad verwijs ik naar de Kamerbrief «Actueel beeld
gasleveringszekerheid en vooruitblik op de winter van 2026–2027» die u parallel aan
deze beantwoording ontvangt.
Vraag 3
Waarom maakt u geld keer op keer leidend? Klopt het dat vanwege de huidige hoge kosten
van gas de opslagen niet gevuld worden?
Antwoord 3
Het uitgangspunt bij het vullen van gasopslagen is dat dit aan marktpartijen is. Energieleveranciers
zijn verplicht op een betrouwbare wijze zorg te dragen voor de levering van gas. Leveranciers
hebben daarvoor meerdere opties naast gasopslag. Ze mogen ook gas aankopen dat via
een pijpleiding of via een boot in de winter naar Nederland komt. Leveranciers kunnen
nu niet verplicht worden om (een deel van) hun leveringsverplichtingen door middel
van gasopslag te dekken. Momenteel worden gasopslagen beperkt gevuld doordat het voor
marktpartijen financieel onaantrekkelijk is. De prijzen in het injectieseizoen (de
zomer) zijn dit jaar hoger dan in het stookseizoen (de winter). Omdat leveranciers
verwachten voldoende andere middelen te hebben om gas te leveren, zoals gas dat wordt
aangevoerd met pijpleidingen, LNG of gas dat uit binnenlandse productie komt, kiezen
zij ervoor om op andere wijze aan hun leveringsverplichtingen te voldoen.
Vraag 4, 5, 6 en 7
Waarom wordt het argument leveringszekerheid gebruikt om gas te winnen uit kleine
velden en eerder uit het Groningerveld, maar niet om de opslagen voldoende gevuld
te houden?
Deelt u de mening van Jonkheid (woordvoerder Groninger Bodem Beweging (GBB)) dat bij
een strategische energievoorraad niet het rendement maar leveringszekerheid leidend
moet zijn?
Erkent u dat wanneer het kabinet niet zorgt voor een strategische voorraad er jaar
op jaar opnieuw naar het Groningerveld wordt gekeken en dit onzekerheid voor gedupeerden
met zich meebrengt?
Erkent u dat het ook politieke discussies uitspaart wanneer u de basis op orde heeft
en zorgt voor een strategische voorraad?
Antwoord 4, 5, 6 en 7
Leveringszekerheid is een belangrijke pijler in het energiebeleid. De visie van kabinet
op een strategische opslag wordt beschreven in de Kamerbrief over strategisch gasbeleid.
Die brief wordt nog deze maand aan uw Kamer verzonden.
Winning uit het Groningenveld is bij wet verboden om de aardbevingsproblematiek in
Groningen bij de bron aan te pakken en recht te doen aan het veiligheidsbelang van
de inwoners van Groningen. Zij ondervinden nog altijd de negatieve gevolgen van de
voormalige gaswinning. Het kabinet staat voor de beëindigde gaswinning en de ontmanteling
van het Groningenveld. Het kabinet ziet wel het belang van strategisch gasbeleid,
op andere manieren dan de opening van het Groningenveld, en stuurt hierover nog deze
maand een brief aan de Tweede Kamer.
Vraag 8
Waarom kiest het kabinet er dit jaar niet voor om, net als in 2022, marktpartijen
te ondersteunen bij het vullen van de opslagen en staatsbedrijf Energie Beheer Nederland
(EBN) gas te laten inkopen wanneer de markt dat onvoldoende doet? Wat is er sinds
2022 veranderd in de afweging van het kabinet?
Antwoord 8
Sinds 2022 kiest het kabinet ervoor om EBN in verschillende Nederlandse seizoensopslagen
gas op te laten slaan indien en voor zover de markt dat onvoldoende doet. De omvang
van deze rol voor EBN is afgelopen jaar sterk toegenomen, van maximaal 20 TWh in opslagjaar
2022/2023 naar maximaal 80 TWh in opslagjaar 2026/2027. Het ondersteunen van marktpartijen
om gasopslagen te vullen was in 2022 mogelijk omdat er voor een dergelijke steunmaatregel
op grond van een tijdelijk steunkader goedkeuring is verleend door de Europese Commissie.
De Europese steunkaders voorzien momenteel niet meer in een dergelijke mogelijkheid.
Vraag 9
Deelt u de opvatting dat een strategische energievoorraad er juist is voor momenten
waarop de markt niet vanzelf doet wat maatschappelijk nodig is, en dat het rendement
voor marktpartijen daarbij niet leidend mag zijn? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 9
Zie het antwoord op vraag 5, 6 en 7.
Vraag 10
Hoe verhoudt de huidige terughoudendheid van het kabinet zich tot het feit dat leveringszekerheid
jarenlang als doorslaggevend en niet-onderhandelbaar argument werd gebruikt om de
gaswinning in Groningen voort te zetten, ondanks schade, bevingen en veiligheidsrisico's
voor de bewoners?
Antwoord 10
Het kabinet doet wat nodig is om de leveringszekerheid van gas te borgen. De gaswinning
uit het Groningenveld is op 17 april 2024 beëindigd met de inwerkingtreding van de
Wet beëindiging gaswinning Groningenveld; daar komt het kabinet niet op terug. Over
de wijze waarop deze winter in leveringszekerheid wordt voorzien, informeert het kabinet
u per Kamerbrief parallel aan de beantwoording van deze vragen.
Vraag 11
Deelt u de constatering dat het wrang is dat leveringszekerheid nu ineens wel onderwerp
wordt van een kosten-batenafweging? Kunt u uw antwoord toelichten?
Antwoord 11
Bij het maken van beleid wordt altijd een gedegen kosten-baten afweging gemaakt. Dat
doet het kabinet ook bij de leveringszekerheid van gas. Meer over dergelijke afwegingen
licht het kabinet toe in de brief over het strategisch gasbeleid die nog deze maand
aan uw Kamer zal worden verzonden. Voor aankomende winter verwijs ik naar de Kamerbrief
«Actueel beeld gasleveringszekerheid en vooruitblik op de winter van 2026–2027» die
u parallel aan deze beantwoording ontvangt.
Vraag 12
Erkent u dat het kabinet, door nu vanwege financiële overwegingen af te zien van ingrijpen
bij de gasopslagen, het risico loopt het patroon te herhalen dat de parlementaire
enquêtecommissie aardgaswinning Groningen in haar rapport «Groningers boven gas» blootlegde,
namelijk dat financiële belangen en leveringszekerheid decennialang zwaarder wogen
dan de veiligheid van de inwoners en dat de belangen van de Groningers structureel
zijn genegeerd?
Antwoord 12
Het kabinet grijpt wel degelijk in op het gebied van leveringszekerheid en gasopslagen:
om de leveringszekerheid te borgen heeft het kabinet, bijvoorbeeld, in opslagjaar
2026/207 tot maximaal 993 miljoen euro vrijgemaakt om EBN tot maximaal 80 TWh gas
op te laten slaan indien en voor zover de markt dat onvoldoende doet.
Vraag 13
Hoe geeft u invulling aan de ereschuld die Nederland volgens de parlementaire enquêtecommissie
aardgaswinning Groningen aan Groningen heeft, wanneer door onvoldoende gevulde opslagen
het risico ontstaat dat Groningen bij een koude winter opnieuw als «achtervang» in
de publieke en politieke discussie wordt genoemd?
Antwoord 13
Winning uit het Groningenveld is bij wet verboden om de aardbevingsproblematiek in
Groningen bij de bron aan te pakken en recht te doen aan het veiligheidsbelang van
de inwoners van Groningen. Zij ondervinden nog altijd de negatieve gevolgen van de
voormalige gaswinning zoals de beving bij Zandeweer op 21 augustus jl. liet zien.
Het kabinet houdt vast aan het verbod op gaswinning uit het Groningenveld en de ontmanteling
van het Groningenveld. Het kabinet ziet wel het belang van strategisch gasbeleid,
op andere manieren dan de opening van het Groningenveld, en stuurt hierover nog deze
maand een brief aan de Tweede Kamer.
Vraag 14
Kunt u ondubbelzinnig bevestigen dat het Groningenveld definitief en onomkeerbaar
gesloten is en blijft, ongeacht de vulgraad van de opslagen, de gasprijzen of eventuele
tekorten komende winter, conform de wet waarmee de gaswinning definitief is beëindigd?
Antwoord 14
Ja. Zie ook het antwoord op vraag 13.
Vraag 15
Bent u bereid publiekelijk en proactief uit te spreken dat heropening van het Groningenveld
onder geen enkele omstandigheid aan de orde is, juist om te voorkomen dat deze discussie
opnieuw oplaait en Groningers opnieuw in onzekerheid worden gebracht? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord 15
Ja. Zie ook het antwoord op vraag 13.
Vraag 16 en 17
Welke concrete instrumenten heeft het kabinet op dit moment om in te grijpen indien
marktpartijen onvoldoende gas opslaan, zoals vulverplichtingen, garanties of aanvullende
inkoop door EBN? Waarom worden deze instrumenten nu niet ingezet?
Bent u bereid om, indien de vulgraad de komende weken onvoldoende stijgt, alsnog een
wettelijke vulverplichting op te leggen dan wel EBN opdracht te geven de opslagen
te vullen? Zo nee, welk vulgraadniveau of welke datum hanteert u als grens waarop
ingrijpen alsnog noodzakelijk wordt?
Antwoord 16 en 17
Dit kabinet heeft ervoor gekozen om EBN dit jaar tot maximaal 80 TWh gas op te laten
slaan in de opslagen Norg, Grijpskerk en Bergermeer indien marktpartijen onvoldoende
vullen. Daarnaast wordt ook 5 TWh door EBN opgeslagen in de PGI Alkmaar. Voor de visie
op de lange termijn refereer ik naar de Kamerbrief over het strategisch gasbeleid
die nog deze maand aan uw Kamer wordt verzonden. Wat betreft de borging van de leveringszekerheid
in de winter van 2026/27 verwijs is naar de Kamerbrief «Actueel beeld gasleveringszekerheid
en vooruitblik op de winter van 2026–2027» die parallel aan deze beantwoording wordt
verzonden aan uw Kamer.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei -
Mede namens
P.E. Heerma, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties