Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Kostić over de ondermijning van het vuurwerkverbod
Vragen van het lid Kostić (PvdD) aan de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat en Minister van Justitie en Veiligheid over de ondermijning van het vuurwerkverbod (ingezonden 31 juli 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Bertram (Infrastructuur en Waterstaat), mede namens
de Minister van Justitie en Veiligheid (ontvangen 10 september 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het interview van burgemeester Pechtold in de Volkskrant van 3 juli
2026, waarin hij aangeeft dat inwoners ondanks het verbod de ruimte krijgen om wat
vuurwerk af te steken en dat het verbod onmogelijk te handhaven is?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Bent u bekend met de uitspraak van de burgemeester dat mensen soms de rand moeten
kunnen opzoeken en dat hij mensen die ruimte wil geven ook als het betekent dat er
af en toe wat vuurwerk wordt afgestoken?
Antwoord 2
Ja.
Vraag 3
Deelt u de mening dat uitlatingen van een burgemeester, waarin hij aankondigt een
landelijk vastgestelde wet niet te zullen handhaven en aankondigt dat hij «wat vuurwerk»
zal toelaten, de wet ondermijnt en daarmee ook het draagvlak en de duidelijkheid van
de nieuwe norm worden aangetast? Zo nee, wat is dan de boodschap die burgers volgens
u met zulke uitspraken meekrijgen?
Antwoord 3
De Wet veilige jaarwisseling die per 1 augustus in werking is getreden, regelt het
landelijk vuurwerkverbod voor consumenten, met uitzondering van F1-vuurwerk. Dit betekent
dat het bezit van vuurwerk en het afsteken daarvan door consumenten is verboden, tenzij
er sprake is van een door de burgemeester verleende ontheffing. Dit is een duidelijke
landelijke norm, die voor alle burgers geldt. Uitspraken in de media doen niet af
aan de gelding van die norm. Het niet naleven van deze norm is strafbaar. Hierop kan
worden gehandhaafd, zowel door boa’s als politie onder de verantwoordelijkheid van
het lokaal gezag.
Vraag 4
Deelt u de zorg dat de uitspraken van de burgemeester de autoriteit van buitengewone
opsporingsambtenaren (boa's) en politieagenten kunnen ondergraven, doordat overtreders
zich in de praktijk kunnen beroepen op zijn woorden? Zo nee, waar baseert u zich op?
Zijn hier gesprekken over gevoerd met boa's en de politie?
Antwoord 4
Het is niet vast te stellen of burgers zich in de praktijk op dergelijke uitspraken
zullen beroepen. De bevoegdheden van boa’s en politie vloeien voort uit de wet en
worden hierdoor niet aangetast. Eenduidige communicatie in lijn met het landelijke
vuurwerkverbod is echter wel wenselijk en van belang. Het draagt bij aan een heldere
normstelling en ondersteunt boa’s en politie bij de uitvoering van hun handhavingstaak.
Naar aanleiding van deze specifieke uitspraken zijn geen afzonderlijke gesprekken
gevoerd met boa’s of de politie.
Vraag 5
Deelt u de mening dat het door de uitspraken van de burgemeester van Delft mogelijk
moeilijker wordt voor omliggende gemeentes om goed te handhaven, omdat de norm vager
is doordat de burgemeester van Delft zegt dat in Delft wel «wat vuurwerk» afgestoken
kan worden? Zo nee, wat is dan de boodschap die burgers volgens u met zulke uitspraken
meekrijgen bij het vuurwerkverbod?
Antwoord 5
Nee. Het landelijke vuurwerkverbod geldt in alle gemeenten en vormt daarmee een landelijke
en duidelijke norm. Het is echter van belang dat alle betrokken overheden hierover
eenduidig communiceren. Daarnaast is het aan elk lokaal gezag om te bepalen of er
ontheffingen worden verleend aan verenigingen of stichtingen voor het afsteken van
vuurwerk.
Vraag 6
Deelt u de vrees dat de uitspraken van burgemeester Pechtold andere burgemeesters
kunnen aanmoedigen om het vuurwerkverbod eveneens minder streng te handhaven, met
als gevolg groeiende verschillen tussen gemeenten en afnemende naleving door inwoners?
Zo ja, wat gaat u hieraan doen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 6
Er geldt een duidelijk wettelijk kader. De inzet en prioritering van handhaving is
en blijft wel een verantwoordelijkheid van het lokaal gezag. In de lokale driehoek
worden afspraken gemaakt over de inzet van de politie, lokale prioriteiten en de strafrechtelijke
handhaving. Gemeenten bepalen dan ook zelf hoe zij toezicht en handhaving organiseren,
rekening houdend met de lokale situatie en beschikbare capaciteit. De burgemeester
legt hiervoor verantwoording af aan de gemeenteraad. Daarnaast is het aan de burgemeester
om te bepalen hoe er in zijn/haar gemeente met de ontheffingsmogelijkheid wordt omgegaan.
Vraag 7
Is er vanuit het kabinet contact geweest met burgemeester Pechtold naar aanleiding
van zijn uitspraken? Zo nee, gaat u het gesprek alsnog voeren met het doel om te zorgen
dat de nieuwe norm bij alle burgers duidelijk landt?
Antwoord 7
Nee, er is naar aanleiding van de uitspraken geen contact geweest met burgemeester
Pechtold. Overleg met burgemeesters en gemeenten omtrent de uitwerking van de Wet
veilige jaarwisseling vindt plaats via reguliere overlegstructuren. Zo is er regelmatig
overleg met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), wordt op ambtelijk en bestuurlijk
niveau via een expert- en regiegroep afgestemd over de uitwerking van het handhavingsplan
waarin gemeenten en andere partners zijn vertegenwoordigd en vindt regulier overleg
plaats binnen het Strategisch Beraad Veiligheid (SBV). Met de relevante partners wordt
gewerkt aan het zo goed en eenduidig mogelijk laten landen van de nieuwe regelgeving,
bijvoorbeeld door het uitwerken van handreikingen voor gemeenten en het ontwikkelen
van duidelijke communicatie richting burgers.
Vraag 8
Kunt u een volledig overzicht geven, inclusief een tijdlijn, van alle acties die het
kabinet onderneemt om de nieuwe norm dat consumenten geen vuurwerk meer mogen afsteken,
goed te laten landen, in lijn met adviezen van politie en (gedrags)wetenschappers?
Kunt u per actie uitgebreid toelichten wat deze precies inhoudt en hoe deze precies
wordt ingevuld? Wat houdt de publiekscampagne precies in en hoe lang loopt die? Is
dat het enige wat wordt gedaan om de nieuwe norm goed te laten landen bij mensen?
Antwoord 8
Zie het antwoord op vraag 9.
Vraag 9
Hoe worden gemeenten door het kabinet precies geholpen om de nieuwe norm goed te laten
inbedden onder burgers dat consumenten geen vuurwerk meer mogen afsteken, in lijn
met adviezen van politie en (gedrags)wetenschappers? Kunt u hier zo precies mogelijk
in zijn, met een volledige opsomming van acties (inclusief tijdlijn) die het kabinet
hiervoor heeft ondernomen en nog gaat ondernemen? Kunt u per actie uitgebreid toelichten
wat deze precies inhoudt en hoe deze exact wordt ingevuld?
Antwoord 9
Hiervoor verwijs ik naar het handhavingsplan dat op 16 maart jl. met uw Kamer is gedeeld
en de onlangs verzonden Verzamelbrief vuurwerk van 1 juli jl.2 In deze stukken wordt een overzicht gegeven welke acties zijn uitgevoerd en welke
nog volgen om de nieuwe norm goed te laten landen en om gemeenten en uitvoeringspartners
te ondersteunen richting de jaarwisseling, inclusief een tijdspad. Bij de totstandkoming
en uitvoering van het handhavingsplan is nauw samengewerkt met onder meer VNG, gemeenten,
politie, OM, ILT en gedragswetenschappers, zowel van het Ministerie van Justitie en
Veiligheid als voor het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid. Ook is
input opgehaald bij onder andere het jongerenpanel van HALT, het jongerenpanel van
de politie en via de online community «Nederland denkt mee» van de dienst Publiek
en Communicatie via het Ministerie van Algemene Zaken. Acties uit het handhavingsplan
zien op communicatie, preventie, handhaving, opsporing en de aanpak in de grensregio’s
en internationaal. Deze richten zich onder meer op verschillende risicofactoren en
dragen bij aan een duurzame gedragsverandering zoals beoogd met de Wet veilige jaarwisseling.
Onderdeel hiervan is een landelijke communicatiecampagne, gebaseerd op gedragsinzichten.
Van 17 augustus tot en met 9 oktober loopt de landelijke campagne en deze heeft als
boodschap dat burgers vuurwerk, anoniem en straffeloos, kunnen inleveren tijdens georganiseerde
inleveracties, omdat het bezit, afsteken en vervoeren van vuurwerk3 vanaf 1 augustus voor consumenten verboden is. De landelijke campagne behelst een
onlinevideo, een radiospot, online communicatie, gerichte media en praktische informatie
over de inleverdagen op www.leverjevuurwerkin.nl. De inleveracties zelf zijn verspreid door het hele land georganiseerd, in ruim 30
gemeenten, en vinden plaats van 1 september tot 9 oktober 2026. Hiermee worden burgers
herinnerd aan de nieuwe norm en wordt de kans geboden hun vuurwerk in te leveren.
Vraag 10
Op basis waarvan heeft het kabinet de afweging gemaakt dat de acties onder antwoorden
op vraag 8 en 9 voldoende zijn?
Antwoord 10
Het handhavingsplan is één van de drie voorwaarden waaraan diende te worden voldaan
voor inwerkingtreding van de Wet veilige jaarwisseling. De daarin opgenomen acties
zien toe op communicatie, preventie, handhaving, opsporing en de aanpak in de grensregio’s
en internationaal. Deze richten zich onder meer op verschillende risicofactoren en
dragen bij aan een duurzame gedragsverandering zoals beoogd met de Wet veilige jaarwisseling.
De acties uit het handhavingsplan zijn tot stand gekomen in nauwe samenwerking met
een breed scala aan partijen, waaronder de VNG, gemeenten, politie, OM, Halt, ILT.
De betrokken partijen hebben ieder vanuit hun eigen deskundigheid en verantwoordelijkheid
een bijdrage geleverd aan de uitwerking van deze thema’s en het effectief laten landen
van de nieuwe norm in de samenleving. Het handhavingsplan dient daarbij als handreiking
voor gemeenten, politie en andere betrokken partijen bij de voorbereiding op en uitvoering
van hun lokale aanpak. Daarmee is sprake van een breed gedragen plan dat aansluit
bij de uitvoeringspraktijk. Daarbij geldt dat de eerste jaarwisselingen onder het
nieuwe regime nadrukkelijk in het teken staan van leren, evalueren en waar nodig bijstellen
van de aanpak. Op 16 maart jl. is het geactualiseerde handhavingsplan ook aan uw Kamer
aangeboden,4 waarna het Inwerkingtredingsbesluit in het kader van de voorhang op 8 mei jl.5 aan de Eerste en Tweede Kamer is aangeboden. De Eerste Kamer heeft op 2 juni jl.
besloten in te stemmen met de uitwerking van de voorwaarden en daarmee met de inwerkingtreding
van de Wet op 1 augustus 2026. Ook in de voorhangprocedure van de Tweede Kamer is
geen bezwaar gekomen tegen de inwerkingtreding van de wet.
Vraag 11
Overweegt het kabinet om de vuurwerkregels kort na de aankomende jaarwisseling te
evalueren en mogelijk aan te scherpen, waarbij ook de mogelijkheid om ontheffingen
te verlenen wordt geschrapt, gezien alle kritiek van burgemeesters op de ontheffingen
en de besluiten van ondertussen al een kwart gemeentes om geen ontheffingen af te
geven?6
Antwoord 11
Net zoals de afgelopen jaren, zal de jaarwisseling worden gemonitord, en wordt de
Tweede Kamer kort na de jaarwisseling geïnformeerd over het landelijk beeld van de
afgelopen jaarwisseling. Het Besluit veilige jaarwisseling, waarin op initiatief van
de Tweede Kamer de ontheffingsmogelijkheid voor burgemeesters is uitgewerkt, zal in
samenhang met de Wet veilige jaarwisseling na drie jaar worden geëvalueerd. Zoals
toegezegd wordt de Kamer nader geïnformeerd over het tijdspad van de evaluatie.7 In deze brief, die in het najaar aan de Kamer zal worden verstuurd, zal tevens worden
ingegaan op de wijze van monitoring.
Vraag 12
Kunt u deze vragen zo snel mogelijk en één voor één beantwoorden?
Antwoord 12
Ja.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
A.W.H. Bertram, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat -
Mede namens
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid