Schriftelijke vragen : De berichtgeving waaruit blijkt dat ProRail het aantal grootschalige treinstoringen niet onder controle krijgt en ook dit jaar het maximumaantal van 520 storingen overschrijdt
Vragen van het lid Heutink (Groep Markuszower) aan de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat over de berichtgeving waaruit blijkt dat ProRail het aantal grootschalige treinstoringen niet onder controle krijgt en ook dit jaar het maximumaantal van 520 storingen overschrijdt (ingezonden 10 september 2026).
Vraag 1
Bent u op de hoogte van dit artikel en wat is uw reactie op het feit dat ProRail niet
in staat blijkt het aantal grootschalige treinstoringen te beperken?1
Vraag 2
Hoe oordeelt u over het feit dat ProRail halverwege september kennelijk al verwacht
dat het dit jaar en in 2027 de afgesproken prestatienorm niet zal halen? Vindt u het
acceptabel dat een uitvoeringsorganisatie zich feitelijk bij voorbaat al neerlegt
om niet aan de afgesproken norm? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Vraag 3
Welke maatregelen bent u van plan te nemen om ervoor te zorgen dat ProRail in 2027
gewoon de afgesproken normen haalt?
Vraag 4
Wat is de uitkomst van de analyse die ProRail heeft uitgevoerd naar de oorzaken van
de stijging van het aantal impactvolle storingen in 2025? Welke aanvullende maatregelen
zijn daaruit voortgekomen en welk effect hebben deze gehad?
Vraag 5
Wanneer houdt voor u de fase van «analyseren en verbeteren» op en begint de fase waarin
bestuurders daadwerkelijk worden afgerekend op slechte prestaties?
Vraag 6
Kunt u aangeven hoeveel van de impactvolle storingen in 2026 het gevolg zijn geweest
door respectievelijk technische gebreken, werkzaamheden of processen, weersomstandigheden
en externe oorzaken? Kunt u daarbij ook aangeven hoe deze cijfers zich verhouden tot
2024 en 2025?
Vraag 7
Welke consequenties verbindt u eraan wanneer ProRail in 2026 opnieuw boven de grens
van 520 impactvolle storingen uitkomt? Bent u bereid verdergaande maatregelen te treffen
wanneer blijkt dat de bestaande financiële sancties, zoals de boete voor de wanprestatie
van vorig jaar, onvoldoende prikkel vormen om de prestaties daadwerkelijk te verbeteren?
Vraag 8
Deelt u de mening dat de waarde van een prestatienorm volkomen verwaarloosbaar is
als een uitvoeringsinstantie halverwege het ene jaar voor de komende anderhalf jaar
kan beslissen dat deze niet gehaald zal worden? Kunt u daarbij aangeven welke handvatten
u nog heeft om ProRail wél te prikkelen deze norm te behalen?
Vraag 9
Bent u van mening dat we inmiddels niet meer kunnen spreken van een incidentele overschrijding
van de prestatienormen, maar dat we in Nederland in een spoorcrisis verkeren aangezien
de betrouwbaarheid van de Nederlandse spoorinfrastructuur, tezamen met de prestaties
van NS, consequent onder de norm lijken te vallen? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Vraag 10
Hoe legt u aan een reiziger uit dat miljarden euro’s naar het spoor gaan, terwijl
diezelfde reiziger nog altijd geconfronteerd wordt met honderden grote storingen per
jaar?
Vraag 11
Kunt u toelichten in welke mate u verwacht dat preventief onderhoud het verschil gaat
maken, hoe plausibel implementatie hiervan is én of dit haalbaar is in combinatie
met het structurele tekort van 600 miljoen euro per jaar voor ProRail?
Indieners
-
Gericht aan
A.W.H. Bertram, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat -
Indiener
Hidde Heutink, Kamerlid