Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Dassen over het artikel 'Palantir betaalt amper belasting door ‘agressieve strategie’, tot woede van Europese vakbonden'
Vragen van het lid Dassen (Volt) aan de Minister van Financiën over het artikel «Palantir betaalt amper belasting door «agressieve strategie», tot woede van Europese vakbonden» (ingezonden 7 augustus 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Eerenberg (Financiën) (ontvangen 9 september 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het Follow the Money-artikel «Palantir betaalt amper belasting door
«agressieve strategie», tot woede van Europese vakbonden»1?
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Wat vindt u ervan dat Palantir gebruik maakt van «allerlei geitenpaadjes», die ervoor
zorgen dat in Europa behaalde winsten neerslaan in de Verenigde Staten, waar zij niet
of nauwelijks worden belast?
Antwoord 2
In zijn algemeenheid geldt dat lichamen die tot dezelfde groep behoren verplicht zijn
hun onderlinge transacties vorm te geven met inachtneming van het at arm’s-lengthbeginsel.
Het arm’s-lengthbeginsel beoogt dat de voorwaarden en prijzen van transacties tussen
gelieerde entiteiten niet afwijken van de voorwaarden en prijzen die tussen ongelieerde
entiteiten zouden zijn overeengekomen in vergelijkbare omstandigheden. Het zou daarom
in beginsel niet moeten uitmaken voor de te realiseren winst of een bepaalde transactie
plaatsvindt tussen gelieerde entiteiten die deel uitmaken van een multinationaal concern
of tussen entiteiten die niet aan elkaar gelieerd zijn. Door conform het arm’s-lengthbeginsel
zakelijke prijzen te betalen aan de juiste entiteiten binnen het concern, krijgen
de entiteiten die op basis van hun functies, activa en risico’s verantwoordelijk zijn
voor de gecreëerde waarde van het product of dienst ook hun daarbij passende arm’s-lengthbeloning.
Nederland past het arm's-lengthbeginsel toe, beschikt over uitgebreide documentatieverplichtingen
en wisselt landenrapporten uit met andere belastingdiensten. In voorkomende gevallen
kan toepassing van het arm’s-lengthbeginsel bijvoorbeeld betekenen dat een in Nederland
gevestigd lichaam voor fiscale doeleinden wordt verondersteld rente te betalen indien
onafhankelijke partijen onder vergelijkbare omstandigheden dit ook zouden doen. Dat
kan leiden tot een neerwaartse aanpassing van de fiscale winst. Een dergelijke neerwaartse
aanpassing van de fiscale winst kon tot 1 januari 2022 – vooral bij grensoverschrijdende
transacties – leiden tot mismatches. In dat verband zijn de maatregelen in de vennootschapsbelasting
relevant die voortvloeien uit de Wet tegengaan mismatches bij toepassing zakelijkheidsbeginsel,
die met ingang van 1 januari 2022 in werking is getreden. Deze maatregelen bewerkstelligen
namelijk dat bij belastingplichtige voor de vennootschapsbelasting een neerwaartse
aanpassing van de winst op grond van het zakelijkheidsbeginsel wordt beperkt voor
zover bij het andere lichaam dat bij de transactie betrokken is geen of een te lage
corresponderende opwaartse aanpassing in de belastinggrondslag wordt betrokken. Deze
maatregelen raken structuren met zogenoemde informele kapitaalstortingen en verkapte
winstuitdelingen, en zijn ook van toepassing op bestaande onderlinge rechtsverhoudingen
tussen een vennootschapsbelastingplichtige en een gelieerd lichaam. Met deze maatregelen
worden mismatches door toepassing van het zakelijkheidsbeginsel bestreden. Tot slot
kan ik vanwege de fiscale geheimhoudingsplicht van artikel 67 AWR niet ingaan op individuele
fiscale dossiers, eventuele contacten tussen belastingplichtigen en de Belastingdienst
of de fiscale beoordeling van specifieke transacties.
Vraag 3
Hoe beoordeelt u het feit dat het effectieve belastingpercentage voor Palantir in
2025 slechts 1,4% van de totale winst bedroeg, ver onder de internationale OESO-norm?
Antwoord 3
De OESO heeft met de wereldwijde minimumbelasting een systeem ontwikkeld dat beoogt
te waarborgen dat grote multinationale ondernemingen effectief ten minste 15% belasting
betalen over hun winsten. De berekeningswijze van het «effectieve» belastingpercentage
in het rapport waar het genoemde artikel naar verwijst, verschilt van de methodiek
die wordt gebruikt in de OESO-modelregels voor de berekening van de wereldwijde minimumbelasting.
In het rapport wordt uitgegaan van een wereldwijd «effectief» tarief, waarbij factoren
zoals verrekenbare verliezen, aftrekposten en belastingkredieten niet of slechts gedeeltelijk
worden meegenomen. Het geschetste beeld is daardoor niet volledig. De OESO-modelregels
stellen het effectieve tarief per jurisdictie vast en houden wel rekening met deze
factoren. Door met dergelijke factoren rekening te houden, is er minder neerwaartse
druk op het effectieve tarief. Het in het rapport genoemde effectieve belastingpercentage
laat zich daarom lastig vergelijken met de internationale OESO-norm.
Vraag 4
Kunt u motiveren waarom het Palantir, een bedrijf dat notabene antidemocratische retoriek
verspreidt, wordt toegestaan hun diensten te verkopen aan overheidsinstanties in Europa,
waaronder Nederland, maar vervolgens niet bij te dragen aan de maatschappij door belastingen
te ontwijken?
Antwoord 4
Zoals in eerdere beantwoording van Kamervragen is aangegeven, is het kabinet van mening
dat vrijheid van gedachten een recht is dat mensen toekomt, en dat bedrijven niet
als zodanig politieke visies kunnen hebben. Het is niet aan het kabinet om opvattingen
van het bestuur van een bedrijf van een oordeel te voorzien.2
Nederland heeft de afgelopen jaren veel maatregelen tegen belastingontwijking genomen,
zowel internationaal als nationaal. Het kabinet is ervan overtuigd dat het belastingstelsel
door al deze maatregelen robuuster is geworden tegen internationale belastingontwijking.
Ook uit de beschikbare cijfers blijkt dat deze maatregelen effect sorteren. In het
antwoord op vraag 6 ga ik nader op deze maatregelen in. In zijn algemeenheid kan ik
opmerken dat mede met de ingevoerde maatregelen wordt voorkomen dat bedrijven die
winst maken geen belasting betalen. De ingevoerde maatregelen dragen eraan bij dat
bedrijven over hun winsten een passend niveau aan belasting betalen en dat mogelijkheden
om belastingheffing door belastingontwijking te voorkomen worden beperkt. Sinds 1 januari
2021 heeft Nederland een conditionele bronbelasting op rente- en royaltybetalingen
aan een gelieerd lichaam dat gevestigd is in een laagbelastende jurisdictie en in
misbruiksituaties. Nederland stelt jaarlijks deze laagbelastende jurisdicties vast
in de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden.
Er blijkt bijvoorbeeld al een aanzienlijke daling van rente-, royalty-, en dividendstromen
naar laagbelastende jurisdicties van € 37 miljard in 2019 naar € 7 miljard in 2024.3 Verder zijn de eerste en tweede Europese anti-belastingontwijkingsrichtlijnen (ATAD1
en ATAD2) geïmplementeerd, die onder meer hebben geleid tot beperkingen op het gebied
van de renteaftrek en het tegengaan van structuren die gebruik maken van verschillen
tussen belastingwetgeving van landen (hybride mismatches). Een belangrijke stap in
de aanpak van het verschuiven van winsten naar laagbelastende staten is de wereldwijde
minimumbelasting. Hierbij is relevant dat alle EU-lidstaten de wereldwijde minimumbelasting
verplicht zijn in te voeren op basis van de EU-richtlijn minimumniveau van belastingheffing.
Als gevolg hiervan wordt de wereldwijde minimumbelasting op een coherente en gecoördineerde
wijze toegepast binnen de EU. In Nederland is de wereldwijde minimumbelasting in de
Wet minimumbelasting 2024 geïmplementeerd.
Vraag 5
Bent u van mening dat het extreem lage effectieve belastingpercentage bestaande en
op te richten Europese alternatieven belemmert in hun concurrentie met Palantir? Zo
ja, hoe gaat u dat probleem aanpakken? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
Onder verwijzing naar het antwoord op vraag 3 kan op basis van de beschikbare informatie
niet worden vastgesteld of het effectieve belastingtarief volgens de OESO-modelregels
voor de wereldwijde minimumbelasting in de verschillende jurisdicties waar zich groepsentiteiten
van Palantir bevinden, «extreem laag» zou zijn. Ik deel daarom de mening niet dat
de wereldwijde minimumbelasting de concurrentiepositie van Europese multinationals
zou belemmeren. Daarbij merk ik op dat de wereldwijde minimumbelasting weliswaar een
ondergrens stelt aan belastingconcurrentie maar dat niet belemmert dat nationale wetgevers
buiten die ondergrens gunstige fiscale regimes in de winstbelasting kunnen invoeren.
Zoals ik uw Kamer eerder heb geïnformeerd, heeft het Inclusive Framework (IF) als
onderdeel van het Side-by-Side-akkoord van de wereldwijde minimumbelasting afgesproken
dat eventuele substantiële risico’s met betrekking tot het gelijke speelveld of grondslaguitholling
en winstverschuiving zullen worden geadresseerd om de gemeenschappelijke beleidsdoelstellingen
te waarborgen. Een toekomstige evaluatie («stocktake»), die het IF in 2029 wil afronden,
is hiervoor voorzien. Het kabinet blijft daarnaast in gesprek met het bedrijfsleven
om tijdig signalen van mogelijke concurrentieverstoring op te vangen.
Vraag 6
Bent u van mening dat als het kabinet geloofwaardig wil inzetten op afbouw van samenwerking
met Palantir, en Europese alternatieven wil stimuleren, deze geitenpaadjes gedicht
moeten worden? Waarom wel of niet?
Antwoord 6
Nederland heeft de afgelopen jaren veel maatregelen tegen belastingontwijking genomen,
zowel internationaal als nationaal. Het kabinet is ervan overtuigd dat het belastingstelsel
door al deze maatregelen robuuster is gemaakt tegen internationale belastingontwijking.
Ook uit de beschikbare cijfers blijkt dat deze maatregelen effect sorteren. In het
antwoord op vraag 4 ga ik nader op deze maatregelen in. In zijn algemeenheid kan ik
opmerken dat, mede als gevolg van de ingevoerde maatregelen, wordt voorkomen dat bedrijven
die winst maken geen belasting betalen. De ingevoerde maatregelen dragen eraan bij
dat bedrijven over hun winsten een passend niveau aan belasting betalen en dat mogelijkheden
om belastingheffing door belastingontwijking te voorkomen worden beperkt. Vanwege
de fiscale geheimhoudingsplicht van artikel 67 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen
(AWR) kan ik niet ingaan op de individuele fiscale positie van een belastingplichtige.
Vraag 7
Bent u voornemens met uw Europese collega's in gesprek te treden om Palantir eerlijk
te laten bijdragen en te leren van het Franse voorbeeld?
Antwoord 7
In het artikel van Follow The Money wordt vermeld dat een onderzoeksrapport is verschenen,
gericht op de belastingstructuur van Palantir. In dat rapport is aangegeven dat er
geen financiële gegevens beschikbaar zijn van de Nederlandse activiteiten van genoemd
bedrijf. Gelet op de geheimhoudingsverplichting van artikel 67 van de Algemene wet
inzake rijksbelastingen (AWR) kan ik hier verder niet op ingaan, evenmin hoe de Belastingdienst
in het specifieke geval toezicht houdt. In algemene zin geldt dat de Belastingdienst
risicogericht toezicht houdt. Hierbij worden zowel interne als externe signalen meegenomen.
De Belastingdienst hanteert voor het toezicht verschillende toezichtsinstrumenten,
waaronder controles en boekenonderzoeken. Daarnaast werkt Nederland op Europees en
internationaal niveau samen met andere landen om belastingontwijking tegen te gaan
en een eerlijke belastingheffing te bevorderen. Daarbij wordt ook informatie van andere
landen betrokken en besproken. Indien daartoe aanleiding bestaat, kunnen belastingautoriteiten
tevens samenwerken via multilaterale belastingcontroles.
Vraag 8
Kunt u aangeven waarom het Frankrijk wel lukt om de winst van Palantir, grotendeels
behaald met publieke gelden, eerlijk te belasten?
Antwoord 8
In het eerdergenoemde onderzoeksrapport wordt melding gemaakt van een controle van
Palantir door Franse belastingautoriteiten. De achtergrond en uitkomsten van dit onderzoek
blijken niet uit het rapport en zijn evenmin openbaar. Daardoor kan door de onderzoekers
niet worden vastgesteld welke betekenis hieraan moet worden toegekend of wat de relevantie
daarvan zou zijn voor de Nederlandse belastingheffing. Gelet op de geheimhoudingsplicht
van artikel 67 AWR kan ik bovendien niet ingaan op de fiscale positie van genoemd
bedrijf in Nederland.
Vraag 9
Bent u bereid om een soortgelijke ingreep als de Franse belastingdienst te doen om
te zorgen dat Palantir ook in Nederland een eerlijke belasting betaald? Waarom wel
of waarom niet?
Antwoord 9
Gelet op de geheimhoudingsverplichting op grond van artikel 67 AWR kan ik niet ingaan
op de fiscale positie van genoemd bedrijf. Zie ook het antwoord op vraag 8.
Vraag 10
Bent u bereid een overzicht te geven van de overheidsinstellingen die contracten hebben
met Palantir en welke onderneming van Palantir daar de contractspartner is, bijvoorbeeld
de Amerikaanse moeder, de Britse- of de Nederlandse tak?
Antwoord 10
Er is geen centraal overheidsbreed overzicht van dergelijke contracten. Departementen
en decentrale overheden zijn zelf verantwoordelijk voor hun bedrijfsvoering, waaronder
ICT-beheer en dienstverlening. In antwoord op diverse Kamervragen van het lid Van
Houwelingen (FvD), evenals van de leden Van Vroonhoven en Six Dijkstra (beiden NSC)
en van de leden Jagtenberg en El Boujdaini (beiden D66) is aangegeven dat op dit moment
binnen de Rijksoverheid de politie en Defensie gebruik maken van Palantir.
Vraag 11
Kunt u deze vragen apart en binnen de termijn beantwoorden?
Antwoord 11
Ja.
Ondertekenaars
E. Eerenberg, staatssecretaris van Financiën