Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Jimmy Dijk over oliebedrijven en raffinaderijen die extra winsten (overwinsten) maken tijdens de Iran-oorlog
Vragen van het lid Jimmy Dijk (SP) aan de Minister en Staatssecretaris van Financiën over oliebedrijven en raffinaderijen die extra winsten (overwinsten) maken tijdens de Iran-oorlog (ingezonden 22 juli 2026).
Antwoord van Minister Heinen (Financiën) en de Staatssecretaris van Financiën (ontvangen
9 september 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel van het AD, gepubliceerd op 20 juli 2026: «Marktwaakhond
zet prijsopbouw van benzine en diesel online, zoveel verdienen raffinaderijen per
liter»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Volgens de Autoriteit Consument en Markt (ACM) hebben de hogere brandstofprijzen geleid
tot overwinsten bij olieproducenten. Vindt u deze overwinsten acceptabel? Zo ja, waarom?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 2
Het kabinet begrijpt het ongemak dat bedrijven profiteren van de oorlog in het Midden-Oosten.
Voor de olieproductie geldt dat de winsten voor het overgrote deel in het buitenland
neerslaan en in Nederland niet kunnen worden belast. Voor de Nederlandse raffinagesector
is aannemelijk dat de winstmarges zijn toegenomen. Het kabinet heeft echter geen zicht
op individuele prijsafspraken. Doordat raffinaderijen deels met vaste-prijscontracten
werken, blijft de invloed van actueel hogere marktprijzen op hun winsten mogelijk
uit. Bovendien is deze markt nauw verweven met die van andere Europese landen. Het
kabinet heeft daarom eerder aangegeven eerst in Europees verband te willen optrekken
Vraag 3
De ACM geeft aan dat de winstmarge van oliebedrijven en raffinaderijen hoger ligt
dan vóór de oorlog in Iran. Hoe verklaart u dit?
Antwoord 3
Als gevolg van de oorlog in het Midden-Oosten is een deel van de olie- en raffinagecapaciteit
weggevallen wat leidt tot hogere marktprijzen. Dit stimuleert oliebedrijven en raffinaderijen
om zo veel mogelijk te produceren, wat zij op dit moment gelukkig ook doen. Op termijn
zal dit de prijsstijging beperken. Specifiek voor diesel geldt hierbij dat Europa
netto-importeur is geworden en de raffinagecapaciteit schaars is. Dit onderstreept
het belang van voldoende raffinagecapaciteit in Nederland om leveringszekerheid te
garanderen. De dieselprijs is de afgelopen maanden daardoor harder gestegen dan de
benzineprijs. Het is hierbij wel belangrijk om de huidige cijfers in perspectief te
plaatsen: de energiesector is sterk cyclisch en deze marges volgen op periodes waarin
de raffinagesector juist aanzienlijk slechtere tijden heeft gekend.
Vraag 4
Bent u het ermee eens dat de automobilist en consumenten via hogere transportkosten
de prijs betalen voor de hoge winsten van oliebedrijven en raffinaderijen? Zo ja,
waarom? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 4
Ja, schaarste van een bepaald goed, in dit geval olie en olieproducten, leidt altijd
tot hogere prijzen. De oorlog in het Midden-Oosten zorgt ervoor dat olie tegen een
hogere prijs ingekocht moet worden. Dit leidt tot extra opbrengsten in het buitenland
en zorgt ervoor dat we collectief armer worden. Ook in de raffinagesector is er sprake
van schaarste, wat zorgt voor een verdere stijging van de brandstofprijs. Dit is met
name bij diesel het geval. Belangrijke kanttekening daarbij is dat dit slechts één
klein onderdeel vormt van de totale koopkrachtontwikkeling van huishoudens. Volgens
de laatste cijfers van het CPB komt de mediane koopkrachtgroei van huishoudens in
2026 uit op +0,6%.
Vraag 5
Bent u het ermee eens dat de automobilist lagere prijzen aan de pomp zou kunnen betalen,
mits daar politiek toe wordt besloten? Zo ja, hoe zou dit volgens u het beste kunnen?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
De oorlog in het Midden-Oosten zorgt ervoor dat we collectief armer worden, want als
land betalen we meer voor de olie die we moeten importeren uit het buitenland. De
toegenomen marges in de olieproductie en raffinage zijn de reden dat automobilisten
een hogere prijs aan de pomp betalen. In het voorjaar heeft het kabinet breed gewogen
welke maatregelen genomen worden om de koopkracht van burgers en bedrijven te ondersteunen.
Het kabinet heeft toen gekozen voor een gerichte aanpak, zoals het verhogen van de
onbelaste reiskostenvergoeding van 23 naar 25 cent per kilometer. Ook heeft het kabinet
een tijdelijke korting op treinreizen geïntroduceerd, waar bijna 400 duizend mensen
deze zomer gebruik van hebben gemaakt. Een verlaging van de brandstofaccijns heeft
als nadeel dat het ongericht is en de prikkel om brandstof te besparen vermindert,
terwijl er sprake is van een aanbodcrisis en brandstof besparen dus belangrijk is.
Mede door deze ongerichtheid heeft het verlagen van de brandstofaccijns een groot
budgettair beslag. Het verlagen van de accijns op diesel en benzine met 1 cent kost
circa 0,1 mld. per jaar, wat in de begroting gedekt zou moeten worden.
Vraag 6
Wat maakt dat u deze overwinsten van oliebedrijven en raffinaderijen niet méér belast
dan nu het geval is? Wat maakt dat u nog niet over bent gegaan tot het invoeren van
een overwinstbelasting zoals u eerder aangaf te overwegen wanneer onderzoek zou uitwijzen
dat er sprake zou zijn van overwinsten?
Antwoord 6
Het kabinet begrijpt het ongemak dat er bedrijven zijn die profiteren van de oorlog
in het Midden-Oosten. Er zijn duidelijke signalen dat de commerciële winstmarges in
de oliesector zijn toegenomen. Voor Nederlandse bedrijven gaat het voornamelijk om
de raffinagesector. Het is hierbij wel belangrijk om de huidige cijfers in perspectief
te plaatsen: de energiesector is sterk cyclisch en deze marges volgen op periodes
waarin de raffinagesector juist aanzienlijk slechtere tijden heeft gekend. Tegelijkertijd
is de winst uiteindelijk een uitkomst van de prijs die op de markt tot stand komt.
Hierop ingrijpen is verstorend voor de markt, terwijl de Nederlandse raffinagesector
met een marktaandeel van circa 10% in de totale Europese raffinageproductie belangrijk
is voor de Europese leveringszekerheid. Ingrijpen vermindert de prikkel voor bedrijven
om te investeren. Als bedrijven verwachten (al dan niet achteraf) dat extra winsten
worden afgeroomd, zullen ze minder geneigd zijn om risico’s te nemen of te investeren
in nieuwe energieprojecten. Dit heeft mogelijk een negatief effect op het investeringsklimaat
in Nederland. Een nationale overwinstbelasting voor de oliesector moet daarom zorgvuldig
worden gewogen, temeer omdat de vormgeving juridisch niet eenvoudig is en de hogere
winsten al worden belast via de vennootschapsbelasting. Het kabinet heeft daarom eerder
aangegeven eerst in Europees verband te willen optrekken. Tot nu toe heeft de Europese
Commissie geen nadere uitgebreidere analyse gedeeld. Het kabinet geeft nog steeds
de voorkeur aan een Europese analyse en aanpak, waarbij er ruimte is voor de specifieke
nationale omstandigheden.
Vraag 7
Deelt u de mening dat de belasting op de overwinsten van oliebedrijven en raffinaderijen
omhoog moet om voor financiële verlichting te zorgen aan de pomp? Zo ja, waarom? Zo
nee, waarom niet?
Antwoord 7
Zie het antwoord op vraag 6.
Vraag 8
Vindt u het belangrijker dat oliebedrijven gigantische winsten maken of dat de automobilist
een acceptabele prijs aan de pomp betaalt?
Antwoord 8
Zie het antwoord op vraag 6.
Vraag 9
Op 13 juli 2026 kostte een liter benzine aan een Nederlandse pomp gemiddeld 2,27 euro.
Daarvan ging 0,40 euro naar btw en 0,85 euro naar accijns. Vindt u het rechtvaardig
dat een automobilist in Nederland veel meer btw en accijns aan de pomp betaalt dan
in andere Europese landen? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 9
De brandstofaccijns zijn een belangrijke inkomstenbron voor de overheid en zorgt ervoor
dat de Nederlandse overheid geld uit kan geven aan bijvoorbeeld de zorg en goed onderwijs.
Tegelijkertijd begrijpt het kabinet de zorgen over de hoge brandstofprijs. De afgelopen
paar jaar is de brandstofaccijns daarom tijdelijk verlaagd en voor 2027 heeft het
kabinet opnieuw geld gereserveerd voor een tijdelijke verlaging. Voor 2027 is hiervoor
0,9 mld. euro gereserveerd. Een verdere verlaging van de brandstofaccijns betekent
dat de belastingen op andere grondslagen omhoog moet of dat bezuinigd moet worden
op de uitgaven. Dat vindt het kabinet onwenselijk en kiest hier daarom niet voor.
Vraag 10
Bent u bereid om de komende weken een overwinstbelasting voor oliebedrijven en raffinaderijen
in te voeren? Zo ja, per wanneer? Zo niet, waarom niet?
Antwoord 10
Het kabinet begrijpt het ongemak dat er bedrijven zijn die profiteren van de oorlog
in het Midden-Oosten. Er zijn duidelijke signalen dat de commerciële winstmarges in
de oliesector zijn toegenomen. Voor Nederlandse bedrijven gaat het voornamelijk om
de raffinagesector. Het is hierbij wel belangrijk om de huidige cijfers in perspectief
te plaatsen: de energiesector is sterk cyclisch en deze marges volgen op periodes
waarin de raffinagesector juist aanzienlijk slechtere tijden heeft gekend. Tegelijkertijd
is de winst uiteindelijk een uitkomst van de prijs die op de markt tot stand komt.
Hierop ingrijpen is verstorend voor de markt, terwijl de Nederlandse raffinagesector
met een marktaandeel van circa 10% in de totale Europese raffinageproductie belangrijk
is voor de Europese leveringszekerheid. Ingrijpen vermindert de prikkel voor bedrijven
om te investeren. Als bedrijven verwachten (al dan niet achteraf) dat extra winsten
worden afgeroomd, zullen ze minder geneigd zijn om risico’s te nemen of te investeren
in nieuwe energieprojecten. Dit heeft mogelijk een negatief effect op het investeringsklimaat
in Nederland. Een nationale overwinstbelasting voor de oliesector moet daarom zorgvuldig
worden gewogen, temeer omdat de vormgeving juridisch niet eenvoudig is en de hogere
winsten al worden belast via de vennootschapsbelasting. Het kabinet heeft daarom eerder
aangegeven eerst in Europees verband te willen optrekken. Ter uitvoering van de motie
van de leden Klaver en Paternotte2 heeft het kabinet tijdens de Ecofinraad van 4 en 5 mei opgeroepen tot een nadere
analyse van het ontstaan van eventuele overwinsten bij olie- en gasbedrijven als gevolg
van de huidige hoge prijzen. Daarnaast heeft het kabinet opgeroepen op EU-niveau de
juridische mogelijkheden te verkennen voor het invoeren van een belasting op overwinsten
als er inderdaad sprake is van overwinsten, op zowel de Ecofinraad van 4 en 5 mei
als op de informele Energieraad van 12 en 13 mei. Tot nu toe heeft de Europese Commissie
geen nadere uitgebreidere analyse gedeeld. Het kabinet geeft nog steeds de voorkeur
aan een Europese analyse en aanpak, waarbij er ruimte is voor de specifieke nationale
omstandigheden.
Vraag 11
Wilt u bovenstaande vragen één voor één beantwoorden?
Antwoord 11
De vragen zijn zoveel mogelijk één voor één beantwoord.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
E. Heinen, minister van Financiën -
Mede ondertekenaar
E. Eerenberg, staatssecretaris van Financiën