Schriftelijke vragen : De voortgang van de Wet Werkelijk Rendement
Vragen van het lid Stultiens (PRO) aan de Staatssecretaris van Financiën over de voortgang van de Wet Werkelijk Rendement (ingezonden 9 september 2026).
Vraag 1
Klopt het dat er stukken zijn bij het Ministerie van Financiën waaruit blijkt dat
snelle invoering van een vermogenswinstbelasting toch een optie is?1 Kunt u deze stukken delen met de Kamer?
Vraag 2
Klopt het dat u en uw voorgangers eerder aangaven dat het invoeren van een vermogenswinstbelasting
zou leiden tot meerdere jaren vertraging? Per wanneer is het volgens u wél mogelijk
om een vermogenswinstbelasting in te voeren, waarbij wordt voldaan aan belangrijke
randvoorwaarden zoals uitvoerbaarheid, controleerbaarheid, handhaving en juridische
houdbaarheid?
Vraag 3
Kunt u heel precies aangeven wat de totale budgettaire (cumulatieve) derving is van
een vermogenswinstbelasting ten opzichte de Wet Werkelijk Rendement? Klopt het dat
eventuele derving nog steeds volledig gevonden moet worden in het belastingdomein
van vermogen en winst?
Vraag 4
Wat is de exacte budgettaire derving per jaar bij uitstel van de Wet Werkelijk Rendement?
Vraag 5
Kunt u heel precies aangeven wie er wel, dan wel niet, profiteren van eventueel uitstel
van de Wet Werkelijk Rendement? Dus welke groepen hoeven bij een extra jaar tegenbewijsregeling
in 2028 minder belasting te betalen dan bij de Wet Werkelijk Rendement (WWR)? Kunt
u dit in elk geval aangeven voor spaarders, beleggers met een laag rendement (bijvoorbeeld
twee procent), beleggers met een hoog rendement (bijvoorbeeld acht procent)?
Vraag 6
Kunt u door middel van een grafiek of tabel inzichtelijk maken welk deel van de budgettaire
derving van uitstel WWR terechtkomt bij welke vermogensdecielen?
Vraag 7
Staat u nog steeds achter de eerder afspraak dat eventuele budgettaire derving als
gevolg van uitstel van de WWR volledig moet worden gevonden in het domein vermogen/winst?
Vraag 8
Welke varianten hebben er op tafel gelegen bij aanpassingen van de WWR de afgelopen
maanden? Kunt u per variant aangeven wat de totale (cumulatieve) budgettaire derving
is?
Vraag 9
Kunt u alle dekkingsopties (inclusief budgettaire reeks) binnen het domein vermogen/winst
met de Kamer delen, die de afgelopen maanden op tafel hebben gelegen ter dekking van
eventuele derving in box 3?
Vraag 10
Kunt u deze vragen uiterlijk vrijdag 11 september 2026 beantwoorden?
Indieners
-
Gericht aan
E. Eerenberg, staatssecretaris van Financiën -
Indiener
Luc Stultiens, Kamerlid