Schriftelijke vragen : De gezinshereniging van een verdachte met 114 politieregistraties
Vragen van de leden Ceulemans en Boomsma (beiden JA21) aan de Ministers van Asiel en Migratie en van Justitie en Veiligheid over de gezinshereniging van een verdachte met 114 politieregistraties (ingezonden 9 september 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met de berichtgeving over de 18-jarige Syrische verdachte van een gewelddadige
woningoverval in Amsterdam-Oost, die sinds zijn komst naar Nederland op veertienjarige
leeftijd volgens het Openbaar Ministerie en de berichtgeving 114 politieregistraties
heeft opgebouwd, en wiens ouders en broertjes desondanks naar Nederland zouden mogen
komen in het kader van gezinshereniging?1
Vraag 2
Klopt het dat de rechtbank overwoog dat de «samenleving er beroerd van zou zijn» als
de hechtenis van deze persoon zou worden geschorst?
Vraag 3
Klopt het dat deze verdachte rechtmatig verblijf in Nederland heeft? Zo ja, op grond
van welke verblijfstitel, sinds wanneer beschikt hij daarover en op welke datum is
deze verblijfstitel voor het laatst door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND)
beoordeeld of verlengd?
Vraag 4
Klopt het dat op naam van deze verdachte 114 politieregistraties staan? Zo ja, over
welke periode zijn deze opgebouwd, op hoeveel afzonderlijke incidenten hebben deze
betrekking, om welke categorieën strafbare feiten gaat het en hoeveel daarvan hebben
geleid tot respectievelijk een sepot, strafbeschikking, veroordeling of nog lopende
strafzaak?
Vraag 5
Op welk moment is de IND voor het eerst geïnformeerd over strafrechtelijke antecedenten
of politieregistraties van deze vreemdeling? Hoe vaak heeft sindsdien informatie-uitwisseling
tussen politie, Openbaar Ministerie en IND over betrokkene plaatsgevonden?
Vraag 6
Is naar aanleiding van deze registraties, vervolgingen of eventuele veroordelingen
onderzocht of zijn verblijfsrecht kon worden ingetrokken of niet verlengd wegens gevaar
voor de openbare orde? Zo ja, wanneer en met welke uitkomst? Zo nee, waarom niet?
Vraag 7
Zijn er volgens u wettelijke, Unierechtelijke of verdragsrechtelijke bepalingen die
verhinderen dat bij een vreemdeling die in vier jaar tijd zoveel politieregistraties
heeft opgebouwd, eerder wordt beoordeeld of voortzetting van zijn verblijf verenigbaar
is met de bescherming van de openbare orde?
Vraag 8
Klopt het dat deze verdachte als referent optreedt of heeft opgetreden voor de gezinshereniging
van zijn ouders en broertjes? Zo ja, wanneer is deze aanvraag ingediend, wanneer is
daarop beslist en op welke juridische grondslag is de gezinshereniging toegestaan?
Vraag 9
Was de IND bij de behandeling van die nareisaanvraag op de hoogte van de politieregistraties,
strafrechtelijke antecedenten en/of lopende strafzaken van de referent? Zo ja, welke
betekenis is daaraan bij de beslissing gegeven? Zo nee, hoe is het mogelijk dat dergelijke
informatie de IND niet heeft bereikt?
Vraag 10
Klopt het dat bij de openbare-ordetoets in een nareisprocedure in beginsel wordt beoordeeld
of de nareizende gezinsleden zelf een gevaar vormen voor de openbare orde, maar dat
ernstig of stelselmatig crimineel gedrag van de in Nederland verblijvende referent
op dit moment niet zonder meer een grond vormt om de gezinshereniging te weigeren?
Vraag 11
Zo ja, acht u het wenselijk dat iemand die in Nederland in korte tijd een zeer groot
aantal politieregistraties heeft opgebouwd en wordt verdacht van een ernstig geweldsmisdrijf,
desondanks aanspraak kan blijven maken op facilitering door de Nederlandse staat van
de overkomst van zijn gezin?
Vraag 12
Welke mogelijkheden biedt het huidige nationale, Europese en internationale recht
om een aanvraag voor gezinshereniging af te wijzen, aan te houden of opnieuw te beoordelen
wanneer de referent een ernstig gevaar voor de openbare orde vormt of wordt verdacht
van ernstige strafbare feiten?
Vraag 13
Bestaat er op dit moment überhaupt een grens aan het aantal of de ernst van de strafbare
feiten dat een referent kan plegen voordat zijn gedrag gevolgen heeft voor een lopende
of reeds toegewezen aanvraag voor gezinshereniging? Zo ja, waar ligt die grens precies?
Zo nee, acht u dat verdedigbaar?
Vraag 14
Deelt u de opvatting dat het maatschappelijk niet uit te leggen is wanneer de Staat
enerzijds een vreemdeling wegens een lange reeks strafbare gedragingen als gevaar
voor de samenleving beschouwt, maar anderzijds tegelijkertijd actief zijn gezinshereniging
faciliteert?
Vraag 15
Bent u bereid het beleid en, indien noodzakelijk, de Vreemdelingenwet zodanig aan
te passen dat stelselmatig crimineel gedrag van een referent uitdrukkelijk kan worden
betrokken bij de beoordeling van een aanvraag voor gezinshereniging? Zo nee, welke
concrete bepaling van Europees of internationaal recht verhindert dit?
Vraag 16
Hoeveel vreemdelingen met rechtmatig verblijf in Nederland hebben op dit moment respectievelijk
meer dan 10, meer dan 50 en meer dan 100 politieregistraties op hun naam staan, en
bij hoeveel van hen is naar aanleiding daarvan een verblijfsrechtelijke maatregel
onderzocht of genomen?
Vraag 17
Kunt u deze vragen afzonderlijk en één voor één beantwoorden?
Indieners
-
Gericht aan
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid -
Gericht aan
G. van den Brink, minister van Asiel en Migratie -
Indiener
Simon Ceulemans, Kamerlid -
Medeindiener
Diederik Boomsma, Kamerlid