Schriftelijke vragen : Overlast, extra gemeentelijke kosten en herziening van het statiegeldsysteem.
Vragen van het lid Van den Berg (JA21) aan de Minister van Klimaat en Groene Groei over overlast, extra gemeentelijke kosten en herziening van het statiegeldsysteem (ingezonden 9 september 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met de in het G4-onderzoek beschreven problemen waarbij statiegeldzoekers
afvalbakken openbreken en vuilniszakken opentrekken, waardoor eerder ingezameld afval
alsnog op straat belandt?1
Vraag 2
Deelt u de opvatting dat het onaanvaardbaar is wanneer een maatregel tegen zwerfafval
ertoe leidt dat netjes weggegooid afval opnieuw op straat terechtkomt en bewoners
opdraaien voor extra opruimkosten en vernielingen?
Vraag 3
Wordt bij de beoordeling van het statiegeldsysteem, naast de afname van flesjes en
blikjes in het zwerfafval, ook gemeten hoeveel ander afval door het doorzoeken van
bakken en zakken op straat belandt? Kunt u het netto-effect op de totale hoeveelheid
zwerfafval in stedelijke probleemgebieden laten vaststellen, rekening houdend met
extra schoonmaakinzet?
Vraag 4
Deelt u de mening dat wanneer statiegeld op blikjes en kleine flesjes per saldo leidt
tot méér zwerfafval, milieuverontreiniging en plastic in het milieu en de zee, dit
een goede aanleiding is om het huidige statiegeldbeleid fundamenteel te herzien? Hoe
verhoudt het vasthouden aan dat beleid zich in dat geval tot de doelstelling om juist
zwerfafval en plastic in het milieu en de zee terug te dringen?
Vraag 5
Wordt bij de beoordeling van Verpact uitsluitend gekeken naar inzamel- en recyclingpercentages
of ook naar neveneffecten, zoals zwerfafval, opengebroken afvalbakken, gemeentelijke
kosten, openbare orde en overlast? Bent u bereid deze factoren als formele prestatie-indicatoren
in de beoordeling op te nemen?
Vraag 6
Is sinds de invoering van statiegeld op kleine flesjes en blikjes ooit een maatschappelijke
kosten-batenanalyse uitgevoerd waarin niet alleen recycling en zwerfafvalreductie,
maar ook reinigingskosten, vernielingen, handhaving, openbare orde, uitvoeringskosten
en sociale effecten zijn meegenomen? Zo nee, waarom niet en bent u bereid deze vóór
verdere uitbreiding uit te voeren?
Vraag 7
Kunt u voor Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht afzonderlijk de actuele extra
kosten voor reiniging, schadeherstel, aanpassing van afvalbakken en handhaving in
kaart brengen? Hoe beoordeelt u daarbij de opgave van Amsterdam van minimaal 11 miljoen
euro per jaar, naast 8 miljoen euro voor aanpassing van de belangrijkste afvalbakken,
en welk deel van deze kosten is onafhankelijk vastgesteld?
Vraag 8
Hoeveel van de in november 2025 aangekondigde minimaal 5 miljoen euro van Verpact
voor de aanpak van opengebroken afvalbakken is inmiddels daadwerkelijk besteed, waaraan
en in welke gemeenten? Welke meetbare vermindering van vernielingen en zwerfafval
heeft dit opgeleverd, en acht u het budget toereikend?
Vraag 9
Bent u bereid te zorgen voor volledige compensatie van aantoonbare extra gemeentelijke
kosten door deze statiegeldproblematiek, met verrekening van reeds ontvangen vergoedingen?
Welke bijdrage verlangt u daarbij van Verpact en producenten, en welke verantwoordelijkheid
neemt het Rijk als die bijdrage tekortschiet?
Vraag 10
Kunt u, aansluitend op uw mededeling dat jaarlijks ongeveer 130 miljoen euro aan statiegeld
niet wordt opgeëist, inzicht geven in de opgebouwde middelen, bestedingen en nog beschikbare
reserves? Welk bedrag kan worden ingezet voor het oplossen van de stedelijke overlast
en het vergoeden van extra gemeentelijke kosten, en welke belemmeringen bestaan daarbij?
Vraag 11
Welke maatregelen, waaronder donatieringen, aparte inzamelvoorzieningen, aangepaste
afvalbakken en extra innamepunten, verminderen aantoonbaar het zwerfafval en de overlast?
Kunt u de evaluaties met de Kamer delen en daarbij aangeven of problemen zich verplaatsen
naar omliggende straten, andere afvalbakken of huishoudelijke afvalzakken?
Vraag 12
Bent u bekend met de noodkreet van burgemeester Halsema over de groeiende groep dakloze
crackgebruikers in Amsterdam, en met berichtgeving van Het Parool dat het verzamelen
van statiegeld voor dakloze mensen een inkomstenbron vormt? Deelt u de zorg dat dit
de daklozen- en crackproblematiek kan versterken en daarmee de openbare orde, leefbaarheid
en het veiligheidsgevoel in de stad aantast?2 3
Vraag 13
Deelt u de zorg dat mensen met een crackverslaving afvalbakken openbreken op zoek
naar statiegeld om hun volgende dosis te betalen, daarmee hun verslaving financieren
en de verloedering van het straatbeeld versterken? Wat gaat u doen om deze vernielingen,
vervuiling en overlast tegen te gaan?
Vraag 14
Bent u bereid op korte termijn met de G4, andere getroffen gemeenten en Verpact bindende
afspraken te maken over vermindering van overlast, financiering en uitvoering? Welke
resultaten moeten uiterlijk binnen zes maanden worden bereikt, wie is daarvoor verantwoordelijk
en hoe grijpt u in als die resultaten uitblijven?
Vraag 15
Welk effect verwacht u van de op 4 september aangekondigde uitbreiding van het statiegeldsysteem
op de problemen in grote steden, en waarop baseert u die verwachting? Zijn de gevolgen
voor afval op straat, vernielingen, hygiëne en uitvoeringskosten voor gemeenten en
ondernemers vooraf onderzocht, en kunt u die onderzoeken openbaar maken?
Vraag 16
Klopt het dat Artikel 50, vierde lid, onderdeel d, van de Verordening (EU) 2025/40
betreffende verpakkingen en verpakkingsafval de daarin genoemde melk- en zuivelproducten
uitzondert van de Europese statiegeldplicht? Waarom kiest u toch voor uitbreiding
naar deze verpakkingen, en welke alternatieven heeft u onderzocht om aan de inzamelverplichtingen
te voldoen?
Vraag 17
Bent u bereid verdere uitbreiding waarvoor Nederland beleidsruimte heeft uit te stellen
totdat aantoonbaar is dat de stedelijke overlast structureel afneemt en de innamecapaciteit
en hygiëne op orde zijn? Zo nee, waarom niet?
Vraag 18
Bent u bereid een fundamentele herziening van het statiegeldsysteem te onderzoeken
en daarbij ook alternatieve inzamel- en beloningssystemen en gehele of gedeeltelijke
opschorting of afschaffing van statiegeld op kleine drankverpakkingen te betrekken?
Wilt u deze opties vergelijken op zwerfafval, recycling, overlast, kosten en uitvoerbaarheid?
Vraag 19
Welke nationale en Europese juridische ruimte bestaat voor de in de vorige vraag genoemde
opties, zowel vóór als vanaf 2029? Kunt u per optie de toepasselijke bepalingen en
voorwaarden benoemen, waaronder de vrijstellingsmogelijkheid van Artikel 50, vijfde
lid, en aangeven welke wetswijzigingen of Europese stappen eventueel nodig zijn?
Vraag 20
Kunt u deze vragen afzonderlijk en binnen drie weken beantwoorden?
Ondertekenaars
Daniël van den Berg, Tweede Kamerlid