Schriftelijke vragen : Het uitvallen van de brandblusvoorziening op rangeerterrein Kijfhoek
Vragen van het lid Schutz (VVD) aan de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat over het uitvallen van de brandblusvoorziening op rangeerterrein Kijfhoek (ingezonden 9 september 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met signalen van spoorgoederenvervoerders dat tijdens een test op 5 september
2026 acht strengen van de brandblusvoorziening op Kijfhoek Noord zijn afgekeurd? Klopt
deze informatie?1
Vraag 2
Klopt het dat hierdoor per direct geen treinen met gevaarlijke stoffen langer dan
vier uur op Kijfhoek Noord mogen worden opgesteld en dat rangeren en locomotiefwissels
met deze treinen daar niet langer zijn toegestaan? Welke beperkingen gelden momenteel
precies?
Vraag 3
Deelt u de mening dat veiligheidskritische voorzieningen op Kijfhoek, als cruciaal
knooppunt tussen de Rotterdamse haven en het Europese achterland, te allen tijde aantoonbaar
op orde moeten zijn en dat het gelijktijdig uitvallen van acht strengen daarom onacceptabel
is?
Vraag 4
Welke gebreken zijn tijdens de test vastgesteld, wanneer is de brandblusvoorziening
voor het laatst volledig getest en goedgekeurd en hoe kan het dat de tekortkomingen
niet eerder zijn ontdekt? Kunt u uitsluiten dat de voorziening al langere tijd niet
volledig functioneerde?
Vraag 5
Hoe kan het dat het afkeuren van de voorziening direct tot zulke omvangrijke operationele
beperkingen leidt? Deelt u de mening dat bij veiligheidskritische voorzieningen voldoende
redundantie en terugvalcapaciteit aanwezig moeten zijn om te voorkomen dat één technisch
mankement grote delen van het spoorgoederenvervoer raakt?
Vraag 6
Welke gevolgen hebben de beperkingen voor de capaciteit en betrouwbaarheid van het
spoorgoederenvervoer van en naar de Rotterdamse haven? Hoeveel treinen, vervoerders
en verladers worden hierdoor geraakt en welke economische schade kan hierdoor ontstaan?
Vraag 7
Wanneer is de brandblusvoorziening uiterlijk weer volledig beschikbaar? Bent u bereid
van ProRail te verlangen dat onmiddellijk een concrete herstelplanning wordt opgesteld
en dat alles op alles wordt gezet om de voorziening zo snel mogelijk veilig te herstellen?
Vraag 8
Welke tijdelijke voorzieningen, alternatieve opstellocaties en aangepaste logistieke
processen stelt ProRail beschikbaar? Deelt u de mening dat ProRail actief de regie
moet nemen en vervoerders niet zelf mag laten uitzoeken hoe zij de gevolgen van een
gebrek aan de infrastructuur moeten opvangen?
Vraag 9
Op welke wijze en wanneer heeft ProRail vervoerders, verladers, havenbedrijven, toezichthouders
en uw ministerie geïnformeerd? Deelt u de mening dat vervoerders bij ingrijpende operationele
beperkingen onmiddellijk, volledig en rechtstreeks moeten worden geïnformeerd en dat
berichtgeving uit de operatie niet eerder bij vervoerders dan bij het ministerie terecht
zou moeten komen?
Vraag 10
Houden deze problemen verband met de eerder gemelde vertragingen rond het nieuwe blussysteem
en de nieuwe schuimblusvoertuigen voor Kijfhoek? Zo ja, waarom zijn deze risico’s
niet tijdig ondervangen en wie is verantwoordelijk voor het ontstane gebrek aan terugvalcapaciteit?
Vraag 11
Zijn op andere goederenemplacementen momenteel eveneens brandblusvoorzieningen of
andere voor de afhandeling van treinen met gevaarlijke stoffen noodzakelijke veiligheidsvoorzieningen
geheel of gedeeltelijk buiten gebruik, afgekeurd of alleen onder aanvullende beperkingen
beschikbaar? Zo ja, om welke emplacementen en voorzieningen gaat het, welke operationele
beperkingen gelden daar en wat zijn de hersteltermijnen?
Vraag 12
Deelt u de mening dat bij veiligheidskritische voorzieningen niet mag worden gewacht
totdat tijdens een test blijkt dat zij niet functioneren? Bent u bereid ProRail opdracht
te geven op korte termijn te controleren of de brandblusvoorzieningen op alle relevante
goederenemplacementen aantoonbaar functioneren, het onderhoud en de periodieke keuringen
op orde zijn en voldoende terugvalcapaciteit beschikbaar is, en de Kamer over de uitkomsten
te informeren?
Vraag 13
Welke gebruiks-, opstel- en overige vergoedingen brengt ProRail gedurende deze beperkingen
bij vervoerders in rekening? Deelt u de mening dat vervoerders niet de rekening mogen
krijgen voor infrastructuur of diensten waarvan zij door tekortkomingen bij ProRail
geen of slechts beperkt gebruik kunnen maken en dat aantoonbare extra kosten passend
moeten worden gecompenseerd?
Vraag 14
Welke concrete maatregelen neemt u richting ProRail om herhaling te voorkomen? Bent
u bereid de Kamer uiterlijk binnen vier weken te informeren over de oorzaak, de gevolgen,
de financiële afhandeling voor vervoerders en de voortgang van het herstel?
Vraag 15
Kunt u deze vragen uiterlijk voorafgaand aan het commissiedebat Spoorgoederenvervoer
van 1 oktober beantwoorden, zodat de Kamer de antwoorden bij de voorbereiding van
dit debat kan betrekken?
Indieners
-
Gericht aan
A.W.H. Bertram, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat -
Indiener
Björn Schutz, Kamerlid