Schriftelijke vragen : De veiligheid van kinderen bij Veilig Thuis West-Brabant
Vragen van het lid Moinat (Groep Markuszower) aan de Minister van Langdurige Zorg en Sport over de veiligheid van kinderen bij Veilig Thuis West-Brabant (ingezonden 9 september 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht dat Veilig Thuis West-Brabant kampt met ernstige financiële
en organisatorische problemen en dat meldingen van huiselijk geweld en kindermishandeling
langer blijven liggen dan wettelijk is toegestaan?
Vraag 2
Hoeveel meldingen waarbij minderjarigen betrokken zijn overschrijden momenteel de
wettelijke termijnen bij Veilig Thuis West-Brabant? Hoeveel kinderen betreft dit en
hoe lang wachten zij inmiddels?
Vraag 3
Kunt u garanderen dat de kinderen achter deze meldingen op dit moment veilig zijn?
Zo nee, deelt u de mening dat onmiddellijk moet worden vastgesteld of zich onder deze kinderen slachtoffers bevinden die momenteel worden mishandeld,
verwaarloosd of anderszins in een onveilige situatie verkeren, en hoe gaat u hiervoor
zorgen?
Vraag 4
Wie houdt gedurende een termijnoverschrijding zicht op de veiligheid van deze kinderen
en wie grijpt in wanneer hun situatie verslechtert?
Vraag 5
Hoe is het mogelijk dat twee jaar later opnieuw wettelijke termijnen worden overschreden,
aangezien de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) in 2024 bij Veilig Thuis West-Brabant
al ernstige termijnoverschrijdingen constateerde, waarbij een veiligheidsbeoordeling soms viereneenhalve maand duurde en
het starten van een onderzoek of de dienst Voorwaarden & Vervolg in een casus elf
maanden op zich liet wachten?
Vraag 6
Welke verbetermaatregelen zijn sinds het IGJ-onderzoek uit 2024 daadwerkelijk uitgevoerd
en waarom hebben deze niet kunnen voorkomen dat opnieuw een situatie is ontstaan waarin
meldingen te lang blijven liggen?
Vraag 7
Erkent u dat u als stelselverantwoordelijke niet kunt volstaan met de constatering dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor de organisatie en financiering van Veilig Thuis wanneer binnen dat stelsel wettelijke termijnen structureel
worden overschreden en mogelijk de veiligheid van kinderen in het geding is? Zo nee,
waarom niet?
Vraag 8
Op welk moment acht u vanuit uw stelselverantwoordelijkheid ingrijpen noodzakelijk
wanneer een Veilig Thuis-organisatie niet langer in staat blijkt haar wettelijke taken
tijdig uit te voeren, en is dat moment bij Veilig Thuis West-Brabant wat u betreft
inmiddels bereikt? Zo nee, wat moet er dan nog gebeuren voordat u ingrijpt?
Vraag 9
Welke concrete maatregelen neemt u nu vanuit uw stelselverantwoordelijkheid om ervoor
te zorgen dat alle kinderen achter de wachtende meldingen bij Veilig Thuis West-Brabant
zo snel mogelijk in beeld zijn, hun veiligheid wordt beoordeeld en waar noodzakelijk
direct wordt ingegrepen?
Vraag 10
Kunt u uitsluiten dat bij andere Veilig Thuis-organisaties vergelijkbare problemen bestaan? Zo nee, bent u bereid op korte termijn landelijk inzichtelijk te maken
hoeveel meldingen de wettelijke termijnen overschrijden, hoeveel minderjarigen daarbij
betrokken zijn en welke maatregelen u vanuit uw stelselverantwoordelijkheid neemt
om deze achterstanden terug te dringen?
Indieners
-
Gericht aan
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport -
Indiener
Nicole Moinat, Kamerlid