Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van leden Vellinga-Beemsterboer en Bromet over het bericht: Honderden meldingen over gezondheidsproblemen bij Friese paarden: “Mensen beseffen niet hoe ernstig het is"
Vragen van de leden Vellinga-Beemsterboer (D66) en Bromet (PRO) aan de Staatsecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over het bericht: Honderden meldingen over gezondheidsproblemen bij Friese paarden: «Mensen beseffen niet hoe ernstig het is» (ingezonden 9 juli 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Erkens (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur)
(ontvangen 9 september 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026,
nr. 2601.
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel van Omrop Fryslân: Honderden meldingen over gezondheidsproblemen
bij Friese paarden: «Mensen beseffen niet hoe ernstig het is»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Hoe beoordeelt u de constatering dat een volledig beeld van de omvang van erfelijke
gezondheidsproblemen bij het Friese paard ontbreekt, doordat melding van sterfgevallen
bij het Koninklijk Friesch Paarden-Stamboek (KFPS) niet verplicht is?
Antwoord 2
Ik vind het belangrijk dat gezonde dieren worden gefokt. Hierbij is samenwerking in
de keten essentieel en dient elke partij haar verantwoordelijkheid te nemen. Waar
de overheid zich inzet voor de borging van de juiste randvoorwaarden voor behoud van
dierlijke genetische bronnen, ligt het behoud en beheer van rassen en fokpopulaties,
door actief gebruik, bij fokkers en sectorvertegenwoordiging, zoals KFPS.
Het KFPS stelt de foktechnische richtlijnen op voor het Friese paard in een fokprogramma
volgens de Fokkerijverordening.2 Hierbij merk ik op dat een meldpunt voor sterfgevallen geen verplichting is uit de
Fokkerijverordening.
Het KFPS moet aan de Fokkerijverordening voldoen en geeft daaraan uitvoering in zijn
reglementen. Het is aan het stamboek om een fokprogramma op te stellen dat voldoet
aan eisen van de Fokkerijverordening. Dit wordt beoordeeld door de Rijksdienst voor
Ondernemend Nederland (RVO).
Het KFPS biedt momenteel de mogelijkheid aan paardenhouders om te melden als er een
probleem met het veulen of paard is. Dit is echter niet verplicht waardoor niet met
zekerheid vast te stellen is of het KFPS op de hoogte is van alle afwijkingen binnen
de totale populatie. Een volledig beeld van de omvang van erfelijke gezondheidsproblemen
bij het Friese paard kan bovendien niet worden verkregen op basis van meldingen van
sterfgevallen alleen, want niet alle erfelijke gezondheidsproblemen zullen leiden
tot sterfte.
Het KFPS is in samenwerking met Wageningen University en Research (WUR) bezig met
het uitbreiden van een database met DNA-informatie en status van erfelijke gebreken
voor het maken van een genetisch management plan. Dit plan heeft als doel selectie
van fokdieren ter voorkoming van erfelijke gebreken, nieuwe gebreken voorkomen en
tegelijkertijd de genetische diversiteit behouden. Ten slotte constateer ik dat er
ook private initiatieven op dit vlak zijn ingericht. Een voorbeeld hiervan is het
Meldpunt Gebreken Friese paard.3
Vraag 3
Is er op dit moment enige wettelijke verplichting voor stamboekorganisaties zoals
het KFPS om sterfgevallen, doodsoorzaken en erfelijke aandoeningen bij fokdieren te
registreren en te melden bij een toezichthoudende instantie? Zo nee, ziet u aanleiding
om een dergelijke meldplicht in te voeren, gelet op het belang van diergezondheid
en dierenwelzijn?
Antwoord 3
Er geldt op dit moment geen wettelijke verplichting voor stamboekorganisaties zoals
het KFPS om sterfgevallen, doodsoorzaken en erfelijke aandoeningen bij fokprogramma’s
te registreren of te melden bij de toezichthouders. De Europese regelgeving schrijft
dit ook niet voor. Ik zie op dit moment geen aanleiding om een dergelijke meldplicht
in te voeren. Zoals aangegeven in mijn antwoord op vraag 2, ligt de verantwoordelijkheid
voor het behoud en beheer van rassen en fokpopulaties, door actief gebruik, bij fokkers
en sectorvertegenwoordiging zoals KFPS en zie ik verscheidene private initiatieven
om de situatie te verbeteren.
Vraag 4
In hoeverre vindt er op dit moment toezicht plaats op stamboekorganisaties als het
KFPS als het gaat om de gevolgen van fokkerijbeleid voor de gezondheid van het ras?
Welke instantie is hiervoor verantwoordelijk?
Antwoord 4
Het toezicht op stamboekorganisaties is belegd bij RVO. RVO beoordeelt of stamboeken
voldoen aan de regels voor de erkenning van stamboekverenigingen, zoals beschreven
in artikel 4 van de Fokkerijverordening. Daarnaast beoordeelt RVO een of meer fokprogramma's
die door het stamboek zijn ingediend, zoals beschreven in artikel 8 van de Fokkerijverordening.
RVO voert de administratieve controles op deze voorschriften uit, RVO kan hiertoe
aanvullend een controle ter plaatse uitzetten door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit
(NVWA).
In de Fokkerijverordening zijn geen concrete normen vastgesteld welke fokkerij wel
en niet is toegestaan. Er staat geen verbod op fokken met dieren met een genetisch
defect. De verordening geeft juist aan dat genetische defecten in het fokprogramma
worden vermeld in relatie tot het ras en de raszuivere fokdieren en het fokbeleid.
Dit met het oog op fok- en selectiedoelen en voorkómen van verlies aan genetische
diversiteit. Uitsluiten van fokdieren met een genetisch defect kan ook zorgen voor
ongewenst verlies aan genetische diversiteit in de populatie. Met fok- en selectiedoelen
moet worden voorkomen dat de populatie genetische diversiteit verliest.
Vraag 5
Erkent u het risico dat een gesloten stamboek, waarbij uitsluitend gefokt mag worden
met dieren van hetzelfde ras, op termijn kan leiden tot een te smalle genetische basis
en een verhoogde kans op erfelijke aandoeningen? Welke rol ziet u hierbij voor uzelf
of voor de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en/of de Nederlandse Voedsel en
Warenautoriteit (NVWA)?
Antwoord 5
Hier is geen eenduidig antwoord op te geven omdat dit afhankelijk is van de grootte
van de populatie, met hoeveel dieren hiervan actief wordt gefokt, en het fokbeleid
dat wordt toegepast. Denk hierbij aan DNA testen, genomische selectie, dekbeperkingen
etc. Veel stamboeken fokken uitsluitend met dieren van hetzelfde ras. Dit hoeft geen
problemen met zich mee te brengen, maar dit is uiteraard afhankelijk van het gevoerde
fokbeleid, de aandacht daarin voor inteeltbeperking en het voorkomen van erfelijke
aandoeningen en schadelijke uiterlijke raskenmerken.
In het algemeen onderstreep ik dat genetische diversiteit essentieel is voor een veerkrachtige
en duurzame dierhouderij en voor duurzaam beheer en behoud van dierpopulaties. Nederland
is immers gecommitteerd aan mondiale en EU-verplichtingen met betrekking tot behoud
en duurzaam gebruik van dierlijke genetische bronnen, in het bijzonder de Convention
on Biological Diversity, het FAO-actieplan voor dierlijke genetische bronnen, de Fokkerijverordening
en de Diergezondheidswetgeving.4
Daarom is er een complementair systeem voor het behoud van dierlijke genetische bronnen,
dat bestaat uit «in situ» en «ex situ» behoud. In situ behoud betreft de instandhouding
en het beheer van fokpopulaties, rassen of selectielijnen van landbouwhuisdieren.
Nederlandse fokkerijbedrijven en stamboeken zijn wereldwijd leidend en exporteren
hoogwaardige genetica. Hier is de verantwoordelijkheid van partijen zoals KFPS leidend.
Het ex situ behoud is voor een belangrijk deel belegd bij de nationale genenbankcollectie
van het Centrum voor Genetische Bronnen Nederland (CGN). Het CGN beheert de nationale
ex situ genenbankcollectie voor landbouwhuisdieren.
Voor de rol van RVO en NVWA in het toezicht verwijs ik u naar mijn antwoord op vraag
4.
Vraag 6
Deelt u de zorg van de geïnterviewde dierenarts dat het ontbreken van goede, centrale
data onderzoekers en fokkers belemmert om patronen in erfelijke aandoeningen te herkennen
en daarmee gerichte fokmaatregelen te nemen? Welke mogelijkheden ziet u om deze dataverzameling
te verbeteren of te verplichten?
Antwoord 6
Ik deel de zorg niet aangezien er verscheidene private initiatieven door KFPS zijn
en worden ontplooid om de nodige data te verzamelen en gezonde fok te bevorderen.
Hieronder licht ik de voornaamste initiatieven op dit vlak toe.
Ik zie dat het KFPS diverse initiatieven heeft ontplooid om beter zicht te krijgen
op het voorkomen van erfelijke aandoeningen en schadelijke uiterlijke raskenmerken
binnen het ras en fokkers te ondersteunen bij de keuze van een hengst en een merrie
om inteelttoename te voorkomen en de kans op erfelijke aandoeningen terug te brengen.
Het KFPS biedt bij haar aangesloten fokkers de mogelijkheid om inteeltberekeningen/proefparingen
te doen voordat tot dekking wordt overgegaan.
Daarnaast loopt bij het KFPS het project Behoud van Friese Paard 2023–2027, waarbij
ook een enquête is gehouden. Onderdelen van het project zijn een Genetisch Management
Plan Selectie tegen erfelijke gebreken, het voorkomen van het ontstaan van nieuwe
gebreken en het behoud van genetische diversiteit.
Binnen dit project wordt onderzocht hoe de genetische diversiteit binnen het Friese
ras is verdeeld. Onderdeel hiervan is dat sinds 2023 bij alle veulens haarmonsters
worden afgenomen en het DNA in kaart wordt gebracht met als doel een rasspecifiek
referentiegenoom te ontwikkelen en verborgen letale mutaties te detecteren.
Bovenstaande zal leiden tot een genetisch management plan waarvan selectie tegen erfelijke
gebreken en het voorkomen van het ontstaan van nieuwe gebreken het doel is met behoud
van genetische diversiteit.
Verder loopt er op dit moment een publiek-private samenwerking waarbij WUR, Koepel
Fokkerij, KFPS en het Koninklijk Warmbloed Paardenstamboek Nederland (KWPN) betrokken
zijn getiteld «Behouden paard». De focus hiervan ligt op het verbreden van toepassing
van sleuteltechnologie genomics in het fokprogramma van grote en kleine paarden- en
ponystamboeken waaronder het KFPS, ter bevordering van welzijn en gezondheid (onder
andere door het voorkomen van inteelt en erfelijke gebreken) bij paardachtigen.
Daarnaast is het relevant om te vermelden dat het KFPS in 2003 is overgegaan tot het
instellen van dekbeperkingen en de publicatie van verwantschapspercentages.
Verder heeft het KFPS in 2021 het fokdoel aangepast en expliciet verwoord dat de gezondheid
van het Friese Paard voorop staat. Onderdeel hiervan is de ambitie het verder laten
dalen van de inteelt coëfficiënt naar maximaal 0,5%, waar de FAO een maximum van 1%
adviseert.
Vraag 7
Bestaan er voor het Friese paard, net als voor sommige andere paardenrassen of gezelschapsdieren,
al verplichte genetische tests voorafgaand aan de goedkeuring van fokhengsten? Zo
ja, welke aandoeningen worden hierbij getest en acht u dit pakket toereikend in het
licht van de signalen uit dit onderzoek?
Antwoord 7
Onderdeel van het goedkeuringsproces van dekhengsten bij KFPS is onder meer het verrichten
van genetische tests op verscheidene aandoeningen, te weten: dwerggroei, waterhoofd
en cornage. Daarnaast is een uitgebreid medisch en verrichtingsonderzoek onderdeel
van het keuringsproces van een potentiële dekhengst.5
Ik verwacht dan ook van KFPS dat het op basis van deze processen dekhengsten indien
nodig uitsluit voor de fokkerij.
Vraag 8
Bent u bereid in gesprek te gaan met het KFPS over het instellen van een verplicht,
centraal en openbaar meldpunt voor sterfgevallen en erfelijke aandoeningen bij Friese
paarden, zoals door zowel de oud-fokker als de dierenarts wordt bepleit.
Antwoord 8
Ik verwijs u naar mijn antwoord op vraag 2, een meldpunt voor sterfgevallen en erfelijke
aandoeningen is op grond van de Fokkerijverordening niet verplicht. In dit kader ben
ik ook niet bereid verder te gaan dan wat de Europese regelgeving vereist. Ik ben
van mening dat elke partij in de keten haar verantwoordelijkheid dient te nemen om
de gezondheid van Friese paarden te waarborgen.
Vraag 9
Bent u bereid om, eventueel in samenwerking met de Faculteit Diergeneeskunde of andere
onafhankelijke experts, onderzoek te laten doen naar de omvang van erfelijke gezondheidsproblemen
binnen het Friese paardenras en de rol die de fokkerijstructuur daarbij speelt?
Antwoord 9
Aangezien de verantwoordelijkheid van het fokken van gezonde paarden primair bij de
fokker belegd is, wil ik u verwijzen naar de initiatieven die het KFPS heeft opgestart
(zie mijn antwoord op vraag 6).
Vraag 10
Op welke termijn kunt u de Kamer informeren over de uitkomsten van bovenstaande vragen
en eventuele vervolgstappen?
Antwoord 10
Ik verwijs u naar de beantwoording op deze vragen.
Ondertekenaars
S.P.A. Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur