Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Markuszower over nieuwe EU-belastingen en de voorgenomen verhoging van de EU-meerjarenbegroting 2028–2034
Vragen van het lid Markuszower (Groep Markuszower) aan de Minister-President en de Minister van Financiën over nieuwe EU-belastingen en de voorgenomen verhoging van de EU-meerjarenbegroting 2028–2034 (ingezonden 17 juli 2026).
Antwoord van Minister Heinen (Financiën) en de Minister van Buitenlandse Zaken (ontvangen
9 september 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Europese belastingen op komst»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Kunt u aangeven hoeveel Nederland in 2024 bruto heeft afgedragen aan de EU-begroting
en hoeveel Nederland aan Europese Unie (EU)-gelden heeft terugontvangen, en kunt u
dit omrekenen naar een bedrag per Nederlands huishouden?2
3 Kunt u daarbij bevestigen dat dit neerkomt op circa € 7,5 miljard bruto afdracht
en € 3,15 miljard aan ontvangsten (netto circa € 4,35 miljard), oftewel omgerekend
over de ruim 8,4 miljoen Nederlandse huishoudens ongeveer € 890 bruto en € 520 netto
per huishouden per jaar?4
5
Antwoord 2
De totale omvang van de drie nationale afdrachten (bni-, btw- en plastic-afdracht)
van Nederland in 2024, zoals verantwoord op de begroting van Buitenlandse Zaken6, bedroeg in 2024 5,3 mld. euro. De perceptiekostenvergoeding bedroeg 1,1 mld. euro.
De netto afdracht komt daarmee op 4,2 mld. euro. De invoerrechten (minus perceptiekostenvergoeding)
worden niet meegerekend als nationale afdracht. De reden hiervoor is dat de invoerrechten
niet relevant zijn voor het uitgavenkader (met uitzondering van de perceptiekostenvergoeding),
in navolging van het advies van de 16e Studiegroep Begrotingsruimte.
De ontvangsten uit de Europese begroting zijn weergegeven in de «EU Spending and Revenue» tabellen van de Europese Commissie.7 Voor Nederland bedroegen de ontvangsten 3,2 miljard euro in 2024. Het verschil tussen
de netto nationale afdrachten (nationale afdrachten minus perceptiekostenvergoeding)
en de ontvangsten bedraagt daarmee 1 miljard euro in 2024. Het ligt niet in de rede
om, zoals gevraagd, alleen de bruto afdracht te verminderen met de ontvangsten, omdat
op die manier de perceptiekostenvergoeding buiten beschouwing gelaten zou worden.
Het Ministerie van Financiën houdt geen cijfers bij over de EU-afdrachten afgezet
tegen het aantal huishoudens, maar uitgaande van een aantal van ca. 8,4 miljoen Nederlandse
particuliere huishoudens (CBS8) zou dit in 2024 een netto bedrag van 119 euro per huishouden zijn.
Vraag 3
Kunt u een inschatting geven van wat de Nederlandse afdracht aan de EU per huishouden
zou worden als het voorstel van de Europese Commissie (EC) voor het Meerjarig Financieel
Kader (MFK) 2028–2034 wordt aangenomen? Kunt u daarbij ingaan op de eigen schatting
van het kabinet dat alleen al de Bruto Nationaal Inkomen (BNI)-afdracht voor 2028
kan oplopen tot circa € 9 miljard per jaar – zo’n € 4,5 miljard hoger dan in 2024
– wat, nog exclusief douanerechten, btw-afdracht en de nieuwe EU-belastingen, neerkomt
op ruim € 1.070 per huishouden per jaar alleen al voor het BNI-deel?9
10 Kunt u bevestigen dat de grove inschatting, waarbij de overige afdrachtscomponenten
(douanerechten, btw-afdracht, plasticheffing) op het huidige niveau van circa € 3 miljard
per jaar worden verondersteld, uitkomt op een totale afdracht van ruim € 12 à 13 miljard
per jaar, oftewel circa € 1.450 tot € 1.550 per huishouden per jaar? Kunt u een volledige,
officiële raming geven van de totale afdracht per huishouden inclusief alle afdrachtscomponenten
en de nieuwe eigen middelen en aangeven of mijn hierboven genoemde inschatting in
de juiste orde van grootte zit?
Antwoord 3
De raming van de Nederlandse bni-afdracht bedraagt circa 9,7 miljard euro in 2028,
op basis van de aannames die zijn gedaan voor het nieuwe MFK. De raming van de Nederlandse
bni-afdracht is inderdaad hoger dan in 2024. Dit komt omdat in 2024 door vertraging
in de uitvoering van de cohesie- en landbouwfondsen de betalingen in de EU-begroting
sterk achterbleven. De onderuitputting zorgde voor een lagere bni-afdracht in 2024.
Daarnaast is een deel van de stijging in 2028 ook de prijsontwikkeling, die voor de
EU-afdrachten op het beleidsartikel is geraamd. De overige afdrachten – de btw-afdracht
en plastic-afdracht – bedragen in totaal 1,9 miljard euro in 2028, op basis van de
aannames die zijn gedaan voor het nieuwe MFK. Zoals toegelicht bij vraag 2 worden
de invoerrechten niet meegerekend als nationale afdracht en staan er ook ontvangsten
tegenover de afdrachten.
Indien de Commissievoorstellen voor het nieuwe MFK en EMB zonder wijzigingen zouden
worden doorgevoerd zou dit leiden tot een geschatte budgettaire opgave van gemiddeld
2,7–3,7 miljard euro per jaar in lopende prijzen bovenop de huidige raming van de
Nederlandse afdrachten op de BZ-begroting (stand Voorjaarsnota 2026).11 Dit betreft een inschatting van de gemiddelde budgettaire opgave over de jaren van
het volgend MFK (2028–2034) en is toegelicht in de Kamerbrief van 22 mei jl.12 Zoals aangegeven in deze en eerdere Kamerbrieven verzet het kabinet zich hier tegen.
Het kabinet wil een lagere omvang van het voorgestelde MFK, voorzetting van de Nederlandse
correctie op de bni-afdracht en behoud van de perceptiekostenvergoeding op 25%. Het
kabinet is tegen het onverkort invoeren van het Commissievoorstel. Het Ministerie
van Financiën beschikt niet over inschattingen van de afdracht per huishouden voor
de verschillende componenten van de afdrachten. Aangezien de onderhandelingen nog
gaande zijn en ook gezien de onzekerheid over de toekomstige ontvangsten uit de EU-begroting
is het niet mogelijk met voldoende zekerheid een inschatting te geven van de gevraagde
cijfers.
Vraag 4
Bent u bekend met de berichtgeving over de plannen van de EC en het Europees Parlement
(EP) voor het MFK 2028–2034, waarin de begroting bijna wordt verdubbeld naar circa
€ 2.000 miljard en het EP zelfs inzet op € 2.200 miljard, een verhoging van 10 procent
ten opzichte van het Commissievoorstel?13
14
Antwoord 4
Ja.
Vraag 5
Deelt u de opvatting dat een verdubbeling van de EU-begroting, in een tijd waarin
Nederlandse huishoudens de broekriem moeten aanhalen, onaanvaardbaar is? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord 5
Het kabinet is deelt de opvatting dat de voorgestelde EU-begroting te hoog is.
Vraag 6
Kunt u bevestigen dat het kabinet in de Kamerbrief van 15 september 2025 heeft aangegeven
in te zetten op «een verlaging van het voorgestelde MFK», omdat de voorziene stijging
van de EU-afdrachten niet past bij de budgettaire kaders uit het Hoofdlijnenakkoord?15 Deelt u de opvatting dat het huidige niveau van de EU-begroting van bijna € 1.200 miljard
over zeven jaar al belachelijk hoog en volstrekt onnodig is?16 Bent u bereid deze kabinetsinzet radicaal aan te scherpen, niet tot een verlaging
ten opzichte van het Commissievoorstel, maar tot een forse verlaging van de EU-begroting
tot ruim onder het huidige niveau van € 1.200 miljard en tot een structureel veel
kleinere EU-begroting dan nu het geval is? Zo nee, waarom niet? Kunt u dan puntsgewijs
onderbouwen waarom een EU-begroting van bijna € 1.200 miljard over zeven jaar wél
gerechtvaardigd zou zijn?
Antwoord 6
Ja, het kabinet kan bevestigen dat het inzet op een verlaging van de omvang die de
Commissie heeft voorgesteld, zoals uiteengezet in de Kamerbrief van 22 mei jl.
Vraag 7
Bent u bekend met het feit dat de EC ter dekking van deze begroting vijf nieuwe «eigen
middelen» (EU-belastingen) heeft voorgesteld: een vennootschapsheffing voor bedrijven
met een jaaromzet boven € 100 miljoen, een tabaksaccijnsafdracht (TEDOR), een heffing
op elektronisch afval en aanpassingen in de inkomsten uit het Emission Trading System
(ETS) en het CO2-grenscorrectiemechanisme (CBAM), die samen circa € 58,5 miljard per jaar zouden moeten
opleveren?17
Antwoord 7
Ja.
Vraag 8
Onderschrijft u de positie dat het heffen van belastingen een kernbevoegdheid van
soevereine lidstaten is en moet blijven en dat de EU nooit de bevoegdheid mag krijgen
om eigenstandig belasting te heffen bij Nederlandse burgers of bedrijven? Zo nee,
waarom niet?
Antwoord 8
De EU heeft geen bevoegdheid om zelf belastingen te heffen. Het kabinet onderschrijft
dat deze bevoegdheid bij de lidstaten moet blijven.
Vraag 9
Klopt het dat het kabinet in de Kamerbrief van 15 september 2025 heeft aangegeven
nieuwe eigen middelen niet bij voorbaat af te wijzen maar «op eigen merites» te beoordelen
en daarbij al in beginsel opening heeft gegeven voor een nieuw eigen middel op basis
van ETS-1-inkomsten en een nieuw eigen middel op basis van CBAM?18 Bent u bereid deze opening alsnog in te trekken en categorisch af te wijzen dat de
EU eigenstandig belasting heft, in welke vorm dan ook? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 9
Het kabinet kan nieuwe eigen middelen niet bij voorbaat omarmen en beoordeelt voorstellen
voor nieuwe eigen middelen op eigen merites. In de Kamerbrief «Update Nederlandse
inzet volgend MFK/EMB» van 22 mei jl. is een appreciatie gegeven van de voorgestelde
nieuwe eigen middelen.19 Hierin is aangegeven dat het kabinet in beginsel open staat voor het voorstel voor
een nieuw eigen middel op basis van de inkomsten uit ETS-1 en CBAM. Het gaat hierbij
niet om een voorstel waarbij de EU eigenstandig belasting heft – er is dus geen sprake
van een EU-belasting – aangezien de EU daarvoor geen bevoegdheid heeft. In het geval
van CBAM wordt voorgesteld om 75% van de opbrengsten uit het mechanisme voor koolstofcorrectie
aan de grens aan de EU af te dragen en bij ETS-1 om 30% van de veilinginkomsten van
het EU-emissiehandelssysteem naar de EU-begroting te laten vloeien. Door de introductie
van deze nieuwe eigen middelen zijn ceteris paribus minder bni-afdrachten vanuit de
lidstaten benodigd, aangezien de bni-afdracht de sluitpost is van de EU-begroting.
De nieuwe eigen middelen zorgen daarmee niet voor extra uitgaven door de EU, maar
zorgen voor een andere verdeling van de financiering van de EU-begroting. Het kabinet
merkt daarnaast op dat de voorgestelde eigen middelen, zoals u kunt lezen in de eerder
genoemde Kamerbrief, naar verwachting budgettair voordelig zullen uitpakken voor Nederland,
in vergelijking met de bni-sleutel. Nederland zou na invoering van de voorgestelde
eigen middelen dus minder afdragen aan de EU dan zonder deze nieuwe eigen middelen,
omdat anders via de bni-verdeelsleutel betaald zou moeten worden.
Vraag 10
Bent u bereid toe te zeggen dat Nederland in de Raad zijn veto zal gebruiken tegen
ieder onderdeel van het Eigenmiddelenbesluit dat voorziet in nieuwe EU-belastingen
én tegen een MFK 2028–2034 dat een verhoging van het totale EU-budget en/of een verhoging
van de Nederlandse afdracht inhoudt ten opzichte van het huidige MFK, aangezien zowel
het MFK als het Eigenmiddelenbesluit unanimiteit in de Raad vereisen?20 Kunt u daarbij bevestigen dat het Eigenmiddelenbesluit bovendien pas in werking treedt
nadat alle lidstaten het hebben goedgekeurd overeenkomstig hun eigen grondwettelijke
bepalingen en dat dit voor Nederland op grond van artikel 91 van de Grondwet parlementaire
goedkeuring door beide Kamers vereist, via een goedkeuringswet conform de Rijkswet
goedkeuring en bekendmaking verdragen? Zo nee, waarom niet? (Kamerstuk 22 112, nr. 3760) (Kamerstuk 35 711, nr. 3)
Antwoord 10
De positie uit de Kamerbrief van 22 mei jl. vormt de basis voor de Nederlandse inzet
bij de onderhandelingen. Voorafgaand aan de laatste besprekingen in de Europese Raad
en de uiteindelijke stemming in de Raad over het MFK en het EMB, zal het kabinet haar
positie bepalen op basis van het voorstel wat op dat moment voorligt.
Het huidige EMB heeft geen einddatum, het blijft van kracht totdat het wordt vervangen
door een nieuw besluit. In het huidige EMB is opgenomen dat het correctiemechanisme
op de Nederlandse bni-afdracht afloopt aan het einde van het huidige MFK, dat wil
zeggen in 2027. Daarom is het van belang dat er een nieuw EMB wordt overeengekomen
waarin een nieuw correctiemechanisme voor de Nederlandse bni-afdracht wordt opgenomen.
Een nieuw EMB treedt pas in werking na goedkeuring door alle lidstaten overeenkomstig
hun nationale grondwettelijke procedures. In Nederland betekent dit parlementaire
behandeling van een wet ter goedkeuring van het EMB. Het EMB zal wel met terugwerkende
kracht van toepassing zijn.
Vraag 11
Kunt u bevestigen dat het bestaande Eigenmiddelenbesluit de Commissie nu al de mogelijkheid
geeft om lidstaten te verzoeken om aanvullende, op het BNI gebaseerde bijdragen als
de opbrengst van de nieuwe EU-belastingen achterblijft bij de verwachtingen, zodat
Nederland via een omweg alsnog voor de rekening kan opdraaien? Wat is uw inzet om
dit vangnetmechanisme voor Nederland uit te sluiten?
Antwoord 11
De Unie kan niet meer geld uitgeven dan is afgesproken in het MFK. Er is geen sprake
van voorstellen waarbij de EU eigenstandig belasting heft, aangezien de EU daarvoor
geen bevoegdheid heeft. Met de introductie van eventuele nieuwe eigen middelen hoeven
de lidstaten, bij een gelijkblijvend uitgavenniveau, minder bni-afdrachten te betalen,
aangezien de bni-afdracht de sluitpost is van de EU-begroting. Nieuwe eigen middelen
zorgen daarmee niet voor extra uitgaven, maar zorgen voor een andere verdeling van
de financiering van de EU-begroting.
Vraag 12
Klopt het dat Nederland zich tijdens de Raad Algemene Zaken van 17 november 2025 al
heeft uitgesproken tegen gemeenschappelijke schuld voor het verstrekken van NRPP-leningen
aan lidstaten, en dat het kabinet in de Kamerbrief van 15 september 2025 al heeft
aangegeven geen voorstander te zijn van gemeenschappelijke leningen voor een nieuw
crisisinstrument?21
22 Bent u bereid deze lijn te verbreden en categorisch af te wijzen dat de EU nieuwe
schulden aangaat of nieuwe EU-gedekte leningen verstrekt – zoals het door de Commissie
voorgestelde «Catalyst Europe»-instrument – en dat Nederland daar in de Raad ook op
zal inzetten? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 12
Ja, de positie van het kabinet met betrekking tot de voorgestelde leeninstrumenten
in het volgende MFK is toegelicht in de update van de Nederlandse inzet van 22 mei
jl.23 en is sindsdien niet gewijzigd. Het kabinet is tegen de voorstellen van de Commissie
voor nieuwe leeninstrumenten voor het ophogen van de nationale enveloppes van het
NRPP (Catalyst Europe) en het crisismechanisme. Het kabinet staat onder voorwaarden wel constructief tegenover
het gebruik van reeds bestaande instrumenten voor gemeenschappelijke investeringen,
zoals dat plaatsvindt via de Europese Investeringsbank (EIB), macro-financiële bijstand
(MFA) en de Oekraïne-faciliteit waarbij landen alleen garant staan voor hun eigen
kapitaalaandeel (BNI-sleutel).
Vraag 13
Bent u bekend met het bericht dat Spanje bij de Eurogroep van 9 juli 2026 een voorstel
heeft gepresenteerd voor een «European Sovereign Facility», waarbij de EC tot wel
€ 850 miljard per jaar aan gemeenschappelijke schuld zou kunnen uitgeven namens de
lidstaten en dat dit voorstel – zoals verwacht – op weerstand stuit van met name Duitsland
en Nederland, de twee landen die zich het meest consistent hebben verzet tegen verdere
gemeenschappelijke schuld?24
25
26
Antwoord 13
Ja.
Vraag 14
Bent u bereid dit Spaanse voorstel en iedere vergelijkbare poging om een permanent
EU-mechanisme voor gemeenschappelijke schuld (een «Europees veilig actief») te creëren,
resoluut en publiekelijk af te wijzen en dit standpunt uit te dragen bij zowel de
onderhandelingen over het MFK 2028–2034 als bij de Eurogroep? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 14
Het kabinet wijst het door Spanje geopperde idee van een «European Sovereign Facility»
af. Zoals is benoemd in de update van de kabinetspositie over het volgende MFK27 vindt het kabinet, in lijn met het coalitieakkoord, dat lidstaten zelf primair verantwoordelijk
zijn voor hun begroting. Nederland staat daarom niet garant voor de nationale schulden
van andere landen (Eurobonds). Deze faciliteit zou gemeenschappelijke schuld uitgeven,
en daarmee leningen verstrekken aan lidstaten ter financiering van aflopende schulden
en nieuwe begrotingstekorten.
Vraag 15
Kunt u bevestigen dat er nog altijd geen besluit is genomen over de wijze waarop de
circa € 750 miljard aan gemeenschappelijke schuld uit het coronaherstelfonds NextGenerationEU
wordt terugbetaald en dat landen als Frankrijk en Griekenland pleiten voor het doorrollen
van deze schuld in plaats van aflossing, terwijl de Franse president Macron oproept
tot vervroegde terugbetaling «idioot» noemde? Deelt u de opvatting dat Nederland zich
niet door dergelijke uitspraken uit andere lidstaten moet laten weerhouden van een
strikt aflossingsschema? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 15
Het besluit over de precieze wijze van terugbetaling van de NGEU-leningen is onderdeel
van de nu lopende MFK-onderhandelingen. Een besluit daarover zal genomen worden bij
de afronding van die onderhandelingen. De Nederlandse inzet in de onderhandelingen
op dit punt blijft een terugbetaling die in lijn is met de Europese afspraken die
hierover bij aanvang van het NGEU-programma in 2020 zijn gemaakt en die onder meer
zijn vastgelegd in het eigenmiddelenbesluit (art. 5). Daarbij gaat het met name erom
dat het aflossingsschema waarborgt dat de verplichtingen gestaag en voorspelbaar verminderen
en dat alle verplichtingen als gevolg van de NGEU-leningen uiterlijk op 31 december
2058 volledig terugbetaald zijn. Het voorstel zoals dat in juli 2025 door de Europese
Commissie is gedaan voldoet aan deze afspraken.
Vraag 16
Bent u bereid om, ook voor wat betreft de resterende aflossing en rentebetaling van
de bestaande NextGenerationEU-schuld, aan te sturen op versnelde afbouw in plaats
van het doorschuiven van deze lasten binnen de MFK-plafonds tot 2058? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord 16
Het kabinet vindt het belangrijk dat gemaakte afspraken worden nagekomen, dat wil
zeggen dat gestaag en voorspelbaar en uiterlijk tot 2058 wordt terugbetaald. Het kabinet
ziet inhoudelijk geen reden om nu te pleiten voor snellere aflossing.
Vraag 17
Bent u bereid in de onderhandelingen in te zetten op een Nederland dat per saldo geen
netto-betaler meer is aan de EU-begroting, maar netto-ontvanger wordt? Zo nee, kunt
u toelichten waarom Nederland structureel meer aan de EU zou moeten blijven afdragen
dan het terugkrijgt?
Antwoord 17
Het kabinet zet in op beperking van de stijging van de afdrachten, zoals uiteengezet
in de Kamerbrief van 22 mei jl. De nettobetalingspositie van lidstaten hangt samen
met het relatieve welvaartsniveau. Daarom ligt het voor de hand dat Nederland, met
een relatief hoog welvaartsniveau, nettobetaler is.
Vraag 18
Hoe beoordeelt u het feit dat verschillende ingewijden in Brussel de onderhandelingen
willen afronden vóór de Franse presidentsverkiezingen van april 2027, uit vrees dat
een eurosceptische regering het akkoord zou kunnen blokkeren? Deelt u de opvatting
dat dit geen reden mag zijn voor Nederland om onder tijdsdruk in te stemmen met een
voor Nederland ongunstig akkoord?
Antwoord 18
Het kabinet is van mening dat een goede deal belangrijker is dan een snelle deal.
Vraag 19
Bent u bereid om een fundamenteel andere onderhandelingsinzet naar de Kamer te sturen
waarin wordt uitgegaan van een substantieel lagere EU-begroting, een substantieel
lagere Nederlandse afdracht, categorische afwijzing van alle nieuwe EU-belastingen,
en categorische afwijzing van nieuwe EU-schulden of EU-gedekte leningen – inclusief
het Spaanse voorstel voor een European Sovereign Facility? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 19
Het kabinet staat voor de inzet zoals deze met uw Kamer is gedeeld. Het kabinet zet
in op een gemoderniseerde EU-begroting, een verlaging van het Commissievoorstel, beperking
van de stijging van de afdrachten en het kabinet is tegen de voorgestelde met leningen
gefinancierde instrumenten Catalyst Europe en het crisismechanisme. Zoals afgesproken in het coalitieakkoord vindt het kabinet
dat lidstaten primair zelf verantwoordelijk zijn voor hun begroting. Nederland staat
daarom niet garant voor de nationale schulden van andere landen (Eurobonds). Nederland
staat onder voorwaarde wel constructief tegenover het gebruik van reeds bestaande
instrumenten voor gemeenschappelijke investeringen, zoals dat plaatsvindt via de Europese
Investeringsbank (EIB), macro-financiële bijstand (MFA) en de Oekraïne-faciliteit
waarbij landen alleen garant staan voor hun eigen kapitaalaandeel (BNI-sleutel). Het
kabinet wijst het door Spanje geopperde idee van een European Sovereign Facility dan ook af. Dit voorstel ligt niet formeel op tafel in de MFK-onderhandelingen.
Vraag 20
Kunt u deze vragen afzonderlijk beantwoorden?
Antwoord 20
Ja.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
E. Heinen, minister van Financiën -
Mede ondertekenaar
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken