Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Schilder over het bericht 'Privacy terreurverdachte Muhammed K. (19) volgens rechter ontzettend belangrijk: ’Telefoon maximaal twaalf keer per jaar gecontroleerd’'
Vragen van het lid Schilder (Groep Markuszower) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over het bericht «Privacy terreurverdachte Muhammed K. (19) volgens rechter ontzettend belangrijk: «Telefoon maximaal twaalf keer per jaar gecontroleerd»» (ingezonden 3 augustus 2026).
Antwoord van Minister Van Weel (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 8 september 2026).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 2743.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Privacy terreurverdachte Muhammed K. (19) volgens rechter
ontzettend belangrijk: «Telefoon maximaal twaalf keer per jaar gecontroleerd»»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2 en 3
Wat is, los van de beleidstechnische inhoud, uw persoonlijke reactie op dit bericht?
Zakt bij u ook de moed in de schoenen over de prioriteiten en capaciteiten van de
overheid (en haar aanhangende organisaties) bij het lezen van dergelijke berichten?
Deelt u de mening dat in deze casus, en helaas veel vaker, de overheid tekortschiet
in het beschermen van haar burgers en dat dit tekortkomen bij dit soort incidenten
pijnlijk aan het licht komt? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 2 en 3
Ik begrijp goed dat deze berichtgeving gevoelens van onbegrip kan oproepen. Dat iemand
die eerder is veroordeeld voor een terroristisch misdrijf opnieuw is aangehouden op
verdenking van betrokkenheid bij een terroristisch misdrijf, is buitengewoon ernstig
en zorgelijk.
De recente aanhoudingen onderstrepen de bevindingen in het meest recente Dreigingsbeeld
Terrorisme Nederland dat de jihadistische dreiging de belangrijkste en meest bepalende
factor voor de terroristische dreiging is in Nederland. Alleen door een onverminderde
inzet op zowel lokaal als nationaal niveau kunnen we de veiligheid blijven waarborgen.
De politie en de inlichtingendiensten continueren hun inzet om potentiële dreigingen
direct te verstoren, met als recent voorbeeld meerdere aanhoudingen van terrorismeverdachten
de afgelopen maanden.
Tegelijkertijd kan geen enkele aanpak het risico op terroristisch geweld of recidive
volledig uitsluiten. Dat mag echter nooit een reden zijn om daarin te berusten. Nieuwe
signalen moeten steeds opnieuw worden beoordeeld en waar blijkt dat de aanpak, het
toezicht of de samenwerking kan worden versterkt, moeten daar concrete lessen en maatregelen
uit volgen.
Vraag 4
Hoeveel terroristen (in wording) staan momenteel onder toezicht van de reclassering
met een dergelijke beperking in het toezicht zoals bij Muhammed K.?
Antwoord 4
Reclassering Nederland draagt met een landelijk team van gespecialiseerde reclasseringsprofessionals,
het zogeheten TER-team, bij aan het verkleinen van de dreiging die uitgaat van volwassen
verdachten of veroordeelden van strafbare feiten die zij pleegden vanuit extremistische,
terroristische en/of geradicaliseerde overtuigingen.
Het TER-team houdt momenteel toezicht op in totaal 26 volwassen personen aan wie de
voorwaarde «meewerken aan controle gegevensdragers» is opgelegd. Hieronder vallen
ook personen met links- en rechts-extremistische overtuigingen en personen die zich
soeverein hebben verklaard.
Bij de Raad voor de Kinderbescherming staan 30 jeugd-CTER zaken geregistreerd. Er
zit geen specifiek kenmerk op bijzondere voorwaarden in de registratie van Toezicht
en Begeleidingszaken binnen Gecertificeerde Instellingen (GI’s) vanuit de jeugdreclassering.
Vraag 5
Deelt u de mening mening dat dergelijke deradicaliseringstrajecten juist door deze
terroristen misbruikt kunnen worden om hun dossier te verschonen door goed gedrag
te vertonen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
Het is niet uit te sluiten dat iemand bij een begeleidingstraject sociaal wenselijk
gedrag vertoont of probeert de betrokken professionals te misleiden. Sociaal wenselijk
of strategisch gedrag in dit werkveld is een bekend en onderkend fenomeen, hierin
zijn de professionals die dergelijke trajecten uitvoeren dan ook getraind De beoordeling
wordt daarom niet uitsluitend gebaseerd op wat een betrokkene tijdens gesprekken verklaart
of op gedurende korte tijd vertoond positief gedrag, er wordt ook gekeken naar objectieve
informatie en gebruikgemaakt van objectieve criteria. De ontwikkeling wordt over een
lange periode bezien, waarbij verschillende waarnemingen, informatiebronnen en professionele
inzichten worden betrokken. Daarbij kan onder meer worden gekeken naar de naleving
van opgelegde voorwaarden, concrete gedragsveranderingen, relevante contacten, risico-
en beschermende factoren en eventuele nieuwe signalen.
Daarbij is van belang dat onderscheid wordt gemaakt tussen deradicalisering en disengagement.
Deradicalisering is gericht op het afstand nemen van extremistisch gedachtegoed en
een verandering in waarden, attitudes en opvattingen, terwijl disengagement ziet op
het beëindigen van extremistisch of terroristisch gedrag en het verbreken van banden
met extremistische personen of netwerken. Een verandering van overtuigingen is niet
altijd volledig vast te stellen en is ook niet in alle gevallen (direct) haalbaar.
Daarom wordt in de praktijk tevens ingezet op concrete en duurzame gedragsverandering
en op het verminderen van het risico op (extremistisch) geweld.
Een deradicaliserings- of disengagementstraject is bovendien geen op zichzelf staande
garantie en komt niet in de plaats van strafrechtelijk optreden, reclasseringstoezicht
of de inzet van politie en veiligheidsdiensten wanneer daar aanleiding voor bestaat.
Volledige zekerheid over iemands overtuigingen en toekomstig gedrag kan niet worden
gegeven. Nieuwe of afwijkende signalen kunnen daarom aanleiding geven om het risicobeeld
opnieuw te beoordelen en de inzet waar nodig aan te passen of te intensiveren.
Vraag 6
Deelt u de mening dat toezicht op mobiele apparaten totaal nutteloos is indien dit
slechts één keer per maand plaatsvindt en de betreffende terrorist ook nog vrijuit
andere toestellen kan gebruiken en chats/gegevens kan wissen voorafgaand aan de controle?
Zo ja, welke maatregelen gaat u nemen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 6
De rechtbank bepaalt welke voorwaarden of vorm(en) van controle nodig zijn en in sommige
gevallen ook hoe vaak. De partij die belast is met het uitvoeren van controles, bepaalt
wanneer deze worden uitgevoerd. Deze controles kunnen onaangekondigd worden uitgevoerd.
Dit vergroot de kans dat iemand zich structureel zal conformeren aan een opgelegde
voorwaarde. Tegelijkertijd ben ik, zoals in mijn brief van 22 mei 20262 vermeld, met de reclassering in gesprek over de mogelijkheden om een vergelijkbare
methodiek te ontwikkelen voor controle inzake online terrorisme en (gewelddadig) extremisme
delicten, zoals de reclassering die heeft ontwikkeld om te controleren of een justitiabele
zich houdt aan de bijzondere voorwaarde «vermijden digitale omgevingen seksueel kindermisbruik».
Daarnaast is het de taak van reclasseringswerkers om cliënten te motiveren om zich
uit eigen beweging te houden aan opgelegde voorwaarden. Daarbij zijn de voorwaarden
onderdeel van het kader om het gesprek aan te gaan over gedragsverandering. De reclassering
zet zich immers in voor duurzame gedragsverandering en niet enkel het naleven van
een tijdelijke voorwaarde.
Vraag 7
Bent u van mening dat rechters bij hun aanstelling voldoende zijn toegerust om dit
soort terrorismezaken met voldoende oog voor de bescherming van de samenleving te
beoordelen? Zo ja, waar baseert u dat op? Zo nee, waar schiet het huidige kader tekort?
Antwoord 7
Rechters doorlopen een strenge selectie en een langdurig en intensief inwerktraject
voordat zij zelfstandig als rechter aan het werk gaan. Een rechter in opleiding wordt
opgeleid in verschillende rechtsgebieden met een daarbij passend cursusaanbod. Rechters
in opleiding worden opgeleid en begeleid door ervaren collega’s. Ook na deze opleiding
zijn rechters verplicht trainingen en cursussen te volgen. Door permanente educatie
worden kennis en vaardigheden actueel gehouden en verder uitgebreid. SSR, het opleidingsinstituut
van de Rechtspraak en het Openbaar Ministerie, biedt cursussen aan op het gebied van
terrorisme en terrorismebestrijding zodat rechters goed in staat zijn om zaken op
dit gebied aan te pakken en te beoordelen. Binnen het cursusaanbod is ook aandacht
voor de verschillende fasen van het terrorismeonderzoek.
Vraag 8
Wij zijn ons ervan bewust dat u geen harde kritiek op de Rechtspraak wilt leveren,
maar kunt u zich ook niet aan de indruk onttrekken dat er in deze casus, en wellicht
vaker, sprake is van flinke naïviteit bij de Rechtspraak? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 8
De rechter kijkt bij de behandeling van iedere zaak naar alle relevante feiten en
omstandigheden van de zaak. Bij het opleggen van bijzondere voorwaarden bij een (deels)
voorwaardelijke straf weegt de rechter steeds zorgvuldig of die voorwaarden noodzakelijk,
geschikt en proportioneel zijn. Als een voorwaarde een inbreuk maakt op grondrechten
– zoals de privacy – is het aan de rechter om de proportionaliteit te bewaken. Een
begrenzing, zoals een maximumaantal controles, kan daarbij dienen om de inbreuk niet
verder te laten gaan dan nodig is. Het past mij als bewindspersoon niet om te oordelen
over overwegingen en afwegingen die door rechters worden gemaakt in rechterlijke uitspraken.
Ondertekenaars
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid