Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Lammers over de opname van aangiftes van slachtoffers die zich hebben verdedigd na een geweldsincident
Vragen van het lid Lammers (Groep Markuszower) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over de opname van aangiftes van slachtoffers die zich hebben verdedigd na een geweldsincident. (ingezonden 6 augustus 2026).
Antwoord van Minister Van Weel (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 8 september 2026).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 2796.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Lizzy (21) uit het niets zwaar mishandeld door getinte
spierbundel: «Hij stormde op me af en begon me in mijn gezicht te slaan»»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Hoe vaak is sinds 1 januari 2026 geweigerd dan wel afgeraden een aangifte van een
geweldsslachtoffer op te nemen omdat de politie meende dat sprake was van een conflict
tussen beide partijen, wederzijds geweld of noodweer/zelfverdediging? Wordt dit geregistreerd?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 2
Wanneer er vermoedens zijn van een strafbaar feit, wordt er altijd aangeraden en aangemoedigd
om hiervan aangifte te doen bij de politie.
De politie is verantwoordelijk voor toegankelijke en zorgvuldige dienstverlening aan
iedere burger. Aangiften worden, ongeacht de ernst van het misdrijf, opgenomen wanneer
zij aan de wettelijke vereisten voldoen. Dit wordt niet geregistreerd, omdat de politie
geen gegevens vastlegt over aangiftes die niet zijn opgenomen.
Vraag 3
Kunt u aangeven op grond van welke wettelijke bepalingen, beleidsregels of werkinstructies
de politie kan besluiten een aangifte van een geweldsincident niet op te nemen? Op
basis van welke criteria beoordeelt de politie of een aangifte wel of niet wordt opgenomen?
Antwoord 3
Eenieder die kennis draagt van een strafbaar feit mag hiervan aangifte doen. Aangiften
worden, ongeacht de ernst van het misdrijf, opgenomen wanneer zij aan de wettelijke
vereisten voldoen. Bij de verdere opvolging en prioritering van zaken weegt de politie
onder meer de ernst van het misdrijf, de situatie van het slachtoffer en het belang
van eventueel opsporingsonderzoek mee.
Het maken van keuzes in de opsporing behoort standaard tot het werk van het Openbaar
Ministerie en de politie en vindt plaats onder gezag van het Openbaar Ministerie.
Vraag 4
Deelt u de opvatting dat slachtoffers die zich hebben verdedigd, niet ontmoedigd mogen
worden om aangifte te doen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 4
Slachtoffers hebben altijd recht om aangifte te doen. De politie moedigt het juist
aan om aangifte te doen wanneer er sprake is, of vermoedens zijn van een strafbaar
feit. Er zijn verschillende manieren voor slachtoffers om aangifte te doen.
Zo ontwikkelt de politie haar dienstverlening steeds meer in een omnichannel-vorm,
ook voor het doen van aangifte. Dat houdt in dat burgers, afhankelijk van de aard
van hun melding, via de juiste route worden geholpen, zodat het contact aansluit bij
hun situatie en behoefte. Voor het doen van aangifte zijn politie.nl en 0900-8844
in principe de primaire ingangen. Via deze kanalen kan voor een aantal strafbare feiten
direct aangifte worden gedaan. In andere gevallen adviseert en verwijst de politie
bijvoorbeeld om telefonisch aangifte te doen of een afspraak te maken voor een aangifte
op het bureau.
Vraag 5
Op welke wijze wordt de politie geïnstrueerd om onderscheid te maken tussen een aanvaller
en iemand die uit noodweer of zelfverdediging heeft gehandeld?
Antwoord 5
De opleiding BOA Intake en Service van de Politieacademie leidt de deelnemers op als
eerste aanspreekpunt voor burgers aan de telefoon of aan de balie. Wat betreft de
opname van aangiftes wordt van de politiemedewerkers verwacht dat zij de richtlijnen
volgen, maar hier ook beargumenteerd van kunnen afwijken als de situatie daarom vraagt.
De politiemedewerkers worden getraind om bij het opnemen van aangiftes gesprekstechnieken
toe te passen en de hulpvraag en de situatie te verduidelijken, zodat de feitelijke
gegevens zo goed mogelijk op papier komen. Het is aan het OM om op basis van alle
verklaringen in het proces-verbaal te beoordelen of er sprake is van noodweer of zelfverdediging.
Vraag 6 en 7
Acht u het wenselijk dat de politie slachtoffers actief informeert over de mogelijkheid
om aangifte te doen, ook wanneer zij zich tijdens het incident hebben verdedigd? Zo
nee, waarom niet?
Deelt u de mening dat slachtoffers nooit de indruk mogen krijgen dat zij geen aangifte
kunnen doen omdat zij zich tegen een aanval hebben verdedigd? Welke maatregelen neemt
u om dit te waarborgen?
Antwoord 6 en 7
Zie het antwoord op vraag 4.
Vraag 8
Bent u bereid de werkinstructies voor de politie aan te scherpen, zodat slachtoffers
van geweld niet worden ontmoedigd aangifte te doen en aangiften in beginsel altijd
worden opgenomen?
Antwoord 8
De politie heeft voldoende handvatten om aangiftes goed en professioneel op te pakken.
Er zijn mij geen signalen bekend die vragen om aanscherping van de werkinstructies
van de politie.
Vraag 9
Kunt u deze vragen afzonderlijk en zo spoedig mogelijk, in ieder geval vóór 9 september
2026 beantwoorden?
Antwoord 9
Ja.
Ondertekenaars
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid