Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Maeijer over het bericht ‘Tandartsen slaan alarm: 'We stevenen af op een mondzorginfarct'
Vragen van het lid Maeijer (PVV) aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het bericht «Tandartsen slaan alarm: «We stevenen af op een mondzorginfarct»» (ingezonden 28 juli 2026).
Antwoord van Minister Sterk (Langdurige Zorg, Jeugd en Sport) (ontvangen 8 september
2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Tandartsen slaan alarm: «We stevenen af op een mondzorginfarct»»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Deelt u met de beroepsorganisatie van tandartsen, orthodontisten en kaakchirurgen
(KNMT) de vrees voor een naderend mondzorginfarct? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 2
Het Ministerie van VWS spreekt niet van een naderend mondzorginfarct. De beschikbaarheid
van voldoende mondzorgprofessionals vraagt blijvend aandacht. Uit onderzoek van het
Capaciteitsorgaan blijkt dat er over het geheel een tekort wordt ervaren door de beroepsgroep,
maar dat er sprake is van regionale verschillen. De vacaturegraad loopt uiteen van
5% in Noord-Holland tot 22% in Friesland. Het totaal aantal gepubliceerde online vacatures
is toegenomen, maar het aantal langdurig openstaande vacatures neemt iets af. De parameter
onvervulde vraag is ingeschat op 2,5%, dat is 1 procentpunt hoger vergeleken met de
raming in 2022. Het Capaciteitsorgaan heeft deze ontwikkelingen ook meegenomen in
het advies voor de benodigde instroom in de opleiding Tandheelkunde die op 19 december
2025 is uitgebracht. De geadviseerde instroom van het Capaciteitsorgaan is gebaseerd
op de verwachte tekorten op de lange termijn, om in 2043 evenwicht te bereiken tussen
de vraag naar en aanbod van tandartsen. Op dit moment wordt het advies van het Capaciteitsorgaan
over de benodigde opleidingscapaciteit door de Ministeries van VWS en OCW bestudeerd.
We verwachten u daar uiterlijk voor het einde van dit jaar over te informeren.
De KNMT heeft n.a.v. de berichtgeving in het AD ook kenbaar gemaakt aan het Ministerie
van VWS bereid te zijn om mee te denken in mogelijke oplossingen voor knelpunten in
het mondzorglandschap.
Vraag 3
Deelt u de observatie van de voorzitter van het KNMT dat er al vijftien jaar te weinig
opgeleid is en dat met diverse rapporten niets is gedaan? Zo nee, waarom niet? Zo
ja, kunt u uitleggen wat de oorzaak is van deze nalatigheid?
Antwoord 3
De bekostiging van de opleiding Tandheelkunde loopt via de begroting van het Ministerie
van OCW. De afgelopen jaren is het financieel niet mogelijk gebleken om de adviezen
voor wat betreft de opleiding Tandheelkunde volledig over te nemen. Zo is na het eerdere
voornemen van het kabinet Rutte IV – om een deel van de uitbreiding te bekostigen
door het verkorten van de opleidingsduur van zes naar vijf jaar – besloten om de bestaande
opleidingsduur van 6 jaar te handhaven. Mede gezien de sterke weerstand vanuit de
betrokken instellingen. Dit betekende concreet dat het aantal opleidingsplaatsen werd
verhoogd met 31 in plaats van 86. Daarmee komt het totale aantal opleidingsplaatsen
vanaf studiejaar 2026–2027 op 290. Voor de volledige reactie verwijs ik u naar de
Kamerbrief van 17 maart 20252. In de meest recente raming adviseert het Capaciteitsorgaan 386 opleidingsplaatsen
(+96). Op dit moment wordt het advies van het Capaciteitsorgaan nog bestudeerd. We
verwachten u daar uiterlijk voor het einde van dit jaar over te informeren.
Vraag 4
Vindt u het ook onwenselijk dat inmiddels 25 procent van de hier werkzame tandartsen
afkomstig is uit het buitenland? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 4
Nee, dat vind ik niet onwenselijk. Het kabinet vindt het belangrijk dat voldoende
tandartsen beschikbaar zijn om goede en toegankelijke mondzorg te kunnen bieden. Buitenlands
gediplomeerde tandartsen die bekwaam en bevoegd zijn leveren hieraan een belangrijke
bijdrage. Buitenlands gediplomeerde tandartsen moeten een erkennings- en toelatingsprocedure
op grond van de Wet BIG doorlopen bij het CIBG. Alleen als opleidingseisen, (werk)ervaring
en taalvaardigheid voldoen aan de gestelde eisen, kunnen zij als tandarts aan de slag
in de Nederlandse (mond)zorg. Hiermee worden de kwaliteit en patiëntveiligheid van
de individuele beroepsbeoefenaar geborgd.
Buitenlands gediplomeerde tandartsen vormen naar verhouding een steeds groter aandeel
van het totaal aantal tandartsen met een actieve BIG-registratie. Uit cijfers van
het CIBG3 blijkt dat zowel het aantal Nederlandse tandartsen toeneemt als het aantal buitenlands
gediplomeerde tandartsen. De laatste groep stijgt echter verhoudingsgewijs meer waardoor
het aandeel buitenlands gediplomeerde tandartsen groter wordt. Tegelijkertijd is diversiteit
onder zorgverleners essentieel voor het bieden van de best mogelijke zorg aan alle
patiënten in een diverse samenleving.4
Vraag 5
Bent u bereid het advies van zowel het KNMT als het Capaciteitsorgaan te volgen en
het aantal opleidingsplekken voor 2027 en verder met minimaal 100 te verhogen? Zo
nee, waarom niet?
Antwoord 5
Op dit moment wordt het advies voor tandheelkunde door mij en het Ministerie van OCW
bestudeerd en wordt bezien of en in hoeverre het mogelijk is om deze adviezen over
te nemen, mede in het licht van de additionele middelen die hiervoor nodig zijn, namelijk
27,1 mln structureel. Het Capaciteitsorgaan adviseert de instroom in de opleiding
Tandheelkunde te verhogen (+96) naar 386 opleidingsplaatsen. Conform de toezegging
aan de Tweede Kamer streven de Minister van OCW en ik er naar om uiterlijk voor het
einde van dit jaar duidelijkheid te geven of en hoe we opvolging kunnen geven aan
de ramingen voor deze opleidingen.
Vraag 6
Deelt u de observatie van de voorzitter van het KNMT dat nieuwe zzp-regelgeving het
pensioengerechtigde tandartsen moeilijker maakt langer door te werken? Zo nee, waarom
niet? Zo ja, wat gaat u ondernemen om langer doorwerken wél aantrekkelijk te maken?
Antwoord 6
Nee, ik deel deze observatie niet. Het werken als en met zzp’ers is en blijft mogelijk,
ook in de zorg, zolang de arbeidsrelatie met de zzp’ers niet kwalificeert als arbeidsovereenkomst
op grond van artikel 7:610 van het Burgerlijk Wetboek. Of sprake is van een arbeidsovereenkomst,
hangt af van de omstandigheden van het geval. Deze wetgeving is niet gewijzigd.
Senior-tandartsen die hun werkzaamheden voortzetten na het bereiken van de AOW-gerechtigde
leeftijd zijn van hoge toegevoegde waarde om de effecten van het tandartsentekort
te verminderen. Hun expertise en vakkennis zijn belangrijk voor de continuïteit van
zorg, vooral in praktijken waar het lastig is om nieuwe medewerkers aan te trekken.
Daarnaast kunnen jongere generaties tandheelkundigen vaak veel van deze senioren leren.
Om meer zicht te krijgen op de mogelijkheden om zzp’ers in te huren in de zorg, kan
de infographic over het inhuren van zzp in zorg en welzijn5 worden geraadpleegd. Met deze tool krijgen werknemers en werkgevers meer inzicht
in hun rechtspositie. Ook op www.hetjuistecontract.nl is meer toelichting te vinden hierover. Tegelijkertijd werkt het kabinet aan een
nieuwe wet: de Zelfstandigenwet. De inbreng vanuit de diverse branches is besproken
tijdens een stakeholdersessie met de zorg op 1 juli jl., en wordt meegenomen in de
verdere uitwerking van deze wet. Het streven is deze wet per 1 januari 2028 in werking
te laten treden.
Ondertekenaars
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport