Schriftelijke vragen : De aanhoudende blokkade van humanitaire hulpverlening in Gaza
Vragen van de leden Van der Werf en Bamenga (beiden D66) aan de Ministers van Buitenlandse Zaken en van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking over de aanhoudende blokkade van humanitaire hulpverlening in Gaza (ingezonden 8 september 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht van het Rode Kruis «Rode Kruis luidt noodklok: steeds minder hulpgoederen bereiken Gaza»1 en de waarschuwing dat hierdoor een steeds grotere medische crisis ontstaat?
Vraag 2
Hoe beoordeelt u de cijfers waaruit blijkt dat in augustus slechts 93 pallets hulpgoederen
de Palestijnse Rode Halve Maan bereikten, tegenover ruim 1.500 pallets in november
vorig jaar, terwijl de afgesproken capaciteit van 600 vrachtwagens per dag structureel
niet wordt gehaald?
Vraag 3
Deelt u de zorgen van de VN dat er onvoldoende onderdak en noodzakelijke materialen
beschikbaar zijn om de komende winter het hoofd te bieden2? Welke concrete stappen zet Nederland om ervoor te zorgen dat broodnodige humanitaire
hulp Gaza wél tijdig bereikt?
Vraag 4
Deelt u de constatering dat de sterk afgenomen humanitaire hulp, de groeiende medische crisis en de naderende winter aanleiding geven om de druk op Israël
om humanitaire hulp Gaza binnen te laten aanzienlijk verder op te voeren? Welke aanvullende
druk gaat het kabinet concreet uitoefenen?
Vraag 5
Is het kabinet, gezien de gezamenlijke verklaring3 die Nederland op 8 juni 2026 samen met 21 andere landen en de Europese Commissie
aflegde dat humanitaire toegang tot Gaza «non-negotiable» is, van oordeel dat de oproepen aan Israël om humanitaire hulp toe te laten effect hebben gehad? Waaruit blijkt
dat? Zo nee, welke conclusies trekt het kabinet daaruit voor de wijze waarop het de
druk op Israël de komende periode zal opvoeren?
Vraag 6
Voldoet Israël, gelet op de hiervoor genoemde beperkingen op de toegang van humanitaire
hulp tot Gaza, naar het oordeel van het kabinet aan de verplichtingen die voortvloeien
uit Artikel 2 van het EU-Israël Associatieakkoord? Zo ja, waarop baseert het kabinet
dit oordeel?
Vraag 7
Is het kabinet bereid, eventueel samen met de andere ondertekenaars van de gezamenlijke
verklaring van 8 juni, publiekelijk op te roepen tot snelle opschorting van het handelshoofdstuk van het EU-Israël Associatieakkoord? Zo nee, waarom
niet?
Vraag 8
Bent u bereid binnen de EU te pleiten voor verdere concrete maatregelen tegen Israël
zolang de verwoesting, verdrijving en het blokkeren van hulp in Gaza voortduren?
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
Hanneke van der Werf, Tweede Kamerlid -
Mede ondertekenaar
Mpanzu Bamenga, Tweede Kamerlid