Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Abdi en Bromet over de boerenprotesten op de snelwegen
Vragen van de leden Abdi en Bromet (beiden PRO) aan de Minister-President en de Ministers van Justitie en Veiligheid, van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Infrastructuur en Waterstaat over de boerenprotesten op de snelwegen (ingezonden 17 augustus 2026).
Antwoord van Minister Van Weel (Justitie en Veiligheid), mede namens de Minister-President,
Jetten, de Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Infrastructuur
en Waterstaat (ontvangen 8 september 2026).
Vraag 1
Was u op de hoogte van het voornemen van boerenorganisaties LTO en Farmers Defence
Force (FDF) om op vrijdag 14 augustus jl. te demonstreren op meerdere snelwegen en
is er sprake geweest van een formeel kennisgeving richting de lokale driehoeken?
Antwoord 1
Mij was bekend dat enkele boerenorganisaties vrijdag 14 augustus jl. zouden protesteren
bij de extra vergadering van de Staten van de provincie Noord-Brabant. De gemeente
’s-Hertogenbosch is van de demonstratie in kennis gesteld.
Vraag 2
Waarom is ervoor gekozen om deze demonstraties niet te verplaatsen, een alternatief
locatie aan te bieden en/of te verbieden, gelet op het feit dat er duidelijke gronden
zijn in de wet openbare manifestaties om in te kunnen grijpen bij een demonstratie
in het belang van het verkeer en/of voor de bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden?
Antwoord 2
De besluitvorming over het verbieden dan wel verplaatsen van demonstraties geschiedt
krachtens de Wet openbare manifestaties door de burgemeester, doorgaans na overleg
in de lokale driehoek. De gronden voor het verbieden dan wel ontbinden van een demonstratie
zijn gelegen in art.2 van de Wom; ter bescherming van de gezondheid, in het belang
van het verkeer en ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden. Het kabinet
treedt niet in de afwegingen die het lokale gezag moet maken. De burgemeester legt
hierover verantwoording af aan de gemeenteraad.
Vraag 3
Wat waren de instructies voor de politie op het moment dat de demonstranten met trekkers
gingen protesteren op meerdere snelwegen en er risico’s waren voor andere burgers
op de weg?
Antwoord 3
Voorafgaand aan de demonstratie heeft overleg plaatsgevonden tussen het lokaal gezag
(burgemeester en officier van justitie) en de politie in ‘s-Hertogenbosch. Het beleidsuitgangspunt
van de lokale driehoek ’s-Hertogenbosch was duidelijk: indien men in het kader van
de demonstratie met een tractor de snelweg op rijdt of de weg blokkeert, en dit evident
gevaar oplevert, kan strafrechtelijk worden opgetreden. Afgesproken werd het met de
tractor rijden op een snelweg in principe niet te tolereren. Vanzelfsprekend is de
beslissing om tot handhaving over te gaan aan de lokale driehoek.
Vraag 4
Zijn er instructies en/of afspraken gemaakt tussen de lokale driehoeken en Rijkswaterstaat
over het bovensignaleren van de wegen en/of afsluiten van de wegen? Zo niet, kunt
u uiteenzetten waarom dit is niet is gebeurd?
Antwoord 4
Op 12 augustus jl. is er contact geweest tussen de eenheid Landelijke Expertise en
Operaties (LX) van de politie en Rijkswaterstaat, zowel op directieniveau als op operationeel
niveau. Op verzoek van de politie heeft Rijkswaterstaat de potentiële impact op het
wegverkeer in beeld gebracht en toegelicht wat het handelingskader van Rijkswaterstaat
is bij verstoringen van de doorstroming of van de veiligheid op het hoofdwegennet.
Voor het beheer van het hoofdwegennet zijn er vaststaande communicatiestructuren en
opschalingsprocedures. De politie staat in verbinding met Verkeerscentrum Nederland
(VCNL) van Rijkswaterstaat.
Rijkswaterstaat heeft inmiddels aangifte gedaan van de gepleegde overtreding waarop
de vragen betrekking hebben, zoals het rijden met een tractor op de autosnelweg (in
strijd met artikel 42 lid 1 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990). Rijkswaterstaat
doet altijd aangifte als een snelweg moedwillig wordt geblokkeerd.
Vraag 5
Op basis van welke jurisprudentie en informatie zijn de lokale driehoeken tot de afweging
gekomen dat het is toegestaan om op de snelwegen te demonstreren en zij niet zullen
handhaven hierop, gelet op het feit dat dit verboden is volgens de wet? Graag een
gedetailleerd overzicht.
Antwoord 5
De vraag veronderstelt dat de afweging was dat demonstreren op snelwegen is toegestaan
en dat op juridische gronden is afgezien van handhaven. Dat is onjuist. Zie daarvoor
het antwoord op vraag 3. De snelweg is vanwege verkeersveiligheid en doorstroming
geen plek om te demonstreren. Het rijden met een tractor of trekker op de snelweg
is in Nederland verboden.
Vraag 6
Welke voorbereidingen worden er getroffen om te voorkomen dat deze protesten nog verder
escaleren en leiden tot nog meer (dodelijke) verkeersongelukken en/of ernstige wanordelijkheden?
Graag een gedetailleerd overzicht.
Antwoord 6
De oorzaak van het noodlottige ongeval op de A59 is onderwerp van een lopend strafrechtelijk
onderzoek. De politie en OM in Brabant-Oost hebben aangegeven de gebeurtenissen te
evalueren.
Daarnaast heb ik de afgelopen weken overleg gehad met de (plv.) korpschef, het College
van procureurs-generaal van het OM en de regioburgemeesters, ook in het Landelijk
Overleg Veiligheid en Politie. Uit die overleggen is een helder statement gekomen,
dat 25 augustus jl. op rijksoverheid.nl is gepubliceerd:
«Het blokkeren van een snelweg of het spoor of het veroorzaken van een file is gevaarlijk.
Ook moeten hulpdiensten er altijd door kunnen. Het OM heeft op 19 augustus nogmaals
bevestigd dat het demonstratierecht in beginsel niet in de weg staat aan strafrechtelijke
vervolging. Gevaarzetting op een snelweg of het spoor is strafbaar, strafrechtelijk
handhaven is dan ook aangewezen. Er wordt in beginsel strafrechtelijk opgetreden tegen
gevaarzettend gedrag, zoals langzame verplaatsingen of het blokkeren van snelwegen
of het spoor».
Bij de bezetting van de A12 door klimaatactivisten 29 augustus jl. is door de lokale
driehoek van Den Haag ook overeenkomstig die lijn gehandeld.
Vraag 7
Welke strafrechtelijke stappen worden er ondernomen richting eigenaren van tractoren
die bewust hun kenteken hebben afgeschermd gelet op het feit dat dit verboden is volgens
de wet?
Antwoord 7
De kentekenplicht voor motorvoertuigen volgt uit artikel 36 van de Wegenverkeerswet.
Daarnaast verbiedt artikel 41 lid 1 van de Wegenverkeerswet onder meer het verhinderen
van de herkenning van kentekens, bijvoorbeeld door die af te plakken. Als kentekens
worden afgeschermd, dan zal strafrechtelijke handhaving in beginsel aangewezen zijn.
Dit uitgangspunt geldt ook voor landbouwvoertuigen die sinds 1 januari 2022 een kentekenplicht
kennen. Dit feit is ook opgenomen in de OM-uitgangspunten ten aanzien de strafrechtelijke
handhaving van landbouwvoertuigen op de snelwegen bij demonstraties. De vraag of (en
zo ja welke) stappen concreet genomen worden, hangt telkens af van de omstandigheden
van het geval. Bij het rijden met landbouwvoertuigen op de snelwegen is gezien de
gevaarzetting strafrechtelijk handhaving in beginsel aangewezen. Dat geldt ook voor
het afplakken van kentekens. Dat is alleen anders als de demonstratie in de vorm van
het rijden op de snelweg met landbouwvoertuigen is aangemeld bij de burgemeester en
deze het niet heeft verboden.
Vraag 8
Bent u nog in gesprek met organisaties die de stikstofplannen vergelijken met de jodenvervolging?1
Antwoord 8
De vergelijking die tijdens de demonstratie van 14 augustus jl. is gemaakt door een
der voormannen van een boerenorganisatie is totaal ongepast. Een analogie met de holocaust
trekken voert vele malen te ver. De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid
en Natuur is thans niet in gesprek met de organisatie wier voorman de aangehaalde
uitspraak heeft gedaan.
Vraag 9
Wat vindt u van het feit dat er stickers van davidsterren met het patroon van een
rode boerenzakdoek en de letter B uitgedeeld zijn tijdens de protesten?2
Antwoord 9
De uiting van een davidster met een B erop is een evidente en ongekende schoffering
aan het adres van de nabestaanden en slachtoffers van de Jodenvervolging en Holocaust
gedurende de Tweede Wereldoorlog. Zoals de Minister-President op 14 augustus jl. heeft
gezegd betreft dit een walgelijke en bijzonder ongepaste actie.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid -
Mede namens
R.A.A. Jetten, minister-president -
Mede namens
V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat -
Mede namens
P.E. Heerma, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties