Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Coenradie over ‘de ongeregeldheden op diverse plekken in Nederland na de wedstrijd Canada- Marokko’
Vragen van het lid Coenradie(JA21) aan de Minister van Justitie en Veiligheid naar aanleiding van «de ongeregeldheden op diverse plekken in Nederland na de wedstrijd Canada-Marokko» (ingezonden 6 juli 2026).
Antwoord van Minister Van Weel (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 7 september 2026).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 2609.
Vraag 1
Hoeveel personen zijn landelijk aangehouden, hoeveel politiecapaciteit is ingezet
en hoeveel politiemensen of andere hulpverleners zijn tijdens deze ongeregeldheden
slachtoffer geworden van geweld?
Antwoord 1
Voor zover bekend zijn er in totaal meer dan 40 personen aangehouden in Den Haag,
in Rotterdam, in Amsterdam en in Tilburg. De politie heeft veel inzet gepleegd en
was zichtbaar en preventief aanwezig, op sommige plekken zijn er extra politiemensen
ingezet. Op een aantal plekken zijn er politiemensen bekogeld met attributen en vuurwerk.
Vraag 2 t/m 5
Klopt het dat verschillende gemeenten vooraf rekening hielden met mogelijke rellen
en extra veiligheidsmaatregelen hebben voorbereid? Zo ja, waarom zijn desondanks op
diverse plaatsen ernstige ordeverstoringen ontstaan?
Waarom is in risicogemeenten niet gekozen voor het instellen van noodverordeningen
of andere vergaande openbare-ordemaatregelen, terwijl eerdere ervaringen aanleiding
gaven om rekening te houden met ernstige ongeregeldheden?
Acht u het achteraf bezien een bestuurlijke fout dat dergelijke instrumenten niet
of onvoldoende zijn ingezet?
Welke concrete maatregelen worden vóór de eerstvolgende WK-wedstrijd waarbij Marokko
betrokken is genomen om nieuwe rellen te voorkomen?
Antwoord 2 t/m 5
De burgemeester is het gezag en draagt de verantwoordelijkheid voor de handhaving
van de openbare orde. In de lokale driehoek (burgemeester – officier van justitie
– eenheidschef politie) worden risico-inschattingen gemaakt. De inhoud van deze risico-inschattingen
en de eventueel getroffen maatregelen verschillen per gemeente. De burgemeester legt
verantwoording af aan de gemeenteraad. Het is niet aan mij als Minister van Justitie
en Veiligheid om hierover te oordelen.
Vraag 6
Bent u bereid burgemeesters actief op te roepen om, waar de risicoanalyse daartoe
aanleiding geeft, gebruik te maken van alle beschikbare bevoegdheden, waaronder noodbevelen,
noodverordeningen en de aanwijzing van veiligheidsrisicogebieden?
Antwoord 6
Burgemeesters weten van mij dat ik hen steun bij een stevige aanpak van verstoorders
van de openbare orde. Het is aan het lokaal gezag te bepalen welke aanpak, bij het
handhaven van de openbare orde, in concrete situaties gepast is en van welke bevoegdheden
daarbij gebruik wordt gemaakt. De burgemeester is over het gevoerde beleid verantwoording
verschuldigd aan de gemeenteraad. Het is niet aan mij als Minister van Justitie en
Veiligheid om hierover te oordelen.
Vraag 7
Hoeveel van de aangehouden verdachten worden strafrechtelijk vervolgd, hoeveel zaken
worden via supersnelrecht afgedaan en hoeveel verdachten zitten op dit moment nog
vast?
Antwoord 7
Het OM heeft mij geïnformeerd dat de meeste van de aangehouden verdachten een boete
hebben gekregen wegens overtreding van de APV. In twee zaken heeft de officier van
justitie een OM-strafbeschikking opgelegd. Vijf verdachten zijn gedagvaard voor de
politierechter, waarbij in één geval supersnelrecht is toegepast. Er zitten geen verdachten
meer in voorlopige hechtenis.
Vraag 8
Bent u bereid er bij gemeenten op aan te dringen dat klaarblijkelijk enkel «naming
and shaming» en de lange lat werken voor dit soort tuig? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 8
Zie beantwoording vraag 6.
Vraag 9
Bent u bereid er bij het Openbaar Ministerie op aan te dringen dat verdachten van
openlijk geweld, vernieling en geweld tegen hulpverleners waar mogelijk via (super)snelrecht
worden berecht?
Antwoord 9
Het Openbaar Ministerie (OM) past (super)snelrecht toe waar mogelijk en opportuun.
In verband met de korte termijn tussen aanhouding en behandeling ter zitting moet
het gaan om bewijstechnisch gezien relatief eenvoudige zaken. Het OM, de rechter en
de verdediging moeten tijdig kunnen beschikken over een compleet dossier. Dat betekent
dat complexere zaken waarin aanvullend onderzoek nodig is in het algemeen niet in
aanmerking komen voor supersnelrecht. Bovendien is (super)snelrecht niet altijd wenselijk
in zaken waarin schade is toegebracht, omdat slachtoffers dan te weinig tijd hebben
om desgewenst schadevergoeding te vragen. Het is aan het OM om in een zaak die afweging
te maken.
Vraag 10
Wordt de volledige schade aan politie, gemeenten, ondernemers en andere gedupeerden
verhaald op de daders? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 10
In het algemeen geldt, dat wanneer partijen schade lijden door toedoen van een ander,
zij via de civielrechtelijke weg vergoeding van de geleden schade kunnen vorderen.
Wanneer personen strafrechtelijk worden vervolgd, wordt de aangerichte schade (inclusief
de schade aan de politie) meegenomen in de strafzaak.
Vraag 11
Hoeveel van de aangehouden verdachten beschikken niet over de Nederlandse nationaliteit
of hebben ook een andere nationaliteit? Als u deze gegevens niet registreert, bent
u bereid dit alsnog inzichtelijk te maken?
Antwoord 11
Conform de wet politiegegevens (Wpg) registreert de politie de informatie die benodigd
is bij het uitvoeren van de politietaak. Bij een aanhouding stelt de politie de identiteit
van een verdachte vast op basis van een geldig legitimatiebewijs. Wanneer dit een
Nederlands legitimatiebewijs is, wil dat niet automatisch zeggen dat de verdachte
niet beschikt over een tweede nationaliteit.
Vraag 12
Bent u bereid gemeenten die structureel met dit soort ordeverstoringen worden geconfronteerd
extra ondersteuning te bieden op het gebied van politiecapaciteit, handhaving en cameratoezicht?
Antwoord 12
Binnen de nationale politie wordt de inzet ten behoeve van de openbare orde zo goed
mogelijk gefaciliteerd. Bij incidenten kan de politie op basis van art. 3 Politiewet
2012 camera’s gebruiken. Voor zover in de vraag gedoeld wordt op gemeentelijk cameratoezicht
op basis van art. 151c Gemeentewet, is besluitvorming door de burgemeester, in samenspraak
met de gemeenteraad, hiervoor de aangewezen weg.
Vraag 13
Welke lessen trekt u uit deze gebeurtenissen en welke aanvullende landelijke maatregelen
bent u bereid te nemen om te voorkomen dat Nederland na iedere risicowedstrijd opnieuw
wordt geconfronteerd met grootschalige wanordelijkheden?
Antwoord 13
De burgemeester draagt de verantwoordelijkheid voor de handhaving van de openbare
orde. Evalueren van deze gebeurtenissen laat ik aan de driehoeken van de gemeenten.
Vraag 14
Kunt u deze vragen vóór de eerstvolgende WK-wedstrijd waarbij Marokko betrokken is
beantwoorden?
Antwoord 14
Dat is helaas niet gelukt.
Ondertekenaars
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid