Amendement : Amendement van het lid Ceder over een wettelijk uitgangspunt om verplicht proactieve dienstverlening toe te passen
36 799 Wijziging van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in verband met het bevorderen van proactieve dienstverlening door het UWV, de SVB en gemeenten (Wet proactieve dienstverlening SZW)
Nr. 22
AMENDEMENT VAN HET LID CEDER
Ontvangen 7 september 2026
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
In artikel I, onderdeel B, wordt het voorgestelde artikel 10b als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt «zijn bevoegd proactieve dienstverlening toe te passen,»
vervangen door «passen proactieve dienstverlening toe,».
2. Na het tweede lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
2a. Indien zwaarwegende redenen daartoe aanleiding geven, kan worden afgezien van de
proactieve dienstverlening. Het betrokken bestuursorgaan meldt dit binnen een bij
algemene maatregel van bestuur te bepalen termijn aan Onze Minister.
3. Aan het slot van het derde lid wordt de volgende zinsnede toegevoegd «, alsmede over
de toepassing en uitvoering van lid 2a».
Toelichting
Het wetsvoorstel biedt bestuursorganen de gelegenheid om proactieve dienstverlening
toe te passen. Deze bevoegdheid heeft nadrukkelijk geen verplichtend karakter. Indiener
van dit amendement acht dit onverstandig in die zin dat deze bevoegdheid ertoe zal
leiden dat de verschillen tussen gemeenten en bestuursorganen vergroot zullen worden.
Bestuursorganen die de capaciteit en budgettaire middelen hebben zullen naar verwachting
eerder overgaan tot gebruik van de wettelijke bevoegdheid dan bestuursorganen waar
de huidige budgettaire kaders al knellen. Om het gebruik van de wettelijke bevoegdheid
meer gemeengoed te laten worden, acht initiatiefnemer het wenselijk bestuursorganen
in principe te verplichten om (in welke vorm dan ook) proactieve dienstverlening toe
te passen. Mocht het bestuursorgaan, bijvoorbeeld om capaciteits- of budgettaire redenen,
niet in staat zijn om gebruik te maken van de bevoegdheid, dient het bestuursorgaan
dit, zonder vorm van sanctionering, te melden bij de Minister. Op deze manier wordt
elk bestuursorgaan gedwongen om te overwegen of en hoe gebruik gemaakt kan worden
van de wettelijke bevoegdheid met als uiteindelijke doel dat proactieve dienstverlening
voor elk bestuursorgaan haalbaar en uitvoerbaar wordt om de blinde vlek op mensen
in armoede structureel te verkleinen. Initiatiefnemer is er ook van overtuigd dat
deze stap de discussie ten aanzien van vereenvoudiging van individuele gemeentelijke
armoederegelingen versnelt.
Ceder
Ondertekenaars
Don Ceder, Tweede Kamerlid