Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Ellian over het aanstaande onbegeleid verlof van Appie A
Vragen van het lid Ellian (VVD) aan de Staatssecretaris voor Justitie en Veiligheid over het aanstaande onbegeleid verlof van Appie A (ingezonden 16 juli 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Van Bruggen (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 7 september
2026).
Vraag 1
Herinnert u zich de antwoorden op Kamervragen over de kennelijk aanstaande vrijlating
van Appie A. en het daaropvolgende commissiedebat Strafrechtelijke onderwerpen van
5 oktober 2022?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Bent u bekend met het bericht «Nabestaanden in shock omdat Appie A. vrij rond mag
lopen in de samenleving?»2
Antwoord 2
Ja, daar ben ik mee bekend.
Vraag 3
Kunt u toelichten waarom u heeft besloten Appie A. met onbegeleid verlof te sturen?
Antwoord 3
Ik ga niet in op individuele casuïstiek. In algemene zin geldt dat een levenslanggestrafte
vanaf 25 jaar detentie in aanmerking kan komen voor toelating tot de re-integratiefase.
De re-integratiefase is een voortraject dat deel uitmaakt van de herbeoordelingsprocedure
van de levenslange gevangenisstraf3 en bestaat uit het stapsgewijs en gecontroleerd werken aan een eventuele terugkeer
in de samenleving. Na toelating tot de re-integratiefase is het mogelijk om re-integratieverlof
toegewezen te krijgen, eerst begeleid en later mogelijk onbegeleid (afhankelijk van
hoe eerdere verloven zijn verlopen). Verloven vormen een belangrijk onderdeel van
de voorbereiding op een mogelijke terugkeer in de samenleving.
Als verantwoordelijk bewindspersoon beslis ik of iemand wordt toegelaten tot de re-integratiefase.
Dit doe ik naar aanleiding van (vervolg)advisering door het Adviescollege levenslanggestraften
(ACL). Wanneer iemand is toegelaten tot de re-integratiefase, is artikel 20d van de
Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting (Rtvi) van toepassing om te bepalen
of en wat voor verlof wordt verleend, danwel de Verlofregeling TBS indien de levenslanggestrafte
in het kader van de re-integratiefase in een Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC)
verblijft.
Vraag 4
Waarom is de Kamer niet geïnformeerd over deze verlofbeslissing?
Antwoord 4
Over verlofbeslissingen ten aanzien van individuele gedetineerden wordt uw Kamer niet
geïnformeerd.
Vraag 5 en 6
Klopt het dat uw ambtsvoorganger excuses heeft aangeboden aan de nabestaanden in deze
zaak voor de gebrekkige communicatie in aanloop naar het besluit tot toelating tot
de re-integratiefase in 2022 en concrete toezeggingen heeft gedaan over hoe de nabestaanden
zouden worden gehoord over verlof?
Zijn in tegenstelling tot 2022 nu wel alle nabestaanden in deze zaak gehoord voordat
de beslissing werd genomen om Appie A. met onbegeleid verlof te sturen? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord 5 en 6
In algemene zin geldt dat slachtoffers en nabestaanden die dat wensen, kunnen deelnemen
aan een slachtoffer- en nabestaandenonderzoek uitgevoerd door Slachtofferhulp Nederland
ten behoeve van de advisering van het ACL. Verder kunnen slachtoffers en nabestaanden
desgewenst gehoord worden door het ACL. Deze inbreng wordt betrokken bij het advies
dat ik van het ACL ontvang over de aanvang van eventuele re-integratieactiviteiten.4 Over dit besluit worden slachtoffers en nabestaanden desgewenst geïnformeerd door
het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB).
Ten aanzien van eventueel verlof geldt dat slachtoffers en nabestaanden door het CJIB
worden geraadpleegd over hun beschermingsbehoefte, zodat daar rekening mee kan worden
gehouden bij het opleggen van voorwaarden. Slachtoffers en nabestaanden worden vervolgens
door CJIB geïnformeerd over de verlofmachtiging en eventueel daarbij opgelegde beschermende
voorwaarden, zoals een contact- of locatieverbod.
Mijn ambtsvoorgangers en mijn ambtenaren hebben verschillende gesprekken gevoerd met
slachtoffers en nabestaanden en daarbij geconstateerd dat verbeteringen in de informatievoorziening
nodig waren.5 Sindsdien is ingezet op toegankelijke informatievoorziening over de herbeoordelingsprocedure
en duidelijke communicatie met slachtoffers en nabestaanden daarover.
Vraag 7
Op grond van welke adviezen over de veiligheidsrisico’s heeft u dit besluit genomen?
Antwoord 7
De advisering over het al dan niet laten aanvangen van re-integratieactiviteiten door
een levenslanggestrafte vindt plaats op basis van de criteria zoals genoemd in het
vierde lid, artikel 4 van het Besluit ACL, waarmee onder andere wordt getoetst of
er sprake is van recidiverisico of delictgevaarlijkheid. Het ACL vraagt ten behoeve
van de advisering bij diverse instanties stukken op. Het gaat in het bijzonder om
het strafdossier, het volledige detentiedossier, veiligheidsinformatie (er wordt onder
andere gekeken of er signalen zijn van voortgezet crimineel handelen vanuit detentie
en/of de gedetineerde (nog) onderdeel uitmaakt van een crimineel samenwerkingsverband),
eventuele medische gegevens, eerdere Pro Justitia- en reclasseringsrapportages en
gratiedossiers. Verder ontvangt het ACL rapportages van het Pieter Baan Centrum, naar
aanleiding van observatieonderzoek aldaar, en Reclassering Nederland.
Zoals reeds aangegeven in het antwoord op vraag 4 geldt verder dat wanneer iemand
is toegelaten tot de re-integratiefase, artikel 20d van de Rtvi van toepassing is
om te bepalen of verlof wordt verleend. Als onderdeel van de diverse beoordelingscriteria
voor het tijdelijk verlaten van de inrichting wordt onder de Rtvi, naast eerder genoemde
rapportages, onder andere gebruik gemaakt van de informatie die voortkomt uit het
instrument Risicoscreener Geweld. Indien de levenslanggestrafte in het kader van de
re-integratiefase in een FPC verblijft en dus de Verlofregeling TBS van toepassing
is, adviseert het Adviescollege Verloftoetsing TBS (AVT) aan de hand van een verlofaanvraag
waarin de veiligheidsrisico’s zijn beschreven door het FPC.
Vraag 8
Hoe heeft u de positie van de nabestaanden betrokken in het besluit om Appie A. met
onbegeleid verlof te sturen?
Antwoord 8
Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 5 en 6 geldt ten aanzien van eventueel verlof
in algemene zin dat slachtoffers en nabestaanden door het CJIB worden geraadpleegd
over hun beschermingsbehoefte, zodat daar rekening mee kan worden gehouden bij het
opleggen van voorwaarden. Slachtoffers en nabestaanden worden vervolgens door CJIB
geïnformeerd over de verlofmachtiging en eventueel daarbij opgelegde beschermende
voorwaarden, zoals een contact- of locatieverbod.
Vraag 9
Welke voorwaarden zijn verbonden aan het verlof van Appie A. en hoe is het toezicht
op de naleving van deze voorwaarden georganiseerd?
Antwoord 9
Ik ga zoals eerder aangegeven niet in op vragen over een individuele casus. Als sprake
is van verlof van een levenslanggestrafte, kan het van geval tot geval verschillen
welke bijzondere voorwaarden daaraan worden verbonden. Dat kan bijvoorbeeld een locatie-
of contactverbod zijn. Toezicht op voorwaarden kan variëren afhankelijk van het soort
voorwaarde. Conform artikel 20d Rtvi geldt dat verloven vanuit de PI geschieden onder
elektronisch toezicht. De politie heeft een handhavende rol ten aanzien van de vrijheidsbeperkende
bijzondere voorwaarden en bij nieuwe strafbare feiten.
Vraag 10
Bent u voornemens Appie A. gratie te verlenen? Zo ja/nee, waarom?
Antwoord 10
Ik ga niet in op individuele casuïstiek. Gratie kan worden verleend als aannemelijk
is geworden dat met de tenuitvoerlegging van de rechterlijke beslissing of de voortzetting
daarvan geen met de strafrechtstoepassing na te streven doel in redelijkheid wordt
gediend (art. 2, onder b, van de Gratiewet). Over eventuele gratieverlening wordt
advies gevraagd aan het Openbaar Ministerie en het gerecht dat de straf of maatregel
heeft opgelegd. Het advies van het gerecht weegt zwaar en is daarmee in beginsel leidend.
Wanneer niet wordt voldaan aan het criterium voor gratie, wordt de tenuitvoerlegging
van de levenslange gevangenisstraf voortgezet.
Vraag 11
Bent u voornemens de Kamer te informeren bij een positieve voordracht tot gratie in
deze zaak net als uw ambtsvoorganger? Zo ja/nee, waarom?
Antwoord 11
Ook hier geldt het uitgangspunt dat ik niet inga op individuele gevallen. Zodoende
ben ik niet voornemens uw Kamer te informeren bij een (positieve voordracht tot) gratieverlening.
Vraag 12
Bent u bereid net als uw ambtsvoorganger om in gesprek te gaan met de nabestaanden?
Antwoord 12
Het CJIB onderhoudt contact met slachtoffers en nabestaanden in de fase van tenuitvoerlegging.
Mochten slachtoffers en nabestaanden er daarnaast behoefte aan hebben, dan kunnen
zij in gesprek met ambtenaren van mijn ministerie. Zij kunnen dit dan bij het CJIB
kenbaar maken.
Vraag 13
Kunt u deze vragen afzonderlijk en voor de voorziene verlofdatum van 22 juli 2026
beantwoorden?
Antwoord 13
Ik heb de vragen zoveel mogelijk afzonderlijk beantwoord. De beantwoording heeft zo
snel als mogelijk plaatsgevonden.
Ondertekenaars
K.T. van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.