Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Neijenhuis over het bericht 'gemeente vergeet arbeidsmigrant bij bouw distributiecentra'
Vragen van het lid Neijenhuis (D66) aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het bericht «gemeente vergeet arbeidsmigrant bij bouw distributiecentra» (ingezonden 2 juli 2026).
Antwoord van Minister Vijlbrief (Sociale Zaken en Werkgelegenheid), mede namens de
Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (ontvangen 26 augustus 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht van «gemeente vergeet arbeidsmigrant bij bouw distributiecentra»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Herkent u het beeld dat bij de ontwikkeling van nieuwe distributiecentra onvoldoende
aandacht is voor de benodigde huisvesting van arbeidsmigranten die daar gaan werken?
Antwoord 2
Ja, op dit moment is het beeld dat er in veel gevallen geen of onvoldoende rekening
wordt gehouden met de benodigde huisvesting voor arbeidsmigranten bij het aantrekken
van nieuwe bedrijvigheid, zoals distributiecentra.
Vraag 3
Welk deel van de extra werkgelegenheid vanuit nieuwe distributiecentra wordt op dit
moment opgevuld met arbeidsmigratie?
Antwoord 3
Het is niet precies bekend welk deel van de extra werkgelegenheid die voortkomt uit
nieuwe distributiecentra wordt ingevuld door arbeidsmigranten. CBS-data laten wel
zien dat ongeveer een kwart van de arbeidsmigranten uit de EU in de sector handel,
vervoer en horeca werkzaam is2, en dat ruim een derde van de arbeidsmigranten die in de uitzendsector werken te
werk gesteld wordt in de logistieke sector.3
Vraag 4
Kunt u inzicht geven in de mate waarin gemeenten bij de vergunningverlening of planvorming
voor distributiecentra afspraken maken over de huisvesting van werknemers? Bent u
bereid dit in kaart te brengen?
Antwoord 4
Ik heb geen inzicht in de mate waarin gemeenten bij de vergunningverlening of planvorming
voor distributiecentra afspraken maken over de huisvesting van werknemers. Uit gesprekken
die onder andere de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) voert met gemeenten ontstaat
het beeld dat sommige gemeenten de handreiking effectrapportage toepassen om inzicht
te krijgen in de effecten op de huisvestingsbehoefte, maar dat dit nog niet structureel
in de werkwijze van alle gemeenten is verankerd. Ik heb doorlopend contact met de
VNG om de ontwikkelingen op dit gebied bij gemeenten te monitoren.
Vraag 5
Deelt u de opvatting dat de maatschappelijke kosten van onvoldoende huisvesting van
arbeidsmigranten onderdeel zouden moeten zijn van de afweging bij de ontwikkeling
van nieuwe distributiecentra? Zo ja, hoe wordt hier momenteel mee omgegaan?
Antwoord 5
Gemeenten maken afwegingen rondom distributiecentra op basis van de lokale situatie.
Ik vind het belangrijk dat zij hierbij structureel aandacht besteden aan de huisvesting
van arbeidsmigranten. Gemeenten en ondernemers zouden hierover samen het gesprek moeten
voeren en tot oplossingen moeten komen. In het coalitieakkoord is afgesproken dat
het kabinet met ruimtelijke ordeningsinstrumenten en gemeentelijke bedrijfseffectrapportages
wil zorgen dat huisvesting, voorzieningen en leefbaarheid op orde zijn, voordat extra
werknemers worden aangetrokken. Dit beleidsvoornemen wordt op dit moment uitgewerkt.
Het kabinet zal uw Kamer hierover in het najaar informeren.
Ook hulpmiddelen van de VNG kunnen ondersteunen bij dit gesprek, bijvoorbeeld de handreiking
«Effectrapportage bij nieuwe bedrijvigheid». Deze handreiking is in mei 2024 ontwikkeld
door de VNG in samenwerking met verschillende ministeries in navolging van een van
de aanbevelingen van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten. De handreiking
kan gemeenten helpen om zo vroeg mogelijk zicht te hebben op de gebruiker van een
locatie, de werkgelegenheidseffecten en daaraan gekoppelde effecten op huisvesting.
De VNG stimuleert gemeenten om deze handreiking te gebruiken, maar heeft geen zicht
op welke gemeenten deze handreiking daadwerkelijk toepassen. Het is voorstelbaar dat
de implementatie van een dergelijke nieuwe werkwijze tijd kost. De VNG werkt op dit
moment aan de doorontwikkeling van deze handreiking naar een bredere werkwijze voor
wonen en werken voor gemeenten. Ook ondersteunen zij de komende periode een aantal
gemeenten intensiever bij het tot stand komen van integraal beleid en uitvoering omtrent
arbeidsmigratie, waar de implementatie van de handreiking effectrapportage onderdeel
van is.
Vraag 6, 7 en 8
Welke mogelijkheden ziet u om gemeenten meer handvatten te geven om bij de vestiging
of uitbreiding van distributiecentra eisen te stellen aan de beschikbaarheid van huisvesting
voor arbeidsmigranten en wat is de voortgang op aangenomen moties en toezeggingen
op dit vlak?
Hoe wordt de afspraak uit het coalitieakkoord dat de huisvesting van arbeidsmigranten
op orde moet zijn voordat extra werknemers worden aangetrokken in de praktijk geborgd
bij de ontwikkeling van nieuwe distributiecentra?
Wat is de stand van zaken rond het afwegingskader huisvesting arbeidsmigranten bij
nieuwe bedrijvigheid?
Antwoord 6, 7 en 8
Zoals in het antwoord op vraag 5 aangegeven zal het kabinet uw Kamer in het najaar
informeren over het beleidsvoornemen uit het coalitieakkoord dat ervoor moet zorgen
dat met ruimtelijke ordeningsinstrumenten en gemeentelijke bedrijfseffectrapportages
de huisvesting, voorzieningen en leefbaarheid beter op orde zijn voordat extra werknemers
worden aangetrokken. Hierbij zal ook worden gereageerd op de aangenomen moties en
toezeggingen op dit vlak.
Vraag 9
Welke gevolgen verwacht u van het voornemen om shortstay te beperken tot maximaal
30 nachten en daarna huurbescherming te laten gelden voor arbeidsmigranten die in
dergelijke accommodaties verblijven en wat is de voortgang op dit wetsvoorstel?
Antwoord 9
Het wetsvoorstel passende huurcontracten is op 2 juli jl. in internetconsultatie gebracht.
Partijen hebben tot en met 28 augustus de tijd om op het voorstel te reageren. Voorgesteld
wordt de uitzondering voor korte-duur-verhuur (short-stay) te begrenzen tot maximaal
30 nachten. Doel van het wetsvoorstel is om ervoor te zorgen dat arbeidsmigranten
(en andere huurders) een passende huurovereenkomst met huur(prijs)bescherming krijgen
als zij ergens langer dan 30 nachten verblijven. Onderdeel van het wetsvoorstel is
dat het mogelijk wordt dat arbeidsmigranten een tijdelijk huurcontract kunnen krijgen
en dat er bij huisvesting op het eigen terrein van de werkgever een doelgroepencontract
kan worden afgegeven. In beide gevallen is er sprake van huur(prijs)bescherming, maar
geldt er een einddatum of mogelijkheid tot beëindiging, aansluitend bij de vaak tijdelijke
situatie van arbeidsmigranten.
In een toekomstige situatie waarin de Wet passende huurcontracten van kracht is, betekent
dit dat arbeidsmigranten die in genoemde accommodaties voor een periode langer dan
30 nachten verblijven, huur(prijs)bescherming hebben. Gemeenten zien op basis van
de Wet goed verhuurderschap toe op het naleven van de huur(prijs)bescherming. De publiekrechtelijke
functie van een gebouw of locatie heeft geen invloed op de huurbescherming. Het wetsvoorstel
verandert dan ook niets aan de publiekrechtelijke functie van een locatie; het is
aan de gemeente om in het omgevingsplan te bepalen of op een locatie huisvesting is
toegestaan.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.A. Vijlbrief, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid -
Mede namens
E. Boekholt-O’Sullivan, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.