Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Podt over de berichten over de situatie in de Straat van Hormuz
Vragen van het lid Podt (D66) aan de Minister en Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over de berichten over de situatie in de straat van Hormuz (ingezonden 17 juli 2026).
Antwoord van Minister Van Essen (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur) en
de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (ontvangen
24 augustus 2026).
Vraag 1
Heeft u een duidelijk beeld van de gevolgen van de crisis in de straat van Hormuz
voor de kosten en beschikbaarheid van inputs voor de Nederlandse landbouw (zoals diervoeding
en kunstmest)?
Antwoord 1
Het kabinet heeft Wageningen Social & Economic Research gevraagd een onderzoek uit
te voeren naar de gevolgen van een afsluiting van de Straat van Hormuz voor de Nederlandse
voedselvoorziening, waaronder de beschikbaarheid en kosten van landbouwinputs zoals
diervoeder en kunstmest. De resultaten van deze analyse zijn begin juli met uw Kamer
gedeeld (Kamerstuk 31 532, nr. 310). Tegelijkertijd monitort het kabinet de ontwikkelingen in en rond de Straat van
Hormuz nauwlettend en onderhoudt het ministerie hierover nauw contact met sectorpartijen.
Vraag 2
Heeft u ook breder de afhankelijkheden van de Nederlandse landbouw in beeld van inputs
van buiten de EU en de gevolgen voor de landbouw en de Nederlandse strategische autonomie
en economie wanneer dit soort inputs tijdelijk of langdurig zouden wegvallen?
Antwoord 2
Het kabinet heeft de belangrijkste strategische afhankelijkheden van de Nederlandse
landbouw van inputs uit derde landen in beeld en monitort deze. Het verminderen van
deze strategische afhankelijkheden vormt de tweede pijler van de aangekondigde Strategische
Agenda Voedselzekerheid (Kamerstuk 31 532, nr. 310). Tegelijkertijd kunnen, afhankelijk van de aard en duur van een verstoring, ook
bij andere producten en grondstoffen knelpunten ontstaan. Een onderbreking van de
aanvoer kan leiden tot schaarste en prijsstijgingen van strategische inputs zoals
energie en kunstmeststoffen, met mogelijke gevolgen voor de kosten en continuïteit
van de landbouwproductie. De uiteindelijke impact is afhankelijk van de duur van de
verstoring en de beschikbaarheid van alternatieve leveranciers of producten.
Vraag 3
Op welke wijze bereidt u zich voor op dit soort scenario’s?
Antwoord 3
Het kabinet bereidt zich op dergelijke scenario's voor door analyses uit te voeren,
strategische afhankelijkheden in kaart te brengen, ontwikkelingen in internationale
toeleveringsketens nauwlettend te volgen en contact te onderhouden met sectorpartijen.
Op basis daarvan kan het kabinet, indien nodig, tijdig maatregelen treffen om de gevolgen
voor de voedselvoorziening en de landbouwproductie zoveel mogelijk te beperken.
Bovendien werkt het kabinet in nauwe samenwerking met het bedrijfsleven en relevante
(publieke) stakeholders aan een Landelijk Crisisplan Voedselzekerheid, dat naar verwachting
begin 2027 aan u zal worden aangeboden. Dit is het overkoepelende kader voor het handelen
in crisissituaties rondom voedselzekerheid en beschrijft de rol, taken en verantwoordelijkheden.
Vraag 4
Hoe voorziet u dat Nederland de komende tijd meer onafhankelijk kan worden van dit
soort inputs en hoe past dit binnen de verdere stappen die op het terrein van LVVN
worden gezet, zoals de stikstofplannen, het nieuwe achtste Actieprogramma Nitraatrichtlijn
en de eiwitstrategie?
Antwoord 4
Begin juli heeft de Staatssecretaris van LVVN uw Kamer geïnformeerd over de contouren
van zijn Strategische Agenda Voedselzekerheid (Kamerstuk 31 532, nr. 310). Het structureel verminderen van risicovolle strategische afhankelijkheden vormt
één van de drie pijlers waarop deze agenda is gebaseerd. De agenda zal integraal worden
bezien in relatie tot de genoemde LVVN-terreinen, waarbij aandacht is voor de samenhang
tussen de verschillende beleidsopgaven.
Vraag 5
Kunt u deze vragen beantwoorden vóór het commissiedebat Voedselzekerheid op 23 september
2026?
Antwoord 5
Ja.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J. van Essen, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur -
Mede ondertekenaar
S.P.A. Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.