Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op het vragen van het lid Bamenga over de internationale inzet voor VN-verdrag Handicap
Vragen van het lid Bamenga (D66) aan de Ministers van Buitenlandse Zaken en voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking over de internationale inzet voor het VN-verdrag Handicap (ingezonden 8 juli 2026).
Antwoord van Minister Sjoerdsma (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking)
(ontvangen 24 augustus 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met artikel 32 van de United Nations Convention on the Rights of People with Disabilities (UNCRPD),dat deze maand 10 jaar door Nederland geratificeerd is?
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Op welke manier geeft u momenteel uitvoering aan dit artikel, waarin Nederland zich
committeert aan de internationale bevordering van de rechten van mensen met een handicap?
Antwoord 2
Inclusiviteit ligt ten grondslag aan de ontwikkelingssamenwerkingsprogramma’s die
het ministerie financiert. Deze programma’s zijn daarom zoveel mogelijk toegankelijk
voor diverse groepen in een samenleving, waaronder mensen met een beperking. Een voorbeeld
hiervan is het door Nederland medegefinancierde «Global Water Security and Sanitation
Partnership» met de Wereldbank. Dit programma stimuleert toegang voor mensen met een
beperking tot werk en diensten op het gebied van water en sanitaire voorzieningen
en bevordert dat zij een rol spelen in besluitvorming. Conform de motie Ceder en Bamenga
(Kamerstuk 36 180, nr. 149) blijft het ministerie op reguliere basis in gesprek over inclusief programmeren
met relevante organisaties, zoals de Dutch Coalition on Disability and Development
(DCDD).
Vraag 3
Op welke manier vindt de samenwerking met VWS als coördinerend Ministerie van de UNCRPD
plaats met betrekking tot de uitvoering van dit verdrag?
Antwoord 3
De samenwerking met het Ministerie van Volkshuisvesting, Welzijn en Sport op de uitvoering
van dit verdrag is incidenteel van aard, zoals bijvoorbeeld rondom aanbevelingen van
het VN-Comité over de uitvoering van het VN-verdrag Handicap en de campagne «Heb je
iets nodig?»1
Vraag 4
Bent u bekend met de observaties die het VN-comité voor de rechten van personen met
een handicap in 2024 heeft gepubliceerd ten aanzien van de uitvoering van het verdrag?2
Antwoord 4
Ja.
Vraag 5
Deelt u de conclusie van het VN-comité dat Nederland een «systematische en gecoördineerde
strategie» mist om artikel 32 van het verdrag uit te voeren? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
Het kabinet beschikt niet over een afzonderlijke, systematische en gecoördineerde
strategie specifiek voor de uitvoering van artikel 32 van het verdrag. De uitgangspunten
van artikel 32 zijn geïntegreerd in het bredere beleid voor ontwikkelingssamenwerking.
Bij de ontwikkeling en uitvoering van programma’s geldt inclusiviteit als leidend
principe, zodat niemand wordt uitgesloten. Dit omvat vanzelfsprekend ook de toegankelijkheid
van programma’s voor mensen met een beperking.
Het ministerie voert ook geen doelgroepenbeleid in ontwikkelingssamenwerking. Wel
is er aandacht voor kwetsbare groepen, waaronder mensen met een beperkingin de beleidsvoorbereiding,
programmering, monitoring en evaluatie.
Vraag 6
Deelt u de conclusie van het VN-comité dat Nederland mensen met een handicap onvoldoende
«systematisch en actief» betrokken worden in de internationale samenwerking? Zo nee,
waarom niet?
Antwoord 6
Mensen met een beperking en de organisaties die hen vertegenwoordigen worden niet
in alle fasen van de beleidscyclus systematisch betrokken bij ontwikkelings-samenwerking.
Wel vindt regulier overleg plaats met organisaties zoals de Dutch Coalition on Disability
and Development (DCDD), waarin onder meer wordt gesproken over de inclusie van mensen
met een beperking in ontwikkelingsbeleid en -programma’s. Daarnaast kunnen organisaties
van en voor mensen met een beperking deelnemen aan subsidietenders en zo een rol spelen
in de uitvoering van programma’s.
Vraag 7
Op welke manier geeft Nederland gevolg aan de aanbevelingen die in dit rapport geformuleerd
zijn om een systematische en gecoördineerde strategie te ontwikkelen en om personen
met een handicap systematisch en actief te betrekken?
Antwoord 7
Zie het antwoord op vraag 2, 5 en 6.
Vraag 8
Klopt het dat Nederland in 2030 opnieuw moet rapporteren over de uitvoering van dit
verdrag? Zo ja, welke stappen worden verder ondernomen om artikel 32 van het VN-verdrag
handicap beter uit te voeren?
Antwoord 8
Ja, dat klopt. De eerstvolgende deadline voor een vervolg op de rapportages op grond
van het VN-verdrag Handicap is vastgesteld op 14 juli 2030. Daarnaast zie ik erop
toe dat vertegenwoordigende organisaties van mensen met een beperking actief worden
betrokken bij de opvolging van het overleg dat ik had op 8 april jl. met 60 organisaties
uit het maatschappelijk middenveld.
Vraag 9
Hoe staat het met de uitvoering van de motie van de leden Ceder en Bamenga over toegang voor mensen met een beperking tot
door Nederland gefinancierde interventies garanderen (Kamerstuk 36 180, nr. 149)?
Antwoord 9
Zie antwoord op vraag 2.
Ondertekenaars
S.W. Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.