Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Beckerman over het bericht 'Vrouw valt van trap in gebouw waar liften maanden stuk zijn en moet via raam naar buiten, bewoners klagen over onveilige situaties'
Vragen van het lid Beckerman (SP) aan de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening over het bericht «Vrouw valt van trap in gebouw waar liften maanden stuk zijn en moet via raam naar buiten, bewoners klagen over onveilige situaties» (ingezonden 29 juni 2026).
Antwoord van Minister Boekholt-O’Sullivan (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening)
(ontvangen 19 augustus 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Vrouw valt van trap in gebouw waar liften maanden stuk
zijn en moet via raam naar buiten, bewoners klagen over onveilige situaties»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Is het u bekend dat Holland2Stay landelijk op grote schaal woningen verhuurt en beheert,
en dat in meerdere steden vergelijkbare klachten bestaan over kapotte liften, defecte
toegangssystemen, gebrekkig onderhoud en veiligheidsproblemen?
Antwoord 2
Ik ben niet bekend met de exacte feiten van deze kwestie, maar indien een verhuurder
zich niet aan de geldende wet- en regelgeving op het gebied van veiligheid en onderhoud
van woningen houdt, is dat uiteraard een slechte zaak.
Vraag 3 en 4
Acht u het aanvaardbaar dat bewoners maandenlang in een aantoonbaar onveilige situatie
verkeren voordat een verhuurder tot een structurele oplossing overgaat, en welke termijn
acht u bij een veiligheidsgebrek van deze aard nog acceptabel?
Hoe beoordeelt u het dat de huren worden verhoogd terwijl een basisvoorziening als
een werkende lift al maanden niet toegankelijk is, en acht u de mogelijkheden voor
huurders om hier iets aan te doen toereikend en toegankelijk?
Antwoord 3 en 4
Iedere huurder heeft recht op een woning van goede kwaliteit, die bovendien goed onderhouden
wordt. Verhuurders moeten zich vanzelfsprekend houden aan de geldende wet- en regelgeving
op het gebied van de bouwkundige staat en het onderhoud van woningen en de zich daarin
bevindende bouwwerkinstallaties, zoals bijvoorbeeld is vastgelegd in het Besluit bouwwerken
leefomgeving en het Burgerlijk Wetboek. Gemeenten houden toezicht op de bouwregels,
en kunnen in geval van overtreding hiervan ook handhavend optreden. Afhankelijk van
het veiligheidsrisico kunnen zij een afweging maken hoe snel moet worden opgetreden
en of feitelijke bestuursdwang of een andere herstelsanctie op zijn plaats is of ook
een boete opleggen. Regels over liften en keuringen daarvan staan in het Warenwetbesluit
liften. Daar houdt de arbeidsinspectie toezicht op.
In het geval van ernstige gebreken aan de huurwoning, zoals het veelvuldig voorkomen
van ernstige storingen aan een liftinstallatie als gevolg van ouderdom en/of technische
gebreken, kan de huurder ook de Huurcommissie vragen om de huur tijdelijk te verlagen.
Wanneer de Huurcommissie de huurprijs in verband met ernstige gebreken tijdelijk heeft
verlaagd, mag de huur vervolgens ook niet worden verhoogd zolang de betreffende gebreken
niet verholpen zijn. Gebeurt dit onverhoopt wel, dan kan de huurder wederom bij de
Huurcommissie terecht om die huurverhoging tegen te houden. Met de Wet betaalbare
huur is de groep huurders die een beroep kan doen op de laagdrempelige geschilbeslechting
van de Huurcommissie uitgebreid, zodat – naast huurders in het sociale segment – nu
ook huurders in het middensegment bij de Huurcommissie terecht kunnen voor een uitspraak
in geval van geschillen over – onder andere – huurprijzen, servicekosten, (onderhouds)gebreken
en huurverhogingen.
Vraag 5
Herkent u het bredere signaal dat juist kwetsbare of minder mondige huurdersgroepen,
zoals expats, extra risico lopen op uitbuiting door grote verhuurders, en welke stappen
zet u om ook deze groep effectief te beschermen?
Antwoord 5
Ik herken het signaal dat er groepen huurders zijn die extra risico lopen op ongewenste
verhuurpraktijken. Om ongewenste verhuurpraktijken tegen te gaan én kwetsbare groepen
te ondersteunen, hebben gemeenten de afgelopen jaren meer instrumentarium gekregen
om hiertegen op te treden. Bijvoorbeeld via de Wet betaalbare huur en de Wet goed
verhuurderschap. Als gevolg hiervan kunnen gemeenten handhaven als sprake is van misstanden
zoals intimidatie en te hoge huren. Ook is daarmee de informatiepositie van huurders,
waaronder arbeidsmigranten, versterkt en moet elke gemeente een meldpunt hebben, waar
klachten over ongewenst verhuurgedrag – zo nodig anoniem – kunnen worden gemeld. Met
de Wet goed verhuurderschap is het bovendien mogelijk gemaakt voor gemeenten om een
verhuurvergunning instellen; een gebiedsgerichte verhuurvergunning voor de verhuur
van reguliere woonruimte, en/of een vergunning specifiek voor verhuur aan arbeidsmigranten.
Met zo'n vergunning kunnen gemeenten vooraf eisen stellen aan verhuurders en, indien
een verhuurder zich structureel niet aan de regels houdt, de vergunning weigeren of
intrekken. Dit biedt gemeenten een extra instrument om malafide verhuurpraktijken
tegen te gaan, juist in situaties waarin kwetsbare huurders een verhoogd risico lopen.
Om de Wet goed verhuurderschap toegankelijk te maken voor een brede groep huurders,
waaronder ook huurders die de Nederlandse taal niet (goed) machtig zijn, heeft het
Rijk informatiemateriaal digitaal beschikbaar gesteld in zes talen: Nederlands, Engels,
Bulgaars, Pools, Roemeens en Spaans. Daarbij is het voor gemeenten mogelijk gemaakt
dit materiaal te personaliseren om zo ook hun meldpunt voor ongewenst verhuurgedrag
onder de aandacht te brengen. Eind 2025 ben ik bovendien opnieuw een bewustwordingscampagne
over de Wet goed verhuurderschap en de gemeentelijke meldpunten gestart op sociale
media. Die campagne informeerde huurders, verhuurders en woningzoekenden over de wet,
en liet zien dat men bij de gemeente terecht kan als zij huurmisstanden meemaken.
Vraag 6
Hoe beoordeelt u het dat de oprichter en een directeur van Holland2Stay in 2021 ieder
een taakstraf hebben aanvaard wegens het manipuleren van tijdelijke huurcontracten,
en welke consequenties verbindt de overheid aan zo'n veroordeling voor een partij
die vervolgens op grote schaal actief blijft op de gereguleerde woningmarkt?
Antwoord 6
Zoals in mijn antwoord op vraag 5 reeds is toegelicht, hebben gemeenten als gevolg
van de Wet goed verhuurderschap de mogelijkheid gekregen om een tweetal verhuurvergunningen
in te stellen voor de verhuur van woon- of verblijfsruimten. Hiermee kunnen nadere
voorwaarden worden gesteld aan verhuurders in de gemeente, waaronder een Bibob-toets.
Hiermee kunnen eerder begane – voor de verhuurpraktijk relevante – strafbare feiten
worden betrokken bij de overweging om al dan niet een verhuurvergunning te verlenen.
Het is aan gemeenten zelf om al dan niet te besluiten om één of beide vergunningplichten
uit de Wet goed verhuurderschap in te stellen.
Vraag 7
Hoe verhoudt het door Sikkom bevestigde feit dat Holland2Stay meer dan 280 huurders
in Groningen tussen € 150 en € 200 aan verboden bemiddelingskosten heeft gerekend
en weigerde proactief terug te betalen, zich tot het wettelijke verbod op bemiddelingskosten,
en welke mogelijkheden hebben gedupeerde huurders om hun geld terug te krijgen?2
Antwoord 7
Op basis van het Burgerlijk Wetboek is het verboden om dubbele bemiddelingskosten
te vragen. Dit betekent dat een verhuurbemiddelaar geen bemiddelingskosten mag vragen
aan de (aspirant)-huurder indien de bemiddelaar in opdracht van de verhuurder bemiddelt.
In eerste instantie kan een (aspirant)-huurder deze ten onrechte in rekening gebrachte
bemiddelingskosten terugvragen bij de bemiddelaar, bijvoorbeeld via een aangetekende
brief. De ACM ConsuWijzer heeft hiervoor op haar website een voorbeeldbrief beschikbaar
gesteld.3 Ook het Juridisch Loket4 en de Nederlandse Woonbond5 hebben voorbeeldbrieven voor terugvordering van ten onrechte in rekening gebrachte
bemiddelingskosten op hun website staan. Mocht de bemiddelaar de ten onrechte in rekening
gebrachte bemiddelingskosten niet goedschiks terugbetalen aan de (aspirant-)huurder,
dan kan hij of zij daarna naar de rechter stappen om ze in rechte terug te vorderen.
Ook de Wet goed verhuurderschap bevat een verbod op het in rekening brengen van bemiddelingskosten
bij de huurder wanneer de bemiddelaar in opdracht van de verhuurder bemiddelt. Hierdoor
is het ook voor gemeenten mogelijk om hierop te handhaven. Mocht er sprake zijn van
ten onrechte in rekening gebrachte bemiddelingskosten dan kan een (aspirant-)huurder
hiervan melding maken bij het meldpunt van de gemeente. De gemeente kan dan handhaven.
Een gemeente kan ook proactief, dus zonder voorafgaande melding, optreden als zij
constateert dat verhuurbemiddelaars (stelselmatig) ten onrechte bemiddelingskosten
bij (aspirant-)huurders in rekening brengen.
Vraag 8
Deelt u, gelet op signalen dat Holland2Stay gebruikmaakt van een vennootschapsstructuur
waarbij het bedrijf zich in juridische procedures op het standpunt stelt slechts «beheerder»
en niet «verhuurder» te zijn met als gevolg dat huurders bij de rechter bot vangen,
de zorg dat ondoorzichtige vennootschapsstructuren huurders het effectief uitoefenen
van hun rechten kunnen ontnemen, en welke mogelijkheden ziet u om de werkelijke verhuurder
voor huurders kenbaar en aanspreekbaar te maken?
Antwoord 8
Ik vind het belangrijk dat huurders die te maken hebben met overtredingen van wet-
en regelgeving, hun recht kunnen halen. Mede tegen deze achtergrond is in de Wet goed
verhuurderschap bijvoorbeeld nadrukkelijk gekozen voor een brede definitie van het
begrip «verhuurder». Deze wet geldt daarmee ook onverkort voor bijvoorbeeld onderverhuurders,
of voor beheerders die in de plaats van de verhuurder optreden. Langs deze weg wordt
geborgd dat de gehanteerde bedrijfsstructuur er niet toe leidt dat verhuurders zich
kunnen onttrekken aan de verplichtingen volgend uit de Wet goed verhuurderschap.
Mijn voorstel voor een huurregister is recent in consultatie geweest. Daarmee is opgehaald
of een huurregister in de praktijk meerwaarde heeft voor onder meer de handhaving
van (huur)regelgeving, of de geschetste opzet haalbaar is, en of er voldoende draagvlak
voor is. Het voorgestelde huurregister is erop gericht om de verhuurders en de woonruimte
die zij verhuren in beeld te krijgen. Daarmee wordt ook duidelijk welke andere mogelijk
betrokken partijen niet de verhuurder zijn. Een huurregister moet in ieder geval duidelijk
maken wie de verhuurder is en als zodanig aanspreekbaar is.
Vraag 9
Hoe beoordeelt u het dat Holland2Stay een voormalig student van de Technische Universiteit
Eindhoven na een bedwantsenplaag aanvankelijk ruim € 12.000 in rekening bracht, een
bedrag dat na protest stapsgewijs werd verlaagd tot € 5.083,21, terwijl een onafhankelijk
kenniscentrum aangeeft dat de kosten van een dergelijke bestrijding doorgaans veel
lager liggen? Deelt u de zorg dat grote verhuurders onderhouds- en bestrijdingskosten
op ondoorzichtige wijze en mogelijk bovenmatig op individuele huurders afwentelen?6
Antwoord 9
Het bestrijden van ongedierte is in principe de verantwoordelijkheid van de huurder,
voor zover daaraan geen noemenswaardige kosten verbonden zijn en voor zover de aanwezigheid
van dit ongedierte geen gevolg is van de bouwkundige staat van de woonruimte. Wanneer
in de huurovereenkomst is bepaald dat de verhuurder (voor de huurder) ook de bestrijding
van ongedierte die geen gevolg is van de bouwkundige situatie van de woonruimte verzorgt,
mag de verhuurder de kosten hiervan in rekening brengen bij de huurder als servicekostenpost
(dienstverlening in de vorm van overnemen huurdersonderhoud). Het gaat hierbij enkel
om de werkelijk gemaakte kosten, die de verhuurder ook moet kunnen onderbouwen. Ik
kan niet oordelen over dit specifieke geval, omdat ik de casus onvoldoende ken en
een dergelijk oordeel aan de Huurcommissie of rechter is voorbehouden. In algemene
zin verwacht ik van huurders en verhuurders dat zij zich aan de geldende wet- en regelgeving
houden.
Vraag 10 en 11
Acht u, mede gelet op de oproep van meerdere partijen in de Groningse gemeenteraad
in februari 2025 om de verhuurdersvergunning van Holland2Stay te heroverwegen wegens
veiligheidsovertredingen en aanhoudend wangedrag, de instrumenten die gemeenten met
de Wet goed verhuurderschap hebben gekregen toereikend om landelijk opererende verhuurders
met een aantoonbaar patroon van misstanden aan te pakken, en op welke wijze faciliteert
het Rijk de uitwisseling van handhavingsinformatie over zulke verhuurders tussen gemeenten?7
Deelt u de opvatting dat een verhuurder die in de ene stad misstanden begaat of een
vergunning verliest, niet ongehinderd in een andere stad zou moeten kunnen doorgaan,
en bent u bereid te onderzoeken of een landelijk register van verhuurders met herhaalde
overtredingen wenselijk en mogelijk is?
Antwoord 10 en 11
Gemeenten hebben met de Wet goed verhuurderschap verschillende instrumenten gekregen
om ongewenst verhuurgedrag tegen te gaan. Ik ben met de vraagsteller van mening dat
het voor een goede werking van de wet van belang is dat hiermee ook effectief kan
worden opgetreden tegen landelijk opererende malafide verhuurders, en dat wordt voorkomen
dat malafide verhuurders naar aanleiding van handhaving in de ene gemeente, hun verhuurpraktijk
simpelweg verplaatsen naar een andere gemeente. Om dit te voorkomen verplicht de Wet
goed verhuurderschap gemeenten om – voorafgaand aan het instellen van een verhuurvergunningplicht
– overleg te voeren met de desbetreffende woningmarktregio. Een en ander met het doel
om waterbedeffecten te voorkomen. Ook schrijft de wet voor dat besluiten tot het opleggen
van een bestuurlijke boete en/of het in beheer nemen van een woning openbaar worden
gemaakt. Deze maatregel is niet alleen bedoeld om huurders en woningzoekenden te informeren
en waarschuwen, maar leidt er ook toe dat gemeenten beter zicht hebben op eventuele
waterbedeffecten van verhuurders die ofwel óók in hun gemeente actief zijn, ofwel
die hun activiteiten van de ene gemeente naar de andere verplaatsen.
Het in consultatie gebrachte voorstel voor een huurregister bevatte de mogelijkheid
om hierin een centrale plek te bieden voor deze besluiten. Hierdoor kunnen woningzoekenden,
huurders en gemeenten eenvoudig zien of een verhuurder eerder is gesanctioneerd, ook
in andere gemeenten. Dit vergroot de mogelijkheden voor gemeenten om kennis over problematische
verhuurders en handhaving met elkaar af te stemmen. Voor woningzoekenden draagt dit
bij aan een beter geïnformeerde keuze bij het aangaan van een huurovereenkomst, en
huurders kunnen op dezelfde manier nagaan of hun verhuurder eerder in overtreding
is geweest, bijvoorbeeld bij een lopend geschil.
Vraag 12
Bent u, gelet op dit incident en het bredere patroon van fraude, illegale kosten,
gebrekkig onderhoud en het ontwijken van aansprakelijkheid, bereid de handelwijze
van Holland2Stay te onderzoeken en de Kamer over de uitkomsten te informeren?
Antwoord 12
Signalen over ongewenste verhuurpraktijken neem ik serieus, maar als Minister heb
geen wettelijke bevoegdheid om op eigen initiatief een specifiek onderzoek in te stellen
naar de bedrijfsvoering of handelwijze van één individuele, private Verhuurpartij,
noch om eventueel sancties op te leggen. Huurders die te maken krijgen met ongewenst
verhuurgedrag kunnen hiervoor, zoals aangegeven in mijn antwoord op vraag 3 en 4,
terecht bij hun gemeente. Daarnaast staat voor huurders de gang naar de Huurcommissie
open bij geschillen over de hoogte van de huurprijs, servicekosten of onderhoudsgebreken.
Indien er sprake is van oneerlijke handelspraktijken of consumentenmisleiding, is
de Autoriteit Consument & Markt (ACM) de aangewezen toezichthouder. Ook kunnen huurders
bij verhuurmisstanden (weigeren ernstige onderhoudsgebreken waarvoor de verhuurder
verantwoordelijk is te verhelpen, onredelijk hoge servicekosten) en bemiddelingsmisstanden
(ten onrechte in rekening gebrachte bemiddelingskosten) een procedure starten bij
de rechtbank. Ik roep huurders dan ook op van deze mogelijkheden gebruik te maken.
Vraag 13
Welke concrete stappen bent u bereid te zetten om huurders beter te beschermen tegen
grote, landelijk opererende verhuurders die een structureel patroon van misstanden
laten zien?
Antwoord 13
De huidige wet- en regelgeving voorziet reeds in een stevig kader op basis waarvan
kan worden opgetreden in geval van ongewenst verhuurgedrag. Het gaat hier onder andere
om de Wet goed verhuurderschap en Wet betaalbare huur, als gevolg waarvan gemeenten
kunnen handhaven op misstanden als intimidatie, discriminatie, onredelijke servicekosten
en te hoge huren. Ook heeft de gemeente de mogelijkheid om te handhaven op het Besluit
bouwwerken leefomgeving, waarmee kan worden opgetreden als bijvoorbeeld de staat van
de woning onder de in dat besluit opgenomen minimumkwaliteit zakt of wordt gebracht
of wanneer installaties niet goed worden onderhouden.
Op dit moment evalueer ik de Wet goed verhuurderschap. Ik verwacht de resultaten hiervan
komend najaar met uw Kamer te delen.
Ondertekenaars
E. Boekholt-O’Sullivan, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.