Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Boon en Kops over de goedkeuring van vijf windturbines binnen het beperkingengebied van Vliegbasis Gilze-Rijen en de mogelijke risico’s voor de veiligheid van militairen
Vragen van de leden Boon en Kops (beiden PVV) aan de Staatssecretaris van Defensie over de goedkeuring van vijf windturbines binnen het beperkingengebied van Vliegbasis Gilze-Rijen en de mogelijke risico's voor de veiligheid van militairen (ingezonden 20 juli 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Boswijk (Defensie) (ontvangen 17 augustus 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met de berichtgeving1 dat Defensie na uitgebreid overleg heeft geoordeeld dat vijf windturbines van circa
250 meter hoog bij Windpark Buitenpolders geen belemmering vormen voor de militaire
vliegveiligheid, terwijl vier van de vijf turbines binnen het beperkingengebied van
15 kilometer rond Vliegbasis Gilze-Rijen liggen? Klopt deze berichtgeving? Zo ja, wanneer
is dit oordeel afgegeven, betreft dit een voorlopig of definitief oordeel, welke concrete
onderzoeken, risicoanalyses en militaire adviezen liggen hieraan ten grondslag en
bent u bereid deze met de Kamer te delen?
Antwoord 1
Ja, Defensie is bekend met de berichtgeving. De veronderstelling dat Defensie heeft
ingestemd met een uitgewerkt windparkproject is niet terecht.
Defensie is, daarbij ondersteund door het Rijksvastgoedbedrijf, de afgelopen jaren
als belanghebbende uitgebreid betrokken geweest bij de studies voor het vaststellen
van het zoekgebied voor het plaatsen van windmolens in de gemeente Waalwijk. Defensie
heeft in dit gebied haar relevante belangen nadrukkelijk ingebracht. De gemeente heeft
de belangen van Defensie betrokken in de besluitvorming.
Defensie blijft ook in de volgende fasen van de ruimtelijke procedure als belanghebbende
betrokken om te beoordelen of het defensiebelang niet wordt geschaad. Deze beoordeling
is mogelijk zodra vanuit de gemeente en/ of de zonneparkbeheerder met Defensie wordt
gedeeld waar welke turbines worden gepland.
Vraag 2
Welke veiligheidsrisico's brengen de vijf windturbines van circa 250 meter hoog volgens
Defensie met zich mee voor militairen, militaire luchtvaartuigen en de operationele
inzet vanaf Vliegbasis Gilze-Rijen, gelet op het feit dat deze windturbines ongeveer
100 meter hoger zijn dan de hoogte waarbij binnen het beperkingengebied een afzonderlijke
vliegveiligheidsbeoordeling door Defensie is vereist?
Welke gevolgen heeft dit oordeel voor de huidige en toekomstige militaire inzet, waaronder
laagvliegoefeningen, helikopteroperaties en toekomstige uitbreidingsmogelijkheden,
en zijn aan dit oordeel voorwaarden verbonden, bijvoorbeeld ten aanzien van de maximale
hoogte, exacte locatie of operationele beperkingen? Zo ja, welke?
Antwoord 2
Defensie beoordeelt ruimtelijke projecten, zoals een windpark, zowel op veiligheidsaspecten,
als op de mate waarin operationele- en oefenmogelijkheden daardoor worden beïnvloed.
In relatie tot deze ontwikkeling is voor Defensie vooral de vliegroute van en naar
het helikopter laagvlieggebied «Maas/Waal» voor de helikopters van Gilze-Rijen van
belang. In dit gebied heeft de gemeente Waalwijk geen windturbines gepland.
De aanwezigheid van het genoemde 15 km beperkingengebied (de zgn. «Outer Horizontal
Surface») betekent niet op voorhand dat er geen windprojecten mogelijk zijn. Nadere
beoordeling van het definitieve plan zal dit moeten uitwijzen. Tevens moet standaard
elk windproject worden beoordeeld op de mate waarin radarbeelden worden verstoord.
Vraag 3
Is Defensie bij de beoordeling van Windpark Buitenpolders volledig zelfstandig en
uitsluitend op basis van militaire en vliegveiligheidskundige overwegingen tot haar
oordeel gekomen, of hebben andere ministeries, provinciale of gemeentelijke overheden
of initiatiefnemers invloed uitgeoefend op de totstandkoming van dit oordeel? Zo ja,
op welke wijze?
Antwoord 3
Zie het antwoord op vraag 1 en 2. Door medeoverheden of andere partijen is geen invloed
uitgeoefend op de totstandkoming van dit oordeel.
Vraag 4
Deelt u de opvatting dat de veiligheid van onze militairen altijd zwaarder moet wegen
dan klimaat- en duurzaamheidsbeleid? Kunt u bevestigen dat Defensie nooit concessies
zal doen aan de veiligheid van militairen of de operationele inzetbaarheid van de
krijgsmacht om de realisatie van windturbines of andere duurzame energieprojecten
mogelijk te maken? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 4
Voor Defensie hebben operationele inzetbaarheid en veiligheid van personeel, zowel
militair als burger, prioriteit. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wordt daarom
beoordeeld of deze de operationele gereedstelling raken van de krijgsmacht of een
risico vormen voor de veiligheid van het defensiepersoneel. Waar mogelijk werkt Defensie
zoveel mogelijk mee aan het vinden van duurzame oplossingen.
Ondertekenaars
D.G. Boswijk, staatssecretaris van Defensie
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.