Schriftelijke vragen : De toegenomen winsten in de fossiele energiesector
Vragen van de leden Stultiens en Van Oosterhout (beiden PRO) aan de Staatssecretaris van Financiën en de Minister van Klimaat en Groene Groei over de toegenomen winsten in de fossiele energiesector (ingezonden 12 augustus 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met recente berichten in de media over toegenomen winsten in de fossiele
energiesector, waaronder van de NOS1, het FD2 en The Guardian?3
Vraag 2
Bent u daarnaast bekend met de analyse van Oxfam Novib4 waaruit blijkt dat de zes grootste olie- en gasbedrijven ter wereld in het tweede
kwartaal van dit jaar bijna dubbel zoveel winst hebben gemaakt als daarvoor? Wat vindt
u van deze analyse?
Vraag 3
Kunt u een actueel overzicht geven van de crack spread5 per jaar sinds 2000?
Vraag 4
Kunt u bevestigen dat er op dit moment sprake is van overwinsten in de fossiele energiesector
of dat er in ieder geval sterke indicaties zijn dat dit het geval is? Zo nee, hoe
verklaart u de genoemde nieuwsberichten en conclusies van Oxfam Novib dan?
Vraag 5
Hoeveel overwinsten hebben multinationals in de fossiele energie-sector gemaakt in
het eerste halfjaar van 2026, uitgegaan van de definitie zoals gehanteerd in de Wet
tijdelijke solidariteitsbijdrage 2022? Hoeveel van deze winsten zijn belastbaar in
Nederland?
Vraag 6
Bent u het ermee eens dat het goed zou zijn om een overwinstbelasting voor de fossiele
energiesector voor te bereiden, zodat op tijd tot heffing overgegaan kan worden? Zo
nee, waarom niet? Hoe ziet u dit in het licht van de aangenomen moties van de leden
Teunissen (Kamerstuk 23 432-683) en Klaver/Paternotte (Kamerstuk 36 933-9)?
Vraag 7
Is het kabinet al begonnen met het voorbereiden van een overwinstbelasting? Zo nee,
waarom niet?
Vraag 8
Hoeveel leverde de overwinstbelasting («tijdelijke solidariteitsbijdrage»), die over
winsten in 2022 werd geheven, destijds op? Hoeveel zou deze zelfde heffing opleveren
als hij over winsten in 2026 ook geheven zou worden, uitgaande van dezelfde definitie
van overwinsten en tarieven als in 2022 en berekend op basis van de winstcijfers van
de eerste twee kwartalen?
Vraag 9
In hoeverre is het juridisch mogelijk een dergelijke heffing opnieuw in te voeren,
al dan niet met terugwerkende kracht, net als destijds?
Vraag 10
Hoe snel zou het kabinet daartoe over kunnen gaan en hoeveel voorbereidingstijd is
nodig?
Vraag 11
Welke nieuwe inzichten heeft u de afgelopen maanden opgedaan als het gaat om overwinsten
en het belasten daarvan?
Vraag 12
Kunt u deze vragen vóór 1 september 2026 beantwoorden?
Indieners
-
Gericht aan
E. Eerenberg, staatssecretaris van Financiën -
Gericht aan
S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei -
Indiener
Luc Stultiens, Kamerlid -
Medeindiener
Sjoukje van Oosterhout, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.